Opa

Ik word altijd wat melancholisch in de donkere dagen voor Kerst en dan komen er vooral ‘wat als’ gedachten bovendrijven.

Als papa nog geleefd had, zou mijn leven er heel anders uitzien. Mijn nichtje zou er misschien niet zijn geweest, omdat die hele Benin-reis anders zou zijn verlopen en mijn zusje haar man dan niet zou hebben ontmoet. Dus misschien dat ik een heel klein beetje van een geluk bij een ongeluk kan spreken? Maar ook al zouden ze elkaar misschien nooit gekend hebben, toch draai ik filmpjes in mijn hoofd van opa en kleinkind.

Ik had ze elkaar zo gegund.

Op de filmpjes in mijn hoofd is mijn vader niet ouder geworden, terwijl mijn nichtje speelt dat ze ouder is. Het lukt me niet om goede plaatjes photoshoppen van mijn papa met een baby. Van mijn papa en mijn nichtje als peuter/kleuter, zie ik de beelden levendig voor me.

Ik zie hem met zijn handen op zijn rug door het bos wandelen, in dezelfde houding als mijn opa. Mijn nichtje huppelt voor hem uit. Soms tilt hij haar op om haar iets te laten zien. Of hij zet haar in een stevige klimboom en doet alsof hij haar daar achterlaat. “Grapje!”

Ik zie hem en mijn nichtje tegen een bal schoppen. Hij laat zich soms theatraal vallen, of schopt opzettelijk naast de bal. Het is zomer en hij draagt zijn veel te kort afgeknipte spijkerbroekje. Mijn nichtje lacht en hobbelt enthousiast over het gras.

Ik zie voor me hoe mijn papa mijn nichtje aan haar armpjes door de lucht zwaait tot ze allebei duizelig zijn.

Ik moet het ermee doen, met die filmpjes in mijn hoofd. Ook als ik misschien ooit een ‘eigen’ kindje op de wereld zet. Iets waar ik helemaal geen beeld bij heb.

 

Brief aan mijn nichtje # 2

Soms maak ik me een beetje zorgen dat je me niet meer kent als ik je langer dan een week niet gezien heb. Gelukkig blijkt dat onzin. Je begon meteen te lachen toen ik vanmiddag de keuken binnenstapte, terwijl het bijna drie (!) weken geleden was dat ik je voor het laatst in je grote bruine ogen keek. Toen ik naast je kwam zitten, liet je je boterhamstukjes met smeerkaas meteen links liggen om je armpjes naar me uit te steken.

Wat is er veel veranderd in de afgelopen drie weken! Er zijn een hoop klanken aan je vocabulaire toegevoegd en je kunt kruipen als een malle. Mupke is er niet zo blij mee dat je haar territorium nu doorkruist. Maar ze zal er wel aan wennen. Jij wordt ondertussen door schade en schande wijs op je ontdekkingstocht. Potgrond smaakt niet en al kruipend naar de grond kijken, betekent af en toe je hoofd stoten.

Je bent een kamikazepiloot die geen diepte ziet, of in elk geval het gevaar van een afgrond niet. Je laat jezelf ‘head first’ van de stoel, de bank of het bed vallen. Meestal kan iemand je nog net bij je broekspijp of je rokje grijpen, maar je papa of mama zullen ooit een keer schrikken van een harde bonk gevolgd door luid gehuil.

Vanmiddag kwam er geen onvertogen woord over je lippen, je bleef lachen. Je kroop naar me toe, klom bij me op schoot, zwaaide naar me en probeerde me van alles te vertellen met je grappige hoge geluidjes. Maar het leukste aan mij vond je toch weer mijn ketting en armbandjes. Daar moet aan getrokken en op gesabbeld worden.

Toen je mama en ik je naar bed brachten, deed je nog een wilde benentrappel als vorm van protest, maar eigenlijk was je zo moe dat je ogen al dicht waren voordat we de trap hadden bereikt. Je bent een schatje. Mijn kleine nichtje met een grote toekomst.

 

Brief aan mijn nichtje #1

5 maanden en 2 weken ben je nu en je hebt de wereld om je heen steeds beter in de smiezen. Er twinkelt herkenning in je ogen als je de stemmen van je ouders, je oma, of je ooms en tantes hoort.

Je kunt gebiologeerd naar dingen kijken, vooral naar glinsterende dingen, zoals mijn armbandjes of de lamp met nepkristallen op onze slaapkamer. Dat belooft nog wat. Het liefst pak je alles vast wat je ziet, wat in sommige gevallen heel onverstandig is, zoals bij diezelfde armbandjes (kletterende kralen) en diezelfde lamp. Gelukkig heeft je pop bewezen tegen een stootje te kunnen. Je grijpt haar het liefst bij de haren.

Het duurde weken voordat ik je de eerste keer hoorde huilen. Ik vertelde aan iedereen die het horen wilde (en ook aan mensen die daar misschien helemaal niet op zat te wachten) dat je zo stil was. Inmiddels hebben we vastgesteld dat er met je longinhoud en interne klankkast niets mis is. Als je huilt, dan doe je dat goed: met veel volume, wild trappelende voetjes en echte tranen. Verschijnt er vervolgens een gezicht boven je bed, dan begin je te lachen. Op die manier wordt er natuurlijk nooit iemand boos. Klein charmeurtje dat je bent.

Waar je gehuil soms letterlijk pijn doet aan onze oren, is je gebrabbel en gepruttel echt een feestje om naar te luisteren. Er valt nog niets uit op te maken, maar ik vermoed dat je een groot verteller gaat worden. Wat je “zegt” onderstreep je met handen en voeten en een heleboel speeksel. Het spijt me voor je meisje, maar je moet nog een paar maandjes geduld hebben voordat je ouders begrijpen wat je precies bedoelt.

Je lust tot nu toe alles en je eetlust is groot. Daarmee pas je erg goed bij je familie. Jij wordt zo iemand die net zo lief olijven eet als raketijsjes. Over ijsjes gesproken, terwijl je mama en ik laatst een Luna-Rossa-ijsje aten, at jij een hele ijshoorn. Of eigenlijk sabbelde je die naar binnen, want van volgroeide melktanden is nog geen sprake. Bij Luna Rossa gaan we nog heel vaak komen, jij en ik.

Van sokken moet je net als ik niets weten. Hoe strak ze ook zitten en hoe hoog ze ook worden opgetrokken, jouw kleine voetjes zitten nooit lang opgesloten.

Je kunt heerlijk in slaap vallen met al je ledematen gestrekt: armpjes boven je hoofd, benen uit elkaar. Het concept ‘deken’ vind je achterhaald en zelfs bij een slaapzak krijg je het voor elkaar je beentjes er tussenuit te wurmen. Maar je kunt ook wegkruipen in de armen van de leuke jongen uit de trein. En dan smelt ik.

Je bent het liefste nichtje van de hele wereld.

Papa's Pinkpop

Herbert Grxf6nemeyer zong dat ene liedje, dat mooie liedje dat hij schreef over zijn vrouw die stierf aan kanker. Of misschien heb ik dat mezelf wijsgemaakt. En toen was het huilen. Ook na negeneneenhalf jaar kan het me nog overvallen dat mijn papa er niet meer is. Als hij nog geleefd had, was hij dit jaar misschien wel mee gegaan.

Het was Pinkstermaandag dus Pinkpopmaandag. Papa hield van de mooie luisterliedjes van Grxf6nemeyer en met The Boss zong en luchtgitaarde hij enthousiast mee. Voordat hij stierf had nog niemand op het Europese vasteland ooit van Mumford and Sons of Seasick Steve gehoord, maar ik weet zeker dat mijn muziekgekke papa ze had kunnen waarderen.

Tijdens dat intens verdrietige liedje, waarvan ik niet eens weet hoe het heet, maar wel weet dat mijn papa het mooi vond, zag ik het voor me. Dat ik daar met mijn papa stond. Hij op sandalen en in korte broek. Zijn voeten ingesmeerd met zonnebrandcrème, want dat deed hij sinds hij ze op een campeervakantie in Frankrijk ooit lelijk verbrandde. En van mij mocht hij geen sokken aan in zijn sandalen.

Ik hoorde hem zelfs fonetisch meezingen. Hij luisterde nooit zo goed naar de tekst, kon ook niet bijster goed zingen, maar deed dat net als ik bijzonder graag.

Het was een Pinkpopdag om in te lijsten. Ik was er met fantastisch gezelschap (mijn lief en zijn broer), de zon scheen uitbundig, de sfeer op het festivalterrein was ontspannen en de artiesten waar we niet met een grote boog omheen liepen (Gers Pardoel, hallo, wat moet jij in hemelsnaam op Pinkpop?!?) waren briljant. Ik miste mijn papa.

Alweer een afscheid

Deze keer kon ik afscheid nemen. Een dag voor mijn lieve tante stierf, stonden zusje en ik aan haar bed. We gaven haar een kusje op haar wang. Er was weinig te zeggen. Niets meer te bespreken. Het liefst had ik haar een dikke knuffel gegeven, maar daarvoor was ze al lang te breekbaar geworden.

Zaterdag werd mijn tante gecremeerd. Het wordt de derde keer dat ik zal spreken bij een overlijden. Het wordt een variatie op onderstaande tekst.

Tante M en oom J waren voor mij de constante factor van de familie. Je hoefde ze niet vaak te zien om precies te weten wat je aan ze had. Wat M en J je gaven was waardevol: oprechte interesse, gezonde nieuwsgierigheid en droge humor.

M en J toonden de meeste interesse in mijn schoonbroer toen hij voor het eerst in Nederland was. Ze vroegen hem van alles over zijn cultuur en waren de enigen van de familie die serieus overwogen zijn thuisland eens te bezoeken.

Ik ben ontzettend blij dat M erbij was op het huwelijk van mijn zus en schoonbroer. Het ging toen nog best goed met onze mater familias. Tegen de leuke jongen uit de trein sprak M die avond de hoop uit om na Rome nog een tweede reisje te maken. Een stedentrip naar Lissabon of Berlijn. Het liefst wilde ze nog eens terug naar Indonesië. Dat ze dat niet meer zou halen, besefte ze heel goed, maar dromen en hopen blijft een fijne bezigheid.

Helaas bleek vlak na de bruiloft dat M niet veel verder meer zou komen dan het ziekenhuis en haar eigen fijne huis. Wat een geluk dat ze de laatste dagen thuis was, op de plek waar ze van hield. Niemand had haar daar liefdevoller kunnen verzorgen dan J. Dankjewel lieve J voor je moed, je toewijding en je geduld.

Vier van haar nichtjes moesten van M ooit een dier gaan sparen. Zij spaarde uilen. Ik koos voor kikkers. Ons hele huisje staat er vol mee. Vrolijke, groene herinneringen aan mijn lieve tante. Met een ereplek voor het porseleinen exemplaar dat M en J ooit uit Indonesië meenamen.

Lieve M, voor als je nog ergens meeluistert: hopelijk is het fijn waar je nu bent, misschien zit je een potje te jokeren met oma, en je vindt er ongetwijfeld genoeg vrienden die je kunnen leren bridgen. Als de hemel bestaat, maak jij die een stukje gezelliger.

Lieve J, hopelijk kunnen wij nu waardevol zijn voor jou. Heel veel sterkte.