Dertigersdilemma: krijg ik spijt als ik nooit moeder word?

Ik ben een ramp als het om keuzes maken gaat en kan twijfelen over de stomste dingen, terwijl de meeste keuzes die ik maak nauwelijks impact hebben op mezelf, laat staan op het leven van iemand anders. Welk paar schoenen trek ik aan? Wat eten we vanavond? Breng ik mijn haar in model, of steek ik het snel in een staart?

Ooit moet ik een veel belangrijkere keus maken: wil ik wel of geen kind op deze wereld zetten? En op dat ‘ooit’ zit een houdbaarheidsdatum. Nog steeds zijn baby’s niet mijn favoriete wezens, maar zo erg als in 2009 is het al lang niet meer. De zekerheid dat ik absoluut geen kinderen wil, is verdwenen. Ik vermoed dat mijn nichtje daar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Het is nooit mijn grote droom geweest om moeder te worden, maar ik begin me de laatste tijd wel af te vragen of ik er spijt van ga krijgen als ik nooit moeder word. In de afgelopen weken hebben drie verschillende mensen me gevraagd of en wanneer ik kinderen wil. Telkens mensen die mij en de leuke jongen uit de trein met mijn nichtje gezien hadden en ons zo geweldig vonden samen.

Maar het liefste nichtje van de wereld blijft maximaal twee dagen. Een eigen kind breng je maximaal twee dagen weg. Ik ben een spontaan mens dat van ongeplande acties aan elkaar hangt en waar andere mensen op elk moment van de dag binnen kunnen vallen. Om mij heen zie ik moeders die nooit meer iets spontaans doen; afspreken moet weken van te voren, en als ze langskomen, vindt een complete volksverhuizing plaats met luiertassen, logeerbedden en knuffelbeesten. Gelukkig heb ik veel vriendinnen die toch nog regelmatig leuke dingen doen en hun kind gewoon meenemen.

Een kind vraagt om structuur, regelmaat, duidelijke regels. Ik ben een chaoot die weliswaar altijd haar deadlines haalt, maar in haar privéleven niet eens een vaste plek heeft voor haar sleutels, constant haar telefoonoplader kwijt is, voortdurend te krappe schema’s opstelt, vergeet hoe laat de treinen rijden, en dubbele afspraken maakt. Bovendien kan ik ter afwisseling van mijn drukke sociale leven ontzettend genieten van alleen zijn. Ik vind het heerlijk om thuis te komen in een leeg huis, tegen niemand te moeten praten, en nog even af te schakelen met muziek of een boek. Tegen de tijd dat ik ben afgeschakeld, is de crèche gesloten. Heb ik binnen de kortste keren Jeugdzorg op mijn dak.

Misschien ben ik gewoon bang. Bang voor wat een kind betekent voor mijn werk, voor mijn relatie met de leuke jongen uit de trein, voor mijn onafhankelijkheid en mijn humeur. Soms heb ik nachtmerries waarin ik van een sportieve, hardwerkende vrouw met een bloeiend uitgaansleven ben veranderd in een verslonsd ‘moeke’ dat in een huispak op de bank zit, het huilende kind op schoot, en wallen tot op mijn kin.

Honderden keren heb ik als antwoord op de grotere vragen geroepen ‘Later als ik groot ben’, maar later is nu… Of toch in elk geval binnen nu en 5 jaar.

Brief aan mijn nichtje #6

Lieve A,

Het logeerpartijtje zit er weer op en we zijn moe maar voldaan, de leuke jongen uit de trein en ik. Om tien over zes vanmorgen vond jij het welletjes en begon je te vertellen. Jij bent vrolijk en vol energie zodra je je ogen open doet. Je lijkt wat dat betreft helemaal niet op mij. Dansen, springen, tekenen en kusjes geven aan alle knuffelbeesten. Je kunt jezelf uren vermaken. De televisie aanzetten zodat je even rustig blijft zitten, werkt bij jou niet. Je keurt de televisie geen blik waardig. Wat heel goed is natuurlijk.

Toch ben je niet meer zo gemakkelijk in de omgang als een paar maanden geleden. Het woord ‘nee’ maakt geen indruk meer. Pas als we je vastpakken en onze stem verheffen, besef je dat het menens is. De eerste boterham leverde strijd op vanmorgen. Ik werd boos. Jij huilde tot drie keer toe dikke krokodillentranen. We wonnen allebei een beetje. Ik kreeg het voor elkaar dat je een gezonde bruine boterham met fricandeau at, terwijl je bedelde om zoetigheid. Maar de korstjes liet je liggen. Al was ik op mijn kop gaan staan, het zou niet geholpen hebben. Je zou er wel om hebben kunnen lachen.

Ondertussen verbeter je nog steeds je verleidingstechnieken. Je lacht en zwaait naar iedereen. Maakt soms zelfs een praatje. ‘Fiets’ en ‘woef’ zijn je favoriete gespreksonderwerpen die je toelicht in verder nog onverstaanbare zinnen. Vrouwen tussen de 25 en de 35 die de leuke jongen uit de trein met je zien lopen, krijgen meteen rammelende eierstokken en dreigen spontaan verliefd te worden. Jongere meiden roepen vooral ‘oooooh’ en ‘aaaaaah’ als ze je zien.

Je begrijpt ontzettend veel voor een ukkie van anderhalf. Jij zei ‘poept’. Ik zei ‘schone luier’. En voor ik het wist, had je al een luier uit de tas gepakt. Als ik ‘naar buiten’ zeg, loop jij al naar de kapstok voor je jas. We moeten gaan uitkijken wat we tegen elkaar zeggen, want er ontgaat je niets.

Na je middagdutje kroop je bij de leuke jongen uit de trein op schoot. Hij mocht je een hele tijd knuffelen. Ik smolt.

Kom je snel weer logeren?

Liefs,
L

Campingnostalgie en een huisje in Normandië

We gingen 29 juni samen op vakantie, mijn zusje, mijn nichtje en ik. Onderweg naar Normandië (althans op de momenten dat ik niet achter het stuur zat) maakte ik een wandeling door mijn herinneringen. Mijn zusje en ik waren meestal een goed duo, in de tijd dat we nog met mijn ouders op vakantie gingen. We gingen altijd kamperen. Oh genot. Oh nostalgie.

Hoogtepunten waren elke vakantie:

  • Over een al bijna donkere camping samen naar het sanitairgebouw lopen (‘solitairgebouw’ volgens mijn zusje) waar de akoestiek perfect was om hard naar elkaar te roepen vanaf het toilet. Samen tandenpoetsen en gekke bekken trekken in de spiegels.
  • Na een lange dag vol zon en zwembad in ons kleine tentje kruipen om ons te nestelen op een hobbelig luchtbed in dunne slaapzakjes met een psychedelische jaren ’70 print. Met de jaren werd het harder lachen om in die slaapzakken te komen. Konden we in de ‘beginjaren’ nog rechtop staan om onze vrolijke topjes en kinderlijke korte broekjes te verruilen voor een schattig nachthemdje, eenmaal boven de 10 moesten we dat halfzittend doen. De grote zaklamp in de nok van ons tentje zorgde dan voor een spannend schaduwspel. We namen de dag door alsof onze ouders niet op een meter afstand een wijntje zaten te drinken op de weinig originele blauwe campingstoeltjes met het witte anker. Waarschijnlijk hoorden ze elk woord en lachten ze erom.
  • Met papa naar de campingbakker lopen en daar ‘un baaget silvoeplet’ bestellen. Blij worden omdat papa daar dan trots bij stond te kijken.

    DSCN1743

Deze vakantie was de eerste voor de zusjes zonder ouders. De reden dat ik meeging -jaren na ons laatste kampeeravontuur- was niet omdat ik toch toevallig 7 weken schoolvakantie had. Ik viel in voor de man van mijn zusje, die langer dan gepland in zijn thuisland verblijft. Het was ook geen tentje dit keer, maar een schattig klein huisje met schilderijtjes van bootjes en vissen aan de muur. Bij de bakker bestelden we ons brood in correct Frans. Niemand die trots op ons neerkeek. Lekker was het wel (pain au chocolat, brioche, croissants!). We deelden geen tent, maar wel een bed. We hadden een heerlijke vakantie. We bleken nog steeds een goed duo, mijn zusje en ik.

Onze volgende missie: kamperen! Ik gun mijn nichtje net zo’n fijne herinneringen als mezelf.

DSCN1676

Toch anders

Ze hebben min of meer dezelfde achtergrond, mijn moeder en de moeder van de leuke jongen uit de trein. Beiden komen uit een groot gezin als dochter van hardwerkende arbeiders (mijnen). Beiden zijn opgegroeid in een Limburgs dorp. Niet in rijkdom, in echte armoede evenmin. Met de katholieke waarden en normen.

Op papier zijn ook de familiedagen nagenoeg gelijk:

Familiedag bij de leuke jongen uit de trein:
*verzamelen met koffie en vlaai
*een (sportieve) activiteit
*eten
*naar de kroeg

Familiedag bij ‘ons’:
*verzamelen met koffie en vlaai
*een (sportieve) activiteit
*eten
*naar huis

Bij de leuke jongen uit de trein is het flauwekulgehalte enorm hoog. De activiteit wordt doorgaans niet serieus uitgevoerd. Zo ging het fietsskeltertreinding afgelopen zaterdag alle kanten uit behalve de goede. Mensen sprongen uit en weer in hun stoeltje, reden elkaar in de wielen, gingen langs de kant staan met een zakdoek als formule-1 vlag en probeerden zo hard mogelijk de berg af te rausen. De activiteit was net als eerdere jaren gewoon een excuus om daarna weer met zijn allen te gaan drinken. Als de pot leeg is, legt iedereen bij. En nog een keer. Ondertussen gaan de gesprekken vooral over vakanties, feestjes en de achterneef van de vrouw van de klant van de bakker en daar dan de vriendin van. Er wordt geknuffeld dat het een lieve lust is. Rond middernacht worden de eerste taxi’s gebeld.

Bij mijn familie wordt af en toe een grap gemaakt, maar blijft de sfeer net als de gespreksonderwerpen serieus. Het gaat vaak over werk of geld. Het is gezellig maar wordt nooit lollig (de rol van lolbroek werd in het verleden door mijn vader uitgevoerd en is na zijn overlijden door niemand anders opgepakt). Iedereen is oprecht geïnteresseerd in elkaar; er wordt uitgebreid bijgepraat en meegeleefd, maar zonder fysieke bijval. Knuffelen, dat is iets voor achter de voordeur. Net als gek doen, als dat al ooit gebeurt. Mijn moeder waagt zicht op elk familiefeestje wel aan een dansje, maar vindt meestal weinig bijval. Na het eten vallen de gesprekken stil. De vrouwen geven elkaar drie zoenen, de mannen geven elkaar een hand. En iedereen kan nog naar huis in zijn eigen auto.

Het laat zich raden in welke familie ik zonder kritiek mezelf kan zijn 😉

IMG-20130615-WA0000

Brief aan mijn nichtje #5

Gister schreef ik brief nummer 5. Een lange brief. Te privacygevoelig voor het wereldwijde web. Hieronder de ingekorte versie.

Lieve A,

Jouw vrolijke lach, je twinkeloogjes, je zwaaiende en klappende handjes en je liefdevolle begroeting (haaaaai) waar vooral de leuke jongen uit de trein van smelt; we mogen er steeds vaker van genieten. We worden vrolijk elke keer dat we je zien. Als het aan ons lag, kwam je elke dag op bezoek.

Laatst bleef je een heel weekend bij ons. Een heerlijk logeerpartijtje waarin jij het middelpunt van belangstelling was en wij alleen maar konden glunderen. De hele buurt was op slag verliefd op je. De overbuurvrouwen wilden met je knuffelen. De overbuurman zwaaide naar je vanaf het balkon en jij bleef terugzwaaien. Op het terras waar we wat gingen drinken, zat je erbij als een ervaren caféganger. Met allebei je armen op de leuning en een grote lach op je gezicht genoot je van de aandacht die je kreeg vanaf de andere tafels. In de speeltuin durfde je alleen van de glijbaan. Het nichtje van de leuke jongen uit de trein raakte niet over je uitgepraat: “Wat een schatje!”

Je hebt het geschopt tot achtergrond op onze laptop. Telkens als de leuke jongen uit de trein de computer aan zet, zegt hij: “Ik wil knuffelen!”.

Het is jammer dat je je later niets meer van deze periode herinnert. Geliefd door iedereen. Op handen gedragen. Zorgeloos.

Liefs,
L

Brief aan mijn nichtje #4

Twee weken geleden bleef je voor het eerst bij ons logeren. Je was ongelofelijk verkouden; rochelde en hoestte onafgebroken. Desondanks was je bij binnenkomst meteen je eigen vrolijke en avontuurlijke zelf. Dat avontuurlijke karakter kon je meteen ten volle benutten, want ons huis is ideaal voor een ontdekkingstocht. Alles staat op grijphoogte: boeken, cd’s, planten, kastdeurtjes… Voordat je ergens je handjes naar uitsteekt, kijk je voorzichtig om je heen of er iemand kijkt. Je zet er zo’n onschuldige ogen bij op, dat het bijna moeilijk wordt om ‘nee’ te zeggen. Dus laat maar gaan, trek de kranten en de kaarsen maar van tafel, er kan niet veel aan stuk gaan.

Natuurlijk ging je veel te laat naar bed, want we hadden een chaotisch programma. Iets met spullen ophalen en een auto terugbrengen. Daarna gaf je mama ons nog tekst en uitleg: deze hoestdrank mag je zes keer per dag, neusdruppels vind je niet fijn, deze crème is om je ’s morgens mee in te smeren, bij het ontbijt moet je ook vitamine-D-druppeltjes, er moet zo veel melk bij je pap… Het respect voor mijn kleine zusje werd meteen nóg groter. Een flinke gebruiksaanwijzing, die ze toch grotendeels in haar eentje volgt nu je papa voor een werkproject in zijn thuisland is.

Je viel meteen in slaap en de leuke jongen uit de trein en ik ploften op de bank. Midden in de nacht werd je hoestend en rochelend wakker. Bezweet en met traanogen. We smolten bijna van medelijden. Wilden je uitleggen dat je diep moest ademhalen, dat je slijm best mag uitspugen, dat je een neus ook kunt snuiten. We voelden ons hulpeloos. Na een hoop sussende woorden en een slokje water ging je weer slapen. Maar wij niet meer, onze oren gespitst om elk geluid uit de logeerkamer op te vangen. De leuke jongen uit de trein was aandoenlijk bezorgd. Ook als we niets hoorden, vond hij dat ik op moest staan om te kijken. “Ze is wel heel erg stil, misschien krijgt ze geen lucht meer.”

De volgende morgen was er aan jou niets te merken van een gebroken nacht. Jouw zonnige humeur verdreef al snel onze vermoeidheid. Na het ontbijt nam ik je mee naar de speeltuin. Voor de klimtoestellen en de glijbaan had je niet veel belangstelling. Wel voor het grindpad rondom de speeltuin, voor het hek dat je zelf open en dicht kon doen, en voor de mannen die buiten de speeltuin aan het werk waren met allerlei zwaar gereedschap. Als ik je niet had tegengehouden, had je bij ze in de garage gestaan.

’s Middags gingen we op bezoek bij een vriendin wiens zoontje op dezelfde dag werd geboren als jij, maar dan een jaar later. Het baby’tje vond je niet interessant, zijn oudere zus en haar speelgoed wel. Samen stonden jullie in het miniatuurkeukentje. Jij vooral met je handen op dat wat voor een fornuis door moet gaan…

Op weg naar huis viel je in slaap. In een onmogelijke houding. Maar ook nu was je bij het wakker worden weer meteen je vrolijke zelf. Je mama kwam wat ons betreft veel te vroeg om je op te halen. Ze boft maar met zo’n zonnetje als jij.

Brief aan mijn nichtje #3

Ruim een week geleden vierde je je eerste verjaardag. Het was een echt feestje met slingers, bezoek, cadeaus en taart.

Je tuitte je lipjes, maar kreeg het ene kaarsje niet uit. Je had toestemming om je handen in de taart te steken, maar deed het niet. Gemiste kans! Je at er wel een enorm stuk van. Chocolademarshmellowtaart mag je mama vaker maken, als ze de frambozen dan maar weg laat (of aan de leuke jongen uit de trein geeft), want die spuugde je meteen uit. Je boft maar met je mama. Alles wat ze uit de oven haalt is lekker. En ze steekt héél vaak iets in de oven.

Je cadeautjes moesten wij voor je open maken, ermee spelen deed je zelf. Je hebt een grote fantasie en kunt je prima amuseren. De roze kinderwagen die je van ons kreeg, was gelukkig een succes. Razendsnel liep je erachteraan, tot het ding botste tegen de kast, de muur of je papa’s benen. Achteruit lopen met kinderwagen lukte niet zo goed en ook het concept ‘omdraaien’ heeft nog wat oefening nodig.

Je wil sowieso het liefste lopen, lopen, lopen. Kruipen is voor mietjes. Je loopt het liefst aan iemands hand. Wiens hand dat is, maakt je niet uit. Je bent bepaald niet eenkennig. Wie eenmaal met je rondloopt, mag niet meer gaan zitten. Behalve dan als spelletje, zodat jij de desbetreffende persoon weer overeind kan trekken.

Aan het eind van de dag stond je stijf van de suiker. Bij de leuke jongen uit de trein op schoot dronk je rustig je fles, maar in plaats van in te dommelen zoals je normaal doet, stond je even later weer te springen en te dansen op mijn schoot.  Energie voor 10!

Toch hebben je ouders niets te klagen, want uitslapen heb je tot kunst verheven.

Je bent een kind naar mijn hart!

Is dit nu later als ik groot ben?

Ik ben het evenwicht kwijt tussen een goede vriendin zijn van de leuke jongen uit de trein, een goede vriendin zijn van mijn vrienden, een goed familielid zijn van het gezin dat ik op mijn achttiende verliet, een goede werknemer/ondernemer zijn en lief zijn voor mezelf. Ik zie iedereen te weinig en heb te weinig tijd voor mezelf.

De laatste keer dat ik een echt goed gesprek had met mijn mama of mijn zusje -glaasje wijn erbij en alles op tafel gooien- kan ik me niet precies meer herinneren. De laatste keer dat ik alleen iets met mijn broertje gedaan heb? Volgens mij woonde ik toen nog in Tilburg. 10 jaar geleden misschien?

Spreek ik af met vriendin A in stad B, waar ook vriendin C en D wonen, voel ik me schuldig dat ik niet ook even bij C en D ben langs geweest. Prop ik alle vriendinnen in woonplaats B wel in hetzelfde weekend, voel ik me schuldig dat ik voor iedereen zo weinig tijd had.

Zijn de leuke jongen uit de trein en ik eindelijk eens een avond samen thuis, moet ik nog aan een opdracht werken, of hang ik uitgeteld op de bank.

Lukt het me om een weekend niets af te spreken, baal ik er na een halve dag al van dat de belangrijkste activiteiten in dat weekend ‘dus’ in de categorie ‘huishoudelijk geneuzel’ vallen.

Besteed ik tijd aan mezelf -met een goed boek onder mijn fleecedekentje op de bank, kaarsjes aan, pot thee binnen handbereik- dan betekent het dat ik de volgende dag toch echt mijn boekhouding moet doen, mijn computer moet opschonen, of die verzekeringskwestie moet regelen en kan ik het niet nalaten om te deken “had ik dat gister maar gedaan.”

Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet ongelukkig. Dat zou raar zijn met het liefste lief, de liefste vrienden, de fijnste familie en het leukste werk ter wereld. Maar iets makkelijker om alle ballen in de lucht te houden, zou het allemaal wel mogen zijn. Tips?

Moeders en jurkjes

Poging 386 om de spelfout uit mijn blogpost van 7 januari te halen, mislukte. Ook met ctrl F5. Stom systeem! Dan maar opnieuw te publiceren… Erg jammer dat ik dan ook de reacties kwijt ben 😦

Behalve hele lieve, heb ik vooral goudeerlijke vriendinnen, daar schreef ik al eerder over. Als we elkaars kleding beoordelen onder het genadeloze tl-licht van een pashokje worden er zware oordelen geveld: “Je lijkt net een postorderbruidje”, “Wat een oubollige tuttenjurk”, “In dat shirtje heb je enorme borsten”… Ook de leuke jongen uit de trein steekt zijn mening niet onder stoelen of banken: “Als je dat aantrekt, loop ik niet naast je” of “Dat heb je toch zeker voor  carnaval gekocht?”

Ik houd van die eerlijkheid. Als ik om me heen kijk in de stad, kan ik niet anders dan concluderen dat meer mensen wel wat eerlijke vrienden kunnen gebruiken. Indien zowel mijn kritische vriendinnen als mijn lief lovend zijn over de nieuwste aanwinst van mijn kledingkast, weet ik zeker dat het desbetreffende kledingstuk me goed staat. Dan stap ik zelfverzekerd de grote boze buitenwereld in. Kin omhoog, haren wapperend in de wind, glimlach om de lippen. Bij wijze van. Het jurkje dat ik tijdens ons feest droeg oogstte tientallen complimenten, ook van de meest kritische aanwezigen. Maar niet van mijn mama. Zij plakt standaard het etiket ‘te kort’ en/of ‘te strak’ op elk jurkje of rokje dat ik draag, dus ook op mijn feestkleedje.

Blijkbaar kan ik heel goed tegen kritiek en commentaar, behalve als het van mijn mama komt. Ik heb een fantastische mama: lief, zorgzaam, hip en avontuurlijk. Ik weet dat ze van me houdt (dat is wederzijds) en dat ze zich zorgen maakt over mijn overgewicht. Ik weet heel goed dat het op de lange termijn niet slim is voor mijn gezondheid om die overtollige kilo’s mee te slepen. Maar ik zit ondertussen prima in mijn vel en schaam me niet voor mijn lijf (waarmee ik 10 (!) kilometer kan rennen zonder dood neer te vallen). Of toch? Want als ik echt blij was met mezelf, dan zouden mijn mama’s etiketten me na al die jaren niets meer moeten doen. Ze doen me wel iets.

Opnieuw werd ik boos toen ik gister mijn überhippe groen-met-witte-stippen, superleuke, nieuwe jurkje liet zien dat ik korter had laten maken door mijn schoonmama. “Je hebt het toch niet té kort laten maken?”

De onvermijdelijke terugblik

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan, zegt men. Ik hoop het niet, want voor mijn gevoel begon 2012 een paar maanden geleden pas en nu is het alweer 2013. Zonde, het had best wat langer 2012 mogen blijven. Het was een goed jaar, vooral omdat bijna iedereen die me dierbaar is gezond bleef. Zo fijn!

Een hoogtepunt was de geboorte van mijn nichtje. Ik had nooit veel met baby’s, maar met dit prachtexemplaar wil ik elke dag wel knuffelen. Al blijf ik erbij dat het nóg leuker is nu ze baby-af is. Heerlijk om te zien hoe ze zelf eet (knoeiboel!) of kruipend de wereld ontdekt.

Hoogtepuntjes waren de dagen waarop de leuke jongen uit de trein en ik spontaan besloten om even ‘weg’ te gaan. Een dagje Nijmegen, een dagje Brussel. We moesten er niets en genoten met volle teugen. De beste aankopen doen we op dat soort dagen. Ik hartje de winterjas die maar 30 euro koste, inclusief 1 euro fooi.

Alle vakanties ‘in den vreemde’ waren ook een hoogtepunt. Al liep niet alles meteen van een leien dakje. Zo duurde het in Fez uren voordat we ons appartement vonden en werden we in Antwerpen op weg naar het hotel al bijna beboet voor zwartrijden. In de resterende dagen van ontdekken, cultuur snuiven en lekker eten, werd dat ruimschoots goedgemaakt. In Reykjavik ging er niets mis. Vriendin J en ik voelden ons er meteen thuis. Enige nadeel was de tijd, een paar dagen langer hadden we ook wel omgekregen.

De meeste vriendschappen werden hechter. Mijn vrienden zijn echt fantastisch. We delen ontzettend veel met elkaar, bespreken zo ongeveer alles, en steken elkaar heel vaak een hart onder de riem bij examens, sollicitaties, doktersbezoeken. We zien aan elkaars neus als het even niet zo goed gaat, maar weten elkaar er altijd van te overtuigen dat alles goed komt. We kunnen ‘nee’ zeggen als we geen zin hebben om iets af te spreken en we kunnen keihard zijn als we elkaar outfits beoordelen in de pashokjes. Ik zou geen andere vrienden willen.

Er was één vriendschap die abrupt stopte en één die ik met pijn in mijn hart heb laten verwateren na ontelbaar mislukte pogingen om iets af te spreken. Op 12 december feliciteerde ik mijn ex-beste vriend voor het eerst in 13 jaar niet met zijn verjaardag. Een paar keer aan een sms begonnen, maar die toch niet verstuurd. Het gaat om die leuke jongen waarmee ik jaren in hetzelfde studentenhuis woonde en waarmee ik hilarische avonturen beleefde op Cuba.

Na tientallen sollicitatiebrieven en even zo veel afwijzingen, kon ik in de herfst eindelijk weer fris, fruitig en vrolijk aan het werk in mijn eigen vakgebied. Het zouden nog iets meer uren mogen zijn, maar ook als het zo blijft (twee dagen teksten schrijven en drie dagen callcenter- en uitzendwerk) ben ik tevreden. Sinds september stond ik niet meer rood en dat wil ik in 2013 graag zo houden.

In 2012 baalde ik vaak van mijn gebrek aan daadkracht waar het ging om ‘dromen laten uitkomen’, maar ook om ‘het huishouden’ en ‘de boekhouding’. Die laatste twee zijn steevast activiteiten waar ik nooit zin in heb en die ik dus blijf uitstellen. Hopelijk zit daar dit jaar verbetering in. En wat die dromen betreft, ik heb zo’n gevoel dat in elk geval dat koophuis er gaat komen (laat de huizenprijzen nog maar wat verder zakken!) en misschien ook wel die reis naar China.

Ik wens iedereen een gezond, gezellig, liefdevol en avontuurlijk jaar!