Ik ben een ramp als het om keuzes maken gaat en kan twijfelen over de stomste dingen, terwijl de meeste keuzes die ik maak nauwelijks impact hebben op mezelf, laat staan op het leven van iemand anders. Welk paar schoenen trek ik aan? Wat eten we vanavond? Breng ik mijn haar in model, of steek ik het snel in een staart?
Ooit moet ik een veel belangrijkere keus maken: wil ik wel of geen kind op deze wereld zetten? En op dat ‘ooit’ zit een houdbaarheidsdatum. Nog steeds zijn baby’s niet mijn favoriete wezens, maar zo erg als in 2009 is het al lang niet meer. De zekerheid dat ik absoluut geen kinderen wil, is verdwenen. Ik vermoed dat mijn nichtje daar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Het is nooit mijn grote droom geweest om moeder te worden, maar ik begin me de laatste tijd wel af te vragen of ik er spijt van ga krijgen als ik nooit moeder word. In de afgelopen weken hebben drie verschillende mensen me gevraagd of en wanneer ik kinderen wil. Telkens mensen die mij en de leuke jongen uit de trein met mijn nichtje gezien hadden en ons zo geweldig vonden samen.
Maar het liefste nichtje van de wereld blijft maximaal twee dagen. Een eigen kind breng je maximaal twee dagen weg. Ik ben een spontaan mens dat van ongeplande acties aan elkaar hangt en waar andere mensen op elk moment van de dag binnen kunnen vallen. Om mij heen zie ik moeders die nooit meer iets spontaans doen; afspreken moet weken van te voren, en als ze langskomen, vindt een complete volksverhuizing plaats met luiertassen, logeerbedden en knuffelbeesten. Gelukkig heb ik veel vriendinnen die toch nog regelmatig leuke dingen doen en hun kind gewoon meenemen.
Een kind vraagt om structuur, regelmaat, duidelijke regels. Ik ben een chaoot die weliswaar altijd haar deadlines haalt, maar in haar privéleven niet eens een vaste plek heeft voor haar sleutels, constant haar telefoonoplader kwijt is, voortdurend te krappe schema’s opstelt, vergeet hoe laat de treinen rijden, en dubbele afspraken maakt. Bovendien kan ik ter afwisseling van mijn drukke sociale leven ontzettend genieten van alleen zijn. Ik vind het heerlijk om thuis te komen in een leeg huis, tegen niemand te moeten praten, en nog even af te schakelen met muziek of een boek. Tegen de tijd dat ik ben afgeschakeld, is de crèche gesloten. Heb ik binnen de kortste keren Jeugdzorg op mijn dak.
Misschien ben ik gewoon bang. Bang voor wat een kind betekent voor mijn werk, voor mijn relatie met de leuke jongen uit de trein, voor mijn onafhankelijkheid en mijn humeur. Soms heb ik nachtmerries waarin ik van een sportieve, hardwerkende vrouw met een bloeiend uitgaansleven ben veranderd in een verslonsd ‘moeke’ dat in een huispak op de bank zit, het huilende kind op schoot, en wallen tot op mijn kin.
Honderden keren heb ik als antwoord op de grotere vragen geroepen ‘Later als ik groot ben’, maar later is nu… Of toch in elk geval binnen nu en 5 jaar.



