Het tijdspook

Ik heb het druk. Maar blijkbaar niet druk genoeg om niet te gaan bloggen. Ik ben een harde werker en haal altijd mijn deadlines. Maar op het gebied van ‘time management’ is er nog wel wat winst te halen.

Ik weet het allemaal wel. Ik ken de tips en trucs. Een opgeruimde werkplek. Binnenkomende e-mails meteen categoriseren, zodat mijn mailbox lekker leeg blijft. Sowieso niet constant mijn mail checken, maar vaste tijdstippen inlassen om e-mails te beantwoorden. Elke dag op tijd opstaan. Regelmaat indien mogelijk. Werkzaamheden verdelen in tijdvakken van 25 minuten waarna je als beloning 5 minuten pauze mag nemen. Met mensen werken waarvan je energie krijgt in plaats van die je energie kosten. Op tijd toegeven aan sport en ontspanning. En telkens het mantra herhalen ‘multitasken bestaat niet’.

Het is eigenlijk heel logisch: als je systematisch te werk gaat, hou je overzicht en weet je wat er moet gebeuren. Als je systematisch te werk gaat, hou je de zaken simpel. Je hoeft niet elke keer na te denken over de volgende stap, want die weet je al. En als je minder hoeft na te denken over wat je wil/moet/kan gaan doen, hou je meer denkkracht over voor zaken die er werkelijk toe doen. In mijn geval: artikelen schrijven, onderzoek doen, nieuwe klanten binnenhalen en solliciteren.

Verschillende mensen wezen me op deze vacature bij Tijdwinst.com, want “Lieke, jij kunt zo leuk bloggen”. Bedankt lieve mensen, maar hebben jullie ook de rest van de vacature gelezen? Ik heb het nog even te druk met het verslaan van mijn eigen tijdspook. Of zal ik vragen of ik bij Tijdwinst.com op cursus mag in ruil voor een leuke blog over die cursus?

2013, wat een jaar

Rijkelijk laat, maar ik had in Berlijn hele andere dingen aan mijn hoofd, zoals het vinden van de smakelijkste currywurst, de geschiedenis van de ooit gespleten Duitse hoofdstad op me in laten werken, en het nieuwe jaar verwelkomen met zo’n 700.000 feestgangers aan de voet van de Brandenburger Tor.

Mijn overzicht van 2013:

Volkomen zen

We waren er allebei nog nooit zo aan toe als het afgelopen voorjaar: vakantie. Wegens chronisch te laat met boeken, kwamen we in Torremolinos terecht in plaats van in Málaga. Per toeval aan de goede kant, zo ver mogelijk bij café Brabant en Frietje van Pietje vandaan. We deden niet veel. Ik las, ik zwom, ik keek naar de zee. De leuke jongen uit de trein kwam niet eens aan lezen toe. Hij bekeek de andere hotelgasten vanaf zijn ligstoel. We lieten ons elke avond betoveren door de weerkaatsing van het maanlicht op het water.

DSCN1510

Volkomen klote

Maar we zouden eigenlijk naar New York en Washington gaan. Dat kon, nu ik was aangenomen bij dat leuke reclamebureau in Roermond, waar het welkom warm was, met lieve briefjes en een bos bloemen. Ik mocht er helaas maar een paar maanden interviewen en verhalen schrijven. Toen vloog ik er als eerste uit. Daarna iedereen met een tijdelijk contract. Crisis? Het betekende in elk geval dat ik niet genoeg kon sparen en de reis niet doorging.

Het meest bijzonder

Op vakantie met mijn zusje en mijn nichtje. Ik was nog nooit met mijn zusje op vakantie gegaan, terwijl de vakanties met onze ouders, maar in ons eigen tentje of op een eigen hotelkamer, altijd een groot succes waren. Het ritme van de vakantie, op tijd opstaan en op tijd naar bed, zorgde ervoor dat het goed uitrusten was. Samen koken, samen winkelen, samen op de bank met een boek. Het was goed. Jammer van het tuinhekje dat ik raakte met de auto, waardoor deze vakantie veel duurder werd dan gepland.

DSCN1722

Het meest trots op

Ondanks dat we elkaar vaak niet begrijpen en ik sommige dingen heel anders zou doen, was ik in 2013 het meest trots op mijn zusje. Ze was het grootste deel van het jaar een alleenstaande mama en ze vulde die rol goed in. Mijn nichtje kwam niets tekort en is bovendien het liefste nichtje van de hele wereld.
Ik was ook trots op de leuke jongen uit de trein en op mezelf, omdat we aan het eind van 2013 een paar kilo minder inhoud hadden, dan aan het begin. De kerstdiners en de alcoholische versnaperingen in Berlijn maakten even een eind aan de dalende lijn, maar maandag begint het normale leven weer net als het beleid van ‘een beetje minder eten en een beetje meer bewegen’.

Het meest blij met

Mijn nichtje. Omdat ze ons Sassa en Tiete noemt. Omdat ze liever door de kamer danst dan cadeautjes uitpakt. Omdat zij en Sassa zo dol zijn op elkaar en ik smelt als ik zie hoe hij haar knuffelt.

Het meest dankbaar voor

Dat niemand in mijn directe omgeving ernstig ziek werd of dood ging. Dat is wel eens anders geweest.

Het is een bijzonder jaar geweest, 2013, waarin ik me vaak gezegend gevoeld heb, maar waarin ik mijn dankbaarheid veel te weinig heb uitgesproken. Nu het nieuwe jaar begonnen is, heb ik besloten op optimisme in te zetten. December is normaal gesproken mijn maand niet, maar afgelopen december was geweldig. En januari is alvast goed begonnen in Berlijn met een kus van de leuke jongen uit de trein. In 2014 ga ik eindelijk die baan vinden, of in elk geval genoeg opdrachten om met een gerust hart te kunnen stoppen met het opnemen van de telefoon. In 2014 wil ik een zo lief mogelijk lief zijn voor de leuke jongen uit de trein, een goede dochter en zus voor mijn familie, een goede vriendin voor mijn vrienden. In 2014 ga ik minder dromen en meer doen. 

Voor mezelf en voor jullie hoop ik op een jaar zonder zorgen. Dat wie je graag ziet, gezond blijft. Dat de lente uitbundig en de zomer lang en zwoel wordt. Dat de herfst knus wordt en de winter lang op zich laat wachten. Dat er rust heerst in je hoofd en liefde in je hart. Of klink ik nu te zweverig? Hoe dan ook: dat 2014 een mooi jaar mag worden waarin veel gelachen wordt.

Arm Nederland

Wanneer werd Nederland zo bekrompen en egoïstisch als het nu is? Er vanuit gaande dat de berichtgeving in NRC Next en De Standaard accuraat is, zijn zo’n 2,3 miljoen Syriërs het geweld in hun land ontvlucht. 6,5 miljoen mensen hebben hun huis verlaten om in het verscheurde land zelf, bij familie of in verlaten scholen en hotels onderdak te zoeken. Zij hebben inmiddels iets minder kans om met gifgas bestookt te worden, maar krijgen daarvoor in de plaats ‘gewoon’ bommen op hun hoofd. En wat doet Nederland? Nederland neemt 250 vluchtelingen op. Nou, nou.

Voor de Filipijnen waren we ook al zo genereus. Maar liefst 2 hulpvluchten stuurden we naar het door orkaan Haiyan getroffen land. Niet dat we het binnen onze eigen grenzen zoveel beter doen. Er wordt op van alles en nog wat bezuinigd. Steeds meer Nederlanders worden met armoede geconfronteerd en zijn aangewezen op voedselbanken. Ondertussen bestellen we 37 Joint Strike Fighters. Een kwestie van prioriteiten stellen? Hoe rijker een samenleving, hoe minder ze geneigd is de armen te helpen?

Oh jawel, er zijn veel Nederlanders die een duit in het goede-doelen-zakje doen, zeker nu met Serious Request, want daar krijgen we een spectaculair evenement voor terug. En we zijn er blijkbaar niet bang voor dat die zielige Afrikaanse kindertjes, zoals we ze liefkozend noemen, massaal bij ons op de stoep staan als ze ineens niet meer doodgaan aan diarree. (Nog zoiets, waarom geven we elk land een naam, maar zien we Afrika alleen als continent? Aaargh.) En ondertussen opent het radionieuws met het item dat Onno Hoes burgemeester van Maastricht mag blijven. Lekker belangrijk.

Dichten

Wie mijn vader kende (of mijn vorige blog las), weet dat papalief ‘plagen’ tot kunst had verheven. Niemand kon je zo goed voor de gek houden als hij. Op onverwachte momenten kon hij je met een opmerking om je oren slaan waar je totaal niet op berekend was. Je kwam in je hemd te staan, maar moest ook lachen. De beste toespelingen -op rijm- bewaarde hij voor het sinterklaasgedicht. Het afgelopen jaar en de rol die je erin speelde, werd op de korrel genomen. Aan één A4-tje had hij zelden genoeg.

Maar papa kon ook serieus zijn. Gevoeligheid toevertrouwen aan het papier. Altijd met zijn vulpen. Zoals onderstaande gedichtjes, die hij schreef naar aanleiding van het overlijden van een collega:

Zoals afscheid de schaduw vormt
Van het welkom

 Is de dood de donkere kant
Van het leven

 En toch, in de koelte van de schaduw
Vindt een levende zijn rust

***

Troosten

Woorden zoeken
Maar niet vinden

Alleen maar stilte

Stilte op een vroege ochtend na een donkere nacht
En dan het geluid van de eerste vogel
Toch onherroepelijk weer een nieuwe dag

Ik deed elk jaar mijn best om op sinterklaasavond even grappig uit de hoek te komen als hij, wat nooit lukte. Maar ik vond het enorm leuk om te doen. Vele malen leuker dan surprises knutselen, waarvan het resultaat telkens was dat al mijn vingers aan elkaar plakten en een berg verknipt en verscheurd crêpepapier zich ophoopte in een hoek van mijn kamer. En zelfs dát vond ik nog leuker dan het kopen van kerstcadeaus. Je met een lijstje vol onmogelijke wensen ellebogend een weg door een overvolle winkelstraat worstelen, staat voor mij zeer hoog op de ‘hekellijst’. Ik baal er dan ook stevig van dat de overige leden van mijn familie en mijn schoonfamilie een even grote hekel aan dichten hebben als ik aan het kopen van cadeaus in december.

Heel soms rijm of dicht ik nog wel iets. Zoals op de voordekunst, om mensen over de streep te trekken om D(esign)-day te sponsoren. Voor mijn mama liet ik een gedicht inlijsten toen mijn papa vijf jaar dood was. Ik deed net of ik hem was:

’s Zomers haal ik het uit de vijver
Waarin ik de goudvissen volg
Die kalmpjes hun baantjes trekken

Als ik even wegdroom
Heeft de knop van de waterlelie zich geopend

’s Winters haal ik het uit de kachel
Waarin de houtblokken die ik zelf een kopje kleiner heb gemaakt
Worden opgenomen in het wonderlijke spel van de vlammen

Het gieren van de wind in de schoorsteen
Ook dat is rust
En thuiskomen

Een huis vinden waarin ik dat gevoel van rust en thuiskomen vindt, is een mooi streven voor 2014.

Herinneringen aan mijn gekke papa

Vandaag is het elf jaar geleden dat mijn papa plotseling dood neerviel. Op straat. Terwijl hij met mijn mama in gesprek was. Een vrolijk, beetje plagerig gesprek, omdat mijn mama die dag ergens met de auto tegenaan was gereden (ja, dat zit in de familie). Er is sindsdien nooit meer een gebeurtenis zó onverwachts geweest. 

Elf is het gekkengetal en dat past uitstekend bij de man die de telefoon opnam met ‘Fransiscus van Padua’. Werd er verbaasd gereageerd dan vervolgde hij zijn verhaal met een verontwaardigd “Ken je me niet? Ik ben al 400 jaar dood!”

Ik kan me nog herinneren dat hij zijn zus belde om te vertellen dat het in Frankrijk slecht weer was en dat we daarom doorgereisd waren naar het zuiden. “We staan nu op het punt om de Sahara over te steken, ik denk dat je de komende dagen niets van ons hoort.” In werkelijkheid waren we al terug van onze -zonnige- kampeervakantie.

Hij was de mafste Piet op de boot, een stuiterbal aan dek. Een geloofwaardige Piet ook. Als hij daarna thuiskwam, wist mijn broertje hem te vertellen dat er ‘een zwarte Piet was met net zo’n snor als jij en met een gat in zijn zak’. Papa’s excuses waarom hij niet meekon naar de intocht van Sinterklaas waren net zo overtuigend als zijn excuses op pakjesavond. “Ik moet nog even poepen” of “Ik heb mijn pasje binnen laten liggen”. Wij zaten op dat moment al in de auto, klaar om te gaan uiteten. Als we terugkwamen van het restaurant, waren Sint en Piet altijd langs geweest.

Vanavond gaan we voor de elfde keer uiteten op 9 december, in plaats van op 5 december. Oude tradities verdwijnen. Nieuwe komen ervoor in de plaats.

Ondertussen vallen er steeds meer gaten in mijn geheugen en dat maakt me verdrietig. Ik zie papa aan het aanrecht staan terwijl hij spaghetti met tonijn maakt of tagliatelle met olijfballetjes, maar wat was ook alweer zijn plek aan de eettafel? Ik zie papa’s dromerige blik terwijl hij naar het spel van de vlammen in de kachel kijkt en naar de omtrekkende bewegingen van de goudvissen in de vijver, maar in welke stoel zat hij dan?  En hoe klonk zijn stem ook alweer?

“Als ik erachter kwam dat je zou zijn omgewisseld, zou ik wel willen weten wie mijn biologische dochter was, maar ik zou je niet omruilen”, filosofeerde hij op een avond. Ik denk er andersom precies hetzelfde over. Ik zou voor geen goud een andere papa hebben gewild. Ik had alleen gewild dat hij wat langer was gebleven.

 

 

Ik ben niet boos, alleen teleurgesteld

Heel even dacht ik dat ik iets bijzonders had gepresteerd. Dat er dankzij mijn inspanningen een waardevolle bijdrage naar een goed doel zou gaan. En dat wat ik gepresteerd had ook nog goed zou zijn voor mijn eigen financiën (en mijn ego).

Al snel ontdekte ik dat de dingen niet waren verlopen zoals gedacht. Blijdschap maakte plaats voor teleurstelling.

Terwijl ik toch een verdomd leuk gesprek had vanmorgen bij een communicatiebureau dat mij hoogstwaarschijnlijk van uitdagende schrijfopdrachten gaat voorzien.

Nu stormt het in mijn hoofd bijna even hard als erbuiten. Code rood.

 

 

Ik hartje reizen (en wonen in een ander land)

Reizen, daar ben ik altijd een groot liefhebber van geweest. Reizen zonder te veel gedoe, een rugzak mee en een tent. Misschien een hotel boeken voor de eerste nacht en daarna wel zien waar ik uitkom. Nóg beter dan reizen, vind ik het om me wat langere tijd in een buitenland te vestigen. Dat deed ik al eens voor een uitwisseling (Benin), een scriptie (Senegal), om te werken (Frankrijk) of stage te lopen (België).

Waar ik achteraf spijt van heb, is van het feit dat ik nooit ben gaan reizen onder het mom van studeren, ik ben nooit ‘op Erasmus gegaan’. Ik ken veel mensen die dat wel deden en zij zijn allemaal laaiend enthousiast. Het lijkt of zij een streepje voor hebben als het om stage- of werkplekken gaat (of is het toeval dat ik ze daar steeds tegenkom?). Zet een paar ex-Erasmusstudenten bij elkaar en ze noemen hun verblijf in het buitenland steevast de mooiste tijd van hun leven. 

IJsland en zo 135 g

Na de (eerste) studie hadden een aantal vrienden meteen een droomjob te pakken, of in elk geval een baan die veel geld opleverde. Zij reisden in hun bij elkaar gespaarde vakantiedagen massaal naar de Verenigde Staten, Australië, Vietnam, Egypte. Vooral om te relaxen, te winkelen, te duiken. Mooi meegenomen als je iets van die andere cultuur meekreeg, maar diepgang was niet noodzakelijk.

Tot nu. Om mij willen steeds meer mensen hun vakantiedagen ‘zinnig’ besteden. Niet zomaar rondreizen en geld opmaken aan goedkope kleding, elektronica of souvenirs, maar vrijwilligerswerk doen en daar een aardige som voor neertellen. Iets doen voor anderen. Anderen die alleen maar kunnen dromen dat ze ooit verder zullen reizen dan de dichtstbijzijnde stad. Ik vind het een mooie ontwikkeling. Zelf doe ik er helaas (nog) niet aan mee. Mijn eerstvolgende tripje is naar Berlijn, waar ik vooral heen ga om te relaxen.

DSCN1691

De dames zijn gewild en de heren stellen rare vragen

Het is pas dinsdag, maar de bijzondere-telefoontjes-oogst is nu al groot. Mijn top drie tot nu toe:

  • Een oude meneer wilde absoluut met Imelda spreken, een Poolse poetsdame voor een vaste relatie. Hij had geprobeerd naar het sms-nummer te bellen dat bij de advertentie ‘in het gazetje’ stond.
  • Een wat jongere meneer was intens beledigd dat hij geen gehoor kreeg bij een website waarop gewillige dames werden aangeboden. En hij werd nog bozer toen ik zei dat ik geen telefoonnummers van dat soort diensten doorgeef.
  • En net belde een mevrouw voor de Ajaxbank.
    “Zoals de voetbalclub?”
    “Ja zoals de voetbalclub.”
    “Kunt u dat even spellen mevrouw?”
    “A – X – A”

Update: aan het eind van de week kon ik er nog een mooi gesprek aan toevoegen:
“Ik wil direct de cd bestellen van Nederland Zingt.”
“Watblief?”
“Dat is op televisie.”
Na even googelen, zie ik dat het om een programma van de EO gaat. Ik geef het nummer van de omroep en zeg erbij dat daar waarschijnlijk niemand meer de telefoon opneemt (20.00 uur).
“Jawel, ze hebben net nog gezongen.”

Dertigersdilemma: krijg ik spijt als ik nooit moeder word?

Ik ben een ramp als het om keuzes maken gaat en kan twijfelen over de stomste dingen, terwijl de meeste keuzes die ik maak nauwelijks impact hebben op mezelf, laat staan op het leven van iemand anders. Welk paar schoenen trek ik aan? Wat eten we vanavond? Breng ik mijn haar in model, of steek ik het snel in een staart?

Ooit moet ik een veel belangrijkere keus maken: wil ik wel of geen kind op deze wereld zetten? En op dat ‘ooit’ zit een houdbaarheidsdatum. Nog steeds zijn baby’s niet mijn favoriete wezens, maar zo erg als in 2009 is het al lang niet meer. De zekerheid dat ik absoluut geen kinderen wil, is verdwenen. Ik vermoed dat mijn nichtje daar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Het is nooit mijn grote droom geweest om moeder te worden, maar ik begin me de laatste tijd wel af te vragen of ik er spijt van ga krijgen als ik nooit moeder word. In de afgelopen weken hebben drie verschillende mensen me gevraagd of en wanneer ik kinderen wil. Telkens mensen die mij en de leuke jongen uit de trein met mijn nichtje gezien hadden en ons zo geweldig vonden samen.

Maar het liefste nichtje van de wereld blijft maximaal twee dagen. Een eigen kind breng je maximaal twee dagen weg. Ik ben een spontaan mens dat van ongeplande acties aan elkaar hangt en waar andere mensen op elk moment van de dag binnen kunnen vallen. Om mij heen zie ik moeders die nooit meer iets spontaans doen; afspreken moet weken van te voren, en als ze langskomen, vindt een complete volksverhuizing plaats met luiertassen, logeerbedden en knuffelbeesten. Gelukkig heb ik veel vriendinnen die toch nog regelmatig leuke dingen doen en hun kind gewoon meenemen.

Een kind vraagt om structuur, regelmaat, duidelijke regels. Ik ben een chaoot die weliswaar altijd haar deadlines haalt, maar in haar privéleven niet eens een vaste plek heeft voor haar sleutels, constant haar telefoonoplader kwijt is, voortdurend te krappe schema’s opstelt, vergeet hoe laat de treinen rijden, en dubbele afspraken maakt. Bovendien kan ik ter afwisseling van mijn drukke sociale leven ontzettend genieten van alleen zijn. Ik vind het heerlijk om thuis te komen in een leeg huis, tegen niemand te moeten praten, en nog even af te schakelen met muziek of een boek. Tegen de tijd dat ik ben afgeschakeld, is de crèche gesloten. Heb ik binnen de kortste keren Jeugdzorg op mijn dak.

Misschien ben ik gewoon bang. Bang voor wat een kind betekent voor mijn werk, voor mijn relatie met de leuke jongen uit de trein, voor mijn onafhankelijkheid en mijn humeur. Soms heb ik nachtmerries waarin ik van een sportieve, hardwerkende vrouw met een bloeiend uitgaansleven ben veranderd in een verslonsd ‘moeke’ dat in een huispak op de bank zit, het huilende kind op schoot, en wallen tot op mijn kin.

Honderden keren heb ik als antwoord op de grotere vragen geroepen ‘Later als ik groot ben’, maar later is nu… Of toch in elk geval binnen nu en 5 jaar.

Lomp

Soms heb ik een hartgrondige hekel aan mezelf. Meestal hebben die hekel-aan-mezelf-momenten te maken met pure lompigheid.

Die keer dat ik het porseleinen kikkertje, dat heelhuids uit de auto kwam waarmee mijn opa verongelukte, uit mijn handen liet vallen bij het stoffen bijvoorbeeld.

Of die keer dat ik met de auto het tuinhekje van ons vakantiehuisje raakte.

En al die keren dat ik ergens verdwaalde en vervolgens te laat kwam, omdat ik geografisch gehandicapt ben.

Vandaag is het weer zo ver. Ik zit middenin een dubbeldik hekel-aan-mezelf-moment. Bij het structureren van de mappen op mijn laptop, vond ik al mijn oude blogs terug. Dat was in elk geval de bedoeling. Maar in het document waarin ik honderden blogs handmatig moest plakken toen mijn vorige blogpagina offline ging, vergat ik blijkbaar de belangrijkste verhalen op te slaan. Alle onzinblogs die ik nooit meer terug had hoeven lezen, staan keurig gerangschikt onder elkaar, in chronologische volgorde, soms zelfs met het exacte tijdstip erbij. Maar de blog waarin ik voor de eerste keer melding maak van de leuke jongen uit de trein en me afvraag of ik voor hem ‘de jongen met de roze muren’ moet laten vallen, is verdwenen. Alle blogs over de jongen met de roze muren trouwens ook. Net als mijn overpeinzingen tijdens het prille begin van mijn relatie met zijn opvolger (die véél meer werd dan slechts een opvolger).

Teksten die ik lachend gelezen zou hebben, maar niet opnieuw kan schrijven.

Lomp, lomper, lompst.

Maar wat een geluk dat ik met mijn lompigheid altijd vooral mezelf raak. Teksten voor opdrachtgevers raak ik *klop, klop, klop* nooit kwijt en ik heb ook nog nooit iets stuk gemaakt wat voor een ander een grote emotionele waarde had. (Toch? Leuke jongen uit de trein? Of was je heel erg gehecht aan de glazen die bij je cocktailshaker hoorden?).