Berlusclowni

Het zou toch té hilarisch zijn als Silvio Berlusconi de Italiaanse parlementsverkiezingen wint? Een seksist die vrouwenslipjes verzamelt zoals hij macht verzamelt. Een ‘leider’ die onlangs uitsprak dat Benito Mussolini zo slecht nog niet was. Een zakenman die zowat alle Italiaanse media in handen heeft en geen tegenspraak duldt. Iemand die telkens weer democratisch wordt gekozen, terwijl hij toch geen groot fan van democratie lijkt te zijn. Vrijheid van meningsuiting geldt vooral hemzelf. En rechters zijn nog erger dan de Sicilaanse maffia.

Ik snap er niets van. Italië heeft alles. Literatuur, film, design, mode, ’t functioneert er allemaal op hoog niveau.  En dan heb ik het nog niet over de keuken, de landschappen, de historische gebouwen.  Waarom zou je een clown over al die rijkdom laten beslissen?

Confrontatie

“Hee wat toevallig, heb je ook net pauze?”
Mijn oud-klasgenoot zwaait naar me vanaf het andere einde van de straat.
“Nee, ik ben klaar voor vandaag en op weg naar huis”, antwoord ik.
“Oh wat relaxed, werk je nog maar halve dagen?”
Terwijl ze het vraagt, gaan haar ogen even naar mijn buik.
“Nee, op het callcenter is er gewoon niet genoeg werk voor hele dagen.”
“Callcenter?! Je werkte toch bij een reclamebureau?”

Het was ook donderdag…

… 14 februari, 5 jaar geleden. Ongeveer op dit moment (18.00 uur) stapte ik uit de trein die mij van Roermond naar Maastricht bracht. De leuke jongen uit de trein zat er niet in, die nam meestal een trein eerder. Ik had mijn gedachten tot ik in de trein stapte redelijk makkelijk bij het onderwerp ‘mannen’ vandaan kunnen houden; op het reclamebureau waar ik werkte was genoeg gekkigheid gaande.

Nu moest ik gaan nadenken. Wat zou ik doen als zou blijken dat ik met de leuke jongen uit de trein ook heel goed pilsjes zou kunnen drinken aan de bar van mijn stamkroeg? Wat zou ik de jongen met de roze muren vertellen als die weer aan de telefoon hing om iets af te spreken? Het was me wél al duidelijk dat áls het iets zou worden met de leuke jongen uit de trein, het dan niet zoiets vrijblijvends zou worden als met de jongen met roze muren. Of zijn voorgangers.

Dat is bewezen. Vijf jaar later. Ik heb de goede keus gemaakt. Dat realiseer ik me zelfs op de zeldzame momenten dat we schreeuwend tegenover elkaar staan. Ik had de afgelopen vijf jaar voor geen goud willen missen. Had de afgelopen vijf jaar zelfs voor geen baan willen missen (en oh wat wil ik sodeju eindelijk eens een werkplek waar ik kan blijven). Wat een hoogtepunten! En dat waren voor mij vaak ‘simpele’ dingen: samen op de bank met een boekje, samen uitslapen, samen op een terras de voorbijlopende mensen van commentaar voorzien.

9 juni 09 Barcelona

Vanavond heffen we het glas. Op de komende vijf jaar wat mij betreft. Jammer dat onze stamkroeg vandaag gesloten is en de barman van destijds, voor wie we nog een valentijnsgedichtje op een bierviltje schreven, er niet meer werkt.

Verkeerde moment, verkeerde plaats

Ik probeer de hele dag mijn mantra’s “het is maar werk” en “alles komt goed” te herhalen. Het helpt niet. Tranen vloeien rijkelijk en frustratie borrelt in mijn maag.

Als er mailtjes binnenkomen in de categorie “vanaf nu niet meer in kleur printen, geen kantoorartikelen meer bestellen en niet meer bellen indien niet absoluut noodzakelijk” dan weet je hoe laat het is. Dan zit je bij een bedrijf in nood. Alweer.

Net nu het zo goed ging. Net nu ik begonnen was met het aflossen van mijn studieschuld.

Nee, ik ben nog niet ontslagen. Met grof geschut zetten we allemaal in op acquisitie. Misschien hapt er iemand. Misschien komt het goed.

Maar hoe veel ik ook van verrassingen houd, voor deze onzekerheid ben ik ongeschikt.

DSCN1137

Is dit nu later als ik groot ben?

Ik ben het evenwicht kwijt tussen een goede vriendin zijn van de leuke jongen uit de trein, een goede vriendin zijn van mijn vrienden, een goed familielid zijn van het gezin dat ik op mijn achttiende verliet, een goede werknemer/ondernemer zijn en lief zijn voor mezelf. Ik zie iedereen te weinig en heb te weinig tijd voor mezelf.

De laatste keer dat ik een echt goed gesprek had met mijn mama of mijn zusje -glaasje wijn erbij en alles op tafel gooien- kan ik me niet precies meer herinneren. De laatste keer dat ik alleen iets met mijn broertje gedaan heb? Volgens mij woonde ik toen nog in Tilburg. 10 jaar geleden misschien?

Spreek ik af met vriendin A in stad B, waar ook vriendin C en D wonen, voel ik me schuldig dat ik niet ook even bij C en D ben langs geweest. Prop ik alle vriendinnen in woonplaats B wel in hetzelfde weekend, voel ik me schuldig dat ik voor iedereen zo weinig tijd had.

Zijn de leuke jongen uit de trein en ik eindelijk eens een avond samen thuis, moet ik nog aan een opdracht werken, of hang ik uitgeteld op de bank.

Lukt het me om een weekend niets af te spreken, baal ik er na een halve dag al van dat de belangrijkste activiteiten in dat weekend ‘dus’ in de categorie ‘huishoudelijk geneuzel’ vallen.

Besteed ik tijd aan mezelf -met een goed boek onder mijn fleecedekentje op de bank, kaarsjes aan, pot thee binnen handbereik- dan betekent het dat ik de volgende dag toch echt mijn boekhouding moet doen, mijn computer moet opschonen, of die verzekeringskwestie moet regelen en kan ik het niet nalaten om te deken “had ik dat gister maar gedaan.”

Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet ongelukkig. Dat zou raar zijn met het liefste lief, de liefste vrienden, de fijnste familie en het leukste werk ter wereld. Maar iets makkelijker om alle ballen in de lucht te houden, zou het allemaal wel mogen zijn. Tips?

Moeders en jurkjes

Poging 386 om de spelfout uit mijn blogpost van 7 januari te halen, mislukte. Ook met ctrl F5. Stom systeem! Dan maar opnieuw te publiceren… Erg jammer dat ik dan ook de reacties kwijt ben 😦

Behalve hele lieve, heb ik vooral goudeerlijke vriendinnen, daar schreef ik al eerder over. Als we elkaars kleding beoordelen onder het genadeloze tl-licht van een pashokje worden er zware oordelen geveld: “Je lijkt net een postorderbruidje”, “Wat een oubollige tuttenjurk”, “In dat shirtje heb je enorme borsten”… Ook de leuke jongen uit de trein steekt zijn mening niet onder stoelen of banken: “Als je dat aantrekt, loop ik niet naast je” of “Dat heb je toch zeker voor  carnaval gekocht?”

Ik houd van die eerlijkheid. Als ik om me heen kijk in de stad, kan ik niet anders dan concluderen dat meer mensen wel wat eerlijke vrienden kunnen gebruiken. Indien zowel mijn kritische vriendinnen als mijn lief lovend zijn over de nieuwste aanwinst van mijn kledingkast, weet ik zeker dat het desbetreffende kledingstuk me goed staat. Dan stap ik zelfverzekerd de grote boze buitenwereld in. Kin omhoog, haren wapperend in de wind, glimlach om de lippen. Bij wijze van. Het jurkje dat ik tijdens ons feest droeg oogstte tientallen complimenten, ook van de meest kritische aanwezigen. Maar niet van mijn mama. Zij plakt standaard het etiket ‘te kort’ en/of ‘te strak’ op elk jurkje of rokje dat ik draag, dus ook op mijn feestkleedje.

Blijkbaar kan ik heel goed tegen kritiek en commentaar, behalve als het van mijn mama komt. Ik heb een fantastische mama: lief, zorgzaam, hip en avontuurlijk. Ik weet dat ze van me houdt (dat is wederzijds) en dat ze zich zorgen maakt over mijn overgewicht. Ik weet heel goed dat het op de lange termijn niet slim is voor mijn gezondheid om die overtollige kilo’s mee te slepen. Maar ik zit ondertussen prima in mijn vel en schaam me niet voor mijn lijf (waarmee ik 10 (!) kilometer kan rennen zonder dood neer te vallen). Of toch? Want als ik echt blij was met mezelf, dan zouden mijn mama’s etiketten me na al die jaren niets meer moeten doen. Ze doen me wel iets.

Opnieuw werd ik boos toen ik gister mijn überhippe groen-met-witte-stippen, superleuke, nieuwe jurkje liet zien dat ik korter had laten maken door mijn schoonmama. “Je hebt het toch niet té kort laten maken?”

De volgende 10

Zodat ik er niet meer onderuit kan: 7 april, Parelloop Brunssum, 10 kilometer. *Slik*. Vriendin T en ik bekeken de gelopen tijden van de afgelopen jaren en konden niet anders dan concluderen dat we zullen eindigen met de bezemwagen op onze hielen. Wij vinden dat dat van ons extra stoere vrouwen maakt. Wie komt ons aanmoedigen?

De onvermijdelijke terugblik

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan, zegt men. Ik hoop het niet, want voor mijn gevoel begon 2012 een paar maanden geleden pas en nu is het alweer 2013. Zonde, het had best wat langer 2012 mogen blijven. Het was een goed jaar, vooral omdat bijna iedereen die me dierbaar is gezond bleef. Zo fijn!

Een hoogtepunt was de geboorte van mijn nichtje. Ik had nooit veel met baby’s, maar met dit prachtexemplaar wil ik elke dag wel knuffelen. Al blijf ik erbij dat het nóg leuker is nu ze baby-af is. Heerlijk om te zien hoe ze zelf eet (knoeiboel!) of kruipend de wereld ontdekt.

Hoogtepuntjes waren de dagen waarop de leuke jongen uit de trein en ik spontaan besloten om even ‘weg’ te gaan. Een dagje Nijmegen, een dagje Brussel. We moesten er niets en genoten met volle teugen. De beste aankopen doen we op dat soort dagen. Ik hartje de winterjas die maar 30 euro koste, inclusief 1 euro fooi.

Alle vakanties ‘in den vreemde’ waren ook een hoogtepunt. Al liep niet alles meteen van een leien dakje. Zo duurde het in Fez uren voordat we ons appartement vonden en werden we in Antwerpen op weg naar het hotel al bijna beboet voor zwartrijden. In de resterende dagen van ontdekken, cultuur snuiven en lekker eten, werd dat ruimschoots goedgemaakt. In Reykjavik ging er niets mis. Vriendin J en ik voelden ons er meteen thuis. Enige nadeel was de tijd, een paar dagen langer hadden we ook wel omgekregen.

De meeste vriendschappen werden hechter. Mijn vrienden zijn echt fantastisch. We delen ontzettend veel met elkaar, bespreken zo ongeveer alles, en steken elkaar heel vaak een hart onder de riem bij examens, sollicitaties, doktersbezoeken. We zien aan elkaars neus als het even niet zo goed gaat, maar weten elkaar er altijd van te overtuigen dat alles goed komt. We kunnen ‘nee’ zeggen als we geen zin hebben om iets af te spreken en we kunnen keihard zijn als we elkaar outfits beoordelen in de pashokjes. Ik zou geen andere vrienden willen.

Er was één vriendschap die abrupt stopte en één die ik met pijn in mijn hart heb laten verwateren na ontelbaar mislukte pogingen om iets af te spreken. Op 12 december feliciteerde ik mijn ex-beste vriend voor het eerst in 13 jaar niet met zijn verjaardag. Een paar keer aan een sms begonnen, maar die toch niet verstuurd. Het gaat om die leuke jongen waarmee ik jaren in hetzelfde studentenhuis woonde en waarmee ik hilarische avonturen beleefde op Cuba.

Na tientallen sollicitatiebrieven en even zo veel afwijzingen, kon ik in de herfst eindelijk weer fris, fruitig en vrolijk aan het werk in mijn eigen vakgebied. Het zouden nog iets meer uren mogen zijn, maar ook als het zo blijft (twee dagen teksten schrijven en drie dagen callcenter- en uitzendwerk) ben ik tevreden. Sinds september stond ik niet meer rood en dat wil ik in 2013 graag zo houden.

In 2012 baalde ik vaak van mijn gebrek aan daadkracht waar het ging om ‘dromen laten uitkomen’, maar ook om ‘het huishouden’ en ‘de boekhouding’. Die laatste twee zijn steevast activiteiten waar ik nooit zin in heb en die ik dus blijf uitstellen. Hopelijk zit daar dit jaar verbetering in. En wat die dromen betreft, ik heb zo’n gevoel dat in elk geval dat koophuis er gaat komen (laat de huizenprijzen nog maar wat verder zakken!) en misschien ook wel die reis naar China.

Ik wens iedereen een gezond, gezellig, liefdevol en avontuurlijk jaar!

Opa

Ik word altijd wat melancholisch in de donkere dagen voor Kerst en dan komen er vooral ‘wat als’ gedachten bovendrijven.

Als papa nog geleefd had, zou mijn leven er heel anders uitzien. Mijn nichtje zou er misschien niet zijn geweest, omdat die hele Benin-reis anders zou zijn verlopen en mijn zusje haar man dan niet zou hebben ontmoet. Dus misschien dat ik een heel klein beetje van een geluk bij een ongeluk kan spreken? Maar ook al zouden ze elkaar misschien nooit gekend hebben, toch draai ik filmpjes in mijn hoofd van opa en kleinkind.

Ik had ze elkaar zo gegund.

Op de filmpjes in mijn hoofd is mijn vader niet ouder geworden, terwijl mijn nichtje speelt dat ze ouder is. Het lukt me niet om goede plaatjes photoshoppen van mijn papa met een baby. Van mijn papa en mijn nichtje als peuter/kleuter, zie ik de beelden levendig voor me.

Ik zie hem met zijn handen op zijn rug door het bos wandelen, in dezelfde houding als mijn opa. Mijn nichtje huppelt voor hem uit. Soms tilt hij haar op om haar iets te laten zien. Of hij zet haar in een stevige klimboom en doet alsof hij haar daar achterlaat. “Grapje!”

Ik zie hem en mijn nichtje tegen een bal schoppen. Hij laat zich soms theatraal vallen, of schopt opzettelijk naast de bal. Het is zomer en hij draagt zijn veel te kort afgeknipte spijkerbroekje. Mijn nichtje lacht en hobbelt enthousiast over het gras.

Ik zie voor me hoe mijn papa mijn nichtje aan haar armpjes door de lucht zwaait tot ze allebei duizelig zijn.

Ik moet het ermee doen, met die filmpjes in mijn hoofd. Ook als ik misschien ooit een ‘eigen’ kindje op de wereld zet. Iets waar ik helemaal geen beeld bij heb.

 

Welke crisis?

Gister stond ik 15 minuten in de rij bij de Hema om een paar spullen af te rekenen en wachtte ik even lang bij de best wel dure, maar oh zo lekkere bakker met Duitse specialiteiten. Om er te komen moest ik mij letterlijk door een winkelende mensenmenigte heen worstelen.

Vandaag was ik op pad om enquêtes af te nemen voor de gemeente. Bijna niemand had zin om mee te werken met als meest gehoorde excuus ‘geen tijd’. Ondertussen werd er gewinkeld alsof er levens vanaf hingen. Ik zag kinderwagens waar het kind uit gehaald was (janken, janken!), zodat de tassen met Kerstcadeaus en glitteroutfits erin opgestapeld konden worden. De verwarmde buitenterrassen zaten stampvol en er werd niet zuinig van de glühwein en de speciale bieren genipt.

Ik weet uit ‘de verhalen’ dat de economie niet op rolletjes loopt, dat steeds meer bedrijven failliet gaan, steeds meer mensen hun baan verliezen, steeds meer mensen zichzelf in de schulden steken en bij de voedselbank moeten aankloppen, of bij hun ouders. Toch krabde ik mij dit weekend regelmatig achter mijn oren. Welke crisis? En hoe frustrerend moet de aanblik zijn van mensen met aan elke vinger een volle tas als je écht niets te besteden hebt? Zou je dan juichen als je voor het eerst weer in de rij staat bij een echte bakker, omdat je het je eindelijk kunt veroorloven om geen fluffie supermarktbrood meer te hoeven eten?