Schooljaar op z'n eind

Gister was ik rond deze tijd net pas thuis. Na het ALLERLAATSTE college van het premaster jaar had ik nog wat uitzoekwerk te doen op de VU. Ja, dat was ‘t dan. De laatste keer dit schooljaar opzitten en pootjes geven in een klein lokaaltje op de elfde verdieping van het hoofdgebouw.

De tijd is zo snel gegaan. Het lijkt pas een paar weken geleden dat ik me een nietig, klein, onwetend wezen voelde dat verdwaasd door de gangen van de VU dwaalde. Alles was groot en overweldigend en ik dacht dat ik er nooit mijn draai zou vinden. Die paar weken waren in werkelijkheid acht maanden en inmiddels weet ik hoe de printer werkt (al doet die lang altijd wat ik wil), kan ik soms de juiste artikelen vinden in de bieb en wijst de geur van geneeskundekoffie me feilloos de weg. Mijn draai heb ik gevonden, vooral dankzij een aantal studiegenoten waarmee ik een prima ‘werkstukkenteam’ vorm. Studiegenoten waar ik heerlijk tegenaan kan klagen, maar waarmee ik ook ontzettend kan lachen.

Betekent dat het laatste college voorbij is dat het nu vakantie is? Nee. Helaas. Voor me ligt een 137 pagina’s tellend XHTML-practicum. Rechts van mij een stapel artikelen, aantekeningen en transcripten die samen een scriptie moeten gaan vormen. Links mijn agenda vol onmogelijke deadlines. En recht vooruit een laptop die de laatste tijd meer kuren vertoont dan ooit tevoren. Er kwam al een Trojaans paard voorbij en de melding dat ik elders al was ingelogd op hotmail…

Als alles goed gaat (lees: als ik ooit een stop met dit vervloekte studie ontwijkende gedrag) zit het er 30 juni op. Dan moet alles ingeleverd zijn. Dan is er niets meer aan te doen. Betekent het dat het dan vakantie is? Nee. Helaas. Dan ga ik 6 weken fulltime werken. Maar dan ben ik wel super trots op mezelf!

Kwijt, vermist, verdwenen, onvindbaar, zoek

Het ging al zo lang goed dat ik bijna dacht dat ik genezen was. Of gemuteerd. Maar mijn naarste eigenschap, mijn ongewenste super power, blijkt niet verdwenen en slaat lekker hard terug.

Zondag liet ik een boek in de trein liggen. Een op-het-puntje-van-de-treinstoelboek. Elk moment kon de dader van een gruwelijke moord en verkrachting worden onthuld.

Vandaag concludeerde ik dat ik niet 1 maar 2 zonnebrillen als vermist kan opgeven. Terwijl het seizoen nog maar nauwelijks is begonnen.

Daar gaan we weer…   Grumnbl.

De wonderlijke weg naar Paradiso

"Jij moet zo zeker optreden?", vraagt de vrouw naast me.
"Nee", antwoord ik verbaasd.
"Wat brengt je dan hier?"
"Hij is mijn vriendje", zeg ik, en wijs naar de leuke jongen uit de trein die op het podium zijn hele ziel en zaligheid in een nummer van Tracy Chapman steekt.
"Gefeliciteerd."
"Ehm, dankjewel."
"Wauw, hij kan echt goed zingen. Zingt hij ook wel eens voor jou? Hoe heet hij eigenlijk? En waar komt ie vandaan?"

De vrouw naast mij is in de afgelopen minuten duidelijk een fan geworden. Terwijl ze voor een andere groep naar de Clash of the Coverbands is komen kijken, vermoed ik dat haar stem naar Robinson gaat. Niet dat Robinson haar stem nodig heeft, want de winnaar volgens de jury is: Robinson!!!

De stemmen uit het publiek zorgden ervoor dat de weg naar Paradiso voor nog twee bands niet doodliep in Den Bosch.
De ene band staat volkomen terecht in de volgende ronde. De stemmen van de twee zangeressen pasten perfect in elkaar. De podiumpresentatie van de hele zevenmansformatie was top, omdat iedere muzikant plezier uitstraalde.
Over de andere band heb ik vannacht wakker gelegen. Ik vat het nog steeds niet. Behalve dat de zanger niet kon zingen had hij ook nog de uistraling van een platgereden egel. Bovendien waren de nummers die ze speelden pas herkenbaar aan het refrein. En dan nog met moeite.

Het is dus niet alleen bij programma’s als X-Factor en Idols dat ik het Nederlandse publiek niet snap. Maar wat doet het er eigenlijk toe? De leuke jongen uit de trein heeft gewonnen en vakjury’s hebben altijd gelijk 😉

Nederlanders in Zweden

We zitten in een Zweeds specialiteitenrestaurant. Op de kaart veel lekkers, zoals gebakken haring, gehaktballetjes van wild en rendierbiefstuk. De entourage is prachtig: het interieur heeft warme kleuren, de bediening is super vriendelijk en de cognac wordt ter plekke uit grote, houten vaten geschept. Het Nederlandse stel naast ons kijkt nogal verveeld en blijft ook tijdens het bestellen ongeinteresseerd op de ellebogen leunen. Terwijl wij genieten van onze maaltijd, wordt het eten van de buren geserveerd. De ober heeft zijn kont nog niet gekeerd of het meisje roept hem terug. "Do you have some meejooo?" Niet eens voor de frietjes, want die zitten er niet bij. Nee, het wicht bedelft haar hele ELANDburger onder een dikke laag mayonaise. Auw.

Nederlanders in Zweden. En dan heb ik het nog niet eens over die eerstejaarsstudenten die met hun luidruchtige stemmen en (be)tastgrage handjes de gids in het paleis onverstaanbaar maakten en tot wanhoop dreven.

Zweedse uiterlijkheden

02052009081 De leuke jongen uit de trein en ik vielen ontzettend uit de toon in Stockholm. 

De mannen hadden iets met de kleur lichtgeel en echt niet alleen voor hun haar. Ze vonden het ook een uitstekende kleur voor broeken, V-hals truien en bloesjes met rechtopstaande kraagjes. Sommige gasten leken regelrecht van een tennisbaan gestapt… ergens eind jaren ’70. En dat haar, dat zat steevast met een hele pot gel naar achter of opzij geplakt.

De vrouwen (waaronder veel minder knappe, blonde exemplaren dan dat de leuke jongen uit de trein had gehoopt) droegen meestal rokjes in de breedte van een grote riem, of jurkjes (vaak in houthakkersruit) die de onderkant van hun derriere maar net haalden. Gelukkig zat er meestal nog een paar afgeknipte steunkousen onder die men legging placht te noemen, want ook de exemplaren zonder slanke benen staken zich in niemandalletjes. De voetjes verdwaald in reusachtige sportschoenen. Het bovenlijf gehuld in iets rose. 

De leuke jongen uit de trein en ik hebben een fantastische tijd gehad. Veel gezien, veel gedaan, genoten van de zon, genoten van heerlijk eten, genoten van elkaar. En… we hebben ons hele middagen geamuseerd met kijken.

Terug bij de vis van Karate Henkie

Het kon niet anders dan dat oud-collega M en ik gister bij de vistoko van Karate Henkie zouden belanden. Ik was er al een maand of 8 niet meer geweest. De laatste keer was zonder meer memorabel te noemen. Het was de dag dat collega A in navolging van mezelf de Firma Leugen en Bedrog voor de laatste keer zou verlaten. Maar behalve ik was nog niemand daarvan op de hoogte. Ook DD niet, die net binnen kwam toen we een grote hap van ons broodje garnalen namen. Het was vlak na dat hij mijn vorige blog had ontdekt…

Het belletje van de deur bracht een hele reeks herinneringen naar boven. Het altijd slechte humeur van Karate Henkie. Zijn klaagzangen waar hij altijd moslims of Endemol bij wist te halen. Hij noemde me nooit bij mijn naam, ik was een smurf als ik iets blauws aan had, de hulk als ik iets groens aanhad, of gewoon een kleine opdonder als hem dat beter uitkwam. Toch was hij altijd blij me te zien. Niet voor niets bewaarde hij een bak ijs voor me tussen de diepvrieszakken inktvisringen. Niet voor niets kwam de horecagrootverpakking koekjes boven tafel als we koffie bestelden. En niet voor niets reageerde hij telkens verontwaardigd als ik een keer afrekende voor mij en mijn collega’s. Want dat moesten de mannen toch doen. 

De collega’s van Karate Henkie waren toen al de echte toppers. Altijd vriendelijk. Altijd belangstelling in wat je deed. En een ongelofelijke productkennis. Welke vis wanneer het lekkerst is en hoe je ‘m dan moet klaarmaken.   

Karate Henkie was er gister niet, van zijn collega’s kregen we een warm onthaal. Ze waren oprecht blij ons weer te zien. Ze wisten zelfs nog dat ik naar Utrecht ben verhuisd om in Amsterdam te studeren. Wauw. De kibbeling en de maatjes smaakten voortreffelijk als vanouds. Er zijn maar heel weinig dingen die ik mis aan mijn tijd bij de Firma Leugen en Bedrog. De vistoko van Karate Henkie hoort daarbij.

Respect

We lagen elkaar niet. We vonden elkaar geen blik waard. Meer woorden dan absoluut noodzakelijk maakten we niet aan elkaar vuil. Na de middelbare school, als we elkaar in de stad per ongeluk tegen het lijf liepen, deden we of we elkaar niet kenden. Geen wonder dat ik even moest slikken toen zij het schoonzusje van de leuke jongen uit de trein bleek te zijn.

We zijn nog steeds elkaars type niet (al ben ik geen alto meer en zij geen gabber), maar kunnen het prima met elkaar vinden bij de schoonouders aan het paasdiner, of tijdens een potje bowlen op de familiedag. Het glas rode wijn dat ik met het uitpakken van de kerstcadeautje over haar jurkje liet vallen deed daar niets aan af. En ook de totaal ontactische opmerking van een nichtje van de leuke jongen uit de trein die ons nog even fijntjes op ons gezamenlijke middelbare schoolverleden wees, richtte nauwelijks schade aan. 

Sinds afgelopen zaterdag heb ik besloten dat ze een diepe buiging waard is. Met zulke ouders toch nog als een sociaal denkend wezen in de wereld kunnen staan is een prestatie van formaat.

Bij sommige mensen moet ik wel eens tot tien tellen en diep ademhalen om ze aan te kunnen. Afgelopen zaterdag had ik al tot 11999 geteld en stonden de hoorntjes nog steeds op mijn hoofd. De monologen van haar vader, waar niemand een speld tussen kreeg. De veren die hij in zijn eigen kont stak. Het denigrerende toontje dat hij tegen zijn dochter en zijn schoonmoeder aansloeg. Zijn stemverheffing om toch vooral de aandacht vast te houden. Het gemak waarmee hij zich door zijn dochter en schoonzoon liet bedienen. Zijn vrouw die er schaapachtig bij zat te lachen als ze even niet de moeite deed een totaal nutteloze opmerking aan de monoloog van haar man toe te voegen.

Dan als dochter blijven lachen en ook nog een goede gastvrouw zijn voor de rest van het bezoek. Ik vind het knap. Het meisje met de boze blik en de dikke groene bomberjack op de middelbare school, heeft een groot gevecht tegen haar genen moeten leveren om te worden wie ze nu is.

Beter!

Gelukkig duren de depressies in mijn wisselvallige leven nooit lang. Net een goed gesprek gehad met de (vervangend) studieadviseur. Wat een fijn mens! Ze dacht echt met me mee, ze zou bijvoorbeeld uitzoeken of ik mijn inschrijving bij de universiteit tijdens mijn stage stop kan zetten om op op die manier collegegeld te bespraren. Ook had ze het goede nieuws dat als het me lukt om in de periode september – december 30 studiepunten te halen, ik na mijn stage alleen nog hoef te zorgen voor een stageverslag en voor mijn scriptie. Als ik dus in de zomervakantie volgend op mijn stage keihard aan de slag ga (met de nadruk op ALS), kan ik de studievertraging beperken tot een maand of drie. Dat klinkt een heel stuk beter dan het halve jaar dat ik in gedachten had. Voor mijn 30e afstuderen ga ik dan net niet halen, maar misschien haal ik de eindstreep nog voor het begin van 2011. 

Het liefst zou ik vandaag al aan mijn stage beginnen. Vanmorgen had ik mijn toekomstige afdelingshoofd weer aan de telefoon en haar enthousiasme over mij en de taken die ze me gaat toebedelen, werkt super aanstekelijk. En dat terwijl ik zelf al overliep van enthousiasme toen ik haar de eerste keer na het sollicitatiegesprek aan de lijn had. Ze gaat de lat ontzettend hoog leggen, maar dat is voor mij alleen maar goed. Ik werk het best als de uitdaging het grootst is.

Dat ik weer zit te bloggen in plaats van te studeren, betekent dan blijkbaar dat de uitdaging om het eerste jaar van mijn studie af te ronden niet zo groot is?