Ik had niet gedacht dat ik het ooit zou zeggen, zeker niet na het familiedrama van afgelopen jaar, maar: het was een topkerst!!! Gezellig samen. Eten. Van culinaire hoogstandjes tot ordinair maar niet minder lekker gourmet. Drinken. Van kroegpils tot door de leuke jongen uit de trein met liefde bereidde bowl. Spelletjes. En die voor mijn doen nog redelijk goed spelen ook. Sterker nog, ik won er zelfs 1. Een wandeling in de woonplaats van mijn kindertijd. En daar bekenden tegenkomen. Vrienden. En nog meer vrienden. Zijn familie. Mijn familie. Cadeaus. Blije blikken om die cadeaus. Soms verbaasde blikken. Dankbaarheid. Een grotere kamer nodig vanwege die cadeaus (weer 5 boeken erbij, jippie
). Ik schreef het al, maar hier nog een keer: het was een topkerst!!! En nu op naar een top jaarwisseling!
Wat niet weet, wat niet deert
Ik geef toe dat ik me niet altijd aan de relatieregels heb gehouden. Ik zoende wel eens met een vakantieliefde, terwijl de persoon die ik in Nederland mijn vriendje noemde daar geen weet van had. Dat paste uitstekend bij mijn motto: "Wat niet weet, wat niet deert." Inmiddels ben ik wel een tikkeltje volwassener geworden (of zou dat er niets mee te maken hebben?) en gedraag ik me al twee vriendjes achterelkaar volkomen monogaam.
Ik ken de verhalen die over een goede bekende van mij de ronde doen, ongeveer net zo lang als ik die goede bekende ken. Zijn eerste vrouw zou van hem gescheiden zijn, omdat hij vreemd ging. Zijn tweede vrouw zou hij letterlijk van haar (en zijn) geboortegrond geplukt hebben. Hij vond haar wel aardig, vooral vanwege haar rijke vader die veel grond bezit. Grond waarop hij de projecten die hij vanuit Nederland bedenkt, uit kan voeren.
Zijn vrouw is veel meer dan aardig. Ik heb een paar keer met haar samen mogen werken op festivals. Zij is de persoon die de moed erin houdt, ook al komt er geen kip naar onze infostand. Zij is de persoon die ons met gevulde thermoskannen en koelboxen telkens nieuwe lekkernijen uit haar land laat proeven.
De verhalen liet ik langs me heen gaan zo lang ik er geen bewijs van zag.
"Wat doe jij hier?!" vroeg de goede bekende verschrikt toen hij mij gisteravond in het cafe zag staan waar hij juist naar binnen liep. Hij had me niet verwacht in de dorpskroeg van zijn dorp. Die schrik was van korte duur, want even later stond hij breeduit te zoenen. Met die vrouw die niet zijn vrouw was.
Een tijd geleden vroeg die goede bekende me of ik een boek over hem wilde schrijven. Het was immers heel bijzonder wat hij allemaal had bereikt. Vertrokken uit een ver land. Huis en haard achtergelaten. En hier had hij het maar liefst achtereenvolgens tot profvoetballer en gemeenteraadslid geschopt.
Dat boek kan hij krijgen. Maar dan komt alles erin.
Gadverdamme wat baal ik van het vertrouwen van die goede bekende in mij. Hij gaat ervan uit dat ik niets tegen zijn vrouw ga vertellen. En wat baal ik van mezelf dat hij daar gelijk in heeft. Ze zou me niet geloven. Of niet willen geloven.
Voor iedereen die ik ken die vreemd gaat, zeker in het geval dat ik de bijbehorende vriendin/vrouw/vriend/man ook ken: Doe dat alsjeblieft niet in de dorpskroeg. Niet onder mijn neus.
Indrukwekkende agent
Ik zat net zomaar in een levensechte comedy. In een lange sliert staan we met onze fietsen voor het rode stoplicht. Helemaal vooraan een politieman met stoere politiemountainbike. Een forse man, te breed voor zijn politiejasje dat is opgekropen tot halverwege zijn rug. Eronder vandaan komt een niet erg charmant wit shirt. Een wilde, grijze haardos wordt enigszins door zijn helm op de plaats gehouden en op zijn kin groeit een onverzorgde, woeste, grijze baard. De rode wangen en rode neus maken het kabouterbeeld compleet. Net als ik denk dat het voor een snelle jongen kinderlijk eenvoudig moet zijn pistool of wapenstok te pakken te krijgen, fiets een oud vrouwtje ons tegemoet. Door het rode licht. "Mevrouw, wilt u wel eens op het rode licht letten?" zegt de agent. Het oude vrouwtje doet vanzelfsprekend of ze hem niet hoort en fiets door. Waarop de de grijze haardos en de dikke buik samen de achtervolging inzetten. Erg snel kwam agent Plop overigens niet vooruit, in tegenstelling tot het oude vrouwtje dat verdomd hard bleek te kunnen fietsen…
Helaas heb ik niet gezien hoe het afliep, want het stoplicht werd groen en mijn warme kamertje lonkte. Dus wie een leuk einde weet, mag het zeggen.
Held
Hij was er even bij gisteravond. En daarom is mijn broertje nu toch een beetje mijn held. Als hij zich van te voren net zo’n zorgen heeft gemaakt als dat ik dat deed (en anderen over mij), kan ik niet anders dan een diepe buiging maken voor het feit dat ie toch, als laatste, over de drempel van dat restaurant stapte en bij ons kwam zitten.
Zes jaar
Zes jaar geleden had ik op dit tijdstip nog geen idee van de hel die mijn dag zou worden. Ik zat te balen dat de treinen niet reden en dat ik niet op mijn stageplek kon komen. Lekker belangrijk, achteraf gezien. De langste treinreis die ik in mijn leven ooit gemaakt heb, was de treinreis die avond naar huis. Het huis waar mijn vader nooit meer vrolijk binnen zou wandelen, nooit meer in de vlammen zou staren, nooit meer op de bank zou liggen ‘nadenken’ en nooit meer zou genieten van de muziek die Hans hem liet ontdekken. Zes jaar. Soms lijkt het een eeuwigheid. Soms lijkt het net gister.
Flirten op academisch niveau
"Zo jammer, nu het eindelijk echt statistiekweer is, van dat weer dat je op je zolderkamer achter je computertje berekeningen zit uit te voeren en de wind langs het dak en door de kieren giert, nu het eindelijk echt statistiekweer is, geef ik alweer mijn laatste college". Onze statistiekdocent aka de duivel aka het stijlicoon, had er zin in vrijdagmorgen. Zijn toehoorders aanmerkelijk minder, bleek uit de vele (domme) vragen die we stelden.
Na afloop bogen M en ik ons over de bijbehorende praktijkopdracht. Dat was overigens niet de laatste, want volgende week volgt de eindopdracht waar we een cijfer voor krijgen. Met M’s laptop en mijn 800 pagina’s tellende statistiekboek bij de hand nestelden we ons aan de grote tafel op de tiende verdieping van het letterengebouw. Luidkeels discussieerden we over de wereld van de nulhypothese. "Moeten we nu een F-toets doen of een T-toets? En komt er dan iets met chi kwadraat uit of toch Pearson’s correlatie?"
Twee typische nerds (vormeloze kleding, dikke brillenglazen) kwamen onze kant uit. Van die types waaraan je gewoon ziet dat ze goed zijn in wiskunde en aanverwante zaken. Ik dacht: "Handig we krijgen hulp." Maar in plaats daarvan vroegen zij ons of wij misschien wisten welke toets ze bij vraag 9 moesten doen en of het nou ging om een binnengroepen- of een tussengroepenopzet. Perplex als we waren, gaven we het tweetal het juiste antwoord. Nog twee keer (!) kwamen ze terug met een soortgelijke vraag. Was dit nu flirten op academisch niveau?
Blijkbaar niet. Want toen we hen uiteindelijk om hulp vroegen, omdat we de weg in de wereld van de nulhypothese waren kwijtgeraakt, gaven ze niet thuis. Sterker nog, ze liepen gewoon door. De wereld van de VU zit vol verrassingen.
Geslapen als een os
De dinsdagen worden steeds leuker; dat komt ongetijfeld doordat er een correlatie is met de hoeveelheid lessen die ik die dag volg: steeds minder. En na die laatste les nam ik metro en tram naar vriendin A. Een vriendin waar ik stikjaloers op ben. Ik gun haar alles, maar oh oh oh wat zou ik ook graag een oom hebben die een appartement over heeft om de hoek van de Albert Kuyp. De avond was bijzonder gezellig. Na de thee kwam de wijn, en nog meer wijn, en bij de pizzaria ook nog maar een wijntje. Weer bij haar thuis namen we een kop koffie. En toen toch weer een wijntje. En ondertussen kletsen, kletsen, kletsen.
Ik heb daarna geslapen als een os. Ongelofelijk. Normaal word ik altijd wakker als huisgenoot K om 6.15 uur het licht op de gang aandoet. Maar dat heb ik vandaag gemist. Om 7.15 uur schrok ik wakker van stemmen waarvan ik zou zweren dat het mijn moeder en mijn zusje waren. Met het gevolg dat ik heel even geen idee had waar ik was.
Dat gebeurde me op de universiteit nog een keer. Na een boeiende, maar doodenge scriptiebijeenkomst (het komt nu wel heel dichtbij allemaal) verdwaalden M en ik op de wis- en natuurkundefaculteit…
Op stap enzo
De vrijdag begon met een nieuw record: we hebben nog nooit zo snel onze statistiekopdracht tot een (goed?) einde gebracht. Bovendien ging ook de opdracht tekstanalyse van een leien dakje, terwijl dit de eerste keer was dat het illustere duo M & L deze helemaal zelf moets maken.
De vrijdag eindigde met een pesthumeur. Ik liep een leuke avond met een paar meiden mis, doordat er in de kroeg waar we hadden afgesproken een besloten feest bleek te zijn. En we konden elkaar niet bellen om dat te vertellen, want we hadden elkaars nummer niet. Stom natuurlijk. Maar het allerstomste van de vrijdagavond was dat ik al lang in de gaten had dat huisgenoot 1 en 2 samen naar het verjaardagsfeestje van huisgenoot 3 zouden gaan (ze vierde het niet thuis) en dat het niet de bedoeling was dat ik dat zou weten. Dus kreeg ik een vaag en ontkennend antwoord toen ik aan huisgenoot 1 die zich uitvoerig stond op te maken voor de spiegel vroeg of ze nog op stap ging. Een kwartier later gingen huisgenoot 1 en huisgenoot 2 uitgedost met cadeautjes onder de arm samen de deur uit. Alsof ik achterlijk ben?!?
Zaterdag goed uitgelapen en topfit. Nieuwe ronde nieuwe kansen. Met mijn gezellige en meest stapgrage nicht (in de niet-homo variant van het woord), die er speciaal haar Kruitvat treinkaartjes voor had ingezet, moesten er zaterdag wat Utrechtse kroegen van binnen bekeken worden. Na een hele middag winkelen, een film, Vlaamse frites en een fles wijn glibberden we door de kou naar Utrecht Centrum.
Er speelden zich voor onze ogen grappige taferelen af, terwijl we rustig met een pilsje in de hand tegen de bar leunden.
*De kleine jongen met zijn strakgetrokken kapsoel die zich enorm uitsloofde op de heftigste dansmoves. En maar om zich heen kijken om te controleren of iedereen wel naar hem keek. Totaal buiten adem wist hij uiteindelijk een klein, gewillig meisje een drankje aan te bieden. Ze liep er meteen mee terug naar haar giebelende vriendinnen.
*De lange, blonde jongen met zijn Aziatische harem. Hij ging de vijf dames wel even leren hoe ze tequilla moesten drinken. Tussen het zout en de citroen lagen ze al bijna onder de tafel.
*De twee jongens die helemaal niet toevallig vlak na twee bepaalde meiden het cafe verlieten en tegelijk met die meiden het volgende cafe weer binnen gingen, maar het duidelijk wel zo wilden laten lijken.
In die volgende kroeg was de sfeer een tikkeltje meer beinvloed door grote hoeveelheden alchohol. Van rustig tegen de bar leunen was heer geen sprake. Er was niet eens plaats voor, al had je het graag. Er werd ordinair gelebberd in de categorie ‘doe dat alsjeblieft thuis’. Een lange kerel met lodderoogjes viel languit achterover, had geen idee wat hem overkwam, probeerde op te staan en ging weer onderuit. Dankzij het volle glas bier dat hij aan het begin van zijn val nog in zijn hand hield, werden T en ik vanmorgen wakker met heerlijk zacht haar. Ik vermoed dat Meneer Lodderoog wakker is geworden met koppijn en blauwe plekken. Het randje van het podium waar hij vol met zijn rug op landde, was niet bepaald fluweelzacht.
Vandaag heerlijk uitgeslapen en samen ontbeten. Het was echt supergezellig dat T hier was. We zien elkaar eigenlijk te weinig. Ik heb nauwelijks familie aan mijn vaders kant, dus zou moeilijk zou het niet moeten zijn. Anyway, had ik al gezegd dat het erg gezellig was?
Toch heb ik nu, zondagavond, alweer een pesthumeur. Vandaag niets aan mijn studie gedaan omdat de flauwe tijdschriften die ik bij Bruna had gehaald, veel lekkerder weglezen dan boeken die handelen over de Wereld van de Nulhypothese. Daar voel ik me slecht over, want er ligt een stapel studiestof op me te wachten waar ik nauwelijks overheen kan kijken. Stom natuurlijk. Maar het allerstomste van de zondagavond is dat de leuke jongen uit de trein deze avond hier zo’n 200 kilomter vandaan doorbrengt.
Strategisch spijbelen
Het was heeeeeel fijn om vandaag niet bij het college tekstanalyse te zijn.
Het is weer dinsdag, de langste dag van de week. Ik ben fitter, actiever en vrolijker dan de afgelopen dinsdagen het geval was. En dat is maar goed ook, want de deadline van de freelance-opdracht van afgelopen weekend blijkt morgenvroeg te zijn…
Dit was geen spijbelen, dit was strategisch spijbelen.
Slaan
Geen idee wat ik fout gedaan heb. Of ik wel iets fout gedaan heb. Misschien verbeeld ik het me maar dat mijn huisgenoten mij regelmatig in de negeerstand hebben staan. Misshien is het toeval dat ze wel eens samen eten of film kijken juist op de avonden dat ik er niet ben. Misschien hebben twee van mijn drie ‘housies’ mijn mailtje waarin ik voorstel om eens wat met zijn vieren te gaan doen niet gekregen en geven ze daarom geen antwoord. Wat het ook is, het werkt op mijn humeur. Ik krijg er zin van om mensen te slaan.
Zo had ik de jongen die vanmorgen om acht uur (!!!) op skeelers over het drukste fietspad van Utrecht reed best een knal willen verkopen. De studenten die elkaar in de fietsenstalling van de UU stommeverhalen stonden te vertellen die ik wel moest horen omdat ze zo hardpraatten en omdat ik mijn fiets niet van het slot kreeg had ik graag met hun blonde hoofdjes tegen elkaar laten botsen. En dan die vrouwen die van de Margriet Winter Fair afkomen. Behangen met duffe tassen vol hebbedingetjes sjokken ze nu al dagen breed en sloom de stad in nadat ze zichzelf een dagje hebben laten "verwennen" in de Jaarbeurs. Zij vragen echt om een pak slaag. En wie ben ik om die uitnodiging af te slaan?
Maar dus mijn huisgenoten. Ik denk dat ze me niet zo aardig vinden. Daar baal ik van.