“Vieze stinkstad vol irritante kerels”, zei ik toen ik 18 (?) jaar geleden terugkwam uit Rome. Een stinkstad vind ik het nog steeds. In bijna ieder hoekje komt de ammoniak je tegemoet. Van alle Europese steden waar ik ooit was, ligt hier het meeste afval op straat. Op sommige pleinen is geen vuilnisbak te bekennen. De vorige keer kon ik daar niet doorheen kijken, nu wel. En voor de kerels die ons 18 jaar geleden voortdurend ‘ciao bella’ roepend achterna liepen en lastigvielen, ben ik al lang niet meer interessant.
Als je het vuil negeert, is Rome een prachtige stad. Gigantische standbeelden, majestueuze pleinen, brede trappen en machtige gebouwen. Gebouwen met schoonheid tot in de kleinste details. De marmeren tegels op de vloer, het beslag op de deur, de stenen vensterbanken, de zuilen, de trappen. En dan de leeuwen, engelen, saters en goden die de daken ondersteunen.
In mijn herinnering was Rome gigantisch groot. Dat bleek mee te vallen. Ik deed alle bezienswaardigheden te voet. En dat zonder Google Maps, omdat ik nergens mijn internet aan de praat kreeg. Halleluja voor de leuke jongen uit de trein die me telefonisch begeleidde naar mijn hotel. En halleluja voor de grote en makkelijk herkenbare straten Via Cavour en Via Nazionale zodat ook iemand met een geografische handicap telkens de weg terugvindt.

Altijd hoogseizoen
Een monument vinden, wil nog niet zeggen dat je het ook kunt aanraken. Ik heb het verschillende mensen gevraagd, maar Rome heeft geen laagseizoen. Dus ik zwaaide naar de Trevi, maar had niet de puf me er een weg naartoe te ellebogen om het water te kunnen zien. Ook het Vaticaan zag ik van een afstand over een zee van hoofden. Een beetje dwalen door de straten is mijn lievelingsbezigheid in iedere stad. Want ‘om de hoekjes liggen de koekjes’. Dus dat is wat ik deed.
Zo zat ik ineens in een groot sportpark met een basketbalveld een gigantische skatebaan en een aantal fitnesstoestellen. Terwijl een tiener met onvoorstelbaar doorzettingsvermogen steeds hetzelfde trucje oefende op zijn skateboard en herhaaldelijk viel, deed een vrouw van een jaar of 60 met een lange grijze staart buikspieroefeningen in een hip zwart sportpakje. Een basketballer smeerde zijn hoofd in met zonnebrandcrème terwijl een jongetje van hooguit vier zijn helm opzette om de baan op te gaan. Ik had een boek bij me, maar kwam niet aan lezen toe. De zon, de sportieve mensen, de schoonheid van het park (veel groen) en het grotendeels ontbreken van andere toeristen bezorgden me een ultiem geluksmoment. En van waar ik zat, had ik ook nog uitzicht op het Colosseum! Ik ben geen expert, maar dit park moet in een wereldwijde top-3 staan. Als je ergens je pols moet breken als je in een halfpipe naar beneden stort, is het hier.
Italiaanse keuken
Over een top-3 gesproken. Italiaans eten staat daar voor mij denk ik wel in. Te beginnen met koffie. Die viel in Ierland niet tegen, maar een espresso in een Romeins barretje… engeltjes die op je tong piesen. En na het ontbijt een cappuccino met perfecte schuimtopping. Wat een zegen om niet in iedere winkelstraat en op ieder station tegen een Starbucks aan te lopen. Want hoezo zou je hier een pumpkin spice chai latte dinges drinken?! Pasta als lunch én als diner vind ik helemaal prima. Weinig ingrediënten, maar allemaal super vers. En wat te denken van het allerbeste ijs in alle kleuren en smaken?
De avond dat we met alle collega’s gingen eten was een bacchanaal. Nog nooit gezien dat er zó veel eten overbleef en we deden echt ons best. Het was onwijs lekker. Eerst kwamen de schalen met XL-bitterballen gevuld met courgette en aubergine. Samen met de houten planken vol gekruid brood. En andere houten planken met daarop tig soorten vlees en kaas. Daarna kwam de pasta, geserveerd in steelpan of op een soort veger (van blik en veger). En dat waren pas de antipasti en de primo piatto. Van het hoofdgerecht (ossobuca) nam ik twee happen. En op het moment dat ik dacht dat het eten en de wijn uit al mijn poriën zouden komen en iemand me naar de bus moest rollen, kwamen de borden met gefrituurd pizzadeeg overgoten met Nutella. Een full Irish breakfast was een walk in the park vergeleken met deze overdaad.
Er gelden wel rare regels in de horeca. Bij de ene gelateria moest ik drie bolletjes nemen, terwijl ik er eigenlijk maar twee hoefde. Bij de andere ijsverkoper kreeg ik juist drie enorme bollen die helemaal niet op het hoorntje pasten. Met een hoop geknoei en geplak tot gevolg en het ternauwernood van de straat redden van mijn bol limoenbasilicum. Eén van mijn collega’s vertelde dat ze ergens maar 1 smaak mocht kiezen en dat de serveerster bepaalde hoe veel bollen ze kreeg.
Op een avond zat ik in een restaurant waar ik alleen een soort borrelplank mocht bestellen omdat het volgens de serveerster te druk was voor à la carte. Op een hele fijne plek vlakbij een klein parkje waar ik was neergestreken voor mijn lunch, kon ik wijn alleen per fles bestellen. Dus ik nam met spijt een pilsje, ik vond het echt nog te vroeg voor een fles.
Op een andere avond werd een ober boos om een vreemde reden, vonden wij. We waren met 4 collega’s en vroegen of we plaats konden nemen op zijn terras. Een vraag uit beleefdheid, want het terras was volledig leeg en het bedienend personeel stond met zijn duimen te draaien. Even later liepen 4 collega’s langs die erbij wilden komen zitten. Dat kon echt niet! “We hadden gezegd dat we met 4 personen waren, dan was het onfatsoenlijk als er meer mensen bij kwamen zitten.” Voor deze ene keer maakte de ober een uitzondering, zei hij, terwijl hij met zijn ogen rolde.
Modieuze verschijningen
Italianen zijn een lust voor het oog, zelfs als ze met hun ogen rollen. En dat bedoel ik niet op een seksuele manier. Ze zien eruit om door een ringetje te halen. Zelfs hun werkkleding is modieus. De Protezione Civile loopt rond in strakke poloshirts met een kraag en boorden in de kleuren van de Italiaanse vlag. Vrouwen laten op hoge hakken en in een elegante rok al bellend hun hond uit over kinderkopjes en scheve stoeptegels. Indrukwekkend. Wie haren heeft, heeft ze keurig in model. Baarden zijn strak getrimd. Brillen zijn een modestatement. En het is al goud dat er blinkt. Aan vingers, om nekken, om polsen. Maar toch subtiel.
Prima prijzen
Het hotel waar ik logeerde lag op een absolute toplocatie. Maar dan nog was 220 euro per nacht voor een postzegel aan de hoge kant (om het netjes te formuleren). De douche was zo klein dat ik altijd het douchegordijn, de muur of de kraan raakte, zelfs als ik stilstond. Op het toilet raakte mijn knieën nog net niet de muur. Ik had drie kleerhangers aan een rail, maar geen plank om iets neer te leggen, laat staan een kast. Geen stoel. Geen koelkast. Geen uitzicht.
Maar op het hotel na, vond ik de prijzen heel erg meevallen. Ik at en dronk elke keer voor 25 euro of minder. Voor de drie kleine bolletjes ijs betaalde ik 4 euro, voor de drie grote bollen 5 euro. Supermarkten waren heel betaalbaar. Mijn nieuwe lievelingsdrankjes (San Benedetto Ginger en Bitter Bianco) kostten nog geen euro en hadden bovendien een handig meeneemformaat van 0,75 liter. En wat zat ik op een fantastische (en daarom verschrikkelijke) plek om te winkelen. Er lagen twee grote vintagewinkels op een paar meter van het hotel waar alle items eerst 12 euro en twee dagen later 10 euro kostten. Verder zat het buurtje vol tassen- en sieradenwinkels. Doordat mijn koffertje op de heenweg al redelijk vol was, werd de terugweg flink proppen.
Alleen reizen
Veel mensen snappen het niet, maar ik vind het leuk, alleen op vakantie gaan. Al moest de leuke jongen uit de trein mij dus redden toen ik uit de trein stapte en geen internet aan de praat kreeg. Alleen eten voelt op de ene plek wat ongemakkelijker dan op de andere, maar het went snel. En het pleintje voor het hotel was perfect om met een glas wijn te gaan zitten tussen alle andere inwoners en toeristen die ook bij de fontein zaten.
Er was één plek waar ik er echt de pest in had dat ik alleen was. Op station Termini waar ik de trein terug naar het vliegveld moest nemen. Ik had er heel veel moeite om wijs te worden uit de kaartjesautomaat en om het goede perron te vinden (goed uit je doppen kijken is een kunst en het duurde een eeuwigheid voor ik de knop had gevonden waarmee ik de taal van de automaat kon veranderen). Ik was voortdurend bang dat ik zou worden gerold omdat het er godvergeten druk was. Achttien jaar geleden was dat precies wat me gebeurde, terwijl ik toen niet eens alleen was.

Een derde keer?
Ik hoefde niet noodzakelijkerwijs terug naar Rome. Ik was er al geweest en had er niet de beste herinneringen aan. Maar nu ik er voor werk heen mocht, zei ik natuurlijk geen nee. En ik sluit niet uit dat ik nog een derde keer ga. Want ondanks mijn gemiddelde van 20.000 stapjes per dag, valt er nog genoeg te ontdekken.


