Ik hartje Brussel

Bij mooi weer gaat mijn hartje nog sneller kloppen voor de levendige stad waarin ik mij bevind. Ik val in herhaling als ik weer begin over de bakkertjes die al om half zeven open gaan en waar ’s ochtends als ik naar de metro loop met veel plezier croissantjes in kopjes koffie worden gedoopt. Of als ik weer begin over de altijd bevolkte tapasviskraampjes op de Oude Graanmarkt. Ik word er gewoon heel blij van. En als er dan een mooi zonnetje boven schijnt, word ik bijna euforisch. Ik hartje Brussel.

Genoeg van de trein

Wat leuk was voor een half uurtje op de heen- en een halfuurtje op de terugweg (al was het maar vanwege de leuke jongen), zijn nu telkens traag voorbij schuivende, vermoeiende, ergernis opwekkende uren.

Steevast twintig minuten wachten op dat weliswaar prachtige, maar ook winderige station in Luik. Het boemeltje waarin het steeds te koud is, waarin de vuilnisbakken uitpuilen, waarin de drugsrunners zich verzamelen. Gevolgd door de intercity waarin gestookt wordt alsof nog niemand ooit van klimaatverandering heeft gehoord.Die smerige gang tussen Brussel Centraal en de metro waar het merendeel van de zwervers zich ’s nachts verzamelt. De stank van urine. De plasjes uitgetuft of uitgehoest speeksel waar je omheen moet stappen. En dan net de metro voor je neus zien wegrijden.

Ik ben er klaar mee. Ik heb het helemaal gehad. Sinds ik er weg ben, roep ik dat ik er niet terug wil. Er zijn vele steden waar ik liever zou wonen. Maar dat op en neer reizen, ik trek dat niet meer. Na het einde van mijn stage, verhuis ik terug naar Maastricht.

Ik had er weer een heerlijk weekend. Dronk de traditionele kop (vervangen door een glas, maar toch) warme chocomel met mijn lieve vriendin B in ons stamcafé. Dook de stad en de kleedhokjes in met mijn lieve mama. Kroop er tegen de leuke jongen uit de trein aan in een vers opgemaakt bed.

Brussel is fantastisch. Ik voel me hier helemaal op mijn plek. Houd van de geur van versgebakken brood als ik naar de metro loop. Ben dol op de zelfgemaakte soepjes van café De Walvis. Krijg een grote grijns op mijn gezicht van de bedrijvigheid op de Oude Graanmarkt. En waar vind ik, voor de prijs die ik nu betaal, een appartement met zo’n grote woonkamer en zulke fijne huisgenoten?

Toch leg ik me er alvast bij neer dat ik hier niet blijf. Ik ruil deze bruisende stad voor minder reistijd en meer burgerlijkheid. Familie, vrienden en mijn lief in de buurt is ook wat waard. Hoe zielig ben ik geworden? Of heet dat volwassenheid? ’t Is simpelweg een kwestie van eindelijk eens beslissen met mijn verstand in plaats van mijn gevoel. Amai.

Zure studiepunten

Het lijkt alsof ik hier pas twee weken zit. In werkelijkheid is ’t al bijna twee maanden. Voer de van mij verlangde werkzaamheden uit (al dan niet met de hulp van lieve mensen die beter zijn met computers of beter zijn in Engels dan ik) en kan daarover zeggen dat voor het merendeel van die werkzaamheden wel wat hersenactiviteit vereist is. Telefoongesprekken met kabinetschefs, mailwisselingen met senatoren, het beantwoorden van publieksvragen; dat moet voorbereid worden. Mijn oude, vertrouwde werkwijze van vragen en antwoorden ter plekke uit mijn mouw schudden, heb ik (tijdelijk) achter mij gelaten. Ik zou dus zeggen dat een stempel met ‘academisch verantwoord’ wel op zijn plaats is.

Toch hangen de bijbehorende studiepunten nog steeds aan een zijden draadje. Ik ‘mag’ voor de vierde keer (!) een voorstel doen dat de benaming stage- en scriptieplan heeft. Deadline eind van de week. De komende avonden weer zwoegen dus. En vervolgens ben ik opnieuw overgeleverd aan de grillen, hormonen en stemmingswisselingen van mijn stagebegeleidster die nog nooit een kijkje in de echte wereld heeft genomen. Ze bedoelt ’t vast goed, dat aan de regeltjes vasthouden, dat misplaatste perfectionisme, dat overbezorgde… Maarx85

Aaaaaaargh! Tien studiepunten binnenhalen was nog nooit zo moeilijk. Tien studiepunten voor een halfjaar voltijds werken, staat eigenlijk al niet in verhouding, aangezien 16 weken een vak volgen en vervolgens een werkstuk inleveren hetzelfde resultaat oplevert. Maar een halfjaar voltijds werken (oké, inclusief lange lunches en Franse les, dat dan weer wel) en daaraan voorafgaand en daarbovenop eindeloos mailen met een stagebegeleider, onderhandelen, nieuwe voorstellen doen en op en neer reizen naar de VUx85 dat is echt buiten proportie. Bah.

Ontwenningskliniek voor struisvogels

Ik betitel mezelf wel eens als struisvogel. Kop in het zand en vergeten hoe veel krappe deadlines, moeilijke beslissingen en pijnlijke gesprekken op me wachten. Daar ben ik goed in.

Maar baas boven baas. Als er iemand dringend opgenomen moet worden in een ontwenningskliniek voor verslaafden aan struisvogelgedrag dan is het JP wel. Kabinetten onder zijn gebrekkige leiding gaan als jengatorens tegen de grond. Hij heeft niet alleen het hoofd van een playmobilmannetje, hij maakt ook daadwerkelijk deel uit van een speelgoedwereld. Hoe ver kun je van de realiteit afstaan? Voor de vijfde keer lijsttrekker worden!

Hopelijk wordt JP heel gelukkig in de zandbak.

Schorriemorrie in Brussel

De kranten staan vol met verhalen over criminaliteit, straffeloosheid en geweld. Niemand zou meer in Brussel willen wonen. In bepaalde wijken durft er geen agent meer de straat op, laat staan een gewone sterveling.

Ik stap in en uit de metro in Molenbeek, één van die beruchte wijken. Mijn huisgenoten lopen daarom een stuk verder, om binnen de ring op de metro te stappen.

Er hangt veel volk rond bij ‘Graaf van Vlaanderen’. Soms roept er wel eens iemand wat (je zou het als compliment op kunnen vatten) en soms komt er iemand verdacht dichtbij. Schoon is het er nooit en de roltrappen zijn bijna altijd stuk. Sommige jongeren vinden het leuk om op noodknoppen te duwen of de vuilnisbakken een schop te geven. Maar als dat alles is?

Ik voel me er niet onveilig. Sommige vervaarlijk uitziende gasten die de hele dag niets beters te doen hebben dan rondhangen in de metro of op de metrostations zijn zelfs uiterst galant. Wachten netjes tot iedereen is uitgestapt voordat ze zelf instappen en ze laten de zitplaatsen aan de vrouwen en de ouderen.

Het klopt natuurlijk niet, dat die jongens ‘overeind’ blijven met rondhangen. Het klopt ook niet dat andere mensen vanwege het ‘schorriemorrie’ een omweg nemen. Op sommige plekken in Brussel is het blijkbaar écht heel erg en kan niemand nog tellen hoeveel rellen, overvallen en achtervolgingen er langs de voordeur trekken.

Maar wat dan ook niet klopt: dat er rondom ‘mijn’ metrostation hippe, groene hekjes en bijpassende vuilnisbakken verschijnen, glanzende verkeersborden worden opgehangen en de stoep opnieuw wordt aangelegd, terwijl ondertussen hele panden staan te verpauperen. Een soort van verkapte symptoombestrijding, die nieuwe hekjes? Er hangen ook prachtige lantaarns aan totaal verrotte gevels. Is het niet veel logischer om het geld wat daar naartoe gaat te investeren in oorzaakbestrijding?   

Even klagen, want dat kan ik natuurlijk niet achterwege laten

Deze week begon met die oneindig lange maandag, die niet alleen in de schaduw lag van lange vergaderingen, haantjesgedrag en geldingsdrang, maar ook van mijn vaders verjaardag. Op dinsdag liep op het werk alles anders dan gepland. Ik zag het alweer 18.30 uur worden zonder dat ik iets had kunnen afronden. Op woensdag kwam het besef dat ik die twee zware onvoldoendes voor anderhalf ingeleverd werkstuk niet moet laten ligen tot na mijn stage en dat ik echt wel een probleem heb als ik geen studiepunten voor mijn stage krijg omdat mevrouw de stagebegeleidster mijn werkzaamheden niet van academisch niveau vindt. Dus daar wilde ik mee aan de slag. Maar dat ging natuurlijk niet, want na alweer zo’n lange werkdag, viel ik bij thuiskomst bijna meteen in slaap. Vandaag verzamelde ik genoeg moed en energie om na werktijd alsnog die werkstukken bij hun horens te vatten. Veel verder dan het herschrijven van een inleiding kwam ik niet. Zal het ermee te maken hebben dat ik vanavond eigenlijk met mijn lieve vriendin V bij een standupcomedyavond in Gent had moeten zitten? Ben helemaal klaar met deze week. Op naar de volgende!

Fantastisch vriendinnenweekend

We kunnen serieus en ernstig zijn. Onze zorgen uitspreken over de toekomst in het algemeen en die van onze broertjes in het bijzonder. En zo zaten we op vrijdagavond om half vier nog steeds aan de keukentafel.

We kunnen melig zijn. Uitgebreid proosten bij elk glas. Mensen uitvoerig van ons ongezouten commentaar voorzien. Voorwerpen trouwens ook. Wisten jullie bijvoorbeeld dat er harnassen bestaan met zwemvliesklompvoeten? En zo klommen we aan het begin van de zaterdagavond over een kast om vervolgens een paar hilarische uurtjes in de kroeg en op de dansvloer door te brengen.

We kunnen op zoek zijn. Naar een uniseks autopapieren-en-andere-autospullentasje in dit geval. Fanatiek stortten we ons op elk tassenkraampje. Maar de zilveren glitters, gouden knopen of geborduurde beertjes waren toch echt te vrouwelijk voor de vriend van A. En zo liepen we meer dan een uur over de markt in Zuid.

Het was een fantastisch weekend. Vandaag zou de saaiste dag in mijn leven zijn geweest als ik niet af en toe grinnikend terug had kunnen denken aan het 40+ koppel dat elkaar vond op de dansvloer en er helemaal zen yoga oefeningen deed, of aan de enorme berg friet met Andalousiesaus die we (op verzoek) naast in plaats van op onze enorme Turkse pizza kregen, of aan de verraste ober die ons uitvoerig bedankte voor onze fooi en vervolgens een glaasje jenever voor ons inschonk, of aan…

Bedankt meiden!

Brallerig Brussel

Of dat nu helemaal mijn ding is? Borrelen met al die jonge, ambitieuze, zichzelf bijzonder intelligent vindende, in pak gestoken, met hun Europese Commissiepas of hun Parlementstoegangskaart nog om de nek of op de borst, visitekaartjes uitdelende, luid brallende heren en dames? Ik weet het niet… Ik paste er alweer niet tussen.

Om nog maar eens een andere kant van Brussel te noemen.

Voel me nog steeds Alice in Wonderland en heb het hartstikke naar mijn zin (voor wie dat nog ontgaan zou kunnen zijn). Maar een beetje bezuinigen op borrelactiviteiten kan geen kwaad. Voel me niet echt lekker deze ochtend en vrees dat de combinatie van grote pullen Belgisch bier met Poolse kebab daar iets mee te maken heeft. Oef.

Duitse les… vrijwillig

Wie mij nog kent van de middelbare school gaat er heel hard om lachen. Wie mij nog langer kent, komt helemaal niet meer bij. Ik ga een cursus Duits volgen. Ja, jullie lezen het goed: DUITS.

Dat zit zo. Talencursussen kosten in Brussel nagenoeg niets. Tussen de 60 en 120 euro voor een half jaar en daar heb je dan 3 uur in de week les voor. Die ontdekking deed ik rijkelijk laat. Zodoende waren Spaans (1e keus) en Italiaans (2e keus) al vol. Arabisch leek me niet te doen (lees: te veel huiswerk). Frans ga ik binnenkort gratis volgen op de ambassade. En voor Engels heb ik al eens ooit een ‘proficiency degree’ gehaald, al was het met de hakken over de sloot en zou je het ook zeker niet zeggen als je me hoort praten. Soit. Bleef over… Duits.

Wat haatte ik die taal op de middelbare school. Ik vond het zo onvriendelijk klinken. En het zag er ook niet uit. Al die lelijke hoofdletters. Die onoverzichtelijke puntjes. Iedereen om mij heen kon die rijtjes met bijwoorden (of wat zijn het?) opdreunen en met de hulp daarvan de bijbehorende naamvallen achter woorden plakken. Ik kreeg het mijn hoofd niet in. Hoe hoger de klas waar ik in terecht kwam, hoe lager mijn cijfers.

Het samenstellen van mijn vakkenpakket was een hele puzzel, maar 1 ding wist ik zeker: Duits zou ik zo snel mogelijk laten vallen. Tot grote spijt van mijn vloeibaar Duits sprekende gezinsleden. Om maar te zwijgen over het Duitse deel van mijn familie. Mijn nichtjes hadden gelukkig voor mij een stuk minder moeite met Nederlands leren, dan ik met Duits.   

En nu ga ik mij dus geheel vrijwillig op die rijtjes storten. Op die lelijke hoofdletters en op die puntjes. Dankzij een Duits vriendinnetje van een vriend kwam ik er laatst achter dat ik ondanks mijn vroegere afkeer van het Duits er toch een aardig woordje in kon babbelen. Dat gaf deze burger moed. En het enthousiasme van mijn eveneens Duits lerende huisgenoten maakt me vrolijk. Dus ik waag het erop.

Het zou toch mooi zijn als ik over een half jaar behalve met een pak werk- en levenservaring en een interessant netwerk ook nog gezegend ben met het kunnen kleppen en schrijven in vier talen 🙂

Es geht ihr/euch/ihnen gut!

Grumbl, moet ik dus toch ontvrienden

Geen zorgen, ik ben nog steeds helemaal blij in Brussel. Moet alleen even kwijt dat ik voor het eerst gebruik heb gemaakt van dat stomme tot woord van het jaar gekozen ‘ontvrienden’. Ik heb het toegepast op iemand die ik leerde kennen in een ver en vrijgezel verleden. Hij verklaarde mij toen de liefde en doet dat met grote regelmaat nog steeds.

Toen ik vrijgezel was, maakte hij al geen kans. Sinds een kleine twee (!) jaar, kan hij het helemaal op zijn buik schrijven. Ik ben naar hem toe meer dan duidelijk over de leuke jongen uit de trein. Ondertussen ben ik wel zo goed (zo stom dus eigenlijk) dat ik hem ben blijven helpen met het leren van de Nederlandse taal en het invullen van allerlei formulieren. Bovendien vertaalde ik de laatste tijd bijna elke week een sollicitatiebrief voor hem. Waarbij ik wel zo eerlijk (of zo bot) was om hem er telkens op te wijzen dat hij bij een gesprek onherroepelijk door de mand zou vallen, omdat zijn kennis van het Nederlands en het Engels veel te laag is voor een baan op niveau.

Dus. Kom ik net op facebook. Spreekt ie me aan. Dat hij me kinderachtig vindt omdat ik hem er telkens op wijs dat ik een vriend heb. "Alleen middelbareschoolmeisjes doen zoiets".

Grappig bedoeld of niet. Dat was de welkbekende druppel. De beste jongen is uit facebook en msn verwijderd. Mailtjes worden vanaf nu vakkundig genegeerd. Jammer dat het zo moet gaan; ik had ooit bedacht dat we best vriendjes konden zijn.