Ik verander

Ik verander. Ik schrik daarvan.

Nog niet zo lang geleden wilde ik niet verder dan een week vooruit kijken. Nu zou ik willen dat ik van de komende maanden de grote lijnen vast had liggen. Sterker nog, ik zou er bijna een moord voor doen om te weten wat ik na afloop van mijn stage ga doen en waar ik ga wonen.

Nog niet zo lang geleden, kreeg ik maagpijn van de woorden ‘vastigheid’, ‘settelen’ en ‘samenwonen’. Maar ineens kijk ik er naar uit zelf een beetje eeen burgermuts te worden. Het is wel zo handig om een adres te hebben waar ik niet alleen op papier woon. En het zou ook fijn zijn om me niet telkens af te vragen of die fijne spijkerbroek in mijn eigen wasmand of in die van de leuke jongen uit de trein ligt.

Nog niet zo lang geleden, kon ik niets met kinderen jonger dan twee jaar. Hun hulpeloosheid schrikt me nog steeds een beetje af en ik wil ze nog steeds zelf niet op de wereld zetten, maar ik begin ze wel steeds leuker te vinden. Zo leuk dat ik laatst vrijwillig aanbood om op een miniatuurmensje van een collega te passen. Ze zag er zo schattig uit op een foto dat het me bijna vertederde.

Ik herken mezelf niet meer. Uiterlijk en innerlijk. Want ’s morgens als ik in de spiegel kijk voordat ik op keurig gepoetse hakkeschoentjes, in een nette broek en met een bloes aan de deur uitstap, ontmoeten mijn ogen nog steeds die van een onbekende.

Ik ben een kreng, soms

Ik kan een ongelofelijk kreng zijn. Al heb ik dat soms pas een tijdje na de ‘gebeurtenis’ in de gaten.

Nieuwe collega: "Hoe schrijf ik een bericht?"
Ik: "Nou gewoon. Je geeft antwoord op de 5 W’s en de H. Je zet het belangrijkste nieuws bovenaan. Het bericht moet oprolbaar zijn. En afhankelijk van het genre of de doelgroep doe je nog een conclusie of een commentaar aan het eind."

Nieuwe collega keek me aan of hij water zag branden.

Ik: "Ja gewoon. Je hebt een aanleiding en een centrale vraag en die werk je dan uit."

Aan de vraagtekens in collega’s ogen, zag ik dat ik hem met die uitleg ook al niet behulpzaam was. Pas toen bedacht ik me hoe arrogent en bitchy ik overkwam. Ik heb makkelijk praten met een opleiding journalistiek en vijf jaar werkervaring achter de kiezen. Maar om vijf voor zes had ik geen zin en geen moed meer om een nieuwe poging te wagen. Dus trok ik mijn vriendelijkste gezicht en zei: "Donderdag gaan we er samen voor zitten en dan leg ik het uit. Goed?"

Benieuwd hoe dat gaat lopen. Ben nooit zo goed in dingen uitleggen die voor mezelf vanzelfsprekend zijn of op de automatische piloot gaan.

Luid zuchtend en hoofdschuddend liep ik de deur uit. Op weg naar huis. In gedachten bezig met de vraag "Hoe schrijf ik een blog?"

Feestjes, festivals en familiedagen

Het is natuurlijk eigenlijk te ‘peanuts’ om er woorden aan vuil te maken. Dat ik het toch doe, geeft aan dat ik een beetje een triest figuur ben. Maar zelfkennis is een goed begin, zeggen ze wel eens.

Ik heb te veel F’s: feestjes, festivals en familiedagen. Ik houd van mijn vrienden en mijn familie en zeg liefst overal ja op. Twee sets vrienden geven een feest, het ene paar in Utrecht, het andere paar in Eindhoven, terwijl ik met mijn kont twee dagen in het gras lig bij Festival Mundial in Tilburg. Dat gaat niet gaan. Maar misschien dan toch even het festival onderbreken voor 1 van de 2 feestjes?

En zo zijn er meer dubbele ‘boekingen’.

Als het niet dubbel is, dan in elk geval in razend tempo na elkaar. Aanstaande vrijdag rechtstreeks vanuit Brussel naar een verjaardag in Meerssen. De volgende middag een verjaardag in Beek. Die avond een schrijfopdracht in Maastricht. En dan op zondag in Bunde aan de koffie met vlaai voor moederdag.

Het weekend erna sta ik op vrijdagavond naar een paar bandjes te kijken in Utrecht, overnacht ik in Amsterdam, en vier ik zaterdag een verjaardag in Aken. Allemaal vrijwillig. En ik vind het ook echt leuk. Maar soms borrelt er een klein beetje stress naar de oppervlakte.

Niet vanwege de F’s; van feesten krijg ik energie en goede zin en ik kan mijn vrienden niet vaak genoeg zien. Wel vanwege alle dingen die eronder lijden; werkstukken en administratie komen nooit af en freelance opdrachten tikken altijd de deadline aan, terwijl het zo veel relaxer zou zijn om mijn schrijfsels op mijn gemak na te kunnen lezen voor ik ze naar de redactie stuur. En waar is de ‘quality time’ met de leuke jongen uit de trein gebleven?

Het leven is vaak een feest en hangt van feesten aan elkaar, maar dat maakt het het er niet eenvoudiger op. Ik ga in elk geval voorlopig geen feest geven.

Liefde is…

… elkaar op een vrijdagavond wel een uur lang de nek om kunnen draaien en twee dagen later het weekend, inclusief die vrijdagavond, in willen lijsten.

Okay, deze uitspraak bekt lang niet zo lekker als de echte ‘Liefde is…’ uitspraken, maar is in elk geval gebaseerd op een echt leven.

Lente :)

De eerste contrasten op mijn huid zijn zichtbaar. De rode plekken, die natuurlijk snel bruin worden, heb ik afgelopen weekend, onder het genot van een roseetje, in onvangst genomen op mijn mama’s zonnige terras. Een veel te grote, zeer oncharmante zonnebril bedekte mijn halve gezicht, terwijl ik vrolijk fietsend naar die zomerse bestemming met de naam Achtertuin onderweg was. Handige bescherming tegen de eerste vers ontwaakte insecten, die vervolgens mijn mond uitkozen om binnen te vliegen. Fluitende vogeltjes overstemden het geluid van mijn mp3-speler. Het was een prachtig weekend (op een klein intermezzo met een ontsteking en een dokter na) en dat gevoel houd ik moeiteloos vast zo lang er zon in de lucht hangt.

Oh wat houd ik van de lente.

Mijn winterjassen aan kleerhangers in de verste hoek van mijn kast. De zomerse exemplaren aan de kapstok. Mijn laarzen weggemoffeld onderin diezelfde kast, mijn zomerse schoeisel op een rijtje naast de deur. Sjaals, mutsen en handschoenen verhuisd naar een plastic zak onder mijn bed. Mijn zonnebrillen uitgestald op mijn nachtkastje.

Ik sta vrijwillig eerder op, terwijl ik sinds de verhuizing van mijn werkplek juist langer zou kunnen blijven liggen, om ’s ochtends te voet naar kantoor te gaan. Een heerlijke wandeling van drie kwartier. De lunch wordt niet meer in sneltreinvaart naar binnen gewerkt in te drukke eettentjes, maar gaat mee naar het park. Zware kost als avondeten maakt steeds vaker plaats voor frisse salades.

Oh wat houd ik van de lente.

Jammer dat al die nieuwe, positieve energie me geen steek verder helpt met mijn blauwe enveloppen en andere administratieve achterstanden. Welke werkstukken? Welke sollicitatiebrieven? Lang leve de lente en al haar extra mogelijkheden voor het uitoefenen van werkontwijkend gedrag.

Jammer ook dat die dagelijkse wandeling en die salades nog weinig vetrolletjes hebben doen verdwijnen. Om optimaal van de lente, en straks de zomer, te kunnen genieten, moet ik wel weer in die leuke, vrolijke rokjes passen.

Een eerste, voorzichtige observatie van een nieuweling

Soms, héél soms, leer ik wel eens van mijn fouten. Dus uitgebreid bloggen over collega's, dat doe ik niet meer. Ik schrijf wel, maar publiceer niet. Misschien later als ik groot ben, als ik geen direct gevaar meer loop.

Toch kan ik het niet helemaal achterwege laten om even te illustreren dat ik niet zo'n goede 'match' ben met de mensen die mij onder werktijd omringen. Daar is maandag een nieuwe persoon bijgekomen. Ik vind iedereen aardig, dat dan weer wel. Bovendien zijn de meeste mensen die hier zitten beter gekwalificeerd voor de functie die ze uitoefenen dan ik.

Maar dus, omdat ik het niet kan laten, hieronder een eerste voorzichtige observatie van een nieuweling:

Al sinds de eerste dag praat en doet ‘hij’ net als ‘zij’. Dus lunchen in het park is “niiiiiiiiice”. Een borrel die ter ere van de stagiaires wordt georganiseerd vindt hij een “goed initiatief”. Collega's noemt hij bij afkorting en bijnaam. Op tijd komen, vindt hij niet belangrijk. En hij kan niet wachten om interessant te gaan doen met zijn visitekaartjes op dat ‘Kijk-mij-eens-interessant-zijn-borrelplein’ waar iedere donderdag gelijkgestemde zielen elkaar vinden en zich vol gieten met bier.

Met andere woorden, hij doet sinds dag 1 alsof hij erbij hoort.

Noem het een stom principe, maar ik vind dat je 'erbij horen' moet verdienen. Of ben ik gewoon jaloers?

De vriendin van de zanger van de beste coverband van Nederland

Ik was zo optimistisch dat ik ’s ochtends al een felicitatiekaart gekocht had. Maar toen het moment van de waarheid gekomen was, hield ik toch even mijn adem in. Voor niets. Want Robinson won net als in alle voorgaande rondes de juryprijs. De leuke jongen uit de trein, die ik maandenlang zwijgend bekeek als hij vlak voor het fluitsignaal hetzelfde treinstel instapte en die ik pas aan durfde te spreken nadat ik hem een keer had horen zingen, is nu de zanger van de beste coverband van Nederland.

Ik stormde niet op het podium af om hem als eerste te kunnen feliciteren, maar genoot van het schouwspel. Zijn van trots glimmende broer, zijn traantjes wepinkende ouders, zijn vrienden met hun duimen in de lucht. Fantastisch.

De volgende dag had de leuke jongen uit de trein als basketbalcoach een belangrijke wedstrijd. Nog in de roes van de vorige overwinning, besloot ik de tribune op te zoeken. Ik. De vrouw die telkens weer luid en duidelijk haar desinteresse in ‘mannen met ballen’ kenbaar maakt. De vrouw die naar sport kijken, in plaats van het zelf te doen, de meest tijdverspillende en minst nuttige bezigheid op aarde vind. Het enthousiasme van de joelende en klappende supporters werkte aanstekelijk. De jongetjes op het veld die knokten voor wat ze waard waren en ondertussen zo lief waren voor elkaar. De strenge en tegelijk liefdevolle toespraken van de leuke jongen uit de trein en zijn collegacoach bij elke wissel en elke onderbreking.

Het duurde nog geen vijf minuten voordat ik mee zat te klappen en nog geen kwartier voordat ik mezelf hardop een teleurstelling hoorde uitspreken toen een erg voor de hand liggende bal alsnog niet door de ring ging. De ‘goeden’ wonnen de wedstrijd en ik was er bijna even blij mee als de fanatieke ouders en vriendinnen waarmee ik de ongemakkelijke houten tribunebank deelde.

Oh jee. Ga ik me nu al als ‘de vrouw van’ gedragen? Ik geloof dat ik binnenkort een eigen overwinning nodig heb.

Chaos op bureau als teken van chaos in hoofd

Ik heb twee bureaus en momenteel zijn ze allebei een warboel. Stapels papier. Schreewende post-its. Halfgevulde flesjes. Onleesbare aantekeningen. Afgekloven pennen.

Thuis schreeuwen vooral blauwe enveloppen om aandacht. Jaaromzet eigen onderneming. Inkomstenbelasting algemeen. Eerste kwartaal omzetbelasting eigen onderneming. Ik vrees dat ze alledrie voor 1 april ingevuld hadden moeten zijn. Verder liggen er rekeningen, een bezwaarschrift, half uitgelezen tijdschriften en ‘to-do-lijstjes’ die al lang over hun houdbaarheisdatum heen zijn.

Op het werk smeken slordig uitgeschreven notulen om keurig uitgetypt te worden. Maar er ligt ook nog een onderzoek waar ik iets zinnigs over moet zeggen. Artikelen moeten uitgeprint en naar het archief gebracht. Vertrouwelijke berichten moeten door de schredder.

Helaas ziet de binnenkant van mijn hoofd er ongeveer net zo uit als mijn bureau. Chaos. Dus wat doe ik? Werkontwijkend gedrag vertonen. Verantwoordelijkheden ontlopen. Naar buiten staren als een raamambtenaar. En verzinnen hoe ik alweer onder de wekelijkse borrel uit kan komen, zonder dat mijn collega’s mij écht stom gaan vinden.

Er zijn van die dagen…

Klantenservice

Ik was mijn beurs (zoals we een portemonnee in Limburg noemen) weer eens kwijt. Stom. Zoals ik wel vaker stomme dingen doe. Dus moest ik gaan bellen met ING. In plaats van simpelweg de oude pas blokkeren en een nieuwe aanvragen, werd dat nogal een lijdensweg. Aan de andere kant van de lijn werd beweerd dat ik nooit een adreswijziging doorgestuurd had. Ik weet zeker van wel, maar ja, daar heb ik inmiddels geen bewijs meer van (les geleerd: alles wat je naar een instantie stuurt, ook als het via de automatische verhuisservice van de post is, opslaan en bewaren).

Ze wilden mijn pas niet naar mijn oude adres in Utrecht sturen (dat leek mezelf ook niet heel handig) en ze wilden geen nieuwe pas aanvragen voordat mijn adreswijziging was verwerkt. Dat kon alleen per post. En nadat het nieuwe adres binnen was, zou de verwerking ervan nog twee weken duren. Daarna kon ik dan een nieuwe pas aanvragen, die dan ook een week onderweg zou zijn. Drie weken zonder pinpas?!? Ik zette een zielig verhaal op, waar overigens geen woord van gelogen was, dat ik doordeweeks in het buitenland zit, hier niet zomaar geld bij andere mensen kan lenen, en hier ook niet met mijn paspoort naar de bank kan gaan om geld af te halen. Dat hielp niet.

De leuke jongen uit de trein schoot mij te hulp en dankzij hem kwam ik in het bezit van een faxnummer. Als ik daar mijn adreswijziging naartoe zou sturen, zou het sneller in behandeling genomen worden.

Mijn beurs bleek overigens te liggen waar ik al hoopte dat hij lag. In het restaurantje waar ik afgelopen woensdag was gaan lunchen, maar waarvan de eigenaren daarna op vakantie gingen en tot gister onbereikbaar waren. Dus ik belde weer naar de ING om mijn pas te laten deblokkeren.

"Nee dat kan niet mevrouw"
"Jawel, dat kan wel, mijn nieuwe pas is nog niet aangevraagd omdat ik eerst een adreswijziging moest doorgeven"
"Nee dat kan niet, blokkeren kan niet ongedaan gemaakt worden"
"Op de website staat van wel. Kunt u trouwens even bekijken of de fax met mijn nieuwe adres is aangekomen?"
"Wanneer is die gestuurd?"
"Afgelopen vrijdag"
"Toen waren we gesloten"
"Dus?"
"En gister waren we ook gesloten"
"Maar is de fax aangekomen?"
"Ik zie hier niets liggen"
"Kunt u dat alstublieft even navragen?"
"Uw fax zal wel in behandeling zijn mevrouw"
"Maar kunt u dat even navragen?"
"Belt u later deze week nog eens terug"

Met de hoorn weer op de haak bedacht ik me dat ik nog steeds niet weet of mijn fax is aangekomen en ook niet of het nu mogelijk is om mijn pas te deblokkeren. Waarom weet ik dat niet? Normaal gesproken laat ik me niet zo gemakkelijk afschepen. Ik ben blijkbaar een enorm watje aan de telefoon. En dat betekent nog drie weken zonder pinpas… ? 

Ik laat me afschepen en bij de ING noemen ze dat klantenservice.