Studeertechnisch gezien is dit nu, op zaterdagavond, al een van de zwaarste weekends ooit. De lesstof in je hoofd proberen te stampen uit een boek waar je tot vandaag nog geen letter in gelezen had, valt niet mee. Dat je niet naar alle colleges bent geweest, helpt niet mee. En dat je het vak in 1 x moet halen, omdat je op de datum van het hertentamen sangria zit te drinken op een zonovergoten terras in Barcelona, legt er behoorlijk wat druk op. Ik heb het weer eens mooi voor elkaar.
Auteur archieven: Eler
Poetsen
En dan kom je hartstikke gaar thuis na je tweede tentamen in twee dagen en dan ligt er een briefje op het aanrecht dat je moet poetsen. Als ik er gisteravond al niet van overtuigd was dat van ‘mijn’ huisje alleen de ligging fantastisch is, dan is het nu wel tot me doorgedrongen. Als ik later groot ben wil ik GEEN huisgenoten meer. NOOIT meer.
Huisje heibel hommeles
Jullie hoeven me niet te vertellen dat dit alweer zo’n slap voorbeeld van studieontwijkend gedrag is. Ik weet het. Ben me er tot in de puntjes van mijn tenen van bewust. Wat ik kwijt wil, gaat niet eens over mijn studie. Dus ook niet over de eerste van drie tentamens die ik vandaag al dan niet gehaald heb. En ook niet over de opzet van mijn bachelorscriptie en de twee groepswerkstukken die ik maandag moet inleveren.
Het gaat over dat andere ding waar ik (te) vaak over klaag. Het dak boven mijn hoofd en de mensen die dat dak met me delen. De grootste frustratie is niet dat ik van een ochtenddoucher in een avonddoucher verander, niet dat ik elke woensdagochtend druipnatte vuilniszakken buiten zet en ook niet dat de krat met lege flessen die de halve keuken blokkeert al lang niet meer te tillen is. Nee, de grootste frustratie is dat ik met drie onbekenden in een huis woon.
Drie vriendinnen die samen eten, samen stappen, samen filmpjes kijken. Als ik voorstel om dat eens met zijn vieren te doen, krijg ik steevast als antwoord: "ja moeten we doen!" Tot nu toe is het er nog niet van gekomen. Als het op het prikken van een datum aankomt, heeft niemand tijd.
Ik wist toen ook al dat het schatten waren, maar nu besef ik me echt (en dit ook tot in de puntjes van mijn tenen) dat ik tijdens mijn vorige studententijd de tofste huisgenoten ooit had. Bedankt jongens!
Goddelijke intervente # 2
var id2 = ‘0.15299918397801315’;
var id2 = ‘0.8704250461028259’;
Om nog even op die gewenste goddelijke interventie terug te komen. Ik doel dan duidelijk NIET op interventie door de paus. Hij denkt dat hij God’s plaatsvervanger op aarde is, maar telkens als hij tussenbeide komt gaan dingen van kwaad naar erger.
Want wat zeg je als God’s hoogbejaarde spreekbuis als je voor het eerst een land bezoekt in het hardst door aids getroffen werelddeel? "Het aidsprobleem kan niet worden opgelost door het uitdelen van condooms, het gebruik van voorbehoedsmiddelenmaakt het probleem juist erger."
Dat mannen die een functie vervullen binnen de katholieke kerk vrijwillig afstand doen van hun seksualiteit (althans, dat is de regel) wil toch niet zeggen dat ze alle anderen ook seksuele regels op mogen leggen? Ik heb alleen de kinderbijbel gelezen, dus ik ben niet volledig op de hoogte, maar zoals ik me de verhalen herinner zegt Jezus nergens hoe de ‘christelijke seksualiteitsbeleving’ eruit zou moeten zien. Hij heeft het geloof ik wel over respect van het huwelijk. Maar daar houdt het ver op. Bovendien bestonden voorbehoedsmiddelen toen nog niet eens, dus wat zou hij er ook over gezegd moeten hebben?
Iedereen heeft recht op een mening. Iedereen heeft (althans in ons land) ook nog recht om die mening uit te spreken. En iedereen mag daar dan weer iets van vinden.
De meningvan de paus staat lijnrecht tegenover iedere wetenschappelijkebevinding. De mening van de paus maakt het werk vangezondheidsorganisaties die proberen om onder andere door het verstrekken van voorbehoedsmiddelen de aidsepidemie in te perken, er niet bepaald gemakkelijker op. De mening van de paus wordt ongetwijfeld handig misbruikt door de (veelal Amerikaanse) ‘ontwikkelingsorganistaties’ die onthouding bepleiten.
Het merendeel van de westerse gelovigentrekt zich al jarenlang niets meer aan van de bedvoorschriften van mannen in habijten of mannen met witte boordjes. In enkele Afrikaanse landen (ik heb ze nog lang niet allemaal gehad, dus spreek voornamelijk van horen zeggen) waar jongeren vaak niet verder komen dan basisonderwijs en waar de ouderen heel sterk hangen aan wat ze vroeger van de missionarissen als waarheid hebben leren zien, wordt een pauselijke mededeling helaas vaak klakkeloos geaccepteerd. Dat kan in dit geval zeer onaangename gevolgen hebben.
Dus laat die goddelijke interventie die ik heel hard nodig heb om alle deadlines te halen en tentamens binnen te tikken, alsjeblieft rechtstreeks van boven komen.
Ik heb God zelfs al een beetje geholpen. Vandaag -met ontzettende, ongelofelijke tegenzin en daardoor met een humeur om op te schieten- het vriendenweekendje in de Ardennen afgezegd. Als ik het ondanks mijn smeekbede toch allemaal op eigen kracht moet doen, is de kans dat ik in ieder geval een deel op tijd afkrijg, een stuk groter geworden.
Maar wat baal ik ervan. De spooktocht. Het frikandellenfestijn. De spelletjes. Zelfs de flauwe humor. Ik ga het missen.
Andere werkelijkheid
Ongelofelijk hoe de voorstelling die je in je hoofd van iemand maakt, kan verschillen van de werkelijkheid. Mijn hoofd heeft het er al sinds gisteravond druk mee de inbeelding te vervangen door de realiteit. En met het verwerken van de consequenties ervan.
Goddelijke interventie # 1
De leuke jongen uit de trein en studiegenootje M hadden gelijk. De een zei het en de ander schreef het. "Lekker slapen dan gaat het morgen beter." Morgen is dus vandaag. En ik ben er een stuk beter aan toe. Met dank aan studiegenootje C die me een scherm vol positieve energie stuurde.
Gister tijdens een bijeenkomst over mijn bachelorscriptie -die van 13.00 tot 15.30 duurde zonder pauze- zag ik het absoluut niet meer zitten. De deadline waarop de onderzoeksvraag, het theoretisch kader en alle transcripten klaar moeten zijn, werd vastgesteld op 30 maart. Dezelfde dag als waarop we tentamen ‘Communicatiewetenschappen’ hebben en waarop de groepsopdracht van ‘Publiceren’ en het werkstuk van ‘Gespreksanalyse’ af moeten zijn. Een week eerder heb ik twee andere tentamens en in de tussentijd gaan colleges en werkzaamheden gewoon door.
Toen ik gister thuis kwam, wist ik zeker dat ik het niet ging redden. Vandaag heb ik nog steeds geen idee hoe ik het ga doen, maar de paniek is wel iets gezakt.
De frustratie blijft. Ik heb een borrel met een vriendin afgezegd die gepland stond voor vanavond. Het eet-, uitgaans-, en logeerfeestje wat ik dit weekend met mijn nichtje in Aken zou hebben, is gereduceerd tot alleen het eten. Een housewarming volgend weekend waar ik zou blijven slapen zodat ik de volgende dag meteen door kon naar het verjaardagsfeestje van vriendinnetje M heb ik drastisch in tijd ingekort. Net als die verjaardag dus, waar ik snel ’s avonds even naartoe op en neer trein, in plaats van er de hele dag te blijven hangen. Dat allemaal met de bedoeling om zo veel mogelijk van die nagenoeg onmogelijke deadlines te halen (en ook met de bedoeling om mijn weekendje in de Ardennen overeind te kunnen houden). En, en, en het moet echt niet gekker worden: in de pauze van mijn werk vandaag zat ik een artikel voor school te lezen, omdat ik niet wist wanneer ik dat anders moets doen!!! Pffffffft.
"Ik hoop op goddelijke interventie", zei studiegenootje T vlak voor ons tentamen ‘Methodologie’. Dat hielp, want we tikten het tentamen allemaal met een goed cijfer binnen. Ik denk dat ik haar wens overneem: als er een god bestaat, dan is zijn/haar interventie op dit moment bijzonder welkom. Alvast bedankt.
Te vroeg gejuicht
Onlangs schreef ik een blog dat het bewijs dat mijn relatie goed zit, blijkt uit het feit dat ik ook samen met de leuke jongen uit de trein niets kan doen. Ik weet nog steeds 100% zeker dat de leuke jongen uit de trein en ik elkaar superdepuper lief vinden, maar de euforie over samen niets kunnen doen, bleek eenmalig.
De afgelopen twee zondagen ben ik tegen een uur of 4 zijn huis uitgevlucht. Een huis waarin we allebei plaats genoeg hebben, maar dat tegen die tijd voor mijn gevoel een benauwd hok begint te worden, waar je je kont niet kunt keren. Tegen die tijd is de hoofdpijn niet meer te harden, zeker als dat hoofd voor een beeldscherm, boven een wetenschappelijk artikel en in een boek heeft gehangen. Tegen die tijd begint ook een soort van schuldgevoel een hoogtepunt te bereiken. Op die lamme zondagen waarop niet meer dan vier passen tussen de koelkast en de bank worden afgelegd en nog eens vier tussen de bureaustoel en het toilet zie ik mijn buikje vanzelf in een flinke horecaspoiler veranderen.
De leuke jongen uit de trein kan een hele dag (en als het aan hem ligt het hele weekend) op de bank liggen en tv kijken en ondertussen met regelmatige tussenpozen in slaap vallen. Daar ben ik jaloers op, want ik kan dat dus absoluut niet. En die jaloezie draagt net als de hoofdpijn en het schuldgevoel dramatisch bij aan het daaruitvolgende pokkenhumeur. Dus vlucht ik het huis uit. Wat nauwelijks helpt. Waardoor de leuke jongen uit de trein alsnog de volle laag krijgt. Wat hij natuurlijk helemaal niet verdient.
Gelukkig is hij heel goed in mij vermandend toespreken en dat helpt dan weer wel.
Daarna hadden we een heerlijke avond met eerst op de tong smeltende sushi toen Slumdog Millionaire in mijn favoriete filmhuis en tot slot heel veel knuffelen in bed.
Schaamte en spijt
"Hoe heb ik ooit…?!?"
Geen idee hoe het komt, maar die gedachte overvalt me de laatste tijd steeds vaker. Hoe sneller de tijd lijkt te gaan, hoe groter mijn behoefte om de tijd terug te draaien.
Mijn vader was pas twee weken dood, mijn familie had me nodig en ik hen, toch vierde ik de kerstdagen met vriendje J in Instanbul. Hoe kon ik?!
"Gaan jullie al?" Was de laatste vraag die mijn vader me stelde. De laatste vraag ooit. Een vraag waar hij geen antwoord op verwachtte. Ik had graag het hele weekend bij mijn ouders willen blijven, maar vriendje J vond het op zaterdagmiddag alweer genoeg. Dus gingen we op zaterdagavond. Maandag ging papa dood. En nee, tuurlijk had ik het niet kunnen weten, maar die ene dag dat ik langer bij mijn papa had kunnen zijn, als ik vriendje niet alweer zijn zin zou hebben gegeven, zou bijzonder waardevol zijn geweest.
Datzelfde vriendje vond het een jaar later volkomen normaal om nieuwjaarsnacht met mijn vrienden verre van te verblijden met zijn aanwezigheid. Integendeel, met zijn gemok en gepruil wist hij de stemming aardig te verpesten. Toen had ik moeten bewijzen dat mijn vrienden belangrijker waren dan hem en hem voorgoed de deur uit moeten schuppen. Maar ik gaf hem nog een kans. En nog een. En nog een…
Ik had trouwens al veel eerder afscheid van vriendje J moeten nemen. Die zomer ervoor. We gingen voor het eerst camperen zonder mijn vader. Vooral mijn mama had het moeilijk. Ik wilde er voor haar zijn. De dingen met haar doen die we op vakantie graag doen. Ook wilde ik een leuk nichtje zijn voor de familie van mijn oom die op dezelfde camping stond. Zo vaak zagen we elkaar tenslotte niet. Vriendje J wilde mij daarentegen niet delen met de rest van de wereld. De rest van de wereld bestond nauwelijks voor hem. De enige keer dat ik hem wist over te halen iets met de familie te gaan doen, stapte hij samen met mijn broertje in een kano. Binnen een paar minuten verdween hun bootje uit zicht. Pas uren later, toen wij doorweekt (enorme plensbui) en deels gehavend (mijn neefje en nichtje waren omgeslagen en mijn tante was hard in aanraking gekomen met een rotsblok) aan de finish verschenen zagen we elkaar terug. Vriendje J en broertje waren al een uur op het droge…
Ergens is het ook wel een opluchting dat de meeste dingen waar ik spijt van heb of waar ik me voor schaam in die 2,5 jaar zijn gebeurd dat ik met vriendje J was. Ik hoop maar dat het betekent dat ik er iets van geleerd heb.
De leuke jongen uit de trein zal het niet in zijn hoofd halen mij ooit zo te claimen als vriendje J deed. Al is het maar omdat hij deze blog leest 😉
Blij
Ik ben blij. Vandaag is fijn.
Daar dacht ik om 6.30 uur nog heel anders over. Ik was kapot, had spierpijn en mijn wimpers plakten hardnekkig aan elkaar. Ik voelde me alsof ik een hele nacht gefeest had. En dat terwijl ik al om 22.00 uur lag te snurken, nog voordat ik mijn neus goed en wel in mijn kussen had begraven.
Ik verwachtte een lange, saaie werkdag die van koffiedrinken aan elkaar zou hangen. In plaats daarvan kreeg ik lange rijen voor de kassa en stapels afwas om te verwerken. Heerlijk. En dat allemaal zonder iets kapot te maken en zonder mijn tere velletje te verschroeien aan de oven of de frituur (maar misschien kwam dat ook omdat de keuken vandaag niet mijn werkterrein was).
Eenmaal thuis trof ik een aangename stilte. Geen huisgenoot te bekennen. Een ideale omgeving om eens wat dingen uit te zoeken in de categorie KPN, achterstallige facturen en meer van dat fraais met op de achtergrond lekker hard mijn eigen muziek. Het internetabonnement blijkt inmiddels netjes op mijn naam te staan en de laatste factuur die ik gestuurd had, is keurig aan mij betaald. Dat simpele dingen blijken te kloppen, daar kan een mens blij van worden. Ik tenminste wel.
Desondanks moest ik eerst wat moed verzamelen voordat ik mijn inbox durfde te bestuderen. Verwachtte een boel school- en werkgerelateerde mailtjes. Het uitstelgedrag van vandaag was LA Ink, mijn nieuwe verslaving nu Miami Ink is afgelopen of naar een ander tijdstip verhuisd (???). Mijn verwachting kwam niet uit en het ene leuke berichtje na het andere lachtte me toe.
Als klap op de vuurpijl belde ik de leuke jongen uit de trein en voor ik het wist was het 41 minuten en een paar seconden later. Daarmee haalde het telefoontje op zijn minst een top-10 notering. We hadden een grappig gesprek, want hij had ook een heerlijk drukke werkdag achter de rug. Zo’n dag waarop je collega’s zich afvragen waarom je zo vrolijk kijkt terwijl er zo veel te doen is. Nou, daarom dus!
Het blijft leuk om te horen dat iemand je lief vindt. Ook al is het aan de telefoon. Het mooie eraan is dat ik hem ook lief vind en ik dat dus vol overtuiging kon antwoorden. Ook al was het dan aan de telefoon.
Vandaag is fijn. Dus ik ben blij.
Een reflectiemomentje op zondag
Mijn week is op maandag begonnen en eindigt vandaag, op zondag, dat jullie het maar even weten.
Dingen waar ik deze week blij van werd (word):
* afgepeigerd en bezweet thuiskomen en dan samen met de leuke jongen uit de trein in een vers opgemaakt bed storten.
* het vierde boek van Arne Dahl over het Zweedse A-team dat mij alweer luidkeels doet meeleven. Wat kan die gast schrijven.
* mijn schoonmama die denkt dat ik een paar kilo lichter ben geworden. Wat niet zo is. Maar dat betekent wel dat ik de outfit van gister vaker aan zal trekken.
* de zon die al schijnt sinds ik vandaag mijn ogen open deed, en waarschijnlijk al veel langer.
* mijn mama die gisteravond dacht: "ik kan nog lang genoeg op de bank zitten, ik kom ook de kroeg in."
* het feestje dat de leuke jongen uit de trein en zijn maten diezelfde gisteravond met hun band bouwden. Zelfs notaire barkrukklevers kwamen in beweging.
* dat mijn vriendinnetje B dit jaar niet geveld was door een gemeen medicijn en zich daarom weer als vanouds met mij in het carnavalsgekkenuis kon storten.
* dat ik over niet al te lange tijd de geur van ovencroissantjes inhaleer. Het wordt er eentje met jam en eentje met pralinechocoladepasta. Mjam.
Dingen waar ik deze week een tikje depressief van werd (word):
* vieze, koude miezerregenen op mijn hoofd. Waardoor mijn toch al ontembare kapsel steeds meer op een vogelnest begint te lijken.
* mijn persoonlijke financiele crisis.
* dat de boeken van Arne Dahl door een verschrikkelijke taalbarbaar zijn vertaald. Hoe moeilijk kan het zijn het juiste lidwoord te gebruiken? Zoveel hebben we er in Nederland niet.
* mijn laptop die minimaal 1 x per dag op een willekeurig moment genoeg van mij heeft en op zwart gaat. Zodat ik tegenwoordig als een gek na elke getypte zin op ‘opslaan’ duw.
* dat vandaag voor een groot deel gaat bestaan uit schoolopdrachten.
* dat de koffiebar bij geneeskunde dicht was op het moment dat de behoefte het grootst was.
Een greep uit de dingen die op mijn planning voor volgende week staan:
* niet spijbelen bij communicatiewetenschappen.
* voor het eerst sinds heel lang weer in "de" trein stappen met de leuke jongen uit de trein.
* Jeroen van Koningsbrugge interviewen voor of na het optreden met zijn band. Iemand suggesties wat ik hem kan vragen?
* minstens 1 x genieten van een overvolle beker ‘geneeskundekoffie’.