De wonderlijke weg naar Paradiso

"Jij moet zo zeker optreden?", vraagt de vrouw naast me.
"Nee", antwoord ik verbaasd.
"Wat brengt je dan hier?"
"Hij is mijn vriendje", zeg ik, en wijs naar de leuke jongen uit de trein die op het podium zijn hele ziel en zaligheid in een nummer van Tracy Chapman steekt.
"Gefeliciteerd."
"Ehm, dankjewel."
"Wauw, hij kan echt goed zingen. Zingt hij ook wel eens voor jou? Hoe heet hij eigenlijk? En waar komt ie vandaan?"

De vrouw naast mij is in de afgelopen minuten duidelijk een fan geworden. Terwijl ze voor een andere groep naar de Clash of the Coverbands is komen kijken, vermoed ik dat haar stem naar Robinson gaat. Niet dat Robinson haar stem nodig heeft, want de winnaar volgens de jury is: Robinson!!!

De stemmen uit het publiek zorgden ervoor dat de weg naar Paradiso voor nog twee bands niet doodliep in Den Bosch.
De ene band staat volkomen terecht in de volgende ronde. De stemmen van de twee zangeressen pasten perfect in elkaar. De podiumpresentatie van de hele zevenmansformatie was top, omdat iedere muzikant plezier uitstraalde.
Over de andere band heb ik vannacht wakker gelegen. Ik vat het nog steeds niet. Behalve dat de zanger niet kon zingen had hij ook nog de uistraling van een platgereden egel. Bovendien waren de nummers die ze speelden pas herkenbaar aan het refrein. En dan nog met moeite.

Het is dus niet alleen bij programma’s als X-Factor en Idols dat ik het Nederlandse publiek niet snap. Maar wat doet het er eigenlijk toe? De leuke jongen uit de trein heeft gewonnen en vakjury’s hebben altijd gelijk 😉

Nederlanders in Zweden

We zitten in een Zweeds specialiteitenrestaurant. Op de kaart veel lekkers, zoals gebakken haring, gehaktballetjes van wild en rendierbiefstuk. De entourage is prachtig: het interieur heeft warme kleuren, de bediening is super vriendelijk en de cognac wordt ter plekke uit grote, houten vaten geschept. Het Nederlandse stel naast ons kijkt nogal verveeld en blijft ook tijdens het bestellen ongeinteresseerd op de ellebogen leunen. Terwijl wij genieten van onze maaltijd, wordt het eten van de buren geserveerd. De ober heeft zijn kont nog niet gekeerd of het meisje roept hem terug. "Do you have some meejooo?" Niet eens voor de frietjes, want die zitten er niet bij. Nee, het wicht bedelft haar hele ELANDburger onder een dikke laag mayonaise. Auw.

Nederlanders in Zweden. En dan heb ik het nog niet eens over die eerstejaarsstudenten die met hun luidruchtige stemmen en (be)tastgrage handjes de gids in het paleis onverstaanbaar maakten en tot wanhoop dreven.

Zweedse uiterlijkheden

02052009081 De leuke jongen uit de trein en ik vielen ontzettend uit de toon in Stockholm. 

De mannen hadden iets met de kleur lichtgeel en echt niet alleen voor hun haar. Ze vonden het ook een uitstekende kleur voor broeken, V-hals truien en bloesjes met rechtopstaande kraagjes. Sommige gasten leken regelrecht van een tennisbaan gestapt… ergens eind jaren ’70. En dat haar, dat zat steevast met een hele pot gel naar achter of opzij geplakt.

De vrouwen (waaronder veel minder knappe, blonde exemplaren dan dat de leuke jongen uit de trein had gehoopt) droegen meestal rokjes in de breedte van een grote riem, of jurkjes (vaak in houthakkersruit) die de onderkant van hun derriere maar net haalden. Gelukkig zat er meestal nog een paar afgeknipte steunkousen onder die men legging placht te noemen, want ook de exemplaren zonder slanke benen staken zich in niemandalletjes. De voetjes verdwaald in reusachtige sportschoenen. Het bovenlijf gehuld in iets rose. 

De leuke jongen uit de trein en ik hebben een fantastische tijd gehad. Veel gezien, veel gedaan, genoten van de zon, genoten van heerlijk eten, genoten van elkaar. En… we hebben ons hele middagen geamuseerd met kijken.

Terug bij de vis van Karate Henkie

Het kon niet anders dan dat oud-collega M en ik gister bij de vistoko van Karate Henkie zouden belanden. Ik was er al een maand of 8 niet meer geweest. De laatste keer was zonder meer memorabel te noemen. Het was de dag dat collega A in navolging van mezelf de Firma Leugen en Bedrog voor de laatste keer zou verlaten. Maar behalve ik was nog niemand daarvan op de hoogte. Ook DD niet, die net binnen kwam toen we een grote hap van ons broodje garnalen namen. Het was vlak na dat hij mijn vorige blog had ontdekt…

Het belletje van de deur bracht een hele reeks herinneringen naar boven. Het altijd slechte humeur van Karate Henkie. Zijn klaagzangen waar hij altijd moslims of Endemol bij wist te halen. Hij noemde me nooit bij mijn naam, ik was een smurf als ik iets blauws aan had, de hulk als ik iets groens aanhad, of gewoon een kleine opdonder als hem dat beter uitkwam. Toch was hij altijd blij me te zien. Niet voor niets bewaarde hij een bak ijs voor me tussen de diepvrieszakken inktvisringen. Niet voor niets kwam de horecagrootverpakking koekjes boven tafel als we koffie bestelden. En niet voor niets reageerde hij telkens verontwaardigd als ik een keer afrekende voor mij en mijn collega’s. Want dat moesten de mannen toch doen. 

De collega’s van Karate Henkie waren toen al de echte toppers. Altijd vriendelijk. Altijd belangstelling in wat je deed. En een ongelofelijke productkennis. Welke vis wanneer het lekkerst is en hoe je ‘m dan moet klaarmaken.   

Karate Henkie was er gister niet, van zijn collega’s kregen we een warm onthaal. Ze waren oprecht blij ons weer te zien. Ze wisten zelfs nog dat ik naar Utrecht ben verhuisd om in Amsterdam te studeren. Wauw. De kibbeling en de maatjes smaakten voortreffelijk als vanouds. Er zijn maar heel weinig dingen die ik mis aan mijn tijd bij de Firma Leugen en Bedrog. De vistoko van Karate Henkie hoort daarbij.

Respect

We lagen elkaar niet. We vonden elkaar geen blik waard. Meer woorden dan absoluut noodzakelijk maakten we niet aan elkaar vuil. Na de middelbare school, als we elkaar in de stad per ongeluk tegen het lijf liepen, deden we of we elkaar niet kenden. Geen wonder dat ik even moest slikken toen zij het schoonzusje van de leuke jongen uit de trein bleek te zijn.

We zijn nog steeds elkaars type niet (al ben ik geen alto meer en zij geen gabber), maar kunnen het prima met elkaar vinden bij de schoonouders aan het paasdiner, of tijdens een potje bowlen op de familiedag. Het glas rode wijn dat ik met het uitpakken van de kerstcadeautje over haar jurkje liet vallen deed daar niets aan af. En ook de totaal ontactische opmerking van een nichtje van de leuke jongen uit de trein die ons nog even fijntjes op ons gezamenlijke middelbare schoolverleden wees, richtte nauwelijks schade aan. 

Sinds afgelopen zaterdag heb ik besloten dat ze een diepe buiging waard is. Met zulke ouders toch nog als een sociaal denkend wezen in de wereld kunnen staan is een prestatie van formaat.

Bij sommige mensen moet ik wel eens tot tien tellen en diep ademhalen om ze aan te kunnen. Afgelopen zaterdag had ik al tot 11999 geteld en stonden de hoorntjes nog steeds op mijn hoofd. De monologen van haar vader, waar niemand een speld tussen kreeg. De veren die hij in zijn eigen kont stak. Het denigrerende toontje dat hij tegen zijn dochter en zijn schoonmoeder aansloeg. Zijn stemverheffing om toch vooral de aandacht vast te houden. Het gemak waarmee hij zich door zijn dochter en schoonzoon liet bedienen. Zijn vrouw die er schaapachtig bij zat te lachen als ze even niet de moeite deed een totaal nutteloze opmerking aan de monoloog van haar man toe te voegen.

Dan als dochter blijven lachen en ook nog een goede gastvrouw zijn voor de rest van het bezoek. Ik vind het knap. Het meisje met de boze blik en de dikke groene bomberjack op de middelbare school, heeft een groot gevecht tegen haar genen moeten leveren om te worden wie ze nu is.

Beter!

Gelukkig duren de depressies in mijn wisselvallige leven nooit lang. Net een goed gesprek gehad met de (vervangend) studieadviseur. Wat een fijn mens! Ze dacht echt met me mee, ze zou bijvoorbeeld uitzoeken of ik mijn inschrijving bij de universiteit tijdens mijn stage stop kan zetten om op op die manier collegegeld te bespraren. Ook had ze het goede nieuws dat als het me lukt om in de periode september – december 30 studiepunten te halen, ik na mijn stage alleen nog hoef te zorgen voor een stageverslag en voor mijn scriptie. Als ik dus in de zomervakantie volgend op mijn stage keihard aan de slag ga (met de nadruk op ALS), kan ik de studievertraging beperken tot een maand of drie. Dat klinkt een heel stuk beter dan het halve jaar dat ik in gedachten had. Voor mijn 30e afstuderen ga ik dan net niet halen, maar misschien haal ik de eindstreep nog voor het begin van 2011. 

Het liefst zou ik vandaag al aan mijn stage beginnen. Vanmorgen had ik mijn toekomstige afdelingshoofd weer aan de telefoon en haar enthousiasme over mij en de taken die ze me gaat toebedelen, werkt super aanstekelijk. En dat terwijl ik zelf al overliep van enthousiasme toen ik haar de eerste keer na het sollicitatiegesprek aan de lijn had. Ze gaat de lat ontzettend hoog leggen, maar dat is voor mij alleen maar goed. Ik werk het best als de uitdaging het grootst is.

Dat ik weer zit te bloggen in plaats van te studeren, betekent dan blijkbaar dat de uitdaging om het eerste jaar van mijn studie af te ronden niet zo groot is?

 

Van de druppel en de emmer

Afgelopen weekend overstroomde de emmer.

Ben ik een slechte dochter omdat ik maar 1 x op bezoek ben geweest in de 2 weken dat mama ziek was, terwijl haar vriend dagelijks voor haar kookte? Ben ik een slechte dochter omdat ik gister pas voor het eerst naar mama’s nieuwe huis ging kijken? Ben ik een slechte dochter omdat ik eerst gretig in ging op mama’s voorstel om in de zomermaanden bij haar te komen werken en ik pas later bedacht dat het geen goed idee is? Ben ik een slechte vriendin omdat bij het idee van samenwonen, zelfs voor maar 2 maanden, me het zweet uitbreekt? Ben ik een slechte vriendin omdat ik dingen liever oprkrop dan met hem te praten? Ben ik een slechte vriendin omdat ik me soms stoor aan zijn (best normale) gewoontes?

Daar bovenop die eeuwige twijfel aan alles wat ik doe. Waar is mijn vastberadenheid gebleven om in 2 jaar deze master af te ronden? Als ik dat zo graag wil, waarom loopt mijn bachelorscriptie dan mijlenver achter? En wat is er met het goede voornemen gebeurd om aan het begin van een nieuw blok (afgelopen maandag) meteen alle literatuur te verzamelen? Mijn studie is mega interessant. Een enkele docent heeft de uitwerking van een nagel op een schoolbord, maar de meeste leraren zijn enthousiast en weten hun vak goed te brengen. Ik haal goede punten. Ik heb leuke studiegenoten. En toch die twijfel. Ga ik ‘later’ wel iets doen met wat ik nu leer? En ben ik dit echt alleen maar gaan doen om iets aan mezelf te bewijzen? Zo ja, wat voor zielige reden is dat dan?

De consequenties van het weer studeren vallen bovendien vies tegen. Supertof dat ik die stage heb binnengehaald, maar het betekent ook een half jaar studievertraging. Wat dan weer betekent een half jaar langer met weinig geld in een kleine kamer in een niet zo fijn huis wonen. Het zit tegen gruwelen aan wat ik voel als ik bedenk dat ik na ‘Brussel’ terug moet naar een studentenhuis. Ik word dan verdomme 30! Ik kan me nog herinneren dat ik mijn allerliefste oud-huisgenoot uitlachte toen het ernaar uitzag dat hij op zijn 30e nog in een studentenhuis zou wonen…

Bovendien wees studiegenoot C me vandaag op het volgende: "Je moet al je studiefinanciering gebruiken binnen 10 jaar nadat je voor het eerst studiefinanciering hebt ontvangen." Dat betekent dat ik na dit schooljaar niets meer kan lenen. Wat dan weer betekent dat ik me als deeltijder moet inschrijven, omdat het collegegeld dan lager is, wat weer een hele bureaucratische papierwinkel met zich meebrengt. En wat ook betekent dat ik in Brussel een probleem heb. De stagevergoeding is met 600 euro prima, maar als dat mijn enige inkomsten zijn, blijft er na aftrek van huur en ziekenfonds nog precies 0 euro over om van te leven. 

Van de ene kant vind ik nergens rust in mijn kont, wil ik nergens lang blijven. Van de andere kant wil ik niets liever dan een eigen huisje en een vaste baan. Een strijd die ik al jaren voer, zonder dat er ooit een winnaar uitkomt.

Toen ik gister ‘thuis’ kwam bij de leuke jongen uit de trein, was het dan ook tijd om te janken als een klein kind dat net van d’r fiets is gevallen.

Vandaag ziet de wereld er een tikkeltje beter uit. Het is de hoogste tijd om creatieve oplossingen te gaan bedenken voor problemen die misschien veel minder groot zijn dan ze nu lijken. Wordt vervolgd…

Goed begin

Het zou kunnen dat mijn huisgenoten mijn blog lezen. Dat zou betekenen dat ze mijn schrijfsels bijzonder sportief opvatten. Gisteravond begon iemand anders dan ikzelf over het gezamenlijke etentje dat we al zo lang aan het plannen zijn en vanmorgen stonden alle vuilniszakken buiten. Ik kon niet achterblijven en heb net het glas naar de glasbak gesleept. Dragen was niet meer mogelijk, zo veel was het. En halverwege verloor ik alsnog een lege fles. Die wonderbaarlijk heel bleef en werd opgeraapt door een sympathieke gast.
Een goed begin van de dag. En wie weet, misschien ook een goed begin van de negen maanden die me nog resten in het huisje waar ik tot nu toe mijn draai niet kon vinden.

Pas op! Mijn ego neemt vandaag veel ruimte in

"Je hebt de zeven kandidaten na jou met glans doorstaan. Je was de beste. Gefeliciteerd met je stageplek bij de Nederlandse ambassade in Brussel."

Wat als een ontzettende baaldag begon met een te-vroeg-op-de-ochtend-tentamen communicatiewetenschappen, is nu een feestdag. Jammer dat er geen opnames van het telefoongesprek zijn. Ik heb een vreugdedansje gedaan op de trap in de lege collegegaal waar ik snel naar binnen liep om de luidruchtige kantine (mmmm geneeskundekoffie) te ontvluchten.

Ik wilde niet als een blije gup klinken, maar heb geloof ik toch een paar keer "Wauw", "Fantastisch" en "Super" uitgeroepen.

Brussel, ik kom eraan!!! Nog 9 maanden de tijd om te schaven aan mijn diplomatieke vaardigheden 😉