Tot zo ver deze carnaval

Mijn gezelschap was fantastisch, het bier (nog steeds uit echte glazen – jeuj!) smaakte goed als altijd en costuums in de categorieen ‘grappig’, ‘bizar’, ‘hilarisch’, ‘prachtig’ en ‘totaal onpraktisch maar wel super opvallend’ waren weer rijkelijk vertegenwoordigd. Een prima omgeving om carnaval in te vieren dus.

Maar waar was ‘mijn’ generatie? Wat carnaval extra leuk maakt -mensen tegenkomen die ik al een jaar niet gezien heb, bijkletsen indien mogelijk, samen een pilsje drinken en weer verder gaan- ontbrak dit jaar.
Ex-vriendje M waarmee ik altijd een walsje dans op het Vrijthof, terwijl zijn vriendin boos staat te kijken. Nergens te bekennen. Het zou kunnen dat zijn verse vaderschap er iets mee te maken heeft.
Ex-klasgenoot M die elk jaar zegt "na de carnaval gaan we samen ergens koffie drinken, we wonen zo dicht bij elkaar in de buurt." Nergens te bekennen. En koffie drinken doen we ook al nooit.
Ex-mede-journalistiekie K die altijd uitbundig staat te dansen in het smalle straatje bij de Take Five. Ze staat op het punt te bevallen en blijft dus liever thuis. En de Take Five is dicht.    

Moet ik hier iets uit concluderen? Nee toch zeker? Er zijn immers al genoeg conclusies te trekken uit het feit dat ik op carnavalsdinsdag in alle vroegte ben opgestaan om aan het werk te gaan.

Daar gaat mijn carnaval

Benieuwd hoe twee zo onschuldig mogelijk kijkende meisjes met de ballen verstand van voetbal probeerden twee gemediatrainede, zichzelf erg aantrekkelijk vindende jonge baltrappers probeerden te interviewen? Jammer dan. Op het moment ben ik niet in staat verslag te doen. Ik kan alleen maar klagen. En een beetje boos zijn op mezelf.

Een eerste blik op mijn lesrooster voor periode 4 ontlokte me een grote glimlach. 4 vakken in 3 dagen, waarvan 1 ‘vak’ (bachelorscriptie) slechts om 1 bijeenkomst per maand vraagt. Appeltje eitje. Halverwege week 3 van diezelfde periode heb ik vooral zin om te huilen. Aan 2 van de 4 vakken zitten wekelijkse groepsopdrachten vast. Opdrachten die je niet vooraf in kunt plannen, omdat ze afhankelijk zijn van wat de groepsgenoot voor je doet, en wat je rol binnen de groep is. Uiteraard verandert die rol iedere week en daarmee ook de deadline. Zo kan het zijn dat er 2 deadlines in je nek hijgen op de dag dat je overdag werkt en ’s avonds had willen gaan sporten. Of op de dag dat je op de vroege morgen een verplicht college hebt en je rond etenstijd bij een vriendin aan had willen schuiven (met de excuses aan vriendin M te B waarmee ik vandaag eigenlijk had afgesproken).

Als je dan ook nog zo stom bent om naast je 2 vaste werkdagen als krokettenbakster af en toe een freelance-opdracht aan te nemen en je ook nog het werk voor je bachelor scriptie steeds maar vooruitschuift omdat je al nauwelijks toekomt aan je andere opdrachten, dan kan het zo zijn dat je hele carnaval eraan gaat. &*$%^#+Grrrrr!!!

Ik ben echt niet het type dat vanaf de prinsuitroeping, via verschillende dameszittingen en de vrijdagavondborrel door wil vieren tot en met aswoensdag en het kasteleinsbal op de donderdag na carnaval. Maar ondertussen staat alleen carnavalszondag nog overeind. En er stroomt echt te veel Limburgs bloed door mijn aderen om me daar zonder protest bij neer te leggen.

Wordt vervolgd…

Schijtlijster

Ik ben een ontzettend schijtlijster. Een schijtlijster die in zeven kleuren schijt. Of wat was de uitdrukking ook alweer? Soms (nu bijvoorbeeld) kan ik me niet meer herinneren waarom ik ooit voor de journalistiek koos. Want waarom probeer ik Eric Corton al een week via verschillende mailadressen en hyvespagina’s te bereiken, terwijl ik ook naar de uitzending zou kunnen bellen? En waarom probeer ik via, via bij een aantal gastjes van MVV terecht te komen, terwijl ik ook de persvoorlichter had kunnen bellen? Zou ik dat gedaan hebben toen ik de opdracht binnen kreeg, dan had ik nu vast al lang een interviewafspraak geregeld. Ik vind bellen naar onbekenden iets engs, iets wat ik uitstel tot ik er echt niet meer onderuit kan (lees: als de deadline morgen is, of als er na herhaaldelijk heen en weer mailen nog steeds onterecht bedragen van mijn rekening verdwijnen). Ik heb geen idee waarom dat is. Ik weet wel dat ik dat stiekem een veel stommere eigenschap van mezelf vind dan dat ik overal de weg kwijt raak en dagelijks dingen uit mijn handen laat vallen. 

Zo'n ochtend

Ik hing mijn goede voornemens niet aan de grote klok. Met als reden: ik ken mezelf.

Inmiddels kan ik 1 van die voornemens wel verraden, want deze blijkt verdoemd. Ik doe mijn best, maar het lukt niet. Het voornemen was om vanaf het nieuwe blok (vorige week dus) om .58 de trein nemen ipv om .13 zodat ik voor aanvang van de les de tijd heb om koffie te halen en dan niet bovenin de collegegaal naar binnen hoef te sluipen omdat de docent al staat te orakelen.

Maandag bleef ik gewoon te lang in bed liggen, woensdag had de trein zo veel vertraging dat ik net zo goed de andere trein had kunnen nemen, donderdag kwam ik er onderweg naar het station achter dat ik mijn agenda was vergeten en omdat ik geen idee had in welk lokaal ik moest zijn draaide ik weer om en miste ik de trein, en vrijdag -toen ik volledig op schema lag- waarschuwde studiegenoot M me dat die trein niet reed. Werkzaamheden enzo.

Maar vanochtend ging het me lukken. Ruim op tijd mijn bed uit en ook nog met het goede been. Wat fijn, ik sta net op het perron en de trein komt aanrijden. "Mooi, ik kan vooraan instappen. Dan hoef ik straks op Zuid niet zo ver te lopen." Als de trein al tien minuten stilstaat en ik boos de conclusie trek dat ik wederom net zo goed een trein later had kunnen nemen, wordt er omgeroepen: "We kunnen station Amstel nog niet binnenrijden, want er staat een andere trein op ons spoor."
"Amstel?!? Shit, shit, shit, ik zit in de verkeerde trein!"

Met de metro vanaf Amstel haalde ik het nog net om de collegegaal door de voordeur binnen te mogen komen. Alweer zonder koffie. Tel daarbij op dat ik ongeveer tegelijkertijd met de ontdekking dat ik in de verkeerde trein zat ook concludeerde dat ik portemonnee en telefoon vergeten was. Plus dat Mr. Tangconstructie voor de klas stond. Of ik een ochtendhumeur had? Nee joh, tuurlijk niet!

Gelukkig maakten mijn Studiegenoten Van Het Goede Leven, mijn dag weer goed, met de hulp van een overheerlijke ‘geneeskundekoffie’ en een alle kanten op springend gesprek over communicatiewetenschap, kledingkeuze, cabaret en auto’s.

En woensdag ga ik weer proberen om in de goede trein te stappen.

At random

Ik ga volledig willekeurig vandaag. 10 gedachtenkronkels van mij die je misschien wel helemaal niet wilde weten. Die kans is zelfs vrij groot.

1. Ik heb deze week 3 nieuwe boeken gekocht. Terwijl er nog minstens 6 ongelezen in mijn uitpuilende boekenkast staan. Er evenveel bij de leuke jongen uit de trein op een stapel liggen. En ik er in 3 ben blijven steken ergens tussen kaft en kaft.

2. Ik hou soms zo hard van pijn aan mijn tanden zuur snoep. Zure matten, zure bollen, zo goed als alle zure rotzooi die ik kan bedenken.

3. Ik heb een tik (meer dan 1 eigenlijk, maar die ga ik allemaal niet noemen) dat er altijd minstens 1 paar oorbellen moet matchen met de kleur trui die ik draag. Dat is vandaag niet gelukt. Want ik heb geen bordeauxrode oorbellen. Daar word ik onrustig van. 

4. Ik droom regelmatig dat ik weer vriendinnetjes ben met meisjes die al jaaaaaren geen vriendinnetjes meer zijn. Wat zou dat betekenen?

5. Dat boek van mij, een bestseller om precies te zijn, dat ligt al zo lang ik me kan herinneren stil. Terwijl het nu toch kan, nu DD tot as is vergaan en zijn bedrijf ophoudt te bestaan.

6. Die website van mij, die ik echt nodig heb nu ik volgens de KvK een eigen bedrijfje ben, die ligt ook al plat sinds ik ‘m gehost heb. Tijd voor een cursus ‘time management’?

7. Mijn volgende ‘reis’ gaat naar de Ardennen en wordt hilarisch. Veel, heel veel frikadellen zullen er tot ons komen. En modder. En bier.

8. Ik moet beginnen aan mijn bachelor scriptie. Ik HAAT sripties. Zeker nu ik mezelf heb opgezadeld met een onderzoek waar ik eigenlijk niet bevoegd voor ben (lees: ik heb nooit leren transcriberen, want daar had ik mijn groepsgenoten voor).

9. Om mij heen wordt getimmerd, gezaagd, geverfd en geschuurd. Het ziet ernaar uit dat mijn nieuwe huisgenoten handige papa’s hebben.

10. Mijn cd met supervrolijke Spaanse muziek is al zeker 10 minuten afgelopen. Ik kan niet kiezen welke cd ik nu op moet zetten. Terwijl het geluid van schuurmachine’s me niet als muziek in de oren klinkt en ik echt snel actie moet ondernemen om niet geirriteerd te raken.

Dus: ik ben er weg van! Doei! En nee, ik ren niet meteen naar de hema om de missende kleur oorbellen aan te schaffen. Of misschien toch…

Aan het handje

Kan iemand mij uitleggen waarom leerlingen op de middelbare school steeds zelfstandiger worden gemaakt (tweede fase, zelfstudie) als ze vervolgens op de universiteit toch weer aan het handje worden genomen?

De docent van maandag was de ergste, maar zeker niet de enige, die ons er bij aanvang van het blok uitgebreid op wees hoe zijn colleges ons succesvol zullen voorbereiden op het tentamen. Dat het bijhouden van de literatuur onontbeerlijk is. Dat volledige inzet in de praktijkgroepen noodzaak is. Dat we niet ‘zomaar’ studenten zijn, maar dat we opgeleid worden tot wetenschappers en dat vraagt om speciale inzet.

Het was ooit een HBO-ding dat je 80% van de colleges moest komen opdagen, omdat jeanders zogenaamd je tentamens niet kon halen. Inmiddels is die ‘regel’ ook doorgedrongen tot de universiteit, althans tot de VU. Ik denk dan: als iemand zijn tentamens niet haalttenzij hij angstvallig aan het handje gehouden wordt, dan hoort hij sowieso niet opeen universiteit thuis. Maar wie ben ik? 

Eindelijk failliet!

DD dood. Stekker eruit. Eindelijk. Het heeft nog belachelijk lang geduurd voordat het luchtkasteel instortte. De uiteenspattende luchtbel bleek ongetwijfeld naar rotte eieren te ruiken. Ik kan er niets aan doen, maar toen de leuke jongen uit de trein mij op dit nieuwtje wees, moest ik er hartelijk om lachen. Het is puur leedvermaak. Heerlijk dat al die stumperds die net zo klaagden als ik, maar ondertussen hielen likten en kont kropen, nu weer in onzekerheid verkeren. Er was 1 persoon die nog meer en nog luidruchtiger klaagde dan ik (moeilijk voor te stellen he?) en die als lijfspreuk had: morgen maak in mijn portfolio in orde en dan ga ik ergens anders solliciteren. Uiteraard deed hij dat nooit. Sterker nog, hij wist er onlangs met zijn gladde praatjes nog een salarisverhoging uit te slepen ook. Nou, op salaris kan ie voorlopig wel even wachten. En ik zelf kan tot Sint Juttemis wachten op de 1000 euro die ik nog te goed had vanuit die leugenfabriek. Dat is dan weer jammer.

Jippiejajeeeee

Mijn eindcijfer voor statistiek? Wat leuk dat jullie ernaar vragen! Een 8. Ja, dankjewel, ik ben er zelf ook erg trots op. Okee, okee, ik moet toegeven dat er een half bonuspunt bij zit als beloning voor het wekelijks inleveren van de praktijkopdracht. En okee, ik moet ook toegeven dat ik die praktijkopdrachten zonder groepsgenoot M van zijn leven niet op tijd afgekregen zou hebben. Maar toch, een 8. Eerst voor methodologie en nu voor statistiek. Voor een meisje dat nauwelijks kan tellen, in paniek raakt als er gehoofdrekend moet worden en formules nooit leest omdat ze de tekens niet begrijpt, is dat een hele prestatie.
Het eerste jaar van mijn studie zit er voor de helft op. Dat betekent -even rekenen- dat de totale studie er voor een kwart op zit. Na morgen, als het symposium achter de rug is, kan het alleen nog maar meevallen. Want hoe veel moeilijker kan het nu helemaal worden? Appeltje – eitje. Toch?

Onsamenhangend, tegenstrijdig en wetenschappelijk totaal onverantwoord

"Het is een adversarial challenge, toch? En dan plaatsen we het onder broader context."
"Nou, weet ik niet, ik zou zeggen dat het affiliative is. En dan zo’n confirmation dinges. Maar als het dan toch adversarial is, dan zou ik het onder footing shift plaatsen."
"Als je het zo bekijkt, is het dan niet gewoon subjective? Hij geeft toch zijn eigen mening?"

9.45 uur. Studiegenoot S en ik zitten in het La Place restaurant bij de Jaarbeurs, de laptop ingeplugd, en proberen een goedlopende presentatie in elkaar te knutselen voor het symposium van aanstaande woensdag. Het zou een overzichtelijk, logisch, door wetenschappelijke artikelen onderbouwd, Engelstalig verhaal moeten worden over hoe interviewers zich gedragen als ze iemand interviewen van een andere cultuur.

Vier uur, twee koffies en een broodje kruidenkaas later, hebben we allebei vierkante oogjes en is ons verhaal nog steeds onsamenhangend, vol tegenstrijdigheden en wetenschappelijk totaal onverantwoord.

Help?!?