Motten in mijn hoofd

Gedachten fladderen wild door mijn hoofd, zoals motten in een ruimte waar net het licht is aangedaan.

Een vriendin van mijn zusje pleegde zelfmoord; ze voelde zichzelf een mislukking nadat haar contract niet was verlengd. Dat was de druppel die de stoppen liet doorslaan. Sindsdien vraag ik mezelf af hoe veel mensen niet met druk om kunnen gaan. Ik ken wel meer mensen met prestatiedrang die de lat voor zichzelf heel hoog leggen. Moet er niet aan denken…

Mijn doodzieke tante en bijbehorende oom stuurden een heel lieve Kerstkaart; ik kroop meteen weg in het hoekje van de bank met een schuldgevoel waar je u tegen zegt. Heb al in geen maanden meer iets van me laten horen…

Vriendschappen verwaterden, of explodeerden in mijn gezicht; en ineens besefte ik me dat mensen waarvan ik vooroordeelsgewijs dacht dat ik er nooit vrienden mee zou kunnen worden inmiddels zo dichtbij staan dat ik ze niet meer wil missen…

Kan iemand het licht weer uit doen? Ik heb hier helemaal geen tijd voor.

Vieren

Vroeger gingen we altijd uit eten op sinterklaasavond. Als we allemaal al in onze zondagse kleren in de auto zaten, moest papa ineens terug naar binnen. Altijd een fraaie smoes paraat: "pinpas vergeten" of "ik geloof dat ik nog even moet poepen". Als we terugkwamen, stonden de cadeautjes en de chocoladeletters voor de kachel en lag er strooigoed door het hele huis.

De cadeautjes sneuvelden toen ook mijn broertje niet meer in Sinterklaas geloofde. Het uiteten en de chocoladeletters bleven.

Toen papa stierf, vandaag zeven jaar geleden, werd het uiteten voorgoed verplaatst naar 9 december. De chocoladeletters bleven, maar niet meer op een vaste datum.

Er zal vanavond misschien een traantje vallen, net als de afgelopen jaren, maar het wordt ook gezellig. We gaan heerlijk eten. Wijntje erbij. Even bijkletsen. En dan vertellen, vertellen, vertellen. "Weten jullie nog…?"

De afwezigheid van mijn broertje gaat meer pijn doen dan die van mijn vader. Hopelijk kunnen we volgend jaar deze dag weer met ons vieren ‘vieren’. 

decemberdip

Niet dat ik me in andere maanden niet herinner dat mijn vader dood is en mijn broertje niets met ons te maken wil hebben, maar in december grijpt het me bij mijn strot.

Als de dagen kort zijn, de wind snijdend koud en mijn voeten constant in bevroren toestand, komt mijn humeur nog maar zelden boven het vriespunt.

Net alsof dingen die in andere maanden maar een beetje erg zijn (meer dan drie deadlines, verwijtende studiegenoten, een banksaldo in rode cijfers) in december loodzwaar worden.

Nog een paar dagen en dan is het zeven jaar geleden dat mijn vader stierf. Nog een paar weken en dan is het twee jaar geleden dat mijn broertje op kerstavond volledig door het lint ging.

Mag het snel januari worden? Alsjeblieft?

Piepende oren

Vandaag moeten er heel wat cateringmedewerk(st)ers met piepende oren hebben rondgelopen. Ze zaten op hun praatstoel, twee van mijn collega’s. En praten = roddelen. Zo ongeveer iedereen waar ze wel eens mee gewerkt hebben (en dat zijn heel veel mensen, aangezien ze beiden 25 jaar in dienst zijn) werd er doorheen gehaald.

Toen collega A (de collega met de schulden, de depressie en de alcoholverslaving) de kantine verliet voor een sigaretje veranderde het vrolijke geroddel van toon. De gezichten betrokken, het stemvolume daalde.

"Heb je gezien hoe ze trilde vanochtend?"
"Heb je gezien hoe rooddoorlopen haar ogen zijn?"
"Ze is laatst door het lint gegaan."
"Ik maak me zorgen."
"Ik denk dat ze binnenkort dood blijft."

Ze werden stil zodra A weer binnenkwam. Maar die had het heus wel in de gaten. En misschien zou het beter zijn geweest als mijn collega’s niet gestopt waren met praten. Als A gehoord had dat we ons zorgen om haar maken. Ik denk dat ze oneindig eenzaam is. De rest van de dag heb ik met een knoop in mijn maag geprobeerd om niet met zorgen en medelijden naar haar te kijken. Weer een mooi xb4wat heb ik het toch goed momentxb4 voor mezelf. Ik heb helemaal niets te klagen.

Een gelukkig afscheid

Deze plek heeft nooit aangevoeld als thuis. Ik voel me er niet op mijn gemak. Ben er mezelf niet.

Ik richtte mijn kamer zo gezellig mogelijk in. Ik verkende de prachtige stad waarin ik tot overmorgen nog woon. Ik omarmde mijn vriendinnen in Utrecht en kreeg er nieuwe vriendinnen bij. ’t Mocht niet baten. Zodra ik thuis kwam, was ik ’t vijfde wiel aan de wagen. Ik stelde voor om af en toe met ons vieren te eten. Dat werd genegeerd. Maar zij eten wel elke avond samen.

De ene keer lag er bij thuiskomst nieuw, duur en totaal onbruikbaar designbestek in de keukenla. De keer erna waren de muren ineens roze en oranje. Dan pasten de theedoeken ineens perfect bij de mokken. Dan had internet een nieuw wachtwoord en kon ik er niet meer in. En zonder mij ooit iets te vragen, stonden de kosten altijd op de huislijst.

Ik ben geen perfecte huisgenoot. Kan sjacherijnig zijn. Kan luidruchtig zijn. Vergeet wel eens de vuilniszakken buiten te zetten of loop achter op het poetsschema. Maar ik geloof niet dat ik dit had verdiend. Het vreet energie.

Binnenkort moet ik dus overlopen van energie en al springend en stuiterend de hele wereld aankunnen. Ook al sjouw ik met tassen van hot naar her en groeien de deadlines boven mijn hoofd.

Overmorgen verlaat ik Utrecht. Een gelukkig afscheid van een stad waar ik onder andere omstandigheden best nog eens zou willen wonen.

Naar het strand

Soppend in mijn schoenen. Mijn broekspijpen nat tot aan mijn knieen. Mijn doorweekte pet tot ver over mijn oren getrokken. Woest, wervelende bladeren en geknakte, uiteengereten paraplu’s ontwijkend. Ik kom aan bij Hoog Sjacherijne. En wat doet die van de pot gerukte orgelman? Hij draait ‘Vamos a la playa’.

Openhartig

"Ze konden gemakkelijk van me af", zegt collega A, "maar ze hebben me alleen overgeplaats." Ze maakt het gebaar van een fles aan haar mond en tikt vervolgens tegen haar hoofd. Ze kijkt me recht aan. Ze bloost niet eens.

Ik val bijna van mijn kruk. Sinds collega A en ik weer samenwerken na het incident waarbij zij op heterdaad werd betrapt, hebben we het er nooit meer over gehad. Ik durf haar alcoholverslaving nooit te noemen, dus kan haar ook nooit vragen hoe het daar nu mee gaat.

Een rare gewaarwording. Ik vind de situatie blijkbaar pijnlijker dan zijzelf. 

Beter!

Voorlopig even klaar met janken. Gewoon actie ondernemen en zorgen dat het allemaal goed komt. De beren op de weg een rotschop verkopen. En mijn tanden laten zien. Lekker laat wakker worden naast de leuke jongen uit de trein, knuffelen, boek lezen in bed, lekker lang onder zijn fantastische douche staan, thee zetten. Met zo’n goed begin van de dag, kan ik niet anders dan zen zijn. Hmmmmmm.

Cirkel

Huilen kan dan wel opluchten, voor hoe lang die opluchting duurt is, altijd maar de vraag. Vanmorgen begon ik gewoon weer opnieuw. Alle verhuis- en stagehobbels die ik nog moet nemen in extreem korte tijd hebben in mijn hoofd een hogere top dan de Mount Everest. Gelukkig opende de leuke jongen uit de trein zijn armen en zijn hart en knuffelde hij alle beren op de weg terug tot zachte, wollige beertjes van zakformaat. Makkelijker met me mee te dragen en minder eng om tegen te komen. Maar voor hoe lang deze opluchting duurt, is maar de vraag…

Huilen helpt

Huilen vind ik soms ontzettend fijn. Frustraties, boosheid en verdriet trekken een nat en zout spoor over mijn wangen en nemen mijn mascara mee tot aan mijn onderkin. Daarna voel ik me onaantrekkelijk, maar opgelucht.

Gister was zo’n dag die weggehuild moest worden. Ellende op het werk vanwege een zieke collega. Regen op mijn hoofd op de terugweg. Bij thuiskomst de ontdekking dat ik met mijn stomme hoofd een oude versie van een artikel vol fouten naar de redactie had gestuurd. Dat artikel was al gepubliceerd (op de redactie hadden ze duidelijk ook liggen slapen) en de geinterviewde was zachtsgezegd ‘not amused’. Daarna twintig minuten aan de telefoon met een hele domme callcentermedewerkster waarbij ik een verhuisbus wilde reserveren. Mijn naam, die echt niet extreem moeilijk is, moest ik vier keer voor haar spellen. En van de toevoeging ‘bis’ aan mijn huisnummer, raakte ze helemaal van de wijs. Wat vooral heel hard tot me doordrong na afloop van het telefoongesprek was dat de verhuizing me veel geld gaat kosten. Toen ik vervolgens dringend aan het huiswerk moest, was mijn schattige rode laptopje ineens supertraag, vloog internet er telkens uit en kon ik het benodigde artikel niet downloaden. Tja, op zo’n moment hoeft er maar een droevig liedje op de radio voorbij te komen en het begint. Opgelucht en onaantrekkelijk, maar ook met schuldgevoel, trok ik even later de stekker uit mijn huiswerk en de deken over mijn hoofd.

Vandaag voelt beter.