Therapie #2

Te veel werk, chaos, vergeetachtigheid, nee zeggen, een manier vinden om te onthouden wat ik ook alweer aan het doen was, de ene taak afronden voor ik aan de andere begin, focus houden, beter plannen, tarieven aanpassen. Daar hadden we het vanmorgen over in mijn therapiesessie. De reden om in therapie te gaan, was immers – in eerste instantie – dikke, vette werkstress en alles wat daar aan vast hangt.

“Lieke, heel georganiseerd en planmatig ga je nooit worden. Een beetje chaos hoort bij jou, net als impulsief en spontaan zijn. Je bent creatief en creatieve mensen passen niet in hokjes. Dat moet je ook niet willen, dat maakt jou juist zo leuk.” Aldus mijn therapeut. Waarna ze zich haastte om te zeggen dat dat natuurlijk niet het enige is dat mij leuk maakt.

Het gaat beter dan dat het ging, maar het is nog niet zoals het was of hoe het volgens mijn gevoel moet zijn. Het komt té vaak voor dat ik mijn agenda open klik en niet meer weet wat ik ging opzoeken of dat ik aan het eind van de werkdag een e-mail bij de concepten zie staan omdat ik vergat op verzenden te klikken.

Wat ik kan doen om me beter te concentreren, weet ik natuurlijk al lang. Ik kon het lijstje zo opnoemen:
– Maak een lijstje 😉
– Doe 1 ding tegelijk.
– Zet alle notificaties uit.
– Verdeel je tijd in blokken: plan bijvoorbeeld een uur waarin je alleen je e-mails beantwoordt en plan een uur om door je sociale media te scrollen.
– Stel prioriteiten.
– Neem regelmatig pauze en ga dan liefst naar buiten.

“Ja dat helpt allemaal. Maar weet je, jij moet eerst eens helemaal afschakelen. De cortisol naar beneden. Wedden dat je daarna een stuk minder vergeet?”

Nog even volhouden tot 12 september dus 😀

Dit is de korte samenvatting van een sessie van bijna anderhalf uur. Natuurlijk ging het gesprek veel dieper. Soms brandde er een traan en had ik geen idee waarom. Niet alleen haar vragen, ook haar complimenten raken blijkbaar mijn emoties. Toch was het fijn. Na mijn vakantie staat er nog 1 afspraak. Ik ben benieuwd hoe het dan met me gaat.

Alleen op reis

“Hee, ik heb jou ook al een paar keer heen en weer zien lopen. Moet jij ook naar Monaco?” De lange blonde jongen kijkt me hoopvol aan. “Nee, de stad in met bus 12, maar die vind ik nergens. Ik heb net wel een Flixbus gezien, misschien gaat die naar Monaco?” “Nee, ik hoorde net dat de laatste bus om 8 uur is vertrokken. “Oei, succes!” “Ja, jij ook.”

Waarom vind ik op reis gaan leuk? Waarom vind ik alleen op reis gaan leuk? Ik heb het organisatietalent van een driejarige, maar dan zonder het schattige koppie waarmee je toch alles gedaan krijgt. Het richtingsgevoel van een baksteen. En handig ben ik ook al niet.

Hoe ver kan het zijn?

Ik moest dus bus 12 hebben, uitstappen bij het ziekenhuis, dan een klein stukje lopen. Zo had ik thuis opgezocht voor vertrek. Die bus zou rond 22.00 uur voor het laatst rijden, ruim na mijn landing. Op het vliegveld stond het busstation keurig aangegeven. Daar was geen bus 12. Daar waren ook geen bordjes waarop een 12 stond. Het hoogste getal was 10. Ik liep een paar keer heen en weer. Was er aan de andere kant van het vliegveld misschien nog een busstation? Er was niemand bij de bussen, dus ik vroeg naar bus 12 aan mensen die op de tram stonden te wachten. Zij hadden geen idee. Ik vroeg het nog eens aan iemand in het vliegveld. ‘Je ne sais pas.’

Bus 12 vond ik niet. Ik gaf het op. Ik nam een (veel te dure) taxi. Ik had de taxichauffeur al 3 x gezegd dat ik op Avenue Aimée Martin 39 BIS moest zijn. Dat BIS bleek hij telkens niet te verstaan en toen hij bij 39 stopte, dacht ik ‘Ach, hoe ver kan het zijn?’. Nou… In een straat die in een soort U-vorm loopt en alleen bestaat uit enorme, ommuurde appartementencomplexen, kunnen de nummers 39 en 39 BIS zo’n 500 meter uit elkaar liggen en niet eens aan dezelfde kant van de weg. Dus op zoek in het donker. Aan de enige levende ziel op straat vroeg ik of ze wist hoe de huisnummers liepen. Ze had geen idee en wees in de richting waar ik net vandaan kwam. ‘Je ne sais pas’ leken de meest memorabele en meest gehoorde woorden van mijn week in Nice te worden.

Donker

Het volgende obstakel diende zich aan. Ik had extra geld betaald omdat ik na 20 uur aankwam en de congiërge dus langer moest blijven. Er was desondanks niemand te bekennen om me binnen te laten. De congiërge stuurde een filmpje waar ik het zakje met de sleutels uit de struiken moest vissen. Ik vond de sleutels én de juiste ingang tot het enorme complex, om in een knetterdonkere hal te belanden. Wie mij kent weet hoe nachtblind ik ben, dus ik durfde me niet te bewegen. Voor hetzelfde geld staat er ergens een plantenbak. Lang leven mijn mobiele telefoon met zaklampfunctie. Met een een doodenge, schokkerige lift waarvan ik me afvroeg of iemand me zou horen als ie vast zou blijven hangen, ging ik naar de tweede verdieping. Ik had liever met de trap gewild, maar de deur naar het trappenhuis kon ik zo snel niet vinden.

Er zou een sticker met de naam van de verhuurmaatschappij op de deur van mijn appartement zitten. Met mijn telefoon als zaklamp en met mijn rollende rolkoffertje dat in de lege gang van de tweede verdieping klonk als een helikopter, schuifelde ik langs alle deuren. Tot een vrouw haar hoofd om de hoek stak en wees waar ik moest zijn. “C’est celui!” “Merci.” De enige woorden die ik met iemand in het complex heb gewisseld. Ik zag er een week lang niemand. Alleen de boodschappentas die soms wel en soms niet voor één van de deuren stond, impliceerde dat er in minstens één van de appartementen iemand woonde.

Dorst

Natuurlijk had ik niets te eten of drinken bij me, maar ik ging ervan uit dat de basics wel aanwezig waren in het appartement. Dat ik op zijn minst een kop thee kon zetten. Niet dus. Wel een waterkoker, maar geen theezakjes. Wel een koffiezetapparaat, maar geen koffie of koffiefilters. Ik had geen zin om in het donker op zoek te gaan naar een winkel, ik had mijn portie donker wel gehad. Ik kroop in bed na een glas kraanwater, dat in Frankrijk niet half zo lekker is als bij ons. Een fantastisch bed met heerlijke kussens, dat dan weer wel.

De volgende ochtend was ik vroeg wakker, super uitgeslapen, vol energie én hongerig. Snel onder de douche. Waar ik met mijn ogen dicht stond te genieten van de knetterharde straal (want ik hoef de douchewand niet af te drogen, zoals thuis wel elke ochtend het geval is). Toen ik mijn ogen weer open deed, bleek de complete badkamer overstroomd. De glazen wand die het bad afsloot, had zijn taak niet erg serieus genomen. Nu was ik zéker toe aan koffie. En ik moest opschieten met op en neer gaan naar de supermarkt, want om 9 uur had ik de eerste vergadering via Teams en daarna moest ik op zoek naar ondernemersverhalen voor WijLimburg. Al snel had ik de tweede overstroming van de dag te pakken: het bakje van de koffiefilter bleek verstopt.

Mijn eerste werkdag was begonnen…

Nice: kleurrijke, levendige stad

Waarom vind ik op reis gaan leuk? En waarom Nice?

Om alles wat na het ongelukkige begin kwam. Ik stond knettervroeg op om te werken zodat ik ook op tijd kon stoppen om op ontdekking te gaan. En ik werd niet moe van dat vroege opstaan.

Om het prachtige uitzicht vanaf mijn balkon. Uitzicht op de bananenbomen op het balkon onder dat van mij. Op de palmbomen in de gezamenlijke tuin. Op de zee, in de verte, maar toch duidelijk zichtbaar. Als je dan toch ergens moet werken, is dit de perfecte plek. Die luxe heb je als zzp’er.

Om de mooie wandeling die ik moest maken om de berg af te komen en zelfs om de wandeling terug naar boven, die absoluut niet meeviel. De eerste keer stond ik te hijgen als een sledehond.

Om het kijken naar de azuurblauwe zee met de bergen in je rug. Golven blijven toch iets magisch.

Om de prachtige stad met zijn gele gebouwen, groene luiken, overdadige ornamenten. De pompeuze musea. De was aan de balkons. De bloemen in alle kleuren. De citroen- en sinaasappelbomen in de voortuintjes. De muziek door de openstaande ramen.

Om de vele parken en speelpleintjes. Ik hoefde nooit lang te zoeken waar ik mijn lunch zou eten, want om iedere derde hoek lag wel een keurig onderhouden park vol weelderig groen.

Om de lokale keuken. Uiteraard om de keuken. Want lekker eten is altijd een goed idee. Vers stokbrood en croissantjes. Verse vis. Alle typische streekgerechten: salade niçoise, socca en pissaladière (daar kan nooit te veel ansjovis op zitten). Maar ook de vele zalige zoetigheid uit de Noord-Afrikaanse winkeltjes. Tijdens de ramadan zijn de stapels chebakia overal torenhoog. Gunstige bijkomstigheid in Nice: uiteten hoeft niet duurder te zijn dan boodschappen doen. Op de meest toeristische plek waar ik zat, had ik een voor- en hoofdgerecht, wijn en koffie voor 32 euro.

Om de levendigheid. Dansers en muzikanten op straat. Jongeren (en een enkele oudere) die stunts oefenen op skateboards, skeelers, eenwielers. Jongeren met hun drankjes op het strand. Ouderen met hun krasloten op de terrassen van de Bar Tabac.

Om mijn geliefde taal te kunnen spreken en te merken dat ik die nog steeds redelijk onder de knie heb.

Waarom vind ik alleen op reis gaan leuk?

Omdat het heel rustgevend is om een tijdje alleen op jezelf aangewezen te zijn. Mijn hoofd was al snel leger dan in de maanden voor mijn vertrek. Ik moet toegeven dat de onbevangenheid die ik op mijn achttiende in Benin en op mijn 22e in Senegal had er wel een beetje af is. Daar stortte ik me zonder nadenken in allerlei avonturen. Nu let ik toch wat meer op. Zijn mijn sleutels veilig weggestopt? Is de rits van mijn tas goed dicht? Ziet dit steegje er misschien iets te donker uit? Wat als die kerel die net naar me siste en ‘Hello madam’ riep me achterna komt?

Alleen eropuit trekken, is ultiem genieten, vind ik. Leven uit mijn koffertje, want waarom zou ik mijn kleren netjes in de kast hangen? Mijn schoenen uitschoppen bij binnenkomst en ze laten liggen waar ze terecht komen. Mijn gedragen kleding over de eerste de beste stoel slingeren. De afwas laten staan tot de laatste dag. Een boek lezen in een café of op een terras. Kletsen met het serverend personeel, dat sowieso geïnteresseerd is in waarom je alleen bent. Niemand die een hartverzakking krijgt of op me vloekt als de pan waarin ik eieren wil bakken met een enorme klap op de grond valt, omdat de steel niet goed vast blijkt te zitten. Dat ik in het appartement aankwam en 1 ei inmiddels kapot bleek te zijn, was ook alleen mijn eigen probleem.

Wijn bij het ontbijt

Met mijn verstand op nul aan een wandeling beginnen en wel zien waar ik uitkom (en dan op een gegeven moment mild in paniek raken omdat ik wel erg ver van huis ben en geen idee meer heb waar dat huis ligt). Trots zijn op mezelf als ik die half gescheurde kurk toch uit de fles krijg. Ongegeneerd wijn nemen bij het ontbijt, want het is zonde dat die fles nog niet leeg is voordat ik vanmiddag terugvlieg. En concluderen dat ie zelfs beter smaakt dan de avond ervoor. Voor me uit staren zonder dat iemand aan me vraagt waar ik aan denk.

En heel eerlijk. Vaak dacht ik maar heel weinig. Of mijn croissantje nog in mijn tas zat. Of ik mijn shirt nog een keer aankon. Dat het niet heel handig was om de zee over mijn schoenen te laten klotsen. Veel dieper ging het niet. Dat had misschien wel gemoeten. Want mijn reis naar Nice was ook bedoeld om erachter te komen waarom het de laatste tijd niet zo goed met me gaat. De dansende letters op het scherm, de ontsteking achter mijn oor, de extreme moeheid waren er natuurlijk niet zomaar.

Moet ik mijn werk anders aanpakken? Moet ik een stagiaire nemen? Moet ik nog energie steken in bepaalde relaties of moet ik gewoon leren omgaan met hoe die relaties nu zijn? Ga ik nog eens in mijn verleden peuteren op zoek naar bepaalde antwoorden, of laat ik het rusten? Voor die vraagstukken moet ik nu dus tijd maken. Gelukkig heb ik in Nice nieuwe (zonne-)energie opgedaan. Ik kan er in ieder geval weer even tegen.

In herhaling

RELAX-1
Een paar weken geleden schreef ik iets over een vork en te veel hooi. Over huilend naar huis rijden van een klant, omdat ik door de deadlines het bos niet meer zag. Gelukkig leer ik altijd van mijn fouten. NOT!

Nadat we terugkwamen uit Brussel had ik even niet zo veel te doen, ik sliep nog een dagje uit, ging met een vriendin koffiedrinken, maakte een wandeling. Toen begon ik me zorgen te maken. Want als ik niet werk, komt er geen geld binnen.

Gelukkig kwamen toen de aanvragen weer. Ja, natuurlijk wilde ik projectleider worden van die leuke opdracht. En ja, natuurlijk kan ik acht personen op één dag interviewen zodat alle portretten in één keer op de website kunnen. Als ik dan toch bezig ben, die presentatie knutsel ik ook nog wel even in elkaar. Facebook bijhouden voor dat fijne documentairefestival, dat kan tussen de bedrijven door. En wat is nu twee vergaderingen in een week? Oh moeten daar ook notulen van gemaakt en een afsprakenlijst? Past makkelijk naast 16 uur op de communicatieafdeling van gemeente Landgraaf.

Waarom ik dacht dat het haalbaar was? Geen idee. Omdat tot nu toe uiteindelijk alles goed komt? Het is maar goed dat ik bijna vakantie heb. Nog nét niet overspannen aan een vakantie beginnen, het is weer eens wat anders.

Zen zonder zen-activiteiten?

Kikker yogaOverpeinzing op de dinsdagmorgen:

Yoga om in balans te komen, meditatie om in contact te komen met je onderbewustzijn, magnetisme om je geblokkeerde energiebanen te openen, stiltewandelingen op blote voeten om je hoofd leeg te maken, bewustzijnstherapie om te komen tot je kern van vrijheid, coaching om jezelf in je kracht te zetten, intuïtief schilderen om je creativiteit te laten opbloeien, tai chi tao om één te worden met het universum, lachtherapie om negatieve gedachten uit te bannen, natuurlijke oliën voor rust in je hoofd en stenen die gecombineerd met bepaalde kruiden een helende werking hebben voor zo ongeveer alles.

Mijn tijdlijn op Facebook loopt er vol mee. En dat is best wel grappig, want ik sta totaal niet open voor dit soort dingen. Terwijl ik het vaak heel goed kan vinden met de mensen die werken in deze ‘branche’ (er is natuurlijk niet echt een verzamelnaam voor wat ik hierboven allemaal noem). Goede vriendinnen en zakenrelaties zijn yogadocent of tai chi adept en gaan af en toe op stilteretraite in een klooster. Dat verklaart de berichten op mijn tijdlijn.

Is mijn hoofd vol, dan ga ik een stuk hardlopen of baantjes zwemmen. Zijn mijn hoofd en agenda overvol, dan krijg ik buikpijn, huil ik een keer en zeg ik vervolgens een paar activiteiten af, zoals te lezen was in mijn vorige blog. Heb ik geen inspiratie, dan helpt het meestal om te brainstormen met mijn mede-flexwerkers of om even mijn oordopjes in te doen en naar fijne muziek te luisteren.

Mooi dat we allemaal op een andere manier voor onszelf zorgen. Wat doen jullie om je zen te voelen?

Iets met een vork en te veel hooi

Chaos

“Nanotechnologie, wat weet je daarvan?”
“Niets.”
“Kun je er een stuk over schijven, voor een projectplan waar miljoenen mee gemoeid zijn?”
“Ja hoor, geen probleem.”

“Dat interview vanmiddag, dat is met zes mensen tegelijk. Kan zijn dat ze af en toe door elkaar heen praten, want iedereen is heel enthousiast over de bouwplannen.”
“Maakt niet uit, ik zorg dat ik van iedereen een mooie quote krijg.”

“Crisiscommunicatie, wat denk je daarvan?”
“Lijkt me spannend, maar ik denk dat ik het wel kan.”

Over het algemeen ben ik geen stresskip en raak ik niet snel in paniek. Ik zeg ja op iedere opdracht en doe mijn uiterste best om alles wat me wordt verteld foutloos en lekker leesbaar op (digitaal) papier te zetten. In mijn vorige blog omschreef ik mijn werksituatie als ‘ongelofelijke luxe’.

Hard werken combineerde ik tussen augustus en april met een veeleisende verbouwing en sindsdien met een tjokvol sociaal leven. De afgelopen weken was ik meer avonden niet dan wel thuis.

Ineens, of misschien toch niet zo heel erg ineens, is de grens bereikt. Of erger, ik denk dat ik er al overheen ben gegaan. Maandag reed ik huilend van een opdrachtgever terug naar huis. Niet omdat het interview slecht ging. Niet omdat de koffie slecht was. Ook niet omdat ik zo’n hekel aan autorijden heb. Wel omdat ik op dat moment zeker wist dat ik niet de kwaliteit kon leveren die ik wilde. En de deadline was weer eens ‘gisteren’.

Weten dat je tekort gaat schieten, doet pijn. Vanaf dat moment zit er een knoop in mijn maag en onrust in mijn hoofd.

Is het al bijna vakantie?

In theorie heb ik nooit stress

20151102_130543_resized
Ik sta niet bekend als iemand die snel in de stress schiet. In tegendeel. Ik las net de aanbevelingen op LinkedIn nog eens na om mijn ego een oppepper te geven en daar wordt het bevestigd: Lieke, die kan tien bordjes tegelijk draaiende houden, of tien ballen in de lucht.

“Ze werkt altijd aan meerdere opdrachten tegelijk en dat gaat haar goed af, zonder te stressen.”
“Een keiharde werker die soms vijf paar handen lijkt te hebben – hoe ze anders al haar activiteiten voor elkaar krijgt, zou me een raadsel zijn.”

Maar het lijkt of de magie is uitgewerkt. Ik raak een beetje verstrikt in mijn eigen hoofd. En daardoor ga ik dingen die helemaal niet zo belangrijk zijn steeds meer aandacht geven, tot ik lichtelijk in paniek raak en nergens anders meer aan kan denken dan aan alle dingen die ik nog moet en alle dingen die ik zo graag wil maar die er steeds niet van komen omdat ik eerst nog zo veel dingen moet.

Het ene moment zeur ik tegen mijn geliefden, het andere moment sluit ik me in mezelf op omdat ik er niemand mee wil lastig vallen, want het is toch eigenlijk juist fantastisch dat ik zo veel opdrachten heb. Beide ‘methodes’ werken niet en komen mijn gemoedsrust niet ten goede.

En zo kon het gebeuren dat ik laatst -in een heel gezellig eetcafé waar de leuke jongen uit de trein, een van zijn lievelingscollega’s en ikzelf net heerlijk hadden gegeten- in huilen uitbarstte. Een glas witte wijn in de hand.

En zo kon het ook gebeuren dat ik laatst midden in de nacht wakker lag omdat ik zeker wist dat we nooit meer gaan verhuizen en we voor eeuwig in deze langzaam aan te veel spullen ten onder gaande huurwoning blijven zitten. Toen ik eindelijk in slaap viel, droomde ik eerst dat de schimmel op de badkamer zich massaal had vermenigvuldigd en daarna dat we een hele lieve, roodharige hond in huis namen. (Een verklaring, iemand?).

Ik geloof dat het tijd is om de zaken anders aan te gaan pakken…