Blech dag

Vandaag is geen dag om in te lijsten. Ben bang dat er ook geen kroontje meer op komt. Het noodlot bracht mij samen met een van mijn minst favoriete collega’s. Als ik echt grof zou zijn, zou ik zeggen dat ik haar een verspilling van zuurstof en ruimte (veel ruimte) vind. Maar dat is gemeen. Want ze is ongetwijfeld een goede echtgenote en lieve moeder.

Ze bemoeit zich overal mee en houdt zich aan geen enkele regel. Iedere klant vindt ze per definitie lastig. Als er hard gewerkt moet worden, dan doet ze niet mee, want "ooh zo’n last van mijn rug". Ze zit als eerste aan tafel voor de lunchpauze en staat als laatste weer op. Maar als het ernaar uitziet dat ze op moet schieten om voor de volgende regenbui thuis te zijn, dan kan ze ineens wel een versnelling harder. Heel vermoeiend.

Gelukkig was er wel 1 lichtpuntje vandaag. Ik wist me heel sneaky aan de ‘plaatsbewijscontrole’ op het busstation te onttrekken. Op de heenweg had ik braaf gestempeld, op de terugweg was ik het vergeten (gister mijn OV ingeleverd 😦 en dat zit nog niet in mijn systeem). Ben nog nooit zo snel Hoog Sjacherijne ingerend.

Het wisselvallige presteren van mijn laptops

Loop al maanden te klagen over mijn laptops. Ik heb twee van die krengen. De ene is zo traag dat terwijl ie internetverbinding zoekt, ik ondertussen de krant kan lezen. De ander is supersnel, maar raakt na een uur oververhit en gaat dan op zwart. Natuurlijk net op het moment dat ik vijf minuten voor de deadline probeer een pp-presentatie in elkaar te zetten. Mijn studiegenoten worden langzaam gek van mijn laptopperikelen (en gelijk hebben ze); zelf heb ik regelmatig een laptop uit het raam gehangen zoals Michael Jackson dat ooit met een kind deed. En dan nog net niet gooien, want tja, ik heb nog geen andere.

Vandaag ben ik de zoektocht naar een nieuwe gestart. Heb tig reviews gelezen en prijzen vergeleken. Ik zie er scheel van. Nog steeds geen keuze gemaakt. Weet precies welke ik mooi vind, maar is ’t dan ook een goeierd? Het zegt me ook allemaal zo weinig. Die heeft meer geheugen dan die, maar heb ik dat wel nodig? Die heeft een hogere resolutie dan die, maar dat zal voor mijn powerpointjes en pdf’jes toch niet zo veel uitmaken?

Tips zijn welkom!

Discussie

Ik houd van discussie. Na klagen, komt discussieren op de tweede plaats. Soms doet een discussie een beetje pijn, als mijn argumenten steeds zwakker en die van de ander steeds sterker worden. Toch blijf ik er dol op.

Deze week waren twee van mijn collega’s wel in voor een discussie. Ik zette mijn koffie aan de kant en ging er eens goed voor zitten.

Collega 1: Toen het Oostblok nog communistisch was, was iedereen er veel gelukkiger.
Ik: Ja, en daarom probeerden duizenden mensen met gevaar voor eigen leven naar het Westen te vluchten.
Collega 1: Ehm. Ja. Oke. Misschien was niet iedereen toen gelukkig.

Collega 2: Ik vind dat moslims geen moskeeen mogen bouwen in Nederland.
Ik: Heb je enig idee hoe veel Nederlanders kerken hebben gebouwd in Afrika en Azie?
Collega 2: Ja maar dat was vroeger.
Ik: En waarom mocht het toen dan wel?
Collega 2: Ehm… eh…

Wat een teleurstelling. Ik heb mijn koffie snel opgedronken en ben weer aan het werk gegaan.

Negeren, vergeten

Dat waar je niet aan probeert te denken, blijft door je hoofd spoken. Sinds vorige week donderdag probeer ik goed te praten, te bagatelliseren, te rationaliseren, te vergeven, te vergeten. Het lukt niet. Ik blijf er mijn hoofd over breken dat mijn kleine, grote broertje vrijwillig met mama en mij mee naar het theater ging en vervolgens vooral moeite deed om er een onaangename ervaring van te maken. Of ging hij wel met goede bedoelingen en pakte het per ongeluk verkeerd uit? Ik probeer steeds argumenten in mijn hoofd te stoppen waaruit zou moeten blijken dat het geen opzet van hem was, want waarom zou hij anders mee zijn gegaan?

Hij is pas achttien. Achttienjarigen zijn vaak niet zo dol op hun familie. Hij was echt verkeerd gelopen, want zo vaak komt hij niet in Heerlen. Dus hij kwam niet opzettelijk te laat. Misschien had hij een goede reden om Engels tegen ons te spreken, in plaats van zijn moedertaal. Oefenen voor zijn studie enzo. Misschien dacht hij echt dat ik het stoer zou vinden om verhalen te horen over hoe hij een hekel heeft aan sommige klasgenoten, hoe hij zijn eerste onvoldoende al binnen heeft en hoe hij al tijdens de introductieweek de rest van de klas kwijtraakte. Misschien negeerde hij vakkundig onze goedbedoelde en belangstellende vragen, omdat hij denkt dat de antwoorden ons niet interesseren. Zijn duidelijk kostbare zakcomputer en koptelefoon en de opmerking dat hij gestopt is met zijn bijbaantje, waren vast niet bedoeld om ons de boodschap mee te geven dat hij de erfenis van mijn vader er doorheen draait. Hij had er waarschijnlijk niet eens over nagedacht dat die dingen zo op ons over zouden komen. Of toch wel?

Ik maak mezelf gek. Dat moet ik niet doen. Ik heb er niet eens tijd voor. De tijdsdruk voor het op de rails houden van vier vakken, twee dagen werken en een sociaal leven loopt de komende twee weken alleen nog maar op. Vier VU-deadlines kloppen op de deur. Voor andere deadlines (adreswijzigingen, ontslagbrieven, abonnementswijzigingen en meer van dat soort verhuisgerelateerde dingen) stop ik mijn kop nog even in het zand. Of toch niet. Want dat waar je niet aan probeert te denken, blijft door je hoofd spoken.   

UPDATE
En toen was ik helemaal van de waps. Nu heb ik niet alleen een spookhuis in mijn hoofd, maar de hele kermis. Ineens krijg ik een lief sms’je van mijn kleine, grote broertje met kusjes op het eind en al. Dat hij graag mee wil naar een optreden van de leuke jongen uit de trein. Zie je wel, hij bedoelde het allemaal niet zo. 

Vraag

Een serieuze vraag die me al een tijdje bezig houdt: "horen mensen die uit de maat bewegen andere muziek dan mensen die in de maat bewegen?"

Thuiskomen

Het voelde als thuiskomen. De vriendelijke portiermevrouw achter de balie: "Dat is lang geleden, wat gezellig." De vrolijke, rondbuikige poetsmeneer in de gang: "Waar ben je al die tijd geweest?" De breedgeschouderde onderhoudsmeneer vanachter zijn volgestapelde kar: "Ben je weer terug?" Mijn lieve collega C met haar vieze eetgewoonten: "Wat leuk dat je er weer bent!" 

Ruim een jaar geleden begon ik er. Wat betekent dat ik er al bijna tien maanden weg ben. Iedereen kende me nog en was blij me weer te zien. Het onbeduidende, koffierondbrengende radartje in het geheel van keukenactiviteiten, is terug op haar plek 🙂

Al kreeg ik niet van iedereen een warm welkom. De humeurige in soepjurk gehulde poetsmevrouw krijgt het woord "goedemorgen" nog steeds haar strot niet uit. Daar hebben mijn huisgenoten ook wel eens moeite mee. Ik schreef het al: het voelde als thuiskomen. 

Hoe doet ze dat toch?

Ik heb geen oogje op haar en haat haar ook niet. Toch peins en filosofeer ik al weken over een studiegenootje. De vraag die me bezig houdt: "hoe doet ze dat toch?"

Nog voor ik een artikel geprint heb, heeft zij het al gelezen. Nog voor bevestigd is welke hoofdstukken we moeten bestuderen, heeft zij het hele boek al uit. En een week voor we moeten presenteren, heeft zij al een onderzoeksvraag uitgewerkt met alle voors en tegens op een rijtje en suggesties erbij voor verder onderzoek.

Ze heeft een vriend, ze heeft vriendinnen, ze heeft een baan en ze woont niet bij de universiteit om de hoek. Vier dingen dus die in ieder geval tijd kosten. Net als dat ze mij tijd kosten. Net als dat ze mijn andere studiegenootjes, die gelukkig niet allemaal hun werkstukken al geschreven hebben voordat de deadline bekend is, tijd kosten.

Ze ziet er altijd netjes uit. Gaat af en toe een weekendje weg. En honger lijdt ze ook niet. Dus het enige wat ik kan bedenken is dat ze heeeeel goed kan multi tasken. Fascinerend. Ik zie voor me hoe ze voor de spiegel met links haar haar kamt, tegelijkertijd met rechts haar make-up opdoet en ondertussen hardop een presentatie oefent en zonder handen in haar schoenen stapt.

Ik snap er niets van. 

Functioneringsgesprek

Prima. Prima. Goed. Prima. Ga zo door.

De geschiedenis herhaalt zich en dit keer ben ik er blij mee. Vlak voordat ik een werkplek verlaat nog even een complimenteus functioneringsgesprek binnen halen. Dit keer geen achterliggende boodschappen, geen overhaalpogingen om me toch te laten blijven, geen veren in mijn reet vlak na het verwerken van een bak kritiek. Een oprecht gemeende goede beoordeling met een dikke succeswens voor de toekomst: "We gaan je missen, maar we hopen voor jou dat we je na december nooit meer terug zien."

Het is altijd fijn om complimenten te krijgen en het voelt goed om gewaardeerd te worden, ook al krijg ik die waardering voor het smeren van broodjes en het bakken van kroketten.

Verdwaalde gedachte

Vanmiddag tussen het station en mijn huis, riep iedere miezerig regendruppel die verdwaalde in mijn pluizebollenhaar, een nieuwe gedachte op. Het waren vooral gedachtes die begonnen met "Ik moet nog…" of met "Gaat het me lukken om…" Mijn hoofd tolde ervan toen ik thuis kwam. Ik was er helemaal aan toe om met een dekbed en een kop thee op de bank te kruipen.

Goh, zou de herfst weer begonnen zijn?

Lekker gewerkt dankzij vermoeiende collega

Heerlijk gewerkt vandaag. Met plezier de benen onder mijn lijf uit gelopen. Toen ik de eerste keer op de klok keek, had ik nog maar een uurtje te gaan. Zo heb ik het graag. Dat ik zo hard moest werken, kwam mede dankzij onze nieuwste ‘aanwinst’. Zij denkt er heel anders over dan ik. Dinsdag was ze al niet vooruit te branden. Vandaag was helemaal het toppunt. We zeiden voor de grap "goedemiddag" tegen haar toen ze als laatste binnenkwam. Met een lang en lusteloos gezicht antwoordde ze "was het maar al middag".

Haar hele lijf bleef de rest van de dag ‘geen zin’ uitstralen. Ze stond niet achter de kassa, maar leunde er tegenaan. Ik heb nog nooit iemand zo langzaam de voorraad bij zien vullen. Op het moment dat we echt even vaart moesten maken om op tijd klaar te zijn voor de schoonmaakploeg, stond ze buiten te roken. Ze was niet alleen sloom als er gewerkt moest worden. Ook in de pauze was het raak. Ze kauwde niet op haar brood, maar sabbelde erop. Ze had de hele pauze nodig om een boterham met smeerkaas te verwerken. Ik werd moe als ik ernaar keek.

Ik klaag niet, want door haar traagheid hoefde ik me geen moment te vervelen. Maar ik hoop voor haar dat dit toevallig twee slechte dagen waren. Je zult iedere dag met hangende schouders rondlopen en dan naar mij moeten kijken terwijl ik met een grote glimlach de vuile vaat door de spoelmachine trek. Hoe vermoeiend is dat?!