En ja hoor. Heb ik mijn volledige schuld bij de IB-Groep afgelost. Automatische incasso stop gezet. Schrijven ze toch gewoon ‘aflossing langlopende schuld augustus’ van mijn rekening af. Het zal ook eens niet. Grrrrr. En als ze nu nog fatsoenlijk te bereiken waren, maar dat zit er ook al niet in.
Auteur archieven: Eler
Simpel als de NS
Voor als het doorgaat en dat zal wel, want de NS zijn niet voor niets de NS.
Een enkeltje is geen retourtje. Met een enkeltje ga je ergens heen. Met een retourtje mag je ook nog terug naar de plaats waar je vandaan kwam. Simpel, toch? Omdatde OV-chipkaart die al tig keer is gekraakt maar nog steeds niet onveilig genoeg is bevonden om ‘m af te schaffen, het niet kan bevatten, wordt het retourtje opgeheven. Als jedan noodgedwongen twee enkeltjes koopt is dat zes procent duurder dan een retourtje.
Op de meesteperrons zijn geen loketten meer, daar staan alleen kaartjesautomaten (waar mijn pinpas dan ook nog om de haverklap ongeschikt wordt verklaard).Daar kun je dus geen retourtjes kopen met de OV-chipkaart. Op de zeldzame stations waar wel een loket is, blijven de retourtjes bestaan. Maar een kaartje kopen aan het loket, is sowieso weer 50 cent duurder dan via de automaat, dat zijn dan personeelskosten ofzo. Logisch, toch? En die zes procent komt er dan alsnog gewoon bovenop. Dus ook aan het loket is de prijs van een retourtje die van twee enkeltjes + 50 cent. Waarom zou je dan naar het loket gaan om een retourtje te kopen?
Het is dat ik leuke jongen uit de trein soort van een klein beetje aan de NS te danken heb. Het is dat vanaf 1 september mijn OV-studentenkaart geldig is (hosanna, jippiejaaajeeeee!!!), maar anders ging ik nu zitten broeden op actie.
Opleving
Hij straalt. Geniet van de mooie dingen die hij maakt. De reizen die erbij horen. De betrouwbare investeerder die achter hem staat. De dierbare contacten met goede vrienden en familie.
Een paar weken geleden liep hij op de toppen van zijn zenuwen. Kilo’s afgevallen. Sukkelend van slapeloosheid en vage kwaaltjes.
Ex-collega en maatje A is volledig opgeleefd sinds zijn spectaculaire vertrek bij ons beider vijandig gezinde bedrijf. En in wezen is hij niets veranderd. Ik mocht nog steeds mijn lunch en bijbehorende drankjes niet zelf betalen.
Spletsjs
Zielig doen; daar heb ik vooral mijn mama en de leuke jongen uit de trein voor. Mijn huisgenoten zullen zich dus hooguit afvragen waarom ik al twee nachten loop te ijsberen en waar vanmorgen rond een uur of 3 dat gekreun en gevloek vandaan kwam. Het is ze niet eens opgevallen dat mijn rechteroor een heel andere positie inneemt dan mijn linker en ik zal ze er niet op wijzen.
Vanmorgen hield ik het niet meer en heb ik mezelf aangevallen. Jammer voor de dokter en zijn mes. Bobbel was zo hard gegroeid dat ik dacht dat hij zich een weg dwars door mijn hoofd ging banen als ik ‘m geen andere uitweg bood. Spletjsj… en de verdere details zal ik jullie besparen. Zoals ik die ook mijn huisgenoten bespaar. Maar mama en de leuke jongen uit de trein, daar kan ik lekker zielig tegen doen en daar horen details nu eenmaal bij. Sorry lieverds!
Bobbel
Hij komt als Bobbel voor in een van mijn eerste dagboeken. Het verhaal van onze onaangename kennismaking staat nergens beschreven. Wel ons pijnlijke weerzien een paar jaar later. En dat was niet ons enige weerzien. Bobbel komt telkens terug. Volgens mijn huisarts als ik stress heb. Waar ik het niet mee eens ben, want hoe kan ik na een relaí weekje Berlijn nu stress hebben?!
Wie Bobbel is? Een klier (denk ik) die eens in de zoveel tijd ontsteekt tot pijnlijke proporties. Zodat mijn rechteroorlel een stuk van mijn hoofd af gaat staan om er plaats voor te maken. De eerste dagen doet het nog geen pijn. De laatste paar dagen voor de huisarts er zijn mes in zet, word ik horendol als ik de dosis ibuprofen niet af en toe aanvul. En ’s nachts is het helaal afzien. Ik slaap altijd ‘op rechts’.
Vrijdag is het zo ver. Als ik niet voor die tijd in een vlaag van krankzinnigheid er zelf al iets scherps in gezet heb. Meestal durf ik dat op het laatste moment toch niet, met een dikke naald al op mijn huid druip ik toch weer af richting bed, bang vitale onderdelen te raken, bang voor meer pijn. Terwijl de huisarts het echt niet zachtzinniger doet dan dat ik het zelf zou doen. Verdoven is bij een ontsteking namelijk niet mogelijk.
Die eerste keer was ik 11 en mocht ik onder volledige narcose, nachtje ziekenhuis erachteraan. Nu, vijf of zes keer verder, is het een kwestie van op mijn tanden bijten. Wie houdt er vrijdag mijn handje vast?
Ik was jarig en ging naar Berlijn
Zo veel gezien en gedaan dat ik niet zo goed weet welk verhaal te vertellen. De leuke jongen uit de trein was een Geweldige Gids (ja, inderdaad met 2 hoofdletters). Ik was een klein beetje bang voor het ’24-uurs-effect’. Ik ben ernamelijk niet zo goed in me 1 of meerdere etmalen in de directenabijheid van dezelfde persoon te bevinden, in dit geval de leuke jongen uit de trein. We waren nog nooit zo lang ‘samen onderweg’. Die angst bleek totaal ongegrond, wevonden elkaar bijna 24 uur per dag lief.
Es war supertoll in Berlin:
De plaatselijke mode is er ultra kort. Liefst in de vorm van een precies onder de zakken afgeknipt spijkerrokje. Lange, dunne stelten eronder. En paraderen maar. Geheel tegen mijn vooroordelen over Duitse vrouwen in: die van Berlijn weten hoe ze zonder luidruchtig te zijn de aandacht moeten trekken. Toeristen die zich aan het modebeeld aanpassen, snappen er daarentegen helemaal niets van. De Francaise naast ons in het internetcafe moest de rits van haar lakleren, rode hotpants helemaal openzetten om te kunnen gaan zitten. Geen fraai uitzicht.
Toeristen drommen in massale aantallen samen rond de toeristische ‘moetjes’. Ook als ze er uren voor in de rij moeten staan. Onder het mom van ‘dit doen we anders nooit’, had de leuke jongen uit de trein ineens gruwelijk veel last van zijn knie. En zo kwamen we de Rijksdag binnen via de invalideningang. Het was zijn acteerstukje meer dan waard. Prachtig gebouw met nog mooier uitzicht.
Bijna alles is groot of groots in Berlijn. De gebouwen, de pleinen, de parken, de terrassen. Het ene moment ben je omringd door oude gebouwen met een fascinerende geschiedenis. Het volgende moment door wolkenkrabbers, van kleur veranderende lichtkoepels en hijskranen.
Het horecapersoneel verstaat er zijn vak. Tongstrelende, versecocktails worden geserveerd met flair en vriendelijkheid. En als je debordjes met Happy Hour in de gaten houdt, kun je ze de hele dag tegeneen aangename prijs nuttigen. Ze nemen de term ‘uur’ niet zoletterlijk, want een Happy Hour duurt algauw vier keer zo lang. Wanneermerk je dat je verslaafd begint te raken? Als je de cocktails kuntbestellen zonder op de kaart te kijken…
Geografisch Gehandicapt
Ik ben Geografisch Gehandicapt. Mijn richtingsgevoel is dermate onderontwikkeld dat ik standaard de verkeerde kant uit wijs naar oost of west, koffieshop of domtoren, of wat dan ook.
Het is tijdrovend om een uur voor een afspraak te vertrekken, terwijl de ontmoetingsplek nog geen 3 kilometer verderop ligt. Het is treurig om bij elke wegomleiding of onvindbare richtingaanwijzer in de stress te schieten. Het is diep triest om na ruim een jaar nog steeds de verkeerde kant op te lopen als ik het kantoor van de eindredacteur achter me dichttrek en op weg moet naar de receptie.
Ik heb dan ook een diep respect voor mensen die na een eerste bezoek aan een stad de plattegrond meteen voor eeuwig in hun hoofd hebben. Of voor mensen die stranden in plaats X en die dan toch via een binnendoorweggetje richting plaats Y nog keurig op tijd zijn voor hun sollicatatie in plaats Z en dan zonder TomTom. Hoe doen ze dat dan, vraag ik me vertwijfeld af en dan probeer ik me tevergeefs dat binnendoorweggetje voor de geest te halen.
In Utrecht kan dat dus ook, verdwalen. Nu vind ik het nog leuk. Om elke straathoek een nieuwe ontdekking. En ik kom altijd weer thuis. Want de richtingaanwijzers naar Jaarbeurs en Centraal Station zijn niet te missen en laat ik daar nou praktisch naast wonen. Dus ik dank huisgenoot K op mijn blote knietjes voor deze kamer. Want als verdwalen niet meer leuk is (lees: als ik weer een ritme heb en dus altijd haast om van unie naar sportschool of van bijbaan naar kroeg te komen) dan is het verdomde mooi meegenomen dat ik na een lange dag mijn warme bedje terug kan vinden.
De zon komt bijna op
Het wordt bijna licht buiten. Want het was veel te gezellig. En dus zit er te veel alcohol in deze bibberige vingers op dit plakkerige toetsenbord. Maar het moet gezegd. Ik was een beetje bang. Ik bedoel, ik kreeg deze kamer via-via. En misschien zouden die andere twee mij (dus) helemaal niet leuk vinden. Of ik hen niet. Maar ik denk -kan het natuurlijk mis hebben- dat het net als tussen mij en Utrecht ook tussen mij en mijn huisgenoten wel goed komt. We hebben hetzelfde tempo van alcohol achterover gieten. Dezelfde wegwerpgebaartjes als er een vervelende kerel aan komt zeilen. En we zijn allemaal (iets te) open over intieme zaken. En dan terug fietsen, ik achterop, met mijn neus tussen mijn knieen en toch nog goed thuis komen. Dat zegt ook iets. Blindelings vertrouwen enzo. Klein meisje in de grote stad, holladieeeeeee!!!
En die tapas. Nou, voor een heel leger dus. Iemand een gehaktbal of een olijf???
Ei, ei, ei, dit is leuk!
Eergister huppelde ik door de levendige, kleurrijke wijk Lombok. Met volle teugen de lucht van Turkse pizza en vers fruit opsnuivend.
Gister liep ik door ongezellig en lelijk Hoog Catharijne. Maar omdat het hemelwater gestaag op de stad bleef neerdalen, was ook dat geen straf. (Ik weet dat ik dat ene leuke jurkje eigenlijk echt niet nodig had).
Vandaag nam ik mijn Italiaanse verstekeling M mee de stad in. De stad waar ik niets van af weet en waar ik dus een waardeloze gids ben. Een plotselinge regenbui deed ons een ouderwets bruin cafe in vluchten. Met van die dikke rode velours gordijnen met gouden kwasten en donker houten meubels. Een stel vrolijke stamgasten aan de bar. En wij midden op de dag al aan het bier.
Met mij en Utrecht komt het helemaal goed. En M heeft vanavond de tijd van zijn leven als hij met 6 meiden aan het tapasbuffet zit.
Ik ben er klaar voor!
Vanuit Leiden, Amsterdam, Amersfoort en Utrecht kwamen de hulptroepen sjouwen, zwoegen en een appeltaartje brengen. Ik heb zo’n lieve vrienden. Nadat alles boven stond (2 trappen met een gemene draai erin) belandden we in de kroeg tegenover. Vijf mensen uit Maastricht die nu allemaal in De Randstad wonen proostten op het goede leven en mijn nieuwe woning. De overburen schonken brand, hoe toepasselijk.
Ik ben er klaar voor! Klein meisje in de grote stad, holladieeeeee.