Eerlijk gezegd

Tegen anderen zeg ik altijd dat het goedkomt, ook als het over mezelf gaat. Terwijl ik daar op het moment dat ik de woorden uitspreek wel eens aan twijfel. Maar in dit geval krijg ik de woorden niet eens over mijn lippen. Onderstaande regels ontving ik van mijn scriptiebegeleider:

Ik vind het eerlijk gezegd nog lang niet voldoende, in veel opzichten. Kortom: je moet nog heel veel werk verzetten. Of je het in augustus nog af kunt krijgen vraag ik me eerlijk gezegd ernstig af.

Deze regels spoken al sinds maandag door mijn hoofd, ze vallen me aan als ik broodjes sta te smeren en bijten me terwijl ik koffie inschenk. Tot twee keer toe de zinsnede ‘eerlijk gezegd’. Eerlijk gezegd had het van mij wel wat minder eerlijk gemogen. Als ik het bijgevoegde document open en alle ‘rode’ opmerkingen zie, krijg ik het benauwd.

Die benauwdheid grenst aan serieuze paniek. Want (officieel dan toch) als ik niet alle punten binnenhaal voor mijn pre-master jaar, mag ik geen vakken volgen in mijn masterjaar, en als ik op stage ga voordat ik 25 studiepunten in mijn masterjaar heb gehaald, kennen ze me de studiepunten voor die stage niet toe. Wat dan weer betekent dat ik na mijn stage nog een bak vakken moet volgen en minimaal een half jaar studievertraging oploop. Dat zou geen ramp zijn als ik er het geld voor had en makkelijk nieuwe woonruimte zou kunnen vinden na mijn stage. Maar dat wordt dus wel een ramp. 

Kan iemand mij helpen? Of kent iemand, iemand die mij kan helpen? Iemand die het vak conversatie-analyse onder de knie heeft? Of in ieder geval de wetenschappelijke denkwijze snapt die ervoor nodig is om dat vak toe te passen? Er kan onderhandeld worden over een vergoeding…

Stem uit het verleden

"Ken je me nog?"

Mijn hart klopt in mijn keel en ik zit rechtop in bed. Bij middernachtelijke telefoontjes gaat er altijd een innerlijk alarm af. Ja ik weet nog wie hij is, maar voel me niet geroepen antwoord te geven op zijn vraag.

"Woon je nog in Utrecht?"

Ik aarzel. Hoe weet hij eigenlijk dat ik naar Utrecht ben verhuisd? Heb ik hem dat zelf verteld? En hoe stom was dat?

"Hoezo?"
"Ik sta op Utrecht Centraal, kun je me komen halen?"

Ik kijk op de klok boven mijn bed. Ik kan de wijzers met moeite onderscheiden. Het is twee minuten voor twee.

"Ik geloof dat je gek geworden bent. Ik lag te slapen en ga dat zometeen weer doen. Moet morgen werken."

Ik ben niet zo heel erg aardig midden in de nacht.

"Is je vriend er of ben je alleen?"
"Wat heeft dat er mee te maken?"

Dit keer voelt hij zich niet geroepen om antwoord te geven.

"Je kunt me toch wel komen halen? Ik kan echt geen hotel vinden nu."
"Sorry, dat is jouw probleem."

Waarom zeg ik nu ook nog sorry?

"Vertel me dan waar je woont. Dan hoef je me niet te komen halen. Ik loop wel naar je toe."
"Ik woon heel ver van het station."

Dat is een leugen. Maar hee, dit gesprek vraagt om een snel einde.

"Oh."

Ik hang op en probeer me niet schuldig te voelen. Mijn telefoon rinkelt de volgende tien minuten nog twee keer. Ik laat ‘m rinkelen. Zijn nummer had ik al lang geleden uit mijn telefoon gewist. Het bewijs is weer geleverd dat je vage kennissen (zeker die waar je per ongeluk een keer een carnavalsochtend naast wakker werd) nooit een telefoonnummer moet geven.

Familiefeestje

Mijn oudste nicht weer zien en de ene na de andere rake opmerking over en weer kaatsten, is altijd een feestje. Wijntje in de hand. Kritische blik op het volk om ons heen.

Het perfecte teamwork met mijn zusje is altijd een feestje. Op de plaats van bestemming zelf de cadeautjes nog in moeten pakken. In de keuken lekkere hapjes maken en ondertussen uitgebreid voorproeven.

Mijn jarige mama die constateert dat het toch goed is gekomen, is altijd een feestje. "Ik heb te weinig in huis gehaald, ik weet het zeker. Zal ik nog naar de winkel gaan? Er moet echt iemand naar de winkel! Heb ik wel het goede bier? Straks komt iedereen tegelijk en dan heeft niet iedereen koffie." Alles liep op rolletjes en niemand vond het erg even te moeten wachten op koffie. Ik denk dat ze een leuke verjaardag had en dat was natuurlijk het belangrijkste.

Bijna feest

Vandaag geen stap buiten de deur gezet. Sterker nog: niet verder dan een paar meter bij mij mijn laptop vandaan geweest, die heel onlaptopwaardig een vaste plek op mijn bureau heeft. Een paarduizend woorden weggetikt en nog lang niet tevreden over het resultaat. Het heeft wel een heel ander resultaat: vlekken voor mijn ogen en een zeurend gevoel in mijn polsen. Nog een paar dagen en dan ben ik als een ei zo blij. Dan gaat de vlag uit, de champagme open, het dak eraf. Als ik mijn gedrocht van een scriptie heb ingeleverd is het FEEST!!!

Baby bewonderen

Vrienden en familie weten dat ik niets met baby’s heb. In mijn ogen lijken ze allemaal op elkaar en mooi zijn ze zelden. De hulpeloosheid van de kleintjes beangstigt me. Ik krijg kriebels van opmerkingen als: “Aaaah je kunt nu al zie hoe veel ie op zijn vader lijkt”, terwijl er alleen een gerimpeld, gelig hoofdje met een platte neus te zien is. En wie zo’n klein mensje in mijn armen legt, moet dat meestal bezuren met luid gekrijs. Ik knijp ze niet ofzo. Maar net zoals dieren aanvoelen dat je bang voor ze bent, voelen baby’s blijkbaar aan dat degene die ze vast heeft, hoopt dat ze snel groter groeien.

Een tijd geleden ging ik de leuke jongen uit de trein ophalen bij vrienden van hem die net een nieuw mensje op de wereld hadden gezet. Toen we een uurtje later weer buiten stonden kreeg ik te horen: “Je bent niet eens even naar de box gelopen om te kijken.” De box had recht voor mijn neus gestaan, maar toch midden in mijn blinde vlek. Wat betekent dat de baby deed wat ie moest doen: slapen.

Mijn vriendinnen zijn over het algemeen carrièremeiden, die eerst een goede baan, een leuk huis en een lange relatie willen hebben voor ze aan kinderen beginnen. De meesten hebben dat nu bereikt (niet iedereen maakt van die rare ‘moves’ als ik). En dus komen ook de eerste baby’s. Gister mocht ik er eentje gaan bewonderen. Vriendin K en ik stapten op de fiets met een kinderliedjes-cd en een tomatenplantje.

En wauw: wat een mooie baby. Een perzikhuidje en een mooie bos donker haar. Ik zag geen enkele gelijkenis met zijn ouders (niet als belediging naar de ouders bedoeld), maar toen mama er een babyfoto van papa bij pakte, moest zelfs ik toegeven dat de overeenkomsten opvallend waren. “Dat doen ze expres in het begin, zodat de vaders zeker weten dat het wel van hun is”, lachte de kersverse mama. Het manneke sliep op zijn rug met zijn armen boven zijn hoofd en zag er totaal tevreden uit.

Nee, het begint nog niet te kriebelen. Maar van de verliefde blik waarop mama naar haar manneke keek, werd ik wel blij. Mama lijkt namelijk een beetje op mij en zei een paar maanden geleden nog met een hulpeloos gezicht bij K aan tafel: “Zie je het al voor je, mij met zo’n kind in mijn armen?” Wij zagen het niet voor ons, maar hebben het nu gezien. Het was een mooi plaatje.

Krijg ik ineens een baan aangeboden

Dat heb ik weer!

De telefoon gaat. Eigenaar R van communicatiebureau K te M aan de lijn.

"Heb je het druk?"
"Nog een scriptie en twee werkstukken te gaan. En dan 6 weken fulltime de horeca in."
"Ik bedoel eigenlijk vanaf september."
"Vanaf september wil ik 30 studiepunten halen in 3,5 maand. Dus dat is best wel druk. Hoezo?"
"Studiepunten?! He verdorie, ik dacht dat je na dit jaar klaar was. Je lijkt me wel een geschikte hoofdredacteur van het blad waar je toch al voor schrijft. Nou ja, dat zit er dan niet in. Weet je nog iemand anders?"

Maandenlang heb ik in M naar een leuke baan gezocht, waarbij een baan als hoofdredacteur bij een jongerenblad hoog op het verlanglijstje stond. Dat liep telkens op niets uit, dus besloot ik weer te gaan studeren. Die studie maak ik af, al is het maar omdat een baan bij een ambassade ook heel hoog op het verlanglijstje staat. Maar verdorie, als ie er een jaar eerder mee aangekomen was, zat ik nu niet zo in de werkstukken- en scriptiestress.   

Wat niet weet, wat niet deert

Wat niet weet, wat niet deert. Dat is de ‘regel’ die de leuke jongen uit de trein en ik half lachend, half serieus ooit hebben afgesproken. Niet dat het iets uitmaakt, er valt helemaal niets te weten. Relatietechnisch was ik nog nooit zo braaf.

Maar toch. Heel even. Misschien een paar seconden. Die twijfel. Met zijn allerliefste lach vroeg V waarom ik niet nog even bleef. Zou ik na die paar seconden de onverstandige beslissing hebben genomen, dan was ik vanmorgen wakker geworden in een mooie, schone Tilburgse hotelkamer met een goed verzorgd ontbijtbuffet.

In plaats daarvan werd ik wakker in een stoffige slaapkamer en moest ik eerst naar de supermarkt voordat ik kon ontbijten. In alle vroegte is het alweer tijd voor never ending scriptiegetyp. Verstandige beslissingen hebben vaak bijzonder saaie gevolgen. Wat een leven.

Vrije Universiteit Amsterdam: een wonderlijke, ondoorgrondelijke instelling

Heb een paar keer met mijn ogen geknipperd. Ben even opgestaan en weggelopen om daarna opnieuw het mailtje van de VU te bekijken. Het staat er echt.

Ongelofeloos. Na twee stage- en scriptievoorstellen die alletwee werden afgekeurd -eerst niet wetenschappelijk genoeg, vervolgens was de link tussen stage en scriptie niet sterk genoeg- staat er nu zwart op wit te lezen: ‘Ik kan op dit moment niets voor je doen. Je kunt pas een stageverzoek indienen als je minimaal 25 studiepunten in je masterjaar hebt gehaald.’ Pardon?

Nu wordt het zeker weten een stage zonder begeleiding/goedkeuring van de VU, want op 25 studiepunten kan ik niet wachten. Die kan ik op zijn vroegst in de tentamenweek in december binnenhalen. De cijfers weet ik pas in januari. Voordat mijn verzoek is goed- dan wel afgekeurd is het februari. En dan hoop ik toch echt al twee maanden in Brussel te zitten.

Ongelofelijk hoe ver een universiteit van de realiteit af kan staan. De VU is een wonderlijke, ondoorgrondelijke instelling. Je kunt er alle kanten op, behalve de goede.   

Mijn schone familie

Net terug van 4 dagen Barcelona met de familie van de leuke jongen uit de trein en het volgende familiegebeuren stond alweer op het programma: de jaarlijkse familiedag. In mijn hoofd heb ik er al honderden blogs over geschreven, maar ik krijg er geen samenhang in.

Dus ik zeg: bier, gezelligheid, wokrestaurant, botsauto’s, cultuurbarbaren, foxtrot, foute Nederlandstalige muziek, nog foutere Limburgse muziek, tourbus, kleine wereld, kilozakken snoep, zangtalent, geknuffel, een plastic zak met kleingeld voor de chauffeur, gammel podium, oude bekenden, keiharde opmerkingen, flitsende camera’s, nog meer bier en nog meer gezelligheid.

En dan mogen jullie er iets van maken.

Medelijden

De sfeer op mijn werk was zo gespannen dat ik niet eens durfde te vragen waar collega A gebleven was. Stilletjes boog ik me over tomaatjes en komkommers. Uiteindelijk kreeg ik het verhaal toch te horen. Voor de tweede keer was A op heterdaad betrapt met een fles aan de mond. Al maanden verdween meer bier en wijn uit onze voorraad dan dat we bij borrels serveerden.

Ik weet al een tijdje dat collega A geen gemakkelijk leven heeft. Ik hoor regelmatig verhalen over haar koopverslaving en de enorme schulden die ze daarom heeft. Ik vermoed dat ze mede daardoor (ze is achter in de 40) bij haar ouders woont. Ook haar historie van ziekteverzuim en de waarschuwing die ze om die reden al aan haar cateringpakje had hangen, is algemeen bekend. Dat ze een bijzonder hoge dosis anti-depressiva slikt, weet ik ook. Ze slikt ze onder andere bij de lunch met een glaasje melk en is er heel open over. Ze vertelde wel eens dat ze geprobeerd heeft pillen te minderen en dat ze toen compleet doordraaide.

Ze heeft aan het management alles bekend, nadat onze chef niet anders kon dan haar gedrag daar te melden. Dat ze regelmatig onder werktijd dronk. Soms zelfs al gedronken had voordat we om 8.30 beginnen met een kop koffie in de keuken. Ik heb nooit iets gemerkt. Ze deed haar werk perfect.

Ze krijgt gelukkig een tweede kans. Op een andere locatie waar de drank achter slot en grendel staat en waar ze geen borrels meer mag serveren. Ik kan niets anders voelen dan medelijden. Hoe zwaar ze het heeft, kan ik me niet eens voorstellen. Het zet me wel weer met beide beentjes op de grond. Al dat gemekker over mijn saaie, suffe scriptie en het slechte humeur dat ik ervan krijg. Mijn humeur is waarschijnlijk super zonnig vergeleken met dat van collega A en veroorzaakt (vooralsnog) geen andere verslaving dan een klaagverslaving. Terwijk ik duidelijk niets te klagen heb.