Stress: hoe ik er (niet) mee omga

Iemand die haar zaken voor elkaar heeft en zich niet snel van de wijs laat brengen. Veel mensen hebben dat beeld van mij. Een beeld dat soms klopt. Ik kan vrij veel hebben. Tenminste, als het op werk aankomt.

Drie deadlines aan het eind van de week, geen probleem. Een digitaal interview met 7 mensen tegelijk, geen probleem. Een dag door Noord- en Midden-Limburg rijden en 6 interviews op verschillende locaties, prima. Dankbaar voor de leuke gesprekken. En onderweg genieten van de prachtige herfstkleuren.

Eén zo’n week is prima, daar krijg ik zelfs energie van. Vlak voor een deadline werk ik echt op mijn best. Twee weken van dat, ook leuk. Bij week drie of vier neemt de energie wat af, maar ben ik nog steeds oké met de drukte. Maar ergens daarna komt er een kantelpunt. Een moment waarop de omstandigheden steeds minder meewerken en waarop ik zelf mijn grootste ‘tegenwerker’ word.

“Jij hebt geen afspraak”, zei de mondhygiënist vanmorgen, toen ik binnenliep.

Ik had me gehaast om er op tijd te zijn, want ik moest ook het bed nog afhalen en gaan pinnen voor de schoonmaaksters. In de spits de Noorderbrug over was vrij zenuwslopend, want onwijs traag. Maar ik haalde het, was er precies om 9 uur.

“Ik heb wel een afspraak. Die hebben we een half jaar geleden samen gemaakt en die heb ik toen direct in mijn agenda gezet.” “Ja, ik maak altijd meteen een vervolgafspraak. Maar ik zie je nergens in de computer staan. En er komt zo iemand anders. Kun je morgen terugkomen?”

Dat helpt niet.

Er zijn een paar mensen die me snel op de kast krijgen. Mensen waar ik niet (helemaal) onderuit kan, omdat onderdeel zijn van mijn dagelijks leven. Maar het lijkt alsof ze het ruiken dat ik het druk heb. Dus staan ze iedere dag in mijn WhatsApp, in mijn mailbox en op mijn voicemail.

Dat helpt niet.

Wilders die zich gedraagt als een peuter die niet tegen zijn verlies kan en het nepnieuws dat van alle kanten lijkt te komen over stembusfraude en weet ik wat.

Dat helpt niet.

Joost Prinsen dood.

Dat helpt niet.

Financieel sta ik er op niet goed voor. Nee, geen zorgen, ik hoef absoluut geen droog brood te gaan eten of de verwarming weg te bezuinigen, maar dit jaar ging er veel meer uit dan er binnenkwam. Hoewel ik een vangnet heb, doet het toch iets met mijn gemoedsrust om mijn spaarrekening te zien krimpen in plaats van te zien groeien. Ik lig er wel eens wakker van. Mijn financiële situatie wordt versterkt door een notoire wanbetaler. Facturen die ik in juli stuurde, staan nog open. Gelukkig scheiden de wegen tussen mij en deze “opdrachtgever” binnenkort. Het kan zijn dat ik naar mijn geld moet fluiten, en dat zou heel naar zijn en pijn doen. Van de andere kant gaat het sowieso heel veel rust brengen om niets meer met dit bedrijf te maken te hebben.

Maar de situatie zoals die nu is, helpt niet.

Vandaag voel ik mezelf van alles, maar zeker NIET stressbestendig. Ik voel me alsof ik ieder moment ‘uit mijn raampje kan schieten’, zoals de hulpverleners in dat webinar over emotieregulatie het noemden.

Een verkeerde opmerking. Iemand die te laat komt of een afspraak verzet. Het kan me zomaar aan het wankelen brengen.

Maar vooral mijn eigen chaos. Met een vol hoofd, doe ik handelingen op de automatische piloot. Wat een heel slecht idee is als je van nature al veel dingen kwijtraakt of vergeet.

Ik ga moedig voorwaarts. Het wordt weer beter, dat weet ik zeker. En zo erg is het ook allemaal niet. Als ik over mijn beeldscherm heen kijk, zie ik de Maas rustig voorbij stromen. De geur van koffie stijgt op uit de gezamenlijke keuken. Ik hoor Werkgebouwers lachen.

Alles komt goed.

In mijn hoofd

Terwijl ik uitkijk over de Maas – lang leve mijn nieuwe kantoor – klikt en draait er van alles in mijn hoofd. Soms heb ik dat. En soms schrijf ik dan ook nog op wat ik denk. Dus hieronder wat willekeurige gedachten. Doe ermee wat je wil 😉

Ik ben een ontzettende geluksvogel. Daar ben ik me steeds meer van bewust. Niet omdat alles op rolletjes loopt. Want zo vaak als ik iets kwijt ben, iets vergeet, ergens tegenaan bots of hopeloos verdwaal, is echt niet normaal. Niet omdat ik nog nooit iets traumatisch/dramatisch heb meegemaakt, want ook daar heb ik mijn portie van gehad. Maar omdat ik gezond ben, een gelijkwaardige en liefdevolle relatie heb, een huis heb, een familie heb en de allerliefste vrienden van de wereld. Ik kan de boodschappen doen die ik wil en koken wat ik wil en dat is luxe. En ik ben een fantastische slaper. Soms nog voor mijn hoofd het kussen raakt. Een bofkont in het kwadraat.

Je zult in Gaza wonen, in Jemen, of in Sudan. Of door de Trump-regering zijn uitgezet naar Venezuela.

De beste manier om je slecht te voelen, is nadenken over de fouten die je maakte in het verleden. De beste manier om je angstig te voelen is nadenken over de toekomst. Nu genieten, nu leven, niet uitstellen met de kans dat het er nooit meer van komt. Ik roep dat heel vaak en voer het gelukkig ook steeds vaker uit. Wat dan natuurlijk niet betekent dat ik nooit meer iets doe waar ik een hekel aan heb.

Ouder worden is confronterend. Mijn conditie gaat achteruit, mijn menstruatiecyclus is van het padje (laat de overgang maar komen, dan is het tenminste helemaal gedaan), tegen mijn grijze haren valt bijna niet meer op te verven en met ieder levensjaar dat erbij komt, komt er ook een kilo bij. Maar het alternatief – niet ouder worden – is nog veel erger.

Ik wil niet boos worden of haten, want dat is een vervelende en vaak zinloze emotie. Maar ik doe het toch. Ik haat mensen die met allerlei leugens opbellen omdat ik zzp’er ben en mijn telefoonnummer nu eenmaal bekend is. Zoals die @%^$* van zojuist die het gesprek opende met “ik zou u nog terugbellen” en daarna een verhaal over een energiecontract begon waar hij me in het verleden al eens mee had geholpen. Nee, jij zou helemaal niet terugbellen, want wij hebben elkaar nog nooit gesproken. Dus laat mij met rust. Mensen die met dit soort rottige telefoontjes hun geld verdienen, en dan vooral de opdrachtgevers, gun ik eeuwige jeuk en te korte armen.

Hoe is jouw dag?

Ik ben verslaafd

Ik kan mezelf motiveren en dwingen tot van alles. Ik heb best een stevige ruggengraat.

Van het met heel veel tegenzin halen van mijn rijbewijs tot het afronden van mijn master nadat ik geen studiepunten voor mijn stage kreeg. Van feestjes afzeggen en ’s avonds doorwerken voor een deadline tot iedere dag een kwartier talen oefenen op Duolingo.

Als puber kreeg ik regelmatig de vraag of ik een trekje van dit of een slokje van dat wilde. Meestal zei ik nee, ook als ik dan als ongezellig of flauw werd bestempeld.

Vorige week, in dat prachtige park in Garderen waar de zon verleidelijk door de ramen scheen en de vogeltjes floten, stond ik iedere ochtend vroeg op en werkte ik heel efficiënt. Ik mocht niet naar buiten voordat er minstens één verhaal af was. Niets mis dus met mijn zelfbeheersing en discipline, zou je zeggen.

Iets met eten en bewegen?

Iedere werkdag begin ik met een wandeling. Ook als het nog donker is. Of regent. En ieder weekend sleep ik mezelf naar de sportschool, hoe dodelijk saai ik fitness ook vind. Bonuspunten voor mijn ruggengraat.

Ik ontbijt gezond en kook bijna iedere dag vers. Geen pakjes, zakjes en potjes. Veel verse groenten. Veel volkoren producten. Veel salades. Weinig vlees. Op vrijdag verse vis. En ook als de leuke jongen uit de trein kookt, zit het vaak barstensvol groenten.

Dus dat enorme gewicht dat ik meezeul en waar ik steeds meer de pest aan heb?

Dat komt van dat koekje (of minstens vier) bij de koffie. Van dat croissantje met de dikke laag jam op zondagmorgen. Van het stuk chocolade na het avondeten. Van de zakken chips en de pilsjes in het weekend. Van er staat altijd wel iets lekkers op tafel op mijn werkplek.

Mijn ruggengraat op dit gebied? Ondergesneeuwd. Onvindbaar. Onbestaand.

Waar ik op allerlei gebieden totaal niet verslavingsgevoelig ben of in ieder geval zonder afkickverschijnselen iets achterwege kan laten… Waar ik op allerlei gebieden gemakkelijk nee zeg tegen iets, of ja tegen iets anders, ook bij groepsdruk… Staat één ding vast:

Ik ben verslaafd aan suiker.

En dan zit je op Internationale Vrouwendag naast een vrouwenhater met een poetstic

Voordat iemand denkt dat ik een negatieve zeurkous ben die alleen de vervelende dingen onthoudt: onze vakantie in Finland was fantastisch. FANTASTISCH! We sliepen op een prachtige plek met een heuvelachtig bos aan de ene kant en een grotendeels bevroren rivier aan de andere kant. Een plek waar de sneeuw maagdelijk wit bleef. We sliepen ook nog eens in hele fijne bedden. We hadden onwijs geluk met het weer. Iedere dag zon, behalve op de vertrekdag. We zagen twee avonden achter elkaar het noorderlicht. We aten goed. We hadden leuk contact met het personeel. We leerden ook nog eens van alles, in het museum en van de gidsen. Huskies, rendieren, sneeuwscooters (met de leuke jongen als chauffeur). Alleen maar genieten! Ik ga nog heel vaak met een grote glimlach aan deze vakantie terugdenken. Finland is een land naar mijn hart. Waar ze dol zijn op drop en waar ze straffe koffie drinken.

En toch deel ik ook dit:

“That’s the problem. Women who don’t accept help are the problem. You are the problem. Women who say they don’t need help ruin society. They have to die. I’ll be happy to exterminate those women.”

De man naast mij in het vliegtuig gaat door het lint als ik zeg dat ik zelf mijn vliegtuigtafeltje wel omhoog kan doen. Het is Internationale Vrouwendag en hij verkondigt steeds luider dat zelfstandige vrouwen dood moeten. We moeten de maatschappij aan mannen overlaten.

Ik duw hem opzij, want zijn vieze mond is veel te dicht bij mijn oor en wat hij zegt maakt me boos. Dan flipt hij helemaal. Hij schreeuwt dat ik hem mishandel. Dat hij bij aankomst de politie inschakelt als ik niet direct 100 euro boete betaal. Anders kom ik in de gevangenis, want de politie gaat zijn klacht zeker serieus nemen. Als ik niet reageer, zegt hij dat mijn ‘boete’ inmiddels is opgelopen tot 250 euro. Ik mag niet meer met mijn elleboog aan zijn kant van de leuning komen, “want anders…”

Hij roept de stewardess erbij. Wat hij in het Fins tegen haar roept, kan ik natuurlijk niet verstaan. Hij wijst ondertussen heftig op mij. Hij bereikt niet wat hij wil bereiken, want de stewardess spreekt me bezorgd aan. Vraagt of ik me nog wel veilig voel en of ik aangifte wil doen. Vraagt of ik business class wil gaan zitten. Ik wijs naar de lege stoel voor de gestoorde man en zeg dat het ook prima is als ik daar mag gaan zitten.

Dus ik verhuis. Maar krijg geen rust. Als een bezetene begint hij met alcoholdoekjes de achterkant van mijn stoel te poetsen. Dan begint hij met nieuwe doekjes aan de stoel waar ik eerst zat. Het meisje dat naast me zit, schrikt. Haar rugleuning gaat heftig heen en weer. Ze durft de gestoorde man niet aan te spreken. Hij gebiedt ondertussen de leuke jongen uit de trein onze “trash” die aan de leuning hangt, weg te gooien. De leuke jongen uit de trein zegt dat het geen afval is maar een tasje met eten en dat het blijft hangen waar het hangt. En zegt dat de man moet stoppen met het schoonmaken van de stoel die niet eens van hem is.

De stewardess ziet dat het uit de hand dreigt te lopen en brengt ons allebei met onze bagage naar de business class. Ondertussen blijft ze sorry zeggen en dat ze het zo vervelend voor me vindt.

In de business class gaat mijn hartslag langzaam omlaag. Ondanks dat daar de mensen ook niet helemaal normaal zijn.

“You’re going to sit here? I’ve paid for that chair to stay empty.

Oké, ik ga niet naast die man aan het raam zitten met twee lege stoelen naast hem, maar laat een plek vrij. De leuke jongen uit de trein gaat naar een andere rij. De man, die verder heel vriendelijk is, vertelt dat hij van Amsterdam via Helsinki naar Malaga vliegt om de volgende dag weer terug te vliegen naar Helsinki. Hij gaat niets doen in Malaga, alleen eten en slapen. Maar hij “moet” vliegen om zijn vliegvoordelen te behouden. Hij verheugt zich erop om morgen weer in Helsinki te zijn, waar hij dan in een hotel met een sauna overnacht. Met open mond kijk ik hem aan. Vliegen om het vliegen?

De leuke jongen uit de trein bestelt een koffie. Ik een cola. Te goed opgevoed om voor de champagne te gaan. De stewardess komt nog eens sorry zeggen en biedt een gebakje en een chocolaatje aan. De rest van de reis verloopt rustig. Maar ik haal pas echt opgelucht adem als ik het vliegtuig uit ben.

Het glas bier dat we op het vliegveld in Helsinki drinken kost 14 euro en is iedere cent waard. Het smaakt hemels.

De volgende vlucht is een eitje.

Kluns is mijn tweede naam

Soms gebeurt er een paar dagen niets. Soms is het dagen achterelkaar bonanza. En ja, het is weer eens zo ver.

Van diep in mijn duim snijden in plaats van in de kaas.
Van alweer mijn telefoon kwijt: “kun je me even bellen?”
Van pas op de klok kijken als ik eigenlijk al vertrokken had moeten zijn.
Van op mijn fiets stappen, van de trapper afglijden en omvallen tegen de ijzeren tuinpoort van de buurvrouw.

En vanmorgen, als beschimmelde kers op de taart, sloot ik mezelf buiten. Zonder telefoon. Zonder jas. Zonder portemonnee en rijbewijs. Wel met autosleutels, want ik ging even iets in de auto leggen.

Dus reed ik op hoop van zegen naar mijn schoonouders. Gelukkig waren ze thuis. Ik haastte me met de reservesleutel als een idioot terug naar huis. Ging door de voordeur naar binnen en meteen door de achterdeur weer naar buiten. Hop op de fiets (nu zonder te vallen). En gelukkig haalde ik de trein en was ik op tijd bij mijn interview in Roermond.

Geen ontbijt. Geen koffie. Geen krant. Geen tijd.

Er zijn ergere dingen. Maar serieus, hoe krijg ik het toch altijd voor elkaar?

Vriendin M, die zichzelf een hersenschudding stootte tegen het plafond in de trein, appte iets moois: “Eigenlijk zijn wij klunzen juist extra stoer en dapper, dat we ondanks onze uitdagingen toch alles doen, alsof we geen risico voor onszelf en anderen vormen.”

Amen!

Klunzigheid is de rode draad door mijn leven. En dat gaat al heel ver terug. Lees dit bericht maar, of dit verhaaltje met de titel ‘onhandig’, of wat dacht je van van deze korte blog vol ergernis uit 2009 (!).

Bij daglicht waren we vrienden

Wat was je mooi, gastvrij en gezellig. Met je vakwerkhuizen, je kerken, je parken, je glazen hoogbouw, je knusse pleintjes met allemaal hun eigen kiosk en je brede rivier met de vele karakteristieke bruggen als verbinding tussen de boomrijke boulevards aan beide zijden.

Je betoverde me met je Palmengarten in herfstkleuren. Je schonk me straffe koffie. En je kerstmarkt kon ik goed hebben. Die was serieus mooi aangekleed en ruim opgezet. En bovendien een ideale plek om heerlijk te eten. Minder ongemakkelijk dan in je eentje in een restaurant.

In het donker vond ik je kil, onheilspellend en intimiderend. Ik voelde angst voor het duister en niet vanwege de monsters onder mijn bed of het tikkende takje tegen mijn slaapkamerraam.

Ik ben wel wat gewend. Een angsthaas kun je me niet noemen. In veel steden is de stationsomgeving een tikkeltje onaangenaam, zeker na zonsondergang. Maar Frankfurt spande de kroon. Nergens anders zag ik zo veel spuiten, slikken, snuiven, roken en drinken op zo’n kleine oppervlakte. Nergens zo veel bleke gezichten.

Aanstekers, lepels en aluminiumfolie.

De man die tussen twee containers zijn broek liet zakken om te poepen.

“Voel eens wat ik hier in mijn jas heb”, zei de jongen die ineens naast me opdook. Krassen in zijn gezicht, ogen diep in hun kassen. Met één hand kneep hij in iets in zijn jaszak. Ik wilde niet weten wat het was en keek snel de andere kant op. Hij bleef naast me lopen tot ik een hoek omsloeg. Hij kon op zoek naar een nieuw ‘slachtoffer’.

De stationsomgeving vermijden was geen optie, mijn hotel lag er vlakbij. Alleen bij daglicht naar buiten gaan, schoot ook niet op. Om half zes was het al donker.

Het enige voordeel van nachtelijk Frankfurt? De magisch mooi verlichte kantoortorens. Als bakens. Ze wezen mij als geografisch gehandicapte uitstekend de weg. Google Maps kon ik meestal in mijn zak laten.

Vermist, kwijt, verstopt

Ik heb nauwelijks meer hoop. Maar aan het einde van de werkdag liggen ze ineens wel op de balie bij het zwembad: mijn jas en mijn sjaal.

Spullen kwijtraken is een van mijn slechte eigenschappen. Ik verlies al dingen zo lang ik me kan herinneren. De keren dat ik van de basisschool thuiskwam met nog maar één handschoen of zonder broodtrommel zijn niet te tellen. Op de middelbare school raakte ik vooral pennen en schriften kwijt. Mijn ouders werden er gek van. Soms werden ze boos (en dat snapte ik dan ook nog). Soms moest ik van mijn eigen geld nieuwe spullen kopen. Of dat hielp? Nee, geen zak.

Inmiddels ben ik 44. Verbetering? Noppes. Gisteren liet ik mijn jas en sjaal in het kleedhokje bij het zwembad hangen. Ik merk na het zwemmen dat die spullen dus niet in mijn kluisje liggen en ga zoeken. Ik maak alle kluisjes en kleedhokjes open. Geen jas. Ik ga naar de balie waar de gevonden voorwerpen liggen. Geen jas. Ik kijk bij de wasbakken en föhns. Geen jas. Ook al weet ik zeker dat ik mijn jas mee naar binnen nam, ik controleer voor de zekerheid mijn fietstas. Geen jas.

Eén meevaller: mijn sleutels en mijn telefoon zitten niet in mijn jas. Al helpt dat mijn humeur verder niet. Dus vertrek ik verdrietig naar een klant. Extra verdrietig dit keer omdat het een hele fijne jas is, gekregen van mijn lieve schoonmama.

Op de terugweg, rond 18.00 uur, besluit ik nog even langs het zwembad te rijden. Met weinig hoop, ik heb immers overal gekeken.

Ik loop door de schuifdeur en zie ze meteen op de balie liggen: mijn jas en mijn sjaal.

Na 44 jaar snap ik nog steeds niet hoe ik het voor elkaar krijg. Meestal is kwijt ook echt kwijt. Dit keer word ik op wonderbaarlijke wijze herenigd met mijn bezittingen. Pjiew!

Kwijtraken en vergeten liggen dicht bij elkaar. Toch gaat het zakelijk gezien bijna nooit mis. Ik kom 99 van de 100 k eer op tijd bij afspraken en haal mijn deadlines. Maar vraag me niet waar mijn sleutels liggen. Ik moet dus wel eerder beginnen met me klaarmaken voor een afspraak dan een ‘normaal’ mens, omdat ik al weet dat ik iets moet gaan zoeken.

Ben jij team super georganiseerd en nooit iets kwijt? Of ben jij team chaos?

Over de deur die sluit en de andere die opengaat. Ook voor watjes.

Ik ben een watje. Een angsthaas. Een softie.

Ik laat vaak over me heenlopen. Of ik laat me overrompelen doordat ik iets met een goede bedoeling doe en iets anders terugkrijg. Op zo’n moment ben ik compleet verpopzakt, om er maar even een goed Limburgs woord tegenaan te gooien.

Lang geleden belde ik een vriend om hem uit te nodigen voor een feest. “Ik zou het heel leuk vinden als je komt”, zei ik enthousiast. “Ik ben heel benieuwd hoe het met je gaat.” Hij zegde de vriendschap op. Maanden daarvoor had ik volgens hem zijn vriendin beledigd. Hij wilde me nooit meer zien. Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee wat ik heb misdaan. Ik kan me geen belediging herinneren. Maar een weerwoord gaf ik niet. Ik zei sorry, beëindigde het gesprek, huilde, kreeg een knuffel van de leuke jongen uit de trein, en liet het erbij.

Er is sindsdien weinig verbeterd aan mijn verbale kwaliteiten. Neem die keer met kerst, na de koffie met gebak. We hadden het over leuke dingen gehad. Recepten. Vakanties. Plannen voor het nieuwe jaar. Ineens die opmerking over deze blog: ‘dat ik dom ben dat ik mijn vuile was buiten hang’. Dat zag ik niet aankomen. In plaats van een weerwoord te geven, zat ik met mijn mond vol tanden. Toen ik laatst spontaan besloot aan te bellen voor een kop koffie, gebeurde me precies hetzelfde. Ik ging met goede bedoelingen en zat even later verbouwereerd in de auto terug naar huis. Te bedenken wat ik allemaal had willen zeggen. Had moeten zeggen.

Ook als zzp’er laat ik me soms misbruiken of overrompelen. Nee zeggen tegen opdrachten die slecht betalen of tegen deadlines die nauwelijks haalbaar zijn, lukt me gelukkig steeds beter. Maar ik ben nog lang geen held. Met engelengeduld wacht ik op te laat betaalde facturen. Begripvol accepteer ik de ene na de andere smoes waarom een opdracht toch niet doorgaat. Braaf voer ik nog nog een extra correctieronde uit, zonder extra factuur te sturen. Opnieuw besluit ik niets te zeggen over het feit dat de deadline voor mij zo ongeveer gisteren was en de klant vervolgens maanden de tijd neemt om mijn tekst online te zetten.

Maar soms botst een klant op een grens. Gisteren was het (eindelijk!) zo ver. Na twee herinneringen kreeg ik een appje dat de facturen aan het eind van de week betaald zouden worden. Ik appte terug dat dat de laatste betalingen zouden worden. Ik had (en heb) vier facturen open staan bij deze klant, waarvan de eerste meer dan twee maanden geleden gestuurd. Het was niet voor het eerst dat mijn betalingstermijn werd genegeerd. Het was ook niet de tweede keer. Of de derde. Dit was het afgelopen jaar al minstens tien keer gebeurd. Met even zoveel beloftes dat het beter zou worden. De knop ging om. Ik stuurde na dat appje nog een e-mail dat ik niet meer beschikbaar ben voor wat voor opdracht dan ook. Vanmorgen belde ik er nog achteraan met extra tekst en uitleg en met een ‘bedankt voor de leuke opdrachten’. Zo lief ben ik.

Ik voel me opgelucht en trots. Dat ik eindelijk deed wat juist was. De opdrachten waren inderdaad leuk. Maar de frustratie stond al heel lang in geen enkele verhouding tot wat het werk opleverde. Toch bleef ik kwaliteit leveren. Waarom? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? Ja, dat ik nu dus een aantal opdrachten kwijt ben. Maar ik ben ook verlost van heel veel negatieve energie. Mijn bedrijf bestaat potverdorie niet voor niets al vijftien jaar.

Waar de ene deur dichtgaat (omdat ik ‘m eindelijk zelf dichttrek), gaat een andere open.

Op dit moment #19

De zomer
Is weer zichzelf
Niet langer vermomd
Als herfst

Ik ben op mijn best in de zomer. Tenminste in de zomer zoals die is bedoeld. De zomer sinds een paar dagen. Afgelopen maandag zat ik na afloop van een gezellig en smakelijk diner met vriendinnen nog even op een terras met uitzicht over een spiegelgladde Maas. Gisteren was het licht boven de velden tijdens mijn vroege ochtendwandeling betoverend. En ik knuffelde met een blije puppy. Gisteravond hadden we een verjaardag in een tuin. Dat is zo veel beter dan een verjaardag binnen op de bank.

Vanmorgen fietste ik na een superleuk interview terug naar huis. Dwars door Elsloo en langs het kasteel naar beneden. Daarna een prachtig stuk met de bosrand op links en het kanaal op rechts. En uiteraard maakte ik een omweg langs mijn ouderlijk huis. Ik genoot. Blote armen, blote benen. Zonnebril op. Eco-stand van de elektrische fiets aan en gaan! The summer is magic!

Waar ik nog meer blij van word: van spontane laatste moment afspraken. Zoals afgelopen zondag toen B besloot vanuit Weert naar Maastricht te rijden om even te komen borrelen. En zowaar kon R ook aanhaken. En dan te bedenken dat we normaal zo ongeveer drie maanden vooruit plannen en het dan soms alsnog niet doorgaat.
Van complimenten voor mijn werk. De wekelijkse nieuwsbrief die ik sinds kort voor een grote klant schrijf, is een feestje om te maken en de lezers laten me weten dat ze blij zijn met de inhoud.
Van de bloemen in de tuin, het gezoem van blije bijen en de frambozenstruik die maar blijft geven.

Waar ik blij op terugkijk: een strandtentbezoek met F gevolgd door een aantal geslaagde dagen in Breda met de leuke jongen uit de trein.

Waar ik naar uitkijk: naar mijn zakelijke feest overmorgen omdat Lieke Schrijft 15 jaar bestaat. Naar de verjaardagslunch met mama, broer en zus aanstaande zondag. Naar de vakantie in Ierland met de leuke jongen uit de trein over een paar weken en dat ik daar mijn fenomenale vriendinnen M en V ga zien. Naar een paar dagen Rome in oktober met mijn collega’s van het LINKS-project. En naar een dagje Leuven met vriendinnen in november. Maar het is niet alleen feesten en reizen waar ik naar uitkijk. Ik heb ook heel veel zin in in een aantal opdrachten die eraan komen en workshop die ik met collega’s ga geven.

Waar ik verdrietig van word: van empathieloze mensen, egoïsten en doordrammers. Mensen die geen enkele moeite doen zich in een ander te verplaatsen en precies doen waar ze zelf zin in hebben. Ik trof vorige week zo iemand in een werksetting. Hij deed van alles zonder overleg en dat ik de dag erna allerlei branden moest blussen, kwam niet bij hem op, of kon hem niet schelen. Werkgerelateerd kom ik er soms niet onderuit. Daarbuiten lukt het me steeds beter om bij dit soort mensen uit de buurt te blijven.
Ik ben heel blij met de elektrische fiets van mijn lieve schoonmama, maar ik ben tegelijk verdrietig dat ik ‘m kocht. Omdat het betekent dat zij niet meer fietst. Ik zou er héél, héél, megavetsuperboel veel voor over hebben als mijn schoonouders energiek en gezond oud worden. Zonder uitvallende oren, getikte evenwichtsorganen en andere ellende. En dat ze zonder al te veel moeite overal komen waar ze willen zijn.

Wat ik lees: Cultus van Läckberg en Fexeus. Ik begon dit jaar met deel 1, Box, en nu dan eindelijk deel 2. Ik smul van sektes, seriemoordenaars en stoïcijns kijkende rechercheurs. Ik ga er wel raar van dromen. Waarschijnlijk komt dat ook door de combinatie met wat ik kijk. Namelijk Karppi/Deadwind. In het boek zijn er al drie kinderen dood. In de serie legde pas één volwassene het loodje. Het ongemak spat er in het boek en op beeld vanaf. De ene schurende situatie na de andere van mensen die om elkaar heen draaien maar elkaar de waarheid niet zeggen. Ik houd ervan. Dat relativeert de ongemakkelijke situaties waar ik soms in terecht kom, zoals vanmorgen toen ik weer eens niet op iemands naam kon komen. Maar ik ga er dus wel raar van dromen.

Wat ik luister: De leuke jongen uit de trein sloeg in Breda weer zijn slag bij een muziekwinkel, dus zijn er nieuwe cd’s om naar te luisteren. Zoals een oude live cd van Portishead. Op mijn werkplek staat Sublime FM aan, thuis Kink (boven) en NPO2 (beneden) en in de auto overdag Studio Brussel en ’s avond NPO 2. Toen ik vorige week thuiskwam van een nachtelijk avontuur in de crisiscommunicatie was de non-stop programmering op 2 een zegen. Als ik niet zo nachtblind was, was ik volledig zen thuisgekomen.

Er waren een aantal pijnlijke situaties de afgelopen weken. Ik werd eerder ongesteld dan verwacht (en houd de details verder voor me). Zeer recent joeg iemand me op de kast (ken je dat, dat je voelt dat je wangen rood worden en je spieren verstijven?) en mijn boosheid zakt maar langzaam. Ik ontdekte dat de standaard van mijn e-bike een soort van voetverbrijzelend slag- en steekwapen kan zijn. En vanmorgen bleken er vlekken in de rug van mijn shirt te zitten. Hoe dan?

Maar al met al ben ik een ontzettende geluksvogel. Ik heb zo veel mooie mensen om me heen. Zo veel om me op te verheugen. Zo veel geluk met mijn gezondheid. En kijk die blauwe lucht!

Hoe gaat het met jou?

Suffe sok

De paniek, de flitsen, de hartkloppingen. Ze zijn gelukkig verleden tijd. Geen werkweken meer van 45+ uur. Niet meer bij het horen van de wekker meteen denken “shit, volgens mij ben ik gisteren vergeten die e-mail te beantwoorden” of “deadline, error, stress, control-alt-delete”. Een vorm van chaos houd ik altijd, maar ik sta niet meer drie keer per dag in een ruimte zonder te weten wat ik er kom doen.

Langzaam gingen mijn werkweken van te veel naar te weinig uren. In januari en februari genoot ik daarvan. Dankzij mijn boekhoudprogramma weet ik dat die maanden altijd stil zijn, dus niets om me zorgen om te maken. Ik verheugde me op carnaval en op een weekje Alicante. Ik freubelde veel en maakte de ene na de andere vriendin blij met een armbandje of een paar oorbellen. Ik genoot van mijn ochtendwandelingen ook al deed ik ze volledig in het donker. Ik besteedde wat meer tijd aan het avondeten dan ‘een simpele pasta’ of ‘wraps met roerbakgroenten’. Ik stak tijd in luisteren naar vriendinnen die het op dat moment wat moeilijker hadden. Ik bood regelmatig aan om dingen te regelen of om de chauffeur te zijn. En ik las en las en las (en genoot daar enorm van). Vlak voor kerst begon ik aan een boek van 640 pagina’s, op 4 januari had ik het uit. En op 17 januari had ik het volgende boek alweer uit.

Andere jaren – de coronatijd niet meegerekend – trok het werk altijd aan in maart. Dit jaar niet. Ik besteedde wat meer tijd aan mijn vrijwilligerswerk voor fairtrade en voor een buurtpark. En ik maakte me nog steeds geen zorgen. Ik verhoogde in januari mijn uurtarief , dus met minder uren werken, bleven mijn inkomsten gelijk. Wat een luxepositie! Of toch niet?

Het genieten ging er steeds meer vanaf. De maaltijden werden weer makkelijk. Vriendinnen konden niet meer altijd op me rekenen. En in plaats van mijn ‘extra tijd’ nuttig te besteden aan het uitzoeken van nieuwe wandelschoenen (geen overbodige luxe als je iedere dag wandelt en je favoriete schoenen zo lek zijn als een mandje), het inscannen van bonnetjes, het uitmesten van mijn bureaula, het zoeken naar een interessante cursus of het bijwerken van mijn kilometerregistratie, deed ik… ehm… tja… minder nuttige dingen. Meer lezen. Meer freubelen. Meer wandelen.

Maar met minder lol.

Ergens in april werd ik boos. Op de suffe sok die ik was geworden. En om de taken die ik liet liggen. Om hoe ik zonder deadlines verander in een duffe doos met doffe doppen. Gecombineerd met een soort van eeuwige herfst (het voorjaar viel dit jaar op een donderdag) is dat helemaal niet goed voor mijn humeur. Tijdens een stevige wandeling met Laura ontstond onder andere het K-Klussenlijstje. Hier moet ik minstens één klus per week van uitvoeren. Dankzij dat lijstje zijn mijn kilometers bijgewerkt en staan de foto’s van Canada (2019!) eindelijk op mijn laptop. Maar de lijst is lang en mijn motivatie nog lang niet wat ie moet zijn.

Voor sommige klussen ben ik afhankelijk van anderen. Van mensen die het wél knetterdruk hebben met hun werk. Zoals mijn boekhouder. En de leuke jongen uit de trein. Ik wil mijn boekhouder niet opjagen. Ik wil de leuke jongen uit de trein niet aan zijn kop zeuren om ergens naar te kijken of iets met me uit te zoeken. Maar dat is natuurlijk wel lekker makkelijk, want dan hoef ik mezelf niet de schuld te geven. Terwijl het de grootste onzin is; er staan nog genoeg K-Klussen op de lijst voor only me, myself and I.

Ik wil tevreden zijn met hoe het gaat, met hoe bevoorrecht ik ben ( zes van de zeven vinkjes!) en ‘gewoon’ met wie ik ben. Ik weet dat ik niets te klagen heb. Ik ben gezond, heb lieve mensen om me heen, woon in een leuk huis en kan prima rondkomen, zelfs nu ik nauwelijks de 30 uur aantik. En we hebben een nestje koolmeesjes in de tuin, hoe leuk is dat!

Dus tamme tak, suffe sok, luie leeuw, duffe doos: ACTIE! Schouders eronder en gaan! En weet je wat? Je hebt vandaag een deadline! Yes!