De maand ontploft

Het is bijna kerst.

Vrede op aarde.

Een knoop in mijn maag. Een brok in mijn keel. Lood in mijn schoenen. Geen idee wie die uitdrukkingen ooit heeft verzonnen, maar ze omschrijven doeltreffend wat ik voel.

Between a rock and a hard place past ook wel bij de situatie. Mensen waar ik van houd, zijn verdrietig. En wat ik nu ook doe, beter dan ‘iemand een beetje minder ongelukkig’ wordt het niet.

Ik droeg in mijn leven helaas vaak bij aan ongemakkelijke en ongelijkwaardige verhoudingen. Lang geleden had ik dingen anders moeten doen. Maar ik was een conflictvermijdende schijtluis. En ben dat nog steeds.

Ik was veel te vaak stil, op misschien wat zielig gesputter na. Ik bood te weinig weerwoord. Ik gaf grenzen niet aan, of veel te laat. Ik probeerde iedereen te vriend te houden en heb daarbij mensen beschadigd. Mezelf het meest. Ik vulde in voor anderen. Deed dingen zoals ik dacht dat anderen het zouden willen, zodat ik niets hoefde te vragen. Zodat er vooral geen strijd zou ontstaan. Daarmee maakte ik situaties niet altijd beter. Soms nam ik het niet op voor mensen die absoluut mijn verdediging verdienden.

Ik kwam ook nooit op voor mezelf. Niet tegenover collega’s. Niet bij familie. Niet in relaties.

Ja, die ene keer dat ik zei dat ik geen huisvrouw wilde worden om voor een kind te zorgen dat niet van mij was. Dat was dus meteen einde relatie. En die keer dat een gemeente me drie schalen lager wilde inhuren dan ze hadden betaald voor een eerdere, soortgelijke opdracht. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt.

Maar verder is het meestal slikken, inschikken en weer doorgaan. En vervolgens een keuze maken waarvan ik hoop dat die de beste is. Soms de beste voor mij. Soms de beste voor een ander. Nooit de beste voor iedereen. Op de één of andere manier kan ik die optie nooit aanvinken.

En wat ik ook kies. Het ontploft vaak in mijn gezicht.

Meestal in de maand december. Dan is het extra toepasselijk, zo’n ontploffing.

Papa, weet je nog? Salmiaklollies!

Op jouw sterfdag vrat ik een hele zak salmiaklollies leeg. En sabbelen tot het eind, ho maar! Dat kan ik nog steeds niet. Twintig stuks verdwenen binnen twintig minuten. Of zoiets .

Ik probeerde het vaak, als ik naar school fietste en jij tegelijkertijd naar je werk. Aan het begin van de Bonaertsweg gaf je me een King pepermunt. Die van mij was bij de tweede bocht kapotgekauwd en verdwenen. Ik heb misschien één keer het einde van de straat gehaald. Waarop ik trots mijn tong uit stak met het mini stukje pepermunt. Met lollies hetzelfde laken een pak. Eerst likken, maar al snel bijten. (Waarom klinkt dat zo slecht?). Al kregen we lollies een stuk minder vaak.

Bij lollies denk ik aan Dommelen, niet aan Brommelen. Als we lollies in huis hadden, was het zo’n zak met een papegaai erop. Met fruitlollies én salmiaklollies erin. Jij en ik deden nog net geen moord voor de salmiak. Maar jij won altijd als er nog maar één in zat. En dan zat ik opgescheept met de paarse lollie die naar cassis zou moeten smaken, maar dat niet deed. Die paarse bleven altijd als laatste over.

Ik zie het voor me. Jij stapt voorbij de paaltjes van het woonerf, triomfantelijk voor in de auto met de laatste zoute lollie. Ik stap boos achterin. Loes zit naast me en heeft citroen, of sinaasappel of weet ik veel welke smaak, maar de laatste niet-paarse. Dus drie keer raden welke kleur ik heb.

Ik ben best goed bezig met minder snoepen en meer bewegen. Ik sport tegenwoordig drie keer per week, wie had dat ooit gedacht? Jij waarschijnlijk niet. Maar gisteren mocht het, vond ik. Niet sporten en wel snoepen. Bloeddruk door het dak na al die salmiak, maar het was het helemaal waard. Hoge bloeddruk schept een extra band 😉

Ik zou je met liefde nog eens de laatste salmiaklollie uit de zak zien nemen. Dan neem ik als een blij ei de paarse.

Het is weer 9 december

23 jaar zonder jou. Er is één ding dat sindsdien niet verandert. Ik blijf me afvragen wat jij van dingen zou vinden.

Wat zou je zeggen iedere keer dat de blonde pruiken van Geert of Donald in beeld kwamen? Wat zou je ervan vinden dat ik ondernemer ben, iets wat totaal niet in de familie zit? Zou je stemmen op de Top 2000 en zo ja, wat zette je er dan in? Ik stemde dit jaar voor het eerst niet op Brown Eyed Girl en voelde me daar een beetje schuldig over. Maar het is helemaal niet het beste nummer van Van. Geen zorgen, de beste man staat met Someone Like You nog wel in mijn lijst. We hebben kaarten voor Joe Jackson volgend jaar november. Ik denk dat je mee zou gaan.

Jij was van de argumenten, net als ik. Je wilde de argumenten van anderen begrijpen. En met een goede onderbouwing van feiten en historische voorbeelden mensen overtuigen dat ze verder moesten kijken dan hun neus lang was. Dat jezelf verrijken ten koste van een ander nooit goed was. Je scriptie ging over te grote inkomensverschillen en de ongelijkheid die dat met zich meebracht. Het is helaas niet beter geworden. Wel enger. Want de allerrijkste mensen in de wereld hebben de media en het internet in handen.

En argumenten? Die blijken maar zelden te werken. Hoe goed en hoe waar ze ook zijn. Inspelen op woede en angst, daar gaan we met zijn allen veel beter op. Ik volgde laatst een cursus gedragsverandering en ook daar kwam het terug. Emoties en ons reptielenbrein bepalen veel meer dan rationele keuzes.

Je hield van geschiedenis en hoopte dat mensen van het verleden leerden. Wat dat betreft verliet je de wereld op tijd. We leren geen zak. Daarom geldt “nooit meer” niet voor alle genocides, maar alleen voor die ene. Ik weet niet wat je zou doen als je er nog was, maar ik kan me voorstellen dat je bepaalde toneelstukken zou regisseren. Om toch te proberen mensen aan het denken te zetten.

Ik zou er nog steeds alles voor geven om met je te praten. Of met je te zwijgen. Woorden waren niet altijd nodig. We wisten sowieso dat we van elkaar hielden.

Stress: hoe ik er (niet) mee omga

Iemand die haar zaken voor elkaar heeft en zich niet snel van de wijs laat brengen. Veel mensen hebben dat beeld van mij. Een beeld dat soms klopt. Ik kan vrij veel hebben. Tenminste, als het op werk aankomt.

Drie deadlines aan het eind van de week, geen probleem. Een digitaal interview met 7 mensen tegelijk, geen probleem. Een dag door Noord- en Midden-Limburg rijden en 6 interviews op verschillende locaties, prima. Dankbaar voor de leuke gesprekken. En onderweg genieten van de prachtige herfstkleuren.

Eén zo’n week is prima, daar krijg ik zelfs energie van. Vlak voor een deadline werk ik echt op mijn best. Twee weken van dat, ook leuk. Bij week drie of vier neemt de energie wat af, maar ben ik nog steeds oké met de drukte. Maar ergens daarna komt er een kantelpunt. Een moment waarop de omstandigheden steeds minder meewerken en waarop ik zelf mijn grootste ‘tegenwerker’ word.

“Jij hebt geen afspraak”, zei de mondhygiënist vanmorgen, toen ik binnenliep.

Ik had me gehaast om er op tijd te zijn, want ik moest ook het bed nog afhalen en gaan pinnen voor de schoonmaaksters. In de spits de Noorderbrug over was vrij zenuwslopend, want onwijs traag. Maar ik haalde het, was er precies om 9 uur.

“Ik heb wel een afspraak. Die hebben we een half jaar geleden samen gemaakt en die heb ik toen direct in mijn agenda gezet.” “Ja, ik maak altijd meteen een vervolgafspraak. Maar ik zie je nergens in de computer staan. En er komt zo iemand anders. Kun je morgen terugkomen?”

Dat helpt niet.

Er zijn een paar mensen die me snel op de kast krijgen. Mensen waar ik niet (helemaal) onderuit kan, omdat onderdeel zijn van mijn dagelijks leven. Maar het lijkt alsof ze het ruiken dat ik het druk heb. Dus staan ze iedere dag in mijn WhatsApp, in mijn mailbox en op mijn voicemail.

Dat helpt niet.

Wilders die zich gedraagt als een peuter die niet tegen zijn verlies kan en het nepnieuws dat van alle kanten lijkt te komen over stembusfraude en weet ik wat.

Dat helpt niet.

Joost Prinsen dood.

Dat helpt niet.

Financieel sta ik er op niet goed voor. Nee, geen zorgen, ik hoef absoluut geen droog brood te gaan eten of de verwarming weg te bezuinigen, maar dit jaar ging er veel meer uit dan er binnenkwam. Hoewel ik een vangnet heb, doet het toch iets met mijn gemoedsrust om mijn spaarrekening te zien krimpen in plaats van te zien groeien. Ik lig er wel eens wakker van. Mijn financiële situatie wordt versterkt door een notoire wanbetaler. Facturen die ik in juli stuurde, staan nog open. Gelukkig scheiden de wegen tussen mij en deze “opdrachtgever” binnenkort. Het kan zijn dat ik naar mijn geld moet fluiten, en dat zou heel naar zijn en pijn doen. Van de andere kant gaat het sowieso heel veel rust brengen om niets meer met dit bedrijf te maken te hebben.

Maar de situatie zoals die nu is, helpt niet.

Vandaag voel ik mezelf van alles, maar zeker NIET stressbestendig. Ik voel me alsof ik ieder moment ‘uit mijn raampje kan schieten’, zoals de hulpverleners in dat webinar over emotieregulatie het noemden.

Een verkeerde opmerking. Iemand die te laat komt of een afspraak verzet. Het kan me zomaar aan het wankelen brengen.

Maar vooral mijn eigen chaos. Met een vol hoofd, doe ik handelingen op de automatische piloot. Wat een heel slecht idee is als je van nature al veel dingen kwijtraakt of vergeet.

Ik ga moedig voorwaarts. Het wordt weer beter, dat weet ik zeker. En zo erg is het ook allemaal niet. Als ik over mijn beeldscherm heen kijk, zie ik de Maas rustig voorbij stromen. De geur van koffie stijgt op uit de gezamenlijke keuken. Ik hoor Werkgebouwers lachen.

Alles komt goed.

Wijzen met ons vingertje. Maar niet naar Netanyahu

Hoe dan?

Onschuldige mensen sterven van de honger. Baby’s. Kinderen. Vrouwen. Mannen. Hulpverleners. Journalisten. Terwijl er vrachtwagens met voedsel en medicijnen aan de grens staan.

De machtige mensen die Israël zouden kunnen tegenhouden, doen niets.

En ik doe ook niets. Anders dan berichten liken en delen die dit onrecht laten zien en af en toe een bedrag overmaken naar een organisatie waarvan ik hoop dat hun hulp ooit bij de juiste mensen terecht komt.

Mensen die uitgeput op voedsel wachten, worden neergemaaid. En als ze het wel overleven en daadwerkelijk met een zak meel bij hun gezin aankomen, zijn de gezinsleden misschien al te ver verhongerd om nog normaal te kunnen eten.

Natuurlijk. Er zijn meer “conflicten” die we voorbij laten gaan. In Somalië bijvoorbeeld. Of in Congo. Dat praat ik zeker niet goed. Maar die conflicten zijn minder zwart-wit. Geen bovenliggende partij die de macht heeft om de onderliggende partij van de kaart te vegen. Geen partij die zo open en bloot, zonder enige schaamte en in het volle zicht van camera’s, een ander land en alles erin met de grond gelijk maakt.

Roepen dat landen zich aan universele verdragen en mensenrechtenwetten moeten houden, kunnen we heel goed. Het wijzende vingertje. Sancties tegen Rusland. Sancties tegen Iran. Producten weren uit China. Maar voor Netanyahu en co gelden blijkbaar geen regels.

Soms huil ik als ik naar het journaal kijk of de krant lees. Toch kan ik me een uur later weer druk maken over mijn onvindbare sleutels. Of vloeken omdat ik mijn kleine teen stoot tegen de poot van het bed. Of blij worden van een zingende merel. Zo werkt dat blijkbaar in mijn hoofd. En misschien maar goed ook. Van blijven huilen wordt de wereld ook niet beter. Maar het knagende gevoel van onmacht, van kwaadheid om het onrecht, ligt dag en nacht op de loer. Ik droom mezelf soms in de oorlog.

Merel Morre schreef een heel mooi en pijnlijk gedicht. Waarin zij veel beter schetst in veel minder woorden wat ik bedoel.

wanneer een golf land overspoelt
wanneer de grond begint te beven
wanneer een grote bosbrand woedt
dan gaan wij hulp geven

en nu mensen worden vermoord
nu kinderen sterven zonder eten
nu bestaansrecht wordt gesmoord
nu zouden we het niet weten?


Bonaire #2

“Snorkelen ging prima, ik kan sowieso goed zwemmen, heb een goede conditie, er is een professional bij, er kan niets mis gaan, let’s go!”

Dat is wat ik dacht toen ik vanmorgen een duikles nam. Ik ben niet bepaald bang aangelegd.

Maar zodra ik onder water ging, schoten mijn hartslag en ademhaling omhoog, mijn benen weigerden dienst en mijn brein schreeuwde alleen nog maar “omhoog, omhoog, omhoog!”

In een enorme hoestbui kwam ik boven. Volgens de instructeur waren mijn ogen onder water bizar groot.

Op een bankje op het strand, duurde het zeker een kwartier voor mijn hartslag weer normaal was.

En toch probeerde ik het nog een keer.

De tweede keer ging veel beter. Mijn ademhaling langzamer, mijn hartslag lager, en na een korte aarzeling besloten mijn benen om gewoon te ‘flipperen’.

Ik kwam vooruit, bleef mooi ‘zweven’ tussen bodem en boven, en na een tijdje durfde ik om me heen te kijken in plaats van alleen naar de professional die voor me zwom.

Vraag me niet welke vissen ik zag. Ik ben afgekeurd als vis.

Dankjewel DiveFactory. Dankjewel Luc. Dankjewel voor de aanmoediging, het geduld en de overwinning op mezelf.

In mijn hoofd

Terwijl ik uitkijk over de Maas – lang leve mijn nieuwe kantoor – klikt en draait er van alles in mijn hoofd. Soms heb ik dat. En soms schrijf ik dan ook nog op wat ik denk. Dus hieronder wat willekeurige gedachten. Doe ermee wat je wil 😉

Ik ben een ontzettende geluksvogel. Daar ben ik me steeds meer van bewust. Niet omdat alles op rolletjes loopt. Want zo vaak als ik iets kwijt ben, iets vergeet, ergens tegenaan bots of hopeloos verdwaal, is echt niet normaal. Niet omdat ik nog nooit iets traumatisch/dramatisch heb meegemaakt, want ook daar heb ik mijn portie van gehad. Maar omdat ik gezond ben, een gelijkwaardige en liefdevolle relatie heb, een huis heb, een familie heb en de allerliefste vrienden van de wereld. Ik kan de boodschappen doen die ik wil en koken wat ik wil en dat is luxe. En ik ben een fantastische slaper. Soms nog voor mijn hoofd het kussen raakt. Een bofkont in het kwadraat.

Je zult in Gaza wonen, in Jemen, of in Sudan. Of door de Trump-regering zijn uitgezet naar Venezuela.

De beste manier om je slecht te voelen, is nadenken over de fouten die je maakte in het verleden. De beste manier om je angstig te voelen is nadenken over de toekomst. Nu genieten, nu leven, niet uitstellen met de kans dat het er nooit meer van komt. Ik roep dat heel vaak en voer het gelukkig ook steeds vaker uit. Wat dan natuurlijk niet betekent dat ik nooit meer iets doe waar ik een hekel aan heb.

Ouder worden is confronterend. Mijn conditie gaat achteruit, mijn menstruatiecyclus is van het padje (laat de overgang maar komen, dan is het tenminste helemaal gedaan), tegen mijn grijze haren valt bijna niet meer op te verven en met ieder levensjaar dat erbij komt, komt er ook een kilo bij. Maar het alternatief – niet ouder worden – is nog veel erger.

Ik wil niet boos worden of haten, want dat is een vervelende en vaak zinloze emotie. Maar ik doe het toch. Ik haat mensen die met allerlei leugens opbellen omdat ik zzp’er ben en mijn telefoonnummer nu eenmaal bekend is. Zoals die @%^$* van zojuist die het gesprek opende met “ik zou u nog terugbellen” en daarna een verhaal over een energiecontract begon waar hij me in het verleden al eens mee had geholpen. Nee, jij zou helemaal niet terugbellen, want wij hebben elkaar nog nooit gesproken. Dus laat mij met rust. Mensen die met dit soort rottige telefoontjes hun geld verdienen, en dan vooral de opdrachtgevers, gun ik eeuwige jeuk en te korte armen.

Hoe is jouw dag?

Ik ben verslaafd

Ik kan mezelf motiveren en dwingen tot van alles. Ik heb best een stevige ruggengraat.

Van het met heel veel tegenzin halen van mijn rijbewijs tot het afronden van mijn master nadat ik geen studiepunten voor mijn stage kreeg. Van feestjes afzeggen en ’s avonds doorwerken voor een deadline tot iedere dag een kwartier talen oefenen op Duolingo.

Als puber kreeg ik regelmatig de vraag of ik een trekje van dit of een slokje van dat wilde. Meestal zei ik nee, ook als ik dan als ongezellig of flauw werd bestempeld.

Vorige week, in dat prachtige park in Garderen waar de zon verleidelijk door de ramen scheen en de vogeltjes floten, stond ik iedere ochtend vroeg op en werkte ik heel efficiënt. Ik mocht niet naar buiten voordat er minstens één verhaal af was. Niets mis dus met mijn zelfbeheersing en discipline, zou je zeggen.

Iets met eten en bewegen?

Iedere werkdag begin ik met een wandeling. Ook als het nog donker is. Of regent. En ieder weekend sleep ik mezelf naar de sportschool, hoe dodelijk saai ik fitness ook vind. Bonuspunten voor mijn ruggengraat.

Ik ontbijt gezond en kook bijna iedere dag vers. Geen pakjes, zakjes en potjes. Veel verse groenten. Veel volkoren producten. Veel salades. Weinig vlees. Op vrijdag verse vis. En ook als de leuke jongen uit de trein kookt, zit het vaak barstensvol groenten.

Dus dat enorme gewicht dat ik meezeul en waar ik steeds meer de pest aan heb?

Dat komt van dat koekje (of minstens vier) bij de koffie. Van dat croissantje met de dikke laag jam op zondagmorgen. Van het stuk chocolade na het avondeten. Van de zakken chips en de pilsjes in het weekend. Van er staat altijd wel iets lekkers op tafel op mijn werkplek.

Mijn ruggengraat op dit gebied? Ondergesneeuwd. Onvindbaar. Onbestaand.

Waar ik op allerlei gebieden totaal niet verslavingsgevoelig ben of in ieder geval zonder afkickverschijnselen iets achterwege kan laten… Waar ik op allerlei gebieden gemakkelijk nee zeg tegen iets, of ja tegen iets anders, ook bij groepsdruk… Staat één ding vast:

Ik ben verslaafd aan suiker.

En dan zit je op Internationale Vrouwendag naast een vrouwenhater met een poetstic

Voordat iemand denkt dat ik een negatieve zeurkous ben die alleen de vervelende dingen onthoudt: onze vakantie in Finland was fantastisch. FANTASTISCH! We sliepen op een prachtige plek met een heuvelachtig bos aan de ene kant en een grotendeels bevroren rivier aan de andere kant. Een plek waar de sneeuw maagdelijk wit bleef. We sliepen ook nog eens in hele fijne bedden. We hadden onwijs geluk met het weer. Iedere dag zon, behalve op de vertrekdag. We zagen twee avonden achter elkaar het noorderlicht. We aten goed. We hadden leuk contact met het personeel. We leerden ook nog eens van alles, in het museum en van de gidsen. Huskies, rendieren, sneeuwscooters (met de leuke jongen als chauffeur). Alleen maar genieten! Ik ga nog heel vaak met een grote glimlach aan deze vakantie terugdenken. Finland is een land naar mijn hart. Waar ze dol zijn op drop en waar ze straffe koffie drinken.

En toch deel ik ook dit:

“That’s the problem. Women who don’t accept help are the problem. You are the problem. Women who say they don’t need help ruin society. They have to die. I’ll be happy to exterminate those women.”

De man naast mij in het vliegtuig gaat door het lint als ik zeg dat ik zelf mijn vliegtuigtafeltje wel omhoog kan doen. Het is Internationale Vrouwendag en hij verkondigt steeds luider dat zelfstandige vrouwen dood moeten. We moeten de maatschappij aan mannen overlaten.

Ik duw hem opzij, want zijn vieze mond is veel te dicht bij mijn oor en wat hij zegt maakt me boos. Dan flipt hij helemaal. Hij schreeuwt dat ik hem mishandel. Dat hij bij aankomst de politie inschakelt als ik niet direct 100 euro boete betaal. Anders kom ik in de gevangenis, want de politie gaat zijn klacht zeker serieus nemen. Als ik niet reageer, zegt hij dat mijn ‘boete’ inmiddels is opgelopen tot 250 euro. Ik mag niet meer met mijn elleboog aan zijn kant van de leuning komen, “want anders…”

Hij roept de stewardess erbij. Wat hij in het Fins tegen haar roept, kan ik natuurlijk niet verstaan. Hij wijst ondertussen heftig op mij. Hij bereikt niet wat hij wil bereiken, want de stewardess spreekt me bezorgd aan. Vraagt of ik me nog wel veilig voel en of ik aangifte wil doen. Vraagt of ik business class wil gaan zitten. Ik wijs naar de lege stoel voor de gestoorde man en zeg dat het ook prima is als ik daar mag gaan zitten.

Dus ik verhuis. Maar krijg geen rust. Als een bezetene begint hij met alcoholdoekjes de achterkant van mijn stoel te poetsen. Dan begint hij met nieuwe doekjes aan de stoel waar ik eerst zat. Het meisje dat naast me zit, schrikt. Haar rugleuning gaat heftig heen en weer. Ze durft de gestoorde man niet aan te spreken. Hij gebiedt ondertussen de leuke jongen uit de trein onze “trash” die aan de leuning hangt, weg te gooien. De leuke jongen uit de trein zegt dat het geen afval is maar een tasje met eten en dat het blijft hangen waar het hangt. En zegt dat de man moet stoppen met het schoonmaken van de stoel die niet eens van hem is.

De stewardess ziet dat het uit de hand dreigt te lopen en brengt ons allebei met onze bagage naar de business class. Ondertussen blijft ze sorry zeggen en dat ze het zo vervelend voor me vindt.

In de business class gaat mijn hartslag langzaam omlaag. Ondanks dat daar de mensen ook niet helemaal normaal zijn.

“You’re going to sit here? I’ve paid for that chair to stay empty.

Oké, ik ga niet naast die man aan het raam zitten met twee lege stoelen naast hem, maar laat een plek vrij. De leuke jongen uit de trein gaat naar een andere rij. De man, die verder heel vriendelijk is, vertelt dat hij van Amsterdam via Helsinki naar Malaga vliegt om de volgende dag weer terug te vliegen naar Helsinki. Hij gaat niets doen in Malaga, alleen eten en slapen. Maar hij “moet” vliegen om zijn vliegvoordelen te behouden. Hij verheugt zich erop om morgen weer in Helsinki te zijn, waar hij dan in een hotel met een sauna overnacht. Met open mond kijk ik hem aan. Vliegen om het vliegen?

De leuke jongen uit de trein bestelt een koffie. Ik een cola. Te goed opgevoed om voor de champagne te gaan. De stewardess komt nog eens sorry zeggen en biedt een gebakje en een chocolaatje aan. De rest van de reis verloopt rustig. Maar ik haal pas echt opgelucht adem als ik het vliegtuig uit ben.

Het glas bier dat we op het vliegveld in Helsinki drinken kost 14 euro en is iedere cent waard. Het smaakt hemels.

De volgende vlucht is een eitje.

Kluns is mijn tweede naam

Soms gebeurt er een paar dagen niets. Soms is het dagen achterelkaar bonanza. En ja, het is weer eens zo ver.

Van diep in mijn duim snijden in plaats van in de kaas.
Van alweer mijn telefoon kwijt: “kun je me even bellen?”
Van pas op de klok kijken als ik eigenlijk al vertrokken had moeten zijn.
Van op mijn fiets stappen, van de trapper afglijden en omvallen tegen de ijzeren tuinpoort van de buurvrouw.

En vanmorgen, als beschimmelde kers op de taart, sloot ik mezelf buiten. Zonder telefoon. Zonder jas. Zonder portemonnee en rijbewijs. Wel met autosleutels, want ik ging even iets in de auto leggen.

Dus reed ik op hoop van zegen naar mijn schoonouders. Gelukkig waren ze thuis. Ik haastte me met de reservesleutel als een idioot terug naar huis. Ging door de voordeur naar binnen en meteen door de achterdeur weer naar buiten. Hop op de fiets (nu zonder te vallen). En gelukkig haalde ik de trein en was ik op tijd bij mijn interview in Roermond.

Geen ontbijt. Geen koffie. Geen krant. Geen tijd.

Er zijn ergere dingen. Maar serieus, hoe krijg ik het toch altijd voor elkaar?

Vriendin M, die zichzelf een hersenschudding stootte tegen het plafond in de trein, appte iets moois: “Eigenlijk zijn wij klunzen juist extra stoer en dapper, dat we ondanks onze uitdagingen toch alles doen, alsof we geen risico voor onszelf en anderen vormen.”

Amen!

Klunzigheid is de rode draad door mijn leven. En dat gaat al heel ver terug. Lees dit bericht maar, of dit verhaaltje met de titel ‘onhandig’, of wat dacht je van van deze korte blog vol ergernis uit 2009 (!).