Alleen reizen, begin er (niet) aan!

Ik neem de bus naar Aken, want dat prestigeproject dat drielandentrein heet, rijdt sowieso niet als je het nodig hebt. De bus doet er een stuk langer over dan aangekondigd op 9292. Gelukkig heb ik ruim gepland (niet mijn specialiteit) en maak ik me niet echt zorgen dat ik de trein ga missen. Oh gelukzalige onwetendheid.

Bij het station stap ik uit de bus. Er hangt een gespannen sfeer. Politie bij de bushaltes en bij alle stationsingangen. Geen ‘losse’ agenten, maar allemaal in groepjes van drie of meer. In het station heerst chaos. Veel treinen rijden niet vanwege een ontsporing van een goederentrein. Dat van die ontsporing weet ik op dat moment nog niet, maar dat het ellende op het spoor is, is direct duidelijk.

Uiteindelijk lukt het me om in mijn beste Duits te achterhalen hoe ik nu in Keulen en uiteindelijk in Frankfurt moet komen. “Je moet in één van die grijze bussen die nu aan de overkant van de straat staat”, vertelt de medewerker van Deutsche Bahn. “Maar je moet wachten tot die bussen zijn gekeerd. En dat is ongeveer over een half uur.” Terwijl ik op de grijze bussen wacht, trekt een hele groep zingende voetbalsupporters over het plein. Dat verklaart de hoeveelheid agenten.

De bus is relatief luxe, maar wordt wel helemaal vol gestopt. De buschauffeur is streng. Koffers moeten beneden in het ruim. We moeten onze riem vastmaken. We moeten bij aankomst blijven zitten tot hij zegt dat we op mogen staan. De man naast mij valt met wijd open mond in slaap. In de bus maak ik me zorgen. Kan ik met mijn ICE-ticket straks in Keulen in een andere trein stappen? Of moet ik een nieuw ticket kopen en is het jammer van het eerder betaalde bedrag? En hoe laat kom ik in vredesnaam in Frankfurt aan? Ik moet er voor 19 uur zijn. Ik heb mijn hotelkamer niet vooraf betaald en ze garanderen maar tot 19 uur dat ze de kamer voor me vasthouden.

Na ongeveer een kwartier rijden we langs de plek die de oorzaak is van de ellende. De buschauffeur vertelt dat we naar rechts moeten kijken. Ik zie ontspoorde wagons, een hijskraan en heel veel mensen in fluor oranje.

Op het station in Keulen is het eveneens totale chaos. Ook hier een gespannen sfeer. Veel mensen kijken fronsend naar de borden, waarop vooral veel vertragingen staan. Bij alle informatieloketten staan lange rijen. Maar wat me het meest aangrijpt, is de enorme hoeveelheid daklozen in het station. Misschien gebruikelijk als het buiten zo ontzettend koud is als vandaag, maar ik herinner me dit niet van toen ik een tijdje geleden met een vriendin in Keulen was.

Er liggen mensen op stoelen, er liggen mensen tegen de muren. Verschillende mensen graven in de prullenbakken naar statiegeldflesjes en etensresten. Ik probeer mijn neus niet op te halen, want dat zou niet erg respectvol zijn. Maar mijn hemel wat hangt er een penetrante geur. Ik wil zo snel mogelijk naar één van de platforms, maar dan moet ik eerst weten vanaf welk spoor mijn trein gaat.

Het duurt lang voordat ik op de steeds verspringende borden ontcijfer hoe laat en waar de volgende ICE naar Frankfurt vertrekt. Na lang wachten beantwoordt een medewerker van Deutsche Bahn mijn prangende vraag. Met het ticket dat ik heb, mag ik ook in een andere trein stappen. Die over drie kwartier komt, als de vertraging van nu al een kwartier tenminste niet verder oploopt. Natuurlijk blijk ik bij het eerste klas gedeelte te staan en moet ik een heel stuk teruglopen om bij de tweede klas in te stappen. Op wonderbaarlijke wijze vind ik nog een zitplek.

Tegen de tijd dat ik eindelijk in Frankfurt aankom, is het donker en nog een paar graden kouder. Ik heb honger en moet plassen. Snel op zoek naar het hotel. Gelukkig is het nog ruim voor 19 uur. Net als in bijna alle steden is de directe omgeving van het station niet de beste plek om te zijn, zeker niet na zonsondergang. Waar worden toch iedere keer die blikken jonge hangmannen opengetrokken? Een man wil mij aanspreken. Ik vertrouw hem niet en versnel mijn pas zo veel als mijn volle blaas dat toelaat. Gelukkig komt hij me niet achterna.

Eenmaal op de wc van mijn hotelkamer kan ik eindelijk ontspannen.

Voor de zoveelste keer vraag ik me af wat er ook alweer leuk is aan alleen op reis gaan.

Dat antwoord komt de volgende ochtend. Ik kijk uit mijn hotelraam en zie een prachtige oranje lucht. De zon komt op tussen de imponerende hoogbouw van de stad. Om half 9 ben ik buiten. Ik maak een mooie wandeling door verrassend groene wijken en door parken waar fanatiek wordt gesport.

Op een bankje in de zon kijk ik naar een jongen die zijn worpen op de basket probeert te perfectioneren. Daarna trekt een klein jongetje mijn aandacht. Hij klimt op een hufter proof crosstrainer (toepasselijk op zondag als ik normaal zelf ook altijd ga fitnessen). Hij komt met zijn handen nauwelijks bij de handvatten en als hij zijn voeten in beweging zet, belandt hij bijna in een split (of is het een spagaat?). Maar een lol dat hij heeft!

Aan het eind van de ochtend drink ik goede koffie in een leuk zaakje waar ik uiteindelijk ook lunch. Ik heb mijn boek en mijn laptop bij me. Ik lees een beetje, werk een beetje en observeer de mensen die in en uitgaan. Hier zitten toeristen en locals. Ik vang leuke gesprekken op. Het is fijn om meerdere talen te verstaan en lekker te luistervinken. Na een paar uur ga ik weer aan de wandel. Ik maak een tussenstop bij de supermarkt. Alleen lunchen was prima, maar ik voel me nog niet zeker genoeg om alleen op restaurant te gaan.

In mijn hotelkamer werk ik nog even verder terwijl buiten de zon uit en de lampen aangaan. Het eerste interview van de negen die ik in Frankfurt hoop uit te werken, is bijna klaar als ik aan deze blog begin. Het bureau in mijn hotelkamer is goedgekeurd.

Reizen is fijn. Samen reizen is fijn. Met een vriendin of met de leuke jongen uit de trein. De leuke jongen uit de trein en ik zijn er heel goed in samen (los van de weg naar de vakantie toe, die is minder aangenaam), vooral in stedentrips. In Brussel leven we allebei helemaal op, dat is echt onze tweede thuisstad. Ik hou extra veel van hem als hij op ons favoriete pleintje zit. Geen idee hoe dat psychologisch werkt. Ook in Zweden, Marokko en Canada waren we een prima team, om maar wat landen te noemen.

Afgelopen zomer in Rotterdam genoten we samen van precies dezelfde dingen. We hadden een toptijd. Met onze handjes Ghanees eten. Met chic bestek een 7-gangen-menu verorberen. Met onze neus in de zon naar dappere mensen kijken die in de Maas springen om te zwemmen.

Alleen reizen is fijn. Denken en doen lopen dan bijna gelijk. Denken ‘de zon schijnt, ik wil naar buiten’ en dan een kwartier later buiten staan. Ik hoef de douche niet af te drogen. Ik kan de boel de boel laten, want het boeit niet dat mijn koffer midden in de kamer staat en de kleren van de vorige dag op het bed liggen. Als ik weg ben, functioneer ik in een heel ander ritme dan thuis. Het lijkt alsof ik in een andere omgeving makkelijker opsta en makkelijker schrijf. Om de één of andere reden laat ik me minder afleiden dan thuis als ik in een hotelkamer of ‘vreemde’ koffietent aan het werk ben.

Het is natuurlijk pure luxe dat ik dit af en toe kan doen. Dat ik kan reizen. Samen en alleen.

Dat ik het kan combineren met mijn werk.

Ik duim wel alvast voor een iets soepelere terugweg…

Het drama van de conflictvermijder

And nothing ever happens, nothing happens at all
The needle returns to the start of the song
And we all sing along like before

– Del Amitri

Ik laat me afschepen, om de tuin leiden, onder de tafel lullen, uit het veld slaan. En iedere andere uitdrukking die er bestaat voor een conflictvermijder. Een onhandige karaktertrek voor een ondernemer, maar vooral lastig in mijn ‘normale leven’.

Krijg ik kritiek, doe ik harder mijn best. Tenzij de kritiek echt nergens op slaat.

Krijg ik iets niet waar ik recht op heb, laat ik het vaak lopen. Geen zin in gedoe. Of nee, erger: angst voor gedoe.

Toen ik vandaag na twee mislukte pogingen, want geen gehoor, de meubelzaak bereikte waar we een fantastische bank kochten (zie mijn vorige blog) had ik mezelf dus al voor de derde keer opgepept.
‘Je niet gewonnen geven Lieke, je staat in je recht, ze zeiden zelf dat je altijd mocht bellen, we hebben ‘in house service’ bijgekocht, dus volhouden’.

Het probleem. De bank schuift iedere keer dat je erin gaat zitten, maar de viltjes blijven staan. Waardoor we iedere avond de bank op zijn kant moeten leggen om de viltjes opnieuw vast te plakken. Kan niet de bedoeling zijn.

Lief als ik ben, begin ik met “De superleuke paarse bank die vorige week werd geleverd… ” om vervolgens voor mijn doen redelijk ferm en volhardend te melden dat ze toch zeker wel een andere oplossing hebben dan viltjes en dat het volgens mij bij de service hoort om niet alleen een bank maar ook vloerbescherming te leveren. Plus dat de mannen die de bank kwamen leveren, zeiden dat we altijd mochten bellen en er voor ieder probleem een oplossing was.

Nadat de vrouw aan de andere kant drie keer heeft gezegd dat het beschermen van de vloer volgens haar niet bij de service hoort, dat alleen voor stoelpoten bepaalde dopjes bestaan maar niet voor banken, en dat er echt geen andere oplossing is behalve zelf ergens antislipmateriaal aanschaffen (ze noemt zelfs het bedrijf waar we dat kunnen doen), hang ik toch op.

Om nog twee minuten verbijsterd naar mijn telefoon te kijken.

Kan ik dit niet omdat ‘kinderen die vragen worden overgeslagen’ één van de rode draden was in mijn jonge leven? Kan ik dit niet omdat mijn hele familie kampioen is in zich niet uitspreken? Waar komt de angst vandaan? De knoop in mijn maag?

Zelfs toen ik ontslag nam op een plek waar de leidinggevende mild gezegd een slecht betalende hornox eerste klas was, had ik buikpijn. Bang dat er een discussie zou ontstaan. Bang dat er verwijten zouden komen over dat ik het team in de steek liet. Terwijl ik doodongelukkig was op die plek.

En dan heb ik het nog niet over die relatie waar ik veel te lang in bleef hangen. Hij bracht geweldige muziek op mijn pad (zie ook het begin van deze blog) en de seks was goed, maar verder was er geen bal aan. Hij maakte me onzeker, wilde me veranderen, was jaloers.

Nu baal ik dus weer van mezelf. Maar ik boek vooruitgang. Een paar jaar geleden had ik waarschijnlijk na een minuut al opgehangen. Nu bleef ik toch wel tien minuten aan de telefoon. Helaas met hetzelfde resultaat: nada, noppes, niks.

Ik ben veel tegelijk, maar kan niet veel tegelijk

Als een kind in de snoepwinkel zo blij ben ik met de nieuwe, paarse bank die vanmorgen is geleverd. De paarse bank die perfect kleurt bij de donkergroene muur erachter. Ik ben een sucker voor kleur. Het leven is te kort voor saai. Compleet met badeendjes in mijn oren, Snoopy veters in mijn schoenen en jurkjes in meer kleuren dan de regenboog.

Ik functioneer goed bij kleur en bij verandering, want ik word onrustig van eentonig en saai. Zit er een donkerblauw kostuum of een grijs mantelpak tegenover me, moet ik veel beter mijn best doen om bij het gesprek te blijven dan als er een statement tegenover me zit. Dus kom maar op met kleur. Met die nieuwe opdracht. Die nieuwe werkplek. En joepie, vanmorgen dus met die nieuwe bank.

Tegelijk schreeuwt mijn hoofd op dit moment dat ik nondeju gebaat ben bij routine en herhaling. En bij het halen van tijdwinst door niet mijn armbandjes en oorbellen te willen matchen met mijn schoenen. Baat bij bewust dingen doen en spullen op een vaste plek leggen.

De afgelopen week was het weer vaker bonanza dan anders. In een wachtdienst week zonder laptop de deur uit en dus terug naar huis moeten. Fietsensleutel verliezen van de ‘werkplekfiets’ die nu dus afgesloten op de markt staat. Een afspraak vergeten met de leuke jongen uit de trein (op dezelfde dag!) om een ijsje te gaan eten. Terwijl je mij kunt wakker maken voor ijs. Van de voordeur teruglopen naar de auto omdat ik niet meer weet of ik heb afgesloten. En continu mijn huissleutels en telefoon kwijt. Lang leve verandering én lang leve routine. Al moet ik voor dat laatste dus echt beter mijn best doen.

Ik houd van veel dingen tegelijk.

Ik ben veel tegelijk.

Ik ben de spring in het veld die vreugdedansjes doet bij leuke vooruitzichten, maar ik ben ook rustig en bedachtzaam.
Ik ben tevreden en bij vlagen ronduit gelukkig, maar zwem daarnaast in een grote vijver verdriet.
Ik ben goed in koetjes en kalfjes, maar verlang vaak naar diepgang.
Ik ben oersterk, maar ook onzeker en kwetsbaar.
Ik lach veel, maar huil ook snel en om van alles.
Ik kan vaak meer dan ik denk, maar denk vaak te veel.
Ik ben super leergierig en gemotiveerd, maar ben vaak niet vooruit te branden.

Ik heb het knetterdruk en nog twee deadlines opstaan, maar ik schrijf een blog…

Met dank aan de kleurrijke Wieteke van Diggele die iets soortgelijke plaatste op LinkedIn en mij daarmee inspireerde voor het einde van deze blog. Ga haar vooral volgen op LinkedIn als je van vrolijke foto’s en spontaniteit houdt!

Sterven doe je niet iedere dag

Vroeger, toen ik in bomen klom, in het hooi speelde op de boerderij en steentjes gooide in het kanaal, leek het leven eindeloos. De zomervakantie duurde lang en was zorgeloos. Al had ik soms de pest in als mijn ouders weer besloten naar een andere camping te gaan terwijl ik net een vriendinnetje had ‘gemaakt’. (Rare uitdrukking, vrienden maken).

Dood ging je pas in het bejaardenhuis als je geen zin meer had om te kienen of te kaarten. Of als je heel veel pech had, zoals de moeder van mijn vader, stierf je aan kanker in het ziekenhuis. Maar in ieder geval na je 60e. Dat duurde in mijn kinderhoofd nog een eeuwigheid, dus waarom zou ik me daar druk over maken?

Zoals een kinderhoofd blijkbaar werkt. Ik herinner me van mijn oma in het ziekenhuis vooral dat ik een keer nieuwe schoenen had en dat die veel geluid maakten in de ziekenhuisgangen.

Inmiddels ben ik nauwelijks jonger dan mijn vader was toen hij stierf. Een aantal vrienden is al ouder. De leuke jongen uit de trein werd in maart 48. Als hij zijn volgende verjaardag haalt, is hij mijn papa voorbij. De zeis van Magere Hein was in december 2002 een lichtflits en donderslag bij heldere hemel. Ondertussen heeft de dood een stevige voet aan de grond gekregen. Waar ik lang een uitzondering was, leeft nu van veel vrienden nog maar één ouder. En in een enkel geval leeft er geen ouder meer.

Het plaatst mijn leven in een ander perspectief. Of nee, niet altijd. Dat doet het soms, als ik erover nadenk. Dat is confronterend en dan borrelt de paniek omhoog. Ik wil nog, ik moet nog, ik zou nog… En tegelijkertijd: wat een rijkdom dat ik leef. Dat ik leef zoals ik leef in een land waar we steen en been klagen maar waar ‘we’ het over het algemeen hartstikke goed hebben.

Maar laat ik voor mezelf spreken. Ik heb het hartstikke goed. Ik ben gezond, wat het aller belangrijkste is. Ik woon met de leuke jongen uit de trein in een fijn huis op een fijne locatie. En heb ontzettend veel mensen om me heen waar ik op kan bouwen.

Hoe kan het dan dat ik mezelf soms moet dwingen om de waarde daarvan te blijven zien? Potverdorie, we sterven maar één keer (denk ik) en we leven iedere dag. Dus als je het zo goed hebt als ik: genieten, zolang als het duurt!

En als je klaagt ‘wat word ik oud’, denk dan ‘het alternatief is erger!’

Dode journalisten

Live in een uitzending kreeg cameraman Samer Abu Daqqa in oktober te horen dat bij een Israëlisch bombardement zijn vrouw, een zoon, een dochter en een kleinkind waren omgekomen. Maar hij werkte door. Tot die fatale reportage over een door Israël gebombardeerde school. Waar “toevallig” een raket insloeg toen hij klaar was met filmen. Samer had in België kunnen zijn, maar besloot in Gaza te blijven tot de oorlog voorbij was.

Ik had journalist kunnen zijn
Onderzoeker. Correspondent. Oorlogsverslaggever
Maar ik koos de makkelijke weg
Die van de minste weerstand
Ik schrijf commerciële stukjes
Interviews voor bladen die geen steen verleggen
Een persbericht, een aankondiging, een blog
Want we hebben allemaal zo veel “belangrijks” te zeggen

Soms een gratis tekst voor een goed doel
Fairtrade, duurzaamheid, of een sympathiek buurtinitiatief
Kan ik mezelf weer een schouderklopje geven
Kijk mij goed bezig zijn
En ondertussen klagen over mijn ‘eerste wereld leven’

Het regent
Alweer

Ik huilde lang en hard vanmorgen
103 journalisten en mediamedewerkers gedood sinds 7 oktober
Tranen drupten op de schouder van de leuke jongen uit de trein
Tranen drupten op de krant
Het venster van de wereld op Gaza wordt steeds kleiner, las ik in NRC
Mijn kop koffie in de hand

PRESS op hun helm
PRESS op hun scherfvest
Dat moet bescherming bieden
Maar maakt doelwit
Schietschijf voor wie de waarheid niet wil weten
Schietschijf voor wie hoopt
Dat we ook deze oorlog weer vergeten

Auto geraakt door een granaat
Huis geraakt door een bom
Collateral dammage?
Vette pech?
Natuurlijk niet
Maar de daders komen ermee weg

Videojournalist Issam Abdallah werd op 13 oktober 2023 gedood toen hij samen met andere journalisten Israëlische bombardementen filmde in Zuid-Libanon. Onderzoek wijst uit dat de granaat afkomstig was van een Israëlische tank aan de andere kant van de grens.

Niet voor iedereen

Ik heb geleerd dat er altijd wel iemand is die mij niet leuk vindt, die het niet eens is met mijn werkwijze, die mijn ideeën niet snapt, die ik nooit tevreden kan stellen. Daar is niks mis mee, want ik vind zelf ook niet iedereen leuk.

Maar wat duurde het lang voordat ik zonder buikpijn mezelf op de eerste plaats kon zetten. Voordat ik dankzij de leuke jongen uit de trein het verwaterlijstje invoerde, bleef ik bellen, mailen, appen en iedere keer weer op de fiets, in de auto of in de trein stappen om naar vrienden toe te gaan die zelden tot nooit mijn kant op kwamen (‘ik kan niet naar jou, want ik heb een kind’ of ‘jij bent toch al in de buurt voor werk’). Het verwaterlijstje heeft vriendschappen gekost. Al waren ze dan misschien de definitie vriendschap niet waard.

Voordat ik eerlijk tegen potentiële klanten durfde te zeggen ‘dat ik niet de juiste persoon ben voor zijn/haar opdracht’, of dat ik het ‘voor die lage prijs echt niet kan doen’, duurde ook een hele tijd. Heel soms, als ik het niet druk heb, zeg ik nog wel eens ja als ik eigenlijk nee zou moeten zeggen.

Vroeger was ik gefocust op “iedereen”, zelfs op collega’s die de kantjes er vanaf liepen, zelfs op vrienden van vrienden omdat ik wilde dat die me ook aardig vonden.

Ik rende me het vuur uit de sloffen voor die oelewapper van een opdrachtgever die me als freelancer € 25,- per uur betaalde en daarvoor moest ik ook nog twee vaste dagen naar kantoor. ‘Misschien zit er ooit meer in’, hoopte ik. ‘Alleen mezelf nog even bewijzen’. Ondanks het lage uurtarief had ik na een paar maanden bijna genoeg gespaard om met de leuke jongen uit de trein naar Washington en New York te gaan. Ineens had die oelewapper geen werk meer voor me. Die reis konden we op onze buik schrijven, want ik had op dat moment weinig andere klanten.

Nu richt ik me vooral op de mensen die dichtbij me staan. De mensen waarvan ik weet dat ze me midden in de nacht en in de stromende regen uit de goot zouden komen redden. En op klanten waar ik graag voor werk en die mij (in woord en daad) waarderen. Dat is een stuk rustiger!

Maar nog steeds niet altijd gemakkelijk.

Op dit moment #20

Het nieuwe jaar is alweer anderhalve maand oud en ik heb pas 2 x met mijn ogen geknipperd. De tijd vliegt. Op de positieve manier weet je wel, omdat tijd vliegt als je lol hebt. Omdat tijd vliegt als je agenda vol staat met interviews bij de meest uiteenlopende bedrijven. Heel even had ik wat weinig werk, maar dat is meer dan goed gekomen.

Niet alles is rozengeur en maneschijn. Lichamelijk én geestelijk ook dit jaar al een paar deukjes en blauwe plekken opgelopen (mijn linkerbil is pimpelpaars, lang leve carnaval en toiletten bovenaan een trap). Maar ik ben een gezegend mens.

Blij met: bloemen! In de tuin. In het veldje voor het huis. Overal langs mijn wandelroute. Joepie!

Ook blij met: vrienden, vrienden en nog eens vrienden. Gouden exemplaren die aanvoelen wanneer ze net dat ene appje moeten sturen. Die spontaan voor de deur staan met de vraag of ik tijd heb voor een kop thee. Vrienden om mee te zwemmen, maar vooral om het leven mee te bespreken bij een kop koffie nadat we die 40, 50, 60 baantjes achter de rug hebben. Vrienden die het fitnessen draaglijk maken. Die bezorgd aan me vragen hoe het met de leuke jongen uit de trein gaat als hij weer eens door zijn rug is gegaan, maar ook aan mij vragen hoe het met mij gaat en of ze me ergens mee kunnen helpen. Vrienden die als we het eten nog niet achter de kiezen hebben alweer een datum prikken voor een volgend etentje. Vrienden om jaarlijks een dag of weekend mee weg te gaan. Vrienden voor een workaction, een festival, of gewoon een avond barhangen. Vrienden die me binnen tien minuten prachtig kunnen schminken of die met carnaval de andere helft van mijn fruitige duo zijn. En dan die gekke groep, ‘de bende van ellende’, waar ik iedere carnaval in beland. Om de helft van die groep weer een jaar niet te zien. Precies zoals het goed is.

Verdrietig om: vrienden. Dat klinkt heel tegenstrijdig met het vorige punt, maar in sommige vriendschappen kwam recent of alweer wat langer geleden een barst. Met onbegrip aan de basis. Voor elkaar invullen. Het gevoel voor lief te worden genomen. Niet de moeite waard zijn om echt moeite voor te doen. Miscommunicatie ook.

En dat leuren voor een etentje dat maar niet van de grond komt, is ook een tikkeltje frustrerend. Er staat een datum, maar ik ben benieuwd wie er die avond aan tafel zit. Let it gooooo?!

Ook verdrietig om: het overlijden van mijn broertjes schoonmama. Ik kende haar nauwelijks, maar het verdriet van mijn schoonzusje kan ik me levendig voorstellen. En wat is het jammer dat mijn neefje aan zijn vaders kant zijn opa nooit heeft gekend en aan zijn moeders kant zijn oma moet missen. Hij is pas twee, dus ook aan oma heeft hij later geen herinneringen.

Sowieso een tikkeltje verdrietig om de generatie ‘boven ons’. Bijna al onze vrienden hebben minimaal één kwakkelende ouder. Van nieuwe knie tot herseninfarct. Niet meer fietsen, niet meer autorijden, niet meer zelf boodschappen kunnen doen… Het hoort erbij, bij het leven van 70- en 80-plussers, maar dat maakt het niet gemakkelijker om te zien.

Ik kijk uit naar: een midweekje Texel met vriendin A in een huisje met een sauna, een ligbad en een open haard. Heerlijk buiten het seizoen. Zwembad in het vakantiepark grotendeels voor onszelf (hoop ik). In de ochtend werken, in de middag fietsen, wandelen en borrelen.

Ik kijk er ook naar uit om: binnenkort nog eens gruwelijk goed te gaan eten met de leuke jongen uit de trein. Eergisteren waren we 16 (!) jaar bij elkaar. Op die suffe dag, want Valentijn, doen we daar nooit echt iets aan. Al zeker niet als het samen valt met Aswoensdag (gaaaaaaaap). Maar ik vind dat we echt nog wel ergens moeten gaan eten. Van het luxere en decadentere soort.

Waar ik me ook echt op verheug: is het optreden van JOHAN in Doornroosje, Nijmegen. Samen met de leuke jongen uit de trein uiteraard. Nijmegen is zijn stad.

Ik lees: heel veel analoge en digitale kranten en tijdschriften. Daarnaast de Nederlandse versie van Trump Revealed: An American Journey of Ambition, Ego, Money, and Power en de originele versie van Word Perfect: Etymological Entertainment For Every Day of the Year. Ook tijdens het lezen erger ik me dood aan Trump, soms zelfs nog meer dan als ik hem op tv voorbij zie komen. Maar hij fascineert me ook. Hoe je met bluffen, liegen, bedriegen, vreemdgaan en vloeken een imperium opbouwt, macht vergaart, een bekende wereldburger wordt en het uiteindelijk zelfs schopt tot president.

Vorig jaar las ik 20 boeken. Benieuwd hoe veel het er dit jaar worden.

Ik luister: van alles en nog wat, zoals altijd. Gisteren in de auto bijvoorbeeld NPO 2, een cd van R.E.M., een cd van Frank Boeijen en een cd van Tonic. De laatste cd die ik kreeg, was van Gorki. Dankzij een grote muziekliefhebber die eerder al de twee cd’s van Grof Geschut voor me wist te scoren. En ik maar (vals) meezingen! Ik wist niet hoe erg ik Grof Geschut had gemist tot ik het weer hoorde.

Ik voel: pijn aan mijn linkerbil. Het was carnaval. Het was middag. Ik was niet dronken. Maar moest wel enorm plassen. Het toilet is bovenaan een trap. Een trap die eigenlijk is bedoeld voor éénrichtingsverkeer. Een trap die ik al eng vind op een willekeurige doordeweekse dag als de enige ben die er naar boven of beneden hoef. Nadat ik eindelijk had geplast ging ik die trap af terwijl aan de kant van de leuning nog steeds een hele lange rij stond. Aan de andere kant van de trap is alleen een muur, niets om je aan vast te houden dus. Op de treden lag drank, veertjes, confetti. Ik gleed uit. En stuiterde.
Het kerkbankje gisteren viel niet mee, de zitting was net iets te kort.

Ik voel ook: blijdschap, tevredenheid en dankbaarheid. Want de 16 uur die ik per 1 december ‘kwijtraakte’ zijn – zoals dat eigenlijk altijd gaat – voor de komende maanden (!) gevuld met leuke opdrachten. Dankzij toffe vakgenoten die opdrachten doorspeelden. Dankzij bekenden uit een ver verleden die ineens weer aan mij moesten denken. Dankzij boekschrijvers die mij vol vertrouwen als eindredacteur kozen.

Tegelijkertijd voel ik me nog steeds af en toe onzeker. Denk ik dat ik iets niet kan. Heb ik last van het imposter syndroom. Zeg ik weer volmondig ja op een opdracht, maar wil ik het liefst keihard wegrennen, bang om door de mand te vallen. Als die vrouw die helemaal niet zo goed kan schrijven, laat staan adviseren of overtuigen. Bij een sollicitatiegesprek liet ik me laatst weer te veel kennen. Ze zochten vooral een adviseur, maar omdat ik weinig ervaring heb als adviseur, benadrukte ik vooral mijn lol en ervaring in schrijven en interviewen. Terwijl ik heus wel kán adviseren, compleet met theoretische onderbouwing. Ik kreeg de functie niet. Logisch.

Ik denk na over: welke cursus/training/opleiding ik dit jaar ga volgen. Ik zag al zó veel leuks voorbij komen. Houd ik het dichtbij mijn vak, bijvoorbeeld iets met beïnvloeding en gedragsverandering? Podcasts of video’s leren maken? Of duik ik eens in een nieuwe taal? Keuzes, keuzes…

Al met al wordt 2024, als de eerste anderhalve maand van het jaar exemplarisch zijn, een jaar om in te lijsten. One for the books.

En jij? Hoe gaat het met jou?

21 jaar en 2 dagen – over muziek en politiek

Lieve papa,

Eergisteren verzuimde ik de jaarlijkse blog te schrijven, maar ik was wel vaker te laat. Niet dat het een verplichting is, maar toch. Een soort aan mezelf opgelegde verplichting misschien. Ik val in herhaling, want ik herinner me eerder minder dan meer.

Heel lang was jij na het wakker worden mijn eerste gedachte. Niet jij, maar het ontbreken van jij. Soms meteen gevolgd door tranen. Inmiddels is het zo lang geleden dat jij stierf, dat ik vaak al duizenden gedachten heb gedacht voordat jij je opwachting maakt in mijn hoofd. Bij het ontwaken zit ik soms nog in een droom, soms ben ik terug in het boek dat ik voor het slapengaan las of in de serie die ik keek, een andere keer denk ik meteen aan werk. Ik had er eergisteren al een heel gesprek met de leuke jongen uit de trein opzitten, over jou, maar ook over anderen, voordat alsnog de tranen kwamen. Del Amitri op de radio:

And nothing ever happens, nothing happens at all
The needle returns to the start of the song
And we all sing along like before

And we’ll all be lonely tonight and lonely tomorrow

Niet omdat ik eenzaam ben, wel door het verdriet wat in dit lied klinkt. En de naald die teruggaat naar het begin van de plaat, is een beeld waarbij ik aan jou denk. Jij en muziek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als ik nieuwe muziek hoor die ik mooi vind, probeer ik altijd in te schatten of jij het ook had kunnen waarderen.

Tijdens de verkiezingen moest ik heel vaak aan je denken. De laatste populist die jij meemaakte was Fortuyn en daar vond je iets van. Je kon je opwinden over mensen die niet meer zelf nadachten en hem blind adoreerden. Je kon je opwinden dat iemand met een zilveren lepel in de mond juist de mensen aansprak met veel minder te besteden. Het was niet goed geweest voor je toch al te hoge bloeddruk, maar wat had ik je graag tekeer horen gaan over Baudet, Wilders, Orban, Poetin, Trump. Dat je ‘hornox!” riep naar de televisie en met je ogen rolde.

Je hield van geschiedenis en hoopte dat mensen van het verleden leerden. Wat dat betreft ben je op tijd vertrokken. We trekken met zijn allen steeds minder lessen uit het verleden. Of in ieder geval niet de juiste lessen. Wat zou je mening zijn over het bombarderen van Gaza? Je was van de ‘religie maakt meer kapot dan je lief is’ en je koos doorgaans de kant van de mensen met de minste macht en middelen.

And nothing ever happens, nothing happens at all
They’ll burn down the synagogues at six o’clock
And we’ll all go along like before

And we’ll all be lonely tonight and lonely tomorrow

De wereld staat in brand. In het rijke Nederland is het leesniveau lager dan ooit, krijgen we wachtlijsten in de (jeugd)hulp niet weggewerkt en hebben we het Rode Kruis nodig om vluchtelingen bij te staan. Maar gelukkig opende het nieuws vanmorgen met wie er naar het Songfestival gaat. Ook daar had jij iets van gevonden. Waarschijnlijk hetzelfde als ik. Man oh man, wat zou ik nog eens graag mét jou tekeer gaan over ‘waar de wereld naartoe gaat’.

En toen koos ‘mijn’ land

We kozen massaal voor een man
Die uitsluit en haat
Volkomen onverschillig
Als de natuur naar de knoppen gaat

We kozen massaal voor de man
Van ‘nepparlement’ en ‘minder, minder, minder’
Alleen kijken naar hier
Lak hebben aan ginder

We kozen massaal voor de man
Die als enige lid van zijn partij
Geen inspraak duldt
Maar oh wat zijn we allemaal vrij

De dijken omhoog
De grenzen dicht
Lekker navelstaren
Zonder vergezicht

Democratie

Ja, dit is democratie. Ja, ik ben – met buikpijn en tranen in mijn ogen – nog steeds blij dat ik in Nederland ben geboren. We zijn een rijk land, we kunnen wat hebben. En ik denk (of hoop) dat veel mensen vooral ‘tegen’ hebben gestemd, zonder te weten waar ze nu eigenlijk ‘voor’ hebben gestemd.

Iedereen heeft het over bestaanszekerheid. Ik hoop met heel mijn hart dat dat ook geldt voor moslims, vluchtelingen, arbeidsmigranten, transgenders, milieuactivisten. Frans Timmermans is niet mijn bloedgroep, maar EIN-DE-LIJK klonken passie, emotie en strijd door in zijn toespraak: houd elkaar vast.

Ik vind het moeilijk mensen vast te houden die PVV (of FvD) hebben gestemd, maar ik ga mijn best doen.