Vroeger, toen ik in bomen klom, in het hooi speelde op de boerderij en steentjes gooide in het kanaal, leek het leven eindeloos. De zomervakantie duurde lang en was zorgeloos. Al had ik soms de pest in als mijn ouders weer besloten naar een andere camping te gaan terwijl ik net een vriendinnetje had ‘gemaakt’. (Rare uitdrukking, vrienden maken).
Dood ging je pas in het bejaardenhuis als je geen zin meer had om te kienen of te kaarten. Of als je heel veel pech had, zoals de moeder van mijn vader, stierf je aan kanker in het ziekenhuis. Maar in ieder geval na je 60e. Dat duurde in mijn kinderhoofd nog een eeuwigheid, dus waarom zou ik me daar druk over maken?
Zoals een kinderhoofd blijkbaar werkt. Ik herinner me van mijn oma in het ziekenhuis vooral dat ik een keer nieuwe schoenen had en dat die veel geluid maakten in de ziekenhuisgangen.
Inmiddels ben ik nauwelijks jonger dan mijn vader was toen hij stierf. Een aantal vrienden is al ouder. De leuke jongen uit de trein werd in maart 48. Als hij zijn volgende verjaardag haalt, is hij mijn papa voorbij. De zeis van Magere Hein was in december 2002 een lichtflits en donderslag bij heldere hemel. Ondertussen heeft de dood een stevige voet aan de grond gekregen. Waar ik lang een uitzondering was, leeft nu van veel vrienden nog maar één ouder. En in een enkel geval leeft er geen ouder meer.
Het plaatst mijn leven in een ander perspectief. Of nee, niet altijd. Dat doet het soms, als ik erover nadenk. Dat is confronterend en dan borrelt de paniek omhoog. Ik wil nog, ik moet nog, ik zou nog… En tegelijkertijd: wat een rijkdom dat ik leef. Dat ik leef zoals ik leef in een land waar we steen en been klagen maar waar ‘we’ het over het algemeen hartstikke goed hebben.
Maar laat ik voor mezelf spreken. Ik heb het hartstikke goed. Ik ben gezond, wat het aller belangrijkste is. Ik woon met de leuke jongen uit de trein in een fijn huis op een fijne locatie. En heb ontzettend veel mensen om me heen waar ik op kan bouwen.
Hoe kan het dan dat ik mezelf soms moet dwingen om de waarde daarvan te blijven zien? Potverdorie, we sterven maar één keer (denk ik) en we leven iedere dag. Dus als je het zo goed hebt als ik: genieten, zolang als het duurt!
En als je klaagt ‘wat word ik oud’, denk dan ‘het alternatief is erger!’



