De maand ontploft

Het is bijna kerst.

Vrede op aarde.

Een knoop in mijn maag. Een brok in mijn keel. Lood in mijn schoenen. Geen idee wie die uitdrukkingen ooit heeft verzonnen, maar ze omschrijven doeltreffend wat ik voel.

Between a rock and a hard place past ook wel bij de situatie. Mensen waar ik van houd, zijn verdrietig. En wat ik nu ook doe, beter dan ‘iemand een beetje minder ongelukkig’ wordt het niet.

Ik droeg in mijn leven helaas vaak bij aan ongemakkelijke en ongelijkwaardige verhoudingen. Lang geleden had ik dingen anders moeten doen. Maar ik was een conflictvermijdende schijtluis. En ben dat nog steeds.

Ik was veel te vaak stil, op misschien wat zielig gesputter na. Ik bood te weinig weerwoord. Ik gaf grenzen niet aan, of veel te laat. Ik probeerde iedereen te vriend te houden en heb daarbij mensen beschadigd. Mezelf het meest. Ik vulde in voor anderen. Deed dingen zoals ik dacht dat anderen het zouden willen, zodat ik niets hoefde te vragen. Zodat er vooral geen strijd zou ontstaan. Daarmee maakte ik situaties niet altijd beter. Soms nam ik het niet op voor mensen die absoluut mijn verdediging verdienden.

Ik kwam ook nooit op voor mezelf. Niet tegenover collega’s. Niet bij familie. Niet in relaties.

Ja, die ene keer dat ik zei dat ik geen huisvrouw wilde worden om voor een kind te zorgen dat niet van mij was. Dat was dus meteen einde relatie. En die keer dat een gemeente me drie schalen lager wilde inhuren dan ze hadden betaald voor een eerdere, soortgelijke opdracht. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt.

Maar verder is het meestal slikken, inschikken en weer doorgaan. En vervolgens een keuze maken waarvan ik hoop dat die de beste is. Soms de beste voor mij. Soms de beste voor een ander. Nooit de beste voor iedereen. Op de één of andere manier kan ik die optie nooit aanvinken.

En wat ik ook kies. Het ontploft vaak in mijn gezicht.

Meestal in de maand december. Dan is het extra toepasselijk, zo’n ontploffing.

Papa, weet je nog? Salmiaklollies!

Op jouw sterfdag vrat ik een hele zak salmiaklollies leeg. En sabbelen tot het eind, ho maar! Dat kan ik nog steeds niet. Twintig stuks verdwenen binnen twintig minuten. Of zoiets .

Ik probeerde het vaak, als ik naar school fietste en jij tegelijkertijd naar je werk. Aan het begin van de Bonaertsweg gaf je me een King pepermunt. Die van mij was bij de tweede bocht kapotgekauwd en verdwenen. Ik heb misschien één keer het einde van de straat gehaald. Waarop ik trots mijn tong uit stak met het mini stukje pepermunt. Met lollies hetzelfde laken een pak. Eerst likken, maar al snel bijten. (Waarom klinkt dat zo slecht?). Al kregen we lollies een stuk minder vaak.

Bij lollies denk ik aan Dommelen, niet aan Brommelen. Als we lollies in huis hadden, was het zo’n zak met een papegaai erop. Met fruitlollies én salmiaklollies erin. Jij en ik deden nog net geen moord voor de salmiak. Maar jij won altijd als er nog maar één in zat. En dan zat ik opgescheept met de paarse lollie die naar cassis zou moeten smaken, maar dat niet deed. Die paarse bleven altijd als laatste over.

Ik zie het voor me. Jij stapt voorbij de paaltjes van het woonerf, triomfantelijk voor in de auto met de laatste zoute lollie. Ik stap boos achterin. Loes zit naast me en heeft citroen, of sinaasappel of weet ik veel welke smaak, maar de laatste niet-paarse. Dus drie keer raden welke kleur ik heb.

Ik ben best goed bezig met minder snoepen en meer bewegen. Ik sport tegenwoordig drie keer per week, wie had dat ooit gedacht? Jij waarschijnlijk niet. Maar gisteren mocht het, vond ik. Niet sporten en wel snoepen. Bloeddruk door het dak na al die salmiak, maar het was het helemaal waard. Hoge bloeddruk schept een extra band 😉

Ik zou je met liefde nog eens de laatste salmiaklollie uit de zak zien nemen. Dan neem ik als een blij ei de paarse.

Het is weer 9 december

23 jaar zonder jou. Er is één ding dat sindsdien niet verandert. Ik blijf me afvragen wat jij van dingen zou vinden.

Wat zou je zeggen iedere keer dat de blonde pruiken van Geert of Donald in beeld kwamen? Wat zou je ervan vinden dat ik ondernemer ben, iets wat totaal niet in de familie zit? Zou je stemmen op de Top 2000 en zo ja, wat zette je er dan in? Ik stemde dit jaar voor het eerst niet op Brown Eyed Girl en voelde me daar een beetje schuldig over. Maar het is helemaal niet het beste nummer van Van. Geen zorgen, de beste man staat met Someone Like You nog wel in mijn lijst. We hebben kaarten voor Joe Jackson volgend jaar november. Ik denk dat je mee zou gaan.

Jij was van de argumenten, net als ik. Je wilde de argumenten van anderen begrijpen. En met een goede onderbouwing van feiten en historische voorbeelden mensen overtuigen dat ze verder moesten kijken dan hun neus lang was. Dat jezelf verrijken ten koste van een ander nooit goed was. Je scriptie ging over te grote inkomensverschillen en de ongelijkheid die dat met zich meebracht. Het is helaas niet beter geworden. Wel enger. Want de allerrijkste mensen in de wereld hebben de media en het internet in handen.

En argumenten? Die blijken maar zelden te werken. Hoe goed en hoe waar ze ook zijn. Inspelen op woede en angst, daar gaan we met zijn allen veel beter op. Ik volgde laatst een cursus gedragsverandering en ook daar kwam het terug. Emoties en ons reptielenbrein bepalen veel meer dan rationele keuzes.

Je hield van geschiedenis en hoopte dat mensen van het verleden leerden. Wat dat betreft verliet je de wereld op tijd. We leren geen zak. Daarom geldt “nooit meer” niet voor alle genocides, maar alleen voor die ene. Ik weet niet wat je zou doen als je er nog was, maar ik kan me voorstellen dat je bepaalde toneelstukken zou regisseren. Om toch te proberen mensen aan het denken te zetten.

Ik zou er nog steeds alles voor geven om met je te praten. Of met je te zwijgen. Woorden waren niet altijd nodig. We wisten sowieso dat we van elkaar hielden.

Stress: hoe ik er (niet) mee omga

Iemand die haar zaken voor elkaar heeft en zich niet snel van de wijs laat brengen. Veel mensen hebben dat beeld van mij. Een beeld dat soms klopt. Ik kan vrij veel hebben. Tenminste, als het op werk aankomt.

Drie deadlines aan het eind van de week, geen probleem. Een digitaal interview met 7 mensen tegelijk, geen probleem. Een dag door Noord- en Midden-Limburg rijden en 6 interviews op verschillende locaties, prima. Dankbaar voor de leuke gesprekken. En onderweg genieten van de prachtige herfstkleuren.

Eén zo’n week is prima, daar krijg ik zelfs energie van. Vlak voor een deadline werk ik echt op mijn best. Twee weken van dat, ook leuk. Bij week drie of vier neemt de energie wat af, maar ben ik nog steeds oké met de drukte. Maar ergens daarna komt er een kantelpunt. Een moment waarop de omstandigheden steeds minder meewerken en waarop ik zelf mijn grootste ‘tegenwerker’ word.

“Jij hebt geen afspraak”, zei de mondhygiënist vanmorgen, toen ik binnenliep.

Ik had me gehaast om er op tijd te zijn, want ik moest ook het bed nog afhalen en gaan pinnen voor de schoonmaaksters. In de spits de Noorderbrug over was vrij zenuwslopend, want onwijs traag. Maar ik haalde het, was er precies om 9 uur.

“Ik heb wel een afspraak. Die hebben we een half jaar geleden samen gemaakt en die heb ik toen direct in mijn agenda gezet.” “Ja, ik maak altijd meteen een vervolgafspraak. Maar ik zie je nergens in de computer staan. En er komt zo iemand anders. Kun je morgen terugkomen?”

Dat helpt niet.

Er zijn een paar mensen die me snel op de kast krijgen. Mensen waar ik niet (helemaal) onderuit kan, omdat onderdeel zijn van mijn dagelijks leven. Maar het lijkt alsof ze het ruiken dat ik het druk heb. Dus staan ze iedere dag in mijn WhatsApp, in mijn mailbox en op mijn voicemail.

Dat helpt niet.

Wilders die zich gedraagt als een peuter die niet tegen zijn verlies kan en het nepnieuws dat van alle kanten lijkt te komen over stembusfraude en weet ik wat.

Dat helpt niet.

Joost Prinsen dood.

Dat helpt niet.

Financieel sta ik er op niet goed voor. Nee, geen zorgen, ik hoef absoluut geen droog brood te gaan eten of de verwarming weg te bezuinigen, maar dit jaar ging er veel meer uit dan er binnenkwam. Hoewel ik een vangnet heb, doet het toch iets met mijn gemoedsrust om mijn spaarrekening te zien krimpen in plaats van te zien groeien. Ik lig er wel eens wakker van. Mijn financiële situatie wordt versterkt door een notoire wanbetaler. Facturen die ik in juli stuurde, staan nog open. Gelukkig scheiden de wegen tussen mij en deze “opdrachtgever” binnenkort. Het kan zijn dat ik naar mijn geld moet fluiten, en dat zou heel naar zijn en pijn doen. Van de andere kant gaat het sowieso heel veel rust brengen om niets meer met dit bedrijf te maken te hebben.

Maar de situatie zoals die nu is, helpt niet.

Vandaag voel ik mezelf van alles, maar zeker NIET stressbestendig. Ik voel me alsof ik ieder moment ‘uit mijn raampje kan schieten’, zoals de hulpverleners in dat webinar over emotieregulatie het noemden.

Een verkeerde opmerking. Iemand die te laat komt of een afspraak verzet. Het kan me zomaar aan het wankelen brengen.

Maar vooral mijn eigen chaos. Met een vol hoofd, doe ik handelingen op de automatische piloot. Wat een heel slecht idee is als je van nature al veel dingen kwijtraakt of vergeet.

Ik ga moedig voorwaarts. Het wordt weer beter, dat weet ik zeker. En zo erg is het ook allemaal niet. Als ik over mijn beeldscherm heen kijk, zie ik de Maas rustig voorbij stromen. De geur van koffie stijgt op uit de gezamenlijke keuken. Ik hoor Werkgebouwers lachen.

Alles komt goed.

In mijn eigen bubbel #2

De dag na de verkiezingen.

Wilders is een paar zetels kwijt, maar uiterst rechts heeft in zijn geheel gewonnen. En in Limburg blijft de PVV “gewoon” de grootste. Juist in Limburg? De provincie met héél veel grenskilometers en dus gebaat bij goede internationale betrekkingen. De provincie die bekend staat om de bourgondische inslag, het vieren van carnaval (hét feest bij uitstek waarbij iedereen gelijk is) en de gastvrijheid.

Betekenissen van gastvrijheid:
1) Gulheid in het onthalen van gasten 2) Hartelijkheid 3) Warm welkom

En dus stemmen we in Limburg massaal op een niet-democratische partij die vooral veel mensen uitsluit? Een partij die eigenlijk geen partij is, omdat er geen leden zijn. Een partij die het volwaardige ziekenhuis in Heerlen zou behouden. Een partij die beloftes sowieso niet na kan komen, omdat veel voorstellen lijnrecht ingaan tegen nationale en internationale wetten. Limburg is zogenaamd gastvrij, maar stemt op een partij die vooral bloeit bij het zwartmaken van de ander.

Ik schreef een paar dagen geleden dat ik wil begrijpen hoe mensen kiezen wat ze kiezen. Dat ik open wil staan voor andermans argumenten en niet meteen wil oordelen. Zeker ook omdat ik een aantal vrienden en goede kennissen heb, waarvan ik weet dat ze voor uiterst rechts zijn gegaan.

Maar het stormt in mijn hoofd.

Limburgers worden vaak als dom, lui en langzaam neergezet in de media. Of althans, dat vinden we zelf. Ik wil niet denken wat ik denk, maar ik denk het toch. In dit geval is het predicaat ‘dom’ best wel terecht. We zijn in ieder geval niet al te slim als we zo massaal stemmen op een niet-democratische partij die inmiddels heeft bewezen niets voor elkaar te krijgen.

En gastvrij? Dan toch vooral voor mensen die zo veel mogelijk op ons lijken.

In mijn eigen bubbel

“Maar jij zit ook steeds dieper in je linkse bubbel”, reageerde de leuke jongen uit de trein. En hij heeft natuurlijk gelijk.

Hij en ik hadden een gesprek, waarin ik me hardop afvroeg hoe het kan dat sommige vrienden overwegen om op PVV, FvD of Ja21 te stemmen. Die partijen staan zó ongelofelijk ver af van alles wat ik belangrijk en waardevol vind. Terwijl, nou ja, vrienden zijn niet voor niets vrienden.

“Ja maar, ze hebben kinderen”, probeerde ik nog. “Deze partijen geven niets om natuur en klimaat. Dus dat hun kinderen straks verzuipen of dat ze in de stad doodgaan van de hitte, maakt ze niets uit? En als hun kinderen homo of trans blijken te zijn en ze daarom niet geaccepteerd worden of minder rechten hebben, hebben ze gewoon pech? Of als ze verliefd worden op iemand die niet-Nederlands is, dan moeten ze daar gewoon niet aan toegeven ofzo?”

“Andere zaken wegen voor hen zwaarder”, legde de leuke jongen vol begrip uit. “Onzinnige regels waar ze tegenaan lopen bijvoorbeeld. Oneindige bureaucratie. Ambtenaren die niet meedenken. Daar willen ze vanaf en die rechtse partijen staan het meest bekend als regels-afschaffers, als minder overheid.”

Ik interview soms wel twintig mensen in een week. Ook mensen wiens keuzes en voorkeuren ik niet begrijp. Mensen die geloven in dingen die ik totale onzin vind (of in ieder geval spieriewierie). Maar over het algemeen zijn dat wel vooral mensen aan de linkerkant. Mijn opdrachtgevers zitten in de hoek van fairtrade, duurzaamheid, inclusie, gelijkheid, jeugdzorg en maatschappelijk werk.

In een voedselbos, een buurtpark, of een Wereldwinkel kom ik maar weinig mensen tegen die niet geloven in klimaatverandering of die mensen het land uit willen zetten.

Het is de kunst – die ik dus niet helemaal beheers – om iemand die totaal andere dingen belangrijk vindt dan ik, nog steeds te horen en niet meteen te oordelen.

En blij dat de leuke jongen uit de trein af en toe in mijn bubbel prikt.

Wijzen met ons vingertje. Maar niet naar Netanyahu

Hoe dan?

Onschuldige mensen sterven van de honger. Baby’s. Kinderen. Vrouwen. Mannen. Hulpverleners. Journalisten. Terwijl er vrachtwagens met voedsel en medicijnen aan de grens staan.

De machtige mensen die Israël zouden kunnen tegenhouden, doen niets.

En ik doe ook niets. Anders dan berichten liken en delen die dit onrecht laten zien en af en toe een bedrag overmaken naar een organisatie waarvan ik hoop dat hun hulp ooit bij de juiste mensen terecht komt.

Mensen die uitgeput op voedsel wachten, worden neergemaaid. En als ze het wel overleven en daadwerkelijk met een zak meel bij hun gezin aankomen, zijn de gezinsleden misschien al te ver verhongerd om nog normaal te kunnen eten.

Natuurlijk. Er zijn meer “conflicten” die we voorbij laten gaan. In Somalië bijvoorbeeld. Of in Congo. Dat praat ik zeker niet goed. Maar die conflicten zijn minder zwart-wit. Geen bovenliggende partij die de macht heeft om de onderliggende partij van de kaart te vegen. Geen partij die zo open en bloot, zonder enige schaamte en in het volle zicht van camera’s, een ander land en alles erin met de grond gelijk maakt.

Roepen dat landen zich aan universele verdragen en mensenrechtenwetten moeten houden, kunnen we heel goed. Het wijzende vingertje. Sancties tegen Rusland. Sancties tegen Iran. Producten weren uit China. Maar voor Netanyahu en co gelden blijkbaar geen regels.

Soms huil ik als ik naar het journaal kijk of de krant lees. Toch kan ik me een uur later weer druk maken over mijn onvindbare sleutels. Of vloeken omdat ik mijn kleine teen stoot tegen de poot van het bed. Of blij worden van een zingende merel. Zo werkt dat blijkbaar in mijn hoofd. En misschien maar goed ook. Van blijven huilen wordt de wereld ook niet beter. Maar het knagende gevoel van onmacht, van kwaadheid om het onrecht, ligt dag en nacht op de loer. Ik droom mezelf soms in de oorlog.

Merel Morre schreef een heel mooi en pijnlijk gedicht. Waarin zij veel beter schetst in veel minder woorden wat ik bedoel.

wanneer een golf land overspoelt
wanneer de grond begint te beven
wanneer een grote bosbrand woedt
dan gaan wij hulp geven

en nu mensen worden vermoord
nu kinderen sterven zonder eten
nu bestaansrecht wordt gesmoord
nu zouden we het niet weten?


Bonaire #2

“Snorkelen ging prima, ik kan sowieso goed zwemmen, heb een goede conditie, er is een professional bij, er kan niets mis gaan, let’s go!”

Dat is wat ik dacht toen ik vanmorgen een duikles nam. Ik ben niet bepaald bang aangelegd.

Maar zodra ik onder water ging, schoten mijn hartslag en ademhaling omhoog, mijn benen weigerden dienst en mijn brein schreeuwde alleen nog maar “omhoog, omhoog, omhoog!”

In een enorme hoestbui kwam ik boven. Volgens de instructeur waren mijn ogen onder water bizar groot.

Op een bankje op het strand, duurde het zeker een kwartier voor mijn hartslag weer normaal was.

En toch probeerde ik het nog een keer.

De tweede keer ging veel beter. Mijn ademhaling langzamer, mijn hartslag lager, en na een korte aarzeling besloten mijn benen om gewoon te ‘flipperen’.

Ik kwam vooruit, bleef mooi ‘zweven’ tussen bodem en boven, en na een tijdje durfde ik om me heen te kijken in plaats van alleen naar de professional die voor me zwom.

Vraag me niet welke vissen ik zag. Ik ben afgekeurd als vis.

Dankjewel DiveFactory. Dankjewel Luc. Dankjewel voor de aanmoediging, het geduld en de overwinning op mezelf.

Bonaire

Dat ik hier al anderhalve week ben en nog geen blog schreef, zegt veel. Ik blog meestal als er dingen mis gaan, zoals mijn aankomst in Nice waar ik heel lang eerst naar mijn sleutel en daarna naar mijn appartement liep te zoeken. Over mijn angst voor de stationsbuurt in Frankfurt in het donker. Of over die mafketel die op weg naar Finland naast me zat in het vliegtuig en vond dat zelfstandige vrouwen maar het beste dood konden gaan (and he was happy to help).

Maar mijn verblijf op Bonaire komt in de buurt van perfectie. Er zijn alleen wat kleine gedoetjes geweest. Niets om van wakker te liggen. Oh ja, toch wel. Dat wakker liggen… Het is hier bloedheet, maar de eerste nacht in mijn studiootje had ik het ijskoud. De afstandsbediening van de airco deed het niet en dat ding blies recht op mijn bed. Op dat bed lag alleen een laken dat heftig meebewoog op de wind uit de airco. Met een t-shirt aan en handdoek als extra deken, was het net te doen. De tweede nacht in datzelfde bed schrok ik wakker van harde knallen en gegil. Vuurwerk, was mijn eerste gedachte. Er bleken mensen op elkaar te hebben geschoten, ontdekte ik later.

Los daarvan. In de buurt van perfectie dus, dit verblijf op een paradijselijk eiland. De eerste week bij lieve vrienden in een prachtige woning. Een heerlijk bed met een goede klamboe eroverheen. Zwembad in de tuin. Feestjes op het strand. Mee in hun ritme van school en werken en dat was prima om er meteen in te komen. En niet te vergeten: heel goed gezelschap van vrienden die dit eiland al een paar keer hebben uitgespeeld. Vrienden met een muppet van vier die bloemetjes bij mijn bed had gezet en de eerste ochtend vroeg of ik lekker had geslapen. Toen ik ja zei antwoordde hij met “daar ben ik blij om.” Met een andere muppet van zeven die heel blij is om te vertellen welke vissen hij in zijn computerspel heeft gevangen. En nog blijer is met Pokemonijs.

Vanaf week twee dus in een studiootje in het centrum van de hoofdstad. Al klinkt het gek om een paar vrolijk gekleurde huizen, winkels, restaurants en kantoren een hoofdstad te noemen. Leuk is het zeker wel, met veel plekken om gezellig te zitten en lekker te eten en overal kleurrijke muurschilderingen.

Het enige dat ik soms echt jammer vind, is dat de leuke jongen uit de trein er niet bij is om samen verwonderd naar de vele dieren te kijken. Want echt, wat word ik blij van de beestjes en als er iemand nóg blijer van zou worden is hij het wel. Zet een snorkel op en steek je hoofd in het water en het is alleen nog maar genieten. Vissen in alle kleuren. Wuivende koraalwaaiers. Ik zag een grote schildpad van dichtbij met aan zijn zij een koffervisje. Zo mooi om die schildpad rustig naar boven te zien zwemmen om lucht te happen en weer terug naar beneden. Woensdag een introductieles duiken. Ik vind het spannend, maar heb er ook heel veel zin in.

En niet alleen onder water. De roepialen, suikerdiefjes, kolibries, parkieten. De groene lora met zijn gele kop. De fregatvogels, de visarend, de gekke pelikaan die lomp landt in de zee. De flamingo’s. De leguanen, gekko’s en salamanders. De ezeltjes en geitjes die onverstoorbaar de weg oversteken.

Ik keek naar een potje waterpolo in zee. Naar een wedstrijd softball wat hier een hele happening is. Ik zag kitesurfers en wingfoilers. Ik zag dappere (of gestoorde) mensen op een fiets en hardlopen op het heetst van de dag.

Ik vergat hoe snel de zon ondergaat zo dicht bij de evenaar, dat je de zon echt ziet bewegen, terwijl ik het toch al eerder meemaakte in Benin en Senegal. En dan eenmaal onder, die spectaculaire lucht vol roze en oranje.

En geloof het of niet, ondertussen werk ik ook nog. Ik rondde twee verhalen af en stuurde twee facturen. Ik plaatste berichten op de website van Opgroeien in Parkstad en werk aan de nieuwe website van Debatcentrum Sphinx. Morgen staan er verschillende interviews op het programma met ondernemers hier die Limburgse wortels of andere verbindingen met Limburg hebben. Het eerste interview al om 8 uur ’s ochtends. Dus over een tijdje krijgt Ondernemen in Limburg een Caraïbisch tintje.

Kortom, ik vermaak me wel.

Nog anderhalve week van dit. Ik ben een bofkont.

In mijn hoofd

Terwijl ik uitkijk over de Maas – lang leve mijn nieuwe kantoor – klikt en draait er van alles in mijn hoofd. Soms heb ik dat. En soms schrijf ik dan ook nog op wat ik denk. Dus hieronder wat willekeurige gedachten. Doe ermee wat je wil 😉

Ik ben een ontzettende geluksvogel. Daar ben ik me steeds meer van bewust. Niet omdat alles op rolletjes loopt. Want zo vaak als ik iets kwijt ben, iets vergeet, ergens tegenaan bots of hopeloos verdwaal, is echt niet normaal. Niet omdat ik nog nooit iets traumatisch/dramatisch heb meegemaakt, want ook daar heb ik mijn portie van gehad. Maar omdat ik gezond ben, een gelijkwaardige en liefdevolle relatie heb, een huis heb, een familie heb en de allerliefste vrienden van de wereld. Ik kan de boodschappen doen die ik wil en koken wat ik wil en dat is luxe. En ik ben een fantastische slaper. Soms nog voor mijn hoofd het kussen raakt. Een bofkont in het kwadraat.

Je zult in Gaza wonen, in Jemen, of in Sudan. Of door de Trump-regering zijn uitgezet naar Venezuela.

De beste manier om je slecht te voelen, is nadenken over de fouten die je maakte in het verleden. De beste manier om je angstig te voelen is nadenken over de toekomst. Nu genieten, nu leven, niet uitstellen met de kans dat het er nooit meer van komt. Ik roep dat heel vaak en voer het gelukkig ook steeds vaker uit. Wat dan natuurlijk niet betekent dat ik nooit meer iets doe waar ik een hekel aan heb.

Ouder worden is confronterend. Mijn conditie gaat achteruit, mijn menstruatiecyclus is van het padje (laat de overgang maar komen, dan is het tenminste helemaal gedaan), tegen mijn grijze haren valt bijna niet meer op te verven en met ieder levensjaar dat erbij komt, komt er ook een kilo bij. Maar het alternatief – niet ouder worden – is nog veel erger.

Ik wil niet boos worden of haten, want dat is een vervelende en vaak zinloze emotie. Maar ik doe het toch. Ik haat mensen die met allerlei leugens opbellen omdat ik zzp’er ben en mijn telefoonnummer nu eenmaal bekend is. Zoals die @%^$* van zojuist die het gesprek opende met “ik zou u nog terugbellen” en daarna een verhaal over een energiecontract begon waar hij me in het verleden al eens mee had geholpen. Nee, jij zou helemaal niet terugbellen, want wij hebben elkaar nog nooit gesproken. Dus laat mij met rust. Mensen die met dit soort rottige telefoontjes hun geld verdienen, en dan vooral de opdrachtgevers, gun ik eeuwige jeuk en te korte armen.

Hoe is jouw dag?