Het is weer 9 december

23 jaar zonder jou. Er is één ding dat sindsdien niet verandert. Ik blijf me afvragen wat jij van dingen zou vinden.

Wat zou je zeggen iedere keer dat de blonde pruiken van Geert of Donald in beeld kwamen? Wat zou je ervan vinden dat ik ondernemer ben, iets wat totaal niet in de familie zit? Zou je stemmen op de Top 2000 en zo ja, wat zette je er dan in? Ik stemde dit jaar voor het eerst niet op Brown Eyed Girl en voelde me daar een beetje schuldig over. Maar het is helemaal niet het beste nummer van Van. Geen zorgen, de beste man staat met Someone Like You nog wel in mijn lijst. We hebben kaarten voor Joe Jackson volgend jaar november. Ik denk dat je mee zou gaan.

Jij was van de argumenten, net als ik. Je wilde de argumenten van anderen begrijpen. En met een goede onderbouwing van feiten en historische voorbeelden mensen overtuigen dat ze verder moesten kijken dan hun neus lang was. Dat jezelf verrijken ten koste van een ander nooit goed was. Je scriptie ging over te grote inkomensverschillen en de ongelijkheid die dat met zich meebracht. Het is helaas niet beter geworden. Wel enger. Want de allerrijkste mensen in de wereld hebben de media en het internet in handen.

En argumenten? Die blijken maar zelden te werken. Hoe goed en hoe waar ze ook zijn. Inspelen op woede en angst, daar gaan we met zijn allen veel beter op. Ik volgde laatst een cursus gedragsverandering en ook daar kwam het terug. Emoties en ons reptielenbrein bepalen veel meer dan rationele keuzes.

Je hield van geschiedenis en hoopte dat mensen van het verleden leerden. Wat dat betreft verliet je de wereld op tijd. We leren geen zak. Daarom geldt “nooit meer” niet voor alle genocides, maar alleen voor die ene. Ik weet niet wat je zou doen als je er nog was, maar ik kan me voorstellen dat je bepaalde toneelstukken zou regisseren. Om toch te proberen mensen aan het denken te zetten.

Ik zou er nog steeds alles voor geven om met je te praten. Of met je te zwijgen. Woorden waren niet altijd nodig. We wisten sowieso dat we van elkaar hielden.

Stress: hoe ik er (niet) mee omga

Iemand die haar zaken voor elkaar heeft en zich niet snel van de wijs laat brengen. Veel mensen hebben dat beeld van mij. Een beeld dat soms klopt. Ik kan vrij veel hebben. Tenminste, als het op werk aankomt.

Drie deadlines aan het eind van de week, geen probleem. Een digitaal interview met 7 mensen tegelijk, geen probleem. Een dag door Noord- en Midden-Limburg rijden en 6 interviews op verschillende locaties, prima. Dankbaar voor de leuke gesprekken. En onderweg genieten van de prachtige herfstkleuren.

Eén zo’n week is prima, daar krijg ik zelfs energie van. Vlak voor een deadline werk ik echt op mijn best. Twee weken van dat, ook leuk. Bij week drie of vier neemt de energie wat af, maar ben ik nog steeds oké met de drukte. Maar ergens daarna komt er een kantelpunt. Een moment waarop de omstandigheden steeds minder meewerken en waarop ik zelf mijn grootste ‘tegenwerker’ word.

“Jij hebt geen afspraak”, zei de mondhygiënist vanmorgen, toen ik binnenliep.

Ik had me gehaast om er op tijd te zijn, want ik moest ook het bed nog afhalen en gaan pinnen voor de schoonmaaksters. In de spits de Noorderbrug over was vrij zenuwslopend, want onwijs traag. Maar ik haalde het, was er precies om 9 uur.

“Ik heb wel een afspraak. Die hebben we een half jaar geleden samen gemaakt en die heb ik toen direct in mijn agenda gezet.” “Ja, ik maak altijd meteen een vervolgafspraak. Maar ik zie je nergens in de computer staan. En er komt zo iemand anders. Kun je morgen terugkomen?”

Dat helpt niet.

Er zijn een paar mensen die me snel op de kast krijgen. Mensen waar ik niet (helemaal) onderuit kan, omdat onderdeel zijn van mijn dagelijks leven. Maar het lijkt alsof ze het ruiken dat ik het druk heb. Dus staan ze iedere dag in mijn WhatsApp, in mijn mailbox en op mijn voicemail.

Dat helpt niet.

Wilders die zich gedraagt als een peuter die niet tegen zijn verlies kan en het nepnieuws dat van alle kanten lijkt te komen over stembusfraude en weet ik wat.

Dat helpt niet.

Joost Prinsen dood.

Dat helpt niet.

Financieel sta ik er op niet goed voor. Nee, geen zorgen, ik hoef absoluut geen droog brood te gaan eten of de verwarming weg te bezuinigen, maar dit jaar ging er veel meer uit dan er binnenkwam. Hoewel ik een vangnet heb, doet het toch iets met mijn gemoedsrust om mijn spaarrekening te zien krimpen in plaats van te zien groeien. Ik lig er wel eens wakker van. Mijn financiële situatie wordt versterkt door een notoire wanbetaler. Facturen die ik in juli stuurde, staan nog open. Gelukkig scheiden de wegen tussen mij en deze “opdrachtgever” binnenkort. Het kan zijn dat ik naar mijn geld moet fluiten, en dat zou heel naar zijn en pijn doen. Van de andere kant gaat het sowieso heel veel rust brengen om niets meer met dit bedrijf te maken te hebben.

Maar de situatie zoals die nu is, helpt niet.

Vandaag voel ik mezelf van alles, maar zeker NIET stressbestendig. Ik voel me alsof ik ieder moment ‘uit mijn raampje kan schieten’, zoals de hulpverleners in dat webinar over emotieregulatie het noemden.

Een verkeerde opmerking. Iemand die te laat komt of een afspraak verzet. Het kan me zomaar aan het wankelen brengen.

Maar vooral mijn eigen chaos. Met een vol hoofd, doe ik handelingen op de automatische piloot. Wat een heel slecht idee is als je van nature al veel dingen kwijtraakt of vergeet.

Ik ga moedig voorwaarts. Het wordt weer beter, dat weet ik zeker. En zo erg is het ook allemaal niet. Als ik over mijn beeldscherm heen kijk, zie ik de Maas rustig voorbij stromen. De geur van koffie stijgt op uit de gezamenlijke keuken. Ik hoor Werkgebouwers lachen.

Alles komt goed.

In mijn eigen bubbel #2

De dag na de verkiezingen.

Wilders is een paar zetels kwijt, maar uiterst rechts heeft in zijn geheel gewonnen. En in Limburg blijft de PVV “gewoon” de grootste. Juist in Limburg? De provincie met héél veel grenskilometers en dus gebaat bij goede internationale betrekkingen. De provincie die bekend staat om de bourgondische inslag, het vieren van carnaval (hét feest bij uitstek waarbij iedereen gelijk is) en de gastvrijheid.

Betekenissen van gastvrijheid:
1) Gulheid in het onthalen van gasten 2) Hartelijkheid 3) Warm welkom

En dus stemmen we in Limburg massaal op een niet-democratische partij die vooral veel mensen uitsluit? Een partij die eigenlijk geen partij is, omdat er geen leden zijn. Een partij die het volwaardige ziekenhuis in Heerlen zou behouden. Een partij die beloftes sowieso niet na kan komen, omdat veel voorstellen lijnrecht ingaan tegen nationale en internationale wetten. Limburg is zogenaamd gastvrij, maar stemt op een partij die vooral bloeit bij het zwartmaken van de ander.

Ik schreef een paar dagen geleden dat ik wil begrijpen hoe mensen kiezen wat ze kiezen. Dat ik open wil staan voor andermans argumenten en niet meteen wil oordelen. Zeker ook omdat ik een aantal vrienden en goede kennissen heb, waarvan ik weet dat ze voor uiterst rechts zijn gegaan.

Maar het stormt in mijn hoofd.

Limburgers worden vaak als dom, lui en langzaam neergezet in de media. Of althans, dat vinden we zelf. Ik wil niet denken wat ik denk, maar ik denk het toch. In dit geval is het predicaat ‘dom’ best wel terecht. We zijn in ieder geval niet al te slim als we zo massaal stemmen op een niet-democratische partij die inmiddels heeft bewezen niets voor elkaar te krijgen.

En gastvrij? Dan toch vooral voor mensen die zo veel mogelijk op ons lijken.

In mijn eigen bubbel

“Maar jij zit ook steeds dieper in je linkse bubbel”, reageerde de leuke jongen uit de trein. En hij heeft natuurlijk gelijk.

Hij en ik hadden een gesprek, waarin ik me hardop afvroeg hoe het kan dat sommige vrienden overwegen om op PVV, FvD of Ja21 te stemmen. Die partijen staan zó ongelofelijk ver af van alles wat ik belangrijk en waardevol vind. Terwijl, nou ja, vrienden zijn niet voor niets vrienden.

“Ja maar, ze hebben kinderen”, probeerde ik nog. “Deze partijen geven niets om natuur en klimaat. Dus dat hun kinderen straks verzuipen of dat ze in de stad doodgaan van de hitte, maakt ze niets uit? En als hun kinderen homo of trans blijken te zijn en ze daarom niet geaccepteerd worden of minder rechten hebben, hebben ze gewoon pech? Of als ze verliefd worden op iemand die niet-Nederlands is, dan moeten ze daar gewoon niet aan toegeven ofzo?”

“Andere zaken wegen voor hen zwaarder”, legde de leuke jongen vol begrip uit. “Onzinnige regels waar ze tegenaan lopen bijvoorbeeld. Oneindige bureaucratie. Ambtenaren die niet meedenken. Daar willen ze vanaf en die rechtse partijen staan het meest bekend als regels-afschaffers, als minder overheid.”

Ik interview soms wel twintig mensen in een week. Ook mensen wiens keuzes en voorkeuren ik niet begrijp. Mensen die geloven in dingen die ik totale onzin vind (of in ieder geval spieriewierie). Maar over het algemeen zijn dat wel vooral mensen aan de linkerkant. Mijn opdrachtgevers zitten in de hoek van fairtrade, duurzaamheid, inclusie, gelijkheid, jeugdzorg en maatschappelijk werk.

In een voedselbos, een buurtpark, of een Wereldwinkel kom ik maar weinig mensen tegen die niet geloven in klimaatverandering of die mensen het land uit willen zetten.

Het is de kunst – die ik dus niet helemaal beheers – om iemand die totaal andere dingen belangrijk vindt dan ik, nog steeds te horen en niet meteen te oordelen.

En blij dat de leuke jongen uit de trein af en toe in mijn bubbel prikt.

Wijzen met ons vingertje. Maar niet naar Netanyahu

Hoe dan?

Onschuldige mensen sterven van de honger. Baby’s. Kinderen. Vrouwen. Mannen. Hulpverleners. Journalisten. Terwijl er vrachtwagens met voedsel en medicijnen aan de grens staan.

De machtige mensen die Israël zouden kunnen tegenhouden, doen niets.

En ik doe ook niets. Anders dan berichten liken en delen die dit onrecht laten zien en af en toe een bedrag overmaken naar een organisatie waarvan ik hoop dat hun hulp ooit bij de juiste mensen terecht komt.

Mensen die uitgeput op voedsel wachten, worden neergemaaid. En als ze het wel overleven en daadwerkelijk met een zak meel bij hun gezin aankomen, zijn de gezinsleden misschien al te ver verhongerd om nog normaal te kunnen eten.

Natuurlijk. Er zijn meer “conflicten” die we voorbij laten gaan. In Somalië bijvoorbeeld. Of in Congo. Dat praat ik zeker niet goed. Maar die conflicten zijn minder zwart-wit. Geen bovenliggende partij die de macht heeft om de onderliggende partij van de kaart te vegen. Geen partij die zo open en bloot, zonder enige schaamte en in het volle zicht van camera’s, een ander land en alles erin met de grond gelijk maakt.

Roepen dat landen zich aan universele verdragen en mensenrechtenwetten moeten houden, kunnen we heel goed. Het wijzende vingertje. Sancties tegen Rusland. Sancties tegen Iran. Producten weren uit China. Maar voor Netanyahu en co gelden blijkbaar geen regels.

Soms huil ik als ik naar het journaal kijk of de krant lees. Toch kan ik me een uur later weer druk maken over mijn onvindbare sleutels. Of vloeken omdat ik mijn kleine teen stoot tegen de poot van het bed. Of blij worden van een zingende merel. Zo werkt dat blijkbaar in mijn hoofd. En misschien maar goed ook. Van blijven huilen wordt de wereld ook niet beter. Maar het knagende gevoel van onmacht, van kwaadheid om het onrecht, ligt dag en nacht op de loer. Ik droom mezelf soms in de oorlog.

Merel Morre schreef een heel mooi en pijnlijk gedicht. Waarin zij veel beter schetst in veel minder woorden wat ik bedoel.

wanneer een golf land overspoelt
wanneer de grond begint te beven
wanneer een grote bosbrand woedt
dan gaan wij hulp geven

en nu mensen worden vermoord
nu kinderen sterven zonder eten
nu bestaansrecht wordt gesmoord
nu zouden we het niet weten?


Bonaire #2

“Snorkelen ging prima, ik kan sowieso goed zwemmen, heb een goede conditie, er is een professional bij, er kan niets mis gaan, let’s go!”

Dat is wat ik dacht toen ik vanmorgen een duikles nam. Ik ben niet bepaald bang aangelegd.

Maar zodra ik onder water ging, schoten mijn hartslag en ademhaling omhoog, mijn benen weigerden dienst en mijn brein schreeuwde alleen nog maar “omhoog, omhoog, omhoog!”

In een enorme hoestbui kwam ik boven. Volgens de instructeur waren mijn ogen onder water bizar groot.

Op een bankje op het strand, duurde het zeker een kwartier voor mijn hartslag weer normaal was.

En toch probeerde ik het nog een keer.

De tweede keer ging veel beter. Mijn ademhaling langzamer, mijn hartslag lager, en na een korte aarzeling besloten mijn benen om gewoon te ‘flipperen’.

Ik kwam vooruit, bleef mooi ‘zweven’ tussen bodem en boven, en na een tijdje durfde ik om me heen te kijken in plaats van alleen naar de professional die voor me zwom.

Vraag me niet welke vissen ik zag. Ik ben afgekeurd als vis.

Dankjewel DiveFactory. Dankjewel Luc. Dankjewel voor de aanmoediging, het geduld en de overwinning op mezelf.

Bonaire

Dat ik hier al anderhalve week ben en nog geen blog schreef, zegt veel. Ik blog meestal als er dingen mis gaan, zoals mijn aankomst in Nice waar ik heel lang eerst naar mijn sleutel en daarna naar mijn appartement liep te zoeken. Over mijn angst voor de stationsbuurt in Frankfurt in het donker. Of over die mafketel die op weg naar Finland naast me zat in het vliegtuig en vond dat zelfstandige vrouwen maar het beste dood konden gaan (and he was happy to help).

Maar mijn verblijf op Bonaire komt in de buurt van perfectie. Er zijn alleen wat kleine gedoetjes geweest. Niets om van wakker te liggen. Oh ja, toch wel. Dat wakker liggen… Het is hier bloedheet, maar de eerste nacht in mijn studiootje had ik het ijskoud. De afstandsbediening van de airco deed het niet en dat ding blies recht op mijn bed. Op dat bed lag alleen een laken dat heftig meebewoog op de wind uit de airco. Met een t-shirt aan en handdoek als extra deken, was het net te doen. De tweede nacht in datzelfde bed schrok ik wakker van harde knallen en gegil. Vuurwerk, was mijn eerste gedachte. Er bleken mensen op elkaar te hebben geschoten, ontdekte ik later.

Los daarvan. In de buurt van perfectie dus, dit verblijf op een paradijselijk eiland. De eerste week bij lieve vrienden in een prachtige woning. Een heerlijk bed met een goede klamboe eroverheen. Zwembad in de tuin. Feestjes op het strand. Mee in hun ritme van school en werken en dat was prima om er meteen in te komen. En niet te vergeten: heel goed gezelschap van vrienden die dit eiland al een paar keer hebben uitgespeeld. Vrienden met een muppet van vier die bloemetjes bij mijn bed had gezet en de eerste ochtend vroeg of ik lekker had geslapen. Toen ik ja zei antwoordde hij met “daar ben ik blij om.” Met een andere muppet van zeven die heel blij is om te vertellen welke vissen hij in zijn computerspel heeft gevangen. En nog blijer is met Pokemonijs.

Vanaf week twee dus in een studiootje in het centrum van de hoofdstad. Al klinkt het gek om een paar vrolijk gekleurde huizen, winkels, restaurants en kantoren een hoofdstad te noemen. Leuk is het zeker wel, met veel plekken om gezellig te zitten en lekker te eten en overal kleurrijke muurschilderingen.

Het enige dat ik soms echt jammer vind, is dat de leuke jongen uit de trein er niet bij is om samen verwonderd naar de vele dieren te kijken. Want echt, wat word ik blij van de beestjes en als er iemand nóg blijer van zou worden is hij het wel. Zet een snorkel op en steek je hoofd in het water en het is alleen nog maar genieten. Vissen in alle kleuren. Wuivende koraalwaaiers. Ik zag een grote schildpad van dichtbij met aan zijn zij een koffervisje. Zo mooi om die schildpad rustig naar boven te zien zwemmen om lucht te happen en weer terug naar beneden. Woensdag een introductieles duiken. Ik vind het spannend, maar heb er ook heel veel zin in.

En niet alleen onder water. De roepialen, suikerdiefjes, kolibries, parkieten. De groene lora met zijn gele kop. De fregatvogels, de visarend, de gekke pelikaan die lomp landt in de zee. De flamingo’s. De leguanen, gekko’s en salamanders. De ezeltjes en geitjes die onverstoorbaar de weg oversteken.

Ik keek naar een potje waterpolo in zee. Naar een wedstrijd softball wat hier een hele happening is. Ik zag kitesurfers en wingfoilers. Ik zag dappere (of gestoorde) mensen op een fiets en hardlopen op het heetst van de dag.

Ik vergat hoe snel de zon ondergaat zo dicht bij de evenaar, dat je de zon echt ziet bewegen, terwijl ik het toch al eerder meemaakte in Benin en Senegal. En dan eenmaal onder, die spectaculaire lucht vol roze en oranje.

En geloof het of niet, ondertussen werk ik ook nog. Ik rondde twee verhalen af en stuurde twee facturen. Ik plaatste berichten op de website van Opgroeien in Parkstad en werk aan de nieuwe website van Debatcentrum Sphinx. Morgen staan er verschillende interviews op het programma met ondernemers hier die Limburgse wortels of andere verbindingen met Limburg hebben. Het eerste interview al om 8 uur ’s ochtends. Dus over een tijdje krijgt Ondernemen in Limburg een Caraïbisch tintje.

Kortom, ik vermaak me wel.

Nog anderhalve week van dit. Ik ben een bofkont.

In mijn hoofd

Terwijl ik uitkijk over de Maas – lang leve mijn nieuwe kantoor – klikt en draait er van alles in mijn hoofd. Soms heb ik dat. En soms schrijf ik dan ook nog op wat ik denk. Dus hieronder wat willekeurige gedachten. Doe ermee wat je wil 😉

Ik ben een ontzettende geluksvogel. Daar ben ik me steeds meer van bewust. Niet omdat alles op rolletjes loopt. Want zo vaak als ik iets kwijt ben, iets vergeet, ergens tegenaan bots of hopeloos verdwaal, is echt niet normaal. Niet omdat ik nog nooit iets traumatisch/dramatisch heb meegemaakt, want ook daar heb ik mijn portie van gehad. Maar omdat ik gezond ben, een gelijkwaardige en liefdevolle relatie heb, een huis heb, een familie heb en de allerliefste vrienden van de wereld. Ik kan de boodschappen doen die ik wil en koken wat ik wil en dat is luxe. En ik ben een fantastische slaper. Soms nog voor mijn hoofd het kussen raakt. Een bofkont in het kwadraat.

Je zult in Gaza wonen, in Jemen, of in Sudan. Of door de Trump-regering zijn uitgezet naar Venezuela.

De beste manier om je slecht te voelen, is nadenken over de fouten die je maakte in het verleden. De beste manier om je angstig te voelen is nadenken over de toekomst. Nu genieten, nu leven, niet uitstellen met de kans dat het er nooit meer van komt. Ik roep dat heel vaak en voer het gelukkig ook steeds vaker uit. Wat dan natuurlijk niet betekent dat ik nooit meer iets doe waar ik een hekel aan heb.

Ouder worden is confronterend. Mijn conditie gaat achteruit, mijn menstruatiecyclus is van het padje (laat de overgang maar komen, dan is het tenminste helemaal gedaan), tegen mijn grijze haren valt bijna niet meer op te verven en met ieder levensjaar dat erbij komt, komt er ook een kilo bij. Maar het alternatief – niet ouder worden – is nog veel erger.

Ik wil niet boos worden of haten, want dat is een vervelende en vaak zinloze emotie. Maar ik doe het toch. Ik haat mensen die met allerlei leugens opbellen omdat ik zzp’er ben en mijn telefoonnummer nu eenmaal bekend is. Zoals die @%^$* van zojuist die het gesprek opende met “ik zou u nog terugbellen” en daarna een verhaal over een energiecontract begon waar hij me in het verleden al eens mee had geholpen. Nee, jij zou helemaal niet terugbellen, want wij hebben elkaar nog nooit gesproken. Dus laat mij met rust. Mensen die met dit soort rottige telefoontjes hun geld verdienen, en dan vooral de opdrachtgevers, gun ik eeuwige jeuk en te korte armen.

Hoe is jouw dag?

Ik ben verslaafd

Ik kan mezelf motiveren en dwingen tot van alles. Ik heb best een stevige ruggengraat.

Van het met heel veel tegenzin halen van mijn rijbewijs tot het afronden van mijn master nadat ik geen studiepunten voor mijn stage kreeg. Van feestjes afzeggen en ’s avonds doorwerken voor een deadline tot iedere dag een kwartier talen oefenen op Duolingo.

Als puber kreeg ik regelmatig de vraag of ik een trekje van dit of een slokje van dat wilde. Meestal zei ik nee, ook als ik dan als ongezellig of flauw werd bestempeld.

Vorige week, in dat prachtige park in Garderen waar de zon verleidelijk door de ramen scheen en de vogeltjes floten, stond ik iedere ochtend vroeg op en werkte ik heel efficiënt. Ik mocht niet naar buiten voordat er minstens één verhaal af was. Niets mis dus met mijn zelfbeheersing en discipline, zou je zeggen.

Iets met eten en bewegen?

Iedere werkdag begin ik met een wandeling. Ook als het nog donker is. Of regent. En ieder weekend sleep ik mezelf naar de sportschool, hoe dodelijk saai ik fitness ook vind. Bonuspunten voor mijn ruggengraat.

Ik ontbijt gezond en kook bijna iedere dag vers. Geen pakjes, zakjes en potjes. Veel verse groenten. Veel volkoren producten. Veel salades. Weinig vlees. Op vrijdag verse vis. En ook als de leuke jongen uit de trein kookt, zit het vaak barstensvol groenten.

Dus dat enorme gewicht dat ik meezeul en waar ik steeds meer de pest aan heb?

Dat komt van dat koekje (of minstens vier) bij de koffie. Van dat croissantje met de dikke laag jam op zondagmorgen. Van het stuk chocolade na het avondeten. Van de zakken chips en de pilsjes in het weekend. Van er staat altijd wel iets lekkers op tafel op mijn werkplek.

Mijn ruggengraat op dit gebied? Ondergesneeuwd. Onvindbaar. Onbestaand.

Waar ik op allerlei gebieden totaal niet verslavingsgevoelig ben of in ieder geval zonder afkickverschijnselen iets achterwege kan laten… Waar ik op allerlei gebieden gemakkelijk nee zeg tegen iets, of ja tegen iets anders, ook bij groepsdruk… Staat één ding vast:

Ik ben verslaafd aan suiker.

En dan zit je op Internationale Vrouwendag naast een vrouwenhater met een poetstic

Voordat iemand denkt dat ik een negatieve zeurkous ben die alleen de vervelende dingen onthoudt: onze vakantie in Finland was fantastisch. FANTASTISCH! We sliepen op een prachtige plek met een heuvelachtig bos aan de ene kant en een grotendeels bevroren rivier aan de andere kant. Een plek waar de sneeuw maagdelijk wit bleef. We sliepen ook nog eens in hele fijne bedden. We hadden onwijs geluk met het weer. Iedere dag zon, behalve op de vertrekdag. We zagen twee avonden achter elkaar het noorderlicht. We aten goed. We hadden leuk contact met het personeel. We leerden ook nog eens van alles, in het museum en van de gidsen. Huskies, rendieren, sneeuwscooters (met de leuke jongen als chauffeur). Alleen maar genieten! Ik ga nog heel vaak met een grote glimlach aan deze vakantie terugdenken. Finland is een land naar mijn hart. Waar ze dol zijn op drop en waar ze straffe koffie drinken.

En toch deel ik ook dit:

“That’s the problem. Women who don’t accept help are the problem. You are the problem. Women who say they don’t need help ruin society. They have to die. I’ll be happy to exterminate those women.”

De man naast mij in het vliegtuig gaat door het lint als ik zeg dat ik zelf mijn vliegtuigtafeltje wel omhoog kan doen. Het is Internationale Vrouwendag en hij verkondigt steeds luider dat zelfstandige vrouwen dood moeten. We moeten de maatschappij aan mannen overlaten.

Ik duw hem opzij, want zijn vieze mond is veel te dicht bij mijn oor en wat hij zegt maakt me boos. Dan flipt hij helemaal. Hij schreeuwt dat ik hem mishandel. Dat hij bij aankomst de politie inschakelt als ik niet direct 100 euro boete betaal. Anders kom ik in de gevangenis, want de politie gaat zijn klacht zeker serieus nemen. Als ik niet reageer, zegt hij dat mijn ‘boete’ inmiddels is opgelopen tot 250 euro. Ik mag niet meer met mijn elleboog aan zijn kant van de leuning komen, “want anders…”

Hij roept de stewardess erbij. Wat hij in het Fins tegen haar roept, kan ik natuurlijk niet verstaan. Hij wijst ondertussen heftig op mij. Hij bereikt niet wat hij wil bereiken, want de stewardess spreekt me bezorgd aan. Vraagt of ik me nog wel veilig voel en of ik aangifte wil doen. Vraagt of ik business class wil gaan zitten. Ik wijs naar de lege stoel voor de gestoorde man en zeg dat het ook prima is als ik daar mag gaan zitten.

Dus ik verhuis. Maar krijg geen rust. Als een bezetene begint hij met alcoholdoekjes de achterkant van mijn stoel te poetsen. Dan begint hij met nieuwe doekjes aan de stoel waar ik eerst zat. Het meisje dat naast me zit, schrikt. Haar rugleuning gaat heftig heen en weer. Ze durft de gestoorde man niet aan te spreken. Hij gebiedt ondertussen de leuke jongen uit de trein onze “trash” die aan de leuning hangt, weg te gooien. De leuke jongen uit de trein zegt dat het geen afval is maar een tasje met eten en dat het blijft hangen waar het hangt. En zegt dat de man moet stoppen met het schoonmaken van de stoel die niet eens van hem is.

De stewardess ziet dat het uit de hand dreigt te lopen en brengt ons allebei met onze bagage naar de business class. Ondertussen blijft ze sorry zeggen en dat ze het zo vervelend voor me vindt.

In de business class gaat mijn hartslag langzaam omlaag. Ondanks dat daar de mensen ook niet helemaal normaal zijn.

“You’re going to sit here? I’ve paid for that chair to stay empty.

Oké, ik ga niet naast die man aan het raam zitten met twee lege stoelen naast hem, maar laat een plek vrij. De leuke jongen uit de trein gaat naar een andere rij. De man, die verder heel vriendelijk is, vertelt dat hij van Amsterdam via Helsinki naar Malaga vliegt om de volgende dag weer terug te vliegen naar Helsinki. Hij gaat niets doen in Malaga, alleen eten en slapen. Maar hij “moet” vliegen om zijn vliegvoordelen te behouden. Hij verheugt zich erop om morgen weer in Helsinki te zijn, waar hij dan in een hotel met een sauna overnacht. Met open mond kijk ik hem aan. Vliegen om het vliegen?

De leuke jongen uit de trein bestelt een koffie. Ik een cola. Te goed opgevoed om voor de champagne te gaan. De stewardess komt nog eens sorry zeggen en biedt een gebakje en een chocolaatje aan. De rest van de reis verloopt rustig. Maar ik haal pas echt opgelucht adem als ik het vliegtuig uit ben.

Het glas bier dat we op het vliegveld in Helsinki drinken kost 14 euro en is iedere cent waard. Het smaakt hemels.

De volgende vlucht is een eitje.