De vliegende tijd

20151101_150300_resized
Of ik de laatste tijd iets met leeftijd heb? Nee hoor.

Maar toch.

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan. Tenminste, ik geloof dat de meeste mensen hier ‘last’ van hebben.

Nu de zomer op zijn laatste, stevig in rubberlaarzen gestoken benen loopt, bedacht ik mij ineens hoe lang op vakantie gaan vroeger duurde. Met ons tweetjes achterin ’t Renault-4tje met vouwwagen. Voordat we in Frankrijk waren hadden we al drie kleurboeken vol, 86 keer ‘ik zie ik zie’ gespeeld en tot 95 coupletten van ‘een potje met vet’ gezongen. Die paar uurtjes, met keurig om de twee uur een stop, leken even lang te duren als deze reis die een volledig weekend in beslag nam.

Tegenwoordig vliegt de tijd. Het lukt me nauwelijks om tussen Maastricht en Brussel een hoofdstuk te lezen, mijn nagels te vijlen en het landschap te bestuderen. Drie keer met mijn ogen knipperen en ik ben er.

Vroeger, toen ik nog een klein meisje was dat in bomen klom en vrijwillig om 6.30 uur opstond om de boer te helpen met het melken van zijn koeien, leek het wel drie jaar te duren voor ik weer eens jarig was. Het duurde minstens een maand van het kringgesprek op maandagmorgen tot de weekafsluiting op vrijdagmiddag. En zelfs de zomervakantie had iets oneindigs.

Ik werd eergisteren pas 30 en ineens ben ik al 35.

Ja, daar is een wetenschappelijke verklaring voor, dat zal allemaal wel. Maar het bevalt me niet zo goed. Tips om de tijd langzamer te laten gaan?

Zo oud als je je voelt

Een blessure aan mijn hak zorgt ervoor dat uit bed komen een nog groter drama is dan anders. Daar kan geen koffie tegenop. Me nog een keer omdraaien als de leuke jongen uit de trein aan het werk gaat, is slechts uitstel van executie. En aan het eind van de dag hijs ik mezelf met pijn en moeite de trap op. ‘Ik word oud’, denk ik elke keer dat ik me met huilende hielen en krakende kuiten op mijn bed stort.

Wat is oud? Morgen word ik 35. Een leeftijd waarvan ik vroeger dacht dat ik dan ‘alles’ voor elkaar zou hebben. Onder alles verstond ik dan vooral een droombaan, een droomhuis, een aantal droomreizen met een vinkje erachter en nog een aantal droomreizen concreet op de planning. Ondertussen natuurlijk verkerend in topconditie met een sociaal leven waarin alle vriendjes en vriendinnetjes een soortgelijk leven hebben én in de buurt wonen, het uitnodigingen voor etentjes en festivals regent en niemand eerst een oppas hoeft te regelen voordat er spontaan een terrasje, een stedentrip of een avondje theater volgt. What was I thinking? 

De leuke jongen uit de trein begrijpt niets van de lichtelijk droevige gevoelens die het getal 35 en ‘de dingen die voorbijgaan’ bij mij oproepen. Sinds hij er zelf over kon beslissen, heeft hij geen verjaardag meer gevierd. Leeftijd zegt hem niets. Dromen zijn er vooral om te dromen en hoeven niet noodzakelijkerwijs uitgevoerd te worden. Voor dat huis, die reis, en alles wat nog meer ‘leuk’ is om mee te maken, hebben we toch nog tijd genoeg? En dat hij zijn vrienden nog maar zelden ziet, daar haalt hij zijn schouders over op. We hebben elkaar toch?

Dat klopt als een zwerende vinger. En daar ben ik blij om.

Met een blije muts op, voel ik me meteen een stuk jonger

Ik word altijd vele jaren jonger geschat dan ik ben, hoe zou dat toch komen?

Vroeg de struisvogel aan de bulldozer: “zullen we eens een kuil graven?”

We passen heel goed bij elkaar, de leuke jongen uit de trein en ik (uiteraard!). Hij is optimistischer dan ik, opgeruimder en rustiger. En hij is gewoon de allerliefste natuurlijk. Maar sommige eigenschappen delen we en dat is helemaal niet handig. We spelen in onze vrije tijd allebei voor struisvogel. En zo komt het dat we geen of (te) laat beslissingen nemen.

We bedenken niet waar we op vakantie gaan, waardoor we op het laatste moment een veel te dure reis boeken.

Niet waar we (gezamenlijk) voor sparen, waardoor veel dromen, dromen blijven.

Niet waar en wanneer het leven van nutteloze apparaten definitief eindigt, zodat een computer die niet meer opstart en een printer die niets meer uitdraait al jaren kostbare plek in ons toch al krappe huisje innemen. En dan heb ik het nog niet over twee enorme boxen die zelfs nog nooit zijn aangesloten en al jaren staan te stofhappen. Hier ergert de leuke jongen uit de trein zich overigens helemaal niet aan, dat doe ik alleen maar.

Niet waar we gaan wonen, waardoor we al jaren op een plek zitten die weliswaar perfect in het centrum van de stad ligt, dichtbij lieve vrienden en onze stamkroeg, maar waaraan we ook veel geld kwijt zijn en waarin we te weinig bergruimte hebben.

Niet of we kinderen willen, waardoor… ehm… Die kinderen, dat is echt een lastige. Tot drie jaar geleden wist ik zeker dat ik ze niet wilde. Maar sindsdien is een aantal zeer leuke exemplaren geboren in mijn omgeving. De meeste papa’s en mama’s zijn in mijn ogen een tikkeltje saai geworden, maar er zijn er ook een paar die bewijzen dat je met koter prima op vakantie kunt en al eens een festivalletje mee kunt pikken. Ik ben gaan twijfelen. Terwijl ik daar misschien helemaal geen tijd voor heb, want ik word binnenkort 35.

Het verschil tussen de leuke jongen uit de trein en ik, is dat ik ongelofelijk onrustig word van al het bovenstaande en vaak gefrustreerd raak. De leuke jongen uit de trein boeit het wat minder, hij gebruikt mijn motto ‘alles komt goed’ en ploft na zijn werk moe op de bank. Hij heeft het ontzettend druk op zijn werk en wil daarnaast “even” nergens meer over nadenken.

Als het alleen om ik, mezelf en mijn carrière gaat, ben ik eerder een bulldozer dan een struisvogel. Op het laatste moment pas mijn omzetbelasting doorgeven. Bonnetjes en facturen laten slingeren. Papieren opstapelen in mapjes voordat ze in de juiste klapper belanden. Mijn digitale agenda verwaarlozen. Dat soort dingen. Het besluit om het anders te doen, neem ik regelmatig, maar ja…

Heel soms neem ik impulsief en ondemocratisch een besluit (ik ben af en toe een slecht vriendinnetje) dat ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Met mijn zusje mee gaan naar Benin was er daar één van.

Vandaag hakte ik een hele andere knoop door. Vanaf volgende week komt er een poetsvrouw 🙂

Lang leve de poetsvrouw. Straks ziet mijn bureau er vast net zo netjes uit als deze van een Beninese schooldirecteur.

Lang leve de poetsvrouw. Misschien ziet mijn thuiswerkplek er straks net zo netjes uit als het kantoor van deze Beninese schooldirecteur.

Pubermeisjes

Kwart over tien ’s morgens.

Met een triomfantelijk gezicht komt ze de supermarkt uit. Demonstratief gooit ze haar zakje met boterhammen in de vuilnisbak en trekt een zak chips open. Ze is een jaar of twaalf. Ze is dun. Ze draagt een strakke spijkerbroek met gaten op de knieën, zoals dat blijkbaar weer helemaal in de mode is. En ondanks de dikke laag make-up kan ik zien dat ze bleek is en dat ze haar jeugdpuistjes niet helemaal onder controle heeft. Een van de twee vriendinnen die buiten op haar zit te wachten, vindt het maar niets. Ze trekt haar wenkbrauwen op en neemt nog een hap van haar boterham (ook uit een plastic zakje, jammer). De andere vriendin vindt het juist een super stoere actie en roept “Vet ontbijt! Mag ik ook wat?”

Ik loop de supermarkt binnen en denk van alles over populaire meiden, meelopers en buitenbeentjes. Over hoe je chips als ontbijt kunt nemen en toch zo dun kunt zijn. En over hoe gemeen meiden tegen elkaar kunnen zijn. Wordt het meisje dat wel haar boterhammen at straks uit het vriendinnengroepje gemikt?

Ik kan maar één conclusie trekken: ik ben blij dat ik geen twaalf meer ben.

Afrika is geen land. En het is ook niet eng.

Mart Hovens schreef een tijdje geleden op Afrikanieuws.nl het artikel dat ik ook wilde schrijven. Een soortgelijk verhaal zat al een tijdje in mijn hoofd. Maar wat andere mensen beter kunnen, moet je gewoon erkennen. Dus heb ik een beetje leentjebuur bij Mart gespeeld, omdat hij sommige dingen zo mooi formuleert dat ik het niet beter kan zeggen. Dankjewel Mart.

Benin 2 001
Nu ik op het punt sta voor de derde keer naar Benin te gaan, merk ik weer hoe veel mensen spookbeelden in hun hoofd krijgen als het over Afrika gaat. Waar komt deze angst vandaan? Komt het doordat onze media vooral aandacht besteden aan negatief nieuws en niet aan positieve ontwikkelingen? Of leidt onze welvaart tot de illusie dat het leven maakbaar is en we geluk zelf in de hand hebben? Begrijpen we de minder fortuinlijken daarom niet? Volledige veiligheid of bescherming tegen onheil bestaat niet en daar moeten we ons bij neerleggen. Risico’s zijn te verminderen maar niet uit te sluiten. Ook niet met de steun van religie, inlichtingendiensten, (reis)verzekeringen, heuptasjes, credit cards, veiligheidscamera’s, desinfecterende zeep, gekookt water of steriele naalden.

Heel Afrika wordt als eng en gevaarlijk beschouwd. Waarbij veel mensen standaard vergeten dat Afrika geen land is en dat de verschillen tussen Marokko en Botswana minstens even groot zijn als tussen Spanje en Letland. Waarbij de meeste mensen ironisch genoeg wel een positief beeld hebben van Zuid-Afrika, waar de criminaliteitscijfers tot de hoogste van de wereld behoren. Nagenoeg alle Afrikaanse landen krijgen van Buitenlandse Zaken code geel (let op, veiligheidsrisico’s) of erger. Maar wat zijn de feiten?

Ja, de ‘leden’ van Al Shabaab en Boko Haram vermoorden onschuldige mensen. Joseph Kony is nog steeds niet gevonden. Kindsoldaten worden nog steeds geronseld. Verkrachting wordt soms ingezet als oorlogswapen. Maar in het grootste deel van het continent heb je even weinig kans om een terrorist in de ogen te kijken als in een Nederlandse polder. Kreeg Parijs code geel na de aanslag op Charlie Hebdo? Natuurlijk niet.

Ja, ebola is een dodelijke ziekte. Tegelijkertijd zijn er maar een paar landen door getroffen en is het risico voor toeristen nihil. De afstand tussen Liberia en Benin is pak ‘m beet 1334 km. Vergelijkbaar met de afstand tussen Maastricht en Barcelona. Malaria komt in veel meer landen voor, is vele malen besmettelijker en eist veel meer slachtoffers, zowel onder de plaatselijke bevolking als onder reizigers, maar je leest er zelden iets over. Tegen beide ziekten had wellicht al lang een afdoende en betaalbaar medicijn op de markt kunnen zijn, als er maar genoeg aan te verdienen zou zijn geweest.

Ik snap er maar weinig van hoe “wij” denken. Hopelijk kan ik met mijn reis naar Benin en de verhalen die ik erover ga schrijven, de angst voor het onbekende bij een paar mensen wegnemen. Of misschien moet ik het houden bij een paar mooie foto’s van kleurrijke mensen, goudgele stranden en mangrovebossen in vijftig tinten groen. Want een beeld zegt meer dan 1000 woorden:
DSCN2579[1]

Met het gevaar dat ik extreem links, populistisch of jaloers klink: wat een graaiers/zakkenvullers!

Mijn zakelijke rekening heb ik bij Triodos. Ik krijg er bijzonder weinig rente en betaal er relatief veel voor het ‘gebruik’. Maar ik word keurig op de hoogte gehouden van de projecten waar de bank in investeert: Triodos zet zich in voor de culturele sector, natuur en milieu, maatschappelijk werk en internationale samenwerking. Sectoren en zaken waarin ik vanuit mijn eigen bedrijf en als vrijwilliger ook actief ben. Projecten waar ik achter sta.

Mijn ‘bijbanenrekening’ heb ik van oudsher bij ING. Van toen het nog de Postbank was en een vriendelijke, blauwe leeuw naar me grijnsde vanaf de envelop waarin het nieuwe saldo van mijn Penny-rekening te lezen was.

Vandaag lees ik in de krant dat de topmannen bij ING een loonsverhoging krijgen van tussen de 20 en 30 procent waardoor ze allemaal ruim boven het miljoen per jaar gaan verdienen. Bij goed presteren kunnen ze daaroverheen nog een bonus van 20 procent binnen harken.

Het bankfiliaal waar ik vroeger kwam om overschrijvingen in de brievenbus te gooien, is al lang gesloten. Ook in mijn huidige woonplaats zijn eerst een aantal blauwe, later een aantal oranje leeuwen verdwenen. Misschien denk ik te simpel, maar ik vermoed dat de medewerkers die daardoor op straat zijn komen te staan het minder goed getroffen hebben dan die topmannen. En de sector krimpt nog steeds. Waarom het geld dat ze bij ING ‘ineens’ over hebben sinds de staatsschuld is afbetaald niet steken in een beter sociaal plan? Omscholing van medewerkers? En hoe lang zouden de medewerkers op de vloer (callcenter, administratie, bedrijfsrestaurant…) al geen salarisverhoging meer hebben gehad?

Hoogste tijd om de nostalgie voor de rekening waarop het zakgeld van mijn ouders en het rapportgeld van mijn oma werd gestort, los te laten. Hoogste tijd om mijn geld te verhuizen. Of heeft dat geen zin? Er staat zo weinig geld op dat ze het bij ING niet eens zullen merken.

Na een week van weerstaan en toegeven

Een beetje angstig pakte ik vanmorgen mijn sportspullen bij elkaar. Op weg naar de eerste keer afzien met mijn personal trainer. Ik ging ervan uit dat het zwaar zou worden en rekende op liters zweet. Dat viel mee. Mijn hartslag liep flink op, maar ik hield het goed vol. En ik heb mijn kop wel eens roder gezien dan vanmorgen. Met die basisconditie van mij, zit het gelukkig wel goed 🙂

Volgens de enge weegschaal verkeer ik nog steeds in de categorie zwaar overgewicht en die metabolic age van 49 bleef ook staan. Maar het resultaat na een week van “ah neem nou – nee echt niet – doe niet zo ongezellig” en dan soms voet bij stuk houden en soms toegeven, mag er zijn: -1,8 kilo.

Maak jullie geen zorgen. Bijbuien.com wordt géén blog over diëten, sporten en afvallen. Maar dit moeizame doch positieve begin van een gezonder leven, wilde ik graag even delen. *en zij nam nog een selderijstengel en een glas water*

Opeens het onrecht

We waren maar twee maanden collega’s en werkten eigenlijk nooit samen. We losten elkaar af. Toch was je meteen mijn lievelingscollega, omdat we over veel gebeurtenissen dezelfde mening hadden. We waren verbaasd over dezelfde dingen. En we deelden onze liefde voor boeken en documentaires. Zo kon het gebeuren dat het overhandigen van de portofoon zomaar tien minuten duurde en jij bijna je trein miste omdat we nog stonden te kletsen.

Toen werd jouw contract niet verlengd. Je vermoedde dat dat kwam doordat je om duidelijkheid had gevraagd een paar weken voor je proeftijd afliep. Je hoefde je proeftijd ná die vraag niet eens meer af te maken. Iets wat mij ook had kunnen gebeuren, want ik stel ook wel eens van dat soort vragen.

Je vertrok met opgeheven hoofd, vol vertrouwen dat er iets nieuws op je pad zou komen. In de tussentijd zou je leuke dingen gaan doen met vriendinnen en veel tijd en aandacht aan je familie besteden. Je vertelde dat je naasten, waarvan een aantal vocht tegen nare ziekten, je steun en aandacht goed konden gebruiken. Je vond het fijn dat je daar nu de tijd voor had.

Op mijn laatste twee e-mails kwam geen antwoord.

Vandaag hoorde ik dat je bent overleden. ‘Na een kort ziekbed’ zoals dat dan heet.

Oneerlijk. Onrechtvaardig. Onzinnig.

Ik hoop dat je naasten veel steun hebben aan elkaar.

Rust zacht lieve J.

In levensgevaar en het nut van de opleiding communicatie- en informatiewetenschappen

DSCN2113

Eén van de vele voordelen van zelfstandig tekstschrijver zijn, is dat je al eens aan handige ruilhandel kunt doen. Vooral met vormgevers en fotografen maak ik wel eens afspraken, een tekst in ruil voor een logo, huisstijl, visitekaartje, of fotoshoot.

Maar de laatste voor-wat-hoort-wat is een heftige. Ik schrijf teksten voor een personal trainer. In ruil geeft hij mij voedings- en sportadvies en trainen we een keer per week samen. Nadat ik de sportieveling had geïnterviewd over zijn liefde voor spinnen (de fietsen, niet de insecten), zijn wil om altijd te winnen en zijn ervaringen als fitnesstrainer moest ik mijn schoenen uittrekken. Of ik even op zijn weegschaal wilde gaan staan. Dat had ik diezelfde ochtend thuis ook nog gedaan, dus ik schrok niet van wat ik zag. Maar uit het geavanceerde gevaarte rolde vervolgens een papiertje met alarmerende gegevens. Mijn gewicht in het algemeen en mijn vetmassa in het bijzonder, waren zwaar onvoldoende en mijn daarop gebaseerde ‘metabolische leeftijd’ is 49. Vijftien (!!) jaar ouder dan dat ik in werkelijkheid ben. Uit de test die ik vervolgens moest invullen met allerhande vragen over vermoeidheid, gewrichtsklachten en cholesterol kwam een confronterende en onheilspellende uitslag: “Jouw levensstijl is een aanslag op je lichaam en je leven.”

Een sterke fear appeal zoals we er tijdens onze opleiding communicatie- en informatiewetenschappen honderden voorbij zagen komen.

En ik maar denken dat ik helemaal niet zo slecht bezig ben. Ik sport twee keer per week, leg zo veel mogelijk afstanden te voet af, eet veel verse groenten, haal bijna nooit afhaalvoedsel en drink alleen alcohol in het weekend. Ja, ik neem wel eens een koekje of chocolaatje bij de thee en schep ’s avonds al eens te veel op mijn bord, maar dat compenseert elkaar toch? Niet dus.

Op dagen dat ik vooral thuis werk, houd ik me (tot nu toe) aan het voedingsadvies. Ik wil 34 zijn, geen 49! Verleidingen weet ik (tot nu toe) redelijk goed te weerstaan. Ik bezweek niet voor de zak chips die de leuke jongen uit de trein vrijdagavond smakelijk zat leeg te eten naast me op de bank. De collega’s wisten in het werkoverleg geen cake of muffin aan me te slijten (en wat bleven ze aandringen en wat zagen die muffins er lekker uit). Ik vergaderde vanmorgen met zwarte koffie, terwijl ik veel meer zin had in cappuccino. En terwijl ik dit schrijf, drink ik een glas vers vruchtensap en kauw ik op een selderijstengel. Maar sociaal als ik ben, vraag ik me af hoe lang mijn schrik het blijft winnen van het ‘gezelligheidsargument’.

“Drink je water? Wat ongezellig. Neem een lekker wijntje.”

Dan ben ik dus al bijna verkocht. Peer pressure versus de fear appeal. Ik heb best veel geleerd tijdens mijn opleiding 🙂

Maar wat ik ook leerde tijdens mijn opleiding was dat je de gewenste gedragsverandering zo makkelijk mogelijk moet maken. Hoe meer obstakels, hoe minder kans dat de mensen die je wilt beïnvloeden het gewenste gedrag gaan vertonen. Dat ik volgens het voedingsadvies zes keer per dag moet eten en liefst elke dag iets anders, is een behoorlijk obstakel. Ik heb helemaal geen tijd om zes keer per dag te eten en met zo veel ingrediënten op het menu, heb je nog minstens drie andere eters nodig om aan het eind van de week niets weg te hoeven gooien.

‘Je bent het gelukkigst als je tevreden bent met wie/hoe je bent’, vond ik ook altijd een ijzersterk argument…

Als de kat van huis is…

Mijn tas ergens neergooien, de muziek hard aanzetten, mijn sleutels laten slingeren, de ene pot thee na de andere zetten en twee koekjes tegelijk in mijn mond stoppen terwijl ik in mijn papieren rommel die ik over de hele tafel heb uitgespreid. Gerechten in elkaar steken waar de leuke jongen uit de trein niet van houdt, een puinhoop van de keuken maken en alles gewoon laten staan. Een hele avond geen televisie aan, maar opgekruld onder een fleecedekentje met een boek op de bank. Als mijn ogen dichtvallen naar bed strompelen, daar uit mijn kloffie stappen, alles op de grond laten vallen en vervolgens diagonaal, overdwars en in alle richtingen gestrekt het bed in. En de volgende ochtend niemand die me voor gek verklaart als ik de wekker zet om te gaan sporten.

Ik houd er zo veel van om een paar dagen het rijk voor me alleen te hebben, dat ik me soms -heel eventjes- afvraag of ik wel genoeg van de leuke jongen uit de trein houd.

Van de andere kant, als hij morgenavond tegen me aan ligt op de bank en we luidkeels het één of andere televisieprogramma van commentaar voorzien, dan voel ik me pas echt thuis.