Een sprookjesleven

Terwijl ik naar buiten kijk, waar ik tegelijkertijd blauwe lucht en regen zie, dwalen mijn gedachten af. Ik zoek naar de regenboog en denk aan potten met goud. Was dat geen sprookje, Dodo en de pot met goud?

De afgelopen weken klopte het leven confronterend hard op onze deur. De schoonvader van een vriendin, een oud-klasgenoot van de leuke jongen uit de trein, de moeder van een vriendin en de moeder van de man van mijn nichtje stierven. Er kwam geen regenboog aan te pas. Ook geen pot met goud. Ziekte, lijden, dood. Verdriet bij de achterblijvers.

We willen allemaal een sprookjesleven. Dus gaan we op zoek. Want als we de pot met goud, het glazen muiltje, de prins en het witte paard hebben gevonden, leven we nog lang en gelukkig. Onderweg trotseren we gemene stiefmoeders, vergiftigde appels en boze wolven. Een sprookjesleven is dus niet hetzelfde als een zorgeloos leven.

Het zou fijn zijn als ieders zoektocht wordt beloond met ‘en we leefden nog lang en gelukkig’. Of op zijn minst met de zon die altijd terugkomt na de regen.

DSCN3088

 

 

Op dit moment #4

Laat maar komen die zomer

Blij met: de ongelofelijke luxe van opdrachtgevers die mij weten te vinden, ook tijdens de rustige zomermaanden. De beslissing om me volledige op mijn eigen bedrijf te storten en geen klussen in loondienst of via een uitzendbureau meer aan te nemen, was één van de beste beslissingen ooit. Tot aan de vakantie eind september zit ik gebakken. Vanaf vandaag ga ik sowieso twee dagen in de week voor de gemeente Landgraaf werken. Een uitdagende klus, want er speelt van alles in die gemeente en daar komt veel (creatieve, effectieve, overtuigende) communicatie bij kijken.

Balen van: ons eeuwige uitstelgedrag. De leuke jongen uit de trein en ik (vooral ik) moeten nog van alles regelen. Qua verzekering, pensioenopbouw en tig klussen in huis. Maar omdat we allebei meer dan 40 uur in de week werken, komt dat er niet van. Geen ramp, tot het te laat is en ik ineens arbeidsongeschikt raak en daar niet voor verzekerd ben of zo.
Ook kleinere dingen die wel leuk zijn, stellen we uit, zoals het boeken van een hotel tijdens Brussels Summer Festival en het regelen van de vakantie in september.
Het meest onhandige is dat we nog steeds geen auto hebben gekocht, terwijl met het openbaar vervoer naar de gemeente Landgraaf en van daaruit soms naar de verschillende dorpskernen moeten niet te doen is (of in ieder geval veel tijd kost). *Zucht*.

Genieten van: ons huis. We wonen er nu dik drie maanden en als ik ’s ochtends mijn ogen open doe, denk ik nog regelmatig: ‘wat een heerlijk ruime kamer is dit toch’. Het ontbijten aan de bar waar dan net de zon op schijnt, is ook zo’n geluksmomentje. Het vrije uitzicht aan de voorkant. De nabijheid van open veld. Gisteravond zette ik de achterdeur open en hoorde ik krekels. Vakantiegevoel in eigen tuin, wat wil je nog meer?

Ook aan het genieten van: de leuke jongen uit de trein. We maken tijd voor elkaar, proberen elke pauze samen naar buiten te gaan. We hangen geregeld samen aan de bar, gaan veel naar het theater en besluiten soms spontaan om ergens te gaan eten.
Dat we lang niet alles samen doen, is ook genieten. Laatst was ik op een festival in Tilburg, hij op een festival in Valkenburg. Allebei een eigen leven, dat is absolute noodzaak.

Aan het lezen in: Chicago Loop van Paul Theroux. Of eigenlijk niet, want ik heb het na drie hoofdstukken opgegeven. Ik lees de meest bizarre thrillers waarin allerlei gruwelijkheden voorbij komen en dan lukt het me blijkbaar toch om iets van sympathie op te brengen voor de hoofdrolspelers. Parker Jagodo, de hoofdpersoon in Chicago Loop, stond me vanaf de eerste bladzijde zwaar tegen. De man heeft een succesvol bedrijf, is getrouwd met een fotomodel waarmee hij net een kind heeft gekregen en bewoont een riant appartement. En het is een zeikerd eerste klas. Vooral over eten. Hij vindt alles ongezond wat anderen in hun mond stoppen en laat iedereen waarmee hij aan tafel zit weten dat de dood nabij is vanwege zo veel vet, zout, suiker… En hij is zo vies van viezigheid dat hij moet overgeven als hij een haar op zijn bord ontdekt. Wat een vermoeiende vent.  

Aan het kijken naar: Broadchurch seizoen drie. Of nou ja, de leuke jongen uit de trein is zo lief om alle afleveringen op te nemen. De eerste drie hebben we achterelkaar gekeken en we gaan verder als we weer tijd hebben. Aangezien de Tour de France is gestart en behalve de etappes zelf ook de Avondetappe en Vive le Vélo gekeken moeten worden door het lief, is die tijd er voorlopig niet. Maar oh wat vind ik rechercheur Ellie Miller en inspecteur Alec Hardy heerlijke karakters. Vooral als ze elkaar gedrag weer eens totaal niet begrijpen. Het ziet er naar uit dat in dit seizoen niet alleen de volwassenen, maar ook de kinderen aardig ontsporen.
Ook begon ik aan The Newsroom met daarin een aantal fascinerende hoofdpersonen die elkaar zwaar op de zenuwen werken. Ik geloof dat aflevering vier de laatste was die ik heb gezien en toen kwam het er niet meer van.

Onder de indruk van: de theatervoorstelling Pinkpop. Prachtig hoe alle rollen naadloos in elkaar overlopen. Mooie beelden op de achtergrond en fijne muziek. Dikke pluim voor Toneelgroep Maastricht.

Eten: die supersonische oven die ik per se in de keuken wilde hebben, die staat helaas vooral mooi te wezen. Ik maakte er een dorade in klaar, een ovenschotel met witlof en een quiche. Alle drie erg goed gelukt, dat dan weer wel. We zijn de laatste tijd vooral van het ‘koud koken’.

Sporten: op 10 juni liep ik de tien kilometer tijdens Maastrichts Mooiste, bij zo’n 33 graden. Het was afzien. Daarna deed ik een paar weken helemaal niets aan sport. Tot ik het erg zonde begon te vinden van het abonnementsgeld voor de sportschool. Ook het baantjes zwemmen is weer opgepakt. Gisteren voor het eerst sinds MM weer gaan hardlopen. Het ging verbazingwekkend goed.

Waar houden jullie je dit zomerseizoen zoal mee bezig? Wat lezen jullie? Waar kijken jullie naar? En welk recept moet ik echt eens uitproberen in mijn supersonische oven?

 

 

Brief aan mijn nichtje #16

Smultocht in Meerssen. Na een eerste etappe door het bos, jij voorop op je knalroze laarzen, komen we aan bij de pauzeplek. Het is gelukkig droog (redelijk wonderbaarlijk deze dagen) en het is er goed toeven.

In een wijngaard met prachtig uitzicht nestelen we ons aan een houten picknicktafel. Jij met stukjes fruit op een stokje en een zakje snoep. Je mama en ik met een glas wijn en plakjes Italiaanse ham. Een mevrouw van ongeveer dezelfde leeftijd als jouw oma vraagt of ze bij ons mag komen zitten. “Ja, natuurlijk.”

“Wat een leuke krullen”, zegt de mevrouw tegen jou. En in één adem komt er achteraan “Mijn dochter heeft ook van die zwartjes. Twee dochters. Veel werk, dat haar.”

Ik doe mijn mond open om te protesteren tegen de term zwartjes. Maar bedenk me dan dat de mevrouw vast van haar kleinkinderen houdt en het dus niet denigrerend bedoelt. Of hoop ik dat gewoon heel hard? Ik houd in elk geval mijn mond en neem nog een slok.

De vluchtelingencrisis, etnisch profileren, toenemende ongelijkheid, mensen met een niet-Nederlandse naam die moeilijker een stageplek of baan vinden, een Brits referendum over het verlaten van de EU dat zo is neergezet dat het een referendum voor of tegen immigratie lijkt. De kranten staan er vol mee. Er wordt razendsnel een stempel op mensen geplakt. Gelukszoeker. Verkrachter. Crimineel. Terrorist. Zwartje.

Ik hoop natuurlijk dat je nooit ‘anders’ behandeld wordt, gebaseerd op je prachtige bos krullen. (Anders dan wie?) Maar als het wel zo is, hoop ik dat je stevig genoeg in je roze laarzen staat om er niet ontmoedigd of gefrustreerd door te raken.

 

 

De vliegende tijd

20151101_150300_resized
Of ik de laatste tijd iets met leeftijd heb? Nee hoor.

Maar toch.

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan. Tenminste, ik geloof dat de meeste mensen hier ‘last’ van hebben.

Nu de zomer op zijn laatste, stevig in rubberlaarzen gestoken benen loopt, bedacht ik mij ineens hoe lang op vakantie gaan vroeger duurde. Met ons tweetjes achterin ’t Renault-4tje met vouwwagen. Voordat we in Frankrijk waren hadden we al drie kleurboeken vol, 86 keer ‘ik zie ik zie’ gespeeld en tot 95 coupletten van ‘een potje met vet’ gezongen. Die paar uurtjes, met keurig om de twee uur een stop, leken even lang te duren als deze reis die een volledig weekend in beslag nam.

Tegenwoordig vliegt de tijd. Het lukt me nauwelijks om tussen Maastricht en Brussel een hoofdstuk te lezen, mijn nagels te vijlen en het landschap te bestuderen. Drie keer met mijn ogen knipperen en ik ben er.

Vroeger, toen ik nog een klein meisje was dat in bomen klom en vrijwillig om 6.30 uur opstond om de boer te helpen met het melken van zijn koeien, leek het wel drie jaar te duren voor ik weer eens jarig was. Het duurde minstens een maand van het kringgesprek op maandagmorgen tot de weekafsluiting op vrijdagmiddag. En zelfs de zomervakantie had iets oneindigs.

Ik werd eergisteren pas 30 en ineens ben ik al 35.

Ja, daar is een wetenschappelijke verklaring voor, dat zal allemaal wel. Maar het bevalt me niet zo goed. Tips om de tijd langzamer te laten gaan?

Een week en een halve dag

Zo lang ben ik terug uit Benin. Het lijkt alweer maanden geleden. De snelheid waarmee mijn leven hier voorbij raast, ik vind het niet normaal. De snelheid waarmee ik me alweer aan dingen erger (het uitvallen van een trein of het uitlopen van een vergadering) is zelfs ronduit beangstigend.

Genieten, daar ben ik toch ook best goed in? Al helpt een bepaalde omgeving natuurlijk wel:

DSCN2542DSCN2405[1]DSCN2512[1]DSCN2515[1]
Voor de verhalen bij deze zonnige foto’s, lees mijn wereldblogs.

Toch is het fijn om terug te zijn. Om mijn leven weer te delen met mijn lief. Om met vrienden op een terras te zitten en de wereld om ons heen van commentaar te voorzien. Om een goede kop koffie te drinken (daar snappen ze in Benin echt niets van, van koffie) en de krant te lezen.

Ik heb in Benin genoeg vitamine D opgesnoven om er weer een tijdje tegenaan te kunnen.

Als de kat van huis is…

Mijn tas ergens neergooien, de muziek hard aanzetten, mijn sleutels laten slingeren, de ene pot thee na de andere zetten en twee koekjes tegelijk in mijn mond stoppen terwijl ik in mijn papieren rommel die ik over de hele tafel heb uitgespreid. Gerechten in elkaar steken waar de leuke jongen uit de trein niet van houdt, een puinhoop van de keuken maken en alles gewoon laten staan. Een hele avond geen televisie aan, maar opgekruld onder een fleecedekentje met een boek op de bank. Als mijn ogen dichtvallen naar bed strompelen, daar uit mijn kloffie stappen, alles op de grond laten vallen en vervolgens diagonaal, overdwars en in alle richtingen gestrekt het bed in. En de volgende ochtend niemand die me voor gek verklaart als ik de wekker zet om te gaan sporten.

Ik houd er zo veel van om een paar dagen het rijk voor me alleen te hebben, dat ik me soms -heel eventjes- afvraag of ik wel genoeg van de leuke jongen uit de trein houd.

Van de andere kant, als hij morgenavond tegen me aan ligt op de bank en we luidkeels het één of andere televisieprogramma van commentaar voorzien, dan voel ik me pas echt thuis.

De verwende zzp’er

Officieel heeft het kabinet nog geen besluit genomen over het lot van de ongeveer 800.000 zzp’ers in Nederland. Maar als ik de kleine storm aan berichten op LinkedIn moet geloven naar aanleiding van een artikel in Het Financieele Dagblad gisteren, dan lijkt de overheid van plan de fiscale voordelen voor zzp’ers af te schaffen en dan lijkt het erop dat de gemiddelde zzp’er het daar niet mee eens is. Goh.

Zelfstandigen zouden te veel in de watten worden gelegd, wordt in het artikel gezegd. In de watten gelegd? Hoe dan? Door die zelfstandigenaftrek? Ik bouw geen pensioen op, heb geen arbeidsongeschiktheidsverzekering, moet zwaar onderhandelen om een redelijke vergoeding voor een tekst te krijgen, steek veel tijd en geld in het bezoeken van netwerkbijeenkomsten waarvan je vooraf nooit weet of het iets gaat opleveren en als ik zin heb in iets wat op collegialiteit en gezelligheid rond de koffieautomaat lijkt, moet ik tig euro per maand betalen voor een gedeelde werkruimte. Als ik ziek ben (wat gelukkig zelden het geval is) of op vakantie ga (wat naar mijn mening nooit vaak genoeg is), verdien ik niets. Als ik bij wil blijven op mijn vakgebied, heb ik geen werkgever die me op cursus stuurt. En voor een hypotheek hoef ik al helemaal niet aan te kloppen.

Het leven van een zzp’er kent vele voordelen, dat zal ik niet ontkennen. Ik werk deze hersenkronkels uit terwijl ik onopgemaakt in mijn kloffie aan de keukentafel zit met een grote pot thee binnen handbereik en de muziek op een geluidsniveau waar ik op kantoor nooit mee weg zou komen. Ik kan naar de supermarkt buiten de  spits, ik kan midden op de dag besluiten om te gaan sporten. Als de zon schijnt, maak ik een wandeling. Als het regent, hoef ik nergens heen. De ‘teamvergadering’ en het ‘competentiegesprek’, dingen waar ik in loondienst een kleine hekel aan had, komen in mijn agenda niet meer voor.Het grootste deel van mijn tijd doe ik wat ik leuk vind, namelijk mensen interviewen en teksten schrijven. Heerlijk.

Maar als iemand mij in de watten legt, dan ben ik het zelf. Of de leuke jongen uit de trein natuurlijk.

Brief aan mijn nichtje #9

20140717_085603

Lief dametje,

Je weet dat ik een beetje gek ben. Gek in avontuurlijke zin en gek op jou in het bijzonder. Dus weet je dat het antwoord ‘ja’ is als je vraagt “Lieke ook?” Even later ga ik achterstevoren van een glijbaan, maak ik een koprol op een springkussen, of draai ik duizelingwekkende rondjes op een draaimolen. Dat ik hooguit met één bil op de schommel pas of me in onmogelijke bochten moet wringen om bovenop het klimrek te komen, dat doet er natuurlijk niet toe. Ik heb minstens even veel blauwe plekken als jij.

Dat je mij heel goed doorhebt, maakte je een paar weken geleden op een ludieke manier duidelijk. We liepen door de stad. We kwamen langs een terras. Jij kroop op een lege stoel en wees naar de stoel naast je. “Lieke ook?”

Gisteravond was je op bezoek om mijn verjaardag te vieren. Je mama legde je na zwak protest in bed. Het was nog zo gezellig met al die mensen om je heen en de ‘taartjes’ waren nog niet allemaal op. Maar natuurlijk sliep je binnen een paar minuten. De leuke jongen uit de trein kwam je wakker maken. Daar was je het helemaal niet mee eens. Huilend kwam je naar beneden. Net zoals ik vroeger elke keer deed als ik uit bed werd gehaald.

Misschien ken je me zo goed omdat je zo veel op me lijkt.

We gaan nog veel avonturen beleven samen.

20140717_085542