Dolgelukkig in 2012

We begonnen met thee, eindigden met wijn en speelden Rummikub. En ook al is het pas november, we waagden ons toch al aan een voorzichtige terugblik op 2012.

2011 was niet ons beste jaar, dus toen het nieuwe jaar begon, proostten we op ‘Dolgelukkig in 2012’.

Om ons op dit moment dolgelukkig te noemen, is misschien wat overdreven, maar we concludeerden tevreden dat we onze doelstellingen voor dit jaar hebben gehaald. Een kwestie van de lat laag genoeg leggen. Vriendin M wilde dat haar lief een baan vond en dat haar eigen contract werd verlengd, vriendin B wilde een eigen huisje, en ik wilde op regelmatige basis in mijn eigen vakgebied werken en niet meer elke maand rood staan.

Voor 2013 hebben we de lat wat hoger gelegd. Ik wil een koophuis en een huisdier. Ik wil in plaats van ‘niet meer rood staan’ ook af en toe iets kunnen sparen, en van de dromen die ik hier noemde, wil ik er minimaal één laten uitkomen.

Gisteravond mag worden ingelijst. Ik verloor alle spelletjes, maar het was één van de gezelligste avonden van 2012. Voor 2013 wens ik vooral dat vriendschap er als een rode draad doorheen loopt.

 

En toen treinde/wandelde ik lachend naar mijn werk

Het heeft even geduurd voordat ik het durfde toe te geven, laat staan het op te schrijven: mijn werkende leven is momenteel eigenlijk best wel een beetje heel erg leuk.

Het is heerlijk om twee dagen in de week mijn eigen vak uit te oefenen. Om te schaven en te schrappen en dan bij een lekker leesbare tekst uit te komen. Om mensen te interviewen over onderwerpen waar ik zelf geen greintje verstand van heb. Om met andere vakidioten op een kantoor te zitten. Om over meer te discussiëren dan over het aantal calorieën in een liga, of het uitblijven van actie in Boer zoekt Vrouw. Om met collega’s te kunnen overleggen en dan samen tot het beste product te komen. Gister volgden we met zijn allen een workshop om daarna onbeperkte hoeveelheden sushi in ons hoofd te stoppen. Flauwe humor, maffe opmerkingen, wijn. Het was gezellig.

Je hoort mij niet klagen, behalve dan: het mag wel iets meer zijn dan twee dagen.

Ook de andere (werk)dagen vallen niet tegen. Ik ga steeds meer de humor inzien van met mijn verstand op nul de telefoon opnemen. Met goede koffie binnen handbereik en omringd door collega’s in hetzelfde schuitje, is dat prima vol te houden. Drie dagen in de week een dosis humor:
“Mevrouw ik heb hier een nummer, maar ik kan de + op mijn telefoon niet vinden.”
“U moet mij helpen, het lampje in mijn frigo is uitgevallen.”
“Ik denk dat ik een cijfer te weinig heb, maar ik weet niet welk.”

Je hoort mij niet klagen, behalve dan: het mag wel iets meer zijn dan 10 euro bruto per uur.

 

 

Arme mannen

Ik heb met ze te doen, de mannen van Tributor. Het zijn super toffe gasten, daar doen de kogelgordels, de zwarte puntschoenen, en de armbanden met studs en pinnen niets aan af. Goede artiesten ook. Heerlijke meebrul muziek.

Maar wat staan er altijd slecht geklede, slecht geknipte, lodderig uit hun ogen kijkende, wild bewegende vrouwen voor het podium. Op van die medische, witte steunslippers en in vormeloze jurken. Zeker in een kroeg als Barrock komen ze ook nog eens héél dicht bij.

De leuke jongen uit de trein en ik hadden een heerlijke avond.

Mens, erger je niet!

Omdat ik al sinds mijn eerste relatie (die van dat huwelijksaanzoek) weet dat je je lief niet kunt veranderen en dat ook niet moet willen, wil ik van een bepaalde ergernis af. Als iemand me kan helpen, graag!

Ik ben niet gehecht aan spullen en goed in weggooien. Kledingstukken die niet meer passen of die ik een jaar niet meer gedragen heb, gaan naar vriendinnen of de kledingcontainer. Spullen die ik dubbel heb gekregen of die ik toch niet ga gebruiken, worden omgeruild of weggegeven. Ik geef mensen graag cadeautjes. Eén keer per jaar loop ik mijn volledig administratie door; garantiebewijzen die niet meer geldig zijn of bankafschriften en jaaropgaven die de wettelijke bewaartermijn voorbij zijn, gaan vervolgens door de versnipperaar.

Toen ik Brussel verliet, gingen pannen, bestek en servies naar een collega en de helft van mijn meubels liet ik in mijn appartement staan voor het meisje dat er na mij kwam wonen. Er zaten best mooie spullen tussen, maar omdat ik ging samenwonen met de leuke jongen uit de trein en het nut van alles in tweevoud hebben niet zag, deed ik er afstand van. Zo was het ook logisch dat ik de cd’s weggaf die we dubbel bleken te hebben toen onze muziekcollecties met elkaar werden verenigd. Dat deed overigens wel een beetje pijn, aan mijn cd’s bleek ik toch meer gehecht dan ik dacht.

De leuke jongen uit de trein bewaart ALLES en dat is zijn goed recht. Gek word ik ervan. En daar wil ik vanaf. Het slaat namelijk nergens op, dat ik me zo aan zijn verzamelwoede erger. Het is niet handig dat zijn spullen zo veel ruimte in beslag nemen, maar eigenlijk heb ik geen last van zijn bewaarfetisj, zo lang we niet gaan verhuizen.

Wat maakt het mij nou uit dat er in zijn oude tas onleesbare bonnetjes, lege boterhamzakjes, snoeppapiertjes en pakjes zakdoekjes aan zijn agenda van 2011 vastplakken? Dat zijn ‘muziekspullen’ (verkreukelde setlists) in een rugzak zitten waar alle hengsels vanaf zijn gescheurd, zou me evenmin iets uit moeten maken, want heel veel plaats neemt het halfvergane ding niet in. Ik heb er geen last van dat hij al zijn basketbaltenues van de jaargangen 1992 – 2002, compleet met sportsokken, heeft bewaard. Ze zijn door mij netjes opgevouwen in een doos gestopt. Ik heb er ook geen last meer van dat er een stapel van 15 korte broeken in zijn kledingkast ligt, waarvan meer van de helft hem al te klein is zo lang ik hem ken. Ik heb sinds kort mijn eigen kledingkast, dus ‘who cares’? Nou… ik dus.

De enige reden dat ik me zo erger, is -denk ik- dat ik het niet snap. Ik kan zijn bijna autistische drang om ieder weekend ons huis van onder tot boven te poetsen, totaal niet rijmen met zijn gewoonte om de pasta die zijn ouders ooit meebrachten uit Italië, of de chocolaatjes die hij zelf ooit uit Canada meebracht, tot ver voorbij de houdbaarheidsdatum in de kast te laten staan. Ik kan zijn gulheid (hij trakteert mij regelmatig op van alles en nog wat en tijdens het stappen is hij de koning van de rondjes) niet rijmen met het bewaren van dubbele boeken (twee identieke exemplaren staan naast elkaar in onze boekenkast) en van cd’s die zelfs nog in het plastic zitten en die hij nooit gaat luisteren. Daar kan hij toch iemand anders blij mee maken? Maar hij zal er ongetwijfeld een goede reden voor hebben. Die ik dus niet begrijp.

Van mijn papa en mama heb ik geleerd om mensen te accepteren zoals ze zijn. Om van verschillen te leren. Om niet te veroordelen wat ik niet begrijp. In dit specifieke geval houd ik toevallig ook nog eens hartstikke veel van de persoon die zo van mij verschilt. Ik ben van plan (als hij dat goed vindt) nog héél lang met hem onder hetzelfde dak te wonen, misschien wel voor altijd. Dus ik wil van dat totaal nutteloze gevoel van ergernis af. Ik zeur veel te veel aan zijn kop en dat verdient hij niet. Hij begrijpt niet waarom ik me erger en ik begrijp het zelf ook niet. Dus daar schieten we allebei niets mee op.

Overigens vond ik mijn verbazing wél terecht toen de leuke jongen uit de trein vroeg of hij alle vier de lades in alle twee de nachtkastjes mocht hebben… Mijn droomhuis van twee blogs geleden, heeft een enorme zolder 😉

It's all about speed

Deze blog schreef ik op woensdag 13 juni, maar publiceer ik uit ‘veiligheidsoverwegingen’ nu pas. Nadat ik mijn laatste werkdag achter de rug heb. Ik had overigens een heel leuk afscheid met vele knuffels, zoenen en succeswensen voor de toekomst. En een VVV-bon.  

Ik heb een aantal super leuke collega’s en mijn werk is, ondanks dat ik iets heel anders zou willen doen, niet echt vervelend. Toch botst het. Ik ben een denker en een vragensteller en zie mezelf graag als kritische geest. Ik kan die (aangeleerde) eigenschappen niet op commando uitschakelen. Dat gaat me nu mogelijk mijn kop kosten, want mijn directe leidinggevenden vinden snelheid belangrijker dan kwaliteit.

“Ik begrijp iets niet, zou je het me kunnen uitleggen?” is een vraag die ze niet kunnen waarderen. Het probleem doorsturen naar een collega die het wel begrijpt, is het advies. Het is namelijk niet de moeite om een uitzendkracht alle procedures te leren, want dat kost tijd. Misschien wel 10 minuten per handeling. 10 minuten waarin ook drie telefoontjes afgehandeld kunnen worden.

Aan de telefoon is de vraag “Wilt u uw naam even voor mij spellen?” volgens diezelfde leidinggevenden totaal overbodig, want dat kost weer een paar seconden en als we een klant onder een verkeerde naam aanmelden, belt hij of zij vanzelf wel een keer terug. Of niet, dat maakt ook niet uit, zo vaak ontvangen klanten toch geen post.

Vragen waarom bepaalde procedures zijn zoals ze zijn en of het niet makkelijker kan, is helemaal uit den boze. Mensen die het kunnen weten, hebben erover nagedacht over, dus dat is dan zo. Daarom beantwoord ik de mailtjes die als laatste binnenkomen als eerste, waardoor de mensen die een prangende vraag stelden in maart of april sindsdien vruchteloos op antwoord wachten. Er is nu eenmaal een achterstand en die kan met het huidige aantal fte’s niet worden ingelopen. Tenzij we met zijn allen sneller gaan werken natuurlijk. Geen vragen meer stellen dus en niet wachten tot een klant zijn naam gespeld heeft.

Ondertussen worden voorstellen waardoor tijd gewonnen kan worden, vakkundig genegeerd. Het is niet verrassend dat er, naar mijn bescheiden mening, vooral op het gebied van communicatie een heleboel te winnen valt. Bijvoorbeeld door wat wij naar klanten sturen, eerst door een leek te laten lezen. Maar ik doe mijn mond niet meer open, verbetervoorstellen slik ik direct weer in met een kopje lauwe automatenkoffie.

Volgende week wordt gekeken of ik mijn ‘targets’ haal. Zo niet dan mag ik over een paar weken mijn spullen pakken. Die targets zijn haalbaar als ik volledig tegen mijn natuur inga, mijn mond houd, mijn kritische bril afzet en mijn verstand uitschakel. Misschien ga ik dat doen.

Voor een paar maanden extra ‘zekerheid’.

Blij en onrustig

Ik ben blij 🙂 Blij met mijn nieuwe werkgever, die ik geen werkgever mag noemen, omdat ik eigenlijk freelance voor hem werk. Blij met de bos bloemen die op mijn bureau stond en de welkomstberichtjes in mijn mailbox. Blij dat ik mijn hersens moet laten kraken om die ene geniale interviewvraag te stellen of die prachtige openingszin te schrijven. Ik ben blij kritisch te mogen zijn en de taalpurist uit kunnen hangen. Ik ben blij om in een prachtig pand te mogen werken, gevuld met creatieve mensen.

Tegelijkertijd neemt de onrust toe.

Mijn papa had een aantal dromen.
Hij ging te vroeg dood om ze uit te laten komen.
Ik nam mij voor dat anders aan te pakken:
Dromen uitvoeren zodra ze in me opkomen.
Ik deed het nooit.
Was altijd te lui of te moe.
Of had geldgebrek als slap excuus.
En de tijd tikt voorbij…

Toen ik in 2003 in een hangmat tussen twee palmbomen lag in het zuiden van Senegal, droomde ik van een lange reis langs de West-Afrikaanse kust. Toen ik in 2004 mijn thuisstudie Engels afrondde, vond ik dat ik er meteen een cursus Spaans achteraan moest doen. Toen ik in 2005 besloot om mijn familie mee naar Benin te nemen, bedacht ik dat het handig zou zijn om vooraf een cursus fotografie te volgen, zodat ik onze avonturen in mooie beelden vast kon leggen. Een cursus fotografie zou me sowieso nog wel eens van pas kunnen komen in mijn journalistieke carrière. Toen ik in 2008 mijn vorige blog noodgedwongen offline haalde, werd ik blij van het idee om de leukste verhalen te bundelen en in boekvorm uit te brengen. Toen ik eind vorig jaar begon met rennen, hoopte ik mijn conditie te verbeteren (dat is gelukt) en tegelijkertijd mijn overgewicht om zeep te helpen (dat is jammerlijk mislukt).

En dan is er nog die reis door China, het land dat mijn vader zo fascineerde en waar hij zo graag naartoe wilde ‘als hij alle drie zijn kinderen het huis uit had’. Ik droom ervan die reis in zijn plaats te maken. Voordat er kinderen komen. Als ik al ooit besluit dat ik die wil.

Mijn droomhuis kan ik uittekenen, nou ja, als ik zou kunnen tekenen. Dat heeft een erker, een open haard, parketvloeren en een tuin op het zuiden. En ik zie mezelf al helemaal zitten, ondanks dat ik niet van rijden houd, achter het stuur van een legergroen volkswagen busje tijdens een avontuurlijke roadtrip door Europa of Zuid-Amerika.

En de tijd tikt voorbij…

 

Nooit keuzevakantie

Vakantie is voor mij niet hoeven kiezen. Tegelijkertijd is het idee van de leuke jongen uit de trein, dat ik vakantie heb als hij me laat beslissen wat we gaan doen. Winkelen of naar het museum? Belgische kost of wereldgerechten? Ingewikkeld!

We hadden desondanks een heerlijke vakantie in Antwerpen. Ik zou de dag altijd wel willen beginnen met een uitgebreid ontbijtbuffet en een uurtje zwemmen in een privébad 🙂

We hebben genoten van gezellig terrasjes en bruine kroegen. Van museumstukken en nieuwe kledingstukken. Van prachtige gebouwen en afzichtelijke panden. Van mooie mensen en plaatselijke mafketels. Deze manier van vakantie vieren is helemaal goed en voor herhaling vatbaar.

Als ik maar niet hoef te kiezen waar de reis dan naartoe gaat.

Slettekat

Ze is rood en zacht en wil door iedereen geknuffeld worden. Ze gaat plat op haar rug op elk muurtje, elke tuintafel, elk electriciteitskastje. Ze knort, bromt en spint goedkeurend als je alleen al in de buurt komt. Ze sluipt mee naar binnen als je even niet oplet. Ze kust je voeten als je iets eetbaars bij de hand hebt.

Slettekat. De leukste buurtgenoot aan deze kant van de Maas.

Brief aan mijn nichtje #1

5 maanden en 2 weken ben je nu en je hebt de wereld om je heen steeds beter in de smiezen. Er twinkelt herkenning in je ogen als je de stemmen van je ouders, je oma, of je ooms en tantes hoort.

Je kunt gebiologeerd naar dingen kijken, vooral naar glinsterende dingen, zoals mijn armbandjes of de lamp met nepkristallen op onze slaapkamer. Dat belooft nog wat. Het liefst pak je alles vast wat je ziet, wat in sommige gevallen heel onverstandig is, zoals bij diezelfde armbandjes (kletterende kralen) en diezelfde lamp. Gelukkig heeft je pop bewezen tegen een stootje te kunnen. Je grijpt haar het liefst bij de haren.

Het duurde weken voordat ik je de eerste keer hoorde huilen. Ik vertelde aan iedereen die het horen wilde (en ook aan mensen die daar misschien helemaal niet op zat te wachten) dat je zo stil was. Inmiddels hebben we vastgesteld dat er met je longinhoud en interne klankkast niets mis is. Als je huilt, dan doe je dat goed: met veel volume, wild trappelende voetjes en echte tranen. Verschijnt er vervolgens een gezicht boven je bed, dan begin je te lachen. Op die manier wordt er natuurlijk nooit iemand boos. Klein charmeurtje dat je bent.

Waar je gehuil soms letterlijk pijn doet aan onze oren, is je gebrabbel en gepruttel echt een feestje om naar te luisteren. Er valt nog niets uit op te maken, maar ik vermoed dat je een groot verteller gaat worden. Wat je “zegt” onderstreep je met handen en voeten en een heleboel speeksel. Het spijt me voor je meisje, maar je moet nog een paar maandjes geduld hebben voordat je ouders begrijpen wat je precies bedoelt.

Je lust tot nu toe alles en je eetlust is groot. Daarmee pas je erg goed bij je familie. Jij wordt zo iemand die net zo lief olijven eet als raketijsjes. Over ijsjes gesproken, terwijl je mama en ik laatst een Luna-Rossa-ijsje aten, at jij een hele ijshoorn. Of eigenlijk sabbelde je die naar binnen, want van volgroeide melktanden is nog geen sprake. Bij Luna Rossa gaan we nog heel vaak komen, jij en ik.

Van sokken moet je net als ik niets weten. Hoe strak ze ook zitten en hoe hoog ze ook worden opgetrokken, jouw kleine voetjes zitten nooit lang opgesloten.

Je kunt heerlijk in slaap vallen met al je ledematen gestrekt: armpjes boven je hoofd, benen uit elkaar. Het concept ‘deken’ vind je achterhaald en zelfs bij een slaapzak krijg je het voor elkaar je beentjes er tussenuit te wurmen. Maar je kunt ook wegkruipen in de armen van de leuke jongen uit de trein. En dan smelt ik.

Je bent het liefste nichtje van de hele wereld.

Een feest voor echte vrienden en restkennissen

Het organiseren van een groot feest blijkt bijna net zo’n goede graadmeter voor het ontdekken van wie mijn echte vrienden zijn als het overlijden van mijn papa. Al roept de leuke jongen uit de trein dat ik daar geen feest voor nodig heb, dat ik zo ook wel kan raden wie echte vrienden zijn en wie voor ‘restkennissen’ door zouden moeten gaan. Ik vind zelf dat er, net als bijna tien jaar geleden, enkele verrassingen tussen zitten.

En dan heb ik het niet over de aardige jongen die mij anderhalve week geleden dumpte per sms, dat was veel meer dan een verrassing, dat was de spreekwoordelijke donderslag bij heldere hemel.

Bij de crematie van mijn vader waren er veel lieve vrienden. Mensen waarvan ik het niet verwachtte, omdat ik er op dat moment niet zo veel contact mee had, namen er een vrije dag voor en stapten -soms uren- in de auto of de trein. Er werden ontelbaar veel armen om mijn schouders geslagen, er kwamen stapels lieve kaartjes binnen. En met wie hem kende, deel ik nog regelmatig herinneringen. Bij mijn vrienden kan en mag ik ook nu nog huilen.

Een paar mensen ontbraken die dag, maar ook onder de mensen die er wél waren, zaten exemplaren die me later nooit meer vroegen hoe het met me ging, of mijn moeder het een beetje redde, of ik goed met mijn zusje kon praten, of mijn toen nog kleine broertje wel besefte wat er gebeurd was. Het onderwerp werd vakkundig vermeden of, als ik er zelf over begon, genegeerd. Niet meteen een reden om mensen af te schrijven als vriend, want ik besef heel goed hoe moeilijk het is om met iemands verdriet om te gaan. Ik had ook geen idee hoe ik met mijn toenmalige huisgenoot om moest gaan toen zijn broertje, twee maanden voor het overlijden van mijn vader, omkwam bij een auto-ongeluk. Wat uiteindelijk wel meespeelde om vrienden op mijn ‘verwaterlijstje’ te zetten, waren opmerkingen in de trant van ‘dat ik nu wel lang genoeg verdrietig was geweest’ (mijn toenmalige vriend was daar bijzonder goed in) of gejank over een verkouden konijn of een verdronken goudvis.

Op 11 augustus 2012 komt dan eindelijk dat grote feest waar ik iedereen al gek mee maak sinds ik vorig jaar mijn scriptie inleverde. En net als tien jaar geleden, blijkt ook nu: ik heb de liefste vrienden van de hele wereld. Wat een schatten!!! Ze hebben er verre reizen voor over in ellendig openbaar vervoer. Ze komen als Bob, als het echt niet anders gaat, terwijl het normaal gezien stevige drinkers zijn. Wie geen slaapplek meer heeft bij ons thuis, boekt een hotel, of haast zich naar de laatste trein. Ze gaan op zoek naar de leukste cadeaus. Ze verzetten andere afspraken om erbij te kunnen zijn. Ik voel me echt vereerd. En de vrienden die niet komen, hebben stuk voor stuk een verdomd goede reden. Dat ze in Ierland wonen bijvoorbeeld, of dat de uitnodiging voor een ander feest nog net even eerder was.

Net als na het overlijden van mijn papa, zitten ook nu de grootste aangename verrassingen onder de mensen die ik eigenlijk niet tot mijn beste vrienden rekende. Mensen die ik het geen seconde kwalijk zou nemen als ze niet zouden komen. Zij komen massaal mee feesten. Hoe lief is dat?!

Maar auw voor de ontdekking van de vergissing. Ik had gedacht dat ik er inmiddels tegen zou kunnen, maar het deed toch een beetje pijn dat er mensen waren die ik tot mijn goede vrienden rekende die niet reageerden op de uitnodiging (2 maanden voor het feest gestuurd), geen antwoord gaven op de herinnering (3 weken voor het feest gestuurd), en zelfs niets lieten weten op een laatste moment sms’je of voicemailbericht op de dag dat we in de kroeg moesten doorgeven hoe veel mensen er zouden komen. ‘Vrienden’ die de telefoon uiteindelijk opnamen, zeiden op zakelijke toon dat ons feest ze niet zo goed uitkwam en vonden het de normaalste zaak van de wereld dat ze dat nog niet hadden laten weten.

En toch. Ook tussen de mensen die niets van zich lieten horen, of een (in mijn ogen) onbenullige reden hadden om niet te komen, zitten er een paar waarmee ik het toch niet opgeef. Omdat we al zo ver terug gaan. Omdat we ooit wél lief en leed deelden. Of omdat we familie zijn.

Voor het volgende feest worden ze gewoon weer uitgenodigd.