Zoals ik me machteloos voel tegenover de situatie in Gaza, Jemen, Eritrea en Somalië voel ik me dat ook tegenover een paar mensen die heel dichtbij staan.
Geld overmaken naar Unicef, Oxfam en naar vrienden die de Nacht van de Vluchteling lopen, neemt dat gevoel van machteloosheid niet weg. Schrijven over onrecht en hoe onze beoogde nieuwe regering dat onrecht versterkt, helpt ook niet. Maar is het minste dat ik kan doen.
Duizenden mensen die honger lijden, bang zijn, wegvluchten van een plek versus een paar mensen dichtbij met mentale en/of lichamelijke problemen. Die laatsten frustreren me soms meer. Zo werkt dat met ‘nabijheid’. Willen helpen, het goede willen doen en geen idee hebben hoe.
Tips geven waar ze zelf al lang aan hebben gedacht, is in ieder geval niet de goede manier heb ik geleerd. In het verleden had ik daar nog wel eens last van om dingen te gaan zeggen als ‘meer bewegen, minder werken, langer vrij nemen, een andere huisarts…’ Ik probeer om dat vooral niet meer te doen. Samen leuke dingen doen, simpelweg een pot koffie zetten of praktische taken uit handen nemen, biedt soms wat verlichting. Oprecht belangstellend vragen hoe het gaat, helpt heel even.
Maar als het antwoord is:
“Slecht en ik wil het er niet over hebben.”
“Ik was bijna dood, laat me voorlopig met rust.”
“Ik ben niet depressief, ik ben gewoon geïrriteerd.”
Dan krijg ik een soort kortsluiting. Is met rust laten echt het beste idee? Vragen hoe het gaat, is misschien ook heel stom. Want als het klote met je gaat, wil je dat misschien niet hoeven zeggen.
Zelf zat ik in coronatijd en de eerste maanden daarna niet lekker in mijn vel. Daar had ik last van. Daar had de leuke jongen uit de trein last van. Wat mij hielp was praten met vriendinnen en met een fijne coach. Consequent iedere werkdag beginnen met een wandeling. Een week in mijn uppie weggaan. Nee zeggen tegen minder leuke opdrachten. Maar wat werkte voor mij is geen ‘recept’ voor iedereen.
Wat doe jij als het met een naaste niet goed gaat?
Vroeger, toen ik in bomen klom, in het hooi speelde op de boerderij en steentjes gooide in het kanaal, leek het leven eindeloos. De zomervakantie duurde lang en was zorgeloos. Al had ik soms de pest in als mijn ouders weer besloten naar een andere camping te gaan terwijl ik net een vriendinnetje had ‘gemaakt’. (Rare uitdrukking, vrienden maken).
Dood ging je pas in het bejaardenhuis als je geen zin meer had om te kienen of te kaarten. Of als je heel veel pech had, zoals de moeder van mijn vader, stierf je aan kanker in het ziekenhuis. Maar in ieder geval na je 60e. Dat duurde in mijn kinderhoofd nog een eeuwigheid, dus waarom zou ik me daar druk over maken?
Zoals een kinderhoofd blijkbaar werkt. Ik herinner me van mijn oma in het ziekenhuis vooral dat ik een keer nieuwe schoenen had en dat die veel geluid maakten in de ziekenhuisgangen.
Inmiddels ben ik nauwelijks jonger dan mijn vader was toen hij stierf. Een aantal vrienden is al ouder. De leuke jongen uit de trein werd in maart 48. Als hij zijn volgende verjaardag haalt, is hij mijn papa voorbij. De zeis van Magere Hein was in december 2002 een lichtflits en donderslag bij heldere hemel. Ondertussen heeft de dood een stevige voet aan de grond gekregen. Waar ik lang een uitzondering was, leeft nu van veel vrienden nog maar één ouder. En in een enkel geval leeft er geen ouder meer.
Het plaatst mijn leven in een ander perspectief. Of nee, niet altijd. Dat doet het soms, als ik erover nadenk. Dat is confronterend en dan borrelt de paniek omhoog. Ik wil nog, ik moet nog, ik zou nog… En tegelijkertijd: wat een rijkdom dat ik leef. Dat ik leef zoals ik leef in een land waar we steen en been klagen maar waar ‘we’ het over het algemeen hartstikke goed hebben.
Maar laat ik voor mezelf spreken. Ik heb het hartstikke goed. Ik ben gezond, wat het aller belangrijkste is. Ik woon met de leuke jongen uit de trein in een fijn huis op een fijne locatie. En heb ontzettend veel mensen om me heen waar ik op kan bouwen.
Hoe kan het dan dat ik mezelf soms moet dwingen om de waarde daarvan te blijven zien? Potverdorie, we sterven maar één keer (denk ik) en we leven iedere dag. Dus als je het zo goed hebt als ik: genieten, zolang als het duurt!
En als je klaagt ‘wat word ik oud’, denk dan ‘het alternatief is erger!’
Live in een uitzending kreeg cameraman Samer Abu Daqqa in oktober te horen dat bij een Israëlisch bombardement zijn vrouw, een zoon, een dochter en een kleinkind waren omgekomen. Maar hij werkte door. Tot die fatale reportage over een door Israël gebombardeerde school. Waar “toevallig” een raket insloeg toen hij klaar was met filmen. Samer had in België kunnen zijn, maar besloot in Gaza te blijven tot de oorlog voorbij was.
Ik had journalist kunnen zijn Onderzoeker. Correspondent. Oorlogsverslaggever Maar ik koos de makkelijke weg Die van de minste weerstand Ik schrijf commerciële stukjes Interviews voor bladen die geen steen verleggen Een persbericht, een aankondiging, een blog Want we hebben allemaal zo veel “belangrijks” te zeggen
Soms een gratis tekst voor een goed doel Fairtrade, duurzaamheid, of een sympathiek buurtinitiatief Kan ik mezelf weer een schouderklopje geven Kijk mij goed bezig zijn En ondertussen klagen over mijn ‘eerste wereld leven’
Het regent Alweer
Ik huilde lang en hard vanmorgen 103 journalisten en mediamedewerkers gedood sinds 7 oktober Tranen drupten op de schouder van de leuke jongen uit de trein Tranen drupten op de krant Het venster van de wereld op Gaza wordt steeds kleiner, las ik in NRC Mijn kop koffie in de hand
PRESS op hun helm PRESS op hun scherfvest Dat moet bescherming bieden Maar maakt doelwit Schietschijf voor wie de waarheid niet wil weten Schietschijf voor wie hoopt Dat we ook deze oorlog weer vergeten
Auto geraakt door een granaat Huis geraakt door een bom Collateral dammage? Vette pech? Natuurlijk niet Maar de daders komen ermee weg
Videojournalist Issam Abdallah werd op 13 oktober 2023 gedood toen hij samen met andere journalisten Israëlische bombardementen filmde in Zuid-Libanon. Onderzoek wijst uit dat de granaat afkomstig was van een Israëlische tank aan de andere kant van de grens.
Ik heb geleerd dat er altijd wel iemand is die mij niet leuk vindt, die het niet eens is met mijn werkwijze, die mijn ideeën niet snapt, die ik nooit tevreden kan stellen. Daar is niks mis mee, want ik vind zelf ook niet iedereen leuk.
Maar wat duurde het lang voordat ik zonder buikpijn mezelf op de eerste plaats kon zetten. Voordat ik dankzij de leuke jongen uit de trein het verwaterlijstje invoerde, bleef ik bellen, mailen, appen en iedere keer weer op de fiets, in de auto of in de trein stappen om naar vrienden toe te gaan die zelden tot nooit mijn kant op kwamen (‘ik kan niet naar jou, want ik heb een kind’ of ‘jij bent toch al in de buurt voor werk’). Het verwaterlijstje heeft vriendschappen gekost. Al waren ze dan misschien de definitie vriendschap niet waard.
Voordat ik eerlijk tegen potentiële klanten durfde te zeggen ‘dat ik niet de juiste persoon ben voor zijn/haar opdracht’, of dat ik het ‘voor die lage prijs echt niet kan doen’, duurde ook een hele tijd. Heel soms, als ik het niet druk heb, zeg ik nog wel eens ja als ik eigenlijk nee zou moeten zeggen.
Vroeger was ik gefocust op “iedereen”, zelfs op collega’s die de kantjes er vanaf liepen, zelfs op vrienden van vrienden omdat ik wilde dat die me ook aardig vonden.
Ik rende me het vuur uit de sloffen voor die oelewapper van een opdrachtgever die me als freelancer € 25,- per uur betaalde en daarvoor moest ik ook nog twee vaste dagen naar kantoor. ‘Misschien zit er ooit meer in’, hoopte ik. ‘Alleen mezelf nog even bewijzen’. Ondanks het lage uurtarief had ik na een paar maanden bijna genoeg gespaard om met de leuke jongen uit de trein naar Washington en New York te gaan. Ineens had die oelewapper geen werk meer voor me. Die reis konden we op onze buik schrijven, want ik had op dat moment weinig andere klanten.
Nu richt ik me vooral op de mensen die dichtbij me staan. De mensen waarvan ik weet dat ze me midden in de nacht en in de stromende regen uit de goot zouden komen redden. En op klanten waar ik graag voor werk en die mij (in woord en daad) waarderen. Dat is een stuk rustiger!
Het nieuwe jaar is alweer anderhalve maand oud en ik heb pas 2 x met mijn ogen geknipperd. De tijd vliegt. Op de positieve manier weet je wel, omdat tijd vliegt als je lol hebt. Omdat tijd vliegt als je agenda vol staat met interviews bij de meest uiteenlopende bedrijven. Heel even had ik wat weinig werk, maar dat is meer dan goed gekomen.
Niet alles is rozengeur en maneschijn. Lichamelijk én geestelijk ook dit jaar al een paar deukjes en blauwe plekken opgelopen (mijn linkerbil is pimpelpaars, lang leve carnaval en toiletten bovenaan een trap). Maar ik ben een gezegend mens.
Blij met: bloemen! In de tuin. In het veldje voor het huis. Overal langs mijn wandelroute. Joepie!
Ook blij met: vrienden, vrienden en nog eens vrienden. Gouden exemplaren die aanvoelen wanneer ze net dat ene appje moeten sturen. Die spontaan voor de deur staan met de vraag of ik tijd heb voor een kop thee. Vrienden om mee te zwemmen, maar vooral om het leven mee te bespreken bij een kop koffie nadat we die 40, 50, 60 baantjes achter de rug hebben. Vrienden die het fitnessen draaglijk maken. Die bezorgd aan me vragen hoe het met de leuke jongen uit de trein gaat als hij weer eens door zijn rug is gegaan, maar ook aan mij vragen hoe het met mij gaat en of ze me ergens mee kunnen helpen. Vrienden die als we het eten nog niet achter de kiezen hebben alweer een datum prikken voor een volgend etentje. Vrienden om jaarlijks een dag of weekend mee weg te gaan. Vrienden voor een workaction, een festival, of gewoon een avond barhangen. Vrienden die me binnen tien minuten prachtig kunnen schminken of die met carnaval de andere helft van mijn fruitige duo zijn. En dan die gekke groep, ‘de bende van ellende’, waar ik iedere carnaval in beland. Om de helft van die groep weer een jaar niet te zien. Precies zoals het goed is.
Verdrietig om: vrienden. Dat klinkt heel tegenstrijdig met het vorige punt, maar in sommige vriendschappen kwam recent of alweer wat langer geleden een barst. Met onbegrip aan de basis. Voor elkaar invullen. Het gevoel voor lief te worden genomen. Niet de moeite waard zijn om echt moeite voor te doen. Miscommunicatie ook.
En dat leuren voor een etentje dat maar niet van de grond komt, is ook een tikkeltje frustrerend. Er staat een datum, maar ik ben benieuwd wie er die avond aan tafel zit. Let it gooooo?!
Ook verdrietig om: het overlijden van mijn broertjes schoonmama. Ik kende haar nauwelijks, maar het verdriet van mijn schoonzusje kan ik me levendig voorstellen. En wat is het jammer dat mijn neefje aan zijn vaders kant zijn opa nooit heeft gekend en aan zijn moeders kant zijn oma moet missen. Hij is pas twee, dus ook aan oma heeft hij later geen herinneringen.
Sowieso een tikkeltje verdrietig om de generatie ‘boven ons’. Bijna al onze vrienden hebben minimaal één kwakkelende ouder. Van nieuwe knie tot herseninfarct. Niet meer fietsen, niet meer autorijden, niet meer zelf boodschappen kunnen doen… Het hoort erbij, bij het leven van 70- en 80-plussers, maar dat maakt het niet gemakkelijker om te zien.
Ik kijk uit naar: een midweekje Texel met vriendin A in een huisje met een sauna, een ligbad en een open haard. Heerlijk buiten het seizoen. Zwembad in het vakantiepark grotendeels voor onszelf (hoop ik). In de ochtend werken, in de middag fietsen, wandelen en borrelen.
Ik kijk er ook naar uit om: binnenkort nog eens gruwelijk goed te gaan eten met de leuke jongen uit de trein. Eergisteren waren we 16 (!) jaar bij elkaar. Op die suffe dag, want Valentijn, doen we daar nooit echt iets aan. Al zeker niet als het samen valt met Aswoensdag (gaaaaaaaap). Maar ik vind dat we echt nog wel ergens moeten gaan eten. Van het luxere en decadentere soort.
Waar ik me ook echt op verheug: is het optreden van JOHAN in Doornroosje, Nijmegen. Samen met de leuke jongen uit de trein uiteraard. Nijmegen is zijn stad.
Ik lees: heel veel analoge en digitale kranten en tijdschriften. Daarnaast de Nederlandse versie van Trump Revealed: An American Journey of Ambition, Ego, Money, and Power en de originele versie van Word Perfect: Etymological Entertainment For Every Day of the Year. Ook tijdens het lezen erger ik me dood aan Trump, soms zelfs nog meer dan als ik hem op tv voorbij zie komen. Maar hij fascineert me ook. Hoe je met bluffen, liegen, bedriegen, vreemdgaan en vloeken een imperium opbouwt, macht vergaart, een bekende wereldburger wordt en het uiteindelijk zelfs schopt tot president.
Vorig jaar las ik 20 boeken. Benieuwd hoe veel het er dit jaar worden.
Ik luister: van alles en nog wat, zoals altijd. Gisteren in de auto bijvoorbeeld NPO 2, een cd van R.E.M., een cd van Frank Boeijen en een cd van Tonic. De laatste cd die ik kreeg, was van Gorki. Dankzij een grote muziekliefhebber die eerder al de twee cd’s van Grof Geschut voor me wist te scoren. En ik maar (vals) meezingen! Ik wist niet hoe erg ik Grof Geschut had gemist tot ik het weer hoorde.
Ik voel: pijn aan mijn linkerbil. Het was carnaval. Het was middag. Ik was niet dronken. Maar moest wel enorm plassen. Het toilet is bovenaan een trap. Een trap die eigenlijk is bedoeld voor éénrichtingsverkeer. Een trap die ik al eng vind op een willekeurige doordeweekse dag als de enige ben die er naar boven of beneden hoef. Nadat ik eindelijk had geplast ging ik die trap af terwijl aan de kant van de leuning nog steeds een hele lange rij stond. Aan de andere kant van de trap is alleen een muur, niets om je aan vast te houden dus. Op de treden lag drank, veertjes, confetti. Ik gleed uit. En stuiterde. Het kerkbankje gisteren viel niet mee, de zitting was net iets te kort.
Ik voel ook: blijdschap, tevredenheid en dankbaarheid. Want de 16 uur die ik per 1 december ‘kwijtraakte’ zijn – zoals dat eigenlijk altijd gaat – voor de komende maanden (!) gevuld met leuke opdrachten. Dankzij toffe vakgenoten die opdrachten doorspeelden. Dankzij bekenden uit een ver verleden die ineens weer aan mij moesten denken. Dankzij boekschrijvers die mij vol vertrouwen als eindredacteur kozen.
Tegelijkertijd voel ik me nog steeds af en toe onzeker. Denk ik dat ik iets niet kan. Heb ik last van het imposter syndroom. Zeg ik weer volmondig ja op een opdracht, maar wil ik het liefst keihard wegrennen, bang om door de mand te vallen. Als die vrouw die helemaal niet zo goed kan schrijven, laat staan adviseren of overtuigen. Bij een sollicitatiegesprek liet ik me laatst weer te veel kennen. Ze zochten vooral een adviseur, maar omdat ik weinig ervaring heb als adviseur, benadrukte ik vooral mijn lol en ervaring in schrijven en interviewen. Terwijl ik heus wel kán adviseren, compleet met theoretische onderbouwing. Ik kreeg de functie niet. Logisch.
Ik denk na over: welke cursus/training/opleiding ik dit jaar ga volgen. Ik zag al zó veel leuks voorbij komen. Houd ik het dichtbij mijn vak, bijvoorbeeld iets met beïnvloeding en gedragsverandering? Podcasts of video’s leren maken? Of duik ik eens in een nieuwe taal? Keuzes, keuzes…
Al met al wordt 2024, als de eerste anderhalve maand van het jaar exemplarisch zijn, een jaar om in te lijsten. One for the books.
Eergisteren verzuimde ik de jaarlijkse blog te schrijven, maar ik was wel vaker te laat. Niet dat het een verplichting is, maar toch. Een soort aan mezelf opgelegde verplichting misschien. Ik val in herhaling, want ik herinner me eerder minder dan meer.
Heel lang was jij na het wakker worden mijn eerste gedachte. Niet jij, maar het ontbreken van jij. Soms meteen gevolgd door tranen. Inmiddels is het zo lang geleden dat jij stierf, dat ik vaak al duizenden gedachten heb gedacht voordat jij je opwachting maakt in mijn hoofd. Bij het ontwaken zit ik soms nog in een droom, soms ben ik terug in het boek dat ik voor het slapengaan las of in de serie die ik keek, een andere keer denk ik meteen aan werk. Ik had er eergisteren al een heel gesprek met de leuke jongen uit de trein opzitten, over jou, maar ook over anderen, voordat alsnog de tranen kwamen. Del Amitri op de radio:
And nothing ever happens, nothing happens at all The needle returns to the start of the song And we all sing along like before
And we’ll all be lonely tonight and lonely tomorrow
Niet omdat ik eenzaam ben, wel door het verdriet wat in dit lied klinkt. En de naald die teruggaat naar het begin van de plaat, is een beeld waarbij ik aan jou denk. Jij en muziek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als ik nieuwe muziek hoor die ik mooi vind, probeer ik altijd in te schatten of jij het ook had kunnen waarderen.
Tijdens de verkiezingen moest ik heel vaak aan je denken. De laatste populist die jij meemaakte was Fortuyn en daar vond je iets van. Je kon je opwinden over mensen die niet meer zelf nadachten en hem blind adoreerden. Je kon je opwinden dat iemand met een zilveren lepel in de mond juist de mensen aansprak met veel minder te besteden. Het was niet goed geweest voor je toch al te hoge bloeddruk, maar wat had ik je graag tekeer horen gaan over Baudet, Wilders, Orban, Poetin, Trump. Dat je ‘hornox!” riep naar de televisie en met je ogen rolde.
Je hield van geschiedenis en hoopte dat mensen van het verleden leerden. Wat dat betreft ben je op tijd vertrokken. We trekken met zijn allen steeds minder lessen uit het verleden. Of in ieder geval niet de juiste lessen. Wat zou je mening zijn over het bombarderen van Gaza? Je was van de ‘religie maakt meer kapot dan je lief is’ en je koos doorgaans de kant van de mensen met de minste macht en middelen.
And nothing ever happens, nothing happens at all They’ll burn down the synagogues at six o’clock And we’ll all go along like before
And we’ll all be lonely tonight and lonely tomorrow
De wereld staat in brand. In het rijke Nederland is het leesniveau lager dan ooit, krijgen we wachtlijsten in de (jeugd)hulp niet weggewerkt en hebben we het Rode Kruis nodig om vluchtelingen bij te staan. Maar gelukkig opende het nieuws vanmorgen met wie er naar het Songfestival gaat. Ook daar had jij iets van gevonden. Waarschijnlijk hetzelfde als ik. Man oh man, wat zou ik nog eens graag mét jou tekeer gaan over ‘waar de wereld naartoe gaat’.
We kozen massaal voor een man Die uitsluit en haat Volkomen onverschillig Als de natuur naar de knoppen gaat
We kozen massaal voor de man Van ‘nepparlement’ en ‘minder, minder, minder’ Alleen kijken naar hier Lak hebben aan ginder
We kozen massaal voor de man Die als enige lid van zijn partij Geen inspraak duldt Maar oh wat zijn we allemaal vrij
De dijken omhoog De grenzen dicht Lekker navelstaren Zonder vergezicht
De Dijk zong ooit heel mooi hoe ik me deze ochtend voel:
het is hard tegen hard tanden of kiezen dood aan het middel of dood aan de kwaal en ik werd
wakker in een vreemde wereld
Democratie
Ja, dit is democratie. Ja, ik ben – met buikpijn en tranen in mijn ogen – nog steeds blij dat ik in Nederland ben geboren. We zijn een rijk land, we kunnen wat hebben. En ik denk (of hoop) dat veel mensen vooral ‘tegen’ hebben gestemd, zonder te weten waar ze nu eigenlijk ‘voor’ hebben gestemd.
Iedereen heeft het over bestaanszekerheid. Ik hoop met heel mijn hart dat dat ook geldt voor moslims, vluchtelingen, arbeidsmigranten, transgenders, milieuactivisten. Frans Timmermans is niet mijn bloedgroep, maar EIN-DE-LIJK klonken passie, emotie en strijd door in zijn toespraak: houd elkaar vast.
Ik vind het moeilijk mensen vast te houden die PVV (of FvD) hebben gestemd, maar ik ga mijn best doen.
Met mijn elektrische fiets en mijn voorliefde voor het openbaar vervoer. Met mijn vrijwilligerswerk voor twee fairtrade gemeenten en voor een buurtpark in Maastricht. Met mijn gepassioneerde betogen om mensen lokaal te laten kopen in plaats van online te bestellen. Met mijn (kerst)kaarten van Oxfam. Met mijn biologische boodschappen en tweedehands kleding. Met mijn regenton en bijenhotel. Ik ben soms ook een hypocriet, want dit jaar vloog ik 3 (!) keer en ik kan nog steeds intens genieten van een lekker peperworstje of een stuk tonijn. Maar goed, in de basis ben ik voor een eerlijke en schone wereld, gelijke rechten, belasting op vervuiling, een ruimhartig asielbeleid en dat ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen’.
In het verleden stemde ik vaak Groen Links, soms PvdA en soms D66. Drie partijen die ik de afgelopen jaren niet echt sterk vond. En Timmermans… die zit echt in mijn allergie. Hoe arrogant moet je zijn voor “Stem Timmermans” in een spotje dat alleen om jou draait en niet om je partij. Maar moet ik uit strategisch opzicht toch op zijn partij stemmen? Want welke partijen mogen straks een regering vormen? De partijen die het hoogst scoorden in de stemwijzers die ik deed, worden hoogstwaarschijnlijk geen regeringspartij. Moet ik daarom stemmen op GroenLinks-PvdA, een partij die een beetje links is en een regeringspartij zou kunnen zijn? Dan krijgen we misschien toch nog iets van een links geluid in de regering. Maar is dat een overwinning? Ik denk dat dat alleen een overwinning is als Timmermans zó veel zetels binnenhaalt dat hij met andere linkse partijen gaat samenwerken in plaats van met Omtzigt, Wilders en Yeşilgöz. Maar dat zie ik niet gebeuren. Jij wel?
Dus weet ik nog niet wat ik ga stemmen.
Los daarvan ben ik bang voor de uitslag. Straks wordt Wilders de grootste. De man van de “minder-minder” uitspraak. De man die geen enkele vluchteling meer wil binnenlaten en desnoods bestaande verdragen wil opzeggen. De man die vindt dat moslims minder rechten hebben dan andere mensen. De man die natuur en milieu niet belangrijk vindt. Hij is voor meer olie- en gasboringen in de Noordzee en vindt dat kolencentrales gewoon open kunnen blijven. En een voorbeeld van beleefde, empathische omgangsvormen gaat hij al helemaal niet zijn. Gezellig in een coalitie met Pieter wiens stemgedrag het meest overeenkomst met de SGP. En met Dilan omdat de VVD om een reden die ik niet snap altijd groot blijft. Daar kun je dan nog wel een Frans bij zetten, maar die gaat zo veel water bij de wijn moeten doen dat we daar weinig mee opschieten.
In een land met die coalitie wil ik helemaal niet wonen.
“Vieze stinkstad vol irritante kerels”, zei ik toen ik 18 (?) jaar geleden terugkwam uit Rome. Een stinkstad vind ik het nog steeds. In bijna ieder hoekje komt de ammoniak je tegemoet. Van alle Europese steden waar ik ooit was, ligt hier het meeste afval op straat. Op sommige pleinen is geen vuilnisbak te bekennen. De vorige keer kon ik daar niet doorheen kijken, nu wel. En voor de kerels die ons 18 jaar geleden voortdurend ‘ciao bella’ roepend achterna liepen en lastigvielen, ben ik al lang niet meer interessant.
Als je het vuil negeert, is Rome een prachtige stad. Gigantische standbeelden, majestueuze pleinen, brede trappen en machtige gebouwen. Gebouwen met schoonheid tot in de kleinste details. De marmeren tegels op de vloer, het beslag op de deur, de stenen vensterbanken, de zuilen, de trappen. En dan de leeuwen, engelen, saters en goden die de daken ondersteunen.
In mijn herinnering was Rome gigantisch groot. Dat bleek mee te vallen. Ik deed alle bezienswaardigheden te voet. En dat zonder Google Maps, omdat ik nergens mijn internet aan de praat kreeg. Halleluja voor de leuke jongen uit de trein die me telefonisch begeleidde naar mijn hotel. En halleluja voor de grote en makkelijk herkenbare straten Via Cavour en Via Nazionale zodat ook iemand met een geografische handicap telkens de weg terugvindt.
Altijd hoogseizoen
Een monument vinden, wil nog niet zeggen dat je het ook kunt aanraken. Ik heb het verschillende mensen gevraagd, maar Rome heeft geen laagseizoen. Dus ik zwaaide naar de Trevi, maar had niet de puf me er een weg naartoe te ellebogen om het water te kunnen zien. Ook het Vaticaan zag ik van een afstand over een zee van hoofden. Een beetje dwalen door de straten is mijn lievelingsbezigheid in iedere stad. Want ‘om de hoekjes liggen de koekjes’. Dus dat is wat ik deed.
Zo zat ik ineens in een groot sportpark met een basketbalveld een gigantische skatebaan en een aantal fitnesstoestellen. Terwijl een tiener met onvoorstelbaar doorzettingsvermogen steeds hetzelfde trucje oefende op zijn skateboard en herhaaldelijk viel, deed een vrouw van een jaar of 60 met een lange grijze staart buikspieroefeningen in een hip zwart sportpakje. Een basketballer smeerde zijn hoofd in met zonnebrandcrème terwijl een jongetje van hooguit vier zijn helm opzette om de baan op te gaan. Ik had een boek bij me, maar kwam niet aan lezen toe. De zon, de sportieve mensen, de schoonheid van het park (veel groen) en het grotendeels ontbreken van andere toeristen bezorgden me een ultiem geluksmoment. En van waar ik zat, had ik ook nog uitzicht op het Colosseum! Ik ben geen expert, maar dit park moet in een wereldwijde top-3 staan. Als je ergens je pols moet breken als je in een halfpipe naar beneden stort, is het hier.
Italiaanse keuken
Over een top-3 gesproken. Italiaans eten staat daar voor mij denk ik wel in. Te beginnen met koffie. Die viel in Ierland niet tegen, maar een espresso in een Romeins barretje… engeltjes die op je tong piesen. En na het ontbijt een cappuccino met perfecte schuimtopping. Wat een zegen om niet in iedere winkelstraat en op ieder station tegen een Starbucks aan te lopen. Want hoezo zou je hier een pumpkin spice chai latte dinges drinken?! Pasta als lunch én als diner vind ik helemaal prima. Weinig ingrediënten, maar allemaal super vers. En wat te denken van het allerbeste ijs in alle kleuren en smaken?
De avond dat we met alle collega’s gingen eten was een bacchanaal. Nog nooit gezien dat er zó veel eten overbleef en we deden echt ons best. Het was onwijs lekker. Eerst kwamen de schalen met XL-bitterballen gevuld met courgette en aubergine. Samen met de houten planken vol gekruid brood. En andere houten planken met daarop tig soorten vlees en kaas. Daarna kwam de pasta, geserveerd in steelpan of op een soort veger (van blik en veger). En dat waren pas de antipasti en de primo piatto. Van het hoofdgerecht (ossobuca) nam ik twee happen. En op het moment dat ik dacht dat het eten en de wijn uit al mijn poriën zouden komen en iemand me naar de bus moest rollen, kwamen de borden met gefrituurd pizzadeeg overgoten met Nutella. Een full Irish breakfast was een walk in the park vergeleken met deze overdaad.
Er gelden wel rare regels in de horeca. Bij de ene gelateria moest ik drie bolletjes nemen, terwijl ik er eigenlijk maar twee hoefde. Bij de andere ijsverkoper kreeg ik juist drie enorme bollen die helemaal niet op het hoorntje pasten. Met een hoop geknoei en geplak tot gevolg en het ternauwernood van de straat redden van mijn bol limoenbasilicum. Eén van mijn collega’s vertelde dat ze ergens maar 1 smaak mocht kiezen en dat de serveerster bepaalde hoe veel bollen ze kreeg.
Op een avond zat ik in een restaurant waar ik alleen een soort borrelplank mocht bestellen omdat het volgens de serveerster te druk was voor à la carte. Op een hele fijne plek vlakbij een klein parkje waar ik was neergestreken voor mijn lunch, kon ik wijn alleen per fles bestellen. Dus ik nam met spijt een pilsje, ik vond het echt nog te vroeg voor een fles.
Op een andere avond werd een ober boos om een vreemde reden, vonden wij. We waren met 4 collega’s en vroegen of we plaats konden nemen op zijn terras. Een vraag uit beleefdheid, want het terras was volledig leeg en het bedienend personeel stond met zijn duimen te draaien. Even later liepen 4 collega’s langs die erbij wilden komen zitten. Dat kon echt niet! “We hadden gezegd dat we met 4 personen waren, dan was het onfatsoenlijk als er meer mensen bij kwamen zitten.” Voor deze ene keer maakte de ober een uitzondering, zei hij, terwijl hij met zijn ogen rolde.
Modieuze verschijningen
Italianen zijn een lust voor het oog, zelfs als ze met hun ogen rollen. En dat bedoel ik niet op een seksuele manier. Ze zien eruit om door een ringetje te halen. Zelfs hun werkkleding is modieus. De Protezione Civile loopt rond in strakke poloshirts met een kraag en boorden in de kleuren van de Italiaanse vlag. Vrouwen laten op hoge hakken en in een elegante rok al bellend hun hond uit over kinderkopjes en scheve stoeptegels. Indrukwekkend. Wie haren heeft, heeft ze keurig in model. Baarden zijn strak getrimd. Brillen zijn een modestatement. En het is al goud dat er blinkt. Aan vingers, om nekken, om polsen. Maar toch subtiel.
Prima prijzen
Het hotel waar ik logeerde lag op een absolute toplocatie. Maar dan nog was 220 euro per nacht voor een postzegel aan de hoge kant (om het netjes te formuleren). De douche was zo klein dat ik altijd het douchegordijn, de muur of de kraan raakte, zelfs als ik stilstond. Op het toilet raakte mijn knieën nog net niet de muur. Ik had drie kleerhangers aan een rail, maar geen plank om iets neer te leggen, laat staan een kast. Geen stoel. Geen koelkast. Geen uitzicht.
Maar op het hotel na, vond ik de prijzen heel erg meevallen. Ik at en dronk elke keer voor 25 euro of minder. Voor de drie kleine bolletjes ijs betaalde ik 4 euro, voor de drie grote bollen 5 euro. Supermarkten waren heel betaalbaar. Mijn nieuwe lievelingsdrankjes (San Benedetto Ginger en Bitter Bianco) kostten nog geen euro en hadden bovendien een handig meeneemformaat van 0,75 liter. En wat zat ik op een fantastische (en daarom verschrikkelijke) plek om te winkelen. Er lagen twee grote vintagewinkels op een paar meter van het hotel waar alle items eerst 12 euro en twee dagen later 10 euro kostten. Verder zat het buurtje vol tassen- en sieradenwinkels. Doordat mijn koffertje op de heenweg al redelijk vol was, werd de terugweg flink proppen.
Alleen reizen
Veel mensen snappen het niet, maar ik vind het leuk, alleen op vakantie gaan. Al moest de leuke jongen uit de trein mij dus redden toen ik uit de trein stapte en geen internet aan de praat kreeg. Alleen eten voelt op de ene plek wat ongemakkelijker dan op de andere, maar het went snel. En het pleintje voor het hotel was perfect om met een glas wijn te gaan zitten tussen alle andere inwoners en toeristen die ook bij de fontein zaten.
Er was één plek waar ik er echt de pest in had dat ik alleen was. Op station Termini waar ik de trein terug naar het vliegveld moest nemen. Ik had er heel veel moeite om wijs te worden uit de kaartjesautomaat en om het goede perron te vinden (goed uit je doppen kijken is een kunst en het duurde een eeuwigheid voor ik de knop had gevonden waarmee ik de taal van de automaat kon veranderen). Ik was voortdurend bang dat ik zou worden gerold omdat het er godvergeten druk was. Achttien jaar geleden was dat precies wat me gebeurde, terwijl ik toen niet eens alleen was.
Een derde keer?
Ik hoefde niet noodzakelijkerwijs terug naar Rome. Ik was er al geweest en had er niet de beste herinneringen aan. Maar nu ik er voor werk heen mocht, zei ik natuurlijk geen nee. En ik sluit niet uit dat ik nog een derde keer ga. Want ondanks mijn gemiddelde van 20.000 stapjes per dag, valt er nog genoeg te ontdekken.
Ik laat vaak over me heenlopen. Of ik laat me overrompelen doordat ik iets met een goede bedoeling doe en iets anders terugkrijg. Op zo’n moment ben ik compleet verpopzakt, om er maar even een goed Limburgs woord tegenaan te gooien.
Lang geleden belde ik een vriend om hem uit te nodigen voor een feest. “Ik zou het heel leuk vinden als je komt”, zei ik enthousiast. “Ik ben heel benieuwd hoe het met je gaat.” Hij zegde de vriendschap op. Maanden daarvoor had ik volgens hem zijn vriendin beledigd. Hij wilde me nooit meer zien. Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee wat ik heb misdaan. Ik kan me geen belediging herinneren. Maar een weerwoord gaf ik niet. Ik zei sorry, beëindigde het gesprek, huilde, kreeg een knuffel van de leuke jongen uit de trein, en liet het erbij.
Er is sindsdien weinig verbeterd aan mijn verbale kwaliteiten. Neem die keer met kerst, na de koffie met gebak. We hadden het over leuke dingen gehad. Recepten. Vakanties. Plannen voor het nieuwe jaar. Ineens die opmerking over deze blog: ‘dat ik dom ben dat ik mijn vuile was buiten hang’. Dat zag ik niet aankomen. In plaats van een weerwoord te geven, zat ik met mijn mond vol tanden. Toen ik laatst spontaan besloot aan te bellen voor een kop koffie, gebeurde me precies hetzelfde. Ik ging met goede bedoelingen en zat even later verbouwereerd in de auto terug naar huis. Te bedenken wat ik allemaal had willen zeggen. Had moeten zeggen.
Ook als zzp’er laat ik me soms misbruiken of overrompelen. Nee zeggen tegen opdrachten die slecht betalen of tegen deadlines die nauwelijks haalbaar zijn, lukt me gelukkig steeds beter. Maar ik ben nog lang geen held. Met engelengeduld wacht ik op te laat betaalde facturen. Begripvol accepteer ik de ene na de andere smoes waarom een opdracht toch niet doorgaat. Braaf voer ik nog nog een extra correctieronde uit, zonder extra factuur te sturen. Opnieuw besluit ik niets te zeggen over het feit dat de deadline voor mij zo ongeveer gisteren was en de klant vervolgens maanden de tijd neemt om mijn tekst online te zetten.
Maar soms botst een klant op een grens. Gisteren was het (eindelijk!) zo ver. Na twee herinneringen kreeg ik een appje dat de facturen aan het eind van de week betaald zouden worden. Ik appte terug dat dat de laatste betalingen zouden worden. Ik had (en heb) vier facturen open staan bij deze klant, waarvan de eerste meer dan twee maanden geleden gestuurd. Het was niet voor het eerst dat mijn betalingstermijn werd genegeerd. Het was ook niet de tweede keer. Of de derde. Dit was het afgelopen jaar al minstens tien keer gebeurd. Met even zoveel beloftes dat het beter zou worden. De knop ging om. Ik stuurde na dat appje nog een e-mail dat ik niet meer beschikbaar ben voor wat voor opdracht dan ook. Vanmorgen belde ik er nog achteraan met extra tekst en uitleg en met een ‘bedankt voor de leuke opdrachten’. Zo lief ben ik.
Ik voel me opgelucht en trots. Dat ik eindelijk deed wat juist was. De opdrachten waren inderdaad leuk. Maar de frustratie stond al heel lang in geen enkele verhouding tot wat het werk opleverde. Toch bleef ik kwaliteit leveren. Waarom? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? Ja, dat ik nu dus een aantal opdrachten kwijt ben. Maar ik ben ook verlost van heel veel negatieve energie. Mijn bedrijf bestaat potverdorie niet voor niets al vijftien jaar.
Waar de ene deur dichtgaat (omdat ik ‘m eindelijk zelf dichttrek), gaat een andere open.