Eergisteren verzuimde ik de jaarlijkse blog te schrijven, maar ik was wel vaker te laat. Niet dat het een verplichting is, maar toch. Een soort aan mezelf opgelegde verplichting misschien. Ik val in herhaling, want ik herinner me eerder minder dan meer.
Heel lang was jij na het wakker worden mijn eerste gedachte. Niet jij, maar het ontbreken van jij. Soms meteen gevolgd door tranen. Inmiddels is het zo lang geleden dat jij stierf, dat ik vaak al duizenden gedachten heb gedacht voordat jij je opwachting maakt in mijn hoofd. Bij het ontwaken zit ik soms nog in een droom, soms ben ik terug in het boek dat ik voor het slapengaan las of in de serie die ik keek, een andere keer denk ik meteen aan werk. Ik had er eergisteren al een heel gesprek met de leuke jongen uit de trein opzitten, over jou, maar ook over anderen, voordat alsnog de tranen kwamen. Del Amitri op de radio:
And nothing ever happens, nothing happens at all The needle returns to the start of the song And we all sing along like before
And we’ll all be lonely tonight and lonely tomorrow
Niet omdat ik eenzaam ben, wel door het verdriet wat in dit lied klinkt. En de naald die teruggaat naar het begin van de plaat, is een beeld waarbij ik aan jou denk. Jij en muziek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als ik nieuwe muziek hoor die ik mooi vind, probeer ik altijd in te schatten of jij het ook had kunnen waarderen.
Tijdens de verkiezingen moest ik heel vaak aan je denken. De laatste populist die jij meemaakte was Fortuyn en daar vond je iets van. Je kon je opwinden over mensen die niet meer zelf nadachten en hem blind adoreerden. Je kon je opwinden dat iemand met een zilveren lepel in de mond juist de mensen aansprak met veel minder te besteden. Het was niet goed geweest voor je toch al te hoge bloeddruk, maar wat had ik je graag tekeer horen gaan over Baudet, Wilders, Orban, Poetin, Trump. Dat je ‘hornox!” riep naar de televisie en met je ogen rolde.
Je hield van geschiedenis en hoopte dat mensen van het verleden leerden. Wat dat betreft ben je op tijd vertrokken. We trekken met zijn allen steeds minder lessen uit het verleden. Of in ieder geval niet de juiste lessen. Wat zou je mening zijn over het bombarderen van Gaza? Je was van de ‘religie maakt meer kapot dan je lief is’ en je koos doorgaans de kant van de mensen met de minste macht en middelen.
And nothing ever happens, nothing happens at all They’ll burn down the synagogues at six o’clock And we’ll all go along like before
And we’ll all be lonely tonight and lonely tomorrow
De wereld staat in brand. In het rijke Nederland is het leesniveau lager dan ooit, krijgen we wachtlijsten in de (jeugd)hulp niet weggewerkt en hebben we het Rode Kruis nodig om vluchtelingen bij te staan. Maar gelukkig opende het nieuws vanmorgen met wie er naar het Songfestival gaat. Ook daar had jij iets van gevonden. Waarschijnlijk hetzelfde als ik. Man oh man, wat zou ik nog eens graag mét jou tekeer gaan over ‘waar de wereld naartoe gaat’.
We kozen massaal voor een man Die uitsluit en haat Volkomen onverschillig Als de natuur naar de knoppen gaat
We kozen massaal voor de man Van ‘nepparlement’ en ‘minder, minder, minder’ Alleen kijken naar hier Lak hebben aan ginder
We kozen massaal voor de man Die als enige lid van zijn partij Geen inspraak duldt Maar oh wat zijn we allemaal vrij
De dijken omhoog De grenzen dicht Lekker navelstaren Zonder vergezicht
De Dijk zong ooit heel mooi hoe ik me deze ochtend voel:
het is hard tegen hard tanden of kiezen dood aan het middel of dood aan de kwaal en ik werd
wakker in een vreemde wereld
Democratie
Ja, dit is democratie. Ja, ik ben – met buikpijn en tranen in mijn ogen – nog steeds blij dat ik in Nederland ben geboren. We zijn een rijk land, we kunnen wat hebben. En ik denk (of hoop) dat veel mensen vooral ‘tegen’ hebben gestemd, zonder te weten waar ze nu eigenlijk ‘voor’ hebben gestemd.
Iedereen heeft het over bestaanszekerheid. Ik hoop met heel mijn hart dat dat ook geldt voor moslims, vluchtelingen, arbeidsmigranten, transgenders, milieuactivisten. Frans Timmermans is niet mijn bloedgroep, maar EIN-DE-LIJK klonken passie, emotie en strijd door in zijn toespraak: houd elkaar vast.
Ik vind het moeilijk mensen vast te houden die PVV (of FvD) hebben gestemd, maar ik ga mijn best doen.
Met mijn elektrische fiets en mijn voorliefde voor het openbaar vervoer. Met mijn vrijwilligerswerk voor twee fairtrade gemeenten en voor een buurtpark in Maastricht. Met mijn gepassioneerde betogen om mensen lokaal te laten kopen in plaats van online te bestellen. Met mijn (kerst)kaarten van Oxfam. Met mijn biologische boodschappen en tweedehands kleding. Met mijn regenton en bijenhotel. Ik ben soms ook een hypocriet, want dit jaar vloog ik 3 (!) keer en ik kan nog steeds intens genieten van een lekker peperworstje of een stuk tonijn. Maar goed, in de basis ben ik voor een eerlijke en schone wereld, gelijke rechten, belasting op vervuiling, een ruimhartig asielbeleid en dat ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen’.
In het verleden stemde ik vaak Groen Links, soms PvdA en soms D66. Drie partijen die ik de afgelopen jaren niet echt sterk vond. En Timmermans… die zit echt in mijn allergie. Hoe arrogant moet je zijn voor “Stem Timmermans” in een spotje dat alleen om jou draait en niet om je partij. Maar moet ik uit strategisch opzicht toch op zijn partij stemmen? Want welke partijen mogen straks een regering vormen? De partijen die het hoogst scoorden in de stemwijzers die ik deed, worden hoogstwaarschijnlijk geen regeringspartij. Moet ik daarom stemmen op GroenLinks-PvdA, een partij die een beetje links is en een regeringspartij zou kunnen zijn? Dan krijgen we misschien toch nog iets van een links geluid in de regering. Maar is dat een overwinning? Ik denk dat dat alleen een overwinning is als Timmermans zó veel zetels binnenhaalt dat hij met andere linkse partijen gaat samenwerken in plaats van met Omtzigt, Wilders en Yeşilgöz. Maar dat zie ik niet gebeuren. Jij wel?
Dus weet ik nog niet wat ik ga stemmen.
Los daarvan ben ik bang voor de uitslag. Straks wordt Wilders de grootste. De man van de “minder-minder” uitspraak. De man die geen enkele vluchteling meer wil binnenlaten en desnoods bestaande verdragen wil opzeggen. De man die vindt dat moslims minder rechten hebben dan andere mensen. De man die natuur en milieu niet belangrijk vindt. Hij is voor meer olie- en gasboringen in de Noordzee en vindt dat kolencentrales gewoon open kunnen blijven. En een voorbeeld van beleefde, empathische omgangsvormen gaat hij al helemaal niet zijn. Gezellig in een coalitie met Pieter wiens stemgedrag het meest overeenkomst met de SGP. En met Dilan omdat de VVD om een reden die ik niet snap altijd groot blijft. Daar kun je dan nog wel een Frans bij zetten, maar die gaat zo veel water bij de wijn moeten doen dat we daar weinig mee opschieten.
In een land met die coalitie wil ik helemaal niet wonen.
“Vieze stinkstad vol irritante kerels”, zei ik toen ik 18 (?) jaar geleden terugkwam uit Rome. Een stinkstad vind ik het nog steeds. In bijna ieder hoekje komt de ammoniak je tegemoet. Van alle Europese steden waar ik ooit was, ligt hier het meeste afval op straat. Op sommige pleinen is geen vuilnisbak te bekennen. De vorige keer kon ik daar niet doorheen kijken, nu wel. En voor de kerels die ons 18 jaar geleden voortdurend ‘ciao bella’ roepend achterna liepen en lastigvielen, ben ik al lang niet meer interessant.
Als je het vuil negeert, is Rome een prachtige stad. Gigantische standbeelden, majestueuze pleinen, brede trappen en machtige gebouwen. Gebouwen met schoonheid tot in de kleinste details. De marmeren tegels op de vloer, het beslag op de deur, de stenen vensterbanken, de zuilen, de trappen. En dan de leeuwen, engelen, saters en goden die de daken ondersteunen.
In mijn herinnering was Rome gigantisch groot. Dat bleek mee te vallen. Ik deed alle bezienswaardigheden te voet. En dat zonder Google Maps, omdat ik nergens mijn internet aan de praat kreeg. Halleluja voor de leuke jongen uit de trein die me telefonisch begeleidde naar mijn hotel. En halleluja voor de grote en makkelijk herkenbare straten Via Cavour en Via Nazionale zodat ook iemand met een geografische handicap telkens de weg terugvindt.
Altijd hoogseizoen
Een monument vinden, wil nog niet zeggen dat je het ook kunt aanraken. Ik heb het verschillende mensen gevraagd, maar Rome heeft geen laagseizoen. Dus ik zwaaide naar de Trevi, maar had niet de puf me er een weg naartoe te ellebogen om het water te kunnen zien. Ook het Vaticaan zag ik van een afstand over een zee van hoofden. Een beetje dwalen door de straten is mijn lievelingsbezigheid in iedere stad. Want ‘om de hoekjes liggen de koekjes’. Dus dat is wat ik deed.
Zo zat ik ineens in een groot sportpark met een basketbalveld een gigantische skatebaan en een aantal fitnesstoestellen. Terwijl een tiener met onvoorstelbaar doorzettingsvermogen steeds hetzelfde trucje oefende op zijn skateboard en herhaaldelijk viel, deed een vrouw van een jaar of 60 met een lange grijze staart buikspieroefeningen in een hip zwart sportpakje. Een basketballer smeerde zijn hoofd in met zonnebrandcrème terwijl een jongetje van hooguit vier zijn helm opzette om de baan op te gaan. Ik had een boek bij me, maar kwam niet aan lezen toe. De zon, de sportieve mensen, de schoonheid van het park (veel groen) en het grotendeels ontbreken van andere toeristen bezorgden me een ultiem geluksmoment. En van waar ik zat, had ik ook nog uitzicht op het Colosseum! Ik ben geen expert, maar dit park moet in een wereldwijde top-3 staan. Als je ergens je pols moet breken als je in een halfpipe naar beneden stort, is het hier.
Italiaanse keuken
Over een top-3 gesproken. Italiaans eten staat daar voor mij denk ik wel in. Te beginnen met koffie. Die viel in Ierland niet tegen, maar een espresso in een Romeins barretje… engeltjes die op je tong piesen. En na het ontbijt een cappuccino met perfecte schuimtopping. Wat een zegen om niet in iedere winkelstraat en op ieder station tegen een Starbucks aan te lopen. Want hoezo zou je hier een pumpkin spice chai latte dinges drinken?! Pasta als lunch én als diner vind ik helemaal prima. Weinig ingrediënten, maar allemaal super vers. En wat te denken van het allerbeste ijs in alle kleuren en smaken?
De avond dat we met alle collega’s gingen eten was een bacchanaal. Nog nooit gezien dat er zó veel eten overbleef en we deden echt ons best. Het was onwijs lekker. Eerst kwamen de schalen met XL-bitterballen gevuld met courgette en aubergine. Samen met de houten planken vol gekruid brood. En andere houten planken met daarop tig soorten vlees en kaas. Daarna kwam de pasta, geserveerd in steelpan of op een soort veger (van blik en veger). En dat waren pas de antipasti en de primo piatto. Van het hoofdgerecht (ossobuca) nam ik twee happen. En op het moment dat ik dacht dat het eten en de wijn uit al mijn poriën zouden komen en iemand me naar de bus moest rollen, kwamen de borden met gefrituurd pizzadeeg overgoten met Nutella. Een full Irish breakfast was een walk in the park vergeleken met deze overdaad.
Er gelden wel rare regels in de horeca. Bij de ene gelateria moest ik drie bolletjes nemen, terwijl ik er eigenlijk maar twee hoefde. Bij de andere ijsverkoper kreeg ik juist drie enorme bollen die helemaal niet op het hoorntje pasten. Met een hoop geknoei en geplak tot gevolg en het ternauwernood van de straat redden van mijn bol limoenbasilicum. Eén van mijn collega’s vertelde dat ze ergens maar 1 smaak mocht kiezen en dat de serveerster bepaalde hoe veel bollen ze kreeg.
Op een avond zat ik in een restaurant waar ik alleen een soort borrelplank mocht bestellen omdat het volgens de serveerster te druk was voor à la carte. Op een hele fijne plek vlakbij een klein parkje waar ik was neergestreken voor mijn lunch, kon ik wijn alleen per fles bestellen. Dus ik nam met spijt een pilsje, ik vond het echt nog te vroeg voor een fles.
Op een andere avond werd een ober boos om een vreemde reden, vonden wij. We waren met 4 collega’s en vroegen of we plaats konden nemen op zijn terras. Een vraag uit beleefdheid, want het terras was volledig leeg en het bedienend personeel stond met zijn duimen te draaien. Even later liepen 4 collega’s langs die erbij wilden komen zitten. Dat kon echt niet! “We hadden gezegd dat we met 4 personen waren, dan was het onfatsoenlijk als er meer mensen bij kwamen zitten.” Voor deze ene keer maakte de ober een uitzondering, zei hij, terwijl hij met zijn ogen rolde.
Modieuze verschijningen
Italianen zijn een lust voor het oog, zelfs als ze met hun ogen rollen. En dat bedoel ik niet op een seksuele manier. Ze zien eruit om door een ringetje te halen. Zelfs hun werkkleding is modieus. De Protezione Civile loopt rond in strakke poloshirts met een kraag en boorden in de kleuren van de Italiaanse vlag. Vrouwen laten op hoge hakken en in een elegante rok al bellend hun hond uit over kinderkopjes en scheve stoeptegels. Indrukwekkend. Wie haren heeft, heeft ze keurig in model. Baarden zijn strak getrimd. Brillen zijn een modestatement. En het is al goud dat er blinkt. Aan vingers, om nekken, om polsen. Maar toch subtiel.
Prima prijzen
Het hotel waar ik logeerde lag op een absolute toplocatie. Maar dan nog was 220 euro per nacht voor een postzegel aan de hoge kant (om het netjes te formuleren). De douche was zo klein dat ik altijd het douchegordijn, de muur of de kraan raakte, zelfs als ik stilstond. Op het toilet raakte mijn knieën nog net niet de muur. Ik had drie kleerhangers aan een rail, maar geen plank om iets neer te leggen, laat staan een kast. Geen stoel. Geen koelkast. Geen uitzicht.
Maar op het hotel na, vond ik de prijzen heel erg meevallen. Ik at en dronk elke keer voor 25 euro of minder. Voor de drie kleine bolletjes ijs betaalde ik 4 euro, voor de drie grote bollen 5 euro. Supermarkten waren heel betaalbaar. Mijn nieuwe lievelingsdrankjes (San Benedetto Ginger en Bitter Bianco) kostten nog geen euro en hadden bovendien een handig meeneemformaat van 0,75 liter. En wat zat ik op een fantastische (en daarom verschrikkelijke) plek om te winkelen. Er lagen twee grote vintagewinkels op een paar meter van het hotel waar alle items eerst 12 euro en twee dagen later 10 euro kostten. Verder zat het buurtje vol tassen- en sieradenwinkels. Doordat mijn koffertje op de heenweg al redelijk vol was, werd de terugweg flink proppen.
Alleen reizen
Veel mensen snappen het niet, maar ik vind het leuk, alleen op vakantie gaan. Al moest de leuke jongen uit de trein mij dus redden toen ik uit de trein stapte en geen internet aan de praat kreeg. Alleen eten voelt op de ene plek wat ongemakkelijker dan op de andere, maar het went snel. En het pleintje voor het hotel was perfect om met een glas wijn te gaan zitten tussen alle andere inwoners en toeristen die ook bij de fontein zaten.
Er was één plek waar ik er echt de pest in had dat ik alleen was. Op station Termini waar ik de trein terug naar het vliegveld moest nemen. Ik had er heel veel moeite om wijs te worden uit de kaartjesautomaat en om het goede perron te vinden (goed uit je doppen kijken is een kunst en het duurde een eeuwigheid voor ik de knop had gevonden waarmee ik de taal van de automaat kon veranderen). Ik was voortdurend bang dat ik zou worden gerold omdat het er godvergeten druk was. Achttien jaar geleden was dat precies wat me gebeurde, terwijl ik toen niet eens alleen was.
Een derde keer?
Ik hoefde niet noodzakelijkerwijs terug naar Rome. Ik was er al geweest en had er niet de beste herinneringen aan. Maar nu ik er voor werk heen mocht, zei ik natuurlijk geen nee. En ik sluit niet uit dat ik nog een derde keer ga. Want ondanks mijn gemiddelde van 20.000 stapjes per dag, valt er nog genoeg te ontdekken.
Ik laat vaak over me heenlopen. Of ik laat me overrompelen doordat ik iets met een goede bedoeling doe en iets anders terugkrijg. Op zo’n moment ben ik compleet verpopzakt, om er maar even een goed Limburgs woord tegenaan te gooien.
Lang geleden belde ik een vriend om hem uit te nodigen voor een feest. “Ik zou het heel leuk vinden als je komt”, zei ik enthousiast. “Ik ben heel benieuwd hoe het met je gaat.” Hij zegde de vriendschap op. Maanden daarvoor had ik volgens hem zijn vriendin beledigd. Hij wilde me nooit meer zien. Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee wat ik heb misdaan. Ik kan me geen belediging herinneren. Maar een weerwoord gaf ik niet. Ik zei sorry, beëindigde het gesprek, huilde, kreeg een knuffel van de leuke jongen uit de trein, en liet het erbij.
Er is sindsdien weinig verbeterd aan mijn verbale kwaliteiten. Neem die keer met kerst, na de koffie met gebak. We hadden het over leuke dingen gehad. Recepten. Vakanties. Plannen voor het nieuwe jaar. Ineens die opmerking over deze blog: ‘dat ik dom ben dat ik mijn vuile was buiten hang’. Dat zag ik niet aankomen. In plaats van een weerwoord te geven, zat ik met mijn mond vol tanden. Toen ik laatst spontaan besloot aan te bellen voor een kop koffie, gebeurde me precies hetzelfde. Ik ging met goede bedoelingen en zat even later verbouwereerd in de auto terug naar huis. Te bedenken wat ik allemaal had willen zeggen. Had moeten zeggen.
Ook als zzp’er laat ik me soms misbruiken of overrompelen. Nee zeggen tegen opdrachten die slecht betalen of tegen deadlines die nauwelijks haalbaar zijn, lukt me gelukkig steeds beter. Maar ik ben nog lang geen held. Met engelengeduld wacht ik op te laat betaalde facturen. Begripvol accepteer ik de ene na de andere smoes waarom een opdracht toch niet doorgaat. Braaf voer ik nog nog een extra correctieronde uit, zonder extra factuur te sturen. Opnieuw besluit ik niets te zeggen over het feit dat de deadline voor mij zo ongeveer gisteren was en de klant vervolgens maanden de tijd neemt om mijn tekst online te zetten.
Maar soms botst een klant op een grens. Gisteren was het (eindelijk!) zo ver. Na twee herinneringen kreeg ik een appje dat de facturen aan het eind van de week betaald zouden worden. Ik appte terug dat dat de laatste betalingen zouden worden. Ik had (en heb) vier facturen open staan bij deze klant, waarvan de eerste meer dan twee maanden geleden gestuurd. Het was niet voor het eerst dat mijn betalingstermijn werd genegeerd. Het was ook niet de tweede keer. Of de derde. Dit was het afgelopen jaar al minstens tien keer gebeurd. Met even zoveel beloftes dat het beter zou worden. De knop ging om. Ik stuurde na dat appje nog een e-mail dat ik niet meer beschikbaar ben voor wat voor opdracht dan ook. Vanmorgen belde ik er nog achteraan met extra tekst en uitleg en met een ‘bedankt voor de leuke opdrachten’. Zo lief ben ik.
Ik voel me opgelucht en trots. Dat ik eindelijk deed wat juist was. De opdrachten waren inderdaad leuk. Maar de frustratie stond al heel lang in geen enkele verhouding tot wat het werk opleverde. Toch bleef ik kwaliteit leveren. Waarom? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? Ja, dat ik nu dus een aantal opdrachten kwijt ben. Maar ik ben ook verlost van heel veel negatieve energie. Mijn bedrijf bestaat potverdorie niet voor niets al vijftien jaar.
Waar de ene deur dichtgaat (omdat ik ‘m eindelijk zelf dichttrek), gaat een andere open.
De zomer Is weer zichzelf Niet langer vermomd Als herfst
Ik ben op mijn best in de zomer. Tenminste in de zomer zoals die is bedoeld. De zomer sinds een paar dagen. Afgelopen maandag zat ik na afloop van een gezellig en smakelijk diner met vriendinnen nog even op een terras met uitzicht over een spiegelgladde Maas. Gisteren was het licht boven de velden tijdens mijn vroege ochtendwandeling betoverend. En ik knuffelde met een blije puppy. Gisteravond hadden we een verjaardag in een tuin. Dat is zo veel beter dan een verjaardag binnen op de bank.
Vanmorgen fietste ik na een superleuk interview terug naar huis. Dwars door Elsloo en langs het kasteel naar beneden. Daarna een prachtig stuk met de bosrand op links en het kanaal op rechts. En uiteraard maakte ik een omweg langs mijn ouderlijk huis. Ik genoot. Blote armen, blote benen. Zonnebril op. Eco-stand van de elektrische fiets aan en gaan! The summer is magic!
Waar ik nog meer blij van word: van spontane laatste moment afspraken. Zoals afgelopen zondag toen B besloot vanuit Weert naar Maastricht te rijden om even te komen borrelen. En zowaar kon R ook aanhaken. En dan te bedenken dat we normaal zo ongeveer drie maanden vooruit plannen en het dan soms alsnog niet doorgaat. Van complimenten voor mijn werk. De wekelijkse nieuwsbrief die ik sinds kort voor een grote klant schrijf, is een feestje om te maken en de lezers laten me weten dat ze blij zijn met de inhoud. Van de bloemen in de tuin, het gezoem van blije bijen en de frambozenstruik die maar blijft geven.
Waar ik blij op terugkijk: een strandtentbezoek met F gevolgd door een aantal geslaagde dagen in Breda met de leuke jongen uit de trein.
Waar ik naar uitkijk: naar mijn zakelijke feest overmorgen omdat Lieke Schrijft 15 jaar bestaat. Naar de verjaardagslunch met mama, broer en zus aanstaande zondag. Naar de vakantie in Ierland met de leuke jongen uit de trein over een paar weken en dat ik daar mijn fenomenale vriendinnen M en V ga zien. Naar een paar dagen Rome in oktober met mijn collega’s van het LINKS-project. En naar een dagje Leuven met vriendinnen in november. Maar het is niet alleen feesten en reizen waar ik naar uitkijk. Ik heb ook heel veel zin in in een aantal opdrachten die eraan komen en workshop die ik met collega’s ga geven.
Waar ik verdrietig van word: van empathieloze mensen, egoïsten en doordrammers. Mensen die geen enkele moeite doen zich in een ander te verplaatsen en precies doen waar ze zelf zin in hebben. Ik trof vorige week zo iemand in een werksetting. Hij deed van alles zonder overleg en dat ik de dag erna allerlei branden moest blussen, kwam niet bij hem op, of kon hem niet schelen. Werkgerelateerd kom ik er soms niet onderuit. Daarbuiten lukt het me steeds beter om bij dit soort mensen uit de buurt te blijven. Ik ben heel blij met de elektrische fiets van mijn lieve schoonmama, maar ik ben tegelijk verdrietig dat ik ‘m kocht. Omdat het betekent dat zij niet meer fietst. Ik zou er héél, héél, megavetsuperboel veel voor over hebben als mijn schoonouders energiek en gezond oud worden. Zonder uitvallende oren, getikte evenwichtsorganen en andere ellende. En dat ze zonder al te veel moeite overal komen waar ze willen zijn.
Wat ik lees: Cultus van Läckberg en Fexeus. Ik begon dit jaar met deel 1, Box, en nu dan eindelijk deel 2. Ik smul van sektes, seriemoordenaars en stoïcijns kijkende rechercheurs. Ik ga er wel raar van dromen. Waarschijnlijk komt dat ook door de combinatie met wat ik kijk. Namelijk Karppi/Deadwind. In het boek zijn er al drie kinderen dood. In de serie legde pas één volwassene het loodje. Het ongemak spat er in het boek en op beeld vanaf. De ene schurende situatie na de andere van mensen die om elkaar heen draaien maar elkaar de waarheid niet zeggen. Ik houd ervan. Dat relativeert de ongemakkelijke situaties waar ik soms in terecht kom, zoals vanmorgen toen ik weer eens niet op iemands naam kon komen. Maar ik ga er dus wel raar van dromen.
Wat ik luister: De leuke jongen uit de trein sloeg in Breda weer zijn slag bij een muziekwinkel, dus zijn er nieuwe cd’s om naar te luisteren. Zoals een oude live cd van Portishead. Op mijn werkplek staat Sublime FM aan, thuis Kink (boven) en NPO2 (beneden) en in de auto overdag Studio Brussel en ’s avond NPO 2. Toen ik vorige week thuiskwam van een nachtelijk avontuur in de crisiscommunicatie was de non-stop programmering op 2 een zegen. Als ik niet zo nachtblind was, was ik volledig zen thuisgekomen.
Er waren een aantal pijnlijke situaties de afgelopen weken. Ik werd eerder ongesteld dan verwacht (en houd de details verder voor me). Zeer recent joeg iemand me op de kast (ken je dat, dat je voelt dat je wangen rood worden en je spieren verstijven?) en mijn boosheid zakt maar langzaam. Ik ontdekte dat de standaard van mijn e-bike een soort van voetverbrijzelend slag- en steekwapen kan zijn. En vanmorgen bleken er vlekken in de rug van mijn shirt te zitten. Hoe dan?
Maar al met al ben ik een ontzettende geluksvogel. Ik heb zo veel mooie mensen om me heen. Zo veel om me op te verheugen. Zo veel geluk met mijn gezondheid. En kijk die blauwe lucht!
Ik zit gelukkig niet waar ik een jaar geleden zat. Omdat ik het een hele tijd qua werk vrij rustig had. Omdat ik bijna elke dag met een wandeling begin. Omdat ik gezonder leef, althans zeker in de zomer als het een minder grote opgave is om water te drinken en fruit te eten. Omdat ik weet dat bepaalde mensen het beste voor me willen, hoe onaardig sommige dingen ook uit hun mond komen. Omdat ik me er (bijna) bij heb neergelegd dat ik mijn familie nog vooral op begrafenissen zie en dat de band die ik graag had willen houden met sommige ooms, tantes en nichtjes er niet meer is of misschien zelfs nooit is geweest. Jammer dat er daardoor minder mensen overblijven om mee over papa te praten, maar het is wat het is.
Mijn coach leerde me om af en toe bewust aan papa te denken op een plek die of met een voorwerp dat ik met hem associeer. In mijn hoofd had ik een vijver of een haardvuur nodig. Tot ik de link legde tussen de enorme platanen in de speeltuin tegenover mijn huis en de vakanties in Frankrijk met mijn ouders. Zo simpel kan het zijn. Daar stond ik laatst, op het pad in de speeltuin, starend naar een boom, denkend aan hoe mijn papa net zo kon staren vanaf zijn campingstoel. Nu is het soms al genoeg om even te knikken naar de bomen. Ik denk dat ik ‘dit’ redelijk onder controle heb.
Kennen jullie dat boekje uit de brugklas nog? A l’ombre des platanes.
Toch begon ik de dag vanmorgen met huilen. Ik heb het op dit moment druk met werken, drukker dan ik had verwacht. Blijkbaar gaan mijn klanten niet meer in het hoogseizoen op vakantie, maar net als ik daarna. Het zijn vooral leuke opdrachten waarvoor ik enthousiaste mensen mag interviewen, dus dat is fantastisch. Laatst plande ik zes interviews achterelkaar en de een kon nog smakelijker vertellen dan de anders. En wat een fijne en onderwerpen! Zoals het terugdringen van plastic afval en het verbeteren van werkplekken. Maar het zorgt ervoor dat ik weinig vrije tijd heb. En dan komt dat knagende gevoel de kop weer opsteken. Dat gevoel op alle fronten tekort te schieten.
Dan word ik wakker en weet ik het zeker: Ik ben geen goede dochter. Geen goede zus. Geen goede partner. Geen goede vriendin.
Dan voel ik een soort paniek over hoe lang ik sommige mensen niet meer heb gezien. Dan voel ik me schuldig omdat ik zo weinig deel met mijn directe familie. Dan krijg ik kortsluiting omdat ik mijn verjaardag wel-niet-wel-niet wil vieren en het in mijn hoofd nooit voor iedereen goed kan doen. Dan denk ik dat de leuke jongen uit de trein beter af is met iemand anders.
Dan schiet me ineens te binnen dat ik ben vergeten te vragen hoe de operatie van haar vader is gegaan, dat ik alweer geen kaartje naar haar jarige zoon heb gestuurd, dat ik te weinig belangstelling heb getoond in haar samenwoonplannen en in zijn zieke moeder. Dan breekt mijn hart omdat F geen visum kreeg. En oh ja, die dag dat ik naar die ene vriendin zou gaan, is dat niet diezelfde dag dat ik met die andere vriendin naar dat festival zou gaan? Weer iemand teleurstellen…
Dus huilde ik vanmorgen toen de leuke jongen uit de trein vroeg om alles eruit te gooien. En zoals niemand anders dat kan, was hij praktisch en lief tegelijkertijd. Toen zag de dag er meteen iets beter uit.
Voel jij je wel eens schuldig omdat je te weinig tijd aan mensen besteedt? En hoe los je dat op?
Schoenen die niet wisten waar ze heengingen Spoelen aan op Griekse en Italiaanse stranden
Vluchteling zijn is een beetje sterven Ook als je de overkant haalt Een vluchteling is ontworteld Met of zonder schoenen
In een ideale wereld blijft iedereen in zijn thuisland wonen Maar een thuisland is soms angst, vernedering, pijn of honger En dan vluchten mensen op zoek naar een beter leven Of gewoon naar een leven, of iets dat op een leven lijkt
Wie de overkant niet haalt Blijft vaak naamloos en zonder gezicht Vijf miljonairs die vastzitten in een onderzeeër Spreken veel meer tot onze verbeelding