Zoveel mensen die nu al aan me gedacht hebben: helemaal super! Wat een lieve vriendjes en familie heb ik toch. Zelfgemaaktje kaartjes, kaartjes met prachtige spreuken, kaartjes met geld erin, sms’jes waarin vooral ‘we drinken erop’ terugkomt en mailtjes gericht aan ‘mijn lieve nichtje’. Ik had zelfs een sms’je van mijn baas. Wauw. Zooooo veel felicitaties dat ik telkens even van mijn scriptie weg moet om weer een nieuwe te lezen. Zo wordt het natuurlijk nooit wat. Maar het is wel fijn op deze druilerige typmiep dinsdag (het derde jaar op rij dat het geen mooi weer is op 11 augustus!) overladen te worden met positieve aandacht. Anders ging ik mezelf alleen maar zielig zitten vinden. Dames en heren: we gaan er een goed feestje van maken zaterdag.
Auteur archieven: Eler
Bloedjes van leerlingen
Mijn 6 weken in de keuken zitten er op. Ik heb er gemengde gevoelens bij. Dat de wekker niet meer gaat om me vervolgens op mijn fietsje richting werk te begeven, betekent automatisch dat de komende dagen mijn wekker gaat om me met laptop en stapel artikelen aan mijn bureau te installeren om te proberen mijn scriptie te redden.
De locatie waar ik de afgelopen weken stond was veruit de leukste van alle kantines waar ik ooit een kroket gebakken heb. Beleefde, vriendelijke studenten. Geinteresseerde, vriendschappelijke docenten en medewerkers. Hard werken en toch altijd tijd om te kletsen.
Twee personen zal ik echt niet missen. De ene liep twee dagen rond met een FBI-shirt, waarbij de afkorting stond voor Female Body Inspector. Dat was precies wat hij deed. Nooit keek hij me aan als hij iets bestelde of afrekenden. Zijn ogen altijd gericht op een bepaald punt van mijn lichaam. Daar kon ik best tegen, zeker omdat de degelijke, veel te grote polo waarin ik werkte niet echt iets liet zien. Waar ik absoluut niet tegen kon was het totale gebrek aan omgangsvormen van de persoon in kwestie. Hij groette nooit, hij bedankte nooit, hij sprak uitsluitend in de gebiedende wijs.
De andere was een 6 vwo meisje dat haar wiskunde kwam bijspijkeren om geneeskunde te kunnen gaan studeren. De arrogantie droop van haar mooie gezichtje. De jongens uit haar klas (die eveneens wiskunde moesten halen, maar dan om piloot te worden) kropen voor haar en trakteerden haar regelmatig op koffie. Als het prinsesje zich verwittigde om zelf de kantine binnen te lopen, had ze standaard een grote bek. Zo heeft ze donderdagmiddag tien minuten heibel staan schoppen omdat ik niet voldoende wisselgeld had. Dat het nergens op sloeg en dat ze hoopte dat we niets meer zouden verkopen. (Hoe zielig ben je dan?). Gistermiddag was het toppunt. Haar vriendelijke slavenjongetjes kwamen koffie halen. Ik vertelde dat ik de belegde broodjes over een half uur weg zou moeten gooien, omdat ik ze niet tot maandag zou kunnen bewaren, dus dan mochten ze er wel gratis eentje meenemen. Klokslag half drie kwam het despotenmeisje de kantine binnen, nam zonder me aan te kijken een broodje uit de koelkast en liep ermee naar buiten. Geen groet, geen bedankje. Haar arrogante neus hoog in de lucht. De jongetjes waren zo vriendelijk eerst nog even langs de balie te komen en te vragen of ze echt een broodje mochten pakken. "Natuurlijk, en neem ook iets voor de rest van de klas mee."
De rest van de middag, zelfs toen ik al thuis was, heb ik tal van martelpraktijken bedacht waar ik het prinsesje graag eens aan zou willen onderwerpen. Wat een rotkind. Ik hoop dat ze haar wiskunde examen niet haalt en dat ze later in de grote-mensen-wereld keihard haar mooie kopje stoot. (En ja, dat maakt mij ook een beetje zielig).
Het ultieme terras
Mijn werkplek is het ultieme terras. ‘Mensen kijken’ is hier fantastisch. De nieuwe groep studenten stumpert nogal met de Nederlandse omgangsvormen.
Er zitten een aantal ‘upper class’ figuren tussen die vanuit huis gewend zijn bedienden te hebben. Zodoende is het gehalte burberry, ralph lauren en boss hier inmiddels hetzelfde als op de high tea waar ik me afgelopen weekend bevond. Valt ze dat hier even tegen dat collega W en ik ze in de negeerstand zetten zodra ze de gebiedende wijs gebruiken. En dan naar die koppies kijken die boven de strak gestreken kraagjes uitkomen, heerlijk.
Als contrast met de rijkelui, lopen er hier ook onderdanige types rond. Vooral meisjes. Die ondanks mijn heftige commentaar telkens mevrouw en u blijven zeggen. Ze zullen nooit vergeten een zin te eindigen met dankuwel. Hun kleding is vaak somber en onopvallend. Waardoor het des te leuker wordt er samen met collega W een analyse op los te laten.
Er zitten gelukkig ook weer heel veel aardige lui tussen waar ik gezellig mee kan kletsen. Ze willen van alles weten. En krijgen het dan alsnog voor elkaar zout in hun koffie te doen. Vandaag had één van die lieverds het ultieme mij-jurkje aan met een print van volle boekenplanken. Kon mijn ogen er niet vanaf houden. De Fransoos met het ingewikkelde aan-de-zijkant-kaal-en-bovenop-dreads-kapsel is ook een leuke blikvanger. Of het Duitse meisje dat altijd drollenvangers aanheeft.
Op dit moment heb ik uitzicht op de drie 5-havo jongetjes die net voor de 6e keer koffie zijn komen halen in de hoop dat ze ondanks het weer wakker kunnen blijven. Ze zijn in de schaduw neergestort en zien er allercharmanst uit.
Het enige nadeel van dit terras: het is zelfbediening 😉
Veelvraten
Vandaag begonnen een aantal nieuwe klassen op SummerSchool. Opgewekt begroette ik daarom vanmorgen collega W. Ik had er zin in om na een belachelijk rustige week waarin grote groepen studenten hun vakken afrondden, eindelijk mijn handen weer uit de mouwen te steken. God strafte onmiddellijk voor die overmoedige gedachte.
Een gekkenhuis. De vier nieuwe klassen hadden tegelijkertijd pauze. Als vliegen door stront werden ze aangetrokken door de geur van vers belegde broodjes en Toscaanse tomatensoep. De rij stond tot op de gang. Tot overmaat van ramp hadden de meeste nieuwbakken leerlingen vers getapte briefjes van 50 bij de hand. Van ‘chippen’ hadden ze nog nooit gehoord. Op maandagochtend heb ik nauwelijks wisselgeld en de studenten voelden zich niet geroepen elkaar voor te schieten, ze kenden elkaar immers pas een paar uur. De rij werd langer en langer telkens als iemand zijn kleingeld omkeerde op de balie om het benodigde bedrag bij elkaar te schrapen. Een jongen presteerde het zelfs om met een munt van 5 zlotty te betalen in de veronderstelling dat het 5 euro was. Hij keek behoorlijk op zijn neus toen ik hem uitlegde dat munten van 5 euro niet eens bestaan en begon weer opnieuw met het tellen van zijn kleingeld… En dan heb ik het nog niet eens over de jongen die zout in zijn koffie deed in plaats van suiker en over het meisje dat beledigd was dat we alleen poedermelk hadden.
Om 13.00 uur waren 12 vers belegde koude broodjes, 24 vers belegde warme broodjes, 8 croissants, 2 zakken zachte bolletjes, 1 zak krentenbollen, 5 liter soep en een hele saladebar naar binnen gewerkt. Voor de vaste medewerkers van de SummerSchool zat er vervolgens niets anders op dan naar de Appie te lopen.
De tijd vloog voorbij, dat dan weer wel, en ik heb mijn geld vandaag dubbel en dwars verdiend. Morgen graag een tikkeltje minder.
Haar en geslacht
De leuke jongen uit de trein is zwaar in mij teleurgesteld. Hij weet het zelf nog niet, maar sinds vanmorgen, 9.00 uur (eigenlijk al gistermorgen dus) baalt hij van me. Ik ging naar de kapper.
Het lijkt soort van wereldwijd vast te staan dat vrouwen korte kapsels wel leuk vinden (maar zich er zelden aan wagen vanwege die andere helft van de wereldbevolking) en mannen er de pest aan hebben.
De eerste mensen die met mijn nieuwe, korte lokken geconfronteerd werden waren de buitenlandse studenten op de SummerSchool die langs kwamen voor voedsel en drank.
Enkele reacties van -pak ‘m beet- Duitse, Ierse en Turkse vrouwen:
"You’ve changed your hair! Nice."
"I like your new looks."
"Lovely colour, nice haircut."
Enkele reacties van -bij benadering- Italiaanse en Chinese mannen en mijn Nederlandse collega:
"An espresso please."
"Can I have a tea?"
"Kom, we gaan effe koffie drinken."
Eerlijk gezegd
Tegen anderen zeg ik altijd dat het goedkomt, ook als het over mezelf gaat. Terwijl ik daar op het moment dat ik de woorden uitspreek wel eens aan twijfel. Maar in dit geval krijg ik de woorden niet eens over mijn lippen. Onderstaande regels ontving ik van mijn scriptiebegeleider:
Ik vind het eerlijk gezegd nog lang niet voldoende, in veel opzichten. Kortom: je moet nog heel veel werk verzetten. Of je het in augustus nog af kunt krijgen vraag ik me eerlijk gezegd ernstig af.
Deze regels spoken al sinds maandag door mijn hoofd, ze vallen me aan als ik broodjes sta te smeren en bijten me terwijl ik koffie inschenk. Tot twee keer toe de zinsnede ‘eerlijk gezegd’. Eerlijk gezegd had het van mij wel wat minder eerlijk gemogen. Als ik het bijgevoegde document open en alle ‘rode’ opmerkingen zie, krijg ik het benauwd.
Die benauwdheid grenst aan serieuze paniek. Want (officieel dan toch) als ik niet alle punten binnenhaal voor mijn pre-master jaar, mag ik geen vakken volgen in mijn masterjaar, en als ik op stage ga voordat ik 25 studiepunten in mijn masterjaar heb gehaald, kennen ze me de studiepunten voor die stage niet toe. Wat dan weer betekent dat ik na mijn stage nog een bak vakken moet volgen en minimaal een half jaar studievertraging oploop. Dat zou geen ramp zijn als ik er het geld voor had en makkelijk nieuwe woonruimte zou kunnen vinden na mijn stage. Maar dat wordt dus wel een ramp.
Kan iemand mij helpen? Of kent iemand, iemand die mij kan helpen? Iemand die het vak conversatie-analyse onder de knie heeft? Of in ieder geval de wetenschappelijke denkwijze snapt die ervoor nodig is om dat vak toe te passen? Er kan onderhandeld worden over een vergoeding…
Stem uit het verleden
"Ken je me nog?"
Mijn hart klopt in mijn keel en ik zit rechtop in bed. Bij middernachtelijke telefoontjes gaat er altijd een innerlijk alarm af. Ja ik weet nog wie hij is, maar voel me niet geroepen antwoord te geven op zijn vraag.
"Woon je nog in Utrecht?"
Ik aarzel. Hoe weet hij eigenlijk dat ik naar Utrecht ben verhuisd? Heb ik hem dat zelf verteld? En hoe stom was dat?
"Hoezo?"
"Ik sta op Utrecht Centraal, kun je me komen halen?"
Ik kijk op de klok boven mijn bed. Ik kan de wijzers met moeite onderscheiden. Het is twee minuten voor twee.
"Ik geloof dat je gek geworden bent. Ik lag te slapen en ga dat zometeen weer doen. Moet morgen werken."
Ik ben niet zo heel erg aardig midden in de nacht.
"Is je vriend er of ben je alleen?"
"Wat heeft dat er mee te maken?"
Dit keer voelt hij zich niet geroepen om antwoord te geven.
"Je kunt me toch wel komen halen? Ik kan echt geen hotel vinden nu."
"Sorry, dat is jouw probleem."
Waarom zeg ik nu ook nog sorry?
"Vertel me dan waar je woont. Dan hoef je me niet te komen halen. Ik loop wel naar je toe."
"Ik woon heel ver van het station."
Dat is een leugen. Maar hee, dit gesprek vraagt om een snel einde.
"Oh."
Ik hang op en probeer me niet schuldig te voelen. Mijn telefoon rinkelt de volgende tien minuten nog twee keer. Ik laat ‘m rinkelen. Zijn nummer had ik al lang geleden uit mijn telefoon gewist. Het bewijs is weer geleverd dat je vage kennissen (zeker die waar je per ongeluk een keer een carnavalsochtend naast wakker werd) nooit een telefoonnummer moet geven.
Familiefeestje
Mijn oudste nicht weer zien en de ene na de andere rake opmerking over en weer kaatsten, is altijd een feestje. Wijntje in de hand. Kritische blik op het volk om ons heen.
Het perfecte teamwork met mijn zusje is altijd een feestje. Op de plaats van bestemming zelf de cadeautjes nog in moeten pakken. In de keuken lekkere hapjes maken en ondertussen uitgebreid voorproeven.
Mijn jarige mama die constateert dat het toch goed is gekomen, is altijd een feestje. "Ik heb te weinig in huis gehaald, ik weet het zeker. Zal ik nog naar de winkel gaan? Er moet echt iemand naar de winkel! Heb ik wel het goede bier? Straks komt iedereen tegelijk en dan heeft niet iedereen koffie." Alles liep op rolletjes en niemand vond het erg even te moeten wachten op koffie. Ik denk dat ze een leuke verjaardag had en dat was natuurlijk het belangrijkste.
Bijna feest
Vandaag geen stap buiten de deur gezet. Sterker nog: niet verder dan een paar meter bij mij mijn laptop vandaan geweest, die heel onlaptopwaardig een vaste plek op mijn bureau heeft. Een paarduizend woorden weggetikt en nog lang niet tevreden over het resultaat. Het heeft wel een heel ander resultaat: vlekken voor mijn ogen en een zeurend gevoel in mijn polsen. Nog een paar dagen en dan ben ik als een ei zo blij. Dan gaat de vlag uit, de champagme open, het dak eraf. Als ik mijn gedrocht van een scriptie heb ingeleverd is het FEEST!!!
Baby bewonderen
Vrienden en familie weten dat ik niets met baby’s heb. In mijn ogen lijken ze allemaal op elkaar en mooi zijn ze zelden. De hulpeloosheid van de kleintjes beangstigt me. Ik krijg kriebels van opmerkingen als: “Aaaah je kunt nu al zie hoe veel ie op zijn vader lijkt”, terwijl er alleen een gerimpeld, gelig hoofdje met een platte neus te zien is. En wie zo’n klein mensje in mijn armen legt, moet dat meestal bezuren met luid gekrijs. Ik knijp ze niet ofzo. Maar net zoals dieren aanvoelen dat je bang voor ze bent, voelen baby’s blijkbaar aan dat degene die ze vast heeft, hoopt dat ze snel groter groeien.
Een tijd geleden ging ik de leuke jongen uit de trein ophalen bij vrienden van hem die net een nieuw mensje op de wereld hadden gezet. Toen we een uurtje later weer buiten stonden kreeg ik te horen: “Je bent niet eens even naar de box gelopen om te kijken.” De box had recht voor mijn neus gestaan, maar toch midden in mijn blinde vlek. Wat betekent dat de baby deed wat ie moest doen: slapen.
Mijn vriendinnen zijn over het algemeen carrièremeiden, die eerst een goede baan, een leuk huis en een lange relatie willen hebben voor ze aan kinderen beginnen. De meesten hebben dat nu bereikt (niet iedereen maakt van die rare ‘moves’ als ik). En dus komen ook de eerste baby’s. Gister mocht ik er eentje gaan bewonderen. Vriendin K en ik stapten op de fiets met een kinderliedjes-cd en een tomatenplantje.
En wauw: wat een mooie baby. Een perzikhuidje en een mooie bos donker haar. Ik zag geen enkele gelijkenis met zijn ouders (niet als belediging naar de ouders bedoeld), maar toen mama er een babyfoto van papa bij pakte, moest zelfs ik toegeven dat de overeenkomsten opvallend waren. “Dat doen ze expres in het begin, zodat de vaders zeker weten dat het wel van hun is”, lachte de kersverse mama. Het manneke sliep op zijn rug met zijn armen boven zijn hoofd en zag er totaal tevreden uit.
Nee, het begint nog niet te kriebelen. Maar van de verliefde blik waarop mama naar haar manneke keek, werd ik wel blij. Mama lijkt namelijk een beetje op mij en zei een paar maanden geleden nog met een hulpeloos gezicht bij K aan tafel: “Zie je het al voor je, mij met zo’n kind in mijn armen?” Wij zagen het niet voor ons, maar hebben het nu gezien. Het was een mooi plaatje.