Terwijl ik uitkijk over de Maas – lang leve mijn nieuwe kantoor – klikt en draait er van alles in mijn hoofd. Soms heb ik dat. En soms schrijf ik dan ook nog op wat ik denk. Dus hieronder wat willekeurige gedachten. Doe ermee wat je wil đ
Ik ben een ontzettende geluksvogel. Daar ben ik me steeds meer van bewust. Niet omdat alles op rolletjes loopt. Want zo vaak als ik iets kwijt ben, iets vergeet, ergens tegenaan bots of hopeloos verdwaal, is echt niet normaal. Niet omdat ik nog nooit iets traumatisch/dramatisch heb meegemaakt, want ook daar heb ik mijn portie van gehad. Maar omdat ik gezond ben, een gelijkwaardige en liefdevolle relatie heb, een huis heb, een familie heb en de allerliefste vrienden van de wereld. Ik kan de boodschappen doen die ik wil en koken wat ik wil en dat is luxe. En ik ben een fantastische slaper. Soms nog voor mijn hoofd het kussen raakt. Een bofkont in het kwadraat.
Je zult in Gaza wonen, in Jemen, of in Sudan. Of door de Trump-regering zijn uitgezet naar Venezuela.
De beste manier om je slecht te voelen, is nadenken over de fouten die je maakte in het verleden. De beste manier om je angstig te voelen is nadenken over de toekomst. Nu genieten, nu leven, niet uitstellen met de kans dat het er nooit meer van komt. Ik roep dat heel vaak en voer het gelukkig ook steeds vaker uit. Wat dan natuurlijk niet betekent dat ik nooit meer iets doe waar ik een hekel aan heb.
Ouder worden is confronterend. Mijn conditie gaat achteruit, mijn menstruatiecyclus is van het padje (laat de overgang maar komen, dan is het tenminste helemaal gedaan), tegen mijn grijze haren valt bijna niet meer op te verven en met ieder levensjaar dat erbij komt, komt er ook een kilo bij. Maar het alternatief – niet ouder worden – is nog veel erger.
Ik wil niet boos worden of haten, want dat is een vervelende en vaak zinloze emotie. Maar ik doe het toch. Ik haat mensen die met allerlei leugens opbellen omdat ik zzp’er ben en mijn telefoonnummer nu eenmaal bekend is. Zoals die @%^$* van zojuist die het gesprek opende met “ik zou u nog terugbellen” en daarna een verhaal over een energiecontract begon waar hij me in het verleden al eens mee had geholpen. Nee, jij zou helemaal niet terugbellen, want wij hebben elkaar nog nooit gesproken. Dus laat mij met rust. Mensen die met dit soort rottige telefoontjes hun geld verdienen, en dan vooral de opdrachtgevers, gun ik eeuwige jeuk en te korte armen.
Ik heb geleerd dat er altijd wel iemand is die mij niet leuk vindt, die het niet eens is met mijn werkwijze, die mijn ideeën niet snapt, die ik nooit tevreden kan stellen. Daar is niks mis mee, want ik vind zelf ook niet iedereen leuk.
Maar wat duurde het lang voordat ik zonder buikpijn mezelf op de eerste plaats kon zetten. Voordat ik dankzij de leuke jongen uit de trein het verwaterlijstje invoerde, bleef ik bellen, mailen, appen en iedere keer weer op de fiets, in de auto of in de trein stappen om naar vrienden toe te gaan die zelden tot nooit mijn kant op kwamen (‘ik kan niet naar jou, want ik heb een kind’ of ‘jij bent toch al in de buurt voor werk’). Het verwaterlijstje heeft vriendschappen gekost. Al waren ze dan misschien de definitie vriendschap niet waard.
Voordat ik eerlijk tegen potentiĂ«le klanten durfde te zeggen ‘dat ik niet de juiste persoon ben voor zijn/haar opdracht’, of dat ik het ‘voor die lage prijs echt niet kan doen’, duurde ook een hele tijd. Heel soms, als ik het niet druk heb, zeg ik nog wel eens ja als ik eigenlijk nee zou moeten zeggen.
Vroeger was ik gefocust op âiedereenâ, zelfs op collega’s die de kantjes er vanaf liepen, zelfs op vrienden van vrienden omdat ik wilde dat die me ook aardig vonden.
Ik rende me het vuur uit de sloffen voor die oelewapper van een opdrachtgever die me als freelancer ⏠25,- per uur betaalde en daarvoor moest ik ook nog twee vaste dagen naar kantoor. ‘Misschien zit er ooit meer in’, hoopte ik. ‘Alleen mezelf nog even bewijzen’. Ondanks het lage uurtarief had ik na een paar maanden bijna genoeg gespaard om met de leuke jongen uit de trein naar Washington en New York te gaan. Ineens had die oelewapper geen werk meer voor me. Die reis konden we op onze buik schrijven, want ik had op dat moment weinig andere klanten.
Nu richt ik me vooral op de mensen die dichtbij me staan. De mensen waarvan ik weet dat ze me midden in de nacht en in de stromende regen uit de goot zouden komen redden. En op klanten waar ik graag voor werk en die mij (in woord en daad) waarderen. Dat is een stuk rustiger!
âHee, ik heb jou ook al een paar keer heen en weer zien lopen. Moet jij ook naar Monaco?â De lange blonde jongen kijkt me hoopvol aan. âNee, de stad in met bus 12, maar die vind ik nergens. Ik heb net wel een Flixbus gezien, misschien gaat die naar Monaco?â âNee, ik hoorde net dat de laatste bus om 8 uur is vertrokken. âOei, succes!â âJa, jij ook.â
Waarom vind ik op reis gaan leuk? Waarom vind ik alleen op reis gaan leuk? Ik heb het organisatietalent van een driejarige, maar dan zonder het schattige koppie waarmee je toch alles gedaan krijgt. Het richtingsgevoel van een baksteen. En handig ben ik ook al niet.
Hoe ver kan het zijn?
Ik moest dus bus 12 hebben, uitstappen bij het ziekenhuis, dan een klein stukje lopen. Zo had ik thuis opgezocht voor vertrek. Die bus zou rond 22.00 uur voor het laatst rijden, ruim na mijn landing. Op het vliegveld stond het busstation keurig aangegeven. Daar was geen bus 12. Daar waren ook geen bordjes waarop een 12 stond. Het hoogste getal was 10. Ik liep een paar keer heen en weer. Was er aan de andere kant van het vliegveld misschien nog een busstation? Er was niemand bij de bussen, dus ik vroeg naar bus 12 aan mensen die op de tram stonden te wachten. Zij hadden geen idee. Ik vroeg het nog eens aan iemand in het vliegveld. ‘Je ne sais pas.’
Natuurlijk had ik niets te eten of drinken bij me, maar ik ging ervan uit dat de basics wel aanwezig waren in het appartement. Dat ik op zijn minst een kop thee kon zetten. Niet dus. Wel een waterkoker, maar geen theezakjes. Wel een koffiezetapparaat, maar geen koffie of koffiefilters. Ik had geen zin om in het donker op zoek te gaan naar een winkel, ik had mijn portie donker wel gehad. Ik kroop in bed na een glas kraanwater, dat in Frankrijk niet half zo lekker is als bij ons. Een fantastisch bed met heerlijke kussens, dat dan weer wel.
Om alles wat na het ongelukkige begin kwam. Ik stond knettervroeg op om te werken zodat ik ook op tijd kon stoppen om op ontdekking te gaan. En ik werd niet moe van dat vroege opstaan.
Om het prachtige uitzicht vanaf mijn balkon. Uitzicht op de bananenbomen op het balkon onder dat van mij. Op de palmbomen in de gezamenlijke tuin. Op de zee, in de verte, maar toch duidelijk zichtbaar. Als je dan toch ergens moet werken, is dit de perfecte plek. Die luxe heb je als zzp’er.
Om de mooie wandeling die ik moest maken om de berg af te komen en zelfs om de wandeling terug naar boven, die absoluut niet meeviel. De eerste keer stond ik te hijgen als een sledehond.
Om het kijken naar de azuurblauwe zee met de bergen in je rug. Golven blijven toch iets magisch.
Om de prachtige stad met zijn gele gebouwen, groene luiken, overdadige ornamenten. De pompeuze musea. De was aan de balkons. De bloemen in alle kleuren. De citroen- en sinaasappelbomen in de voortuintjes. De muziek door de openstaande ramen.
Om de vele parken en speelpleintjes. Ik hoefde nooit lang te zoeken waar ik mijn lunch zou eten, want om iedere derde hoek lag wel een keurig onderhouden park vol weelderig groen.
Om de lokale keuken. Uiteraard om de keuken. Want lekker eten is altijd een goed idee. Vers stokbrood en croissantjes. Verse vis. Alle typische streekgerechten: salade niçoise, socca en pissaladiÚre (daar kan nooit te veel ansjovis op zitten). Maar ook de vele zalige zoetigheid uit de Noord-Afrikaanse winkeltjes. Tijdens de ramadan zijn de stapels chebakia overal torenhoog. Gunstige bijkomstigheid in Nice: uiteten hoeft niet duurder te zijn dan boodschappen doen. Op de meest toeristische plek waar ik zat, had ik een voor- en hoofdgerecht, wijn en koffie voor 32 euro.
Om de levendigheid. Dansers en muzikanten op straat. Jongeren (en een enkele oudere) die stunts oefenen op skateboards, skeelers, eenwielers. Jongeren met hun drankjes op het strand. Ouderen met hun krasloten op de terrassen van de Bar Tabac.
Om mijn geliefde taal te kunnen spreken en te merken dat ik die nog steeds redelijk onder de knie heb.
Waarom vind ik alleen op reis gaan leuk?
Omdat het heel rustgevend is om een tijdje alleen op jezelf aangewezen te zijn. Mijn hoofd was al snel leger dan in de maanden voor mijn vertrek. Ik moet toegeven dat de onbevangenheid die ik op mijn achttiende in Benin en op mijn 22e in Senegal had er wel een beetje af is. Daar stortte ik me zonder nadenken in allerlei avonturen. Nu let ik toch wat meer op. Zijn mijn sleutels veilig weggestopt? Is de rits van mijn tas goed dicht? Ziet dit steegje er misschien iets te donker uit? Wat als die kerel die net naar me siste en âHello madamâ riep me achterna komt?
Met mijn verstand op nul aan een wandeling beginnen en wel zien waar ik uitkom (en dan op een gegeven moment mild in paniek raken omdat ik wel erg ver van huis ben en geen idee meer heb waar dat huis ligt). Trots zijn op mezelf als ik die half gescheurde kurk toch uit de fles krijg. Ongegeneerd wijn nemen bij het ontbijt, want het is zonde dat die fles nog niet leeg is voordat ik vanmiddag terugvlieg. En concluderen dat ie zelfs beter smaakt dan de avond ervoor. Voor me uit staren zonder dat iemand aan me vraagt waar ik aan denk.
Niet nadenken
En heel eerlijk. Vaak dacht ik maar heel weinig. Of mijn croissantje nog in mijn tas zat. Of ik mijn shirt nog een keer aankon (even ruiken!). Dat het niet heel handig was om de zee over mijn schoenen te laten klotsen. Veel dieper gingen mijn gedachten niet. Dat had misschien wel gemoeten. Want mijn reis naar Nice was ook bedoeld om erachter te komen waarom het de laatste tijd niet zo goed met me gaat. De dansende letters op het scherm, de ontsteking achter mijn oor, de extreme moeheid waren er natuurlijk niet zomaar.
Moet ik mijn werk anders aanpakken? Moet ik een stagiaire nemen? Moet ik nog energie steken in bepaalde relaties of moet ik gewoon leren omgaan met hoe die relaties nu zijn? Ga ik nog eens in mijn verleden peuteren op zoek naar bepaalde antwoorden, of laat ik het rusten? Voor die vraagstukken moet ik nu dus tijd maken. Gelukkig heb ik in Nice nieuwe (zonne-)energie opgedaan. Ik kan er in ieder geval weer even tegen.
Het is hier stil. Al maanden. Terwijl ik doorgaans blij word van bloggen. Maar de inspiratie is een beetje kwijt en mijn leven loopt iets minder op rolletjes dan dat ik gewend ben. Te veel open eindjes in mijn hoofd. Waardoor ik voortdurend dingen vergeet. Op mijn zakelijke website schreef ik daar al over. Toch heb ik nog steeds geen reden tot klagen. Ik ben dankbaar voor heel veel dingen. Deze rubriek helpt om weer eens in mijn handjes te knijpen en me te realiseren dat ik een bofkont ben.
Ik word blij van: de herfstkleuren. In de blaadjes. En in de lucht. Het geel, roze en oranje stemt me vrolijk. Net als de meesjes in de pot vogelpindakaas. Dat er nog steeds bloemen bloeien in de tuin. En dat ik deze week voor de tigste keer frambozen plukte in eigen tuin. In november! Ik denk dat ik heel blij word van de interieurverzorgster die vandaag voor het eerst kwam poetsen. Ik betaal met heel veel liefde voor tijdwinst. Tijd die ik niet besteed aan stoffen en zuigen, maar aan het nog eens nalezen van een tekst voordat ik op ‘versturen’ klik. Tijd die ik besteed aan het zoeken naar onderwerpen om over te schrijven. Tijd die ik kan besteden aan het lezen van de hele zaterdagkrant in plaats van alleen de voorpagina, omdat poetsen een grote hap uit de zaterdag neemt. Of aan uitslapen. Of aan uitgebreid koken.
Ik lees: nog steeds iedere ochtend de krant. Met een kop koffie on the side. En iedere avond lees ik voor het slapen in een boek of tijdschrijft. Het boek Slot van Octavie Wolters las ik deze weekuit. Een atypisch boek voor mij, want geen moord en doodslag. Het las heel gemakkelijk weg, ondanks het onderwerp: depressie in tijden van corona. De zwarte Napoleon ligt klaar als volgende boek.
Ik luister: de Top 1500 van Kink. Zo fijn. Tool, Radiohead, Pearl Jam, Smashing Pumpkins. Een soort herbeleving van mijn pubertijd, maar dan zonder de onzekerheden en de drang om ergens bij te horen.
In mijn hoofd ben ik nog steeds achterin de twintig. Net afgestudeerd en nog een beetje groen achter de oren. Ik kan goed leren en leuk schrijven, maar weet nog niet zo veel van de wereld. De mensen die ik moet interviewen zijn per definitie ouder en wijzer en echte experts in hun vakgebied. Laborant, advocaat, hoogleraar, CEO? Dan ben je 40+ en onwijs goed ingevoerd in wat je mij wil vertellen. Je ziet er keurig uit, met een op maat gemaakt jasje, een kapsel en goed verzorgde nagels.
Over twee weken word ik 39. Het is 16 jaar geleden dat ik mijn bachelor journalistiek haalde. Sindsdien schreef ik voor kleine en grote bedrijven. Voor de provincie en verschillende gemeenten. Voor gezondheidscentra en maatschappelijke organisaties. Soms ben ik woordvoerder, soms adviseur. Steeds vaker ben ik ouder dan de man of vrouw aan de andere kant van de tafel. De praktijk komt al jaren niet overeen met mijn gedachten, maar het dringt nog steeds niet tot me door.
Vanmorgen op de fiets, onderweg naar een interview met iemand die ‘prof. dr.’ voor zijn naam en een aantal prijzen op zijn naam heeft staan, maakte ik me dus weer enorme zorgen. Had ik me wel goed genoeg voorbereid? Zou ik door de mand vallen vanwege mijn gebrek aan medische kennis? En was ik niet vreselijk under dressed in mijn fleurige zomerjurkje?
Hij droeg een spijkerbroek en een polo en gebruikte wel drie keer de zin ‘dat laat ik aan jou over, want jij bent de expert’.
Dat ik in augustus 2008 voor mezelf begon, was een goed idee. Dat ik op 1 januari 2017 helemaal gedag zei tegen werken in loondienst, was een nog veel beter idee.
Het gaat goed met Lieke Schrijft, met een omzet die is verdubbeld sinds ik van 3 naar 5 dagen als zelfstandige ging. Toch twijfel ik soms nog aan mezelf als ondernemer. Vooral nu de zomer begint. Een rustige periode qua werk waardoor er minder geld binnenkomt, terwijl mijn uitgaven juist stijgen (festivals, terrasjes, zomerjurkjes).
Niet goed genoeg
Toen ik begon met Lieke Schrijft, dacht ik vooral âik ben niet goed genoegâ en âik heb niet veel toe te voegen aan het bestaande aanbodâ. Ik had het ook altijd over mijn bedrijfje. Nu ik bijna 10 (!) jaar bezig ben, twijfel ik nauwelijks nog aan mijn schrijfkunsten, maar des te meer aan mijn ondernemerskwaliteiten. Een cursus verkooptechnieken heeft me niet veel geholpen bij het commerciĂ«ler zijn en het kansen grijpen. En alle goede voornemens ten spijt, loop ik alweer hopeloos achter met mijn boekhouding. Soms, als ik niet lekker in mijn vel zit, lijken dat genoeg redenen om op zoek te gaan naar een baan in loondienst.
Niet opvallen
Ik ben altijd hard geweest voor mezelf. Wilde tot een bepaalde leeftijd niet teveel opvallen. Waarom? Het is toch stom om een soort grijze muis of Truus doorsnee te zijn? Ik voelde al heel jong de drang om mezelf te zijn, maar durfde meestal niet. Alhoewel, toen ik echt jong was blijkbaar wel. Er bestaan foto’s van mij, afgezonderd op mijn eigen kinderfeestje, spelend in mijn eigen wereld. Dat de andere kinderen er speciaal voor mij waren en liever wilden springtouwen of hoelahoepen, maakte me blijkbaar niet veel uit.
Waarom sloop de angst erin om mijn eigen weg te gaan? Waarschijnlijk omdat ik bang was dat anderen mij dan niet meer leuk zouden vinden. Omdat ik ergens bij wilde horen. Omdat ik wel bijzonder wilde zijn, maar niet zo speciaal dat ik alleen over bleef. Als ik mijn oude dagboeken teruglees, zie ik dat het in de pubertijd een bange chaos was in mijn hoofd.
Niet durven
Op de middelbare school en tijdens mijn studie journalistiek keek ik enorm op naar de individuen die zichzelf durfden te zijn (of waarvan ik dacht dat ze zichzelf waren). Zij waren vaak alleen, zoals het in het zwart geklede meisje dat soms haar rat mee naar school nam. Of ze waren enorm populair en voortdurend omringd door anderen. Zij durfden wat ik niet durfde: hun kop boven het maaiveld steken.
Direct na mijn eindexamen deed ik overigens iets wat anderen niet durfden. Ik vertrok voor drie maanden naar Benin, een land waar ik nog nooit van had gehoord, laat staan dat ik iets van de plaatselijke normen en waarden wist. Toch verdween ik op het HBO weer een beetje naar de achtergrond.
Toen ik ging werken en later toen ik mijn tweede studie communicatie- en informatiewetenschappen deed, keek ik veel minder tegen anderen op. Ik vond het ook veel minder erg om op te vallen, getuige allerlei kleuren in mijn haar en in mijn jurkjes. En inmiddels spreek ik wekelijks mensen die wel willen maar niet durven wat ik wel durfde: een eigen bedrijf beginnen.
Een bedrijf dat tien jaar later nog bestaat en waar het goed mee gaat. Dus *schop onder mijn kont* doe die zorgen de deur uit en vier de zomer!
Een paar weken geleden schreef ik iets over een vork en te veel hooi. Over huilend naar huis rijden van een klant, omdat ik door de deadlines het bos niet meer zag. Gelukkig leer ik altijd van mijn fouten. NOT!
Nadat we terugkwamen uit Brussel had ik even niet zo veel te doen, ik sliep nog een dagje uit, ging met een vriendin koffiedrinken, maakte een wandeling. Toen begon ik me zorgen te maken. Want als ik niet werk, komt er geen geld binnen.
Ik weet niet hoe het zou moeten voelen, maar ik geloof niet dat ik me 36 voel.
Vaak voel ik me klein. Of kinderachtig. Vooral als ik met andere ondernemers praat, waarvan ik standaard aanneem dat ze ouder zijn dan ik. Vol vuur vertellen ze over hun visies, hun doelen, hun kantoor en hun klanten.
De weg naar waar ze nu zijn, was bovendien met zorg uitgestippeld en liep volgens plan.
Als ik er tijdens zo’n gesprek achter kom dat ‘die ander’ ook in 1980 is geboren, moet ik soms discreet een hand onder mijn kin plaatsen om te zorgen dat mijn mond niet openvalt.
Als zelfstandige moet je voor je eigen belangen durven opkomen. Wie mij kent, weet dat ik absoluut geen held ben op dit gebied. Maar er is niemand anders die het voor me doet. Niemand die vraagt of ik buikpijn of slapeloze nachten heb van een opdracht, niemand die vraagt wat ik eigenlijk nodig heb om mijn werk goed te kunnen doen. De leuke jongen uit de trein geeft natuurlijk bakken vol morele steun, maar mijn poot stijf houden, dat moet ik zelf doen.
Ondertussen is de hype van #ditzegjeniettegendebakker alweer over zijn hoogtepunt heen, maar de praktijk blijft helaas ongewijzigd. Jammer. Heel jammer.
âZes maanden geleden ben je bij me geweest om een opdracht te bespreken voor 2000 broden. Dat gaat nu spelen. Kun je morgen leveren?â
De mensen die proberen voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten, zullen het zich lang niet altijd realiseren, maar het doet pijn om dit soort verzoeken te krijgen. Het betekent dat ik niet serieus word genomen en geen waardering krijg voor iets waar ik echt wel goed in ben. (Zo!)
Toen het twaalf uur werd, knuffelde en kuste ik eerst de leuke jongen uit de trein. Daarna omhelsde ik de acht andere gezelligheidsdieren in onze afgesloten stamkroeg. We liepen naar buiten. We hadden bubbels. Het was droog. We deden niet aan vuurwerk, wel aan sterretjes. De rest van de nacht brachten we lachend, etend, drinkend en spelletjes spelend door. We zijn daar goed in. Het nieuwe jaar is begonnen zoals het moest beginnen.
Inmiddels is het alweer dag 3 van 2016. Een beetje stiekem beantwoordde ik de eerste e-mails. Werkte ik aan een nieuwsbrief voor Lieke Schrijft. En zocht ik de eerste bonnetjes bij elkaar voor mijn belastingaangifte. Ongestructureerde werkzaamheden tussen het gelukkig-nieuwjaar-wensen en uitslapen door.
Als ik al goede voornemens heb, dan hebben die vooral betrekking op een betere planning van mijn werk, waardoor er meer tijd overblijft om te genieten van mijn vrije tijd. Minder werkontwijkend gedrag. De kracht om nee te zeggen als ik ergens geen zin in heb. Het enthousiasme om ja te zeggen als een opdracht me gelukkig maakt, ook al weet ik nog niet hoe ik die in moet plannen. En ik ga eindelijk werk maken van die werkplek buiten de deur.
Ik hoop dat 2016 een zorgeloos jaar wordt. Voor mij, voor jou. Normaal houd ik er niet van om Engelse woorden te gebruiken in een Nederlandse tekst, maar soms is die taal zo veel krachtiger dan de onze. Dit is mijn wens voor iedereen: worry less, love more and don’t regret.