Dim, dam, dilemma

Op 1 juli stoppen met alle werkzaamheden die niet tot Lieke schrijft behoren, dat gaat dus niet lukken (zie mijn vorige blog). Dat doet een beetje pijn.

Maar een hele blije recruiter die mij van harte feliciteert omdat ik ben aangenomen bij bedrijf X, daar word ik ook niet blij van. Al lag dat niet aan de tekst: “Proficiat Lieke! Ze zijn super enthousiast over jou en willen heel graag met je verder.”

Op papier leek de functie fantastisch. Het bijhouden van social media voor een internationaal bedrijf met vooral Franstalige klanten. Puntje bij paaltje blijkt dat maar een klein deel van de baan te zijn en moet ik vooral de telefoon gaan opnemen voor een ander bedrijf dat zowel qua producten als qua filosofie lichtjaren bij mij vandaan staat.

Het salaris is niet beter dan wat ik nu heb. Het contract ook niet, want via een uitzendbureau. Maar omdat het zo zou kunnen zijn dat het leuke deel van de functie uiteindelijk de overhand neemt, ben ik toch aan het twijfelen.

De onderneming waar ik nu sta, kan mij er over een paar maanden uitgooien. Maar ik kan ook een vast contract krijgen. Dat laatste zou huizenkooptechnisch heel gunstig zijn. Maar is dat een reden om te blijven? Misschien niet. Ik heb er hele leuke collega’s en dat is wel veel waard.

Morgen moet ik beslissen…

Faal

Ik wist het zeker, op 1 juli 2015 had ik geen andere banen meer nodig, want ik zou kunnen leven van mijn eigen bedrijf. Dat kreeg iedereen te horen die mij rond de jaarwisseling naar mijn goede voornemens vroeg. En ook later riep ik dat nog regelmatig, want het moest verdorie maar eens afgelopen zijn met het afnemen van enquetes, het smeren van broodjes, het opnemen van de telefoon en andere nevenactiviteiten waar ik geen voldoening uit haalde. De economie zou aantrekken, mijn netwerk zou zich uitbreiden, appeltje eitje.

En toen zat de eerste helft van dit jaar er alweer bijna op. Deed ik genoeg? Blijkbaar niet. Ik ging naar netwerkbijeenkomsten, promootte mezelf waar ik de kans kreeg en verhoogde zelfs mijn uurtarieven. Maar als ik een voorzichtige blik op mijn financiën werp, verdien ik tot nu toe in 2015 ongeveer 10 euro meer per maand uit mijn eigen bedrijf dan in 2014. Dat komt dus niet eens in de buurt van ‘genoeg om van te leven’. Tenzij ik naar, pak ‘m beet, Benin emigreer. Wat ik geenszins van plan ben, ondanks de fantastische, zonnige dagen die ik er afgelopen maand doorbracht.

Zoeken. Dwalen. Falen.
Faal. Faaltaal. Fataal.

Pubermeisjes

Kwart over tien ’s morgens.

Met een triomfantelijk gezicht komt ze de supermarkt uit. Demonstratief gooit ze haar zakje met boterhammen in de vuilnisbak en trekt een zak chips open. Ze is een jaar of twaalf. Ze is dun. Ze draagt een strakke spijkerbroek met gaten op de knieën, zoals dat blijkbaar weer helemaal in de mode is. En ondanks de dikke laag make-up kan ik zien dat ze bleek is en dat ze haar jeugdpuistjes niet helemaal onder controle heeft. Een van de twee vriendinnen die buiten op haar zit te wachten, vindt het maar niets. Ze trekt haar wenkbrauwen op en neemt nog een hap van haar boterham (ook uit een plastic zakje, jammer). De andere vriendin vindt het juist een super stoere actie en roept “Vet ontbijt! Mag ik ook wat?”

Ik loop de supermarkt binnen en denk van alles over populaire meiden, meelopers en buitenbeentjes. Over hoe je chips als ontbijt kunt nemen en toch zo dun kunt zijn. En over hoe gemeen meiden tegen elkaar kunnen zijn. Wordt het meisje dat wel haar boterhammen at straks uit het vriendinnengroepje gemikt?

Ik kan maar één conclusie trekken: ik ben blij dat ik geen twaalf meer ben.

Een week en een halve dag

Zo lang ben ik terug uit Benin. Het lijkt alweer maanden geleden. De snelheid waarmee mijn leven hier voorbij raast, ik vind het niet normaal. De snelheid waarmee ik me alweer aan dingen erger (het uitvallen van een trein of het uitlopen van een vergadering) is zelfs ronduit beangstigend.

Genieten, daar ben ik toch ook best goed in? Al helpt een bepaalde omgeving natuurlijk wel:

DSCN2542DSCN2405[1]DSCN2512[1]DSCN2515[1]
Voor de verhalen bij deze zonnige foto’s, lees mijn wereldblogs.

Toch is het fijn om terug te zijn. Om mijn leven weer te delen met mijn lief. Om met vrienden op een terras te zitten en de wereld om ons heen van commentaar te voorzien. Om een goede kop koffie te drinken (daar snappen ze in Benin echt niets van, van koffie) en de krant te lezen.

Ik heb in Benin genoeg vitamine D opgesnoven om er weer een tijdje tegenaan te kunnen.

Afrika is geen land. En het is ook niet eng.

Mart Hovens schreef een tijdje geleden op Afrikanieuws.nl het artikel dat ik ook wilde schrijven. Een soortgelijk verhaal zat al een tijdje in mijn hoofd. Maar wat andere mensen beter kunnen, moet je gewoon erkennen. Dus heb ik een beetje leentjebuur bij Mart gespeeld, omdat hij sommige dingen zo mooi formuleert dat ik het niet beter kan zeggen. Dankjewel Mart.

Benin 2 001
Nu ik op het punt sta voor de derde keer naar Benin te gaan, merk ik weer hoe veel mensen spookbeelden in hun hoofd krijgen als het over Afrika gaat. Waar komt deze angst vandaan? Komt het doordat onze media vooral aandacht besteden aan negatief nieuws en niet aan positieve ontwikkelingen? Of leidt onze welvaart tot de illusie dat het leven maakbaar is en we geluk zelf in de hand hebben? Begrijpen we de minder fortuinlijken daarom niet? Volledige veiligheid of bescherming tegen onheil bestaat niet en daar moeten we ons bij neerleggen. Risico’s zijn te verminderen maar niet uit te sluiten. Ook niet met de steun van religie, inlichtingendiensten, (reis)verzekeringen, heuptasjes, credit cards, veiligheidscamera’s, desinfecterende zeep, gekookt water of steriele naalden.

Heel Afrika wordt als eng en gevaarlijk beschouwd. Waarbij veel mensen standaard vergeten dat Afrika geen land is en dat de verschillen tussen Marokko en Botswana minstens even groot zijn als tussen Spanje en Letland. Waarbij de meeste mensen ironisch genoeg wel een positief beeld hebben van Zuid-Afrika, waar de criminaliteitscijfers tot de hoogste van de wereld behoren. Nagenoeg alle Afrikaanse landen krijgen van Buitenlandse Zaken code geel (let op, veiligheidsrisico’s) of erger. Maar wat zijn de feiten?

Ja, de ‘leden’ van Al Shabaab en Boko Haram vermoorden onschuldige mensen. Joseph Kony is nog steeds niet gevonden. Kindsoldaten worden nog steeds geronseld. Verkrachting wordt soms ingezet als oorlogswapen. Maar in het grootste deel van het continent heb je even weinig kans om een terrorist in de ogen te kijken als in een Nederlandse polder. Kreeg Parijs code geel na de aanslag op Charlie Hebdo? Natuurlijk niet.

Ja, ebola is een dodelijke ziekte. Tegelijkertijd zijn er maar een paar landen door getroffen en is het risico voor toeristen nihil. De afstand tussen Liberia en Benin is pak ‘m beet 1334 km. Vergelijkbaar met de afstand tussen Maastricht en Barcelona. Malaria komt in veel meer landen voor, is vele malen besmettelijker en eist veel meer slachtoffers, zowel onder de plaatselijke bevolking als onder reizigers, maar je leest er zelden iets over. Tegen beide ziekten had wellicht al lang een afdoende en betaalbaar medicijn op de markt kunnen zijn, als er maar genoeg aan te verdienen zou zijn geweest.

Ik snap er maar weinig van hoe “wij” denken. Hopelijk kan ik met mijn reis naar Benin en de verhalen die ik erover ga schrijven, de angst voor het onbekende bij een paar mensen wegnemen. Of misschien moet ik het houden bij een paar mooie foto’s van kleurrijke mensen, goudgele stranden en mangrovebossen in vijftig tinten groen. Want een beeld zegt meer dan 1000 woorden:
DSCN2579[1]

Met het gevaar dat ik extreem links, populistisch of jaloers klink: wat een graaiers/zakkenvullers!

Mijn zakelijke rekening heb ik bij Triodos. Ik krijg er bijzonder weinig rente en betaal er relatief veel voor het ‘gebruik’. Maar ik word keurig op de hoogte gehouden van de projecten waar de bank in investeert: Triodos zet zich in voor de culturele sector, natuur en milieu, maatschappelijk werk en internationale samenwerking. Sectoren en zaken waarin ik vanuit mijn eigen bedrijf en als vrijwilliger ook actief ben. Projecten waar ik achter sta.

Mijn ‘bijbanenrekening’ heb ik van oudsher bij ING. Van toen het nog de Postbank was en een vriendelijke, blauwe leeuw naar me grijnsde vanaf de envelop waarin het nieuwe saldo van mijn Penny-rekening te lezen was.

Vandaag lees ik in de krant dat de topmannen bij ING een loonsverhoging krijgen van tussen de 20 en 30 procent waardoor ze allemaal ruim boven het miljoen per jaar gaan verdienen. Bij goed presteren kunnen ze daaroverheen nog een bonus van 20 procent binnen harken.

Het bankfiliaal waar ik vroeger kwam om overschrijvingen in de brievenbus te gooien, is al lang gesloten. Ook in mijn huidige woonplaats zijn eerst een aantal blauwe, later een aantal oranje leeuwen verdwenen. Misschien denk ik te simpel, maar ik vermoed dat de medewerkers die daardoor op straat zijn komen te staan het minder goed getroffen hebben dan die topmannen. En de sector krimpt nog steeds. Waarom het geld dat ze bij ING ‘ineens’ over hebben sinds de staatsschuld is afbetaald niet steken in een beter sociaal plan? Omscholing van medewerkers? En hoe lang zouden de medewerkers op de vloer (callcenter, administratie, bedrijfsrestaurant…) al geen salarisverhoging meer hebben gehad?

Hoogste tijd om de nostalgie voor de rekening waarop het zakgeld van mijn ouders en het rapportgeld van mijn oma werd gestort, los te laten. Hoogste tijd om mijn geld te verhuizen. Of heeft dat geen zin? Er staat zo weinig geld op dat ze het bij ING niet eens zullen merken.

Na een week van weerstaan en toegeven

Een beetje angstig pakte ik vanmorgen mijn sportspullen bij elkaar. Op weg naar de eerste keer afzien met mijn personal trainer. Ik ging ervan uit dat het zwaar zou worden en rekende op liters zweet. Dat viel mee. Mijn hartslag liep flink op, maar ik hield het goed vol. En ik heb mijn kop wel eens roder gezien dan vanmorgen. Met die basisconditie van mij, zit het gelukkig wel goed 🙂

Volgens de enge weegschaal verkeer ik nog steeds in de categorie zwaar overgewicht en die metabolic age van 49 bleef ook staan. Maar het resultaat na een week van “ah neem nou – nee echt niet – doe niet zo ongezellig” en dan soms voet bij stuk houden en soms toegeven, mag er zijn: -1,8 kilo.

Maak jullie geen zorgen. Bijbuien.com wordt géén blog over diëten, sporten en afvallen. Maar dit moeizame doch positieve begin van een gezonder leven, wilde ik graag even delen. *en zij nam nog een selderijstengel en een glas water*

Opeens het onrecht

We waren maar twee maanden collega’s en werkten eigenlijk nooit samen. We losten elkaar af. Toch was je meteen mijn lievelingscollega, omdat we over veel gebeurtenissen dezelfde mening hadden. We waren verbaasd over dezelfde dingen. En we deelden onze liefde voor boeken en documentaires. Zo kon het gebeuren dat het overhandigen van de portofoon zomaar tien minuten duurde en jij bijna je trein miste omdat we nog stonden te kletsen.

Toen werd jouw contract niet verlengd. Je vermoedde dat dat kwam doordat je om duidelijkheid had gevraagd een paar weken voor je proeftijd afliep. Je hoefde je proeftijd ná die vraag niet eens meer af te maken. Iets wat mij ook had kunnen gebeuren, want ik stel ook wel eens van dat soort vragen.

Je vertrok met opgeheven hoofd, vol vertrouwen dat er iets nieuws op je pad zou komen. In de tussentijd zou je leuke dingen gaan doen met vriendinnen en veel tijd en aandacht aan je familie besteden. Je vertelde dat je naasten, waarvan een aantal vocht tegen nare ziekten, je steun en aandacht goed konden gebruiken. Je vond het fijn dat je daar nu de tijd voor had.

Op mijn laatste twee e-mails kwam geen antwoord.

Vandaag hoorde ik dat je bent overleden. ‘Na een kort ziekbed’ zoals dat dan heet.

Oneerlijk. Onrechtvaardig. Onzinnig.

Ik hoop dat je naasten veel steun hebben aan elkaar.

Rust zacht lieve J.

In levensgevaar en het nut van de opleiding communicatie- en informatiewetenschappen

DSCN2113

Eén van de vele voordelen van zelfstandig tekstschrijver zijn, is dat je al eens aan handige ruilhandel kunt doen. Vooral met vormgevers en fotografen maak ik wel eens afspraken, een tekst in ruil voor een logo, huisstijl, visitekaartje, of fotoshoot.

Maar de laatste voor-wat-hoort-wat is een heftige. Ik schrijf teksten voor een personal trainer. In ruil geeft hij mij voedings- en sportadvies en trainen we een keer per week samen. Nadat ik de sportieveling had geïnterviewd over zijn liefde voor spinnen (de fietsen, niet de insecten), zijn wil om altijd te winnen en zijn ervaringen als fitnesstrainer moest ik mijn schoenen uittrekken. Of ik even op zijn weegschaal wilde gaan staan. Dat had ik diezelfde ochtend thuis ook nog gedaan, dus ik schrok niet van wat ik zag. Maar uit het geavanceerde gevaarte rolde vervolgens een papiertje met alarmerende gegevens. Mijn gewicht in het algemeen en mijn vetmassa in het bijzonder, waren zwaar onvoldoende en mijn daarop gebaseerde ‘metabolische leeftijd’ is 49. Vijftien (!!) jaar ouder dan dat ik in werkelijkheid ben. Uit de test die ik vervolgens moest invullen met allerhande vragen over vermoeidheid, gewrichtsklachten en cholesterol kwam een confronterende en onheilspellende uitslag: “Jouw levensstijl is een aanslag op je lichaam en je leven.”

Een sterke fear appeal zoals we er tijdens onze opleiding communicatie- en informatiewetenschappen honderden voorbij zagen komen.

En ik maar denken dat ik helemaal niet zo slecht bezig ben. Ik sport twee keer per week, leg zo veel mogelijk afstanden te voet af, eet veel verse groenten, haal bijna nooit afhaalvoedsel en drink alleen alcohol in het weekend. Ja, ik neem wel eens een koekje of chocolaatje bij de thee en schep ’s avonds al eens te veel op mijn bord, maar dat compenseert elkaar toch? Niet dus.

Op dagen dat ik vooral thuis werk, houd ik me (tot nu toe) aan het voedingsadvies. Ik wil 34 zijn, geen 49! Verleidingen weet ik (tot nu toe) redelijk goed te weerstaan. Ik bezweek niet voor de zak chips die de leuke jongen uit de trein vrijdagavond smakelijk zat leeg te eten naast me op de bank. De collega’s wisten in het werkoverleg geen cake of muffin aan me te slijten (en wat bleven ze aandringen en wat zagen die muffins er lekker uit). Ik vergaderde vanmorgen met zwarte koffie, terwijl ik veel meer zin had in cappuccino. En terwijl ik dit schrijf, drink ik een glas vers vruchtensap en kauw ik op een selderijstengel. Maar sociaal als ik ben, vraag ik me af hoe lang mijn schrik het blijft winnen van het ‘gezelligheidsargument’.

“Drink je water? Wat ongezellig. Neem een lekker wijntje.”

Dan ben ik dus al bijna verkocht. Peer pressure versus de fear appeal. Ik heb best veel geleerd tijdens mijn opleiding 🙂

Maar wat ik ook leerde tijdens mijn opleiding was dat je de gewenste gedragsverandering zo makkelijk mogelijk moet maken. Hoe meer obstakels, hoe minder kans dat de mensen die je wilt beïnvloeden het gewenste gedrag gaan vertonen. Dat ik volgens het voedingsadvies zes keer per dag moet eten en liefst elke dag iets anders, is een behoorlijk obstakel. Ik heb helemaal geen tijd om zes keer per dag te eten en met zo veel ingrediënten op het menu, heb je nog minstens drie andere eters nodig om aan het eind van de week niets weg te hoeven gooien.

‘Je bent het gelukkigst als je tevreden bent met wie/hoe je bent’, vond ik ook altijd een ijzersterk argument…

Brief aan mijn nichtje #12

Drie jaar geleden werd je geboren, terwijl de leuke jongen uit de trein en ik onze laatste vakantiedag vierden in Fez. Het vieren van dingen heb jij inmiddels tot kunst verheven.

Je verjaardag vierden we afgelopen zondag. Jij was het stralende middelpunt in een huis vol bezoek. Met een ontembaar enthousiasme at je taartjes, pakte je cadeautjes uit en danste je door de kamer. Energie voor tien. Kussengevecht met je beste vriendje en je oom. Springen op de bank. Kleien met de oudere kinderen, knuffelen met de jongste.

Dat je een echt feestvarken bent, bewees je twee weken geleden al. Waar je vorig jaar nog niets van carnaval moest weten en het allemaal maar eng vond, stond je dit jaar op de eerste dag in je kabouterpakje op een podium tussen een hele groep bont verklede kinderen. Dansen, dansen, dansen en gooien met confetti. Véél confetti.

Jij besluit in een halve oogopslag of je iemand ziet zitten. En zo werd de oudere man op het terras naast het podium je grote vriend van het moment. Onvermoeibaar rende je naar hem toe om hem een bierviltje te geven en dat vervolgens weer af te pakken en hard weg te rennen. Ook de volgende dag koos je een meneer uit. Hij kreeg geen bierviltje, maar werd door jou bekogeld met confetti. En vond dat prima. Want jij komt overal mee weg.

De onbevangenheid waarmee je (als je in feeststemming bent) op mensen afstapt; ik hoop dat je die nog lang vasthoud. Dat je blijft geloven in de goedheid van de mens. Dat je met je stralende lach mensen blijft ontdooien.

Van harte gefeliciteerd, hieperdepiep hoera!