Slechte moeder

De wachtkamer van de huisarts.
Hartverscheurend gehuil vanuit de behandelkamer.
Een oudere mevrouw gaat naast me zitten.
“Is de assistente er niet?”, vraagt ze.
“Die heeft vermoedelijk haar handen vol”, antwoord ik.
“Oh ja, ik hoor het.”

Tien minuten later komt mijn nichtje uit de behandelkamer.
Rode wangen, rode ogen, dikke tranen.
Ze rent op me af en klimt bij me op schoot.

De mevrouw naast me kijkt me vernietigend aan.
“Bent u niet mee naar binnen gegaan?!”
“Ze is mijn dochter niet”, antwoord ik.
“Dan kunt u toch ook mee naar binnen!”

Heel even voel ik mij een slechte moeder.
Dan komt mijn zusje uit de behandelkamer.

Ik was geen Charlie, ik ben geen Frankrijk

DSCN0030Doen de aanslagen in Parijs me meer dan die in Aleppo, Maiduguri, Beiroet, Iguala? Ja en nee.

Ja, omdat ik Parijs goed ken, me er thuis voel, er het liefst elke maand een weekendje naartoe zou gaan. Daardoor is de gedachte ‘Ik had daar kunnen lopen’ onontkoombaar.

Nee, omdat elk mensenleven even veel waard is. Een leven van iemand in Parijs heeft geen recht op meer verdriet en persaandacht dan het leven van iemand in Baghdad. Ook al weet ik dat het in de media zo werkt. Er is zelfs een bekende formule voor.

Ik was geen Charlie.
Want hoe zit het dan met al die journalisten die dagelijks verdwijnen in landen waar persvrijheid een scheldwoord is of een doodsvonnis?

Ik ben geen Frankrijk.
Mijn profielfoto op Facebook verdwijnt niet onder een Franse vlag. Want als ik een Facebooker was in -pak ‘m beet- Irak, Turkije of Congo, zou het me kwetsen. ‘Wel massale steun voor een westers land. Niet voor ons.’ En wat hebben nabestaanden aan onze 1x-klikken-solidariteit?

Denken “wij” eigenlijk ooit verder dan ons eigen belang? ‘Kijk mij eens meeleven met die Fransen.’ Maar ondertussen halen we onze schouders op bij het beleid van onze Grote Leiders, die toch vooral bezig zijn met olie uit het Midden-Oosten halen en terroristen (+ de mensen die voor de terroristen vluchten) in het Midden-Oosten houden. Wat dus niet meer lukt.

De zwarte profielfoto’s na MH17 riepen dezelfde weerstand bij me op als de Franse vlaggen. Ja, we willen de onderste steen boven ‘uit respect voor de nabestaanden’, maar het interesseert ons geen drol dat elders in de wereld doofpotten bestaan zo groot als een onweer. Miljoenen mensen weten helemaal niet wat er met hun vader, moeder, broer, zus, opa, oma, zoon of dochter is gebeurd. Zij blijven hopen tegen beter weten in. Worden dagelijks geconfronteerd met misdaden waarnaar nooit een onderzoek gedaan zal worden.

Maar wellicht oordeel ik te hard. Of denk ik te veel na. Het is ongetwijfeld goed bedoeld. Dus doe het vooral: kleur je profiel bleu, blanc, rouge; schrijf dat je bang bent, of dat het tijd is voor actie. Maar ga daarna met elkaar in gesprek, in het echt, face to face. Ontmoet elkaar, leer elkaar kennen en meet met één maat. En praat ook eens met mensen die je wel eens tegen zouden kunnen spreken.

Een late reactie op #zeghet

DSCN2139Vergeleken met mensen wiens verhalen ik lees onder de noemer #zeghet, mag ik van geluk spreken. Ik ben wel eens omhelsd, geknepen en gekust tegen mijn zin. Opmerkingen waar termen als ‘dikke reet’, ‘tietuh’ of ‘stomme stoephoer’ in voorkwamen kreeg ik ook weleens naar mijn hoofd geslingerd. Dan werd ik boos. Gaf een duw. Of liep zwijgend door. Voelde me even rot en dat was het dan. Waarmee ik het ABSOLUUT NIET goed praat of bagatelliseer. Want iedereen moet zijn ongevraagde commentaar en hebberige handjes bij zich houden.

Als jong meisje kwam ik bij een zeer handtastelijke meneer over de vloer. Hij had een paard en een hond waar ik dol op was en weilanden om in te spelen. Ik dacht er niet zo bij na dat deze meneer me altijd vastpakte, me onder mijn shirt op mijn rug wilde kriebelen en vaak zijn blik gefixeerd had op mijn beginnende borsten. Ik vond dat een klein ongemak waar veel lol tegenover stond. Een vriendinnetje dacht daar anders over, vertelde het tegen haar ouders en zij op hun beurt weer tegen mijn ouders. Daarna was de boerderij verboden speelterrein. Ik huilde. Jaren later moest ik op het politiebureau komen. Andere meiden hadden aangifte tegen de meneer gedaan en aan de politie verteld dat ik ook vaak op de boerderij kwam spelen. Als ik het me goed herinner, kreeg de meneer een taakstraf.

Als zestienjarige vroeg een van de populairste jongens van de school of hij mijn vriendje mocht zijn. Hij was twee jaar ouder dan ik en behoorlijk knap, vond ik. Al snel kwam ik erachter dat hij alleen maar mijn vriendje wilde zijn om te experimenteren met seks, zodat hij geen flater zou slaan bij het meisje waar hij écht verliefd op was. Toen we na drie weken nog niet met elkaar naar bed waren geweest -deels omdat ik daar niet op zat te wachten, deel omdat daar nauwelijks mogelijkheden voor waren omdat we allebei nog thuis woonden- maakte hij het uit. Een paar dagen later had hij iets met die ander. Ik was een dag boos, verknalde een wiskundeproefwerk, en ging weer verder met zestien zijn. Zo ver ik weet, is hij nog steeds bij die ander. Dat dan weer wel.

Ik heb nergens trauma’s aan over gehouden. Ben niet bang of wantrouwig. Ben hooguit een stuk minder naïef geworden. Ik ben niet dapper omdat ik dit deel (een veelgelezen reactie op andermans blogs of tweets), want ik ben sowieso een redelijk open boek. Het onderwerp ‘seksueel misbruik’ zou geen taboe moeten zijn. #Zeghet is denk ik een goed begin.

Brief aan mijn nichtje #14

Lieve kletskous,

Je bent je van geen goed bewust, maar de beste afleiding van stress en zorgen, dat ben jij.

De laatste weken lopen mijn hoofd en mijn agenda behoorlijk over. Daar dacht ik gisteravond geen seconde aan. Onhaalbare deadlines, administratieve rotklussen, lastige beslissingen, slapeloze nachten en lege bankrekeningen verdwenen uit mijn systeem toen je gisteravond aan tafel schoof.

Met veel smaak at je de spruiten waar je zelf om gevraagd had. Halverwege je portie, had je genoeg.
“Oké’, nog drie happen”, zei ik.
“Nou, ik denk dat je er nog wel vier op kunt”, zei de leuke jongen uit de trein.
“Vijf!”, riep jij.
En zo geschiede. Er paste zelfs geen toetje meer bij.
“Wat gaan we nu doen?”
“Spelen op de bank!”

Het grote gooi- en smijtwerk kon beginnen. Ik was een beetje bang dat je spruitjes terug naar buiten zouden komen, maar jij hebt blijkbaar een hermetisch afsluitbare maag. De leuke jongen uit de trein gooide met je. Je maakte koprollen en speelde voor vliegtuig. We maakten een schommel van je door je bij armen en benen vast te pakken. Hoe harder we je tegen de bankleuning lieten botsen, hoe leuker jij het vond.

Daarna begonnen de fratsen en het betere acteerwerk. De leuke jongen uit de trein bond een kussen op zijn hoofd. “Nu ben je een luchtballon”, concludeerde jij. Daarna bond hij het kussen voor als een slabber. “Nu ben je een baby.” Je zette een keel op om -zeer geloofwaardig- een huilende baby na te doen en kroop bij me op schoot.

Toen ik voorzichtig vroeg of we zo naar bad zouden gaan, stond jij al halverwege de trap. Ik was helemaal niet van plan om ook in bad te gaan, maar jij kunt zeer overtuigend zijn. Met het douchegordijn dicht hadden we onze eigen tent. Verder deed het bad uitstekend dienst als waterglijbaan en wedstrijddomein tussen een duikende badeend en een springende kikker. De badkamer stond binnen tien minuten blank. Dikke schik dus.

Toch deed je ook niet moeilijk met naar bed gaan. En -bewonderenswaardig- toen ik je anderhalf uur later weer wakker moest maken omdat je mama terug was, stond je meteen op. We kregen een dikke knuffel en een kus en weg was je weer.

Een paar gouden uurtjes op een doordeweekse herfstavond.

In theorie heb ik nooit stress

20151102_130543_resized
Ik sta niet bekend als iemand die snel in de stress schiet. In tegendeel. Ik las net de aanbevelingen op LinkedIn nog eens na om mijn ego een oppepper te geven en daar wordt het bevestigd: Lieke, die kan tien bordjes tegelijk draaiende houden, of tien ballen in de lucht.

“Ze werkt altijd aan meerdere opdrachten tegelijk en dat gaat haar goed af, zonder te stressen.”
“Een keiharde werker die soms vijf paar handen lijkt te hebben – hoe ze anders al haar activiteiten voor elkaar krijgt, zou me een raadsel zijn.”

Maar het lijkt of de magie is uitgewerkt. Ik raak een beetje verstrikt in mijn eigen hoofd. En daardoor ga ik dingen die helemaal niet zo belangrijk zijn steeds meer aandacht geven, tot ik lichtelijk in paniek raak en nergens anders meer aan kan denken dan aan alle dingen die ik nog moet en alle dingen die ik zo graag wil maar die er steeds niet van komen omdat ik eerst nog zo veel dingen moet.

Het ene moment zeur ik tegen mijn geliefden, het andere moment sluit ik me in mezelf op omdat ik er niemand mee wil lastig vallen, want het is toch eigenlijk juist fantastisch dat ik zo veel opdrachten heb. Beide ‘methodes’ werken niet en komen mijn gemoedsrust niet ten goede.

En zo kon het gebeuren dat ik laatst -in een heel gezellig eetcafé waar de leuke jongen uit de trein, een van zijn lievelingscollega’s en ikzelf net heerlijk hadden gegeten- in huilen uitbarstte. Een glas witte wijn in de hand.

En zo kon het ook gebeuren dat ik laatst midden in de nacht wakker lag omdat ik zeker wist dat we nooit meer gaan verhuizen en we voor eeuwig in deze langzaam aan te veel spullen ten onder gaande huurwoning blijven zitten. Toen ik eindelijk in slaap viel, droomde ik eerst dat de schimmel op de badkamer zich massaal had vermenigvuldigd en daarna dat we een hele lieve, roodharige hond in huis namen. (Een verklaring, iemand?).

Ik geloof dat het tijd is om de zaken anders aan te gaan pakken…

Bangerik

De theorie ken ik: brutale mensen hebben de halve wereld. Van de praktijk heb ik honderden voorbeelden gezien tijdens mijn jaar bij de klantenservice, tot aan vervalste bonnetjes van de kleermaker aan toe. Hele volksstammen verlaten dagelijks het warenhuis met cash of nieuwe kledingstukken waar ze strikt genomen geen recht op hebben. Toch blijf ik een ontzettende schijterd als ik zelf iets te klagen heb.

Nu voor de tweede keer achter elkaar een stuk gevulde brie bij het openen van de verpakking een ammoniaklucht vrijliet waar mijn schoenen van uitvielen, toog ik schoorvoetend -met het stinkstuk goed verpakt- naar de supermarkt.

“Goedemiddag. Ik ben normaal echt geen klagerd, maar het is al de tweede keer dat ik een oneetbaar stuk brie heb gekocht. Volgens de datum zou ie nog goed moeten zijn.”
“Wilt u een nieuw stuk?”
“Ik weet niet of ik dat nog durf, nu het al twee keer is mis gegaan. Zou ik misschien ook mijn geld terug kunnen krijgen?”
“Momentje, ik roep even mijn collega.”

Uiteindelijk verliet ik toch met een nieuw stuk brie de winkel. Een iets kleiner stuk dan dat ik had en met dezelfde houdbaarheidsdatum, namelijk morgen. De desbetreffende collega was niet zo van het geld teruggeven. Ik wilde en durfde er verder niet over te zeuren. Het voelde al als een overwinning dat ik überhaupt had geklaagd.

Ik heb thuis meteen een dikke plak afgesneden en op mijn brood gesmeerd. De kaas is op het randje…

Zal ik nog een keer terug gaan?

Waarschijnlijk niet.

Levensvragen

20130924_101736
Ik ben een nagelbijter. Altijd geweest. Heeft niets met stress te maken, want ik bijt vooral als ik een boek lees. Wat voor mij de ultieme ontspanning is. Als het me dan eens lukt om het merendeel van mijn nagels te laten staan, zit er steevast viezigheid achter. De enige oplossing is om er een donkere kleur op te lakken, zodat je het niet ziet. Maar in nagels lakken ben ik nog slechter dan in nagels laten staan. Collega’s en vriendinnen hebben stuk voor stuk lange én schone nagels. Hoe doen ze dat?

Ik ben een chaoot. Altijd geweest. Dat geldt gek genoeg niet voor mijn werk. Dat doe ik gestructureerd. Interviews plan ik ruim van te voren en deadlines haal ik altijd. Maar mijn huis en mijn hoofd zijn een warboel. Stapels papieren, rondslingerende bonnetjes, dubbele afspraken, vergeten sleutels, onbetaalde rekeningen, half uitgewerkte ideeën… het behoort allemaal tot mijn standaard staat-van-zijn. Alle gestructureerde freelancers die ik ken, hebben ook een gestructureerd hoofd en huis. Hoe kan dat?

En zo vraag ik me nog veel meer af:

  • Waarom kunnen andere mensen een wit t-shirt langer dragen dan één dag?
  • Waarom kunnen andere mensen een hoeslaken opvouwen tot een perfecte rechthoek?
  • Waarom kunnen andere mensen tijdens het koken de keuken opruimen?

Wie het weet, mag het zeggen! “Daarom” is geen antwoord.

Vluchtelingen en dieren

Sphinx
“Nederlanders hebben al genoeg problemen.”
“Zij krijgen voorrang op een huurwoning en ze krijgen van alles gratis, terwijl ik al jaren op een huis wacht.”
“Als we al die sloebers gaan opvangen, gaat de belasting zeker weer omhoog.”

Er blijken ongelofelijk veel mensen in Nederland te wonen die vinden dat ze het slecht hebben. Veel mensen zijn er door de financiële crisis inderdaad op achteruit gegaan, baan kwijtgeraakt, spaargeld opgemaakt. Er zijn Nederlanders die moeite hebben om rond te komen; afhankelijk zijn van de Voedselbank of de Weggeefwinkel. Maar hoe erg dat ook is, je kunt het toch niet vergelijken met leven in oorlogsgebied? Met de voortdurende angst om opgepakt, gemarteld of gedood te worden?

De leuke jongen uit de trein en ik kijken soms naar Een dubbeltje op zijn kant. Dat leidt steevast tot grote ergernis en geschreeuw richting televisie. De ene helft van de kandidaten kan weinig aan de situatie verbeteren. De andere helft rookt, leeft op afhaalvoedsel, heeft een dure hobby, weigert voltijds te werken, kan geen afstand doen van de tweede auto en besluit ondertussen om een derde, vierde of vijfde kind op de wereld te zetten of om nog een kat, kanarie, slang of hond aan de inventaris toe te voegen.

Ghandi zou ooit gezegd hebben ‘The greatness of a nation can be judged by the way its animals are treated’.

Tussen de eigen-volk-eerst-schreeuwers zitten hele volksstammen die niet schromen om honderden euro’s per jaar aan hondenvoer of de nieuwste krabpaal uit te geven, maar die geen cent (of vriendelijk woord) over hebben voor een asielzoeker. Dat onze dieren het zo goed hebben, maakt ons dat een grootse natie?

Ik dacht het niet.

De vliegende tijd

20151101_150300_resized
Of ik de laatste tijd iets met leeftijd heb? Nee hoor.

Maar toch.

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan. Tenminste, ik geloof dat de meeste mensen hier ‘last’ van hebben.

Nu de zomer op zijn laatste, stevig in rubberlaarzen gestoken benen loopt, bedacht ik mij ineens hoe lang op vakantie gaan vroeger duurde. Met ons tweetjes achterin ’t Renault-4tje met vouwwagen. Voordat we in Frankrijk waren hadden we al drie kleurboeken vol, 86 keer ‘ik zie ik zie’ gespeeld en tot 95 coupletten van ‘een potje met vet’ gezongen. Die paar uurtjes, met keurig om de twee uur een stop, leken even lang te duren als deze reis die een volledig weekend in beslag nam.

Tegenwoordig vliegt de tijd. Het lukt me nauwelijks om tussen Maastricht en Brussel een hoofdstuk te lezen, mijn nagels te vijlen en het landschap te bestuderen. Drie keer met mijn ogen knipperen en ik ben er.

Vroeger, toen ik nog een klein meisje was dat in bomen klom en vrijwillig om 6.30 uur opstond om de boer te helpen met het melken van zijn koeien, leek het wel drie jaar te duren voor ik weer eens jarig was. Het duurde minstens een maand van het kringgesprek op maandagmorgen tot de weekafsluiting op vrijdagmiddag. En zelfs de zomervakantie had iets oneindigs.

Ik werd eergisteren pas 30 en ineens ben ik al 35.

Ja, daar is een wetenschappelijke verklaring voor, dat zal allemaal wel. Maar het bevalt me niet zo goed. Tips om de tijd langzamer te laten gaan?