Ik hartje reizen (en wonen in een ander land)

Reizen, daar ben ik altijd een groot liefhebber van geweest. Reizen zonder te veel gedoe, een rugzak mee en een tent. Misschien een hotel boeken voor de eerste nacht en daarna wel zien waar ik uitkom. Nóg beter dan reizen, vind ik het om me wat langere tijd in een buitenland te vestigen. Dat deed ik al eens voor een uitwisseling (Benin), een scriptie (Senegal), om te werken (Frankrijk) of stage te lopen (België).

Waar ik achteraf spijt van heb, is van het feit dat ik nooit ben gaan reizen onder het mom van studeren, ik ben nooit ‘op Erasmus gegaan’. Ik ken veel mensen die dat wel deden en zij zijn allemaal laaiend enthousiast. Het lijkt of zij een streepje voor hebben als het om stage- of werkplekken gaat (of is het toeval dat ik ze daar steeds tegenkom?). Zet een paar ex-Erasmusstudenten bij elkaar en ze noemen hun verblijf in het buitenland steevast de mooiste tijd van hun leven. 

IJsland en zo 135 g

Na de (eerste) studie hadden een aantal vrienden meteen een droomjob te pakken, of in elk geval een baan die veel geld opleverde. Zij reisden in hun bij elkaar gespaarde vakantiedagen massaal naar de Verenigde Staten, Australië, Vietnam, Egypte. Vooral om te relaxen, te winkelen, te duiken. Mooi meegenomen als je iets van die andere cultuur meekreeg, maar diepgang was niet noodzakelijk.

Tot nu. Om mij willen steeds meer mensen hun vakantiedagen ‘zinnig’ besteden. Niet zomaar rondreizen en geld opmaken aan goedkope kleding, elektronica of souvenirs, maar vrijwilligerswerk doen en daar een aardige som voor neertellen. Iets doen voor anderen. Anderen die alleen maar kunnen dromen dat ze ooit verder zullen reizen dan de dichtstbijzijnde stad. Ik vind het een mooie ontwikkeling. Zelf doe ik er helaas (nog) niet aan mee. Mijn eerstvolgende tripje is naar Berlijn, waar ik vooral heen ga om te relaxen.

DSCN1691

De dames zijn gewild en de heren stellen rare vragen

Het is pas dinsdag, maar de bijzondere-telefoontjes-oogst is nu al groot. Mijn top drie tot nu toe:

  • Een oude meneer wilde absoluut met Imelda spreken, een Poolse poetsdame voor een vaste relatie. Hij had geprobeerd naar het sms-nummer te bellen dat bij de advertentie ‘in het gazetje’ stond.
  • Een wat jongere meneer was intens beledigd dat hij geen gehoor kreeg bij een website waarop gewillige dames werden aangeboden. En hij werd nog bozer toen ik zei dat ik geen telefoonnummers van dat soort diensten doorgeef.
  • En net belde een mevrouw voor de Ajaxbank.
    “Zoals de voetbalclub?”
    “Ja zoals de voetbalclub.”
    “Kunt u dat even spellen mevrouw?”
    “A – X – A”

Update: aan het eind van de week kon ik er nog een mooi gesprek aan toevoegen:
“Ik wil direct de cd bestellen van Nederland Zingt.”
“Watblief?”
“Dat is op televisie.”
Na even googelen, zie ik dat het om een programma van de EO gaat. Ik geef het nummer van de omroep en zeg erbij dat daar waarschijnlijk niemand meer de telefoon opneemt (20.00 uur).
“Jawel, ze hebben net nog gezongen.”

Dertigersdilemma: krijg ik spijt als ik nooit moeder word?

Ik ben een ramp als het om keuzes maken gaat en kan twijfelen over de stomste dingen, terwijl de meeste keuzes die ik maak nauwelijks impact hebben op mezelf, laat staan op het leven van iemand anders. Welk paar schoenen trek ik aan? Wat eten we vanavond? Breng ik mijn haar in model, of steek ik het snel in een staart?

Ooit moet ik een veel belangrijkere keus maken: wil ik wel of geen kind op deze wereld zetten? En op dat ‘ooit’ zit een houdbaarheidsdatum. Nog steeds zijn baby’s niet mijn favoriete wezens, maar zo erg als in 2009 is het al lang niet meer. De zekerheid dat ik absoluut geen kinderen wil, is verdwenen. Ik vermoed dat mijn nichtje daar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Het is nooit mijn grote droom geweest om moeder te worden, maar ik begin me de laatste tijd wel af te vragen of ik er spijt van ga krijgen als ik nooit moeder word. In de afgelopen weken hebben drie verschillende mensen me gevraagd of en wanneer ik kinderen wil. Telkens mensen die mij en de leuke jongen uit de trein met mijn nichtje gezien hadden en ons zo geweldig vonden samen.

Maar het liefste nichtje van de wereld blijft maximaal twee dagen. Een eigen kind breng je maximaal twee dagen weg. Ik ben een spontaan mens dat van ongeplande acties aan elkaar hangt en waar andere mensen op elk moment van de dag binnen kunnen vallen. Om mij heen zie ik moeders die nooit meer iets spontaans doen; afspreken moet weken van te voren, en als ze langskomen, vindt een complete volksverhuizing plaats met luiertassen, logeerbedden en knuffelbeesten. Gelukkig heb ik veel vriendinnen die toch nog regelmatig leuke dingen doen en hun kind gewoon meenemen.

Een kind vraagt om structuur, regelmaat, duidelijke regels. Ik ben een chaoot die weliswaar altijd haar deadlines haalt, maar in haar privéleven niet eens een vaste plek heeft voor haar sleutels, constant haar telefoonoplader kwijt is, voortdurend te krappe schema’s opstelt, vergeet hoe laat de treinen rijden, en dubbele afspraken maakt. Bovendien kan ik ter afwisseling van mijn drukke sociale leven ontzettend genieten van alleen zijn. Ik vind het heerlijk om thuis te komen in een leeg huis, tegen niemand te moeten praten, en nog even af te schakelen met muziek of een boek. Tegen de tijd dat ik ben afgeschakeld, is de crèche gesloten. Heb ik binnen de kortste keren Jeugdzorg op mijn dak.

Misschien ben ik gewoon bang. Bang voor wat een kind betekent voor mijn werk, voor mijn relatie met de leuke jongen uit de trein, voor mijn onafhankelijkheid en mijn humeur. Soms heb ik nachtmerries waarin ik van een sportieve, hardwerkende vrouw met een bloeiend uitgaansleven ben veranderd in een verslonsd ‘moeke’ dat in een huispak op de bank zit, het huilende kind op schoot, en wallen tot op mijn kin.

Honderden keren heb ik als antwoord op de grotere vragen geroepen ‘Later als ik groot ben’, maar later is nu… Of toch in elk geval binnen nu en 5 jaar.

Groentje

De grappigste en de kortste “gesprekken” heb ik ter hoogte van de drugsbootjes, om de hoek van ons huis. Ze variëren meestal van een eenzijdig “ksst, kssst” tot het iets uitgebreidere “hee meisje, mag ik met je mee?” waarop ik meestal “nee, bedankt” antwoord. Als ze me achterna beginnen te lopen, sla ik mijn eigen zijstraat over en maak ik een ommetje. Echt bang ben ik nooit. Echt grof zijn ze gelukkig ook nooit. Maar leuk is anders.

Soms komen ze ineens origineel uit de hoek, de mannen in hun leren jasjes, met hun voorraadjes wiet in hun binnenzakken en de rolletjes bankbiljetten in hun broek. Diep weggedoken in mijn groene jas, probeerde ik zo snel mogelijk thuis te komen. Vanuit een portiek sprong één van de opdonders voor mijn neus: “Hee groentje, mag ik je versieren?”

Lomp

Soms heb ik een hartgrondige hekel aan mezelf. Meestal hebben die hekel-aan-mezelf-momenten te maken met pure lompigheid.

Die keer dat ik het porseleinen kikkertje, dat heelhuids uit de auto kwam waarmee mijn opa verongelukte, uit mijn handen liet vallen bij het stoffen bijvoorbeeld.

Of die keer dat ik met de auto het tuinhekje van ons vakantiehuisje raakte.

En al die keren dat ik ergens verdwaalde en vervolgens te laat kwam, omdat ik geografisch gehandicapt ben.

Vandaag is het weer zo ver. Ik zit middenin een dubbeldik hekel-aan-mezelf-moment. Bij het structureren van de mappen op mijn laptop, vond ik al mijn oude blogs terug. Dat was in elk geval de bedoeling. Maar in het document waarin ik honderden blogs handmatig moest plakken toen mijn vorige blogpagina offline ging, vergat ik blijkbaar de belangrijkste verhalen op te slaan. Alle onzinblogs die ik nooit meer terug had hoeven lezen, staan keurig gerangschikt onder elkaar, in chronologische volgorde, soms zelfs met het exacte tijdstip erbij. Maar de blog waarin ik voor de eerste keer melding maak van de leuke jongen uit de trein en me afvraag of ik voor hem ‘de jongen met de roze muren’ moet laten vallen, is verdwenen. Alle blogs over de jongen met de roze muren trouwens ook. Net als mijn overpeinzingen tijdens het prille begin van mijn relatie met zijn opvolger (die véél meer werd dan slechts een opvolger).

Teksten die ik lachend gelezen zou hebben, maar niet opnieuw kan schrijven.

Lomp, lomper, lompst.

Maar wat een geluk dat ik met mijn lompigheid altijd vooral mezelf raak. Teksten voor opdrachtgevers raak ik *klop, klop, klop* nooit kwijt en ik heb ook nog nooit iets stuk gemaakt wat voor een ander een grote emotionele waarde had. (Toch? Leuke jongen uit de trein? Of was je heel erg gehecht aan de glazen die bij je cocktailshaker hoorden?).

Gezelligheid en de kerstperiode

DSCN1288
Wie mij kent, weet dat ik nooit een groot liefhebber geweest ben van de kerstperiode. Kort samengevat betekent de donkere periode voor kerst: te veel mensen in de stad, te veel verplichtingen, te veel flikkerende lichtjes, te veel koebellen in te veel slechte meezingers, te veel eten en te weinig tijd.

Vooral het fenomeen kerstmarkt zal ik nooit begrijpen. En dan specifiek het gebeuren dat al onder vele namen bekend stond en onder even zo veel namen failliet ging: Magisch Maastricht. In de dicht op elkaar geplakte houten stalletjes verkopen niet al te vrolijke handelaren al zwetend en wel producten die aan enkele vaste criteria voldoen: nutteloos, lelijk, duur en met een hoog blingbling-gehalte. Hordes mensen houden zichzelf op de been met glühwein die zo zoet is dat je tanden aan het plastic bekertje plakken. Op de waterige ijsbaan proberen onhandige pubers elkaar te versieren. Uit de boxen klinkt het metalen geluid van de grootste kersthits.

Sommige mensen noemen dat gezellig. Begrijp me niet verkeerd: ik ben een groot voorstander van gezelligheid. Alleen is mijn definitie van gezelligheid nét even anders.

Gezellig is: op zondagmiddag borrelen met vrienden, kletsen over van alles en nog wat, en de plannen voor de rest van de avond in de soep laten lopen.
Gezellig is: met een goed boek op de bank liggen terwijl de kaarsjes vrolijk branden en de pot karamel-vanillethee binnen handbereik staat.
Gezellig is: samen met de leuke jongen uit de trein naar het theater, de bioscoop of de kroeg.

Gezellig is niet: jezelf een weg banen tussen koopjesjagende toeristen en bedwelmd raken door de dikke lucht van glühwein, braadworst en reibekuchen terwijl een sneeuwkanon witte rotzooi uitbraakt en er overal waar je kijkt rode, groene en gouden lichtjes manisch flikkeren.

Maar goed, kerstmarkten zijn nog enigszins te vermijden. De kerst zelf daarentegen…

Lijstje van lilith

Omdat lilith mijn lievelingsblogster is en ik dol ben op haar lijstjes, doe ik een keertje met haar mee.

Lezen
Op mijn nachtkastje ligt Het Land van de Kleine Man van Leif Enger. Er rust een grote boete op wegens niet op tijd terugbrengen naar de bieb. Dat komt niet omdat het een langdradig verhaal is, integendeel. Door de ogen van de elfjarige Rueben wordt een avontuurlijke reis door the Badlands beschreven, begin jaren ’60. Vooral de manier waarop Rueben zijn schuldgevoel beschrijft als hij zijn oudere broer verraadt, is magistraal. Bij de boekwinkel in Wageningen afgelopen weekend zag ik nog een hele stapel boeken van Lieve Joris en Paul Theroux die ik dringend moet gaan lezen. En een boek van een jonge correspondent in Parijs, maar hoe heette hij nu ook alweer?

Blij met
Zoals altijd ben ik blij met de leuke jongen uit de trein, mijn vrienden en mijn familie (althans de leden van het gezin waar ik uit kom). Ik ben blij met de spijkerbroek die na jaren weer dicht kan. Blij met het zwarte jurkje dat ik via WatMooi met verjaardagskorting bestelde. Blij met het jurkje dat grijs en grauw was, maar dankzij een pakje textielverf inmiddels ook zwart en waar ik zelf vrolijke knoopjes op zette. Blij met 20 graden en zon, terwijl er bladeren in alle kleuren om mijn oren waaien.

Eten
Vanavond een Singaporese curry met kip en kokosmelk. Deels uit een pakje van de toko, deels van mezelf. Met een lempertje vooraf en verschillende smaken kroepoek als bijgerecht. Ik weet nu al dat het moeilijk wordt om maar één keer op te scheppen, zoals ons nieuwe beleid is. Morgen komen mijn mama en haar lief eten. Nog geen idee wat ik hen ga voorschotelen. *En ondertussen kijk ik jaloers naar mijn favoriete blogsters en een aantal vriendinnen die al jaren met een weekmenu werken en daar blij van worden. Waarom doe ik dat niet? Boodschappen doen kan namelijk niet bepaald mijn grootste hobby genoemd worden.*

Bezig met
De telefoon opnemen in het callcenter, notulen uitwerken van een vergadering afgelopen maandag, bloggen, acquireren, jongeren bellen die ooit bij een duurzaamheidsactiviteit betrokken waren en meer werkgerelateerde zaken. Ondertussen ook druk bezig met dromen van vakantiebestemmingen en opzien tegen Kerst.

Mezelf verbazen over
De enorm uit de hand lopende zwartepietendiscussie die alle kanten uitgaat. Hij was een slaaf, nee een Moor, nee een raaf, nee een knecht, nee een duivel, nee een ridder. Ondertussen blijft een goede discussie over geschonden privacy door Amerikaanse afluisterpraktijken uit, laten we Syrië aan haar lot over, worden nog steeds nederzettingen gebouwd op Palestijns grondgebied en zinken er dagelijks bootjes met vluchtelingen voor de kust van Fort Europa. En ik verbaas me over hoe snel de tijd gaat. Of misschien is ‘schrikken’ een beter woord. Was het niet gister dat ik opnieuw in Maastricht kwam wonen?

Luisteren naar
De verzamel-cd van Pur, zie mijn vorige blog. For Emma, Forever Ago van Bon Iver. Omdat 3FM zijn luisteraars al de hele week doodgooit met kaarten voor Birdy, die het prachtnummer Skinny Love van Bon Iver dramatisch om zeep hielp. Alle cd’s van Hooverphonic, omdat die muziek zo mooi bij de herfstbladeren kleurt.

Plannen
Naast de dromen uit mijn vorige blog zijn er gelukkig ook nog wat concretere plannen. Zoals een bezoekje aan de Dutch Design Week komend weekend, gruwelijk uitslapen aanstaande zondag, en op vakantie gaan tijdens de jaarwisseling (wat ook heel goed een droom kan blijven, want de leuke jongen uit de trein en ik zijn niet zo goed in tijdig boeken).

Beelden en woorden en tranen met tuiten

Ik ben totaal niet visueel ingesteld. Zie niet direct plaatjes in mijn hoofd bij wat anderen beschrijven. Beelden bedriegen me vaak. Ik raak overal de weg kwijt en heb 0,0 ruimtelijk inzicht. Al duizend keer heb ik gezien hoe de leuke jongen uit de trein de vaatwasser inricht, toch lukt me nooit om vier pannen, zes borden en een bestekbak in de onderste verdieping te metselen. Ik ben schromelijk jaloers op vormgevers en fotografen. Zelf heb ik nog nooit een originele foto gemaakt, tenzij per ongeluk. Toch zegt een beeld me vaak meer dan 1000 woorden, zoals het bekende gezegde luidt.

Maar het zijn vaker woorden die me aan het huilen maken dan plaatjes. Er is een lied waarbij ik niet veel beelden heb. Ik zie de vrouwelijke hoofdpersoon niet voor me en heb slechts een vaag beeld van haar woonkamer (om de één of andere reden moet ik aan de woonkamer van mijn oma denken). Toch moet ik altijd huilen als ik naar de tekst luister van ‘Wenn sie diesen Tango hört’. En dan vooral dit stukje:

Die [Kinder] sollten´s später besser haben,
deshalb packte sie fleißig mit an.
So blieb ihr oft zu wenig Zeit
für sich und ihren Mann.
Ein ganzes Leben lang zusammen,
gelitten, geschuftet, gespart.
Jetzt wär´ doch endlich Zeit für mehr,
jetzt ist er nicht mehr da.

Tranen met tuiten. Altijd. Omdat ik weet dat je niet moet wachten tot je pensioen om je dromen te volgen. Omdat ik weet hoe zinloos het is om te sparen, als er geen tijd meer is om uit te geven. Omdat mijn papa die reis door China nooit maakte, dat boek nooit schreef, dat toneelstuk nooit regisseerde. Omdat er nog zo veel campings waren waar mijn papa en mama hun vouwwagen niet samen opzetten en zo veel wandelroutes die ze niet samen verkenden.

Maar ik moet vooral huilen omdat ikzelf en een groot deel van mijn vrienden precies hetzelfde doen. Wachten met onze dromen tot we er tijd voor hebben. Tot het zo ver is, houden we ons bezig met keihard werken. Studeren om hogerop te komen. Solliciteren om hogerop te komen. Studieschulden aflossen. Sparen voor later. Elke dag een dag dichterbij te laat. Het eerste slachtoffer met het predicaat overspannen is in mijn vriendenkring inmiddels gevallen.

Die reis door West-Afrika ligt stof te vergaren op een plankje ergens in mijn achterhoofd, net als de blogs die ik schreef in mijn tijd bij het ‘aparte’ reclamebureau en die ik zou bundelen en uitgeven. De reis door China die ik in mijn papa’s plaats zo graag wil maken, is weggemoffeld op datzelfde plankje, onderaan de stapel.

Om met Ozzy Osbourne te spreken:

I’m just a dreamer
I dream my life away
I’m just a dreamer
Who dreams of better days

Bij die tekst zie ik gek genoeg wel een beeld voor me. Ik ben 17. Ik zit in de vensterbank op mijn oude kamer. Mijn benen bungelen uit het raam. Op mijn bureau liggen de boeken waarvan de inhoud tot me door moet dringen vóór het eindexamen over een paar dagen. Ik staar in de verte. Naar het kanaal en verder. Ik droom over later.

Terugblik op een vriendschap die nooit een relatie werd

We woonden vijf jaar lang in hetzelfde studentenhuis in Tilburg. De meeste mensen om ons heen vonden dat we een relatie met elkaar moesten beginnen. Zo’n goede jongen zou ik immers nooit meer treffen. Wie zou mij nog ooit zo op handen dragen als S? Mijn ouders waren helemaal weg van hem, meer dan dat ze ooit van een jongen zijn geweest waar ik wel een relatie mee had. Het was zelfs zo erg dat er weddenschappen werden afgesloten toen we samen op vakantie gingen naar Cuba. De hamvraag voor onze vrienden was of we als koppel/stelletje/setje zouden terugkeren. Eén van zijn vrienden was serieus boos op mij (het was blijkbaar mijn schuld) toen dat niet het geval bleek. En dat was niet alleen omdat hij de weddenschap verloren had.

Om het onszelf gemakkelijk te maken, vertelden we op Cuba regelmatig dat we vriend en vriendin waren, of zelfs man en vrouw. In werkelijkheid is er nooit iets gebeurd tussen ons. Geen kus, geen innige omhelzing, niets. Ook niet als we in hetzelfde bed sliepen.

Het was één van de beste vakanties van mijn leven. In onze huurauto -een gevalletje 1.0 waarin je soms eerst een aanloop moest nemen, anders kwam je de berg niet op- reden we over het eiland. We deden soms domme dingen, zoals een bergwandeling maken bij 30 graden zonder water mee te nemen. Of een kloof afdalen met een meneer die wel onze gids wilde zijn en die het, eenmaal aangekomen op het laagste punt, nodig vond om ons te vertellen dat hij hartpatiënt was. En dan heb ik het nog niet over die lifters die de rugzak van S uit onze kofferbak jatten, waardoor we een spannend avontuur beleefden op een politiebureau in Havana.

We dronken veel mojitos samen. We genoten van prachtige vergezichten vanaf diverse bergtoppen. We lagen languit op het strand. We droomden weg met uitzicht op een prachtig meer. We kwamen op feestjes terecht waar uitbundig salsa en bachata gedanst werd en waar de mannetjes altijd zo klein waren dat hun ogen precies op mijn decolletéhoogte zaten, waar S dan hartelijk om moest lachen. We probeerden boodschappen te doen in winkels die alleen toegankelijk waren voor Cubanen, wat natuurlijk niet lukte. Het lukte ons wél om als enige vreemdelingen bij een bokswedstrijd binnen te komen. En nog gratis ook, want je kon er niet met toeristengeld betalen.

Had me in de periode 1999 – 2009 iets over S gevraagd en uit het antwoord zou een onvoorwaardelijk vertrouwen in onze eeuwige vriendschap zijn gebleken.

Het kan verkeren.

We hadden steeds minder contact. Hij is nooit bij mij thuis geweest en ik bezocht evenmin het huis waar hij na het Tijdperk Tilburg naartoe ging. Na meer dan een jaar zwijgen in alle toonaarden kreeg ik een paar weken geleden ineens een berichtje van S. Geen aanhef, geen afsluiting, maar wel een boodschap die voor hem belangrijk is. Door dit bericht besefte ik pas goed hoe ver we uit elkaar zijn gegroeid en hoe weinig we nog maar van elkaar weten. Ik blijk hem nog steeds te missen.

Sommige vriendschappen bloeden dood en daar hebben beide partijen dan vrede mee. In dit geval is het anders.

Misschien hadden onze vrienden gelijk destijds. Op een relatie die geëindigd was met een knallende breuk (stel ik me nu zo voor) had ik waarschijnlijk met een minder grote knoop in mijn maag teruggekeken dan op deze uitdovende vriendschap.

Tijdens een van onze wandelingen op Cuba

Tijdens een van onze wandelingen op Cuba

Indrukwekkende scène in een “levensgevaarlijk” theater

Met een bus werden we afgeleverd bij het nieuwe theater in Luik. Beter gezegd, we werden uit de bus gezet op een plek waar geen normaal mens zou stoppen. De ene bus stond schuin op een doorgaande weg en blokkeerde anderhalve rijbaan, de andere chauffeur parkeerde zijn voertuig op een oprit naar de snelweg, waar hij ook nog eerst een stukje achteruit reed. Zo’n 80 grijze, keurig gekapte hoofden stapten uit op de middenberm, een jong koppel categorie rode broek en bootschoenen, en wij.

We kregen een rondleiding door het prachtige theater. Vooral het kijkje achter de schermen, in het naaiatelier en bij de kostuumopslag, maakte indruk. Het was allemaal nogal chaotisch met warrige rijen en wachten op gidsen, maar daar konden we wel om lachen. Het was tenslotte de opening en Belgische chaos heeft iets charmants, vinden wij.

Daarna was het tijd voor Romeo et/en Juliette van William Shakespeare waarbij de rollen dit keer waren verdeeld tussen Vlaamse en Franstalige acteurs. De Capulets speelden in het Nederlands, de Montaigus in het Frans. De familie van Juliette hanteerde onderling een spontane, directe soms tamelijk grove spreektaal (Juliette werd door haar vader uitvoerig voor hoer uitgemaakt). Romeo’s familieleden spraken eerder wollig en afstandelijk met elkaar. Ik dacht dat mijn kennis van het Frans best goed was, maar zonder boventitels zou ik er weinig van begrepen hebben. Gelukkig vonden mijn hersens snel een manier om tegelijkertijd de boventitels te lezen en naar het spel en het fantastische decor te kijken.

Vanuit mijn ooghoek kon ik nog net zien dat de ‘dame’ van twee stoeltjes voor ons onrustig om zich heen keek en met haar ogen rolde. Ze droeg een blauw mantelpakje. Parels in haar oren. Een sjaaltje. Haar goed verzorgde grijze haar had die ochtend nog onder een droogkap gezeten. In de pauze zag ze haar kans schoon. Ze wilde zich langs het koord wringen waarachter iedereen keurig stond te wachten op koffie en een wafel, maar de theatermedewerker liet haar niet binnen als ze haar kaartjes niet toonde. Daardoor werd ze nog woester dan ze -afgaand op haar rode wangen en grimmige blik- al was. Haar man, in een keurig pak waarbij zijn warrige kapsel met kale middenplek vreemd afstak, trok ze achter zich aan.

Ze moest onmiddellijk de verantwoordelijken spreken. Ze gebruikte grote woorden als ‘absoluut onverantwoord’, ‘schandalig’, ‘onvoorstelbaar’ en ‘levensgevaarlijk’. Haar man knikte mee op de maat van haar verbale uitspattingen, die ze eindigde met de woorden: “Als ik dit van te voren had geweten, zou ik niet mee zijn gegaan.” De Blauwe Feeks had geconcludeerd dat niemand het theater veilig zou kunnen verlaten als er brand en/of paniek zou uitbreken en daar kon ze naar eigen zeggen niet mee leven.

Toch zat ze na de pauze weer gewoon op haar stoeltje.

P.S. Dé ontdekking van de dag: naast het theater zit een Libanees restaurant. Mijn lievelings!

De Libanees in Torremolinos

Bij de Libanees in Torremolinos