Schoenen

Schoenen die niet wisten waar ze heengingen
Spoelen aan op Griekse en Italiaanse stranden

Vluchteling zijn is een beetje sterven
Ook als je de overkant haalt
Een vluchteling is ontworteld
Met of zonder schoenen

In een ideale wereld blijft iedereen in zijn thuisland wonen
Maar een thuisland is soms angst, vernedering, pijn of honger
En dan vluchten mensen op zoek naar een beter leven
Of gewoon naar een leven, of iets dat op een leven lijkt

Wie de overkant niet haalt
Blijft vaak naamloos en zonder gezicht
Vijf miljonairs die vastzitten in een onderzeeër
Spreken veel meer tot onze verbeelding

En geen brokstuk, zelfs geen schoen
Blijft achter

Ze komt

Schooljaar 1997/1998.

Wat had ik een geluk met F. als ‘koppelgenoot’ tijdens mijn ‘uitwisselingsjaar’ met Benin. F. was de assertiefste, avontuurlijkste en meest geïnteresseerde deelnemer van de zes Beninezen die meededen, vond ik. En ze woonde op de leukste plek, ver buiten de chaotische stad waar je met gevaar voor eigen leven straten zonder verkeersregels moest oversteken. Drie maanden woonde ik bij haar en haar moeder, oma, tante, neefje en afwisselend tussen de 1 en 3 broers en zussen en soms een stiefvader. Die laatste had meerdere vrouwen en moest zijn tijd een beetje verdelen.

We woonden in een dorp met hoog gras langs de stoffige, rode paden. Een dorp opgebouwd rondom een eenvoudig kerkje dat meerdere keren per week bomvol zat. Op het kerkplein stond een reusachtige boom waaronder meubelmakers eenvoudige bedden en kasten maakten. Een dorp waar de ‘fietskippen’ (zoek dat maar op) onder de palmbomen scharrelden. Een dorp waar om 19 uur de olielampjes aangingen, want elektriciteit was er niet. En ’s ochtends haalde je water uit de put om te kunnen “douchen” (= uit een grote emmer water scheppen met een kommetje en dat kommetje over je hoofd gooien). Ik leerde er het principe kennen van ‘het dorp dat een kind opvoed’. Dat een familie er alles aan doet om geen gezichtsverlies te lijden en daarom ieder ander familielid beschermt. En ik leerde er in in sneltreinvaart Frans spreken. Ik had er de tijd van mijn leven. Maar eerlijk is eerlijk, wél omdat ik wist dat het tijdelijk was.

De drie jaar oudere F. woonde daarna ook drie maanden bij mij, mijn ouders, broertje en zusje. Ook in een dorp. En daar houdt de overeenkomst op. Zij leerde dat we onze grootouders niet in huis nemen, maar in een bejaardenhuis laten wonen (die bestonden toen nog). Zij leerde dat onze kranen niet van goud zijn, dat we niet iedere week in een vliegtuig stappen en we niet allemaal een chauffeur hebben. Dat was in Benin een beetje het beeld van de westerse wereld, omdat ze er naar Dallas keken op televisie. Maar natuurlijk zag ze ook hoe ongelofelijk goed we het hier hadden. Zelfs de armste mensen hadden een inkomen, schoon drinkwater en elektriciteit. Onze huisdieren verkeerden in een luxere positie dan sommige van haar buren. En we hadden niet allemaal een chauffeur, maar in ieder geval wel een auto en een paar fietsen.

Ik ben twee keer terug geweest. Nu is het haar beurt een bezoek aan Nederland te brengen. Ik wil het nu even niet hebben wat voor een ongelofelijk koud en ongastvrij land Nederland is voor mensen die vanuit een niet-Schengen land willen komen, want dat is een blog op zich waard. Wat ik wel wil delen, is de onrust die steeds groter wordt naarmate het zekerder is dat ze haar visum krijgt. Ik ben blij dat ze komt, dat ze de kans krijgt de mensen die ze hier leerde kennen, nog eens te zien. Ik vind het leuk dat we herinneringen kunnen ophalen aan onze avonturen als jongvolwassenen, wonend bij onze ouders, terwijl we nu zelf een grote mensen leven hebben. Of iets wat daarvoor doorgaat 😉 Ik vind het fantastisch dat ik haar mijn huis, mijn stad, mijn leven kan laten zien.

Maar het gevoel is dubbel. Ik kan de gastvrouw niet zijn die ik wil zijn. Ik voel me nu al tekort schieten. Terwijl ik enorme stapels papier heb ingevuld, de gemeente heb betaald voor een handtekening en regelmatig geld naar haar heb overgemaakt dat ze kan bijleggen voor haar ticket. Ik kan haar niet al mijn aandacht geven. Ik moet werken als ze hier is. Onze vakantie is pas half september. Ik kan het me niet veroorloven om in de maand juli vrij te nemen. De leuke jongen uit de trein moet ook werken, al heeft hij af en toe een snipperdag voor een spannende bergetappe in de Tour.

Laat ik haar alleen als ik voor een interview de deur uit moet? Redt zij zich met een OV-chipkaart en een simkaart en kan ze zelf eropuit? Voelt zij zich nog welkom als ik regelmatig weg ben? Is het stom of ongastvrij als ik met haar in het huis van mijn zusje ‘woon’ in plaats van in mijn eigen huis, waar de leuke jongen uit de trein dan ook zijn privacy moet inleveren? Kan ik het maken om haar daar af en toe een nacht alleen te laten slapen? Kan ik haar uitleggen dat ik met alle liefde de boodschappen voor haar betaal, graag een keer op mijn kosten met haar ga winkelen, maar dat het me niet lukt om daarnaast nog allerlei uitstapjes te betalen? Of zou ze dat ook helemaal niet verwachten?

Ik heb er vaker last van tegenover vrienden en familie, dat gevoel om tekort te schieten. Dan vind ik dat ik te lang niet heb gebeld. Of dat ik niet vaak genoeg heb aangeboden om ergens mee te helpen. Maar bij F is het gevoel erger. Buikpijngevender. De kans dat ze nog eens naar Nederland komt, is klein. De kans dat ik in de komende jaren naar Benin ga ook. Misschien is het de laatste keer dat we elkaar zien. In ieder geval is het de laatste keer dat ze ‘bekenden’ uit de generatie van mijn ouders gaat zien. Daar wil ik bij zijn. Om te brengen en te halen. Om te horen hoe ze herinneringen ophaalt met mensen die ze sinds 1998 niet meer zag. Om te vertalen waar nodig.

Maar hoe doe ik dat zonder mezelf voorbij te lopen, zonder mijn relatie te verwaarlozen en zonder haar tekort te doen?

Geen stap verder

Ik maak mijn ochtendwandeling. Zij slaat achter mij met haar auto de zandweg in. Licht geïrriteerd stap ik opzij. Er mogen geen auto’s komen. En ondanks dat ze langzaam rijdt, veroorzaakt haar auto na weken zonder regen een enorme stofwolk.

Ze steekt haar hoofd uit het raam: “Sorry voor het stof. Heb jij ergens een hond gezien?”
Ik moet lachen: “Ik ben heel veel honden tegengekomen.”
“Een hond liggend in het veld?”
“Nee.”
“Ik werd net gebeld. Onze hond weigert op te staan.”
Ze rijdt langzaam verder. Ik loop aan het einde van de stofwolk achter haar aan.

Na de bocht zien we allebei een man zwaaien en gebaren. De auto moet zo veel mogelijk naar rechts op het smalle pad, de hond ligt blijkbaar links. Door het hoge graan, kan ik de hond niet zien.

Ik ben net te ver weg om de gezichtsuitdrukking van de man te ontwaren, maar ik meen moedeloosheid en frustratie te herkennen in zijn houding. Hoe lang zou hij daar al staan? Trekkend aan de riem terwijl hij de hond bemoedigend toespreekt.

De auto stopt. De man doet de klep open.

Wild kwispelend springt een enorme herdershond achterin.

Drie vaders

Drie weken. Drie vaders. Van drie mooie vrouwen.
Drie vaders die stopten met leven.

Ik weet niet hoe zij zich voelen. Ik vraag het wel, maar weet dat het antwoord moeilijk te geven is. Iedereen rouwt op een eigen manier. En verwoordt het anders.

Een aantal dingen zijn universeel. En van alle tijden.

De mensen die zich geen houding weten te geven. De mensen die niet durven te vragen hoe het met je gaat. En dat heus niet slecht bedoelen. De mensen die je niet mee naar een feestje vragen, omdat ze voor jou denken dat je daar nog niet aan toe bent. Een hork of twee, die over een tijdje vindt dat je lang genoeg verdriet hebt gehad. “Je maakt vlekken met je mascara.” Of de muts die gaat vergelijken met ander verdriet.

Na de crematie van mijn vader hebben mijn huisgenoten er met geen woord meer over gerept. Niemand vroeg hoe het met me was. Op de eerste sterfdag van mijn papa schreef ik in ons beruchte ‘wc-schrift’: “Bedankt voor de steun het afgelopen jaar.” Ik was boos toen ik dat schreef. Teleurgesteld. Want ik voelde maar weinig steun. Terwijl ik vlak voor het overlijden van papa dezelfde fout had gemaakt, toen het broertje van een ex-huisgenoot stierf bij een verkeersongeluk.

Het wakker worden met de gedachte dat er iets vervelends is gebeurd, maar niet meteen weten wat. Het huilen als het je te binnen schiet. De verbazing dat je toch nog kunt lachen om de flauwe opmerking van een collega. De verbazing dat je toch gewoon in slaap valt aan het eind van de dag.

Ik sliep probleemloos in het bed waarop mijn papa opgebaard had gelegen. Maar dat is misschien heel typisch mij. Slapen is geen probleem, hoe slecht het ook met me gaat. Slapen is alleen ondoenlijk nadat ik wakker ben geworden van een mug of van gesnurk.

Iets lezen, horen of meemaken en dan denken: “Dat moet ik papa straks vertellen”, om je daarna te realiseren dat papa er niet meer is. Ik herinner me dat mama haar moeder wilde bellen om te vertellen dat papa dood was en toen bedacht dat oma eerder dat jaar gestorven was. Dubbele klap. 2002 was bepaald geen jaar om in te lijsten.

Het nadenken over de dood. De liedjes waar je nooit meer met droge ogen naar kunt luisteren. Het telkens opnieuw onbegrijpelijk vinden dat je iemand nooit meer ziet. Iemand die zo vanzelfsprekend in jouw leven was. Vanzelfsprekend als festivals in de zomer. Als handschoenen in de winter. (Geen idee, ik moet aan Winter van Tori Amos denken. I put my hand in my fahter’s glove [..] You have to learn to stand up for yourself, cause I can’t always be around).

Ik had nog heel lang het gevoel dat papa elk moment kon binnenlopen. Zeker als ik in het weekend bij mama was. Ik zag voor me hoe hij door de achterdeur naar binnen kwam. Mama een kus gaf. En doorliep naar het fornuis om de deksel van de pan te tillen zodat hij zich kon verheugen op het eten.

De verbazing hoe het gewone leven weer doorgaat. Bij anderen meer dan bij jou. Hoe er zo veel en tegelijkertijd niets verandert. Je staat gewoon op, want je kinderen moeten naar school. (In het geval van de drie mooie vrouwen waar ik nu over schrijf). Je maakt je bed op, smeert een boterham, doet boodschappen. Dagelijkse handelingen. Op eeuwige herhaling. Ook nu er iemand voor eeuwig weg is uit je leven.

Het blijft een ding

Niet kunnen praten over je gevoelens heeft voor iedereen een andere oorzaak. Behalve door een gebrek aan zelfvertrouwen kan het ook veroorzaakt worden door het feit dat je vaak eigenlijk niet goed weet wát je nu eigenlijk voelt. Ook gebeurt het vaak dat personen die in hun jeugd niet de ruimte hadden om over hun gevoelens en gedachten te praten, hebben geleerd hun gevoel weg te stoppen. Dit vormt de basis voor het niet kunnen praten over je gevoelens, maar ook voor moeite met het herkennen ervan.

Dit stukje las ik net ergens online. Eerlijk is eerlijk, ik haalde er wel even een verkeerde komma uit en voegde er een woord aan toe voordat ik het hier plaatste, haha.

Ik blijf het knetter moeilijk vinden om over gevoelens te praten. En ik herken heel erg het ‘niet goed weten wat ik voel’. Soms huil ik om niets en heb ik geen idee waar het vandaan komt. Is het dan vanwege een bepaald gevoel of zijn het gewoon mijn hormonen? Soms heb ik echt geen zin om bepaalde mensen te zien en duik ik weg achter een boom of marktkraam als ik ze zie lopen. Terwijl ik het leuke mensen vind. Zit daar een gevoel achter of ben ik gewoon raar? En hoe moet ik dan in hemelsnaam beschrijven wat ik voel? En een onderbuikgevoel, bijvoorbeeld iemand niet vertrouwen zonder tastbaar bewijs, hoe leg je dat uit?

Relaties groeiden in de afgelopen jaren soms scheef. Dat een kennis of vriend(in) steeds verder ging in een bepaald soort gedrag, ik daar verdrietig van werd, maar er telkens niets van zei. Omdat ik niet wist hoe ik het moest verwoorden en omdat ik bang was voor conflict. Bovendien kon ik het lekker bagatelliseren met ‘hij/zij is ook heel lief, begripvol, enthousiast, attent en stuurde pas nog een leuk kaartje’. Maar dan kwam er onvermijdelijk een punt waarop ik er niet meer tegen kon. Dan appte ik wat ik vond (stel je voor dat ik echt zou gaan praten) of ik liet gewoon niets meer van me horen. Wat ‘die ander’ dan logischerwijs niet begreep.

Ik wist honderd procent zeker dat ik geen kinderen wilde. Ergerde me groen en geel als ik een baby hoorde huilen. Werd er soms zelfs agressief van. Tot ik me ineens niet meer ergerde aan een huilende baby en ik zelfs het gevoel kreeg die baby te willen troosten. Een gevoel waar ik van schrok. Laat staan dat ik een idee had van hoe ik dat onder woorden moest brengen. (Inmiddels is het overigens helemaal goed dat er nooit een kind kwam).

Daar staat tegenover dat ik soms heel goed weet wat ik voel en hoe ik dat moet verwoorden compleet met alle emoties die ik doormaak en een omschrijving in superlatieven en metaforen. Ook dan houd ik (wijselijk?) mijn mond. Er zijn nu eenmaal mensen die nooit aan zelfreflectie doen en de schuld voor wat dan ook nooit bij zichzelf zoeken. Mensen waar ik wel nog heel vaak mee door één deur moet. Gevoelens aan dat soort mensen omschrijven, is totale tijdverspilling.

Wat ik nu eigenlijk wil zeggen? Geen idee. Dat ik dringend nog eens moet gaan wandelen met de ene coach en op de bank moet gaan zitten bij de andere coach, denk ik.

Hoe voel jij je vandaag?

Suffe sok

De paniek, de flitsen, de hartkloppingen. Ze zijn gelukkig verleden tijd. Geen werkweken meer van 45+ uur. Niet meer bij het horen van de wekker meteen denken “shit, volgens mij ben ik gisteren vergeten die e-mail te beantwoorden” of “deadline, error, stress, control-alt-delete”. Een vorm van chaos houd ik altijd, maar ik sta niet meer drie keer per dag in een ruimte zonder te weten wat ik er kom doen.

Langzaam gingen mijn werkweken van te veel naar te weinig uren. In januari en februari genoot ik daarvan. Dankzij mijn boekhoudprogramma weet ik dat die maanden altijd stil zijn, dus niets om me zorgen om te maken. Ik verheugde me op carnaval en op een weekje Alicante. Ik freubelde veel en maakte de ene na de andere vriendin blij met een armbandje of een paar oorbellen. Ik genoot van mijn ochtendwandelingen ook al deed ik ze volledig in het donker. Ik besteedde wat meer tijd aan het avondeten dan ‘een simpele pasta’ of ‘wraps met roerbakgroenten’. Ik stak tijd in luisteren naar vriendinnen die het op dat moment wat moeilijker hadden. Ik bood regelmatig aan om dingen te regelen of om de chauffeur te zijn. En ik las en las en las (en genoot daar enorm van). Vlak voor kerst begon ik aan een boek van 640 pagina’s, op 4 januari had ik het uit. En op 17 januari had ik het volgende boek alweer uit.

Andere jaren – de coronatijd niet meegerekend – trok het werk altijd aan in maart. Dit jaar niet. Ik besteedde wat meer tijd aan mijn vrijwilligerswerk voor fairtrade en voor een buurtpark. En ik maakte me nog steeds geen zorgen. Ik verhoogde in januari mijn uurtarief , dus met minder uren werken, bleven mijn inkomsten gelijk. Wat een luxepositie! Of toch niet?

Het genieten ging er steeds meer vanaf. De maaltijden werden weer makkelijk. Vriendinnen konden niet meer altijd op me rekenen. En in plaats van mijn ‘extra tijd’ nuttig te besteden aan het uitzoeken van nieuwe wandelschoenen (geen overbodige luxe als je iedere dag wandelt en je favoriete schoenen zo lek zijn als een mandje), het inscannen van bonnetjes, het uitmesten van mijn bureaula, het zoeken naar een interessante cursus of het bijwerken van mijn kilometerregistratie, deed ik… ehm… tja… minder nuttige dingen. Meer lezen. Meer freubelen. Meer wandelen.

Maar met minder lol.

Ergens in april werd ik boos. Op de suffe sok die ik was geworden. En om de taken die ik liet liggen. Om hoe ik zonder deadlines verander in een duffe doos met doffe doppen. Gecombineerd met een soort van eeuwige herfst (het voorjaar viel dit jaar op een donderdag) is dat helemaal niet goed voor mijn humeur. Tijdens een stevige wandeling met Laura ontstond onder andere het K-Klussenlijstje. Hier moet ik minstens één klus per week van uitvoeren. Dankzij dat lijstje zijn mijn kilometers bijgewerkt en staan de foto’s van Canada (2019!) eindelijk op mijn laptop. Maar de lijst is lang en mijn motivatie nog lang niet wat ie moet zijn.

Voor sommige klussen ben ik afhankelijk van anderen. Van mensen die het wél knetterdruk hebben met hun werk. Zoals mijn boekhouder. En de leuke jongen uit de trein. Ik wil mijn boekhouder niet opjagen. Ik wil de leuke jongen uit de trein niet aan zijn kop zeuren om ergens naar te kijken of iets met me uit te zoeken. Maar dat is natuurlijk wel lekker makkelijk, want dan hoef ik mezelf niet de schuld te geven. Terwijl het de grootste onzin is; er staan nog genoeg K-Klussen op de lijst voor only me, myself and I.

Ik wil tevreden zijn met hoe het gaat, met hoe bevoorrecht ik ben ( zes van de zeven vinkjes!) en ‘gewoon’ met wie ik ben. Ik weet dat ik niets te klagen heb. Ik ben gezond, heb lieve mensen om me heen, woon in een leuk huis en kan prima rondkomen, zelfs nu ik nauwelijks de 30 uur aantik. En we hebben een nestje koolmeesjes in de tuin, hoe leuk is dat!

Dus tamme tak, suffe sok, luie leeuw, duffe doos: ACTIE! Schouders eronder en gaan! En weet je wat? Je hebt vandaag een deadline! Yes!

Theorie en praktijk

Ik ben blij. Zo veel leuke dingen om naar uit te kijken, terwijl mijn ‘gewone leven’ ook leuk is. Oké de lekke autoband gisteren was minder. Dat ik daarmee soort van de oorzaak was dat de leuke jongen uit de trein weer door zijn rug ging was nog minder. Dat ik vandaag vijf (!) Teams-gesprekken heb, is ook niet ideaal. Verder loopt alles op rolletjes. Enthousiaste reacties op de uitnodigingen voor mijn bedrijfsfeest in augustus. Uitdagende en interessante opdrachten zonder dat ik het te druk heb. Genoeg tijd voor mijn dagelijkse ochtendwandeling.

En wat was de wandeling van vanmorgen weer mooi. Een glinsterend laagje wit op het gras. Bevroren plassen. Zonsopkomst aan de ene kant. De bijna volle maan nog aan de andere kant. Bijzondere kleuren in de lucht. Het geluid van heel veel kwetterende vogels. Het getik van een specht. Het beste begin van de dag.

Maar… Er is altijd een ‘maar’. Iets wat me tegenhoudt om volledig tevreden te zijn, voluit te genieten.

Van alles wat mijn twee fijne coaches me leren, of nee, ik bedoel, van alles wat mijn twee fijne coaches me laten inzien, is er één inzicht dat ik niet tussen mijn oren krijg: ‘Kom voor jezelf op en laat “het” vervolgens van je afglijden.’

Het blijft sommige mensen lukken om me te raken. Om me pijn te doen. Om me onderuit te halen, zelfs als ze dat niet bedoelen. Ze hebben het vaak niet eens door. Of het kan ze niet schelen. Of allebei. Waarschijnlijk allebei.

Volgens één van mijn coaches heb ik enkele massochistische persoonlijkheidskenmerken. En dan moet je niet aan totale onderwerping denken of genieten van fysieke pijn en seksuele vernedering. Maar aan moeite hebben met nee zeggen en grenzen aangeven. Niet voor mezelf opkomen. Conflicten vermijden. Anderen een plezier doen, zelf als het ten koste gaat van mijn eigen plezier.

Mensen met narcistische persoonlijkheidskenmerken zijn de mensen die daar misbruik van maken. Die haarfijn aanvoelen wat ze me moeten vragen omdat ik toch geen nee zeg. Of die me overvallen met hun negatieve mening op een moment dat ik het totaal niet zie aankomen. Waardoor ik nog minder weerwoord heb dan gebruikelijk. Vervolgens ben ik boos op mezelf, omdat ik de ander ‘heb laten winnen’.

Daar moet ik vanaf. Dat zou ik het liefst doen door deze personen te ontlopen. Conflicten vermijden is mijn tweede natuur. Maar dat is natuurlijk te makkelijk.

Tijdens de laatste sessie bij de coach leerde ik een truc. Iets met diep inademen, voeten stevig op de grond, mezelf voorstellen dat er een paal dwars door mij heen loopt waarmee ik verankerd ben aan de vloer en het plafond. In theorie weet ik nu wat ik kan doen om tegenwicht te bieden aan het type mens waarbij ik me ongemakkelijk voel.

Nu de praktijk nog…

Op dit moment #18

De wereld ziet er fantastisch uit op dit moment. De sneeuw blijft aardig liggen en in het speeltuintje voor ons huis spelen kinderen met een slee. In de achtertuin hipt een zwarte merel door een witte wereld. Word ik blij van.

Waar ik nog meer blij van word: dat is eigenlijk iedere keer dat ik een blog in deze rubriek schrijf precies hetzelfde. Ik word blij van mijn vrienden. Vanmorgen mocht ik via WhatsApp even klagen bij twee vriendinnen over iets dat me dwars zat. Of eigenlijk iemand. Over die iemand ga ik hier verder niet uitwijden, maar ik ben dankbaar dat ik mijn frustratie kon delen. En ik kreeg veel lieve woorden terug. Dankjewel L en J.

Ik heb het niet knetterdruk, maar heb al een tijdje heerlijke werkweken van ongeveer 36 uur. Als ik een ochtend niet werk (de bedoeling is de woensdagochtend om te zwemmen en koffie te drinken met vriendinnen, maar de afgelopen drie weken was het telkens een andere ochtend) hoef ik die uren niet ergens anders in te halen. Dat voelt heel luxe.

Ook telkens hetzelfde, onze tuin maakt me nog steeds blij. Het duurt niet lang meer voor de voortuin vol sneeuwklokjes en krokussen staat en in de achtertuin komen de tulpen al boven de grond. Eerder deze week zag ik de eerste roze knopjes aan de sierkers. Nu maar hopen dat er niets doodvriest.

Ik ben tot nu toe sowieso blij met dit jaar. De leuke jongen uit de trein en ik woonden de eerste week zo ongeveer in onze stamkroeg. In de tweede week zat ik in een andere kroeg met een vriendin van mijn ouders. Heel grappig hoe dat niet meer uitmaakt dat zij ooit bij ‘de volwassenen’ hoorde en ik bij ‘de kinderen’. Het was heel gezellig om bij te kletsen. In week drie zag ik nog geen horecagelegenheid van binnen, maar aangezien ik zondag naar een dameszitting ga, compenseer ik daar ruimschoots voor. Nee ik doe niet bepaald mee aan Dry January.

Ik kijk terug op: een heerlijk weekendje Keulen met een vriendin. Het slechte weer en de opengebroken straten gooiden af en toe roet in het eten, net als de grote groepen Nederlandse mannen die zich slecht gedroegen in de horeca en het feit dat we allebei totaal geen richtingsgevoel hebben. Verder was het puur genieten. We aten veel en lekker, dronken veel, kletsten veel, sliepen in een hotel vlakbij het centrum in een prima bed, bewonderden een aantal mooie gebouwen en grappige kunstwerken en als letterlijk hoogtepunt liepen we alle 533 treden op in de Dom. En achteraf is het heerlijk lachen om een half uur zoeken naar ons hotel aan de verkeerde kant van het station. Dankjewel S!

Ik word verdrietig van: iemand die ik kende, koos er pas geleden voor niet meer te willen leven. Ik kan me niet voorstellen hoe veel verdriet haar man en kinderen hebben. Ze leverde een bijdrage aan een betere wereld, zette zich in voor zo ongeveer alle global goals en was actief in de lokale politiek. Iemand die op veel plekken een grote leegte achterlaat.

Ik kijk uit naar: twee dansvoorstellingen in het theater komende week, vijf dagen Alicante met vriendin M, carnaval met de Bende van Ellende, Van Morrison in Carré, K’s Choice in de AB en nog veel meer. Er staan echt ontelbaar veel leuke dingen op het programma dit jaar en het is pas januari. Ik ben een bofkont!

Ik lees: ik zit tussen twee boeken in. Ik las De Onbekende Man van Chantal van Mierlo net uit en vanavond begin ik in The Storyteller van Dave Grohl. Als ik op dit tempo blijf lezen, moet ik op minstens 20 boeken uitkomen aan het eind van het jaar.

Ik luister: na het verdrietige nieuws dat David Crosby is overleden, komen Crosby, Stills & Nash veelvuldig voorbij op de radio. Dat is dan het geluk bij een ongeluk. Ik houd van die muziek en ben nu extra blij dat ik de heren een paar jaar geleden nog heb zien optreden. Nadat ik vanmiddag kaarten regelde voor Van Morrison heb ik ook zin om heel hard Brown Eyed Girl mee te zingen. Niets mis met oude lullen muziek.

En jij? Waar word jij blij van? Waar kijk jij naar uit?

Terugblik op een turbulent 2022

“Wat een jaar!”

2022 was bijzonder turbulent en emotioneel, om het zo maar even uit te drukken. 2020 was ‘gewoon’ deprimerend, van lockdown naar lockdown, weinig werk en weinig mogelijkheden om de tijd die daarmee overbleef leuk te besteden. In 2021 ging ik compenseren. En in 2022 werkte ik echt veel te veel, blij dat alles weer kon en mocht. Maar dat had gevolgen…

Hoogtepunten

Privé had het jaar fijne hoogtepunten.

Ik kreeg een neefje in januari.

Carnaval was een groot feest. ‘De bende van ellende’ vierde het leven alsof ons leven ervan afhing. Het hele feest speelde zich af op straat en het was, of leek, uitbundiger dan ooit. Corona kreeg ik gelukkig pas erna (althans, toen testte ik positief) en daar had ik nauwelijks last van.

De 40e verjaardag van mijn zusje was ook een hoogtepunt. Ze vierde het door met vriendinnen en haar zus en broertje naar een concert te gaan en als kers op de taart belandden we na dat concert in een kroeg waar een band optrad. Voor het eerst sinds corona live muziek! Mijn zusje en ik dansten rock en roll zoals we dat op de basisschool leerden. Fantastisch.

De leuke jongen uit de trein en ik bezochten ons geliefde Brussel, waar we onder andere op een bijzondere plek gingen eten bij een restaurant op een eilandje in een groot park. We dronken cocktails in de zon en bezochten een museum waar het binnen nog heter bleek dan buiten. We hingen weer geregeld samen aan de toog of in het theater en gingen zelfs een keer naar de film.

Later in het jaar waren we een paar dagen in Dordrecht, in Villa Augustus. We deden niet veel, maar hadden het heerlijk. Het is zo’n leuke plek.

In juli liet ik mijn eerste tattoo zetten.

Een ander hoogtepunt is pas een paar weken geleden: de jaarlijkse ‘vriendinnendag’. Dit keer niet in een andere stad, maar dicht bij huis in een prachtige spa. De vier vriendinnen genoten volop, zoals we dat al jaren samen doen. Benieuwd waar we dit jaar naartoe gaan. Dat we vriendinnen blijven, staat sowieso vast.

Misschien gek om bij de hoogtepunten te noemen, maar dat er in 2022 niemand doodging die dichtbij stond, hoort zeker in dit rijtje thuis. Leeftijden beginnen te tellen (en zeggen tegelijkertijd niets, maar dat is een ander verhaal) en niet iedereen in onze omgeving houdt er een heel gezonde levensstijl op na.

Zakelijk had het jaar ook veel hoogtepunten. Iets té veel misschien. Ik mocht maar liefst vier nieuwe klanten verwelkomen. En bijna iedereen die al klant was, deed opnieuw een beroep op mij. Netwerken was niet nodig en zelfs als ik weken nauwelijks zichtbaar was op social media kwam het werk gewoon binnen. Ik leerde dankzij mijn werk veel nieuwe mensen kennen en mocht in veel bedrijven een kijkje achter de schermen nemen.

Ik werkte een week in Nice. Ik ‘moest’ voor een project naar een super de luxe hotel in zonnig Split. En in de laatse maand van het jaar was ik een kleine week in Amsterdam waar ik deel uitmaakte van een bont internationaal gezelschap. In een jurk met kikkers stond ik er voor de groep te presenteren.

Dieptepunten

Maar ik kan niet om de dieptepunten heen. Wat voelde ik mij klote, het overgrote deel van het jaar. In 2021 begon ik op iedere opdracht ja te zeggen en daar ging in 2022 mee door. Ik was al snel overspannen en had daar lichamelijk en psychisch last van (zie ook mijn zakelijk blog). Ik dreef de leuke jongen uit de trein regelmatig tot wanhoop. Het lukte me wel om overal waar ik voor werk op moest draven met enthousiasme mijn verhaal te doen, of om gezellig bij vrienden aan te schuiven, maar dan kwam thuis alle frustratie en vermoeidheid eruit. Het werk wat ik in de eerste helft van 2022 afleverde, zou nu mijn kwaliteitstoets niet doorstaan. Ik snauwde te veel en genoot te weinig. En tranen zaten nooit ver weg.

Coach

Ik ging aan de slag met een coach, die al snel veel dieper prikte dan “te veel werk”. Dat ik het overlijden van mijn papa nooit heb verwerkt. Dat ik nooit heb geleerd over gevoelens te praten. Dat ik veel beslissingen zelf neem, zonder anderen daarin mee te nemen (niet trouwen, geen kinderen, toch wel kinderen…). Dat ik kampioen conflictvermijden ben en ik zelfs de mensen die me echt het bloed onder de nagels vandaan halen nauwelijks van een weerwoord voorzie. Dat mijn standaardantwoord altijd “ja” is. Er was genoeg te doen. Dus dat ik ook af en toe ging wandelen met die andere coach waar ik al jaren af en aan een coachwandeling mee maak, was geen overbodige luxe.

Ondanks dat de leuke jongen uit de trein er nog niet altijd iets van merkt, gaat het beter met me. En hoe moeilijk ik het ook blijf vinden, ik praat meer met hem en deel mijn overpeinzingen eerder. Bovendien leverde mijn coachtraject en dat ik er hier over schrijf ook mooie gesprekken met mijn zusje en met vriendinnen op. In de tweede helft van het jaar besloot ik iedere werkdag met een wandeling te beginnen en dat hield ik verrassend goed vol. Zelfs toen ik voor werk in Amsterdam zat, had ik er al 7000 stappen opzitten vóór de eerste bijeenkomst van de dag. En in Split liep ik een stuk over het strand voordat ik me in de concerenciezaal moest melden. Daar ga ik dit jaar dus zeker mee door.

Familie

Mede door wat ik met beide coaches besprak, wilde ik in 2022 meer contact met familie, de familie buiten mijn ‘ouderlijk gezin’. Zij kennen mij doorgaans al mijn hele leven en de meesten kennen mijn vader langer dan ik. In dat opzicht faalde ik hopeloos. De dameszitting, die mijn zusje en ik altijd vieren met de enige nicht aan mijn papa’s kant van de familie ging niet door en er kwam niets voor in de plaats. Ik probeerde herhaaldelijk met haar mama af te spreken, de enige persoon nog in leven die mijn vader zijn hele leven heeft gekend, maar er kwam nooit een datum. Bij de jongste zoon van mijn jongste nicht wilde ik een jaar geleden al op kraamvisite. Maar ook dat kwam nooit tot een datum. Haar zoontje doet inmiddels al lang en breed zelf de deur open. Bij een andere tante nam ik me herhaaldelijk voor op de koffie te gaan als ik toch voor een interview in de buurt moest zijn, maar dan vergat ik het weer. Of ik dacht er wél aan, maar dan liep mijn interview uit en was er geen tijd. Via mijn kerstkaart en een paar appjes erachteraan een afspraak gemaakt.

Er was ooit een familiedag en een nieuwsjaarsborrel, er was ooit een tijd dat in ieder geval de ‘ronde getallen’ in bredere familiekring werden gevierd. Maar die tradities zijn gesneuveld. Nu probeer ik wat vaker persoonlijk af te spreken. Als ik dat niet doe, ben ik bang dat ik familie alleen nog bij begrafenissen zie. Heel veel bruiloften verwacht ik niet meer.

Klimaathypocrisie

In 2022 was ik onverminderd hypocriet, waar het om goed zijn voor de aarde gaat, zoals ik dat eigenlijk ieder jaar ben. Ik deed vrijwilligerswerk voor Fairtrade Beekdaelen, Fairtrade Heerlen en Groene Park Oost. Ik nam af en toe een vuilniszak mee als ik ging wandelen om zwerfafval te verzamelen. Ik kocht veel duurzaam, fairtrade, biologisch en lokaal. Ik vermeed zo veel mogelijk de ketens en de internetbestellingen. Ik douchte maar kort, liet de verwarming zo lang mogelijk uit, zat soms met twee truien over elkaar op mijn werkplek om ook daar niet te stoken. Ik deed veel met de fiets en het openbaar vervoer, ook als het aanzienlijk meer tijd en/of geld kostte dan de auto pakken. Mijn koffiebeker had ik standaard bij me om de wegwerpbekertjes te vermijden. En bij netwerkbijeenkomsten of andere zakelijke bijeenkomsten was ik meestel degene die voorstelde om te carpoolen.

Maar van de andere kant… Ik vloog naar Nice toen ik na twee uur scrollen geen betaalbare treinkaarten vond. Ik genoot regelmatig van een goed stuk vlees. Ik kocht absoluut meer kleding dan ik nodig had. De kraaltjes voor de sieraden die ik maak, worden misschien wel door kinderhandjes gemaakt. En de koekjes op het werk zijn nog steeds allemaal per stuk verpakt, omdat het wel zo makkelijk is met uitdelen. Tot overmaat van (milieu)ramp heb ik de eerste vliegreis voor dit jaar ook al geboekt. Ik heb nog wel gekeken naar de Flixbus, maar dat kwam qua timing niet uit. En toen was ik te lijmen met een natte vinger. In februari zit ik een weekje in Alicante.

Mijn jaar in boeken

Eén van mijn voornemens voor 2022 was om meer te lezen. Dat is bijzonder goed gelukt. Ik las 17 boeken. Naast studieboeken voor de cursus die ik volgde, naast de dagelijkse krant en het tijdschrift Villamedia dat maandelijks op de mat valt. Dark Places van Gillian Flynn liet mij het meeste nagelbijten en om Italiaanse buren van Tim Parks lachte ik het meest. Eén boek las ik niet uit, toen het me na vijf hoofdstukken nog niet te pakken had. Een zeldzaamheid. In 2023 ga ik voor 20 boeken! En ik lees doorgaans geen dunnetjes. Vlak voor de jaarwisseling begon ik in één van de dikste boeken die ik ooit las: Box. Vlak na de jaarwisseling sloeg ik de 633e en laatste bladzijde om. Dus het begin is er. Het tweede boek van dit jaar heb ik ook al bijna uit. Ik ben nooit niet aan het lezen 😉

Meer gewicht

In 2022 was het niet alleen in mijn hoofd zwaarder. Ik droeg ook letterlijk meer kilo’s mee dan ooit. De dagelijkse wandeling en het wekelijkse fitnessen en/of zwemmen konden blijkbaar niet compenseren voor wat ik allemaal in mijn mond stopte. Toch heb ik geen harde voornemens op dit vlak. De leuke jongen uit de trein en ik hebben afgesproken dat we dit jaar proberen vroeger in de avond proberen te eten dan wat in 2022 gebruikelijk was. Maar verder is het wat het is. Mijn conditie is prima. Ik loop gerust 10 km achter elkaar, zwem 60 baantjes in een uur en ben niet gesloopt na een uur fitness.

De kilo’s zullen blijven. Het onwijs irritante hoestje waar ik heel 2022 last van had, hopelijk niet. Het afgelopen jaar ging ik naar de KNO-arts, liet ik een longfoto maken, ging ik drie keer naar de huisarts, slikte ik tig strippen codeïne en broomhexine, dronk ik een fles bronchostop en verschillende kopjes kamillethee, vrat ik ontelbaar veel zakken honingdrop, zoog ik op allerhande keelpastilles en begon ik met pufjes. Dat hielp me allemaal nergens vanaf. Op de longfoto was niets te zien, mijn keel en neus waren prima in orde. In 2021 waren allergieën ook al uitgesloten. Vandaag opnieuw naar de huisarts…

De bulldozer

Het bekende bulldozeren veranderde in 2022 evenmin. De foto’s van Canada (2019!) staan nog steeds enkel op de SD-kaart. Er staan nog steeds schilderijen op de grond en niet omdat het esthetisch verantwoord is. Ik zette een paar keer in mijn agenda dat ik iemand moest laten komen voor nieuwe kozijnen en nieuw glas, maar maakte nooit een afspraak. Het lampje in de oven bleef uit. De kraan in de keuken lekte het hele jaar vrolijk door. En ik nam veel te lang de tijd om de eveneens lekkende regenton helemaal leeg te maken. Wel hield ik iets beter mijn bonnetjes, gewerkte uren en kilometers bij. Maar ook op dit vlak geen voornemens, want daar houd ik me dan toch niet aan.

Geluk

Andere dingen gingen bijzonder goed in 2022. Ondanks de chaos stuurde ik meer kaartjes, dacht ik vaker op tijd aan verjaardagen en andere feestelijkheden en werd ik ‘closer’ met een aantal vrienden die eerder een beetje uit zicht waren geraakt. Het lukte me (op één vriendin na) om er voor vrienden te zijn die wel wat steun konden gebruiken. Of door praktische hulp te bieden (boodschappen doen, koken, sollicitatiebrieven nakijken) of door gewoon te luisteren. Mijn vrienden waren er ook voor mij en hielden nauwgezet in de gaten hoe het met me ging. En ik haalde meer geluk en wijsheid uit de netwerkvereniging waar ik lid van ben. Daar ben ik blij mee en dankbaar voor.

Sowieso is dat wat er overblijft na dat heftige jaar. Dankbaarheid. Want eigenlijk is er niets om over te klagen. Ik woon met de enige echte leuke jongen uit de trein in een prima huis met een prachtige tuin op een leuke locatie in een mooie stad. We verdienen allebei meer dan prima waardoor we de stijgende kosten goed aankunnen. Ik heb de liefste vrienden van de wereld. Ik ben gezond op dat rottige hoestje na. Ik heb (schoon)familie waar ik van houd en vice versa. En ik leer steeds beter omgaan met mezelf. En hopelijk komt dat opkomen voor mezelf daar ook nog bij.

Het eerste weekendje weg van dit jaar begint vrijdag. Met een vriendin naar Keulen. Vlak daarna is er eindelijk weer een dameszitting. De eerste dameszitting na de corona-ellende, dus dat belooft wat! Dan staat carnaval alweer voor de deur. Maar niet voordat ik nog een kleine week met vriendin M in Alicante ben geweest. Decadent? Ja. Genieten? Zeker!

Dankjewel aan jou dat jij er voor mij was in 2022 en er voor mij bent in 2023. En als ik jou nog niets wenste voor 2023, doe ik dat nu:

BEDANKT VOOR ALLES DAT JE MIJ BRACHT IN 2022! IK WENS JE EEN GEZOND, GELUKKIG, GESLAAGD, GRAPPIG, GESTROOMLIJND MAAR SOMS TOCH EEN BEETJE GROEZELIG, GENIAAL, GROOTS MAAR VOL KLEINE GENIETMOMENTEN EN GIGANTISCH GOED 2023. EN IK WENS JE NET ZO’N TOFFE VRIENDEN ALS DIE VAN MIJ, WANT ZIJ MAKEN HET LEVEN EXTRA LEUK. MAAK ER EEN MOOI JAAR VAN!