Papa in mijn hoofd

Vandaag twaalf jaar geleden maakte ik de langste treinreis van mijn leven. Terug naar huis. Waar ik werd ontvangen in een huiskamer vol huilende familieleden. Waar mijn mama me uit vandaan trok, mee de gang op. “Hij stierf in mijn armen”, snikte ze, waarna we minutenlang in een omhelzing bleven staan.

Vanmorgen was dat niet het eerste waar ik aan dacht. Er zat nog een bizarre droom in mijn hoofd over een vrouw die haar hand was verloren door een ongeluk met een fietsbel waardoor haar man alle fietsbellen in de wereld wilde vernietigen. Ehm… *koekoek*.

Heel lang was jij na het wakker worden mijn eerste gedachte papa. En dan de schok dat je er niet meer was. Soms meteen gevolgd door tranen. Inmiddels is het zo lang geleden dat ik vaak al duizenden gedachten heb gedacht, voordat jij je opwachting maakt in mijn hoofd.

Soms volgt er dan alsnog een schok, niet vanwege het besef dat jij er niet meer bent, maar omdat ik me zo weinig herinner. Toen het onlangs 25 jaar geleden was dat de Berlijnse Muur viel, moest ik aan mama vragen of ik dat echt samen met jullie op televisie heb gezien. Ik herinner me dat jij en mama zwaar onder de indruk waren en vertelden dat er geschiedenis geschreven werd. Gelukkig bleek ik die scène niet verzonnen te hebben.

Het zijn vooral voetnoten die ik me herinner. Zoals de King-pepermuntjes op de fiets. We fietsten vaak samen. Jij sabbelde op je pepermunt, ik had ‘m al opgeknauweld voor we onze straat uit waren. Toen ik een keer viel met mijn fiets en gewoon weer opstond om verder te gaan, zei je dat je trots op me was. Ik kreeg er een warm gevoel van, al kon ik je opmerking niet precies plaatsen. Zo’n pijn deed de schaafwond op mijn knie nou ook weer niet.

Wist ik veel wat pijn was.

Papa, ik hou van jou en hoop dat je nog steeds trots op me bent. Op ons allemaal. We kunnen klagen (ik het meest), we ploeteren soms, en niets komt zomaar aanwaaien, maar we hebben ons leven alle vier goed op de rit. En dat is mede te danken aan jou. Xxx

Brief aan mijn nichtje #10

2014-11-10 14.45.19
Maandag was een prachtige, zonnige herfstdag. De dierentuin in Nuenen stond op het programma. Stiekem wisten je mama en ik wel dat je vooral geïnteresseerd zou zijn in de speeltuin. En ja hoor, nog voordat wij gezien hadden dat er een springkussen lag, stond jij er al bovenop. Je was teleurgesteld dat je niet meteen alle glijbanen en klimrekken mocht uitproberen, omdat ze nog nat waren.

De dieren vond je ook wel leuk, vooral de wasberen, de maki’s en de zwemmende ijsbeer, maar je snapte niet dat je mama en ik overal zo lang wilden blijven staan. “Klaar met kijken”, zei je dan.

Dapper stapte je naar voren bij één van de shows. De dierenverzorgster legde voer in je handen. Dat je verschrikt uit je handen liet vallen zodra je de eerste witte duif in het oog kreeg. Bij de zeehondenshow stapte je te laat naar voren om mee te kunnen doen. Je zou van zijn leven niet in de buurt van de zeehonden zijn gekomen, maar wat was je teleurgesteld dat je niet met de andere kinderen in het bootje mocht zitten aan de rand van de zeehondenvijver.

Na de zeehondenshow sprintte je ervandoor. Om het vervolgens op een huilen te zetten, omdat je ons kwijt was. Wij maakten ons geen zorgen, want we hoorden je luid en duidelijk. De omstanders schoten wel een beetje in de stress, tilden je op en riepen “Er is een kindje verloren gelopen!” (Er waren enkel Vlamingen in de dierentuin).

De dierentuin gaf ons een mooi inkijkje in je brein. Je bent bang voor alles waar je geen controle over denkt te hebben, zoals duiven en zeehonden, elektrische apparaten en pretparkattracties. Voor een 30-meter hoge glijbaan, een supersnelle kabelbaan, of een gammele wiebelbrug draai je je hand niet om. Die hoge glijbaan… je ging er twee keer hard op onderuit, omdat je mama en ik aan weerskanten van jou je hand vasthielden, maar niet in dezelfde snelheid naar beneden gingen. Toch wilde je nog een keer. Held!

Het is rennen, springen en stuiteren tot je moe wordt. Dan valt er tijdelijk niets meer met je aan te vangen. Je huilde zo hard dat het hele restaurant kon meegenieten, omdat je geen koekje kreeg bij je flesje appelsap. Het enige dat hielp, was dreigen dat we meteen naar huis zouden gaan als je niet ophield, terwijl je de binnenspeeltuin nog niet had gezien.

Eenmaal in die binnenspeeltuin was je je verdriet weer zo vergeten. Jouw mama wurmde zich met jou door de smalste doorgangen en wrong zich letterlijk in allerlei bochten om élk hoekje van het enorme speeltoestel met jou te verkennen. Zoals even daarvoor jouw gehuil, schalde nu jouw vrolijke lach door de hele ruimte.

In de auto op weg naar huis zei je heel stoer dat je niet zou gaan slapen. Je had die zin nog niet uitgesproken of je ogen vielen dicht.

Maandag was een dag met een gouden randje.

Terugblik op de zomer

Nog een paar nachtjes slapen, ongeveer 10, en dan stappen we als het goed is in een vliegmachientje richting Corsica. Ik kijk er al maanden naar uit. Maar wie denkt dat we dus ook al maanden geleden geboekt hebben, heeft het mis. Reserveren is laatste moment werk, net zoals alles in mijn leven pas gebeurt als de deadline me op mijn hoofd slaat.

De zomer is nog niet voorbij, maar dat voelt wel een beetje zo. Nu de zon nog slechts sporadische pogingen doet om te bewijzen dat het echt nog geen herfst is. Nu zelfs de mensen uit het onderwijs weer zijn begonnen en iedereen het drukker lijkt te hebben dan ooit. Inclusief ikzelf. Dus vind ik dit een mooi moment om terug te kijken (lees: om werkontwijkend gedrag te vertonen). Daartoe aangespoord door Tales from the Crib:

Genoten van: twee uitstapjes naar Brussel. De eerste keer met de leuke jongen uit de trein. Vijf nachten in het Sheraton (dat een stuk minder decadent is dan het lijkt, wie op het allerlaatste moment boekt, heeft soms geluk) waardoor we de dag begonnen met zwemmen op de 30e verdieping. We aten elke dag de lekkerste dingen, van een ordinaire puntzak frietjes tot een uitgebreid verjaardagsmenu. Als ik aan die dorade op een bedje van bladerdeeg en tomatensaus denk, loopt het water me in de mond. Of gepocheerde peer met amandelmelkijs. Mjam! Het Brussels Summer Festival was wederom een feestje, ook al snappen ze er nog steeds niet hoe je een bar effectief moet bemannen. 
Het tweede uitstapje naar Brussel was met de voltallige schoonfamilie. Ik heb de leukste schoonfamilie van de wereld, dus dat moest wel gezellig worden. We sliepen in een hotel dat door de leuke jongen uit de trein zeer zorgvuldig gekozen was en dat uitstekende bedden en een smakelijk ontbijt afleverde. Dankzij de schoonouders die een ‘hop on hop off bus’ een ideale manier vinden om een stad te zien, ontdekten de leuke jongen uit de trein en ik weer stukken van Brussel die we nog niet eerder hadden gezien en waar we de volgende keer zeker naartoe gaan, te voet of met de metro. 

IMG_0013

Volop bezig met: schrijven, schrijven en nog eens schrijven. Twee nieuwsbrieven over schoenen, een persbericht over schoenen (gevaarlijk, want daardoor zie ik ook voortdurend leuke schoenen), een aankondiging voor een bootcamp, een voorstel voor een fairtradeproject en notulen van een bestuursvergadering. Dat ik stiekem ook nog een schoolopdracht voor een vriendin uitwerk, ssssjt. 
In augustus zat ik aan de telefoon bij een gemeente op de perfecte fietsafstand van Maastricht (elke dag in totaal 27 kilometer afgelegd op mijn roestige tweewieler, door het mooie Zuid-Limburgse land: genieten!). Ik verwachtte er niet veel van, maar werd er best blij van. De werkplek was prima in orde en de collega’s waren zeer de moeite waard. Leuke, gezellige vrouwen die ook bij de meest bizarre telefoontjes kalm en correct bleven. Ik voelde me er snel thuis. Jammer dat het na vier weken weer voorbij was. Uiteraard heb ik wel even mijn visitekaartje op de communicatieafdeling achtergelaten, je weet maar nooit…

Uitkijken naar: vakantie op Corsica. Het is er mooi. Het is er warm. De zee is er altijd dichtbij. En het allerbelangrijkste: er moet niets.

Lezen: Een Varken in het Paleis van Tessa de Loo. Ik weet verdomd weinig van Lord Byron, maar de reis die Tessa de Loo in zijn voetsporen maakt, zou ik meteen over willen doen. Onverwachte ontmoetingen, gastvrijheid met ongemakkelijke kantjes, overvallen worden door het donker of een onweer, genieten van adembenemende landschappen. Ik teken ervoor! 
Het was op boekengebied sowieso een Nederlandse zomer. Ik las Volmaakte Verdwijning van Derwent Christmas en Het Grote Baggerboek van Ilja Pfeijffer. Die laatste kostte me erg veel moeite vanwege het afschuwelijke taalgebruik van de hoofdpersoon. Toch moest het boekje uit. Ik had me verheugd op een zomer van boekjes lezen in de zon, het werd vooral boekjes lezen in bed. 

Luisteren naar: de eerste handeling die hier ’s morgens wordt verricht, na het met veel tegenzin terugslaan van de deken, is het aanzetten van de radio. Afhankelijk van het tijdstip is dat 3 FM of Studio Brussel. Maar tijdens het poetsen, heb ik behoefte aan het hardere werk. Deze week gingen Ill Nino en Watcha op vol volume, ik moest ze tenslotte nog boven de stofzuiger uit kunnen horen. Ik was verbaasd hoe veel van Ill Nino nog kon meezingen (brullen), had die cd al jaren niet meer opgezet. Aangezien onze buren Duitste studentes zijn die nog nooit een woord tegen ons hebben gezegd, zelfs niet als wij ze vriendelijke goedemorgen wensen, durfden ze nu ook niet te klagen.

Kijken naar: ik ben niet echt een televisiekijker in tegenstelling tot de leuke jongen uit de trein. Ik zit net zo lief met een boek of een tijdschrift op de bank, of aan de keukentafel bij een vriendin. Maar voor ‘dooie mensen’ heb ik meestal wel tijd, ook in de zomer: Criminal Minds, Law and Order, NCIS. Favoriet van het moment heeft vooral met ‘dooie dieren’ te maken, The Taste. Ik ben groot fan van het programma No Reservations waarin Anthony Bourdain in de meest obscure restaurantjes de meest obscure dingen in zijn hoofd stopt. Dus toen ik een aankondiging zag waarin hij samen met de vrolijke lekkerbek Nigella Lawson gerechten proeft, wist ik dat ik moest kijken. Een heerlijk programma. 

Brief aan mijn nichtje #9

20140717_085603

Lief dametje,

Je weet dat ik een beetje gek ben. Gek in avontuurlijke zin en gek op jou in het bijzonder. Dus weet je dat het antwoord ‘ja’ is als je vraagt “Lieke ook?” Even later ga ik achterstevoren van een glijbaan, maak ik een koprol op een springkussen, of draai ik duizelingwekkende rondjes op een draaimolen. Dat ik hooguit met één bil op de schommel pas of me in onmogelijke bochten moet wringen om bovenop het klimrek te komen, dat doet er natuurlijk niet toe. Ik heb minstens even veel blauwe plekken als jij.

Dat je mij heel goed doorhebt, maakte je een paar weken geleden op een ludieke manier duidelijk. We liepen door de stad. We kwamen langs een terras. Jij kroop op een lege stoel en wees naar de stoel naast je. “Lieke ook?”

Gisteravond was je op bezoek om mijn verjaardag te vieren. Je mama legde je na zwak protest in bed. Het was nog zo gezellig met al die mensen om je heen en de ‘taartjes’ waren nog niet allemaal op. Maar natuurlijk sliep je binnen een paar minuten. De leuke jongen uit de trein kwam je wakker maken. Daar was je het helemaal niet mee eens. Huilend kwam je naar beneden. Net zoals ik vroeger elke keer deed als ik uit bed werd gehaald.

Misschien ken je me zo goed omdat je zo veel op me lijkt.

We gaan nog veel avonturen beleven samen.

20140717_085542

Brief aan mijn nichtje #8

Lief nichtje,

Ik mag je troosten als je pijn hebt en je naar bed brengen als je moe bent. Ik krijg een kusje en een knuffel als ik erom vraag en soms ook als ik er niet om vraag. Je durft met me van de hoogste en steilste glijbanen en je bent onvermoeibaar als we samen een stukje gaan wandelen. Wij houden van elkaar, jij en ik. Jammer dat je je dat later niet meer kunt herinneren.

Je was er al weken over bezig, dat we samen moesten gaan zwemmen. Dat deden we afgelopen vrijdag. Je mama en de leuke jongen uit de trein gingen ook mee. Onverschrokken en enthousiast liep je van het ene bad in het andere. Als we even niet goed opletten, was je alweer uit het zicht verdwenen. Chloorwater vind je een lekkernij. De grote zwemband, daar wilde je uit, want met alleen vleugeltjes had je veel meer bewegingsvrijheid. We gingen van de waterglijbaan waarbij een groot bord met 6+ aangaf dat je er nog veel te klein voor was. We waren nog maar nauwelijks boven water en je riep al “Nog een keer!”. Tegen die tijd werden je lippen langzaam blauw en liep je te rillen en te bibberen. Maar natuurlijk wilde je niet naar huis.

De volgende dag kwam je bij ons logeren. Je voelt je helemaal thuis bij ons en hebt er vaste ritueeltjes. Als eerste loop je naar ‘konijn’ die je van de bank pakt om mee te knuffelen. Daarna zijn de gitaren en de piano aan de beurt. Je weet dat ik altijd met je naar buiten ga. Je weet ook dat er altijd lekkere koekjes in de koektrommel zitten.

Je ontwikkelt je zo ontzettend snel, dat ik soms met open mond naar je kijk en met flapperende oren naar je luister. We liepen van de ene speeltuin naar de andere. Plotseling bleef je staan. “Die heeft mama ook thuis, blauw”, zei je en je wees naar een bos stoffen bloemen bij mensen op de vensterbank. Mama heeft dezelfde bloemen inderdaad in de keuken. Ze zijn niet allemaal blauw, maar een kleinigheidje heb je al gauw.

’s Avonds kroop je zelf in je ‘tentbed’ na een kop warme melk, een koekje en een verhaaltje en ik denk dat je binnen een paar seconden was vertrokken. Middenin de nacht werd ik wakker, omdat je lag te kletsen. “Bij Lieke slapen”, was één van de dingen die je zei. Ik smolt. De volgende ochtend deed je de roekende duiven na die voor het huis zaten. “Oe, ooooeee, oe”, klonk het vanuit je tentje. Zoooooo schattig.

Maar het was niet alleen lief en leuk dit weekend. Je bent een behoorlijk lastige eter geworden. Minuten lang kauwen, maar niet doorslikken, dat is een beetje je handelsmerk geworden. Nadat je al een half uur over een halve boterham deed, verloren de leuke jongen uit de trein en ik ons geduld. Heel vertederend vraag je dan “Boos?” Het is dan moeilijk om boos te blijven, maar we hielden vol. Op luide toon verkondigden we dat je je mond leeg moest eten, dat je geen tweede boterham met chocopasta meer kreeg en dat ook het stukje worst (je bent een echte carnivoor) dat we voor je hadden bewaard aan je neus voorbij ging. Je was zwaar onder de indruk van onze stemverheffing en keek ons met grote schrikogen aan. Ondertussen bleef je op het laatste stukje boterham kauwen zonder het door te slikken. Ik bracht je naar bed zonder verhaaltje en met de laatste kruimels nog in je mond. Je protesteerde niet.

Na je middagslaapje leek je ons vergeven te hebben. De leuke jongen uit de trein haalde je uit bed en je kroop tegen hem aan op de bank. Even lekker wakker worden. Verliefd keek ik naar jullie. Ineens leek je te schrikken en barstte je uit in een ongecontroleerde huilbui waarvan je hele lijfje schokte. Terwijl je nog volop snikte, zei je “mond leeg eten” en er brak een stukje van mijn hart. Waren we te streng geweest?

Even later speelden we alweer buiten. Ik noemde je klein aapje, terwijl ik je omhoog liet klimmen op de stellage rond de kastanjeboom op het plein. Jij vond dat een mooie naam.

Over namen gesproken. Je noemt jezelf geen Pauw meer, maar antwoordt luid en duidelijk met je echte naam als daarnaar gevraagd wordt.

Het was fijn dat je er was. Kom je snel weer logeren?

Liefs,
Tante Lieke

 

 

Filosoferen over vriendschappen

“Heel even bestaat er misschien een soort van vriendschap tussen moeder en dochter. Tot dochter thuiskomt met een vriendje dat moeder niet ziet zitten. Dan is het meteen afgelopen.”

De leuke jongen uit de trein en ik zitten middenin het theaterseizoen van 2014. Bijna elke week gaan we naar een voorstelling en net als de afgelopen drie jaar zullen we ook deze zomer in een klein zwart gat vallen. Gelukkig beginnen dan de festivals. Gisteravond was het tijd voor de Avond van het Woord met als thema vriendschap. Hoe vriendschap ontstaat en weer ophoudt. Dat vriendschappen die een leven lang meegaan, zeldzaam zijn. Dat mannen boezemvrienden zijn en vrouwen hartsvriendinnen. Over vriendschappen tussen mannen en vrouwen, waarvan veel mensen vinden dat die onmogelijk zijn. Over vriendschappen tussen ouders en kinderen, die volgens familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt niet bestaan, omdat ouders en kinderen nooit een gelijkwaardige relatie hebben.

Over vriendschappen die alleen bestaan omdat ze nuttig zijn, deed onderzoeksjournalist Joep Dohmen een boekje open. Limburg spant de kroon waar het om dit soort vriendschappen gaat, waarmee mijn frustratie over zonder vriendjes op de juiste plekken geen baan vinden, goed onderbouwd werd. Het mooiste verhaal kwam van mijn favoriete schrijfster Lieve Joris, die door haar vele reizen vooral ‘treinvriendschappen’ onderhoudt. Mensen zijn openhartig tegen Lieve, terwijl ze samen reizen van A naar B, want misschien zien ze haar nooit meer terug.

Filosoof Paul van Tongeren haalde zijn belangrijkste leermeester op het gebied van de vriendschap aan, Aristoteles, volgens wie vriendschap gelijk staat aan wederkerige welwillendheid, oftewel de houding dat je elkaar wederzijds het beste toewenst en dat ook van elkaar weet. Ik ben gezegend met een tiental vrienden die aan die definitie voldoen. Ik ben daar ongelofelijk blij mee. En terwijl ik dit schrijf, overvallen schuldgevoelens mij vanwege al die vrienden waar ik al veel te lang niet naar geïnformeerd heb. Gelukkig kun je met echte vrienden altijd de draad weer oppakken.

 

 

Brief aan mijn nichtje # 7

Het is lang geleden dat ik je een brief schreef, kleine stuiterbal. Ik heb dus iets goed te maken.

Je roept mijn naam en rent naar me toe als ik in de deuropening sta, maar als ik je vervolgens te lang vasthoud, roep je “Af, af”. Je wilt op eigen benen staan. De wereld zelf ontdekken, op je eigen hoogte. Erger nog dan te lang opgetild worden, vind je in de kinderwagen zitten. Het regent krokodillentranen als je niet zelf mag lopen. Helaas hebben mensen soms haast en dus geen tijd om te wachten tot jij alle tuinpaadjes, trapjes, putdeksels en voordeuren op de route van dichtbij hebt bekeken. Het enthousiasme waarmee je de omgeving verkent, is hartverwarmend, al houden we soms ons hart vast als je achter een heg verdwijnt of een openstaande voordeur van een wildvreemde binnenloopt. Je bent het makkelijkst te ontvoeren kind ter wereld. Een allemansvriend.

Gister ging je zonder morren in de kinderwagen zitten. Een teken dat je bekaf was. Geen wonder, want je danste in het lunchrestaurant, we banjerden door het hoge gras langs een sloot (omdat ik een toekomstige bouwplaats moest bekijken), je ploeterde door het zand in de speeltuin, je klom twee keer op de glijbaan, bukte tien keer om de kiezels van het pad te rapen op de hondenuitlaatstrook ( je stopte ook kiezels in je mond) en je legde sowieso drie keer de afstand af die je mama en ik aflegden. Dat je kapot moe was, betekende trouwens niet dat je lekker ging slapen op de terugweg. Luid en duidelijk maakte je kenbaar dat je het helemaal gehad had en naar huis wilde. Op nog geen honderd meter van je huis, deed je je ogen dicht.

Mijn naam spreek je inmiddels uit als Tieke in plaats van Tiete en je woordenschat ontwikkelt zich in razendsnel tempo. Niet alleen je woordenschat trouwens, ook de betekenis van allerlei ingewikkelde concepten dringt tot je door. Zo weet je dat je ‘ik’ kunt zeggen als je het over jezelf hebt. Maar vaker zeg je Pauw. Jij hebt besloten dat je zo heet, ondanks dat het in niets op je eigen naam lijkt.

DSCN2003

Gister zagen we een pauw in de kasteeltuin van Gemert.
“Kijk, een pauw!”, riep ik enthousiast.
Jij wees op jezelf en begon te lachen.
“Nee, een échte pauw. Die blauwe vogel met dat stukje brood.”
“Kip”, zei jij en je wees naar de haan die ook in de kasteeltuin rondliep.

2013, wat een jaar

Rijkelijk laat, maar ik had in Berlijn hele andere dingen aan mijn hoofd, zoals het vinden van de smakelijkste currywurst, de geschiedenis van de ooit gespleten Duitse hoofdstad op me in laten werken, en het nieuwe jaar verwelkomen met zo’n 700.000 feestgangers aan de voet van de Brandenburger Tor.

Mijn overzicht van 2013:

Volkomen zen

We waren er allebei nog nooit zo aan toe als het afgelopen voorjaar: vakantie. Wegens chronisch te laat met boeken, kwamen we in Torremolinos terecht in plaats van in Málaga. Per toeval aan de goede kant, zo ver mogelijk bij café Brabant en Frietje van Pietje vandaan. We deden niet veel. Ik las, ik zwom, ik keek naar de zee. De leuke jongen uit de trein kwam niet eens aan lezen toe. Hij bekeek de andere hotelgasten vanaf zijn ligstoel. We lieten ons elke avond betoveren door de weerkaatsing van het maanlicht op het water.

DSCN1510

Volkomen klote

Maar we zouden eigenlijk naar New York en Washington gaan. Dat kon, nu ik was aangenomen bij dat leuke reclamebureau in Roermond, waar het welkom warm was, met lieve briefjes en een bos bloemen. Ik mocht er helaas maar een paar maanden interviewen en verhalen schrijven. Toen vloog ik er als eerste uit. Daarna iedereen met een tijdelijk contract. Crisis? Het betekende in elk geval dat ik niet genoeg kon sparen en de reis niet doorging.

Het meest bijzonder

Op vakantie met mijn zusje en mijn nichtje. Ik was nog nooit met mijn zusje op vakantie gegaan, terwijl de vakanties met onze ouders, maar in ons eigen tentje of op een eigen hotelkamer, altijd een groot succes waren. Het ritme van de vakantie, op tijd opstaan en op tijd naar bed, zorgde ervoor dat het goed uitrusten was. Samen koken, samen winkelen, samen op de bank met een boek. Het was goed. Jammer van het tuinhekje dat ik raakte met de auto, waardoor deze vakantie veel duurder werd dan gepland.

DSCN1722

Het meest trots op

Ondanks dat we elkaar vaak niet begrijpen en ik sommige dingen heel anders zou doen, was ik in 2013 het meest trots op mijn zusje. Ze was het grootste deel van het jaar een alleenstaande mama en ze vulde die rol goed in. Mijn nichtje kwam niets tekort en is bovendien het liefste nichtje van de hele wereld.
Ik was ook trots op de leuke jongen uit de trein en op mezelf, omdat we aan het eind van 2013 een paar kilo minder inhoud hadden, dan aan het begin. De kerstdiners en de alcoholische versnaperingen in Berlijn maakten even een eind aan de dalende lijn, maar maandag begint het normale leven weer net als het beleid van ‘een beetje minder eten en een beetje meer bewegen’.

Het meest blij met

Mijn nichtje. Omdat ze ons Sassa en Tiete noemt. Omdat ze liever door de kamer danst dan cadeautjes uitpakt. Omdat zij en Sassa zo dol zijn op elkaar en ik smelt als ik zie hoe hij haar knuffelt.

Het meest dankbaar voor

Dat niemand in mijn directe omgeving ernstig ziek werd of dood ging. Dat is wel eens anders geweest.

Het is een bijzonder jaar geweest, 2013, waarin ik me vaak gezegend gevoeld heb, maar waarin ik mijn dankbaarheid veel te weinig heb uitgesproken. Nu het nieuwe jaar begonnen is, heb ik besloten op optimisme in te zetten. December is normaal gesproken mijn maand niet, maar afgelopen december was geweldig. En januari is alvast goed begonnen in Berlijn met een kus van de leuke jongen uit de trein. In 2014 ga ik eindelijk die baan vinden, of in elk geval genoeg opdrachten om met een gerust hart te kunnen stoppen met het opnemen van de telefoon. In 2014 wil ik een zo lief mogelijk lief zijn voor de leuke jongen uit de trein, een goede dochter en zus voor mijn familie, een goede vriendin voor mijn vrienden. In 2014 ga ik minder dromen en meer doen. 

Voor mezelf en voor jullie hoop ik op een jaar zonder zorgen. Dat wie je graag ziet, gezond blijft. Dat de lente uitbundig en de zomer lang en zwoel wordt. Dat de herfst knus wordt en de winter lang op zich laat wachten. Dat er rust heerst in je hoofd en liefde in je hart. Of klink ik nu te zweverig? Hoe dan ook: dat 2014 een mooi jaar mag worden waarin veel gelachen wordt.

Dichten

Wie mijn vader kende (of mijn vorige blog las), weet dat papalief ‘plagen’ tot kunst had verheven. Niemand kon je zo goed voor de gek houden als hij. Op onverwachte momenten kon hij je met een opmerking om je oren slaan waar je totaal niet op berekend was. Je kwam in je hemd te staan, maar moest ook lachen. De beste toespelingen -op rijm- bewaarde hij voor het sinterklaasgedicht. Het afgelopen jaar en de rol die je erin speelde, werd op de korrel genomen. Aan één A4-tje had hij zelden genoeg.

Maar papa kon ook serieus zijn. Gevoeligheid toevertrouwen aan het papier. Altijd met zijn vulpen. Zoals onderstaande gedichtjes, die hij schreef naar aanleiding van het overlijden van een collega:

Zoals afscheid de schaduw vormt
Van het welkom

 Is de dood de donkere kant
Van het leven

 En toch, in de koelte van de schaduw
Vindt een levende zijn rust

***

Troosten

Woorden zoeken
Maar niet vinden

Alleen maar stilte

Stilte op een vroege ochtend na een donkere nacht
En dan het geluid van de eerste vogel
Toch onherroepelijk weer een nieuwe dag

Ik deed elk jaar mijn best om op sinterklaasavond even grappig uit de hoek te komen als hij, wat nooit lukte. Maar ik vond het enorm leuk om te doen. Vele malen leuker dan surprises knutselen, waarvan het resultaat telkens was dat al mijn vingers aan elkaar plakten en een berg verknipt en verscheurd crêpepapier zich ophoopte in een hoek van mijn kamer. En zelfs dát vond ik nog leuker dan het kopen van kerstcadeaus. Je met een lijstje vol onmogelijke wensen ellebogend een weg door een overvolle winkelstraat worstelen, staat voor mij zeer hoog op de ‘hekellijst’. Ik baal er dan ook stevig van dat de overige leden van mijn familie en mijn schoonfamilie een even grote hekel aan dichten hebben als ik aan het kopen van cadeaus in december.

Heel soms rijm of dicht ik nog wel iets. Zoals op de voordekunst, om mensen over de streep te trekken om D(esign)-day te sponsoren. Voor mijn mama liet ik een gedicht inlijsten toen mijn papa vijf jaar dood was. Ik deed net of ik hem was:

’s Zomers haal ik het uit de vijver
Waarin ik de goudvissen volg
Die kalmpjes hun baantjes trekken

Als ik even wegdroom
Heeft de knop van de waterlelie zich geopend

’s Winters haal ik het uit de kachel
Waarin de houtblokken die ik zelf een kopje kleiner heb gemaakt
Worden opgenomen in het wonderlijke spel van de vlammen

Het gieren van de wind in de schoorsteen
Ook dat is rust
En thuiskomen

Een huis vinden waarin ik dat gevoel van rust en thuiskomen vindt, is een mooi streven voor 2014.

Herinneringen aan mijn gekke papa

Vandaag is het elf jaar geleden dat mijn papa plotseling dood neerviel. Op straat. Terwijl hij met mijn mama in gesprek was. Een vrolijk, beetje plagerig gesprek, omdat mijn mama die dag ergens met de auto tegenaan was gereden (ja, dat zit in de familie). Er is sindsdien nooit meer een gebeurtenis zó onverwachts geweest. 

Elf is het gekkengetal en dat past uitstekend bij de man die de telefoon opnam met ‘Fransiscus van Padua’. Werd er verbaasd gereageerd dan vervolgde hij zijn verhaal met een verontwaardigd “Ken je me niet? Ik ben al 400 jaar dood!”

Ik kan me nog herinneren dat hij zijn zus belde om te vertellen dat het in Frankrijk slecht weer was en dat we daarom doorgereisd waren naar het zuiden. “We staan nu op het punt om de Sahara over te steken, ik denk dat je de komende dagen niets van ons hoort.” In werkelijkheid waren we al terug van onze -zonnige- kampeervakantie.

Hij was de mafste Piet op de boot, een stuiterbal aan dek. Een geloofwaardige Piet ook. Als hij daarna thuiskwam, wist mijn broertje hem te vertellen dat er ‘een zwarte Piet was met net zo’n snor als jij en met een gat in zijn zak’. Papa’s excuses waarom hij niet meekon naar de intocht van Sinterklaas waren net zo overtuigend als zijn excuses op pakjesavond. “Ik moet nog even poepen” of “Ik heb mijn pasje binnen laten liggen”. Wij zaten op dat moment al in de auto, klaar om te gaan uiteten. Als we terugkwamen van het restaurant, waren Sint en Piet altijd langs geweest.

Vanavond gaan we voor de elfde keer uiteten op 9 december, in plaats van op 5 december. Oude tradities verdwijnen. Nieuwe komen ervoor in de plaats.

Ondertussen vallen er steeds meer gaten in mijn geheugen en dat maakt me verdrietig. Ik zie papa aan het aanrecht staan terwijl hij spaghetti met tonijn maakt of tagliatelle met olijfballetjes, maar wat was ook alweer zijn plek aan de eettafel? Ik zie papa’s dromerige blik terwijl hij naar het spel van de vlammen in de kachel kijkt en naar de omtrekkende bewegingen van de goudvissen in de vijver, maar in welke stoel zat hij dan?  En hoe klonk zijn stem ook alweer?

“Als ik erachter kwam dat je zou zijn omgewisseld, zou ik wel willen weten wie mijn biologische dochter was, maar ik zou je niet omruilen”, filosofeerde hij op een avond. Ik denk er andersom precies hetzelfde over. Ik zou voor geen goud een andere papa hebben gewild. Ik had alleen gewild dat hij wat langer was gebleven.