Klein

Ik weet niet hoe het zou moeten voelen, maar ik geloof niet dat ik me 36 voel.

Vaak voel ik me klein. Of kinderachtig. Vooral als ik met andere ondernemers praat, waarvan ik standaard aanneem dat ze ouder zijn dan ik. Vol vuur vertellen ze over hun visies, hun doelen, hun kantoor en hun klanten.

Ze weten waar ze nu staan, waar ze over vijf jaar willen staan en wat ze waard zijn. Ze werken voor uurtarieven die ik nooit zou durven vragen. Ze zien er altijd netjes uit, kleding als gegoten (en nooit ergens een kreukel of een vlek), hip kapsel, leren tas, glimmende schoenen. Ondertussen zorgen ze ook nog voor één, twee of drie kinderen.

De weg naar waar ze nu zijn, was bovendien met zorg uitgestippeld en liep volgens plan.

Als ik er tijdens zo’n gesprek achter kom dat ‘die ander’ ook in 1980 is geboren, moet ik soms discreet een hand onder mijn kin plaatsen om te zorgen dat mijn mond niet openvalt.

Hoe oud en volwassen voelen jullie je?

Een egobericht: wat ik wil in 2017

talking-circles-portraits-0413-christian-charlier
© Christian Charlier

Als ik opschrijf wat ik wil bereiken in 2017, dan kunnen jullie me erbij helpen. Mij onder mijn kont schoppen, een duw in de goede richting geven, een goed woordje voor me doen, mij met de neus op de feiten drukken en wat dies meer zij. Dat ik hiermee wachtte tot 17 januari, zegt helemaal niets, haha.

In 2017 wil ik:

  • Het financiële gat opvullen dat het volledig vertrekken uit loondienst achterliet and then some.
  • Een auto kopen. Ik ben erg ‘groen’ ingesteld en zeker niet van plan die auto overal voor te gaan gebruiken, maar ‘zelfstandige zonder auto’ is geen goede uitgangssituatie om je bedrijf succesvol te houden.
  • Een klein beetje leren vormgeven. Ik kocht ooit een dure cursus waar ik vervolgens niets mee deed. Slechte zaak. Terwijl ik de basisvaardigheden gewoon nodig heb. Stap één: de benodigde programma’s op mijn nieuwe laptop (laten) installeren.
  • Voor de vierde keer tien kilometer rennen bij Maastrichts Mooiste, na een afwezigheid van twee jaar. Liefst onder de 1.07, wat in 2014 mijn eindtijd was.
  • Onder de 80 kilo blijven. In het verleden stelde ik veel ambitieuzere doelen als het om mijn gewicht ging, maar schade en schande leert dat ik daar simpelweg de wilskracht niet voor heb. Meer sporten, geen probleem. Overschakelen op volkorenpasta en zilvervliesrijst, geen probleem. Minder drinken, geen probleem. Minder snoepen, groot probleem! En ach, met 80 kilo zit ik nét onder een BMI van 30, wat de grens tussen overgewicht en obesitas is.
  • Een definitief besluit nemen samen met de leuke jongen uit de trein of we nu wel of geen kind willen opvoeden. Het is jammer dat er een biologische deadline aan vast zit, anders stelde ik de beslissing graag nog even uit.
  • Naar Parijs. “Vroeger” ging ik jaarlijks, nu ben ik al een paar jaar niet meer geweest. Terwijl la cité de l’amour praktisch om de hoek ligt.
  • Meer op pad in mijn eigen regio. Nog dichterbij dan Parijs liggen zó veel mooie plekken. Gisteren liep ik nog door de sneeuw in Eupen, prachtig.
  • Nadenken. Niet te snel oordelen. Een mening uiten, is niet moeilijk deze dagen. Je mening nuanceren en er zeker van zijn dat het echt de jouwe is, dat is een kunst. Die kunst wil ik graag leren beheersen in 2017.

4_dscn2734

2017 wordt een waanzinnig gaaf jaar, in elk geval voor mij

20160805-125452Daar ben je dan 2017

Ik wens jullie een jaar vol mooie woorden. Een jaar waarin geen woorden meer worden vuilgemaakt aan lelijkheid. Omdat sommige woorden worden ingeslikt en andere op een goudschaaltje gewogen. Een jaar waarin gevleugelde woorden eindelijk voorzien worden van daden. En waarin we regelmatig een goed woord doen voor een ander.

Maar 2017 wordt geen Punica oase of polonaise, want 2017 volgt op 2016 en dat was voor mijn gevoel geen topper.

  • Het jaar waarin muzikale sterren zich massaal bij de sterren aan de hemel voegden. Voor wie daarin gelooft, dan toch.
  • Het jaar waarin wereldleiders veelvuldig konden kiezen voor het goede -zoals aftreden aan het eind van hun termijn, of vrede sluiten met opstandelingen- maar vaak kozen voor het kwade. Zo deed bijvoorbeeld de Democratische Republiek Congo zijn naam alweer geen eer aan en stelde Kabila de presidentsverkiezingen uit tot 2018. Overigens kozen burgers daar waar verkiezingen waren ook zelden voor de meest vriendelijke optie.
  • Het jaar waarin de Filipijnen naar de Filistijnen gingen, met een democratisch gekozen staatshoofd aan het roer, dat dan weer wel.
  • Het jaar waarin beroepsengerds Erdogan en Poetin elkaar haatten en toen toch weer vriendjes werden.
  • Het jaar waarin opnieuw niemand zich aan ‘Syrië’ wilde branden en het eens zo mooie land in brand bleef staan.
  • Het jaar waarin Netanyahu geen enkele moeite meer deed om te doen alsof hij naar een twee-staten-oplossing streeft.
  • Het jaar waarin vluchtelingen het kind van de rekening waren.

En of Nederland nou positief afstak tegen de rest van de wereld? Mwah… Al had Claudia de Breij natuurlijk wel gelijk in haar Oudejaarsconference dat Nederland een ‘waanzinnig gaaf land’ is, wat dan weer een citaat was van Rutte en hij kan het weten.

  • Het jaar waarin de treinen korter werden en de files langer. En toen nam Arriva Veolia over en draaide er -in elk geval in Limburg- nog meer in de soep.
  • Het jaar waarin we de winkelstraten steeds leger werden (daag V&D).
  • Het jaar waarin de zwarte-pieten-discussie al begon voordat de pepernoten (eind augustus!) in de schappen lagen.
  • Het jaar waarin we volgens onze “politicus van het jaar” te maken hadden met een nepparlement en een neprechtstaat. Twee instituten waar Wilders zelf bijzonder graag gebruik/misbruik van maakt, dat dan weer wel.
  • Het jaar waarin werd bevestigd wat vele rijken al lang weten, dat Nederland een belastingontwijkparadijs is.
  • Het jaar waarin asielzoekers verkrachters en testosteronbommen genoemd werden en gepoogd werd tegen hun komst te protesteren met de verheffende leus ‘daar moet een piemel in’.
  • Het jaar waarin veel mensen in spijkerbroeken met dure gaten rondliepen en Uggs nog steeds niet helemaal uit het straatbeeld verdwenen.

Mijn eigen 2016

Tussen de ‘staat van de wereld’ en mijn persoonlijke jaar zit een groot contrast. 2016 was goed voor mij. Mijn eigen bedrijf ging als een tierelier. Er kwamen klanten bij. Er gingen geen klanten weg. Dankzij opdrachten voor de gemeente Maastricht en de gemeente Sittard-Geleen kwam ik op veel bijzondere plekken. En ik leerde onwijs veel over onderwerpen waar ik nog niet eerder over schreef, zoals beleggen en verzekeren, nanotechnologie en debiteurenbeheer.

Samen met de leuke jongen uit de trein kocht ik een huis in een mooie, groene buurt, met vrij uitzicht aan de voorkant, grote slaapkamers en een prachtige bar. Ook met de lelijkste keuken aller tijden, een badkamer uit het jaar stilletjes en een kille tegelvloer. Maar dat komt helemaal goed. Het huis wordt prachtig én heel erg uitgesproken. Met mintgroene tegels op het toilet, roestbruine tegels op de badkamer en een donkergroene muur in de woonkamer. Mijn schoonouders hebben kei- en keihard gewerkt, soms té hard, en daar boffen we ontzettend mee.

Veel vriendinnen kampten in 2016 met ziekte in hun naaste omgeving en ik had verschrikkelijk met hen te doen. Maar gelukkig hoefde niemand de feestdagen in het ziekenhuis door te brengen en ziet het er voor de meeste ‘getroffenen’ uit alsof het in 2017 beter wordt. In mijn eigen directe omgeving bleef iedereen gelukkig op zijn benen staan, behalve mijn schoonvader, die een keer ging stunten met een ladder bovenop een trap 😉

Mijn mama, zusje, nichtje en broertje hadden ook een goed jaar en daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Het is me in 2016 weer opgevallen hoe verschillend we in sommige opzichten zijn en dat ik mijn familie soms minder goed blijk te kennen dan ik dacht. Maar alles is bespreekbaar en we kunnen nog steeds elkaars zinnen afmaken na een half woord. Genieten van lekker eten, een goed boek en mooie muziek, daar zijn we allemaal erg goed in.

Verwachting voor 2017: alles komt goed

2017 wordt ook een goed jaar. Voor het eerst 100% zelfstandig. Ik durf het aan, denk dat ik genoeg opdrachten zal hebben om met mijn eigen bedrijf richting een modaal inkomen te gaan. En ja, algemene voorwaarden, arbeidsongeschiktheid, pensioen, acquisitie… ik kan er niet meer onderuit om dat ook allemaal goed te regelen, want het blijft natuurlijk een risico.

In 2017 trekken we in ons nieuwe huis. Wellicht zitten er dan nog geen deuren in of plinten. Maar dat maakt niet uit. Ik ga ongelofelijk genieten van de luxes die we nu niet hebben. Zoals een achtertuin en een werkkamer met een bureau waarop alleen mijn eigen paperassen liggen.

Ik wens iedereen een goed jaar. Als wij allemaal een goed jaar hebben, wordt het voor andere mensen in Nederland en daarbuiten misschien ook een beetje beter?

De cirkel is niet rond

Hij was niet bij mijn geboorte.
Ik niet bij zijn sterven.

20160801-115201

De dag dat ik half wees werd, ligt veertien jaar achter me.

Zijn drie kinderen zetten vele stappen waar hij bij had moeten zijn. Diploma’s, rijbewijzen, banen. Een kleinkind.

Hij kent de leuke jongen uit de trein niet. Zal nooit een voet over de drempel zetten van ons eerste koophuis. Zal nooit aan onze bar zitten om te filosoferen over het leven. Zal nooit onze struiken snoeien in zijn veel te korte afgeknipte spijkerbroekje (flapperbillen!).

Ik noemde hem weleens een moordenaar als hij in de tuin bezig was. Bij het snoeien (arme takken en blaadjes), als hij een muizenfamilie aan zijn riek reeg, of als hij probeerde de talrijke mollen een verstikkings- dan wel verdrinkingsdood te bezorgen. Sigarettenrook naar binnen blazen en dan water door het volgende gat. Meestal waren de mollen hem te slim af.

Hij was ontzettend lief. Wat na bovenstaande gruweldaden misschien een beetje raar klinkt. Hij wist soms niet zo goed of hij de badkamer nog kon binnenlopen. Maar voor een knuffel en een weltrustenkus waren we in elk geval nooit te oud.

Hij kon verrassend verontwaardigd zijn.
“Als ik eerst door een detectiepoortje moet om les te kunnen geven, dan stop ik er onmiddellijk mee!”
“Komen grienen dat ze het schoolgeld niet kunnen betalen, maar wel rondlopen met een mobiele telefoon!”

Alles kwam op tafel. Politiek, seks, emoties. Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Mijn papa’s wereldbeeld bevond zich aan de linkerkant van de PvdA toen die partij nog echt links was.

Hij zette zijn kinderen graag aan het denken.
“Zou je liever zorgen dat één straatarm kind een goede toekomst tegemoet gaat, of zou je liever een heleboel kinderen een beetje helpen, waardoor ze in elk geval blijven leven, maar niet per se goed terecht komen?”
“Zou je het willen weten, als je bent omgewisseld in de couveuse en wij je ouders niet blijken te zijn?”

We waren volgens hem te jong voor echt diepgaande gesprekken. Over de hindernissen van het leven of de herhaling van de geschiedenis. Want pas als we geen student meer waren, zouden we ook geen kind meer zijn. Dat doet nog steeds het meeste pijn. Dat gesprek tussen twee volwassenen dat er nooit kwam.

Mijn papa was niet bij mijn geboorte. Zwaaide naar de verkeerde couveuse. Dat deed er niet toe. Hij was zo blij dat hij een schoolbel luidde midden op ons woonerf midden in de nacht. Tekenend voor hoe uitbundig hij kon zijn.

Hij kon genadeloos genieten. Na een geslaagde toneelvoorstelling. Als zijn leerlingen het goed deden. Als die camping in Frankrijk precies dat uitzicht had waarbij hij het beste kon dagdromen.

Ik was er niet bij toen papa doodging. Gelukkig was ik dat weekend ervoor wel thuis geweest. Mijn toenmalige vriend wilde eigenlijk niet mee. Ging toch, maar wilde op zondagmorgen zo snel mogelijk weg. Ik wilde eigenlijk blijven, want het was heel gezellig, het hele gezin nog eens bij elkaar. Maar ik bood geen weerstand, zoals te vaak. “Gaan jullie alweer?”, vroeg papa. En ik knikte zwakjes.

Alsof hij aanvoelde dat de dood op komst was, zei hij dat weekend dat hij van me hield. Iets wat hij bijna nooit zei, maar iets waar ik mijn hele leven zeker van was. Mijn papa houdt van mij.

Over jakkeren en jagen en dat het jaar dan ineens bijna voorbij is

In de categorie ‘oma vertelt’, want dat is blijkbaar de modus waar ik de laatste tijd in blijf hangen: de tijd gaat echt veel te snel!!

De laatste maand van het jaar nadert en wat kwam er weer weinig terecht van alles wat ik me voornam, toen ik samen met de leuke jongen uit de trein naar het vuurwerk keek. Nu ik erover nadenk, ik weet niet eens of ik wel vuurwerk gezien heb tijdens de jaarwisseling. Sterker nog, ik weet helemaal niet waar we waren. Thuis, denk ik. Want we gingen niet naar het Parijs waar de festiviteiten waren afgelast.

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben dankbaar, heel dankbaar. Dankbaar dat iedereen die ik liefheb -op enkele (chronische) aandoeningen na- gezond is. Dankbaar voor het huis dat we kochten en helemaal wordt zoals we het willen hebben. Voor vriendschappen die al bijna mijn hele leven meegaan. Voor vriendschappen die mij soms met een andere blik laten kijken. Voor genoeg hebben aan een half woord, een blik, een houding. Voor (schoon)ouders en onvoorwaardelijke liefde. Voor alle dingen die ik als veel te vanzelfsprekend zie, omdat ik in één van de welvarendste landen ter wereld geboren ben. Voor de leuke jongen uit de trein, die net als ik op zijn tandvlees loopt, maar toch nog tijd maakt voor mooie woorden en stevige omhelzingen. Hij is er voor mij, terwijl hij zichzelf in rap tempo voorbij loopt. Hoe lief is dat. Toch voel ik me soms zo:

De tijd is kwijt

ik moet aan mijn carrière denken
’s ochtends naar netwerkbijeenkomsten toe
en ’s avonds moet ik vrienden zien
ook al ben ik veel te moe

opgefokt en rusteloos
ik jakker en ik jaag
ik heb een to-do-list van een meter
en alles moest gisteren of in elk geval vandaag

tegels kiezen, plinten plakken
wachten op anderen
offertes vergelijken, knopen doorhakken
zonder zelf te veranderen

leren, controleren, profileren, calculeren, stimuleren
soms annuleren of capituleren
sta toch eens een uur stil

is wat ik tegen de klok en tegen mezelf zeggen wil

er-valt-nog-weinig-te-verhalen

 

Over sifons en wc-doorspoelknoppen

Al ontelbare keren schreef ik erover: keuzes maken is niet mijn sterkste punt. Van wat ik ’s morgens aantrek tot wat ik ’s avonds wil eten en alles daar tussenin: moeilijk, moeilijk. Een grote verbouwing, waar we nu middenin zitten, is een ware keuzehel.

keuzesAannemer of zelf regelen? Structuurverf of stucwerk? Bad of douche? Twee, drie, zes of tien offertes? En dan heb ik het nog niet over de oneindige keuzemogelijkheden voor badkamertegels, laminaat en deurklinken. Wist je dat er tig mogelijkheden zijn voor knoppen om het toilet mee door te spoelen? Of sifons, die dingen die je niet of nauwelijks ziet en waar je al helemaal niet op let, zelfs daar bestaan tien varianten van.

Pas een paar maanden bezig en nu al spijt van een aantal beslissingen. Waarom hebben we in hemelsnaam maar bij twee aannemers aangeklopt, terwijl we een lijst hadden met een stuk of tien namen? Dom, dom, dom. Waarom niet even doorgereden naar Duitsland, waar veel dingen een stuk goedkoper zijn? En wiens briljante idee was het om voor de kleur ‘geordend groen’ te kiezen? Mijn idee natuurlijk. Die verf was niet voor niets in de aanbieding, want pas dekkend na drie keer aanbrengen…

Toch vind ik het nog steeds leuk. Af en toe lichamelijk werk doen, zoals slopen, schuren en verven bevalt me goed. Ons huis wordt ongeveer zoals we dat in gedachten hebben en het valt me tot nu toe mee hoe weinig onze smaken verschillen. Ons huis krijgt frisse kleuren, veel lichtinval en een gezellige bar. Stopcontacten op handige plekken, dankzij mijn schoonpapa. En een aantal elementen waar ik geen seconde over na hoefde te denken; metrotegeltjes in de keuken en een grote oven. Ik ga me er thuis voelen, daar twijfel ik geen moment aan.

Tot die tijd kruipen we van grote beslissingen naar puntjes op de I’tjes. Ik ben dol op puntjes en I’tjes. Vandaar dat ik beter ben in eindredactie dan in het zelf verzinnen van verhalen.

Op dit moment #2

Mijn hoofd loopt over van ideeën voor ons nieuwe huis. Ik droom van mooie kleuren en hippe badkameraccessoires. Kortom, ik verlies mezelf in details waar we nog lang niet aan toe zijn. Een schaakbord gebruiken als bijzettafel. Bloempotten opleuken met krijtverf. De inspiratie voor blogs is helaas ver te zoeken. Dus haal ik deze rubriek nog eens van stal.

moodGenieten van: herfstkleuren. Het geel, rood en bruin aan de bomen. De mist die langzaam optrekt. De maan die zich nog niet bij de dag wilt neerleggen. Het zorgt voor mooie plaatjes op weg naar mijn werkplek.

Blij met: Lieke Schrijft. Het gaat goed met mijn bedrijf. Opdrachtgevers weten me te vinden én spelen mijn naam door naar anderen. Ik hoef nauwelijks meer aan acquisitie te doen. Mijn werk brengt me op veel leuke plekken waarvan ik niet wist dat ze bestonden. En op die plekken ontmoet ik steevast mensen die vol zitten met goede verhalen. Ondertussen blijf ik leren. Over techniek en chemie. Over innovatie en stadsontwikkeling. Over het leven.

Balen van: nog steeds geen knopen door kunnen hakken op het gebied van aannemers, timmermannen en stukadoors. Het duurt en duurt en ik vraag me af of we dit jaar nog gaan verhuizen. Offertes komen binnen met enorme vertraging en de bedragen die erin staan… Amai.

Aan het luisteren naar: vooral NPO2, omdat die nu eenmaal is ingesteld op de wekkerradio en omdat de radio in ons nieuwe huis geen enkele andere zender meer kan vinden. Vreemd.
Daarnaast blijf ik hangen in gouden oudjes die ik door hun melancholie en warmte bij het jaargetijde vind passen. Zoals Trust No One van Dave Navarro, For Emma, Forever Ago van Bon Iver en Lemon Parade van Tonic. Nee, ik ga niet heel hard mee met mijn tijd. Ja, ik koop ook nog gewoon cd’s. Al is dat in Maastricht een lastig verhaal.

Aan het lezen in: De Muil van de Leeuw door Anne Holt en Berit Reiss-Andersen. Alweer een boek over de avonturen van de omdenker Hanne Wilhelmsen. Met uiteraard een dode op de eerste bladzijde. De president van Noorwegen, in dit geval. Het boek wordt bevolkt door bijzondere personages, politieke intriges en mooie zinnen.
Het lukt me nooit om verhalen uit een serie in de goede volgorde te lezen. Was Hanne Wilhelmsen in het voorlaatste boek dat ik over haar las (Hoogtelijn) een verzuurde, in het leven teleurgestelde chagrijn; in De Muil van de Leeuw zit ze nog vol levenslust en inspiratie. Ze schrijft lange brieven en neemt het interieur van een goede vriend onder handen door het te verfraaien met planten, schilderijen en gordijnen. Precies de dingen waar ik me enorm op verheug in ons eigen paleis. Want als we daar aan toe zijn, zijn de minder leuke dingen achter de rug. 

 

Bellen

Uren hingen we aan de lijn. De vaste lijn. Ik zat dan meestal op de zoldertrap. Vaak hadden we elkaar vlak daarvoor nog gezien. Desondanks was “Trek jij straks een jurkje aan naar dansles?” een vraag waar we het nog uren over konden hebben.

Twintig jaar later bel ik nog maar zelden. Zelfs haar bel ik niet, behalve als afspreken via Whatsapp niet opschiet. Of als ze jarig is.

Ik haat bellen. Stiekem heb ik nog steeds liever dat mijn mama mijn kappersafspraak maakt. Of de dokter belt. Of een klantenservice. Een knoop in mijn maag en alles erop en eraan. Vooral bij onbekenden. Lastig als je tekstschrijver bent en je werk grotendeels bestaat uit het maken van interviewafspraken met onbekenden.

Zodra ik het nummer heb gevonden (lees: het mailtje heb geopend waarin de opdrachtgever het nummer heeft vermeld), heb ik eigenlijk geen excuus meer om niet te bellen. Dan moet ik wel. Dus het opzoeken van het nummer, schuif ik alvast een paar uur voor me uit. Eerst dat andere interview nog even uitwerken en die ene factuur versturen. En dan toch ook eerst nog even heel goed lezen waar ik die persoon eigenlijk over wil spreken. *Ik kan zijn LinkedIn profiel wel even opzoeken. Oh hij ziet er heel anders uit dan ik dacht. Hij schrijft blogs, wat leuk, even lezen.* En het is zo weer een uur verder.

Mister Deadline tikt zachtjes op mijn schouder “Als je nu niet belt om een interviewafspraak te maken, komt het nooit meer goed.”Ik toets het nummer in. Dat gaat uiterst nauwkeurig, met een controle na ieder cijfer. Want ik wil absoluut niet het verkeerde nummer draaien om vervolgens nóg een keer te moeten bellen.

De telefoon gaat over. En nog een keer. Ik voel sterk de drang om op het rode knopje te drukken. *Ik kan toch veel beter een e-mail sturen?* En nog een keer tooooeeeet. *Pfjoew, lang genoeg gewacht, ik mag ophangen.*

“Goedemiddag, met…” *Ai, waar belde ik ook alweer voor? En namens welk bedrijf?* “Ja hallo met Lieke van Lieke Schrijft, maar ik bel nu eigenlijk voor X, want daar maak ik een personeelsblad voor en ik had uw naam gekregen van…”

Ik begin meteen te ratelen.

Uiteindelijk komt alles goed. Zoals altijd. En met een hartslag van 160 noteer ik de interviewafspraak in mijn agenda.

 

Trots op “mijn” land?

A_2015-04-28 18.43.20

Ik ben trots op mezelf als ik de chauffeur was en zowel het voertuig als de inzittenden heelhuids zijn aangekomen 🙂

“Ik denk niet dat ik trots ben op Nederland.”

“Godverdomme Lieke, natuurlijk ben je trots op je land. Noem tien andere landen waarin je vrijheid van meningsuiting zo goed gewaarborgd wordt als hier!”

Ik zit op mijn flexplek met een aantal andere ondernemers. De discussie begon bij de aanslag op de boulevard in Nice en ging via het verdedigen van je geloof naar trots zijn op je land.

Ik heb daar dus moeite mee, met dat concept ‘trots zijn op je land’.

Ik ben ontzettend blij dat ik in Nederland geboren ben. En zelfs opgelucht, met terugwerkende kracht. Want als ik ergens anders aan mijn leven zou zijn begonnen, was er misschien geen warme couveuse in de buurt geweest en had ik nog geen dag geleefd.

Ik ben blij met de kansen die ik in Nederland krijg, met de goede gezondheidszorg, de hoge welvaart en de grote vrijheid.

Maar trots?

Hoe kan ik trots zijn op iets dat me per ongeluk is overkomen? Hoe kan ik trots zijn op het feit dat mijn minuscule bouwsteentjes na een interstellaire evolutietocht van miljarden jaren nader tot elkaar kwamen in een Nederlandse baarmoeder? Ik ben toch ook niet trots op mijn schoenmaat of mijn bloedgroep?

P.S. Die bloedgroep was overigens nog wel een dingetje, toen ik ineens ontdekte dat ik bloedgroep O blijk te hebben terwijl ik al mijn hele leven dacht een A te zijn, maar dat is een ander verhaal.

Knutselvreugde

Ik ben niet de handigste thuis. En al zeker niet de creatiefste, behalve dan misschien met taal. Ik denk vooral in woorden, ben niet visueel ingesteld en ik vind geknutsel iets om eerst opstandig, dan zenuwachtig en vervolgens humeurig van te worden. Het was als peuter al zo en het zal er nooit beter op worden: handen en kleren vol inkt, verf of lijm als ik toch eens een poging waag (of gedwongen word) om iets moois te maken. En bovendien: alles kan kapot, of op zijn minst beschadigd. Zeker de dingen die ik zelf gefabriceerd heb.

Ongeduldig

Ongeduldig als ik ben, wacht ik nooit tot de verf of de lijm droog is en maak ik dus vlekken, scheuren of scheve verhoudingen. Of ik raak gewond. Doordat ik tegelijkertijd met de secondelijm ook een stuk vel van mijn duim af trek. Een spijker in mijn voet, notabene bij het AFBREKEN van de houten kindervakantiewerkhutten, dat is me ook al eens gelukt. Zelfs als ik zoiets simpels doe als schoenen poetsen boven de spoelbak, wat weinig met knutselen of creativiteit te maken heeft, zit alsnog het hele aanrecht vol schoenpoets. En waar komt toch die winkelhaak in mijn nieuwe jas vandaan? Of die groene vingerafdruk op de klink? Ik bedoel maar.

Kleurtjes!

Toch ben ik van plan om in mijn nieuwe huis helemaal los te gaan. Al is het maar vanwege beperkte financiële middelen, waardoor het kopen van nieuwe meubels er voorlopig niet inzit. Dat bordeauxrode kastje met die kale plekken waar de lades bij een vorige verhuizing waren dichtgeplakt met tape: dat verdient meer dan één nieuwe kleur en op de middelste la een inspirerende spreuk of mooi motief (daar zijn godzijdank sjablonen voor). Dat afzichtelijk lelijke bureau in deprimerend bruin kan wel een make over gebruiken met behulp van gekleurd plakfolie en nieuwe handgrepen. En ik heb zowaar een leuk idee om met een houten plankje, wasknijpers en washi tape een rekje te maken om mijn collectie kettingen aan op te hangen. Waar werken bij een hobbygroothandel al niet goed voor is.

Eenzame opsluiting

Mocht ik een tijdje onvindbaar zijn, dan zou het zomaar kunnen dat ik mezelf met deze projecten heb opgesloten in een afgelegen garagebox met eierdozen tegen de muren en niets kostbaars binnen handbereik hier ver, ver vandaan. Als iets die garage ongeschonden verlaat, ofwel het creatieve object ofwel ikzelf, dan maak ik er een foto van. Wens me alvast succes!

290Ik ben best goed met het bij elkaar zoeken van kleurtjes, dat dan weer wel. Groen en oranje zijn momenteel favoriet.