Mijn vorige blog ging over het uiterlijk van de over het dak buitelende pieten die ervoor zorgen dat veel kinderen in Nederland voor of op 5 december worden bedolven onder een stapel cadeaus. Ik was er daar één van afgelopen zaterdag. Van die pieten bedoel ik, niet van die kinderen.
Van mij mogen pieten dus best van uiterlijk veranderen. Als tradities nooit zouden veranderen, at ik iedere dag aardappelen, mocht ik niet buitenshuis werken of stemmen en was de dominee of pastoor al tientallen keren komen vragen waarom ik nog geen kinderen heb. Ik moet er niet aan denken!
Dus vroeg ik, gesteund door ‘mijn’ Sinterklaas, aan de mensen van de schmink om van mij een roetveegpiet te maken. De mensen van de schmink zijn hele aardige mensen die iedereen vriendelijk ontvangen en die zich met schminken en verhuren van pakken vrijwillig inzetten voor enkele lokale verenigingen.
Maar aardig of niet, de mensen van de schmink vonden mijn vraag absurd en dus kreeg ik commentaar in de vorm van: ‘Wat een onzin. Die hele discussie zou niet eens gevoerd moeten worden. Het is ons feest. Het was nooit een probleem, dus waarom moet het dan veranderen…’
Na nog wat gesputter dat een roetveegpiet veel moeilijker te schminken is dan een ‘gewone’ piet, kreeg ik wel mijn zin. Volgens de mensen van de schmink had nog niemand anders erom gevraagd, terwijl ze toch al tientallen bleke gezichten hadden getransformeerd. Benieuwd of dat volgend jaar anders is.


Wie mij een beetje kent, weet dat ik een aanbidder ben van vakanties ‘in den vreemde’. Ik wil daar naartoe waar de wind onbekende geuren naar mijn neus stuurt, waar ik mijn ogen uitkijk, waar de lichtinval zachter is en de kleuren feller. Naar waar ik de omgangsvormen niet altijd begrijp en waar ik soms handen en voeten nodig heb om iets voor elkaar te krijgen. Struinen door smalle steegjes waar ‘de koekjes om de hoekjes liggen’.
Overpeinzing op de dinsdagmorgen:
013. Ooit barstte ik er in huilen uit tijdens een groot studentenfeest. Het was een maand of twee na het overlijden van mijn papa. Er ontstond kortsluiting in mijn hoofd, omdat ik zo’n leuke avond had. Ik stond te dansen op één van mijn favoriete plekken omgeven door bier en joligheid terwijl mijn verdriet nog zo vers was. Ik maakte mascaravlekken op het hippe hemd van mijn vriend.
Niets doen. Momenteel heb ik er nauwelijks tijd voor (