Als de kat van huis is…

Mijn tas ergens neergooien, de muziek hard aanzetten, mijn sleutels laten slingeren, de ene pot thee na de andere zetten en twee koekjes tegelijk in mijn mond stoppen terwijl ik in mijn papieren rommel die ik over de hele tafel heb uitgespreid. Gerechten in elkaar steken waar de leuke jongen uit de trein niet van houdt, een puinhoop van de keuken maken en alles gewoon laten staan. Een hele avond geen televisie aan, maar opgekruld onder een fleecedekentje met een boek op de bank. Als mijn ogen dichtvallen naar bed strompelen, daar uit mijn kloffie stappen, alles op de grond laten vallen en vervolgens diagonaal, overdwars en in alle richtingen gestrekt het bed in. En de volgende ochtend niemand die me voor gek verklaart als ik de wekker zet om te gaan sporten.

Ik houd er zo veel van om een paar dagen het rijk voor me alleen te hebben, dat ik me soms -heel eventjes- afvraag of ik wel genoeg van de leuke jongen uit de trein houd.

Van de andere kant, als hij morgenavond tegen me aan ligt op de bank en we luidkeels het één of andere televisieprogramma van commentaar voorzien, dan voel ik me pas echt thuis.

De liefsten

20150203_143957

Mijn vrienden en familie zijn de liefsten. Geen discussie over mogelijk.

Er kwam bezoek. Veel bezoek. Met een vrolijke bos gele bloemen. Met wafels. Met een plantenbak vol voorjaar. Met een gelukspoppetje. Met oprechte interesse, bezorgde vragen, liefdevolle adviezen en het aanbod om boodschappen te doen of te koken.

Er stond een postbode aan de deur met een mooie wens in chocoladeletters. En er kwamen kaartjes. Veel kaartjes.

Ik ben een blij mens.

Niets doen

Ik hoef geen twee keer dezelfde fout te maken, want ik heb keus genoeg.

en

Een dag niet naar buiten is een dag niet geleefd.

Je zou het mijn twee lijfspreuken kunnen noemen. Daar zit ik dan. Op de bank. Binnen. De fout om na een operatie te snel weer aan de slag te gaan, heb ik nog niet eerder gemaakt. Ik krijg er de kans niet voor, want met liefdevolle haviksogen ziet de leuke jongen uit de trein erop toe dat ik blijf zitten waar ik zit. Naar buiten gaan, zit er dus voorlopig ook niet in. Opstaan uit de bank doet pijn. Een bh dragen trouwens ook en zonder dit kledingstuk durf ik de deur niet eens uit.

De lieve berichtjes op mijn telefoon en de leuke handgeschreven kaartjes (een van de kleine dingen die mijn hart doen zingen) maken veel goed. De leuke jongen uit de trein is de beste verpleger die ik me kan wensen. Geen moeite is hem te veel. Dus trekt hij ’s morgens mijn sokken aan en stopt hij me ’s avonds in bed. Tussendoor organiseert hij het volledige huishouden en voert hij me elke zes uur een nieuwe portie paracetamol. Ik prijs me gelukkig.

Ik lees, schrijf, rust uit en kijk verlangend naar buiten.

Groot respect voor mensen die chronisch pijn hebben en/of minder mobiel zijn.

Brief aan mijn nichtje #11

Lieve heldin,

Je houdt nu al net zo veel van reizen als ik en kan niet wachten tot we op vakantie gaan. Deze week moesten we naar het ziekenhuis om een spuit tegen hepatitis (jij) en DTP (je mama en ik) te laten zetten. Ik ging als eerste en deed mijn best geen spiertje te vertrekken, want je lette goed op mijn gezicht. Daarna ging jij. Vol zelfvertrouwen liep je naar het bed, ging zitten en stroopte je mouw op. Je mama zat voor de zekerheid naast je om je arm vast te houden, maar dat was niet nodig, je gaf geen krimp.

Je sprong van het bed, liep naar me toe, kwam dicht tegen me aanstaan en zei zachtjes ‘au’. Daarna keek je ingespannen naar je mama’s gezicht toen zij haar spuit kreeg om te zien of ze net zo dapper was als jij. Terug op de gang ontspon zich het volgende gesprek:

Jij (met een grote lach op je gezicht): “Waar gaan we nu naartoe?”
Mama: “Naar de auto en dan naar huis.”
Jij (met een boos gezicht): “Ik heb een spuit gehad, dus ik mag naar Benin.”
Mama: “Dat is nog heel veel nachtjes slapen.”
Ik: “We gaan eerst nog carnaval vieren en jouw verjaardag en dan gaan we pas op vakantie.”
Jij (huilend): “Maar ik wil nu!”

We zijn allebei ongeduldig, jij en ik. Gelukkig weet ik dat de komende maanden voorbij vliegen. Jij zult nog wel een paar keer aan mama vragen wanneer we nou eindelijk gaan vliegen. Het concept ‘tijd’ dringt nog niet helemaal tot je door. Maar we gaan en we gaan er iets moois van maken.

Lekker wakker worden

20150121_134908
Doodgewone dingen die je hart doen zingen. Wat een prachtige zin. Eén van mijn favoriete bloggers heeft een rubriek in De Standaard Magazine waarin mensen die doodgewone dingen delen met de lezers. En Lilith zou Kelly niet zijn als ze haar medebloggers niet ook zou uitdagen een lijstje op te stellen.

Mijn dag begon meteen met zo’n ‘ding’. De wekker ging en ik ontwaakte langzaam uit mijn dromen op de prachtige klanken van Roads (Portishead). En dat op de dag dat ik opnieuw spuiten ga laten zetten en malariapillen ga bestellen omdat ik terug ga naar Benin. De eerste keer malariapillen in combinatie met de cd Dummy van Portishead was een bijzondere ervaring. Zes meisjes dansten op blote voeten alsof de nacht nooit zou eindigen.

Andere doodgewone dingen waar mijn hart van gaat zingen:

  • Mijn nichtje die gesprekken voert met ons stoffen konijn.
  • Duiken in een leeg zwembad, of in elk geval in een zwembad waar genoeg plaats is om in te duiken.
  • Handgeschreven kaartjes die in mijn brievenbus vallen.
  • Opdrachten afronden meer dan vijf minuten voor de deadline en die dan afstrepen op mijn nog-te-doen-lijstje.
  • Met de auto op tijd aankomen op mijn bestemming met mijzelf als chauffeur (dit is eigenlijk niet doodgewoon, want ik rijd zelden).
  • Complimenten over wat ik schreef, zeker in de categorie ‘dankzij jouw teksten, hebben we meer klanten’.
  • Na het sporten verbaasd concluderen dat ik dit keer niet heb gefoeteld bij het opdrukken.
  • De zon die naar binnen schijnt en via de fruitschaal een sterrenhemel tekent op het plafond in de keuken.
  • De zon die schijnt. Punt.
  • Op vrijdag, na een week hard werken, de voordeur openen en de heerlijke geur opsnuiven van een perfect gebakken visje. Vervolgens de deur naar de woonkamer openen en mijn lief met een schort voor aan het fornuis zien staan.
  • Belgische supermarkten. Ze zijn iets duurder dan de Nederlandse winkels, maar Gini, braadhaantjes en witte chocolade met pistache maken dat meer dan goed. Om maar een paar producten te noemen.
  • Zwerven door Parijs, Brussel, Berlijn of gewoon door mijn eigen stad.
  • Gesprekken met vrienden. Ook als die gesprekken confronterend zijn.
  • Lezen, altijd en overal.
    DSCN0030

Onrecht

Sla de krant open, kijk het nieuws, of zwengel je computer aan. Overal lees je dat onze ‘westerse waarden’ in gevaar zijn. Iedereen solidair met Charlie. Maar hebben ‘wij’ alleen recht op vrijheid van meningsuiting?

Moeten journalisten en activisten in China, Rusland, Pakistan of Saoedi Arabië er maar mee leren leven dat ze een schietschijf op hun rug dragen? De Saoedische blogger Raif Badawi kreeg afgelopen week de eerste 50 van in totaal 1000 zweepslagen omdat hij op internet zijn mening uitte. Is er al ergens gedemonstreerd?

Moeten onschuldige burgers in het noordoosten van Nigeria er maar mee leren leven dat hun huis elk moment platgebrand kan worden door leden van Boko Haram? Niemand daar die vrijheid van meningsuiting als eerste levensbehoefte ziet. Te druk bezig met proberen te overleven in tijden van voortdurende angst. Koenders of Rutte hier al over gehoord?

Verdrietig ben ik. En boos. Maar ook zwak. Want wat doe ik zelf?

2014, wat een jaar

Vol plannen, wensen en dromen voor het komende jaar begon ik 2014 met de leuke jongen uit de trein aan de voet van de Brandenburger Tor. Wat een fantastisch feest was dat! Geen wonder dat ik dacht dat al mijn dromen uit zouden komen. Met zo’n mooi begin, moest het wel een topjaar worden.

DSCN1935

2014 was een mooi jaar, maar van alle plannen, wensen en dromen kwam er slechts ééntje uit: ik liep de tien kilometer onder de 1.10 en daar ben ik nog steeds trots op 🙂 Ik vond geen baan en maakte geen onverdeeld succes van mijn eigen bedrijf. Ik leerde geen nieuwe taal en volgde geen cursus in mijn eigen vakgebied. Ik sportte veel en probeerde op mijn voeding te letten, maar woog op de laatste dag van het jaar hetzelfde als op de eerste dag. We kochten geen huis en we hakten geen knopen door over wel of geen kinderen.

2014 was een mooi jaar, want ik kon nog steeds bouwen op mijn vrienden. Ik ben me er voortdurend van bewust dat mijn vrienden voor me klaar staan ‘no matter what’. Er mag dan misschien wat minder gefeest worden, aan goede gesprekken bij een kop thee, stedentripjes en mooie wandelingen had ik in 2014 geen gebrek. Het was ook dankzij een aantal vrienden dat ik zo lang ben blijven rennen en steeds sneller werd. (Inmiddels alweer drie maanden geen renschoenen aangehad, goed voornemen voor dit jaar…).

2014 was een mooi jaar, want mijn nichtje, aan wie ik nog zo veel meer brieven had willen schrijven, werd een echte persoonlijkheid. Ze weet heel goed wat ze wil en kan dat verwoorden in heuse volzinnen. Ze komt graag bij ons over de vloer en kan zich weken verheugen op uitstapjes die we gaan maken. De laatste dag van 2014 begonnen we in het zwembad waar ze weer onverschrokken van de glijbaan ging en in het diepe sprong, maar waar ze zich soms ook als een aapje aan me vastklampte als ze dreigde kopje onder te gaan.

2014 was een mooi jaar, want ik deelde het jaar weer met de leuke jongen uit de trein. We zijn nog steeds een heel leuk stel samen, ik kan niet anders zeggen. We hadden onze ruzietjes, die meestal over het huishouden gaan, maar we hadden het vooral heel fijn samen. Ik mag me al bijna zeven jaar in mijn handjes knijpen. De leuke jongen uit de trein zorgde ervoor dat de laatste avond van het jaar een perfecte avond was. Vers uit mijn werk werd ik verwelkomd met een zelf gebrouwen cocktail, daarna gingen we in onze zondagse outfit de deur uit om ons decadent ongans te eten aan voortreffelijke sushi en vervolgens buikten we uit in de woonkamer die hij met kaarsjes en lichtjes en kerstversiering super gezellig had gemaakt. De volgende dag hadden we een champagneontbijt en dronken we bubbels en biertjes in onze stamkroeg omringd door vrienden en bekenden. Als dat geen goed begin is?

2014 was een mooi jaar en 2015 wordt dat ook.

Wat ik jullie en mezelf toewens voor dit zo goed begonnen jaar, schreef ik op mijn zakelijke website

Nostallegassie

Aangeschoten, maar alles in gedachten nog helder overziend, bedacht ik me vannacht aan de bar in onze stamkroeg dat gedane zaken geen keer nemen, wie gelooft zalig wordt, en ik een nostalgische draak ben.

Nu de bijzonder goed gesmaakte kerstdagen achter de rug zijn en de alcohol weer uit mijn bloed is, kan ik voorzichtig aan de goede voornemens beginnen. Niet meer verlangen naar wat ooit was, niet meer hopen tegen beter weten in, zou een goed voornemen kunnen zijn.

Ik was een beetje verdrietig vannacht, ondanks het goede gezelschap van de leuke jongen uit de trein. Jarenlang gingen we met een groep vrienden op stap op 26 december, stoom afblazen na alle familiekost. Ieder jaar probeer ik die traditie overeind te houden, maar sinds een jaar of vier haken er steeds meer mensen af. Gisteravond kwam niemand opdagen, vage beloftes vooraf (die misschien alleen gedaan waren om van mijn gezeur af te zijn) ten spijt.

Om mij heen wordt steeds meer belang gehecht aan huiselijkheid. In mijn ogen komt dat vaak overeen met saaiheid. Maar ik zou niet zo hard moeten oordelen. Ook van oud op nieuw zal ik mijn vrienden niet de straat op krijgen, evenmin als in het komende festivalseizoen. Daar moet ik me maar eens bij neer gaan leggen.

Ondertussen ben ik zelf een gespleten persoonlijkheid. Verlangen naar wat was, terwijl andere dingen me niet snel genoeg kunnen veranderen. Dingen die je onder huiselijkheid of saaiheid zou kunnen scharen. Zoals een groter huis, een vaste baan en een hond.

Aan iedereen, maar vooral aan mijn vrienden die ik supergraag zie: een gelukkig, gezond, gezellig en geslaagd 2015 gewenst vol verrassingen en dromen die uitkomen. Ik houd van jullie.

#Fail

Het is me dus (nog) niet gelukt, dat stoppen met Facebook. Het vlees is zwak, of hoe zeg je dat? Wel heb ik een bak “vrienden” eruit gegooid en een aantal pagina’s gevindiknietmeerleukt. In de hoop dat ik hiermee de in het gezichtenboek doorgebrachte tijd drastisch kan verminderen. Ik blijk nogal wat verjaardagen te missen zonder Facebook, dus die moet ik eerst maar eens op mijn kalender gaan schrijven.

Wat me ook (nog) niet lukt, is het vinden van een grotemensenbaan in mijn eigen vakgebied of zulke grote freelanceopdrachten binnenhalen dat ik kan stoppen met werk waar ik niet voor gestudeerd heb (en waar je ook niet voor hoeft te studeren). Ik sta erom bekend dat ik nogal eens overdrijf, maar ik maak een vrij voorzichtige schatting als ik zeg dat ik sinds mijn tweede keer afstuderen zeker 300 brieven geschreven heb en op 30 netwerkbijeenkomsten ben geweest. Ik pitchte en presenteerde mezelf. Ik rook de kleinste kansen om ergens een voet tussen de deur te steken en reageerde op vacatures die nog niet eens openbaar waren. Ik belde mensen die ik eigenlijk niet durfde te bellen. Volgde een training verkooptechnieken. De uitkomst? Frustratie.

In tegenstelling tot mijn mislukte poging om Facebook te bannen, kan me op het gebied van werk zoeken geen zwakheid worden verweten. Ik ken in mijn directe omgeving niemand die zoveel sollicitatiebrieven schreef als ik. Oké, behalve een aantal mensen dat verplicht elke week een brief schrijft om een uitkering te behouden.

Drie keer raden wat mijn grootste wens voor 2015 is.

Papa in mijn hoofd

Vandaag twaalf jaar geleden maakte ik de langste treinreis van mijn leven. Terug naar huis. Waar ik werd ontvangen in een huiskamer vol huilende familieleden. Waar mijn mama me uit vandaan trok, mee de gang op. “Hij stierf in mijn armen”, snikte ze, waarna we minutenlang in een omhelzing bleven staan.

Vanmorgen was dat niet het eerste waar ik aan dacht. Er zat nog een bizarre droom in mijn hoofd over een vrouw die haar hand was verloren door een ongeluk met een fietsbel waardoor haar man alle fietsbellen in de wereld wilde vernietigen. Ehm… *koekoek*.

Heel lang was jij na het wakker worden mijn eerste gedachte papa. En dan de schok dat je er niet meer was. Soms meteen gevolgd door tranen. Inmiddels is het zo lang geleden dat ik vaak al duizenden gedachten heb gedacht, voordat jij je opwachting maakt in mijn hoofd.

Soms volgt er dan alsnog een schok, niet vanwege het besef dat jij er niet meer bent, maar omdat ik me zo weinig herinner. Toen het onlangs 25 jaar geleden was dat de Berlijnse Muur viel, moest ik aan mama vragen of ik dat echt samen met jullie op televisie heb gezien. Ik herinner me dat jij en mama zwaar onder de indruk waren en vertelden dat er geschiedenis geschreven werd. Gelukkig bleek ik die scène niet verzonnen te hebben.

Het zijn vooral voetnoten die ik me herinner. Zoals de King-pepermuntjes op de fiets. We fietsten vaak samen. Jij sabbelde op je pepermunt, ik had ‘m al opgeknauweld voor we onze straat uit waren. Toen ik een keer viel met mijn fiets en gewoon weer opstond om verder te gaan, zei je dat je trots op me was. Ik kreeg er een warm gevoel van, al kon ik je opmerking niet precies plaatsen. Zo’n pijn deed de schaafwond op mijn knie nou ook weer niet.

Wist ik veel wat pijn was.

Papa, ik hou van jou en hoop dat je nog steeds trots op me bent. Op ons allemaal. We kunnen klagen (ik het meest), we ploeteren soms, en niets komt zomaar aanwaaien, maar we hebben ons leven alle vier goed op de rit. En dat is mede te danken aan jou. Xxx