Terugblik op de zomer

Nog een paar nachtjes slapen, ongeveer 10, en dan stappen we als het goed is in een vliegmachientje richting Corsica. Ik kijk er al maanden naar uit. Maar wie denkt dat we dus ook al maanden geleden geboekt hebben, heeft het mis. Reserveren is laatste moment werk, net zoals alles in mijn leven pas gebeurt als de deadline me op mijn hoofd slaat.

De zomer is nog niet voorbij, maar dat voelt wel een beetje zo. Nu de zon nog slechts sporadische pogingen doet om te bewijzen dat het echt nog geen herfst is. Nu zelfs de mensen uit het onderwijs weer zijn begonnen en iedereen het drukker lijkt te hebben dan ooit. Inclusief ikzelf. Dus vind ik dit een mooi moment om terug te kijken (lees: om werkontwijkend gedrag te vertonen). Daartoe aangespoord door Tales from the Crib:

Genoten van: twee uitstapjes naar Brussel. De eerste keer met de leuke jongen uit de trein. Vijf nachten in het Sheraton (dat een stuk minder decadent is dan het lijkt, wie op het allerlaatste moment boekt, heeft soms geluk) waardoor we de dag begonnen met zwemmen op de 30e verdieping. We aten elke dag de lekkerste dingen, van een ordinaire puntzak frietjes tot een uitgebreid verjaardagsmenu. Als ik aan die dorade op een bedje van bladerdeeg en tomatensaus denk, loopt het water me in de mond. Of gepocheerde peer met amandelmelkijs. Mjam! Het Brussels Summer Festival was wederom een feestje, ook al snappen ze er nog steeds niet hoe je een bar effectief moet bemannen. 
Het tweede uitstapje naar Brussel was met de voltallige schoonfamilie. Ik heb de leukste schoonfamilie van de wereld, dus dat moest wel gezellig worden. We sliepen in een hotel dat door de leuke jongen uit de trein zeer zorgvuldig gekozen was en dat uitstekende bedden en een smakelijk ontbijt afleverde. Dankzij de schoonouders die een ‘hop on hop off bus’ een ideale manier vinden om een stad te zien, ontdekten de leuke jongen uit de trein en ik weer stukken van Brussel die we nog niet eerder hadden gezien en waar we de volgende keer zeker naartoe gaan, te voet of met de metro. 

IMG_0013

Volop bezig met: schrijven, schrijven en nog eens schrijven. Twee nieuwsbrieven over schoenen, een persbericht over schoenen (gevaarlijk, want daardoor zie ik ook voortdurend leuke schoenen), een aankondiging voor een bootcamp, een voorstel voor een fairtradeproject en notulen van een bestuursvergadering. Dat ik stiekem ook nog een schoolopdracht voor een vriendin uitwerk, ssssjt. 
In augustus zat ik aan de telefoon bij een gemeente op de perfecte fietsafstand van Maastricht (elke dag in totaal 27 kilometer afgelegd op mijn roestige tweewieler, door het mooie Zuid-Limburgse land: genieten!). Ik verwachtte er niet veel van, maar werd er best blij van. De werkplek was prima in orde en de collega’s waren zeer de moeite waard. Leuke, gezellige vrouwen die ook bij de meest bizarre telefoontjes kalm en correct bleven. Ik voelde me er snel thuis. Jammer dat het na vier weken weer voorbij was. Uiteraard heb ik wel even mijn visitekaartje op de communicatieafdeling achtergelaten, je weet maar nooit…

Uitkijken naar: vakantie op Corsica. Het is er mooi. Het is er warm. De zee is er altijd dichtbij. En het allerbelangrijkste: er moet niets.

Lezen: Een Varken in het Paleis van Tessa de Loo. Ik weet verdomd weinig van Lord Byron, maar de reis die Tessa de Loo in zijn voetsporen maakt, zou ik meteen over willen doen. Onverwachte ontmoetingen, gastvrijheid met ongemakkelijke kantjes, overvallen worden door het donker of een onweer, genieten van adembenemende landschappen. Ik teken ervoor! 
Het was op boekengebied sowieso een Nederlandse zomer. Ik las Volmaakte Verdwijning van Derwent Christmas en Het Grote Baggerboek van Ilja Pfeijffer. Die laatste kostte me erg veel moeite vanwege het afschuwelijke taalgebruik van de hoofdpersoon. Toch moest het boekje uit. Ik had me verheugd op een zomer van boekjes lezen in de zon, het werd vooral boekjes lezen in bed. 

Luisteren naar: de eerste handeling die hier ’s morgens wordt verricht, na het met veel tegenzin terugslaan van de deken, is het aanzetten van de radio. Afhankelijk van het tijdstip is dat 3 FM of Studio Brussel. Maar tijdens het poetsen, heb ik behoefte aan het hardere werk. Deze week gingen Ill Nino en Watcha op vol volume, ik moest ze tenslotte nog boven de stofzuiger uit kunnen horen. Ik was verbaasd hoe veel van Ill Nino nog kon meezingen (brullen), had die cd al jaren niet meer opgezet. Aangezien onze buren Duitste studentes zijn die nog nooit een woord tegen ons hebben gezegd, zelfs niet als wij ze vriendelijke goedemorgen wensen, durfden ze nu ook niet te klagen.

Kijken naar: ik ben niet echt een televisiekijker in tegenstelling tot de leuke jongen uit de trein. Ik zit net zo lief met een boek of een tijdschrift op de bank, of aan de keukentafel bij een vriendin. Maar voor ‘dooie mensen’ heb ik meestal wel tijd, ook in de zomer: Criminal Minds, Law and Order, NCIS. Favoriet van het moment heeft vooral met ‘dooie dieren’ te maken, The Taste. Ik ben groot fan van het programma No Reservations waarin Anthony Bourdain in de meest obscure restaurantjes de meest obscure dingen in zijn hoofd stopt. Dus toen ik een aankondiging zag waarin hij samen met de vrolijke lekkerbek Nigella Lawson gerechten proeft, wist ik dat ik moest kijken. Een heerlijk programma. 

Brief aan mijn nichtje #9

20140717_085603

Lief dametje,

Je weet dat ik een beetje gek ben. Gek in avontuurlijke zin en gek op jou in het bijzonder. Dus weet je dat het antwoord ‘ja’ is als je vraagt “Lieke ook?” Even later ga ik achterstevoren van een glijbaan, maak ik een koprol op een springkussen, of draai ik duizelingwekkende rondjes op een draaimolen. Dat ik hooguit met één bil op de schommel pas of me in onmogelijke bochten moet wringen om bovenop het klimrek te komen, dat doet er natuurlijk niet toe. Ik heb minstens even veel blauwe plekken als jij.

Dat je mij heel goed doorhebt, maakte je een paar weken geleden op een ludieke manier duidelijk. We liepen door de stad. We kwamen langs een terras. Jij kroop op een lege stoel en wees naar de stoel naast je. “Lieke ook?”

Gisteravond was je op bezoek om mijn verjaardag te vieren. Je mama legde je na zwak protest in bed. Het was nog zo gezellig met al die mensen om je heen en de ‘taartjes’ waren nog niet allemaal op. Maar natuurlijk sliep je binnen een paar minuten. De leuke jongen uit de trein kwam je wakker maken. Daar was je het helemaal niet mee eens. Huilend kwam je naar beneden. Net zoals ik vroeger elke keer deed als ik uit bed werd gehaald.

Misschien ken je me zo goed omdat je zo veel op me lijkt.

We gaan nog veel avonturen beleven samen.

20140717_085542

Ik hartje avontuur in den vreemde

Nu ik met hart en ziel uitkijk naar onze vakantie, droom ik weg bij vakantieherinneringen. 

Een plastic achterbank, kinderslot op de deuren en een paar handboeien bungelend aan de achteruitkijkspiegel. We voelden ons op niet zo op ons gemak achterin de politieauto die ons naar het hoofdbureau moest brengen. De oude Lada met rood zwaailicht op het dak reed snel door de drukke straten van Havana. Het politiebureau zag eruit als een middeleeuws slot waarin je donkere kerkers vermoedt, wat ons er niet geruster op maakte.

“Yes we have been stupid”, moesten we toegeven toen we na uren wachten een Engels sprekende ambtenaar tegenover ons vonden. Eerder die dag hadden we vijf (!) lifters meegenomen in ons huurautootje. Onderweg stapte dit bonte gezelschap uit, terwijl wij doorreden naar Havana. Daar aangekomen ontdekten we dat de koordjes van onze hoedenplank waren doorgesneden en er een tas uit de kofferbak ontbrak. De tas van mijn reisgenoot S, met daarin gelukkig vooral makkelijk vervangbare spullen zoals kleding en toiletspullen. Het opnoemen van de waarde van de vermiste spullen, zorgde nog wel even voor een ongemakkelijk moment. In de tas zat onder andere Hugo Boss-deodorant die €40,- had gekost. De ambtenaar spreidde zijn armen en zei “That must have been a bottle this big!”

Dit was niet het enige avontuur dat S en ik beleefden op Cuba, waar we logeerden in de leukste casas particulare, salsa dansten bij zonsondergang en (te) veel mojitos dronken. We zagen de prachtigste landschappen aan ons voorbij trekken. Vooral de Sierra de los Organos, met zijn mogotes (grote, groene, losstaande kalkstenen bergen) die oprijzen uit de platte tabaksvelden van de Viñalesvallei, maakten indruk. We beklommen zelf een berg en daalden af in een kloof (beide keren totaal onvoorbereid zonder water en op slechte schoenen). We probeerden boodschappen te doen in een winkel die alleen voor Cubanen bedoeld was. Dat mislukte. Wel waren we de enige toeristen bij een bokstoernooi in een grote sporthal. 

Met de leuke jongen uit de trein zal het er iets beter georganiseerd en minder sportief aan toe gaan, Maar ik twijfel er niet aan dat het bijzonder en avontuurlijk wordt. Nog even volhouden…

Oorlogsmoe

Ik ben een nieuwsjunk. Ik wil weten wat er in de wereld gebeurt. Wil trends zien en de oorsprong van gebeurtenissen kennen. Wil meerdere bronnen raadplegen voordat ik een mening vorm. Maar soms wil ik de krant in 1000 stukjes scheuren en een baksteen naar de televisie gooien. Daar heb ik vooral last van als Palestina en Israël in beeld komen.

Ik blijf me erover verbazen hoe veel oorlogszuchtige en haatdragende mensen zich kunnen verzamelen op een stuk land zo groot als een postzegel. Ik ben geschokt door de propagandafilmpjes die ik voorbij zie komen op Facebook en vraag me af hoeveel geloof eraan wordt gehecht. Ik heb mijn vraagtekens bij oproepen tot allerlei demonstraties en boycots. Maar het meest schrik ik van het grote aantal doden, waaronder veel kinderen die werkelijk niets met het conflict te maken hebben.

Ik zag een filmpje dat stelt dat de oorzaak van het conflict heel simpel is. Dat klopt: onvermogen en onwil van mensen met geld en macht om samen een vreedzame samenleving op te bouwen. (Dat was overigens niet de strekking van het filmpje, waarin de simpele verklaring was dat Hamas alle joden wil doden, terwijl Israël vrede wil). Ik hoop dat beide partijen de uitputting nabij zijn en geen trek meer hebben om te vechten. Maar dat is te simpel gedacht zeker?

Ik vind dat er aandacht moet zijn voor dit conflict, ook al word ik er doodmoe en soms zelfs een beetje agressief van. Maar waar ik nog veel moeër van word, is van al die doden waaraan nauwelijks aandacht wordt besteed. De wereld staat erbij en kijkt ernaar terwijl in de Centraal Afrikaanse Republiek, DR Congo, Nigeria, Soedan, Irak, Libië, Syrië, Pakistan, Tsjetsjenië, Haïti – om maar een paar landen te noemen – mensen voortdurend bommen op hun kop, machetes tegen hun keel of ziektekiemen onder hun leden krijgen.

En wat doe ik? Niks, nada, noppes. Erger nog, ik begin elke alinea in deze blog met ‘ik’.

 

 

En toen werd het zomer

Enquêtes afnemen op een nagenoeg lege parkeerplaats zonder mogelijkheden om te schuilen, behalve als je onder een auto zou passen. Ik word er nat, melancholisch en ‘dichterlijk’.

20140721_165136

Natte zomer

Rillend zit ik in de stationsrestauratie
Mijn natte spijkerbroek plakt aan mijn benen
Mijn haar pluist
Ik probeer te werken maar heb geen inspiratie

Ik drink mijn koffie veel te heet
Mijn tong gloeit na van ongeduld
Het koekje is een kleine troost
Maar in mijn hoofd klinkt een oerkreet

Al twee dagen regen aan één stuk
Lange broek, dichte schoenen, regenjas
Ondanks de koffie word ik niet echt wakker
Moedeloos zit ik op een barkruk

Vaders, moeders en kinderen komen binnen
Ze bestellen allemaal een ijsje
Want het is zomer
Liefde in verregende gezinnen

Zomer?

 

 

Zoeken naar een plek om te blijven. Onrust en lichte paniek.

De rente is laag, de overdrachtsbelasting (of hoe het heet) is laag, de huizenprijzen zijn relatief laag. Ik heb soort van bewezen dat mijn eigen bedrijf levensvatbaar is. Van alle kanten wordt ons aangeraden om te kopen. Dit jaar nog. Het werd ons zelfs vorig jaar al aangeraden om dit jaar te kopen. Maar ik ben ontworteld, onthecht en onrustig; dus dat kopen is nogal een ding. Los van onze financiële situatie, waardoor de mogelijkheden behoorlijk worden beperkt.

Je zou het niet zeggen als je weet waar ik al overal heb gewoond, maar ik HAAT verhuizen. Een huis kopen, betekent -als het goed is-  dat ik voorlopig niet meer hoef in te pakken. Van de andere kant vind ik het doodeng om iets te kopen. Het past niet bij mijn onrust. Het past niet bij mijn dromen over wereldreizen. Een koophuis hoort in mijn gedachten bij het fenomeen ‘burgerlijkheid’ waar ik me zo graag tegen afzet. Kopen klinkt een beetje als vast zitten.

“Vroeger” wist ik zeker dat ik nooit terug zou komen naar Maastricht. En waar woon ik alweer bijna 4 jaar? Juist. Ik wist ook zeker dat ik veel zou reizen en ooit in een zonnig buitenland zou gaan wonen. Nu weet ik niets meer zeker. Ik voel me thuis in Maastricht, al foeter ik regelmatig op de stad, dus ik zou hier graag willen blijven. Maar niet ten koste van alles. En daar wringt één van de vele schoenen: om in Maastricht te kunnen blijven, moet ik een deel van mijn wensen (eisen) opgeven:

  • Omdat ik al vaak verhuisde in mijn leven, heb ik veel vrienden die van ver moeten komen. Dus er moet een logeerkamer zijn.
  • Omdat ik zelfstandige ben en mijn zoektocht naar werkruimte buiten de deur nog niets goeds heeft opgeleverd, moet er een werkruimte zijn. Dat mag dezelfde ruimte zijn als de logeerkamer, maar dat betekent dat deze ruimte ruim moet zijn. Er moet een groot bureau naast het logeerbed passen.
  • Omdat alles in mijn voortuintje fantastisch bloeit en groeit en ik daar heel blij van word, maar er nooit écht iets moois van kan maken omdat het om een minuscule voortuin gaat waar soms dingen uit verdwijnen (behalve onze lelijke witte tuinstoelen, die blijkbaar niemand wil hebben), wil ik een achtertuin. Liefst op het zuiden. Ik houd van de zon.

De leuke jongen uit de trein heeft natuurlijk ook nog wat wensen (eisen), die niet noodzakelijkerwijs overeen komen met die van mij. Om het makkelijk te maken.

Kortom, het zal mijn tijd nog wel duren. Misschien tot het te laat is en de huizenprijzen de hoogte in schieten. Lichte paniek…

Bij een nieuw huis, mag ik eindelijk een hond. Al is de kans natuurlijk klein dat het net zo'n lief dier is als dit knuffelbare exemplaar.

Bij een nieuw huis, mag ik eindelijk een hond. Al is de kans natuurlijk klein dat het net zo’n lief dier is als dit knuffelbare exemplaar.

Met dank aan Maartje Luif van wie ik de prachtige titel ‘een plek om te blijven’ pikte. Zij schreef een hele serie over haar zoektocht naar een huis. De moeite van het lezen waard. 

Aanstootgevende kleding?

We staan voor het gemeentehuis te kletsen. Hij draagt keurig gepoetste bruine schoenen, een donkere spijkerbroek en een netjes gestreken overhemd. Ik sta op donkergroene sleehakken, draag ook een donkere spijkerbroek en een wijdvallend lang shirt in dezelfde kleur als mijn schoenen. Naar mijn bescheiden mening zien we er behoorlijk gemiddeld uit, als mensen die op weg zijn naar een kantoorbaan. We praten over muziek. Hij vertelt met een twinkel in zijn ogen dat hij onverwachts kaartjes voor Werchter heeft bemachtigd zonder de hoofdprijs te betalen. Ik ben jaloers.

Vanuit mijn ooghoek zie ik een mevrouw aarzelend dichterbij komen. Ze heeft blosjes op haar wangen en fixeert haar blik op mijn linkerschouder, waar een klein stukje van mijn bh-bandje zichtbaar is. Een simpel zwart bandje zonder tierelantijnen. Ineens onderbreekt ze ons: “Mevrouw, uw t-shirt is afgezakt. Het zit een beetje scheef. Ik denk niet dat dat de bedoeling is.”

Hij schiet in de lach en zegt: “Natuurlijk wel, dat hoort zo.”
De mevrouw bloost nog harder.
Ik kijk haar aan en zeg: “Als ik naar binnen ga, zal ik me netjes aankleden.”
De mevrouw maakt zich uit de voeten.

Vanuit de straat die ze in wil slaan, komt een meisje aangelopen in een bijzonder kort broekje.
De mevrouw zegt niets.

Rennen. Ik weet nog steeds niet of ik dat nou leuk vind.

Zondag is het weer zo ver. 10 kilometer rennen onder de noemer Maastrichts Mooiste. Voor de derde keer en slechter voorbereid dan ooit. Zo rende ik afgelopen jaren minimaal 2 x 10 km in de weken voorafgaand aan de ‘wedstrijd’ en waren mijn andere trainingsrondjes gemiddeld tussen de 7 en 8 km. Dit jaar rende ik 1 x 9 km en trok ik meestal na 5 km de stekker er al uit. Dat komt vooral omdat mijn renmaatjes me dit jaar één voor één in de steek lieten wegens zwanger, relatiecrisis, of andere hobby’s (maar ik ben ze heel dankbaar en heb veel aan ze gehad). In mijn eentje doe ik minder mijn best en kom ik minder snel vooruit.

Want iedere eerste kilometer is stom. Iedere eerste kilometer denk ik “Zie je wel, ik kan het niet meer, het lukt niet, mijn kuiten zijn stijf, is het nog ver? Ja het is nog ver.” Soms zijn mijn klaaggedachten na 1 kilometer voorbij en leg ik de rest van de afstand redelijk soepeltjes af, soms is het na een paar kilometer nog steeds afzien. Dan is de enige reden dat ik blijf rennen, dat ik niet af wil gaan tegenover mezelf. Of dat ik simpelweg geen tijd heb om te gaan lopen.

De ‘renwereld’ is een verdomd oneerlijke wereld. Soms ren ik me het licht uit mijn ogen en loop ik trots op mezelf te zijn. Op dat moment rent er altijd een atletisch figuur voorbij dat stappen neemt van drie meter en nog adem overhoudt om mee te zingen met wat er in zijn oren klinkt. Waardoor ik eruit ziet als een betonnen tuinkabouter.

Van tegenwind word je veel moeër (moeier? moeder?) dan dat je winst hebt van wind mee. Hetzelfde geldt voor heuvel op en heuvel af. Hoe oneerlijk is dat?

Ook oneerlijk is dat als ik een tijdje niet ren -omdat ik net heb meegedaan aan Maastrichts Mooiste en daarna de zomer begint en de terrasjes lonken- ik daarna weer bijna opnieuw moet beginnen. Mijn hele lichaam lijkt vergeten dat het ooit gedragen werd door hardloopschoenen. Toch begin ik elk jaar weer opnieuw. Ik moet wel, want voordat ik het weet, heb ik me alweer ingeschreven voor Maastrichts Mooiste.  Waar ik de afgelopen twee edities bij de laatste 10 eindigde. Ook zondag zal de bezemwagen in mijn nek hijgen.

Toch kan ik het iedereen aanraden, dat hardlopen. Ik waardeer het ‘spelletje’ om

  • de mooie plekken waar ik anders niet zou komen,
  • om de wind in mijn haar,
  • om het leegmaken van mijn hoofd,
  • om de soms briljante gedachten die bij me opkomen,
  • om de weegschaal die de volgende ochtend lief naar me lacht,
  • omdat het na een tijdje braaf volhouden telkens een beetje makkelijker gaat,
  • en om het heerlijk voldane gevoel dat ik heb als ik na het rennen en douchen naast de leuke jongen uit de trein op de bank plof. Hij zegt dan altijd dat hij trots op me is 🙂

Update 17 juni 2014.
De uitslagen staan online en ik blijk 1.7.22 te hebben gelopen. Maar liefst 5 minuten sneller dan vorig jaar. Hiephoi! 

 

Van die dagen

Ik heb iets te veel van deze dagen de laatste tijd:

She spilled her coffee, broke her shoelace.
Smeared the lipstick on her face.
Slammed the door and said
“I’m sorry, I had a bad day again.”
[Fuel – Bad Day]

En als het nou nog alleen om gemorste koffie en kapotte schoenveters ging… Ik laat met even veel plezier een pan met saucijsjes door de lucht vliegen terwijl ik over de deur van de vaatwasser struikel. Bij het dweilen (3 x vloer, kasten, muur én plafond) is er één ding dat de pijn een beetje verzacht. Heel hard Bad Day draaien.