Levensvragen

20130924_101736
Ik ben een nagelbijter. Altijd geweest. Heeft niets met stress te maken, want ik bijt vooral als ik een boek lees. Wat voor mij de ultieme ontspanning is. Als het me dan eens lukt om het merendeel van mijn nagels te laten staan, zit er steevast viezigheid achter. De enige oplossing is om er een donkere kleur op te lakken, zodat je het niet ziet. Maar in nagels lakken ben ik nog slechter dan in nagels laten staan. Collega’s en vriendinnen hebben stuk voor stuk lange én schone nagels. Hoe doen ze dat?

Ik ben een chaoot. Altijd geweest. Dat geldt gek genoeg niet voor mijn werk. Dat doe ik gestructureerd. Interviews plan ik ruim van te voren en deadlines haal ik altijd. Maar mijn huis en mijn hoofd zijn een warboel. Stapels papieren, rondslingerende bonnetjes, dubbele afspraken, vergeten sleutels, onbetaalde rekeningen, half uitgewerkte ideeën… het behoort allemaal tot mijn standaard staat-van-zijn. Alle gestructureerde freelancers die ik ken, hebben ook een gestructureerd hoofd en huis. Hoe kan dat?

En zo vraag ik me nog veel meer af:

  • Waarom kunnen andere mensen een wit t-shirt langer dragen dan één dag?
  • Waarom kunnen andere mensen een hoeslaken opvouwen tot een perfecte rechthoek?
  • Waarom kunnen andere mensen tijdens het koken de keuken opruimen?

Wie het weet, mag het zeggen! “Daarom” is geen antwoord.

Vluchtelingen en dieren

Sphinx
“Nederlanders hebben al genoeg problemen.”
“Zij krijgen voorrang op een huurwoning en ze krijgen van alles gratis, terwijl ik al jaren op een huis wacht.”
“Als we al die sloebers gaan opvangen, gaat de belasting zeker weer omhoog.”

Er blijken ongelofelijk veel mensen in Nederland te wonen die vinden dat ze het slecht hebben. Veel mensen zijn er door de financiële crisis inderdaad op achteruit gegaan, baan kwijtgeraakt, spaargeld opgemaakt. Er zijn Nederlanders die moeite hebben om rond te komen; afhankelijk zijn van de Voedselbank of de Weggeefwinkel. Maar hoe erg dat ook is, je kunt het toch niet vergelijken met leven in oorlogsgebied? Met de voortdurende angst om opgepakt, gemarteld of gedood te worden?

De leuke jongen uit de trein en ik kijken soms naar Een dubbeltje op zijn kant. Dat leidt steevast tot grote ergernis en geschreeuw richting televisie. De ene helft van de kandidaten kan weinig aan de situatie verbeteren. De andere helft rookt, leeft op afhaalvoedsel, heeft een dure hobby, weigert voltijds te werken, kan geen afstand doen van de tweede auto en besluit ondertussen om een derde, vierde of vijfde kind op de wereld te zetten of om nog een kat, kanarie, slang of hond aan de inventaris toe te voegen.

Ghandi zou ooit gezegd hebben ‘The greatness of a nation can be judged by the way its animals are treated’.

Tussen de eigen-volk-eerst-schreeuwers zitten hele volksstammen die niet schromen om honderden euro’s per jaar aan hondenvoer of de nieuwste krabpaal uit te geven, maar die geen cent (of vriendelijk woord) over hebben voor een asielzoeker. Dat onze dieren het zo goed hebben, maakt ons dat een grootse natie?

Ik dacht het niet.

De vliegende tijd

20151101_150300_resized
Of ik de laatste tijd iets met leeftijd heb? Nee hoor.

Maar toch.

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan. Tenminste, ik geloof dat de meeste mensen hier ‘last’ van hebben.

Nu de zomer op zijn laatste, stevig in rubberlaarzen gestoken benen loopt, bedacht ik mij ineens hoe lang op vakantie gaan vroeger duurde. Met ons tweetjes achterin ’t Renault-4tje met vouwwagen. Voordat we in Frankrijk waren hadden we al drie kleurboeken vol, 86 keer ‘ik zie ik zie’ gespeeld en tot 95 coupletten van ‘een potje met vet’ gezongen. Die paar uurtjes, met keurig om de twee uur een stop, leken even lang te duren als deze reis die een volledig weekend in beslag nam.

Tegenwoordig vliegt de tijd. Het lukt me nauwelijks om tussen Maastricht en Brussel een hoofdstuk te lezen, mijn nagels te vijlen en het landschap te bestuderen. Drie keer met mijn ogen knipperen en ik ben er.

Vroeger, toen ik nog een klein meisje was dat in bomen klom en vrijwillig om 6.30 uur opstond om de boer te helpen met het melken van zijn koeien, leek het wel drie jaar te duren voor ik weer eens jarig was. Het duurde minstens een maand van het kringgesprek op maandagmorgen tot de weekafsluiting op vrijdagmiddag. En zelfs de zomervakantie had iets oneindigs.

Ik werd eergisteren pas 30 en ineens ben ik al 35.

Ja, daar is een wetenschappelijke verklaring voor, dat zal allemaal wel. Maar het bevalt me niet zo goed. Tips om de tijd langzamer te laten gaan?

Ken je die mop…

… van die patiënt die naar het ziekenhuis ging voor een operatie? Die patiënt ging. Op de vroege morgen. Met de bus. De leuke jongen uit de trein aan haar zijde.

Koud aangekomen in het ziekenhuis, was ze al aan de beurt. “Trekt u alles maar uit en dan dit kleed aan, met de drukker aan de achterzijde. Mutsje op en sloffen aan. Uw onderbroek mag u aanhouden.”

De patiënt stapt (met een iets verhoogde hartslag en een droge keel) de operatiezaal binnen, gaat op de tafel liggen en trekt het charmante papieren mutsje een beetje opzij zodat de chirurg beter kan zien waar hij zijn mes in moet zetten.

“Ik zie niets, dus ik ga niet snijden”, zegt die chirurg.

En zo keren de leuke jongen uit de trein en de patiënt die volgens de chirurg toch geen patiënt is, onverrichter zake huiswaarts.

Zij hadden, kortom, een bijzonder vruchtbaar begin van hun dag.

Knap waardeloos.

Zo oud als je je voelt

Een blessure aan mijn hak zorgt ervoor dat uit bed komen een nog groter drama is dan anders. Daar kan geen koffie tegenop. Me nog een keer omdraaien als de leuke jongen uit de trein aan het werk gaat, is slechts uitstel van executie. En aan het eind van de dag hijs ik mezelf met pijn en moeite de trap op. ‘Ik word oud’, denk ik elke keer dat ik me met huilende hielen en krakende kuiten op mijn bed stort.

Wat is oud? Morgen word ik 35. Een leeftijd waarvan ik vroeger dacht dat ik dan ‘alles’ voor elkaar zou hebben. Onder alles verstond ik dan vooral een droombaan, een droomhuis, een aantal droomreizen met een vinkje erachter en nog een aantal droomreizen concreet op de planning. Ondertussen natuurlijk verkerend in topconditie met een sociaal leven waarin alle vriendjes en vriendinnetjes een soortgelijk leven hebben én in de buurt wonen, het uitnodigingen voor etentjes en festivals regent en niemand eerst een oppas hoeft te regelen voordat er spontaan een terrasje, een stedentrip of een avondje theater volgt. What was I thinking? 

De leuke jongen uit de trein begrijpt niets van de lichtelijk droevige gevoelens die het getal 35 en ‘de dingen die voorbijgaan’ bij mij oproepen. Sinds hij er zelf over kon beslissen, heeft hij geen verjaardag meer gevierd. Leeftijd zegt hem niets. Dromen zijn er vooral om te dromen en hoeven niet noodzakelijkerwijs uitgevoerd te worden. Voor dat huis, die reis, en alles wat nog meer ‘leuk’ is om mee te maken, hebben we toch nog tijd genoeg? En dat hij zijn vrienden nog maar zelden ziet, daar haalt hij zijn schouders over op. We hebben elkaar toch?

Dat klopt als een zwerende vinger. En daar ben ik blij om.

Met een blije muts op, voel ik me meteen een stuk jonger

Ik word altijd vele jaren jonger geschat dan ik ben, hoe zou dat toch komen?

Brief aan mijn nichtje # 13

Kleine held,

Ik houd ongelofelijk veel van je. Meer dan jij je ooit kunt voorstellen. Ik zeg dat nooit tegen je. Je weet toch nog niet wat dat betekent. Wat ik wel vaak tegen je zeg, is dat ik trots op je ben. Misschien weet je ook nog niet precies wat dat inhoudt, maar je hebt geloof ik wel door dat ik het vooral tegen je zeg als je indrukwekkende capriolen uithaalt. Zoals gister bij de glijbaan in het park. Eerst moest ik je hand vasthouden op de enge wiebelbrug, maar toen je een paar andere kinderen alleen naar boven zag klauteren, kon je niet achterblijven. “Trots op jou!”, riep ik toen je bovenaan de glijbaan met een triomfantelijke blik op mij neerkeek.

Twee maanden geleden (jemig, wat vliegt de tijd) reisden we samen met je mama naar Benin. De tweeënhalve week dat we weg waren, was ik voortdurend trots op je. Niet alleen om je onvoorstelbare lef in het zwembad, waar je in sprong alsof je al jaren je A- en B-diploma op zak had. Maar vooral om de open blik waarmee je de onbekende omgeving inkeek. Je riep heel vaak “Ik begrijp er niets van!” of “Het duurt zo lang!”, maar ondertussen bleef je vrolijk onder de voortdurende aandacht. Er werd veel met je gesjouwd en gezeuld en je had vaak geen idee waar we naartoe gingen (je moeder en ik ook niet) en toch bleef je een hartendief. Vooral onze chauffeur was een groot fan van je en jij van hem. Je wilde hem de hele tijd aaien.

De beste plek in Benin, volgens jou

De beste plek in Benin, volgens jou

Toen we gisteren vanuit het park terug naar huis liepen, zei je “Trots op jou”, tegen mij. Een teken dat je inderdaad nog niet helemaal door hebt wat trots betekent, maar oh zo lief. Ik smolt. Het ijsje dat jij daarna at, smolt even hard. De chocolade zat tot achter je oren.

Je luistert lang niet altijd en kan behoorlijk boos worden als je je zin niet krijgt. Maar je bent een kind om op te eten, een kind om trots op te zijn, een kind om van te houden.

Liefs,
Je suikertante 😉

Meer verhalen van mij lezen over Benin? Lees dan hier en blijf vooral hangen op MO.be, bijvoorbeeld om deze mooie blog te lezen van een Belgische vader over zijn driejarige dochter die opgroeit in Benin. Zoals het leven van mijn nichtje ook had kunnen zijn…

Vroeg de struisvogel aan de bulldozer: “zullen we eens een kuil graven?”

We passen heel goed bij elkaar, de leuke jongen uit de trein en ik (uiteraard!). Hij is optimistischer dan ik, opgeruimder en rustiger. En hij is gewoon de allerliefste natuurlijk. Maar sommige eigenschappen delen we en dat is helemaal niet handig. We spelen in onze vrije tijd allebei voor struisvogel. En zo komt het dat we geen of (te) laat beslissingen nemen.

We bedenken niet waar we op vakantie gaan, waardoor we op het laatste moment een veel te dure reis boeken.

Niet waar we (gezamenlijk) voor sparen, waardoor veel dromen, dromen blijven.

Niet waar en wanneer het leven van nutteloze apparaten definitief eindigt, zodat een computer die niet meer opstart en een printer die niets meer uitdraait al jaren kostbare plek in ons toch al krappe huisje innemen. En dan heb ik het nog niet over twee enorme boxen die zelfs nog nooit zijn aangesloten en al jaren staan te stofhappen. Hier ergert de leuke jongen uit de trein zich overigens helemaal niet aan, dat doe ik alleen maar.

Niet waar we gaan wonen, waardoor we al jaren op een plek zitten die weliswaar perfect in het centrum van de stad ligt, dichtbij lieve vrienden en onze stamkroeg, maar waaraan we ook veel geld kwijt zijn en waarin we te weinig bergruimte hebben.

Niet of we kinderen willen, waardoor… ehm… Die kinderen, dat is echt een lastige. Tot drie jaar geleden wist ik zeker dat ik ze niet wilde. Maar sindsdien is een aantal zeer leuke exemplaren geboren in mijn omgeving. De meeste papa’s en mama’s zijn in mijn ogen een tikkeltje saai geworden, maar er zijn er ook een paar die bewijzen dat je met koter prima op vakantie kunt en al eens een festivalletje mee kunt pikken. Ik ben gaan twijfelen. Terwijl ik daar misschien helemaal geen tijd voor heb, want ik word binnenkort 35.

Het verschil tussen de leuke jongen uit de trein en ik, is dat ik ongelofelijk onrustig word van al het bovenstaande en vaak gefrustreerd raak. De leuke jongen uit de trein boeit het wat minder, hij gebruikt mijn motto ‘alles komt goed’ en ploft na zijn werk moe op de bank. Hij heeft het ontzettend druk op zijn werk en wil daarnaast “even” nergens meer over nadenken.

Als het alleen om ik, mezelf en mijn carrière gaat, ben ik eerder een bulldozer dan een struisvogel. Op het laatste moment pas mijn omzetbelasting doorgeven. Bonnetjes en facturen laten slingeren. Papieren opstapelen in mapjes voordat ze in de juiste klapper belanden. Mijn digitale agenda verwaarlozen. Dat soort dingen. Het besluit om het anders te doen, neem ik regelmatig, maar ja…

Heel soms neem ik impulsief en ondemocratisch een besluit (ik ben af en toe een slecht vriendinnetje) dat ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Met mijn zusje mee gaan naar Benin was er daar één van.

Vandaag hakte ik een hele andere knoop door. Vanaf volgende week komt er een poetsvrouw 🙂

Lang leve de poetsvrouw. Straks ziet mijn bureau er vast net zo netjes uit als deze van een Beninese schooldirecteur.

Lang leve de poetsvrouw. Misschien ziet mijn thuiswerkplek er straks net zo netjes uit als het kantoor van deze Beninese schooldirecteur.

Dim, dam, dilemma

Op 1 juli stoppen met alle werkzaamheden die niet tot Lieke schrijft behoren, dat gaat dus niet lukken (zie mijn vorige blog). Dat doet een beetje pijn.

Maar een hele blije recruiter die mij van harte feliciteert omdat ik ben aangenomen bij bedrijf X, daar word ik ook niet blij van. Al lag dat niet aan de tekst: “Proficiat Lieke! Ze zijn super enthousiast over jou en willen heel graag met je verder.”

Op papier leek de functie fantastisch. Het bijhouden van social media voor een internationaal bedrijf met vooral Franstalige klanten. Puntje bij paaltje blijkt dat maar een klein deel van de baan te zijn en moet ik vooral de telefoon gaan opnemen voor een ander bedrijf dat zowel qua producten als qua filosofie lichtjaren bij mij vandaan staat.

Het salaris is niet beter dan wat ik nu heb. Het contract ook niet, want via een uitzendbureau. Maar omdat het zo zou kunnen zijn dat het leuke deel van de functie uiteindelijk de overhand neemt, ben ik toch aan het twijfelen.

De onderneming waar ik nu sta, kan mij er over een paar maanden uitgooien. Maar ik kan ook een vast contract krijgen. Dat laatste zou huizenkooptechnisch heel gunstig zijn. Maar is dat een reden om te blijven? Misschien niet. Ik heb er hele leuke collega’s en dat is wel veel waard.

Morgen moet ik beslissen…

Faal

Ik wist het zeker, op 1 juli 2015 had ik geen andere banen meer nodig, want ik zou kunnen leven van mijn eigen bedrijf. Dat kreeg iedereen te horen die mij rond de jaarwisseling naar mijn goede voornemens vroeg. En ook later riep ik dat nog regelmatig, want het moest verdorie maar eens afgelopen zijn met het afnemen van enquetes, het smeren van broodjes, het opnemen van de telefoon en andere nevenactiviteiten waar ik geen voldoening uit haalde. De economie zou aantrekken, mijn netwerk zou zich uitbreiden, appeltje eitje.

En toen zat de eerste helft van dit jaar er alweer bijna op. Deed ik genoeg? Blijkbaar niet. Ik ging naar netwerkbijeenkomsten, promootte mezelf waar ik de kans kreeg en verhoogde zelfs mijn uurtarieven. Maar als ik een voorzichtige blik op mijn financiën werp, verdien ik tot nu toe in 2015 ongeveer 10 euro meer per maand uit mijn eigen bedrijf dan in 2014. Dat komt dus niet eens in de buurt van ‘genoeg om van te leven’. Tenzij ik naar, pak ‘m beet, Benin emigreer. Wat ik geenszins van plan ben, ondanks de fantastische, zonnige dagen die ik er afgelopen maand doorbracht.

Zoeken. Dwalen. Falen.
Faal. Faaltaal. Fataal.

Pubermeisjes

Kwart over tien ’s morgens.

Met een triomfantelijk gezicht komt ze de supermarkt uit. Demonstratief gooit ze haar zakje met boterhammen in de vuilnisbak en trekt een zak chips open. Ze is een jaar of twaalf. Ze is dun. Ze draagt een strakke spijkerbroek met gaten op de knieën, zoals dat blijkbaar weer helemaal in de mode is. En ondanks de dikke laag make-up kan ik zien dat ze bleek is en dat ze haar jeugdpuistjes niet helemaal onder controle heeft. Een van de twee vriendinnen die buiten op haar zit te wachten, vindt het maar niets. Ze trekt haar wenkbrauwen op en neemt nog een hap van haar boterham (ook uit een plastic zakje, jammer). De andere vriendin vindt het juist een super stoere actie en roept “Vet ontbijt! Mag ik ook wat?”

Ik loop de supermarkt binnen en denk van alles over populaire meiden, meelopers en buitenbeentjes. Over hoe je chips als ontbijt kunt nemen en toch zo dun kunt zijn. En over hoe gemeen meiden tegen elkaar kunnen zijn. Wordt het meisje dat wel haar boterhammen at straks uit het vriendinnengroepje gemikt?

Ik kan maar één conclusie trekken: ik ben blij dat ik geen twaalf meer ben.