Goed begonnen

DSCN1941

 

 

 

 

 

 
Toen het twaalf uur werd, knuffelde en kuste ik eerst de leuke jongen uit de trein. Daarna omhelsde ik de acht andere gezelligheidsdieren in onze afgesloten stamkroeg. We liepen naar buiten. We hadden bubbels. Het was droog. We deden niet aan vuurwerk, wel aan sterretjes. De rest van de nacht brachten we lachend, etend, drinkend en spelletjes spelend door. We zijn daar goed in. Het nieuwe jaar is begonnen zoals het moest beginnen.

Inmiddels is het alweer dag 3 van 2016. Een beetje stiekem beantwoordde ik de eerste e-mails. Werkte ik aan een nieuwsbrief voor Lieke Schrijft. En zocht ik de eerste bonnetjes bij elkaar voor mijn belastingaangifte. Ongestructureerde werkzaamheden tussen het gelukkig-nieuwjaar-wensen en uitslapen door.

Als ik al goede voornemens heb, dan hebben die vooral betrekking op een betere planning van mijn werk, waardoor er meer tijd overblijft om te genieten van mijn vrije tijd. Minder werkontwijkend gedrag. De kracht om nee te zeggen als ik ergens geen zin in heb. Het enthousiasme om ja te zeggen als een opdracht me gelukkig maakt, ook al weet ik nog niet hoe ik die in moet plannen. En ik ga eindelijk werk maken van die werkplek buiten de deur.

Ik hoop dat 2016 een zorgeloos jaar wordt. Voor mij, voor jou. Normaal houd ik er niet van om Engelse woorden te gebruiken in een Nederlandse tekst, maar soms is die taal zo veel krachtiger dan de onze. Dit is mijn wens voor iedereen: worry less, love more and don’t regret.

 

Een wonderlijk jaar

2015-05-05 10.06.14
Het is potjandorie alweer 30 december. Dit jaar is echt omgevlogen! Het lijkt pas een paar weken geleden dat ik in het vliegtuig stapte naar Benin (dat vliegtuig ging uiteindelijk niet verder dan Barcelona, maar goed).

Het contrast tussen mijn persoonlijke jaar en de wereld om mij heen, kon niet groter zijn. Voor mijzelf was 2015 een topper. Niet alles verliep vlekkeloos en ik heb af en toe traantjes laten rollen, maar door de bot genomen was het een prima jaar. Niemand in mijn omgeving werd ziek of ging dood. De leuke jongen uit de trein en ik hadden het weer bijzonder goed met elkaar. Vriendschappen bleken opnieuw goud waard. En zakelijk was 2015 een grote stijgende lijn.

Maar denkend aan dat kleine landje aan de Noordzee waar mijn leven zich grotendeels afspeelt, zie ik het uit de hand lopende zwartepietendebat, mafketels die een opvangcentrum voor vluchtelingen bestormen, achtergelaten varkenskoppen, relschoppers die zich vele malen slechter gedragen dan de mensen waar ze zogenaamd bang voor zijn, vluchtelingen die niet in een bejaardenhuis mogen gaan koken, politici van allerlei pluimage met nauwelijks een geweten laat staan een schuldgevoel, en een politieke partij met extreme opvattingen die zo ongeveer het hele jaar de grootste partij in de peilingen was. Hoe mooi zou het zijn als we al deze zaken kunnen achterlaten en begraven in 2015?

Ik wens iedereen een nieuw jaar vol vrolijke verrassingen, onverwachte ontmoetingen, langdurige liefde, snoeihard succes, goede gezondheid en ware woorden. Woorden met inhoud. Woorden waar eerst over is nagedacht voor ze worden uitgesproken of opgeschreven. En stilte. Geniet vooral ook af en toe van de stilte.

Gelukkig Nieuwjaar!

 

 

Schuldgevoel

Ik vind dat ik te weinig doe voor een betere wereld. Dat ik meer vrijwilligerswerk zou moeten doen. Dat ik best mijn handen in de aarde van een gemeenschappelijke groentetuin zou kunnen steken. Ik zou een kind dat moeite heeft met Nederlands kunnen helpen met zijn/haar huiswerk. Of eens op bezoek kunnen gaan bij de hoogbejaarde overbuurvrouw. Er komt zelden iemand bij haar langs en ik vraag me af hoe lang het duurt voor iemand haar mist. En wat ik zéker zou kunnen doen, is korter douchen en minder vlees eten, maar mannen, wat houd ik van een douche op standje sauna en zelfgedraaide gehaktballen.

De leuke jongen uit de trein vindt dat ik onzin verkondig als ik zoiets tegen hem zeg. “Weet je wel hoe veel tijd je in sociale contacten steekt. Hoe vaak vrienden een beroep op jou doen, waar jij altijd op ingaat. En dat je voor de helft van je normale uurtarief schrijft over mondiaal beleid en een debat over vluchtelingen organiseert, wat dacht je daarvan?” Maar het voelt niet als genoeg. En daar voel ik me soms schuldig over.

Ik ben wel vaker de schuldige. Althans, volgens mijn eigen (rot)gevoel.

Schuldig. We wonen in een duur huurhuis, waar we maar kort zouden blijven, ‘tot ik een goed betaalde baan zou vinden, want dan gaan we iets kopen’. Die baan die ik tot op heden niet vond, zo’n 231 sollicitatiebrieven en 27 netwerkbijeenkomsten verder. Een baan die ik misschien niet eens meer wil, want het gaat goed met Lieke Schrijft (hiephoi!). Ondertussen ben ik ons huis kotsbeu, ondanks dat ik er met mijn lief woon en ondanks de toplocatie. Ik heb het gehad met scheefhangende keukenkastjes, het gebrek aan bergruimte en het ontbreken van een tuin en een oven. Ik droom van bloeiende kersenbomen en struiken vol bessen als leverancier van overheerlijke taarten.

Schuldig. We nemen geen beslissing over wel of geen kinderen. Zodat ik straks, als ik later groot ben, geen moeder meer kan worden en me dan schuldig voel tegenover mezelf (en net zo eindig als de bejaarde overbuurvrouw die zelden visite heeft. Al weet ik heus wel dat kinderen geen garantie zijn voor bezoek. Je kunt zomaar egocentrische etters op de wereld zetten). Of dat ik een oude moeder ben samen met een nog oudere vader en me daarover schuldig voel richting kind.Want ik gun een kind jonge ouders. En opa’s en oma’s die nog mee kunnen naar de speeltuin. In elk geval opa’s en oma’s. Wat al moeilijk wordt, in ons geval, maar gelukkig doet de vriend van mijn moeder het ook heel goed als opa.

Schuldig. De leuke jongen uit de trein maakt zijn universitaire studie niet af ‘want dat is niet te combineren met een voltijds baan.’ En volgens mijn lief kunnen we het ons niet veroorloven als hij een dag inlevert. Ik denk van wel, als we de discipline op zouden kunnen brengen om minder vaak naar het theater of op restaurant te gaan en festivals aan ons voorbij te laten gaan. Enkel nog boeken lenen bij de bieb in plaats van ze te kopen. De krant opzeggen. Misschien een jaar niet op vakantie. Wat pijn zal doen (mij veel meer dan hem) en waar ik geen vrolijker mens van word. Maar waar een wil is… En ik zou het voor hem over hebben. Dus eigenlijk is dit helemaal niet mijn schuld 🙂

Oef.

En me nu schuldig voelen dat het net lijkt of ik de leuke jongen uit de trein overal de schuld van geef.

 

Slechte moeder

De wachtkamer van de huisarts.
Hartverscheurend gehuil vanuit de behandelkamer.
Een oudere mevrouw gaat naast me zitten.
“Is de assistente er niet?”, vraagt ze.
“Die heeft vermoedelijk haar handen vol”, antwoord ik.
“Oh ja, ik hoor het.”

Tien minuten later komt mijn nichtje uit de behandelkamer.
Rode wangen, rode ogen, dikke tranen.
Ze rent op me af en klimt bij me op schoot.

De mevrouw naast me kijkt me vernietigend aan.
“Bent u niet mee naar binnen gegaan?!”
“Ze is mijn dochter niet”, antwoord ik.
“Dan kunt u toch ook mee naar binnen!”

Heel even voel ik mij een slechte moeder.
Dan komt mijn zusje uit de behandelkamer.

Ik was geen Charlie, ik ben geen Frankrijk

DSCN0030Doen de aanslagen in Parijs me meer dan die in Aleppo, Maiduguri, Beiroet, Iguala? Ja en nee.

Ja, omdat ik Parijs goed ken, me er thuis voel, er het liefst elke maand een weekendje naartoe zou gaan. Daardoor is de gedachte ‘Ik had daar kunnen lopen’ onontkoombaar.

Nee, omdat elk mensenleven even veel waard is. Een leven van iemand in Parijs heeft geen recht op meer verdriet en persaandacht dan het leven van iemand in Baghdad. Ook al weet ik dat het in de media zo werkt. Er is zelfs een bekende formule voor.

Ik was geen Charlie.
Want hoe zit het dan met al die journalisten die dagelijks verdwijnen in landen waar persvrijheid een scheldwoord is of een doodsvonnis?

Ik ben geen Frankrijk.
Mijn profielfoto op Facebook verdwijnt niet onder een Franse vlag. Want als ik een Facebooker was in -pak ‘m beet- Irak, Turkije of Congo, zou het me kwetsen. ‘Wel massale steun voor een westers land. Niet voor ons.’ En wat hebben nabestaanden aan onze 1x-klikken-solidariteit?

Denken “wij” eigenlijk ooit verder dan ons eigen belang? ‘Kijk mij eens meeleven met die Fransen.’ Maar ondertussen halen we onze schouders op bij het beleid van onze Grote Leiders, die toch vooral bezig zijn met olie uit het Midden-Oosten halen en terroristen (+ de mensen die voor de terroristen vluchten) in het Midden-Oosten houden. Wat dus niet meer lukt.

De zwarte profielfoto’s na MH17 riepen dezelfde weerstand bij me op als de Franse vlaggen. Ja, we willen de onderste steen boven ‘uit respect voor de nabestaanden’, maar het interesseert ons geen drol dat elders in de wereld doofpotten bestaan zo groot als een onweer. Miljoenen mensen weten helemaal niet wat er met hun vader, moeder, broer, zus, opa, oma, zoon of dochter is gebeurd. Zij blijven hopen tegen beter weten in. Worden dagelijks geconfronteerd met misdaden waarnaar nooit een onderzoek gedaan zal worden.

Maar wellicht oordeel ik te hard. Of denk ik te veel na. Het is ongetwijfeld goed bedoeld. Dus doe het vooral: kleur je profiel bleu, blanc, rouge; schrijf dat je bang bent, of dat het tijd is voor actie. Maar ga daarna met elkaar in gesprek, in het echt, face to face. Ontmoet elkaar, leer elkaar kennen en meet met één maat. En praat ook eens met mensen die je wel eens tegen zouden kunnen spreken.

Een late reactie op #zeghet

DSCN2139Vergeleken met mensen wiens verhalen ik lees onder de noemer #zeghet, mag ik van geluk spreken. Ik ben wel eens omhelsd, geknepen en gekust tegen mijn zin. Opmerkingen waar termen als ‘dikke reet’, ‘tietuh’ of ‘stomme stoephoer’ in voorkwamen kreeg ik ook weleens naar mijn hoofd geslingerd. Dan werd ik boos. Gaf een duw. Of liep zwijgend door. Voelde me even rot en dat was het dan. Waarmee ik het ABSOLUUT NIET goed praat of bagatelliseer. Want iedereen moet zijn ongevraagde commentaar en hebberige handjes bij zich houden.

Als jong meisje kwam ik bij een zeer handtastelijke meneer over de vloer. Hij had een paard en een hond waar ik dol op was en weilanden om in te spelen. Ik dacht er niet zo bij na dat deze meneer me altijd vastpakte, me onder mijn shirt op mijn rug wilde kriebelen en vaak zijn blik gefixeerd had op mijn beginnende borsten. Ik vond dat een klein ongemak waar veel lol tegenover stond. Een vriendinnetje dacht daar anders over, vertelde het tegen haar ouders en zij op hun beurt weer tegen mijn ouders. Daarna was de boerderij verboden speelterrein. Ik huilde. Jaren later moest ik op het politiebureau komen. Andere meiden hadden aangifte tegen de meneer gedaan en aan de politie verteld dat ik ook vaak op de boerderij kwam spelen. Als ik het me goed herinner, kreeg de meneer een taakstraf.

Als zestienjarige vroeg een van de populairste jongens van de school of hij mijn vriendje mocht zijn. Hij was twee jaar ouder dan ik en behoorlijk knap, vond ik. Al snel kwam ik erachter dat hij alleen maar mijn vriendje wilde zijn om te experimenteren met seks, zodat hij geen flater zou slaan bij het meisje waar hij écht verliefd op was. Toen we na drie weken nog niet met elkaar naar bed waren geweest -deels omdat ik daar niet op zat te wachten, deel omdat daar nauwelijks mogelijkheden voor waren omdat we allebei nog thuis woonden- maakte hij het uit. Een paar dagen later had hij iets met die ander. Ik was een dag boos, verknalde een wiskundeproefwerk, en ging weer verder met zestien zijn. Zo ver ik weet, is hij nog steeds bij die ander. Dat dan weer wel.

Ik heb nergens trauma’s aan over gehouden. Ben niet bang of wantrouwig. Ben hooguit een stuk minder naïef geworden. Ik ben niet dapper omdat ik dit deel (een veelgelezen reactie op andermans blogs of tweets), want ik ben sowieso een redelijk open boek. Het onderwerp ‘seksueel misbruik’ zou geen taboe moeten zijn. #Zeghet is denk ik een goed begin.

Brief aan mijn nichtje #14

Lieve kletskous,

Je bent je van geen goed bewust, maar de beste afleiding van stress en zorgen, dat ben jij.

De laatste weken lopen mijn hoofd en mijn agenda behoorlijk over. Daar dacht ik gisteravond geen seconde aan. Onhaalbare deadlines, administratieve rotklussen, lastige beslissingen, slapeloze nachten en lege bankrekeningen verdwenen uit mijn systeem toen je gisteravond aan tafel schoof.

Met veel smaak at je de spruiten waar je zelf om gevraagd had. Halverwege je portie, had je genoeg.
“Oké’, nog drie happen”, zei ik.
“Nou, ik denk dat je er nog wel vier op kunt”, zei de leuke jongen uit de trein.
“Vijf!”, riep jij.
En zo geschiede. Er paste zelfs geen toetje meer bij.
“Wat gaan we nu doen?”
“Spelen op de bank!”

Het grote gooi- en smijtwerk kon beginnen. Ik was een beetje bang dat je spruitjes terug naar buiten zouden komen, maar jij hebt blijkbaar een hermetisch afsluitbare maag. De leuke jongen uit de trein gooide met je. Je maakte koprollen en speelde voor vliegtuig. We maakten een schommel van je door je bij armen en benen vast te pakken. Hoe harder we je tegen de bankleuning lieten botsen, hoe leuker jij het vond.

Daarna begonnen de fratsen en het betere acteerwerk. De leuke jongen uit de trein bond een kussen op zijn hoofd. “Nu ben je een luchtballon”, concludeerde jij. Daarna bond hij het kussen voor als een slabber. “Nu ben je een baby.” Je zette een keel op om -zeer geloofwaardig- een huilende baby na te doen en kroop bij me op schoot.

Toen ik voorzichtig vroeg of we zo naar bad zouden gaan, stond jij al halverwege de trap. Ik was helemaal niet van plan om ook in bad te gaan, maar jij kunt zeer overtuigend zijn. Met het douchegordijn dicht hadden we onze eigen tent. Verder deed het bad uitstekend dienst als waterglijbaan en wedstrijddomein tussen een duikende badeend en een springende kikker. De badkamer stond binnen tien minuten blank. Dikke schik dus.

Toch deed je ook niet moeilijk met naar bed gaan. En -bewonderenswaardig- toen ik je anderhalf uur later weer wakker moest maken omdat je mama terug was, stond je meteen op. We kregen een dikke knuffel en een kus en weg was je weer.

Een paar gouden uurtjes op een doordeweekse herfstavond.

In theorie heb ik nooit stress

20151102_130543_resized
Ik sta niet bekend als iemand die snel in de stress schiet. In tegendeel. Ik las net de aanbevelingen op LinkedIn nog eens na om mijn ego een oppepper te geven en daar wordt het bevestigd: Lieke, die kan tien bordjes tegelijk draaiende houden, of tien ballen in de lucht.

“Ze werkt altijd aan meerdere opdrachten tegelijk en dat gaat haar goed af, zonder te stressen.”
“Een keiharde werker die soms vijf paar handen lijkt te hebben – hoe ze anders al haar activiteiten voor elkaar krijgt, zou me een raadsel zijn.”

Maar het lijkt of de magie is uitgewerkt. Ik raak een beetje verstrikt in mijn eigen hoofd. En daardoor ga ik dingen die helemaal niet zo belangrijk zijn steeds meer aandacht geven, tot ik lichtelijk in paniek raak en nergens anders meer aan kan denken dan aan alle dingen die ik nog moet en alle dingen die ik zo graag wil maar die er steeds niet van komen omdat ik eerst nog zo veel dingen moet.

Het ene moment zeur ik tegen mijn geliefden, het andere moment sluit ik me in mezelf op omdat ik er niemand mee wil lastig vallen, want het is toch eigenlijk juist fantastisch dat ik zo veel opdrachten heb. Beide ‘methodes’ werken niet en komen mijn gemoedsrust niet ten goede.

En zo kon het gebeuren dat ik laatst -in een heel gezellig eetcafé waar de leuke jongen uit de trein, een van zijn lievelingscollega’s en ikzelf net heerlijk hadden gegeten- in huilen uitbarstte. Een glas witte wijn in de hand.

En zo kon het ook gebeuren dat ik laatst midden in de nacht wakker lag omdat ik zeker wist dat we nooit meer gaan verhuizen en we voor eeuwig in deze langzaam aan te veel spullen ten onder gaande huurwoning blijven zitten. Toen ik eindelijk in slaap viel, droomde ik eerst dat de schimmel op de badkamer zich massaal had vermenigvuldigd en daarna dat we een hele lieve, roodharige hond in huis namen. (Een verklaring, iemand?).

Ik geloof dat het tijd is om de zaken anders aan te gaan pakken…

Bangerik

De theorie ken ik: brutale mensen hebben de halve wereld. Van de praktijk heb ik honderden voorbeelden gezien tijdens mijn jaar bij de klantenservice, tot aan vervalste bonnetjes van de kleermaker aan toe. Hele volksstammen verlaten dagelijks het warenhuis met cash of nieuwe kledingstukken waar ze strikt genomen geen recht op hebben. Toch blijf ik een ontzettende schijterd als ik zelf iets te klagen heb.

Nu voor de tweede keer achter elkaar een stuk gevulde brie bij het openen van de verpakking een ammoniaklucht vrijliet waar mijn schoenen van uitvielen, toog ik schoorvoetend -met het stinkstuk goed verpakt- naar de supermarkt.

“Goedemiddag. Ik ben normaal echt geen klagerd, maar het is al de tweede keer dat ik een oneetbaar stuk brie heb gekocht. Volgens de datum zou ie nog goed moeten zijn.”
“Wilt u een nieuw stuk?”
“Ik weet niet of ik dat nog durf, nu het al twee keer is mis gegaan. Zou ik misschien ook mijn geld terug kunnen krijgen?”
“Momentje, ik roep even mijn collega.”

Uiteindelijk verliet ik toch met een nieuw stuk brie de winkel. Een iets kleiner stuk dan dat ik had en met dezelfde houdbaarheidsdatum, namelijk morgen. De desbetreffende collega was niet zo van het geld teruggeven. Ik wilde en durfde er verder niet over te zeuren. Het voelde al als een overwinning dat ik überhaupt had geklaagd.

Ik heb thuis meteen een dikke plak afgesneden en op mijn brood gesmeerd. De kaas is op het randje…

Zal ik nog een keer terug gaan?

Waarschijnlijk niet.