Te bloot?

Een persoon die me lief is, vindt dat ik veel te veel online slinger. Dat ik te intieme dingen met het web deel en ook de privacy van anderen op het spel zet. Deze persoon is bang dat ik potentiële werkgevers afschrik en dat vrienden niet meer zichzelf durven zijn in mijn buurt. Vannacht lag ik daar serieus van wakker. Berokken ik mezelf en anderen schade met deze blog?

Mensen die mij kennen, weten wie de leuke jongen uit de trein is en hoe goed onze relatie in elkaar steekt. Mensen die mij kennen, weten hoe dol ik ben op mijn nichtje waar ik al veel te lang geen brief meer aan geschreven heb. Vrienden en vriendinnen, die ik nooit bij naam noem, zullen zichzelf ongetwijfeld herkennen als ze voorbij komen in mijn wondere schrijfwereld. Maar bezorg ik ze daar last mee?

Potentiële werkgevers die de link leggen tussen deze blog en mijzelf, schrik ik die af? Of zijn dat dan sowieso opdrachtgevers waar ik niet voor zou willen werken?

Dat ik mezelf te kwetsbaar opstel, daar maak ik me niet zo druk over. Ik ben over het algemeen een open boek, maar houd mijn lippen stijf op elkaar als het om vertrouwelijke informatie gaat of om afspraken met opdrachtgevers. Deze blog ik vrij toegankelijk voor wie ‘m weet te vinden, maar mijn Facebook- en LinkedIncontacten zijn in groepen verdeeld, waardoor lang niet iedereen alles kan lezen wat ik deel. Toch knaagt er iets. Moet ik stoppen met bloggen? Of moet het hier alleen nog over huis- tuin- en keukenonderwerpen gaan?

Dat laatste kan eenvoudig geregeld worden. Dan schrijf ik elke dag een verhaaltje als dit en weet ik zeker dat na verloop van tijd niemand meer leest:
“Ik heb vanmorgen 50 baantjes gezwommen, een eierkoek gegeten en de tuin geveegd. Wat een start van de dag.”

UPDATE: Reacties op deze blog kreeg ik vooral mondeling en via Facebook. ‘Men’ is van mening dat deze blog potentiële werkgevers zou kunnen afschrikken. Al is het maar doordat het lezen van deze blog werkgevers kan doen ontdekken dat ik karaktertrekken heb die ze niet aanstaan. Maar ‘men’ is het er gelukkig ook over eens dat mensen zich in mijn buurt echt niet anders gaan gedragen vanwege deze blog.

De verwende zzp’er

Officieel heeft het kabinet nog geen besluit genomen over het lot van de ongeveer 800.000 zzp’ers in Nederland. Maar als ik de kleine storm aan berichten op LinkedIn moet geloven naar aanleiding van een artikel in Het Financieele Dagblad gisteren, dan lijkt de overheid van plan de fiscale voordelen voor zzp’ers af te schaffen en dan lijkt het erop dat de gemiddelde zzp’er het daar niet mee eens is. Goh.

Zelfstandigen zouden te veel in de watten worden gelegd, wordt in het artikel gezegd. In de watten gelegd? Hoe dan? Door die zelfstandigenaftrek? Ik bouw geen pensioen op, heb geen arbeidsongeschiktheidsverzekering, moet zwaar onderhandelen om een redelijke vergoeding voor een tekst te krijgen, steek veel tijd en geld in het bezoeken van netwerkbijeenkomsten waarvan je vooraf nooit weet of het iets gaat opleveren en als ik zin heb in iets wat op collegialiteit en gezelligheid rond de koffieautomaat lijkt, moet ik tig euro per maand betalen voor een gedeelde werkruimte. Als ik ziek ben (wat gelukkig zelden het geval is) of op vakantie ga (wat naar mijn mening nooit vaak genoeg is), verdien ik niets. Als ik bij wil blijven op mijn vakgebied, heb ik geen werkgever die me op cursus stuurt. En voor een hypotheek hoef ik al helemaal niet aan te kloppen.

Het leven van een zzp’er kent vele voordelen, dat zal ik niet ontkennen. Ik werk deze hersenkronkels uit terwijl ik onopgemaakt in mijn kloffie aan de keukentafel zit met een grote pot thee binnen handbereik en de muziek op een geluidsniveau waar ik op kantoor nooit mee weg zou komen. Ik kan naar de supermarkt buiten de  spits, ik kan midden op de dag besluiten om te gaan sporten. Als de zon schijnt, maak ik een wandeling. Als het regent, hoef ik nergens heen. De ‘teamvergadering’ en het ‘competentiegesprek’, dingen waar ik in loondienst een kleine hekel aan had, komen in mijn agenda niet meer voor.Het grootste deel van mijn tijd doe ik wat ik leuk vind, namelijk mensen interviewen en teksten schrijven. Heerlijk.

Maar als iemand mij in de watten legt, dan ben ik het zelf. Of de leuke jongen uit de trein natuurlijk.

Meevaller

DSCN1286
Het is mijn beurt bij de Vodafone-winkel aan de reparatiebalie.

“Als ik mijn telefoon gebruik, waar je een telefoon tegenwoordig voor gebruikt, zoals bellen en mailen, dan valt ie na een half uur uit.”
De jongen aan de andere kant van de balie kijkt me nauwelijks aan, zegt niets en gebaart dat ik hem mijn toestel moet geven. Hij haalt ‘m uit elkaar.
“Je batterij staat bol, dat zien we wel vaker.”
De jongen grabbelt in een laatje onder de balie, haalt er een batterij uit, steekt die batterij in mijn telefoon en geeft het toestel weer terug. Zonder me aan te kijken.
“Nu zou ie ’t weer moeten doen.”
“Bedankt.”

Ik blijf nog even staan en probeer de blik van de jongen te vangen. Ik wacht op de financiële afhandeling van zijn ‘reparatie’. Maar de jongen heeft zich inmiddels in een andere telefoon verdiept en lijkt me alweer vergeten. “Dankjewel hè!” roep ik en loop met een grote glimlach de winkel uit.

Op communicatiegebied scoort de reparatiejongen geen hoog cijfer, maar voor verdienstelijkheid (om er maar eens een ouderwets Nederlands woord tegenaan te gooien) krijgt hij een dikke tien.

Het gaat goed. Maar toch, soms…

DSCN1853
Met mij gaat het goed. De vakantie heeft me een energieboost gekregen waar ik blij van word. Voordat we vertrokken was ik ontzettend moe. Nu voel ik me topfit en koester ik mijn bruine velletje. Afgelopen week sportte ik maar liefst drie keer en het koste me nauwelijks moeite.

Op werkgebied gaat het goed. Vanmorgen had ik een gesprek met een bevlogen en gepassioneerde vrouw. Ze had een wervingsmail die ik twee jaar geleden verstuurde al die tijd bewaard, omdat ze mijn tekst zo mooi vond. Tot nu toe had ze geen budget voor een communicatiemedewerker. Nu heeft ze ergens een potje gevonden en kan ik structureel voor haar aan de slag. Een andere vereniging waar ik één avond in de maand voor werkte als notulist, kan me sinds kort een dag per week bieden. Over een week start ik bovendien in deeltijd bij de klantendienst van een warenhuis. Deze drie ‘baantjes’ bij elkaar opgeteld, gaan me eindelijk voldoende basisinkomen opleveren om elke maand mijn vaste lasten te betalen. Alle opdrachten die ik extra binnenhaal, zijn vanaf nu voor “extra” dingen. Wat een luxe.

Op relatiegebied gaat het goed. De leuke jongen uit de trein is na de vakantie ook een stuk energieker dan ervoor (al moet ik even afwachten hoe lang dat nog duurt, vandaag was zijn eerste werkdag). Mijn lief heeft me de afgelopen week enorm verwend met culinaire hoogstandjes waar sommige deelnemers aan Master Chef nog een puntje aan kunnen zuigen. Voortreffelijke goulash. Smeuïge risotto. Crème brûlée en lemon curd meringue taart. Omdat ik bijna elke avond moest werken, hadden we nauwelijks tijd om samen te eten, maar dat mocht de pret niet drukken. We zitten sinds de vakantie allebei in de knuffelmodus en gedragen ons af en toe als verliefde pubers. Heerlijk.

Niets te klagen dus.

Maar toch.

Maar toch was er vorige week een ochtend waarop ik verdrietig wakker werd. En toen ging ik malen:
Ik ben 34 en wat heb ik nou helemaal bereikt? Ik ben een vrouw met overgewicht, onhandelbaar haar en een studieschuld; een vrouw zonder vaste baan en zonder eigen huis. Ik heb nauwelijks een carrière en barst van de in de ijskast gezette dromen en vervagende ambities. Ik vind nooit genoeg werk en nooit genoeg zekerheid omdat ik niet goed genoeg ben in wat ik doe. Het is mijn schuld dat de leuke jongen uit de trein geen ambities meer heeft. Hij zou gaan studeren en hij zou zangles nemen. Maar hij vindt dat daar geen geld en tijd voor is. Omdat ik niet genoeg binnen breng waardoor hij niet minder kan gaan werken. Grote beslissingen gaan we uit de weg. Over het kopen van huizen, het wel of niet willen van kinderen, het afsluiten van een samenlevingscontract. Als er met één van ons iets gebeurt, heeft de ander niets en verdomme ik weet hoe snel er iets kan gebeuren. We hebben werkelijk niets geregeld, we hebben niet eens een gezamenlijke bankrekening.”

Als ik zo lig te malen, word ik jaloers op vriendinnen bij wie allerlei dingen aan zijn komen waaien (zo lijkt het dan in elk geval). Vriendinnen die hooguit drie sollicitatiebrieven schreven in hun leven en de ene na de andere promotie krijgen aangeboden. Vriendinnen die zonder met hun ogen te knipperen een hypotheek konden afsluiten en ook nog geld over hebben om vier keer per jaar op vakantie te gaan. En dan word ik boos op mezelf. Want als ik iets haat is het jaloezie. Ik gun mijn vriendinnen het allerbeste en ben super blij voor voor ze als het goed met ze gaat.

Na een halve dag somberen, is zo’n bui meestal weer voorbij. Mijn problemen zijn slechts luxeproblemen. Peanuts.

Maar toch, soms… Ik zou wel wat vaker willen lezen dat iemand met dezelfde dingen worstelt als ik. Dat achter al die prachtige foto’s en blije berichten op Facebook ook mensen schuilgaan die soms twijfelen aan zichzelf en soms stiekem jaloers zijn op de mensen die het beter voor elkaar lijken te hebben.

Topvakantie!

We zagen alleen het zuidoosten van het eiland, maar ik durf stellig te beweren dat Corsica een prachtig eiland is.

De bergen en dalen, de ruige rotspartijen, het vakantiefolderblauwe zeewater waarin je tot aan je tenen en verder kunt kijken, de baaien, de havens, de bossen, de historische stadjes. Wauw/wow! De leuke jongen en ik hadden er een heerlijke week. Dat de creditcard dienst weigerde was een geluk bij een ongeluk, want daardoor werden we vriendjes met een Frans stel dat de omgeving kende, waardoor we op plekken kwamen die we zelf nooit gevonden zouden hebben. La plage de Santa Giulia staat in de top-3 van mooiste plaatsen waar ik ooit een pilsje dronk. Corsicaans bier, uiteraard.

DSCN2160
We waren allebei héél hard toe aan vakantie, de leuke jongen uit de trein en ik. We hadden ons allebei een beetje ondersteboven gewerkt. Mijn lief maakte hele lange dagen op kantoor (hoezo ambtenaar?). Ikzelf maakte lange dagen overal en nergens, want ik wil altijd zo veel en vergeet wel eens nee te zeggen. Ik wil telkens blijven leren en pieker over welke cursus de volgende gaat zijn, ik wil van alles ondernemen met de leuke jongen uit de trein, ik wil minstens twee keer per week sporten, ik wil (nou ja, wil…) het huishouden niet laten versloffen en af en toe nieuwe recepten uitproberen en uitgebreid koken, ik wil elke week afspreken met vriendjes en vriendinnetjes, ik wil regelmatig aan tafel met (schoon)ouders, zus en broer, ik mis mijn lievelingsnichtje al na een week en ben de favoriete oppas van kinderen van vrienden, ik wil elke dag de krant lezen en het journaal kijken en ik heb lijsten met boeken die ik wil lezen en films die ik wil zien. Naast dat alles wil ik vooral mijn schrijfopdrachten zo goed mogelijk uitvoeren. Ik wil mezelf blijven uitdagen en met elke letter die ik schrijf beter worden in wat ik zo graag doe. Ik haal mijn deadlines koste wat kost. En ook als ik meer dan genoeg werk heb, blijf ik naar netwerkbijeenkomsten gaan, want perioden zonder werk kan ik me niet veroorloven. Dan wil het dus wel eens voorkomen dat een vakantie in het buitenland voor mij een absolute noodzaak is.

Corsica kwam als geroepen.
Ik heb genoten!

DSCN2102

Hardnekkige mannen. Ieks.

“I’m a lucky man. I see you. A beautiful woman. A beautiful angry woman. I’m so lucky.”

Station Sint Niklaas, 17.00 uur. Ik heb net een sollicitatiegesprek achter de rug om groepsbegeleider te worden voor een uitwisselingsproject met een land in West-Afrika. Inmiddels twijfel ik eraan of dat verstandig was. Ik wacht op de trein naar Luik. Naast mij op het bankje zit een man, uit Ghana of Nigeria of een ander Engelstalig land in die buurt. Hij achtervolgt me al twintig minuten en blijft tegen me praten ook al zeg ik al vijftien minuten niets meer terug.

Zonder een hele groep mannen over één kam te willen scheren, kan ik na 34 jaar wel concluderen dat ik bijzonder in de smaak val bij mannen van West-Afrikaanse afkomst. Dat heeft niets met mijn inhoud te maken (het zal ze worst wezen of ik intelligent ben of gevoel voor humor heb), maar alles met mijn verpakking. Meer specifiek: de omvang van mijn achterwerk.

Hij komt naast me lopen in de winkelstraat. Niet op gepaste afstand, maar in mijn ‘comfort zone’. Hij begint te orakelen over hoe mooi ik ben. Ik vraag hem vriendelijk om weg te gaan. Dat helpt niet. “If you want, I follow you everywhere.” Nee, dat wil ik dus niet. Ik loop het station binnen en koop een treinkaartje. Hij staat zo dicht achter me dat ik bang ben dat hij mijn pincode kan lezen. Ik schreeuw tegen hem dat hij op moet rotten. Hij is niet onder de indruk. De man achter het loket lijkt het wel grappig te vinden.

Ik neem de trap naar het perron, in de hoop dat mijn belager geen trek heeft in de trap en zijn achtervolging staakt. Helaas. Terwijl ik de treden tel, voel ik zijn ogen branden. Ik kijk niet achterom, maar ik wed dat hij verwoede pogingen doet om onder mijn jurkje te kijken. Met een kleine ‘hijg’ in zijn stem hoor ik hem zeggen “You’re a strong woman.”

Het is niet de eerste West-Afrikaan die ik probeer af te schudden, wel de hardnekkigste. Ik besluit om niets meer tegen hem te zeggen. Ik ga op het perron zitten en pak de krant. Ik lees, maar versta jammer genoeg perfect wat hij allemaal zegt. “You have something all African men want. They want to touch. I want to touch.” De haren in mijn nek gaan rechtop staan en ik heb zin hem een klap in zijn gezicht te geven. Maar het perron is nagenoeg leeg en misschien slaat hij wel terug. Ik sla de bladzijde om. Hij loopt weg. Opgelucht haal ik adem. Al durf ik nog niet te bewegen. Kwam die trein nu maar!

Zo veel geluk heb ik natuurlijk niet. De trein laat op zich wachten en even later zit hij weer naast me. Ik kijk niet opzij en doe alsof ik verder lees. Hij legt een papiertje op mijn schoot. “Call me. Please call me. You can allways call me. At night, in the morning. Please.”

De trein komt. Zonder om te kijken stap ik in. Omdat ik goed ben opgevoed, neem ik het papiertje mee om het in de trein in de prullenbak te gooien. Verwacht hij echt dat ik na deze onplezierige ontmoeting nog een woord (of andere dingen) met hem wil wisselen? Dan heeft hij geen plank voor zijn kop, maar een complete betonnen bunker.

Zin in een man waar je nooit meer vanaf kom? Bel Amin op +32 466105381.

Zoals dat gaat

“Je ziet er leuk uit, je bent goed gebekt, je bent intelligent en je kunt goed schrijven. Dat moet toch goed komen.”

Ik was even terug bij de gemeente waar ik in augustus de telefoon opnam. Ik had een afspraak voor mezelf versierd op de communicatieafdeling. Mijn ‘telefooncollega’s’ hadden er alvast alle vertrouwen in.

Maar ik fietste naar huis met slechts de belofte “Als we veel te schrijven hebben, dan denken we aan jou.” 

Die heb ik vaker gehoord.

Terugblik op de zomer

Nog een paar nachtjes slapen, ongeveer 10, en dan stappen we als het goed is in een vliegmachientje richting Corsica. Ik kijk er al maanden naar uit. Maar wie denkt dat we dus ook al maanden geleden geboekt hebben, heeft het mis. Reserveren is laatste moment werk, net zoals alles in mijn leven pas gebeurt als de deadline me op mijn hoofd slaat.

De zomer is nog niet voorbij, maar dat voelt wel een beetje zo. Nu de zon nog slechts sporadische pogingen doet om te bewijzen dat het echt nog geen herfst is. Nu zelfs de mensen uit het onderwijs weer zijn begonnen en iedereen het drukker lijkt te hebben dan ooit. Inclusief ikzelf. Dus vind ik dit een mooi moment om terug te kijken (lees: om werkontwijkend gedrag te vertonen). Daartoe aangespoord door Tales from the Crib:

Genoten van: twee uitstapjes naar Brussel. De eerste keer met de leuke jongen uit de trein. Vijf nachten in het Sheraton (dat een stuk minder decadent is dan het lijkt, wie op het allerlaatste moment boekt, heeft soms geluk) waardoor we de dag begonnen met zwemmen op de 30e verdieping. We aten elke dag de lekkerste dingen, van een ordinaire puntzak frietjes tot een uitgebreid verjaardagsmenu. Als ik aan die dorade op een bedje van bladerdeeg en tomatensaus denk, loopt het water me in de mond. Of gepocheerde peer met amandelmelkijs. Mjam! Het Brussels Summer Festival was wederom een feestje, ook al snappen ze er nog steeds niet hoe je een bar effectief moet bemannen. 
Het tweede uitstapje naar Brussel was met de voltallige schoonfamilie. Ik heb de leukste schoonfamilie van de wereld, dus dat moest wel gezellig worden. We sliepen in een hotel dat door de leuke jongen uit de trein zeer zorgvuldig gekozen was en dat uitstekende bedden en een smakelijk ontbijt afleverde. Dankzij de schoonouders die een ‘hop on hop off bus’ een ideale manier vinden om een stad te zien, ontdekten de leuke jongen uit de trein en ik weer stukken van Brussel die we nog niet eerder hadden gezien en waar we de volgende keer zeker naartoe gaan, te voet of met de metro. 

IMG_0013

Volop bezig met: schrijven, schrijven en nog eens schrijven. Twee nieuwsbrieven over schoenen, een persbericht over schoenen (gevaarlijk, want daardoor zie ik ook voortdurend leuke schoenen), een aankondiging voor een bootcamp, een voorstel voor een fairtradeproject en notulen van een bestuursvergadering. Dat ik stiekem ook nog een schoolopdracht voor een vriendin uitwerk, ssssjt. 
In augustus zat ik aan de telefoon bij een gemeente op de perfecte fietsafstand van Maastricht (elke dag in totaal 27 kilometer afgelegd op mijn roestige tweewieler, door het mooie Zuid-Limburgse land: genieten!). Ik verwachtte er niet veel van, maar werd er best blij van. De werkplek was prima in orde en de collega’s waren zeer de moeite waard. Leuke, gezellige vrouwen die ook bij de meest bizarre telefoontjes kalm en correct bleven. Ik voelde me er snel thuis. Jammer dat het na vier weken weer voorbij was. Uiteraard heb ik wel even mijn visitekaartje op de communicatieafdeling achtergelaten, je weet maar nooit…

Uitkijken naar: vakantie op Corsica. Het is er mooi. Het is er warm. De zee is er altijd dichtbij. En het allerbelangrijkste: er moet niets.

Lezen: Een Varken in het Paleis van Tessa de Loo. Ik weet verdomd weinig van Lord Byron, maar de reis die Tessa de Loo in zijn voetsporen maakt, zou ik meteen over willen doen. Onverwachte ontmoetingen, gastvrijheid met ongemakkelijke kantjes, overvallen worden door het donker of een onweer, genieten van adembenemende landschappen. Ik teken ervoor! 
Het was op boekengebied sowieso een Nederlandse zomer. Ik las Volmaakte Verdwijning van Derwent Christmas en Het Grote Baggerboek van Ilja Pfeijffer. Die laatste kostte me erg veel moeite vanwege het afschuwelijke taalgebruik van de hoofdpersoon. Toch moest het boekje uit. Ik had me verheugd op een zomer van boekjes lezen in de zon, het werd vooral boekjes lezen in bed. 

Luisteren naar: de eerste handeling die hier ’s morgens wordt verricht, na het met veel tegenzin terugslaan van de deken, is het aanzetten van de radio. Afhankelijk van het tijdstip is dat 3 FM of Studio Brussel. Maar tijdens het poetsen, heb ik behoefte aan het hardere werk. Deze week gingen Ill Nino en Watcha op vol volume, ik moest ze tenslotte nog boven de stofzuiger uit kunnen horen. Ik was verbaasd hoe veel van Ill Nino nog kon meezingen (brullen), had die cd al jaren niet meer opgezet. Aangezien onze buren Duitste studentes zijn die nog nooit een woord tegen ons hebben gezegd, zelfs niet als wij ze vriendelijke goedemorgen wensen, durfden ze nu ook niet te klagen.

Kijken naar: ik ben niet echt een televisiekijker in tegenstelling tot de leuke jongen uit de trein. Ik zit net zo lief met een boek of een tijdschrift op de bank, of aan de keukentafel bij een vriendin. Maar voor ‘dooie mensen’ heb ik meestal wel tijd, ook in de zomer: Criminal Minds, Law and Order, NCIS. Favoriet van het moment heeft vooral met ‘dooie dieren’ te maken, The Taste. Ik ben groot fan van het programma No Reservations waarin Anthony Bourdain in de meest obscure restaurantjes de meest obscure dingen in zijn hoofd stopt. Dus toen ik een aankondiging zag waarin hij samen met de vrolijke lekkerbek Nigella Lawson gerechten proeft, wist ik dat ik moest kijken. Een heerlijk programma. 

Brief aan mijn nichtje #9

20140717_085603

Lief dametje,

Je weet dat ik een beetje gek ben. Gek in avontuurlijke zin en gek op jou in het bijzonder. Dus weet je dat het antwoord ‘ja’ is als je vraagt “Lieke ook?” Even later ga ik achterstevoren van een glijbaan, maak ik een koprol op een springkussen, of draai ik duizelingwekkende rondjes op een draaimolen. Dat ik hooguit met één bil op de schommel pas of me in onmogelijke bochten moet wringen om bovenop het klimrek te komen, dat doet er natuurlijk niet toe. Ik heb minstens even veel blauwe plekken als jij.

Dat je mij heel goed doorhebt, maakte je een paar weken geleden op een ludieke manier duidelijk. We liepen door de stad. We kwamen langs een terras. Jij kroop op een lege stoel en wees naar de stoel naast je. “Lieke ook?”

Gisteravond was je op bezoek om mijn verjaardag te vieren. Je mama legde je na zwak protest in bed. Het was nog zo gezellig met al die mensen om je heen en de ‘taartjes’ waren nog niet allemaal op. Maar natuurlijk sliep je binnen een paar minuten. De leuke jongen uit de trein kwam je wakker maken. Daar was je het helemaal niet mee eens. Huilend kwam je naar beneden. Net zoals ik vroeger elke keer deed als ik uit bed werd gehaald.

Misschien ken je me zo goed omdat je zo veel op me lijkt.

We gaan nog veel avonturen beleven samen.

20140717_085542

Ik hartje avontuur in den vreemde

Nu ik met hart en ziel uitkijk naar onze vakantie, droom ik weg bij vakantieherinneringen. 

Een plastic achterbank, kinderslot op de deuren en een paar handboeien bungelend aan de achteruitkijkspiegel. We voelden ons op niet zo op ons gemak achterin de politieauto die ons naar het hoofdbureau moest brengen. De oude Lada met rood zwaailicht op het dak reed snel door de drukke straten van Havana. Het politiebureau zag eruit als een middeleeuws slot waarin je donkere kerkers vermoedt, wat ons er niet geruster op maakte.

“Yes we have been stupid”, moesten we toegeven toen we na uren wachten een Engels sprekende ambtenaar tegenover ons vonden. Eerder die dag hadden we vijf (!) lifters meegenomen in ons huurautootje. Onderweg stapte dit bonte gezelschap uit, terwijl wij doorreden naar Havana. Daar aangekomen ontdekten we dat de koordjes van onze hoedenplank waren doorgesneden en er een tas uit de kofferbak ontbrak. De tas van mijn reisgenoot S, met daarin gelukkig vooral makkelijk vervangbare spullen zoals kleding en toiletspullen. Het opnoemen van de waarde van de vermiste spullen, zorgde nog wel even voor een ongemakkelijk moment. In de tas zat onder andere Hugo Boss-deodorant die €40,- had gekost. De ambtenaar spreidde zijn armen en zei “That must have been a bottle this big!”

Dit was niet het enige avontuur dat S en ik beleefden op Cuba, waar we logeerden in de leukste casas particulare, salsa dansten bij zonsondergang en (te) veel mojitos dronken. We zagen de prachtigste landschappen aan ons voorbij trekken. Vooral de Sierra de los Organos, met zijn mogotes (grote, groene, losstaande kalkstenen bergen) die oprijzen uit de platte tabaksvelden van de Viñalesvallei, maakten indruk. We beklommen zelf een berg en daalden af in een kloof (beide keren totaal onvoorbereid zonder water en op slechte schoenen). We probeerden boodschappen te doen in een winkel die alleen voor Cubanen bedoeld was. Dat mislukte. Wel waren we de enige toeristen bij een bokstoernooi in een grote sporthal. 

Met de leuke jongen uit de trein zal het er iets beter georganiseerd en minder sportief aan toe gaan, Maar ik twijfel er niet aan dat het bijzonder en avontuurlijk wordt. Nog even volhouden…