Vroeg de struisvogel aan de bulldozer: “zullen we eens een kuil graven?”

We passen heel goed bij elkaar, de leuke jongen uit de trein en ik (uiteraard!). Hij is optimistischer dan ik, opgeruimder en rustiger. En hij is gewoon de allerliefste natuurlijk. Maar sommige eigenschappen delen we en dat is helemaal niet handig. We spelen in onze vrije tijd allebei voor struisvogel. En zo komt het dat we geen of (te) laat beslissingen nemen.

We bedenken niet waar we op vakantie gaan, waardoor we op het laatste moment een veel te dure reis boeken.

Niet waar we (gezamenlijk) voor sparen, waardoor veel dromen, dromen blijven.

Niet waar en wanneer het leven van nutteloze apparaten definitief eindigt, zodat een computer die niet meer opstart en een printer die niets meer uitdraait al jaren kostbare plek in ons toch al krappe huisje innemen. En dan heb ik het nog niet over twee enorme boxen die zelfs nog nooit zijn aangesloten en al jaren staan te stofhappen. Hier ergert de leuke jongen uit de trein zich overigens helemaal niet aan, dat doe ik alleen maar.

Niet waar we gaan wonen, waardoor we al jaren op een plek zitten die weliswaar perfect in het centrum van de stad ligt, dichtbij lieve vrienden en onze stamkroeg, maar waaraan we ook veel geld kwijt zijn en waarin we te weinig bergruimte hebben.

Niet of we kinderen willen, waardoor… ehm… Die kinderen, dat is echt een lastige. Tot drie jaar geleden wist ik zeker dat ik ze niet wilde. Maar sindsdien is een aantal zeer leuke exemplaren geboren in mijn omgeving. De meeste papa’s en mama’s zijn in mijn ogen een tikkeltje saai geworden, maar er zijn er ook een paar die bewijzen dat je met koter prima op vakantie kunt en al eens een festivalletje mee kunt pikken. Ik ben gaan twijfelen. Terwijl ik daar misschien helemaal geen tijd voor heb, want ik word binnenkort 35.

Het verschil tussen de leuke jongen uit de trein en ik, is dat ik ongelofelijk onrustig word van al het bovenstaande en vaak gefrustreerd raak. De leuke jongen uit de trein boeit het wat minder, hij gebruikt mijn motto ‘alles komt goed’ en ploft na zijn werk moe op de bank. Hij heeft het ontzettend druk op zijn werk en wil daarnaast “even” nergens meer over nadenken.

Als het alleen om ik, mezelf en mijn carrière gaat, ben ik eerder een bulldozer dan een struisvogel. Op het laatste moment pas mijn omzetbelasting doorgeven. Bonnetjes en facturen laten slingeren. Papieren opstapelen in mapjes voordat ze in de juiste klapper belanden. Mijn digitale agenda verwaarlozen. Dat soort dingen. Het besluit om het anders te doen, neem ik regelmatig, maar ja…

Heel soms neem ik impulsief en ondemocratisch een besluit (ik ben af en toe een slecht vriendinnetje) dat ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Met mijn zusje mee gaan naar Benin was er daar één van.

Vandaag hakte ik een hele andere knoop door. Vanaf volgende week komt er een poetsvrouw 🙂

Lang leve de poetsvrouw. Straks ziet mijn bureau er vast net zo netjes uit als deze van een Beninese schooldirecteur.

Lang leve de poetsvrouw. Misschien ziet mijn thuiswerkplek er straks net zo netjes uit als het kantoor van deze Beninese schooldirecteur.

Niets doen

Ik hoef geen twee keer dezelfde fout te maken, want ik heb keus genoeg.

en

Een dag niet naar buiten is een dag niet geleefd.

Je zou het mijn twee lijfspreuken kunnen noemen. Daar zit ik dan. Op de bank. Binnen. De fout om na een operatie te snel weer aan de slag te gaan, heb ik nog niet eerder gemaakt. Ik krijg er de kans niet voor, want met liefdevolle haviksogen ziet de leuke jongen uit de trein erop toe dat ik blijf zitten waar ik zit. Naar buiten gaan, zit er dus voorlopig ook niet in. Opstaan uit de bank doet pijn. Een bh dragen trouwens ook en zonder dit kledingstuk durf ik de deur niet eens uit.

De lieve berichtjes op mijn telefoon en de leuke handgeschreven kaartjes (een van de kleine dingen die mijn hart doen zingen) maken veel goed. De leuke jongen uit de trein is de beste verpleger die ik me kan wensen. Geen moeite is hem te veel. Dus trekt hij ’s morgens mijn sokken aan en stopt hij me ’s avonds in bed. Tussendoor organiseert hij het volledige huishouden en voert hij me elke zes uur een nieuwe portie paracetamol. Ik prijs me gelukkig.

Ik lees, schrijf, rust uit en kijk verlangend naar buiten.

Groot respect voor mensen die chronisch pijn hebben en/of minder mobiel zijn.

2014, wat een jaar

Vol plannen, wensen en dromen voor het komende jaar begon ik 2014 met de leuke jongen uit de trein aan de voet van de Brandenburger Tor. Wat een fantastisch feest was dat! Geen wonder dat ik dacht dat al mijn dromen uit zouden komen. Met zo’n mooi begin, moest het wel een topjaar worden.

DSCN1935

2014 was een mooi jaar, maar van alle plannen, wensen en dromen kwam er slechts ééntje uit: ik liep de tien kilometer onder de 1.10 en daar ben ik nog steeds trots op 🙂 Ik vond geen baan en maakte geen onverdeeld succes van mijn eigen bedrijf. Ik leerde geen nieuwe taal en volgde geen cursus in mijn eigen vakgebied. Ik sportte veel en probeerde op mijn voeding te letten, maar woog op de laatste dag van het jaar hetzelfde als op de eerste dag. We kochten geen huis en we hakten geen knopen door over wel of geen kinderen.

2014 was een mooi jaar, want ik kon nog steeds bouwen op mijn vrienden. Ik ben me er voortdurend van bewust dat mijn vrienden voor me klaar staan ‘no matter what’. Er mag dan misschien wat minder gefeest worden, aan goede gesprekken bij een kop thee, stedentripjes en mooie wandelingen had ik in 2014 geen gebrek. Het was ook dankzij een aantal vrienden dat ik zo lang ben blijven rennen en steeds sneller werd. (Inmiddels alweer drie maanden geen renschoenen aangehad, goed voornemen voor dit jaar…).

2014 was een mooi jaar, want mijn nichtje, aan wie ik nog zo veel meer brieven had willen schrijven, werd een echte persoonlijkheid. Ze weet heel goed wat ze wil en kan dat verwoorden in heuse volzinnen. Ze komt graag bij ons over de vloer en kan zich weken verheugen op uitstapjes die we gaan maken. De laatste dag van 2014 begonnen we in het zwembad waar ze weer onverschrokken van de glijbaan ging en in het diepe sprong, maar waar ze zich soms ook als een aapje aan me vastklampte als ze dreigde kopje onder te gaan.

2014 was een mooi jaar, want ik deelde het jaar weer met de leuke jongen uit de trein. We zijn nog steeds een heel leuk stel samen, ik kan niet anders zeggen. We hadden onze ruzietjes, die meestal over het huishouden gaan, maar we hadden het vooral heel fijn samen. Ik mag me al bijna zeven jaar in mijn handjes knijpen. De leuke jongen uit de trein zorgde ervoor dat de laatste avond van het jaar een perfecte avond was. Vers uit mijn werk werd ik verwelkomd met een zelf gebrouwen cocktail, daarna gingen we in onze zondagse outfit de deur uit om ons decadent ongans te eten aan voortreffelijke sushi en vervolgens buikten we uit in de woonkamer die hij met kaarsjes en lichtjes en kerstversiering super gezellig had gemaakt. De volgende dag hadden we een champagneontbijt en dronken we bubbels en biertjes in onze stamkroeg omringd door vrienden en bekenden. Als dat geen goed begin is?

2014 was een mooi jaar en 2015 wordt dat ook.

Wat ik jullie en mezelf toewens voor dit zo goed begonnen jaar, schreef ik op mijn zakelijke website

#Fail

Het is me dus (nog) niet gelukt, dat stoppen met Facebook. Het vlees is zwak, of hoe zeg je dat? Wel heb ik een bak “vrienden” eruit gegooid en een aantal pagina’s gevindiknietmeerleukt. In de hoop dat ik hiermee de in het gezichtenboek doorgebrachte tijd drastisch kan verminderen. Ik blijk nogal wat verjaardagen te missen zonder Facebook, dus die moet ik eerst maar eens op mijn kalender gaan schrijven.

Wat me ook (nog) niet lukt, is het vinden van een grotemensenbaan in mijn eigen vakgebied of zulke grote freelanceopdrachten binnenhalen dat ik kan stoppen met werk waar ik niet voor gestudeerd heb (en waar je ook niet voor hoeft te studeren). Ik sta erom bekend dat ik nogal eens overdrijf, maar ik maak een vrij voorzichtige schatting als ik zeg dat ik sinds mijn tweede keer afstuderen zeker 300 brieven geschreven heb en op 30 netwerkbijeenkomsten ben geweest. Ik pitchte en presenteerde mezelf. Ik rook de kleinste kansen om ergens een voet tussen de deur te steken en reageerde op vacatures die nog niet eens openbaar waren. Ik belde mensen die ik eigenlijk niet durfde te bellen. Volgde een training verkooptechnieken. De uitkomst? Frustratie.

In tegenstelling tot mijn mislukte poging om Facebook te bannen, kan me op het gebied van werk zoeken geen zwakheid worden verweten. Ik ken in mijn directe omgeving niemand die zoveel sollicitatiebrieven schreef als ik. Oké, behalve een aantal mensen dat verplicht elke week een brief schrijft om een uitkering te behouden.

Drie keer raden wat mijn grootste wens voor 2015 is.

Koude kalkoen

Net heb ik in een opwelling op ‘Facebook account verwijderen’ geklikt. Of ik het ga redden om in de slim ingebouwde ‘afkoelperiode’ van 14 dagen weg te blijven, weet ik nog niet. Ik weet wel dat ik veel te veel tijd doorbracht op dit niet zo sociale medium. De kijk-hoe-leuk-mijn-leven-is-berichten van anderen kwamen mijn neus uit. Hoe veel foto’s van te goed gelukte maaltijden en zonovergoten vakanties kan ik nog aan? Niet veel meer volgens mij.

Maar erger nog dan de ergernis aan de blije posts en plaatjes van anderen, is dat ik me zelfs erger aan mijn eigen berichten. Want stiekem weet ik ook wel dat het mijn “vrienden” niet zo veel kan schelen dat ik het retedruk heb, dat ik van opdracht naar opdracht ren, dat ik tussendoor ook nog ‘ja’ zeg op van alles en dat mijn leven een chaos is. Ik hoorde ze al denken ‘Daar komt ze weer’ op het moment dat ik op ‘plaatsen’ duwde. Waarom ik die berichten dan toch deel met mijn Facebookende medemens? Geen idee. Hang naar aandacht misschien?

Met een tiental freelance opdrachten op mijn bord en feestdagendrukte met bijbehorende extra lange openingstijden bij mijn loondienstbaan heb ik wel wat anders te doen dan elk uur op Facebook kijken om te zien of ik nog iets heb gemist. Bloggen bijvoorbeeld 😉

Van een moment waarop ik zelf totaal niet met Facebook bezig was, verscheen een foto op Facebook.

Van een moment waarop ik zelf totaal niet met Facebook bezig was, verscheen een foto op Facebook.

De verwende zzp’er

Officieel heeft het kabinet nog geen besluit genomen over het lot van de ongeveer 800.000 zzp’ers in Nederland. Maar als ik de kleine storm aan berichten op LinkedIn moet geloven naar aanleiding van een artikel in Het Financieele Dagblad gisteren, dan lijkt de overheid van plan de fiscale voordelen voor zzp’ers af te schaffen en dan lijkt het erop dat de gemiddelde zzp’er het daar niet mee eens is. Goh.

Zelfstandigen zouden te veel in de watten worden gelegd, wordt in het artikel gezegd. In de watten gelegd? Hoe dan? Door die zelfstandigenaftrek? Ik bouw geen pensioen op, heb geen arbeidsongeschiktheidsverzekering, moet zwaar onderhandelen om een redelijke vergoeding voor een tekst te krijgen, steek veel tijd en geld in het bezoeken van netwerkbijeenkomsten waarvan je vooraf nooit weet of het iets gaat opleveren en als ik zin heb in iets wat op collegialiteit en gezelligheid rond de koffieautomaat lijkt, moet ik tig euro per maand betalen voor een gedeelde werkruimte. Als ik ziek ben (wat gelukkig zelden het geval is) of op vakantie ga (wat naar mijn mening nooit vaak genoeg is), verdien ik niets. Als ik bij wil blijven op mijn vakgebied, heb ik geen werkgever die me op cursus stuurt. En voor een hypotheek hoef ik al helemaal niet aan te kloppen.

Het leven van een zzp’er kent vele voordelen, dat zal ik niet ontkennen. Ik werk deze hersenkronkels uit terwijl ik onopgemaakt in mijn kloffie aan de keukentafel zit met een grote pot thee binnen handbereik en de muziek op een geluidsniveau waar ik op kantoor nooit mee weg zou komen. Ik kan naar de supermarkt buiten de  spits, ik kan midden op de dag besluiten om te gaan sporten. Als de zon schijnt, maak ik een wandeling. Als het regent, hoef ik nergens heen. De ‘teamvergadering’ en het ‘competentiegesprek’, dingen waar ik in loondienst een kleine hekel aan had, komen in mijn agenda niet meer voor.Het grootste deel van mijn tijd doe ik wat ik leuk vind, namelijk mensen interviewen en teksten schrijven. Heerlijk.

Maar als iemand mij in de watten legt, dan ben ik het zelf. Of de leuke jongen uit de trein natuurlijk.

Het gaat goed. Maar toch, soms…

DSCN1853
Met mij gaat het goed. De vakantie heeft me een energieboost gekregen waar ik blij van word. Voordat we vertrokken was ik ontzettend moe. Nu voel ik me topfit en koester ik mijn bruine velletje. Afgelopen week sportte ik maar liefst drie keer en het koste me nauwelijks moeite.

Op werkgebied gaat het goed. Vanmorgen had ik een gesprek met een bevlogen en gepassioneerde vrouw. Ze had een wervingsmail die ik twee jaar geleden verstuurde al die tijd bewaard, omdat ze mijn tekst zo mooi vond. Tot nu toe had ze geen budget voor een communicatiemedewerker. Nu heeft ze ergens een potje gevonden en kan ik structureel voor haar aan de slag. Een andere vereniging waar ik één avond in de maand voor werkte als notulist, kan me sinds kort een dag per week bieden. Over een week start ik bovendien in deeltijd bij de klantendienst van een warenhuis. Deze drie ‘baantjes’ bij elkaar opgeteld, gaan me eindelijk voldoende basisinkomen opleveren om elke maand mijn vaste lasten te betalen. Alle opdrachten die ik extra binnenhaal, zijn vanaf nu voor “extra” dingen. Wat een luxe.

Op relatiegebied gaat het goed. De leuke jongen uit de trein is na de vakantie ook een stuk energieker dan ervoor (al moet ik even afwachten hoe lang dat nog duurt, vandaag was zijn eerste werkdag). Mijn lief heeft me de afgelopen week enorm verwend met culinaire hoogstandjes waar sommige deelnemers aan Master Chef nog een puntje aan kunnen zuigen. Voortreffelijke goulash. Smeuïge risotto. Crème brûlée en lemon curd meringue taart. Omdat ik bijna elke avond moest werken, hadden we nauwelijks tijd om samen te eten, maar dat mocht de pret niet drukken. We zitten sinds de vakantie allebei in de knuffelmodus en gedragen ons af en toe als verliefde pubers. Heerlijk.

Niets te klagen dus.

Maar toch.

Maar toch was er vorige week een ochtend waarop ik verdrietig wakker werd. En toen ging ik malen:
Ik ben 34 en wat heb ik nou helemaal bereikt? Ik ben een vrouw met overgewicht, onhandelbaar haar en een studieschuld; een vrouw zonder vaste baan en zonder eigen huis. Ik heb nauwelijks een carrière en barst van de in de ijskast gezette dromen en vervagende ambities. Ik vind nooit genoeg werk en nooit genoeg zekerheid omdat ik niet goed genoeg ben in wat ik doe. Het is mijn schuld dat de leuke jongen uit de trein geen ambities meer heeft. Hij zou gaan studeren en hij zou zangles nemen. Maar hij vindt dat daar geen geld en tijd voor is. Omdat ik niet genoeg binnen breng waardoor hij niet minder kan gaan werken. Grote beslissingen gaan we uit de weg. Over het kopen van huizen, het wel of niet willen van kinderen, het afsluiten van een samenlevingscontract. Als er met één van ons iets gebeurt, heeft de ander niets en verdomme ik weet hoe snel er iets kan gebeuren. We hebben werkelijk niets geregeld, we hebben niet eens een gezamenlijke bankrekening.”

Als ik zo lig te malen, word ik jaloers op vriendinnen bij wie allerlei dingen aan zijn komen waaien (zo lijkt het dan in elk geval). Vriendinnen die hooguit drie sollicitatiebrieven schreven in hun leven en de ene na de andere promotie krijgen aangeboden. Vriendinnen die zonder met hun ogen te knipperen een hypotheek konden afsluiten en ook nog geld over hebben om vier keer per jaar op vakantie te gaan. En dan word ik boos op mezelf. Want als ik iets haat is het jaloezie. Ik gun mijn vriendinnen het allerbeste en ben super blij voor voor ze als het goed met ze gaat.

Na een halve dag somberen, is zo’n bui meestal weer voorbij. Mijn problemen zijn slechts luxeproblemen. Peanuts.

Maar toch, soms… Ik zou wel wat vaker willen lezen dat iemand met dezelfde dingen worstelt als ik. Dat achter al die prachtige foto’s en blije berichten op Facebook ook mensen schuilgaan die soms twijfelen aan zichzelf en soms stiekem jaloers zijn op de mensen die het beter voor elkaar lijken te hebben.

Hardnekkige mannen. Ieks.

“I’m a lucky man. I see you. A beautiful woman. A beautiful angry woman. I’m so lucky.”

Station Sint Niklaas, 17.00 uur. Ik heb net een sollicitatiegesprek achter de rug om groepsbegeleider te worden voor een uitwisselingsproject met een land in West-Afrika. Inmiddels twijfel ik eraan of dat verstandig was. Ik wacht op de trein naar Luik. Naast mij op het bankje zit een man, uit Ghana of Nigeria of een ander Engelstalig land in die buurt. Hij achtervolgt me al twintig minuten en blijft tegen me praten ook al zeg ik al vijftien minuten niets meer terug.

Zonder een hele groep mannen over één kam te willen scheren, kan ik na 34 jaar wel concluderen dat ik bijzonder in de smaak val bij mannen van West-Afrikaanse afkomst. Dat heeft niets met mijn inhoud te maken (het zal ze worst wezen of ik intelligent ben of gevoel voor humor heb), maar alles met mijn verpakking. Meer specifiek: de omvang van mijn achterwerk.

Hij komt naast me lopen in de winkelstraat. Niet op gepaste afstand, maar in mijn ‘comfort zone’. Hij begint te orakelen over hoe mooi ik ben. Ik vraag hem vriendelijk om weg te gaan. Dat helpt niet. “If you want, I follow you everywhere.” Nee, dat wil ik dus niet. Ik loop het station binnen en koop een treinkaartje. Hij staat zo dicht achter me dat ik bang ben dat hij mijn pincode kan lezen. Ik schreeuw tegen hem dat hij op moet rotten. Hij is niet onder de indruk. De man achter het loket lijkt het wel grappig te vinden.

Ik neem de trap naar het perron, in de hoop dat mijn belager geen trek heeft in de trap en zijn achtervolging staakt. Helaas. Terwijl ik de treden tel, voel ik zijn ogen branden. Ik kijk niet achterom, maar ik wed dat hij verwoede pogingen doet om onder mijn jurkje te kijken. Met een kleine ‘hijg’ in zijn stem hoor ik hem zeggen “You’re a strong woman.”

Het is niet de eerste West-Afrikaan die ik probeer af te schudden, wel de hardnekkigste. Ik besluit om niets meer tegen hem te zeggen. Ik ga op het perron zitten en pak de krant. Ik lees, maar versta jammer genoeg perfect wat hij allemaal zegt. “You have something all African men want. They want to touch. I want to touch.” De haren in mijn nek gaan rechtop staan en ik heb zin hem een klap in zijn gezicht te geven. Maar het perron is nagenoeg leeg en misschien slaat hij wel terug. Ik sla de bladzijde om. Hij loopt weg. Opgelucht haal ik adem. Al durf ik nog niet te bewegen. Kwam die trein nu maar!

Zo veel geluk heb ik natuurlijk niet. De trein laat op zich wachten en even later zit hij weer naast me. Ik kijk niet opzij en doe alsof ik verder lees. Hij legt een papiertje op mijn schoot. “Call me. Please call me. You can allways call me. At night, in the morning. Please.”

De trein komt. Zonder om te kijken stap ik in. Omdat ik goed ben opgevoed, neem ik het papiertje mee om het in de trein in de prullenbak te gooien. Verwacht hij echt dat ik na deze onplezierige ontmoeting nog een woord (of andere dingen) met hem wil wisselen? Dan heeft hij geen plank voor zijn kop, maar een complete betonnen bunker.

Zin in een man waar je nooit meer vanaf kom? Bel Amin op +32 466105381.

Zoals dat gaat

“Je ziet er leuk uit, je bent goed gebekt, je bent intelligent en je kunt goed schrijven. Dat moet toch goed komen.”

Ik was even terug bij de gemeente waar ik in augustus de telefoon opnam. Ik had een afspraak voor mezelf versierd op de communicatieafdeling. Mijn ‘telefooncollega’s’ hadden er alvast alle vertrouwen in.

Maar ik fietste naar huis met slechts de belofte “Als we veel te schrijven hebben, dan denken we aan jou.” 

Die heb ik vaker gehoord.

Terugblik op de zomer

Nog een paar nachtjes slapen, ongeveer 10, en dan stappen we als het goed is in een vliegmachientje richting Corsica. Ik kijk er al maanden naar uit. Maar wie denkt dat we dus ook al maanden geleden geboekt hebben, heeft het mis. Reserveren is laatste moment werk, net zoals alles in mijn leven pas gebeurt als de deadline me op mijn hoofd slaat.

De zomer is nog niet voorbij, maar dat voelt wel een beetje zo. Nu de zon nog slechts sporadische pogingen doet om te bewijzen dat het echt nog geen herfst is. Nu zelfs de mensen uit het onderwijs weer zijn begonnen en iedereen het drukker lijkt te hebben dan ooit. Inclusief ikzelf. Dus vind ik dit een mooi moment om terug te kijken (lees: om werkontwijkend gedrag te vertonen). Daartoe aangespoord door Tales from the Crib:

Genoten van: twee uitstapjes naar Brussel. De eerste keer met de leuke jongen uit de trein. Vijf nachten in het Sheraton (dat een stuk minder decadent is dan het lijkt, wie op het allerlaatste moment boekt, heeft soms geluk) waardoor we de dag begonnen met zwemmen op de 30e verdieping. We aten elke dag de lekkerste dingen, van een ordinaire puntzak frietjes tot een uitgebreid verjaardagsmenu. Als ik aan die dorade op een bedje van bladerdeeg en tomatensaus denk, loopt het water me in de mond. Of gepocheerde peer met amandelmelkijs. Mjam! Het Brussels Summer Festival was wederom een feestje, ook al snappen ze er nog steeds niet hoe je een bar effectief moet bemannen. 
Het tweede uitstapje naar Brussel was met de voltallige schoonfamilie. Ik heb de leukste schoonfamilie van de wereld, dus dat moest wel gezellig worden. We sliepen in een hotel dat door de leuke jongen uit de trein zeer zorgvuldig gekozen was en dat uitstekende bedden en een smakelijk ontbijt afleverde. Dankzij de schoonouders die een ‘hop on hop off bus’ een ideale manier vinden om een stad te zien, ontdekten de leuke jongen uit de trein en ik weer stukken van Brussel die we nog niet eerder hadden gezien en waar we de volgende keer zeker naartoe gaan, te voet of met de metro. 

IMG_0013

Volop bezig met: schrijven, schrijven en nog eens schrijven. Twee nieuwsbrieven over schoenen, een persbericht over schoenen (gevaarlijk, want daardoor zie ik ook voortdurend leuke schoenen), een aankondiging voor een bootcamp, een voorstel voor een fairtradeproject en notulen van een bestuursvergadering. Dat ik stiekem ook nog een schoolopdracht voor een vriendin uitwerk, ssssjt. 
In augustus zat ik aan de telefoon bij een gemeente op de perfecte fietsafstand van Maastricht (elke dag in totaal 27 kilometer afgelegd op mijn roestige tweewieler, door het mooie Zuid-Limburgse land: genieten!). Ik verwachtte er niet veel van, maar werd er best blij van. De werkplek was prima in orde en de collega’s waren zeer de moeite waard. Leuke, gezellige vrouwen die ook bij de meest bizarre telefoontjes kalm en correct bleven. Ik voelde me er snel thuis. Jammer dat het na vier weken weer voorbij was. Uiteraard heb ik wel even mijn visitekaartje op de communicatieafdeling achtergelaten, je weet maar nooit…

Uitkijken naar: vakantie op Corsica. Het is er mooi. Het is er warm. De zee is er altijd dichtbij. En het allerbelangrijkste: er moet niets.

Lezen: Een Varken in het Paleis van Tessa de Loo. Ik weet verdomd weinig van Lord Byron, maar de reis die Tessa de Loo in zijn voetsporen maakt, zou ik meteen over willen doen. Onverwachte ontmoetingen, gastvrijheid met ongemakkelijke kantjes, overvallen worden door het donker of een onweer, genieten van adembenemende landschappen. Ik teken ervoor! 
Het was op boekengebied sowieso een Nederlandse zomer. Ik las Volmaakte Verdwijning van Derwent Christmas en Het Grote Baggerboek van Ilja Pfeijffer. Die laatste kostte me erg veel moeite vanwege het afschuwelijke taalgebruik van de hoofdpersoon. Toch moest het boekje uit. Ik had me verheugd op een zomer van boekjes lezen in de zon, het werd vooral boekjes lezen in bed. 

Luisteren naar: de eerste handeling die hier ’s morgens wordt verricht, na het met veel tegenzin terugslaan van de deken, is het aanzetten van de radio. Afhankelijk van het tijdstip is dat 3 FM of Studio Brussel. Maar tijdens het poetsen, heb ik behoefte aan het hardere werk. Deze week gingen Ill Nino en Watcha op vol volume, ik moest ze tenslotte nog boven de stofzuiger uit kunnen horen. Ik was verbaasd hoe veel van Ill Nino nog kon meezingen (brullen), had die cd al jaren niet meer opgezet. Aangezien onze buren Duitste studentes zijn die nog nooit een woord tegen ons hebben gezegd, zelfs niet als wij ze vriendelijke goedemorgen wensen, durfden ze nu ook niet te klagen.

Kijken naar: ik ben niet echt een televisiekijker in tegenstelling tot de leuke jongen uit de trein. Ik zit net zo lief met een boek of een tijdschrift op de bank, of aan de keukentafel bij een vriendin. Maar voor ‘dooie mensen’ heb ik meestal wel tijd, ook in de zomer: Criminal Minds, Law and Order, NCIS. Favoriet van het moment heeft vooral met ‘dooie dieren’ te maken, The Taste. Ik ben groot fan van het programma No Reservations waarin Anthony Bourdain in de meest obscure restaurantjes de meest obscure dingen in zijn hoofd stopt. Dus toen ik een aankondiging zag waarin hij samen met de vrolijke lekkerbek Nigella Lawson gerechten proeft, wist ik dat ik moest kijken. Een heerlijk programma.