De vette jaren komen eraan

40
Toen mijn vader 40 werd, vond hij dat oud en wij -zijn kinderen- vonden dat al helemaal. We pestten hem ermee en maakten flauwe grapjes, die hij zelf ook zo graag op andermans verjaardagen maakte. Toen papa 8 jaar later stierf, bleek het bizar jong te zijn. We waren er nog lang niet klaar voor.

De leuke jongen uit de trein wordt morgen 40. Verjaardagen interesseren hem niet. Mijn handen jeukten de afgelopen weken om een feest te organiseren, maar ik doe hem daar geen plezier mee en ben dus op mijn handen gaan zitten. Geen slingers (of misschien wel, gewoon om hem te pesten), geen muziek, geen speeches. Zelfs geen vrienden op bezoek. Familie mag komen, omdat hij vindt dat hij daar niet onderuit kan.

De leuke jongen uit de trein doet alsof 40 worden hem niets doet. Maar ik weet dat hij er soms bij stil staat wat hij al bereikt had willen hebben op die leeftijd en dat zijn dromen niet helemaal overeenkomen met de werkelijkheid. En dat spijt me voor hem.

Stiekem, terwijl we eventjes niet opletten, is ineens, zomaar patsboem en hupsakee, de helft van ons leven zo ongeveer al geleefd. Tenminste, als we ons een beetje aan de gemiddelde westerse levensverwachting houden en niet aan de gemiddelde levensverwachting in mijn familie.

Dat ouder worden, mij doet het soms wel iets. De afgelopen jaren waren zeker niet slecht. Maar ik weet het zeker, hoe kort of hoe lang het ook gaat zijn: de beste jaren komen nog!

Brief aan mijn nichtje #15

Hieperdepiep! Vandaag ben je jarig. 4 jaar.

Liefeheers
Kleine meisjes worden groot. Kleine meisjes worden ziek. De stuiterende kletskous heeft zich verstopt in een slap hoopje mens. Je slaapt het grootste deel van de dag. Gelukkig maar, want anders zou je je kapot vervelen.

Er hangen vrolijke slingers in je ziekenhuiskamer. Iedereen weet dat je jarig bent. Daarom kreeg je chocolade eitjes van de kok. Een speeltje van de oogarts. En vanmiddag kwam een lieve medewerkster je een mooie, gebreide, roze deken brengen. Je had er maar weinig oog voor, maar dat nam niemand je kwalijk.

Je verjaardagscadeaus wilde je wel zelf open maken vanmiddag. Met één hand, want de hand waar de naald voor het infuus in zit, wil je niet gebruiken. De Playmobil viel in de smaak, want je vroeg -heel zachtjes- of de doos meteen open mocht. Wat geen goed idee was, want je moest weer naar de oogarts en daarna moest het infuus er weer in. Het heeft een voordeel dat je zo ziek bent, je ging niet luidkeels in protest 😉

Ik beloof je dat je nog uren, dagen, maanden, jaren met al je cadeaus mag spelen als je beter bent. En je verjaardag, die vieren we gewoon nog een keer.

Beterschap kabouter puntmuts!

Slechte moeder

De wachtkamer van de huisarts.
Hartverscheurend gehuil vanuit de behandelkamer.
Een oudere mevrouw gaat naast me zitten.
“Is de assistente er niet?”, vraagt ze.
“Die heeft vermoedelijk haar handen vol”, antwoord ik.
“Oh ja, ik hoor het.”

Tien minuten later komt mijn nichtje uit de behandelkamer.
Rode wangen, rode ogen, dikke tranen.
Ze rent op me af en klimt bij me op schoot.

De mevrouw naast me kijkt me vernietigend aan.
“Bent u niet mee naar binnen gegaan?!”
“Ze is mijn dochter niet”, antwoord ik.
“Dan kunt u toch ook mee naar binnen!”

Heel even voel ik mij een slechte moeder.
Dan komt mijn zusje uit de behandelkamer.

Brief aan mijn nichtje #14

Lieve kletskous,

Je bent je van geen goed bewust, maar de beste afleiding van stress en zorgen, dat ben jij.

De laatste weken lopen mijn hoofd en mijn agenda behoorlijk over. Daar dacht ik gisteravond geen seconde aan. Onhaalbare deadlines, administratieve rotklussen, lastige beslissingen, slapeloze nachten en lege bankrekeningen verdwenen uit mijn systeem toen je gisteravond aan tafel schoof.

Met veel smaak at je de spruiten waar je zelf om gevraagd had. Halverwege je portie, had je genoeg.
“Oké’, nog drie happen”, zei ik.
“Nou, ik denk dat je er nog wel vier op kunt”, zei de leuke jongen uit de trein.
“Vijf!”, riep jij.
En zo geschiede. Er paste zelfs geen toetje meer bij.
“Wat gaan we nu doen?”
“Spelen op de bank!”

Het grote gooi- en smijtwerk kon beginnen. Ik was een beetje bang dat je spruitjes terug naar buiten zouden komen, maar jij hebt blijkbaar een hermetisch afsluitbare maag. De leuke jongen uit de trein gooide met je. Je maakte koprollen en speelde voor vliegtuig. We maakten een schommel van je door je bij armen en benen vast te pakken. Hoe harder we je tegen de bankleuning lieten botsen, hoe leuker jij het vond.

Daarna begonnen de fratsen en het betere acteerwerk. De leuke jongen uit de trein bond een kussen op zijn hoofd. “Nu ben je een luchtballon”, concludeerde jij. Daarna bond hij het kussen voor als een slabber. “Nu ben je een baby.” Je zette een keel op om -zeer geloofwaardig- een huilende baby na te doen en kroop bij me op schoot.

Toen ik voorzichtig vroeg of we zo naar bad zouden gaan, stond jij al halverwege de trap. Ik was helemaal niet van plan om ook in bad te gaan, maar jij kunt zeer overtuigend zijn. Met het douchegordijn dicht hadden we onze eigen tent. Verder deed het bad uitstekend dienst als waterglijbaan en wedstrijddomein tussen een duikende badeend en een springende kikker. De badkamer stond binnen tien minuten blank. Dikke schik dus.

Toch deed je ook niet moeilijk met naar bed gaan. En -bewonderenswaardig- toen ik je anderhalf uur later weer wakker moest maken omdat je mama terug was, stond je meteen op. We kregen een dikke knuffel en een kus en weg was je weer.

Een paar gouden uurtjes op een doordeweekse herfstavond.

Brief aan mijn nichtje # 13

Kleine held,

Ik houd ongelofelijk veel van je. Meer dan jij je ooit kunt voorstellen. Ik zeg dat nooit tegen je. Je weet toch nog niet wat dat betekent. Wat ik wel vaak tegen je zeg, is dat ik trots op je ben. Misschien weet je ook nog niet precies wat dat inhoudt, maar je hebt geloof ik wel door dat ik het vooral tegen je zeg als je indrukwekkende capriolen uithaalt. Zoals gister bij de glijbaan in het park. Eerst moest ik je hand vasthouden op de enge wiebelbrug, maar toen je een paar andere kinderen alleen naar boven zag klauteren, kon je niet achterblijven. “Trots op jou!”, riep ik toen je bovenaan de glijbaan met een triomfantelijke blik op mij neerkeek.

Twee maanden geleden (jemig, wat vliegt de tijd) reisden we samen met je mama naar Benin. De tweeënhalve week dat we weg waren, was ik voortdurend trots op je. Niet alleen om je onvoorstelbare lef in het zwembad, waar je in sprong alsof je al jaren je A- en B-diploma op zak had. Maar vooral om de open blik waarmee je de onbekende omgeving inkeek. Je riep heel vaak “Ik begrijp er niets van!” of “Het duurt zo lang!”, maar ondertussen bleef je vrolijk onder de voortdurende aandacht. Er werd veel met je gesjouwd en gezeuld en je had vaak geen idee waar we naartoe gingen (je moeder en ik ook niet) en toch bleef je een hartendief. Vooral onze chauffeur was een groot fan van je en jij van hem. Je wilde hem de hele tijd aaien.

De beste plek in Benin, volgens jou

De beste plek in Benin, volgens jou

Toen we gisteren vanuit het park terug naar huis liepen, zei je “Trots op jou”, tegen mij. Een teken dat je inderdaad nog niet helemaal door hebt wat trots betekent, maar oh zo lief. Ik smolt. Het ijsje dat jij daarna at, smolt even hard. De chocolade zat tot achter je oren.

Je luistert lang niet altijd en kan behoorlijk boos worden als je je zin niet krijgt. Maar je bent een kind om op te eten, een kind om trots op te zijn, een kind om van te houden.

Liefs,
Je suikertante 😉

Meer verhalen van mij lezen over Benin? Lees dan hier en blijf vooral hangen op MO.be, bijvoorbeeld om deze mooie blog te lezen van een Belgische vader over zijn driejarige dochter die opgroeit in Benin. Zoals het leven van mijn nichtje ook had kunnen zijn…

Brief aan mijn nichtje #12

Drie jaar geleden werd je geboren, terwijl de leuke jongen uit de trein en ik onze laatste vakantiedag vierden in Fez. Het vieren van dingen heb jij inmiddels tot kunst verheven.

Je verjaardag vierden we afgelopen zondag. Jij was het stralende middelpunt in een huis vol bezoek. Met een ontembaar enthousiasme at je taartjes, pakte je cadeautjes uit en danste je door de kamer. Energie voor tien. Kussengevecht met je beste vriendje en je oom. Springen op de bank. Kleien met de oudere kinderen, knuffelen met de jongste.

Dat je een echt feestvarken bent, bewees je twee weken geleden al. Waar je vorig jaar nog niets van carnaval moest weten en het allemaal maar eng vond, stond je dit jaar op de eerste dag in je kabouterpakje op een podium tussen een hele groep bont verklede kinderen. Dansen, dansen, dansen en gooien met confetti. Véél confetti.

Jij besluit in een halve oogopslag of je iemand ziet zitten. En zo werd de oudere man op het terras naast het podium je grote vriend van het moment. Onvermoeibaar rende je naar hem toe om hem een bierviltje te geven en dat vervolgens weer af te pakken en hard weg te rennen. Ook de volgende dag koos je een meneer uit. Hij kreeg geen bierviltje, maar werd door jou bekogeld met confetti. En vond dat prima. Want jij komt overal mee weg.

De onbevangenheid waarmee je (als je in feeststemming bent) op mensen afstapt; ik hoop dat je die nog lang vasthoud. Dat je blijft geloven in de goedheid van de mens. Dat je met je stralende lach mensen blijft ontdooien.

Van harte gefeliciteerd, hieperdepiep hoera!

De liefsten

20150203_143957

Mijn vrienden en familie zijn de liefsten. Geen discussie over mogelijk.

Er kwam bezoek. Veel bezoek. Met een vrolijke bos gele bloemen. Met wafels. Met een plantenbak vol voorjaar. Met een gelukspoppetje. Met oprechte interesse, bezorgde vragen, liefdevolle adviezen en het aanbod om boodschappen te doen of te koken.

Er stond een postbode aan de deur met een mooie wens in chocoladeletters. En er kwamen kaartjes. Veel kaartjes.

Ik ben een blij mens.

Brief aan mijn nichtje #11

Lieve heldin,

Je houdt nu al net zo veel van reizen als ik en kan niet wachten tot we op vakantie gaan. Deze week moesten we naar het ziekenhuis om een spuit tegen hepatitis (jij) en DTP (je mama en ik) te laten zetten. Ik ging als eerste en deed mijn best geen spiertje te vertrekken, want je lette goed op mijn gezicht. Daarna ging jij. Vol zelfvertrouwen liep je naar het bed, ging zitten en stroopte je mouw op. Je mama zat voor de zekerheid naast je om je arm vast te houden, maar dat was niet nodig, je gaf geen krimp.

Je sprong van het bed, liep naar me toe, kwam dicht tegen me aanstaan en zei zachtjes ‘au’. Daarna keek je ingespannen naar je mama’s gezicht toen zij haar spuit kreeg om te zien of ze net zo dapper was als jij. Terug op de gang ontspon zich het volgende gesprek:

Jij (met een grote lach op je gezicht): “Waar gaan we nu naartoe?”
Mama: “Naar de auto en dan naar huis.”
Jij (met een boos gezicht): “Ik heb een spuit gehad, dus ik mag naar Benin.”
Mama: “Dat is nog heel veel nachtjes slapen.”
Ik: “We gaan eerst nog carnaval vieren en jouw verjaardag en dan gaan we pas op vakantie.”
Jij (huilend): “Maar ik wil nu!”

We zijn allebei ongeduldig, jij en ik. Gelukkig weet ik dat de komende maanden voorbij vliegen. Jij zult nog wel een paar keer aan mama vragen wanneer we nou eindelijk gaan vliegen. Het concept ‘tijd’ dringt nog niet helemaal tot je door. Maar we gaan en we gaan er iets moois van maken.

Papa in mijn hoofd

Vandaag twaalf jaar geleden maakte ik de langste treinreis van mijn leven. Terug naar huis. Waar ik werd ontvangen in een huiskamer vol huilende familieleden. Waar mijn mama me uit vandaan trok, mee de gang op. “Hij stierf in mijn armen”, snikte ze, waarna we minutenlang in een omhelzing bleven staan.

Vanmorgen was dat niet het eerste waar ik aan dacht. Er zat nog een bizarre droom in mijn hoofd over een vrouw die haar hand was verloren door een ongeluk met een fietsbel waardoor haar man alle fietsbellen in de wereld wilde vernietigen. Ehm… *koekoek*.

Heel lang was jij na het wakker worden mijn eerste gedachte papa. En dan de schok dat je er niet meer was. Soms meteen gevolgd door tranen. Inmiddels is het zo lang geleden dat ik vaak al duizenden gedachten heb gedacht, voordat jij je opwachting maakt in mijn hoofd.

Soms volgt er dan alsnog een schok, niet vanwege het besef dat jij er niet meer bent, maar omdat ik me zo weinig herinner. Toen het onlangs 25 jaar geleden was dat de Berlijnse Muur viel, moest ik aan mama vragen of ik dat echt samen met jullie op televisie heb gezien. Ik herinner me dat jij en mama zwaar onder de indruk waren en vertelden dat er geschiedenis geschreven werd. Gelukkig bleek ik die scène niet verzonnen te hebben.

Het zijn vooral voetnoten die ik me herinner. Zoals de King-pepermuntjes op de fiets. We fietsten vaak samen. Jij sabbelde op je pepermunt, ik had ‘m al opgeknauweld voor we onze straat uit waren. Toen ik een keer viel met mijn fiets en gewoon weer opstond om verder te gaan, zei je dat je trots op me was. Ik kreeg er een warm gevoel van, al kon ik je opmerking niet precies plaatsen. Zo’n pijn deed de schaafwond op mijn knie nou ook weer niet.

Wist ik veel wat pijn was.

Papa, ik hou van jou en hoop dat je nog steeds trots op me bent. Op ons allemaal. We kunnen klagen (ik het meest), we ploeteren soms, en niets komt zomaar aanwaaien, maar we hebben ons leven alle vier goed op de rit. En dat is mede te danken aan jou. Xxx

Brief aan mijn nichtje #10

2014-11-10 14.45.19
Maandag was een prachtige, zonnige herfstdag. De dierentuin in Nuenen stond op het programma. Stiekem wisten je mama en ik wel dat je vooral geïnteresseerd zou zijn in de speeltuin. En ja hoor, nog voordat wij gezien hadden dat er een springkussen lag, stond jij er al bovenop. Je was teleurgesteld dat je niet meteen alle glijbanen en klimrekken mocht uitproberen, omdat ze nog nat waren.

De dieren vond je ook wel leuk, vooral de wasberen, de maki’s en de zwemmende ijsbeer, maar je snapte niet dat je mama en ik overal zo lang wilden blijven staan. “Klaar met kijken”, zei je dan.

Dapper stapte je naar voren bij één van de shows. De dierenverzorgster legde voer in je handen. Dat je verschrikt uit je handen liet vallen zodra je de eerste witte duif in het oog kreeg. Bij de zeehondenshow stapte je te laat naar voren om mee te kunnen doen. Je zou van zijn leven niet in de buurt van de zeehonden zijn gekomen, maar wat was je teleurgesteld dat je niet met de andere kinderen in het bootje mocht zitten aan de rand van de zeehondenvijver.

Na de zeehondenshow sprintte je ervandoor. Om het vervolgens op een huilen te zetten, omdat je ons kwijt was. Wij maakten ons geen zorgen, want we hoorden je luid en duidelijk. De omstanders schoten wel een beetje in de stress, tilden je op en riepen “Er is een kindje verloren gelopen!” (Er waren enkel Vlamingen in de dierentuin).

De dierentuin gaf ons een mooi inkijkje in je brein. Je bent bang voor alles waar je geen controle over denkt te hebben, zoals duiven en zeehonden, elektrische apparaten en pretparkattracties. Voor een 30-meter hoge glijbaan, een supersnelle kabelbaan, of een gammele wiebelbrug draai je je hand niet om. Die hoge glijbaan… je ging er twee keer hard op onderuit, omdat je mama en ik aan weerskanten van jou je hand vasthielden, maar niet in dezelfde snelheid naar beneden gingen. Toch wilde je nog een keer. Held!

Het is rennen, springen en stuiteren tot je moe wordt. Dan valt er tijdelijk niets meer met je aan te vangen. Je huilde zo hard dat het hele restaurant kon meegenieten, omdat je geen koekje kreeg bij je flesje appelsap. Het enige dat hielp, was dreigen dat we meteen naar huis zouden gaan als je niet ophield, terwijl je de binnenspeeltuin nog niet had gezien.

Eenmaal in die binnenspeeltuin was je je verdriet weer zo vergeten. Jouw mama wurmde zich met jou door de smalste doorgangen en wrong zich letterlijk in allerlei bochten om élk hoekje van het enorme speeltoestel met jou te verkennen. Zoals even daarvoor jouw gehuil, schalde nu jouw vrolijke lach door de hele ruimte.

In de auto op weg naar huis zei je heel stoer dat je niet zou gaan slapen. Je had die zin nog niet uitgesproken of je ogen vielen dicht.

Maandag was een dag met een gouden randje.