Brief aan mijn nichtje #14

Lieve kletskous,

Je bent je van geen goed bewust, maar de beste afleiding van stress en zorgen, dat ben jij.

De laatste weken lopen mijn hoofd en mijn agenda behoorlijk over. Daar dacht ik gisteravond geen seconde aan. Onhaalbare deadlines, administratieve rotklussen, lastige beslissingen, slapeloze nachten en lege bankrekeningen verdwenen uit mijn systeem toen je gisteravond aan tafel schoof.

Met veel smaak at je de spruiten waar je zelf om gevraagd had. Halverwege je portie, had je genoeg.
“Oké’, nog drie happen”, zei ik.
“Nou, ik denk dat je er nog wel vier op kunt”, zei de leuke jongen uit de trein.
“Vijf!”, riep jij.
En zo geschiede. Er paste zelfs geen toetje meer bij.
“Wat gaan we nu doen?”
“Spelen op de bank!”

Het grote gooi- en smijtwerk kon beginnen. Ik was een beetje bang dat je spruitjes terug naar buiten zouden komen, maar jij hebt blijkbaar een hermetisch afsluitbare maag. De leuke jongen uit de trein gooide met je. Je maakte koprollen en speelde voor vliegtuig. We maakten een schommel van je door je bij armen en benen vast te pakken. Hoe harder we je tegen de bankleuning lieten botsen, hoe leuker jij het vond.

Daarna begonnen de fratsen en het betere acteerwerk. De leuke jongen uit de trein bond een kussen op zijn hoofd. “Nu ben je een luchtballon”, concludeerde jij. Daarna bond hij het kussen voor als een slabber. “Nu ben je een baby.” Je zette een keel op om -zeer geloofwaardig- een huilende baby na te doen en kroop bij me op schoot.

Toen ik voorzichtig vroeg of we zo naar bad zouden gaan, stond jij al halverwege de trap. Ik was helemaal niet van plan om ook in bad te gaan, maar jij kunt zeer overtuigend zijn. Met het douchegordijn dicht hadden we onze eigen tent. Verder deed het bad uitstekend dienst als waterglijbaan en wedstrijddomein tussen een duikende badeend en een springende kikker. De badkamer stond binnen tien minuten blank. Dikke schik dus.

Toch deed je ook niet moeilijk met naar bed gaan. En -bewonderenswaardig- toen ik je anderhalf uur later weer wakker moest maken omdat je mama terug was, stond je meteen op. We kregen een dikke knuffel en een kus en weg was je weer.

Een paar gouden uurtjes op een doordeweekse herfstavond.

In theorie heb ik nooit stress

20151102_130543_resized
Ik sta niet bekend als iemand die snel in de stress schiet. In tegendeel. Ik las net de aanbevelingen op LinkedIn nog eens na om mijn ego een oppepper te geven en daar wordt het bevestigd: Lieke, die kan tien bordjes tegelijk draaiende houden, of tien ballen in de lucht.

“Ze werkt altijd aan meerdere opdrachten tegelijk en dat gaat haar goed af, zonder te stressen.”
“Een keiharde werker die soms vijf paar handen lijkt te hebben – hoe ze anders al haar activiteiten voor elkaar krijgt, zou me een raadsel zijn.”

Maar het lijkt of de magie is uitgewerkt. Ik raak een beetje verstrikt in mijn eigen hoofd. En daardoor ga ik dingen die helemaal niet zo belangrijk zijn steeds meer aandacht geven, tot ik lichtelijk in paniek raak en nergens anders meer aan kan denken dan aan alle dingen die ik nog moet en alle dingen die ik zo graag wil maar die er steeds niet van komen omdat ik eerst nog zo veel dingen moet.

Het ene moment zeur ik tegen mijn geliefden, het andere moment sluit ik me in mezelf op omdat ik er niemand mee wil lastig vallen, want het is toch eigenlijk juist fantastisch dat ik zo veel opdrachten heb. Beide ‘methodes’ werken niet en komen mijn gemoedsrust niet ten goede.

En zo kon het gebeuren dat ik laatst -in een heel gezellig eetcafé waar de leuke jongen uit de trein, een van zijn lievelingscollega’s en ikzelf net heerlijk hadden gegeten- in huilen uitbarstte. Een glas witte wijn in de hand.

En zo kon het ook gebeuren dat ik laatst midden in de nacht wakker lag omdat ik zeker wist dat we nooit meer gaan verhuizen en we voor eeuwig in deze langzaam aan te veel spullen ten onder gaande huurwoning blijven zitten. Toen ik eindelijk in slaap viel, droomde ik eerst dat de schimmel op de badkamer zich massaal had vermenigvuldigd en daarna dat we een hele lieve, roodharige hond in huis namen. (Een verklaring, iemand?).

Ik geloof dat het tijd is om de zaken anders aan te gaan pakken…

Bangerik

De theorie ken ik: brutale mensen hebben de halve wereld. Van de praktijk heb ik honderden voorbeelden gezien tijdens mijn jaar bij de klantenservice, tot aan vervalste bonnetjes van de kleermaker aan toe. Hele volksstammen verlaten dagelijks het warenhuis met cash of nieuwe kledingstukken waar ze strikt genomen geen recht op hebben. Toch blijf ik een ontzettende schijterd als ik zelf iets te klagen heb.

Nu voor de tweede keer achter elkaar een stuk gevulde brie bij het openen van de verpakking een ammoniaklucht vrijliet waar mijn schoenen van uitvielen, toog ik schoorvoetend -met het stinkstuk goed verpakt- naar de supermarkt.

“Goedemiddag. Ik ben normaal echt geen klagerd, maar het is al de tweede keer dat ik een oneetbaar stuk brie heb gekocht. Volgens de datum zou ie nog goed moeten zijn.”
“Wilt u een nieuw stuk?”
“Ik weet niet of ik dat nog durf, nu het al twee keer is mis gegaan. Zou ik misschien ook mijn geld terug kunnen krijgen?”
“Momentje, ik roep even mijn collega.”

Uiteindelijk verliet ik toch met een nieuw stuk brie de winkel. Een iets kleiner stuk dan dat ik had en met dezelfde houdbaarheidsdatum, namelijk morgen. De desbetreffende collega was niet zo van het geld teruggeven. Ik wilde en durfde er verder niet over te zeuren. Het voelde al als een overwinning dat ik überhaupt had geklaagd.

Ik heb thuis meteen een dikke plak afgesneden en op mijn brood gesmeerd. De kaas is op het randje…

Zal ik nog een keer terug gaan?

Waarschijnlijk niet.

Levensvragen

20130924_101736
Ik ben een nagelbijter. Altijd geweest. Heeft niets met stress te maken, want ik bijt vooral als ik een boek lees. Wat voor mij de ultieme ontspanning is. Als het me dan eens lukt om het merendeel van mijn nagels te laten staan, zit er steevast viezigheid achter. De enige oplossing is om er een donkere kleur op te lakken, zodat je het niet ziet. Maar in nagels lakken ben ik nog slechter dan in nagels laten staan. Collega’s en vriendinnen hebben stuk voor stuk lange én schone nagels. Hoe doen ze dat?

Ik ben een chaoot. Altijd geweest. Dat geldt gek genoeg niet voor mijn werk. Dat doe ik gestructureerd. Interviews plan ik ruim van te voren en deadlines haal ik altijd. Maar mijn huis en mijn hoofd zijn een warboel. Stapels papieren, rondslingerende bonnetjes, dubbele afspraken, vergeten sleutels, onbetaalde rekeningen, half uitgewerkte ideeën… het behoort allemaal tot mijn standaard staat-van-zijn. Alle gestructureerde freelancers die ik ken, hebben ook een gestructureerd hoofd en huis. Hoe kan dat?

En zo vraag ik me nog veel meer af:

  • Waarom kunnen andere mensen een wit t-shirt langer dragen dan één dag?
  • Waarom kunnen andere mensen een hoeslaken opvouwen tot een perfecte rechthoek?
  • Waarom kunnen andere mensen tijdens het koken de keuken opruimen?

Wie het weet, mag het zeggen! “Daarom” is geen antwoord.

Vluchtelingen en dieren

Sphinx
“Nederlanders hebben al genoeg problemen.”
“Zij krijgen voorrang op een huurwoning en ze krijgen van alles gratis, terwijl ik al jaren op een huis wacht.”
“Als we al die sloebers gaan opvangen, gaat de belasting zeker weer omhoog.”

Er blijken ongelofelijk veel mensen in Nederland te wonen die vinden dat ze het slecht hebben. Veel mensen zijn er door de financiële crisis inderdaad op achteruit gegaan, baan kwijtgeraakt, spaargeld opgemaakt. Er zijn Nederlanders die moeite hebben om rond te komen; afhankelijk zijn van de Voedselbank of de Weggeefwinkel. Maar hoe erg dat ook is, je kunt het toch niet vergelijken met leven in oorlogsgebied? Met de voortdurende angst om opgepakt, gemarteld of gedood te worden?

De leuke jongen uit de trein en ik kijken soms naar Een dubbeltje op zijn kant. Dat leidt steevast tot grote ergernis en geschreeuw richting televisie. De ene helft van de kandidaten kan weinig aan de situatie verbeteren. De andere helft rookt, leeft op afhaalvoedsel, heeft een dure hobby, weigert voltijds te werken, kan geen afstand doen van de tweede auto en besluit ondertussen om een derde, vierde of vijfde kind op de wereld te zetten of om nog een kat, kanarie, slang of hond aan de inventaris toe te voegen.

Ghandi zou ooit gezegd hebben ‘The greatness of a nation can be judged by the way its animals are treated’.

Tussen de eigen-volk-eerst-schreeuwers zitten hele volksstammen die niet schromen om honderden euro’s per jaar aan hondenvoer of de nieuwste krabpaal uit te geven, maar die geen cent (of vriendelijk woord) over hebben voor een asielzoeker. Dat onze dieren het zo goed hebben, maakt ons dat een grootse natie?

Ik dacht het niet.

De vliegende tijd

20151101_150300_resized
Of ik de laatste tijd iets met leeftijd heb? Nee hoor.

Maar toch.

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan. Tenminste, ik geloof dat de meeste mensen hier ‘last’ van hebben.

Nu de zomer op zijn laatste, stevig in rubberlaarzen gestoken benen loopt, bedacht ik mij ineens hoe lang op vakantie gaan vroeger duurde. Met ons tweetjes achterin ’t Renault-4tje met vouwwagen. Voordat we in Frankrijk waren hadden we al drie kleurboeken vol, 86 keer ‘ik zie ik zie’ gespeeld en tot 95 coupletten van ‘een potje met vet’ gezongen. Die paar uurtjes, met keurig om de twee uur een stop, leken even lang te duren als deze reis die een volledig weekend in beslag nam.

Tegenwoordig vliegt de tijd. Het lukt me nauwelijks om tussen Maastricht en Brussel een hoofdstuk te lezen, mijn nagels te vijlen en het landschap te bestuderen. Drie keer met mijn ogen knipperen en ik ben er.

Vroeger, toen ik nog een klein meisje was dat in bomen klom en vrijwillig om 6.30 uur opstond om de boer te helpen met het melken van zijn koeien, leek het wel drie jaar te duren voor ik weer eens jarig was. Het duurde minstens een maand van het kringgesprek op maandagmorgen tot de weekafsluiting op vrijdagmiddag. En zelfs de zomervakantie had iets oneindigs.

Ik werd eergisteren pas 30 en ineens ben ik al 35.

Ja, daar is een wetenschappelijke verklaring voor, dat zal allemaal wel. Maar het bevalt me niet zo goed. Tips om de tijd langzamer te laten gaan?

Ken je die mop…

… van die patiënt die naar het ziekenhuis ging voor een operatie? Die patiënt ging. Op de vroege morgen. Met de bus. De leuke jongen uit de trein aan haar zijde.

Koud aangekomen in het ziekenhuis, was ze al aan de beurt. “Trekt u alles maar uit en dan dit kleed aan, met de drukker aan de achterzijde. Mutsje op en sloffen aan. Uw onderbroek mag u aanhouden.”

De patiënt stapt (met een iets verhoogde hartslag en een droge keel) de operatiezaal binnen, gaat op de tafel liggen en trekt het charmante papieren mutsje een beetje opzij zodat de chirurg beter kan zien waar hij zijn mes in moet zetten.

“Ik zie niets, dus ik ga niet snijden”, zegt die chirurg.

En zo keren de leuke jongen uit de trein en de patiënt die volgens de chirurg toch geen patiënt is, onverrichter zake huiswaarts.

Zij hadden, kortom, een bijzonder vruchtbaar begin van hun dag.

Knap waardeloos.

Zo oud als je je voelt

Een blessure aan mijn hak zorgt ervoor dat uit bed komen een nog groter drama is dan anders. Daar kan geen koffie tegenop. Me nog een keer omdraaien als de leuke jongen uit de trein aan het werk gaat, is slechts uitstel van executie. En aan het eind van de dag hijs ik mezelf met pijn en moeite de trap op. ‘Ik word oud’, denk ik elke keer dat ik me met huilende hielen en krakende kuiten op mijn bed stort.

Wat is oud? Morgen word ik 35. Een leeftijd waarvan ik vroeger dacht dat ik dan ‘alles’ voor elkaar zou hebben. Onder alles verstond ik dan vooral een droombaan, een droomhuis, een aantal droomreizen met een vinkje erachter en nog een aantal droomreizen concreet op de planning. Ondertussen natuurlijk verkerend in topconditie met een sociaal leven waarin alle vriendjes en vriendinnetjes een soortgelijk leven hebben én in de buurt wonen, het uitnodigingen voor etentjes en festivals regent en niemand eerst een oppas hoeft te regelen voordat er spontaan een terrasje, een stedentrip of een avondje theater volgt. What was I thinking? 

De leuke jongen uit de trein begrijpt niets van de lichtelijk droevige gevoelens die het getal 35 en ‘de dingen die voorbijgaan’ bij mij oproepen. Sinds hij er zelf over kon beslissen, heeft hij geen verjaardag meer gevierd. Leeftijd zegt hem niets. Dromen zijn er vooral om te dromen en hoeven niet noodzakelijkerwijs uitgevoerd te worden. Voor dat huis, die reis, en alles wat nog meer ‘leuk’ is om mee te maken, hebben we toch nog tijd genoeg? En dat hij zijn vrienden nog maar zelden ziet, daar haalt hij zijn schouders over op. We hebben elkaar toch?

Dat klopt als een zwerende vinger. En daar ben ik blij om.

Met een blije muts op, voel ik me meteen een stuk jonger

Ik word altijd vele jaren jonger geschat dan ik ben, hoe zou dat toch komen?

Brief aan mijn nichtje # 13

Kleine held,

Ik houd ongelofelijk veel van je. Meer dan jij je ooit kunt voorstellen. Ik zeg dat nooit tegen je. Je weet toch nog niet wat dat betekent. Wat ik wel vaak tegen je zeg, is dat ik trots op je ben. Misschien weet je ook nog niet precies wat dat inhoudt, maar je hebt geloof ik wel door dat ik het vooral tegen je zeg als je indrukwekkende capriolen uithaalt. Zoals gister bij de glijbaan in het park. Eerst moest ik je hand vasthouden op de enge wiebelbrug, maar toen je een paar andere kinderen alleen naar boven zag klauteren, kon je niet achterblijven. “Trots op jou!”, riep ik toen je bovenaan de glijbaan met een triomfantelijke blik op mij neerkeek.

Twee maanden geleden (jemig, wat vliegt de tijd) reisden we samen met je mama naar Benin. De tweeënhalve week dat we weg waren, was ik voortdurend trots op je. Niet alleen om je onvoorstelbare lef in het zwembad, waar je in sprong alsof je al jaren je A- en B-diploma op zak had. Maar vooral om de open blik waarmee je de onbekende omgeving inkeek. Je riep heel vaak “Ik begrijp er niets van!” of “Het duurt zo lang!”, maar ondertussen bleef je vrolijk onder de voortdurende aandacht. Er werd veel met je gesjouwd en gezeuld en je had vaak geen idee waar we naartoe gingen (je moeder en ik ook niet) en toch bleef je een hartendief. Vooral onze chauffeur was een groot fan van je en jij van hem. Je wilde hem de hele tijd aaien.

De beste plek in Benin, volgens jou

De beste plek in Benin, volgens jou

Toen we gisteren vanuit het park terug naar huis liepen, zei je “Trots op jou”, tegen mij. Een teken dat je inderdaad nog niet helemaal door hebt wat trots betekent, maar oh zo lief. Ik smolt. Het ijsje dat jij daarna at, smolt even hard. De chocolade zat tot achter je oren.

Je luistert lang niet altijd en kan behoorlijk boos worden als je je zin niet krijgt. Maar je bent een kind om op te eten, een kind om trots op te zijn, een kind om van te houden.

Liefs,
Je suikertante 😉

Meer verhalen van mij lezen over Benin? Lees dan hier en blijf vooral hangen op MO.be, bijvoorbeeld om deze mooie blog te lezen van een Belgische vader over zijn driejarige dochter die opgroeit in Benin. Zoals het leven van mijn nichtje ook had kunnen zijn…

Vroeg de struisvogel aan de bulldozer: “zullen we eens een kuil graven?”

We passen heel goed bij elkaar, de leuke jongen uit de trein en ik (uiteraard!). Hij is optimistischer dan ik, opgeruimder en rustiger. En hij is gewoon de allerliefste natuurlijk. Maar sommige eigenschappen delen we en dat is helemaal niet handig. We spelen in onze vrije tijd allebei voor struisvogel. En zo komt het dat we geen of (te) laat beslissingen nemen.

We bedenken niet waar we op vakantie gaan, waardoor we op het laatste moment een veel te dure reis boeken.

Niet waar we (gezamenlijk) voor sparen, waardoor veel dromen, dromen blijven.

Niet waar en wanneer het leven van nutteloze apparaten definitief eindigt, zodat een computer die niet meer opstart en een printer die niets meer uitdraait al jaren kostbare plek in ons toch al krappe huisje innemen. En dan heb ik het nog niet over twee enorme boxen die zelfs nog nooit zijn aangesloten en al jaren staan te stofhappen. Hier ergert de leuke jongen uit de trein zich overigens helemaal niet aan, dat doe ik alleen maar.

Niet waar we gaan wonen, waardoor we al jaren op een plek zitten die weliswaar perfect in het centrum van de stad ligt, dichtbij lieve vrienden en onze stamkroeg, maar waaraan we ook veel geld kwijt zijn en waarin we te weinig bergruimte hebben.

Niet of we kinderen willen, waardoor… ehm… Die kinderen, dat is echt een lastige. Tot drie jaar geleden wist ik zeker dat ik ze niet wilde. Maar sindsdien is een aantal zeer leuke exemplaren geboren in mijn omgeving. De meeste papa’s en mama’s zijn in mijn ogen een tikkeltje saai geworden, maar er zijn er ook een paar die bewijzen dat je met koter prima op vakantie kunt en al eens een festivalletje mee kunt pikken. Ik ben gaan twijfelen. Terwijl ik daar misschien helemaal geen tijd voor heb, want ik word binnenkort 35.

Het verschil tussen de leuke jongen uit de trein en ik, is dat ik ongelofelijk onrustig word van al het bovenstaande en vaak gefrustreerd raak. De leuke jongen uit de trein boeit het wat minder, hij gebruikt mijn motto ‘alles komt goed’ en ploft na zijn werk moe op de bank. Hij heeft het ontzettend druk op zijn werk en wil daarnaast “even” nergens meer over nadenken.

Als het alleen om ik, mezelf en mijn carrière gaat, ben ik eerder een bulldozer dan een struisvogel. Op het laatste moment pas mijn omzetbelasting doorgeven. Bonnetjes en facturen laten slingeren. Papieren opstapelen in mapjes voordat ze in de juiste klapper belanden. Mijn digitale agenda verwaarlozen. Dat soort dingen. Het besluit om het anders te doen, neem ik regelmatig, maar ja…

Heel soms neem ik impulsief en ondemocratisch een besluit (ik ben af en toe een slecht vriendinnetje) dat ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Met mijn zusje mee gaan naar Benin was er daar één van.

Vandaag hakte ik een hele andere knoop door. Vanaf volgende week komt er een poetsvrouw 🙂

Lang leve de poetsvrouw. Straks ziet mijn bureau er vast net zo netjes uit als deze van een Beninese schooldirecteur.

Lang leve de poetsvrouw. Misschien ziet mijn thuiswerkplek er straks net zo netjes uit als het kantoor van deze Beninese schooldirecteur.