Verliefd

Vandaag werd ik opnieuw verliefd.
Verliefd op mijn jeugd.

De populieren langs het kanaal.
Kijken naar wat de mens heeft gegraven.
Luisteren naar het geluid van de zee.

De verrassende koelte onder de brug.
Bloeiende bermen vol zespotig leven.
Het bos altijd op de achtergrond.

Het monotone gebrom van tractoren en dieselboten.
Als baslijn onder de melodieën van de vogels.
Tussen mens en natuur een verbond.

 

 

Op dit moment #1

Op mijn zakelijke website is de stilte schandalig oorverdovend en ook hier heerst lamlendige leegte. Terwijl ik mijn klanten voortdurend aanraad om regelmatig te bloggen, blijf ik zelf in gebreke. Gelukkig herinnerde zij me eraan, dat het niet altijd afgeronde verhalen hoeven te zijn die je met je lezers deelt. Je kan ook al eens delen waar je mee bezig bent en wat er door je hoofd spookt. Tadaa!

Genieten van: vakantie. Twee weken (bijna) zonder verplichtingen. Uitslapen. Lekker eten. De dag plukken. Drie dagen in mijn geliefde Brussel geweest. Waar de groepen agenten en militairen die het straatbeeld kleuren in blauw en groen -voor mijn gevoel- nauwelijks afdoen aan de fijne sfeer. Het veiligheidsgevoel verhogen ze evenmin. Voor het eerst de Koninklijke Serres bezocht. Indrukwekkend stukje tuin daar achter het paleis. De leuke jongen uit de trein zag zichzelf er wel werken, hobbelend op een grasmaaier.
Opnieuw gelogeerd in het Sheraton, verwend nest dat ik ben. Omdat baantjes zwemmen op de dertigste verdieping het perfecte begin van de dag is. Omdat in slaap vallen in een verend kingsize bed met zachte kussens het perfecte begin van de nacht is. Nog een week vakantie in eigen huis voor de boeg. Nog een week van de dag plukken, lekker eten en uitslapen. Lekker knus in ons eigen bedje van 1.40.

2016-04-21 12.51.43
Blij met: het vooruitzicht van een boel leuke opdrachten na de vakantie. Zoals de eindredactie van een boek met herinneringen aan een turbulente jeugd in een groot mijnwerkersgezin. Zoals meedoen aan en schrijven over De Week van Nieuw Maastricht. En dit jaar ben ik niet alleen verslaggever van het Bevrijdingsfestival in Roermond, maar mag ik mij ook met de organisatie en communicatie vooraf bemoeien. Ik ben de tel kwijt, maar het is op zijn minst de tiende editie waar ik bij ben. Om daar te zijn met al die mensen die zich inzetten voor vrijheid en vrede is een voorrecht. #geefvrijheiddoor

Balen van: mijn inkomsten. Nu ik alle cijfers van 2015 onder elkaar heb gezet, kan ik niet anders dan concluderen dat het financieel geen goed jaar was. Ik heb er zelfs een traantje om gelaten, starend naar dat verdomde Excel-bestand. Ja, ik weet dat er miljoenen mensen op deze aardbol niet eens in hun eerste levensbehoeften kunnen voorzien en dat ik daarom niet mag klagen. Toch doet het pijn. Ik heb me -alweer voor mijn gevoel- een slag in de rondte gewerkt. In loondienst en voor mijn eigen bedrijf. Ochtenden vroeg opgestaan om deadlines te halen. Vrije avonden verruild voor netwerkbijeenkomsten. Om onder de streep op een bedrag uit te komen dat ruimschoots onder modaal ligt.

Opgewonden over: onze huizenjacht. Voor het eerst in jaren zou het kunnen dat de leuke jongen uit de trein en ik het eens gaan worden over een nieuw onderkomen. Er is nog geen bod gedaan, laat staan een handtekening gezet, dus ik juich nog niet. Maar stuiter wel al een beetje. Ik hoop van mijn kleine tenen tot in de gespleten punten van mijn groene, blauwe, bruine en grijze haar dat we 2017 beginnen in een woning waar de keukenkastjes niet van ellende uit elkaar vallen. Waar schilders niet onaangekondigd op het balkon of in de tuin staan. Waar ruimte is voor de gigantische schoenencollectie van de leuke jongen uit de trein en voor mijn enorme hoeveelheid boeken.

Aan het lezen in: De Schaduw van mijn Moeder van Carol Goodman. De eerste twee hoofdstukken zijn veelbelovend. Ondanks dat er nog geen moord gepleegd is. Er komen veel sprookjes in voor, ook fijn.
Gisteren las ik Blinde Godin van Anne Holt uit, een paar dagen nadat ik het uit de bieb haalde. Een spannend verhaal over drugshandel waarbij advocaten aan de touwtjes trekken, aangemoedigd door de staatssecretaris van justitie. Het boek staat vol grappige dialogen in staccato zinnen. Zoals deze over pruimtabak:
“Ben jij met die troep begonnen?”
“Alleen maar om te voorkomen dat ik weer ga roken. Het is maar tijdelijk.”
“Het is slecht voor je tandvlees. En bovendien stikt het.”
“Er is niemand die aan mij gaat staan ruiken.”
Afgewisseld door mooie, een tikje kitscherige sfeerbeschrijvingen, zoals deze na een heftige vrijpartij:
“Het lawaai drong de zinderende stemming op de vloer van de woonkamer binnen, schrokte de dag van morgen naar binnen en verdween in de verte, als een goede vriend die het beste met hen voorhad.”
En ja, nu moet ik de volledige serie van Anne Holt lezen met inspecteur Hanne Wilhelmsen in de hoofdrol.

2016-04-21 12.47.15
Wat een goede timing om op die ene zonnige dag door de tuin van de koning te wandelen 😀

 

De vette jaren komen eraan

40
Toen mijn vader 40 werd, vond hij dat oud en wij -zijn kinderen- vonden dat al helemaal. We pestten hem ermee en maakten flauwe grapjes, die hij zelf ook zo graag op andermans verjaardagen maakte. Toen papa 8 jaar later stierf, bleek het bizar jong te zijn. We waren er nog lang niet klaar voor.

De leuke jongen uit de trein wordt morgen 40. Verjaardagen interesseren hem niet. Mijn handen jeukten de afgelopen weken om een feest te organiseren, maar ik doe hem daar geen plezier mee en ben dus op mijn handen gaan zitten. Geen slingers (of misschien wel, gewoon om hem te pesten), geen muziek, geen speeches. Zelfs geen vrienden op bezoek. Familie mag komen, omdat hij vindt dat hij daar niet onderuit kan.

De leuke jongen uit de trein doet alsof 40 worden hem niets doet. Maar ik weet dat hij er soms bij stil staat wat hij al bereikt had willen hebben op die leeftijd en dat zijn dromen niet helemaal overeenkomen met de werkelijkheid. En dat spijt me voor hem.

Stiekem, terwijl we eventjes niet opletten, is ineens, zomaar patsboem en hupsakee, de helft van ons leven zo ongeveer al geleefd. Tenminste, als we ons een beetje aan de gemiddelde westerse levensverwachting houden en niet aan de gemiddelde levensverwachting in mijn familie.

Dat ouder worden, mij doet het soms wel iets. De afgelopen jaren waren zeker niet slecht. Maar ik weet het zeker, hoe kort of hoe lang het ook gaat zijn: de beste jaren komen nog!

Brief aan mijn nichtje #15

Hieperdepiep! Vandaag ben je jarig. 4 jaar.

Liefeheers
Kleine meisjes worden groot. Kleine meisjes worden ziek. De stuiterende kletskous heeft zich verstopt in een slap hoopje mens. Je slaapt het grootste deel van de dag. Gelukkig maar, want anders zou je je kapot vervelen.

Er hangen vrolijke slingers in je ziekenhuiskamer. Iedereen weet dat je jarig bent. Daarom kreeg je chocolade eitjes van de kok. Een speeltje van de oogarts. En vanmiddag kwam een lieve medewerkster je een mooie, gebreide, roze deken brengen. Je had er maar weinig oog voor, maar dat nam niemand je kwalijk.

Je verjaardagscadeaus wilde je wel zelf open maken vanmiddag. Met één hand, want de hand waar de naald voor het infuus in zit, wil je niet gebruiken. De Playmobil viel in de smaak, want je vroeg -heel zachtjes- of de doos meteen open mocht. Wat geen goed idee was, want je moest weer naar de oogarts en daarna moest het infuus er weer in. Het heeft een voordeel dat je zo ziek bent, je ging niet luidkeels in protest 😉

Ik beloof je dat je nog uren, dagen, maanden, jaren met al je cadeaus mag spelen als je beter bent. En je verjaardag, die vieren we gewoon nog een keer.

Beterschap kabouter puntmuts!

Genieten. Nu!

Nu! Alles moet nu. Of in elk geval morgen. Vandaag besteld, morgen in huis! Of zelfs ’s morgens besteld ’s avonds in huis. Zin in aardbeien in februari? Ze liggen rood en glimmend te pronken in de supermarkt. Op vakantie? Wacht niet tot je alles uitgezocht en bij elkaar gespaard hebt, maar boek het nu met vroegboekkorting.

Ik doe er zelf aan mee. En word er soms een beetje opgefokt van. Hoe alles in een muisklik dichtbij is.

Ik vond het leuk om naar een reisbureau te gaan, daar door de boeken te bladeren. Om traveler cheques te gaan halen. Om in een trein te stappen met op een blaadje gekrabbeld waar ik eruit moest. En het volgende vakantieavontuur was dan het zoeken van een telefooncel om het thuisfront te informeren dat ik was aangekomen.

Ik had vakantievriendinnen die penvriendinnen werden. Schreef brieven. Wachtte. En was super blij als het antwoord kwam.

Niets meer van dat alles. We consumeren onmiddellijk. Omdat het kan.

Was het vroeger beter? Dat denk ik niet. Maar toen ik gisteren twee mensen interviewde over hun jeugd in de jaren ’50 van de vorige eeuw (er komt een boek), viel het me op hoe veel ze toen genoten van kleine dingen. Met vader wandelen op de hei. Een snoepje bij de kruidenier. De melkboer die langs kwam. Elke zomerdag kijken of de aardbeien en tomaten in de tuin al rood waren. Dansen op zaterdagavond. Sparen voor een uitstapje naar zee. Verkleden als clown, cowboy of Indiaan met carnaval. Hand in hand lopen. Kleding werd gedragen en doorgegeven en hersteld (kniestukken!) en nog een keer vermaakt, dus iets nieuws krijgen was een feest.

Ik denk dat ik daar het meeste naar verlang. Ergens écht heel blij mee zijn. Kunnen we dat even regelen? Nu. Meteen!
Loesje genieten

Held op sokken maakt haar punt

taart
Als zelfstandige moet je voor je eigen belangen durven opkomen. Wie mij kent, weet dat ik absoluut geen held ben op dit gebied. Maar er is niemand anders die het voor me doet. Niemand die vraagt of ik buikpijn of slapeloze nachten heb van een opdracht, niemand die vraagt wat ik eigenlijk nodig heb om mijn werk goed te kunnen doen. De leuke jongen uit de trein geeft natuurlijk bakken vol morele steun, maar mijn poot stijf houden, dat moet ik zelf doen.

Ondertussen is de hype van #ditzegjeniettegendebakker alweer over zijn hoogtepunt heen, maar de praktijk blijft helaas ongewijzigd. Jammer. Heel jammer.

‘Zes maanden geleden ben je bij me geweest om een opdracht te bespreken voor 2000 broden. Dat gaat nu spelen. Kun je morgen leveren?’

‘Betalen? Oh. Oké. Nou ja, ik dacht, dat broden bakken is toch een soort hobby hè? En we kennen elkaar viaviavia, dus…’

‘Gefeliciteerd, je mag gratis honderd taarten voor ons bakken. Ik kan je naam er wel bij zetten in de vitrine.’

‘Ja, ik weet dat broden bakken je specialiteit is, maar dat gaan we toch zelf doen. Je mag de broden wel snijden.’

In de afgelopen drie jaar, kwam er bijna maandelijks een dergelijk oneerbaar voorstel langs. Vaak zei ik er ‘ja’ op. In de veronderstelling dat het dé manier is om ook de grote, goed betaalde opdrachten met minder stressopwekkende deadlines binnen te halen. Oh verrassing. Zo werkte het meestal niet.

De mensen die proberen voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten, zullen het zich lang niet altijd realiseren, maar het doet pijn om dit soort verzoeken te krijgen. Het betekent dat ik niet serieus word genomen en geen waardering krijg voor iets waar ik echt wel goed in ben. (Zo!)

In 2015 durfde ik het eindelijk aan om -met hartkloppingen en klamme handjes- mijn uurtarief te verhogen. Dat ging verrassend gemakkelijk, slechts één vaste opdrachtgever ging er niet in mee (en een ander heb ik niet gevraagd, wegens goed doel). Voor 2016 had ik me voorgenomen om vaker nee te zeggen op oneerbare voorstellen. Het eerste verzoek van het jaar om gratis teksten te schrijven heb ik ondertussen beleefd geweigerd. Met een klein beetje buikpijn, dat dan weer wel… want je weet maar nooit, als iemand mijn naam daar ziet staan…

Relevant

Ik wilde iets schrijven over dat ons tijdens de opleiding journalistiek geleerd werd de afkomst van daders niet te noemen, want dat was irrelevant (net als het noemen van de naam van een woordvoerder overigens, waarvoor ik wel eens een punt aftrek kreeg).

Ik wilde schrijven dat je nu beschuldigd wordt van wegkijken of van het negeren, dan wel ontkennen van problemen als je de afkomst van een verdachte niet noemt. En hoe makkelijk het dan weer is om te gaan veralgemeniseren en over één kam scheren.

Maar toen las ik deze blog en concludeerde ik dat Maartje Luif het al beter heeft opgeschreven dan dat ik het in mijn hoofd had.

Goed begonnen

DSCN1941

 

 

 

 

 

 
Toen het twaalf uur werd, knuffelde en kuste ik eerst de leuke jongen uit de trein. Daarna omhelsde ik de acht andere gezelligheidsdieren in onze afgesloten stamkroeg. We liepen naar buiten. We hadden bubbels. Het was droog. We deden niet aan vuurwerk, wel aan sterretjes. De rest van de nacht brachten we lachend, etend, drinkend en spelletjes spelend door. We zijn daar goed in. Het nieuwe jaar is begonnen zoals het moest beginnen.

Inmiddels is het alweer dag 3 van 2016. Een beetje stiekem beantwoordde ik de eerste e-mails. Werkte ik aan een nieuwsbrief voor Lieke Schrijft. En zocht ik de eerste bonnetjes bij elkaar voor mijn belastingaangifte. Ongestructureerde werkzaamheden tussen het gelukkig-nieuwjaar-wensen en uitslapen door.

Als ik al goede voornemens heb, dan hebben die vooral betrekking op een betere planning van mijn werk, waardoor er meer tijd overblijft om te genieten van mijn vrije tijd. Minder werkontwijkend gedrag. De kracht om nee te zeggen als ik ergens geen zin in heb. Het enthousiasme om ja te zeggen als een opdracht me gelukkig maakt, ook al weet ik nog niet hoe ik die in moet plannen. En ik ga eindelijk werk maken van die werkplek buiten de deur.

Ik hoop dat 2016 een zorgeloos jaar wordt. Voor mij, voor jou. Normaal houd ik er niet van om Engelse woorden te gebruiken in een Nederlandse tekst, maar soms is die taal zo veel krachtiger dan de onze. Dit is mijn wens voor iedereen: worry less, love more and don’t regret.

 

Een wonderlijk jaar

2015-05-05 10.06.14
Het is potjandorie alweer 30 december. Dit jaar is echt omgevlogen! Het lijkt pas een paar weken geleden dat ik in het vliegtuig stapte naar Benin (dat vliegtuig ging uiteindelijk niet verder dan Barcelona, maar goed).

Het contrast tussen mijn persoonlijke jaar en de wereld om mij heen, kon niet groter zijn. Voor mijzelf was 2015 een topper. Niet alles verliep vlekkeloos en ik heb af en toe traantjes laten rollen, maar door de bot genomen was het een prima jaar. Niemand in mijn omgeving werd ziek of ging dood. De leuke jongen uit de trein en ik hadden het weer bijzonder goed met elkaar. Vriendschappen bleken opnieuw goud waard. En zakelijk was 2015 een grote stijgende lijn.

Maar denkend aan dat kleine landje aan de Noordzee waar mijn leven zich grotendeels afspeelt, zie ik het uit de hand lopende zwartepietendebat, mafketels die een opvangcentrum voor vluchtelingen bestormen, achtergelaten varkenskoppen, relschoppers die zich vele malen slechter gedragen dan de mensen waar ze zogenaamd bang voor zijn, vluchtelingen die niet in een bejaardenhuis mogen gaan koken, politici van allerlei pluimage met nauwelijks een geweten laat staan een schuldgevoel, en een politieke partij met extreme opvattingen die zo ongeveer het hele jaar de grootste partij in de peilingen was. Hoe mooi zou het zijn als we al deze zaken kunnen achterlaten en begraven in 2015?

Ik wens iedereen een nieuw jaar vol vrolijke verrassingen, onverwachte ontmoetingen, langdurige liefde, snoeihard succes, goede gezondheid en ware woorden. Woorden met inhoud. Woorden waar eerst over is nagedacht voor ze worden uitgesproken of opgeschreven. En stilte. Geniet vooral ook af en toe van de stilte.

Gelukkig Nieuwjaar!

 

 

Schuldgevoel

Ik vind dat ik te weinig doe voor een betere wereld. Dat ik meer vrijwilligerswerk zou moeten doen. Dat ik best mijn handen in de aarde van een gemeenschappelijke groentetuin zou kunnen steken. Ik zou een kind dat moeite heeft met Nederlands kunnen helpen met zijn/haar huiswerk. Of eens op bezoek kunnen gaan bij de hoogbejaarde overbuurvrouw. Er komt zelden iemand bij haar langs en ik vraag me af hoe lang het duurt voor iemand haar mist. En wat ik zéker zou kunnen doen, is korter douchen en minder vlees eten, maar mannen, wat houd ik van een douche op standje sauna en zelfgedraaide gehaktballen.

De leuke jongen uit de trein vindt dat ik onzin verkondig als ik zoiets tegen hem zeg. “Weet je wel hoe veel tijd je in sociale contacten steekt. Hoe vaak vrienden een beroep op jou doen, waar jij altijd op ingaat. En dat je voor de helft van je normale uurtarief schrijft over mondiaal beleid en een debat over vluchtelingen organiseert, wat dacht je daarvan?” Maar het voelt niet als genoeg. En daar voel ik me soms schuldig over.

Ik ben wel vaker de schuldige. Althans, volgens mijn eigen (rot)gevoel.

Schuldig. We wonen in een duur huurhuis, waar we maar kort zouden blijven, ‘tot ik een goed betaalde baan zou vinden, want dan gaan we iets kopen’. Die baan die ik tot op heden niet vond, zo’n 231 sollicitatiebrieven en 27 netwerkbijeenkomsten verder. Een baan die ik misschien niet eens meer wil, want het gaat goed met Lieke Schrijft (hiephoi!). Ondertussen ben ik ons huis kotsbeu, ondanks dat ik er met mijn lief woon en ondanks de toplocatie. Ik heb het gehad met scheefhangende keukenkastjes, het gebrek aan bergruimte en het ontbreken van een tuin en een oven. Ik droom van bloeiende kersenbomen en struiken vol bessen als leverancier van overheerlijke taarten.

Schuldig. We nemen geen beslissing over wel of geen kinderen. Zodat ik straks, als ik later groot ben, geen moeder meer kan worden en me dan schuldig voel tegenover mezelf (en net zo eindig als de bejaarde overbuurvrouw die zelden visite heeft. Al weet ik heus wel dat kinderen geen garantie zijn voor bezoek. Je kunt zomaar egocentrische etters op de wereld zetten). Of dat ik een oude moeder ben samen met een nog oudere vader en me daarover schuldig voel richting kind.Want ik gun een kind jonge ouders. En opa’s en oma’s die nog mee kunnen naar de speeltuin. In elk geval opa’s en oma’s. Wat al moeilijk wordt, in ons geval, maar gelukkig doet de vriend van mijn moeder het ook heel goed als opa.

Schuldig. De leuke jongen uit de trein maakt zijn universitaire studie niet af ‘want dat is niet te combineren met een voltijds baan.’ En volgens mijn lief kunnen we het ons niet veroorloven als hij een dag inlevert. Ik denk van wel, als we de discipline op zouden kunnen brengen om minder vaak naar het theater of op restaurant te gaan en festivals aan ons voorbij te laten gaan. Enkel nog boeken lenen bij de bieb in plaats van ze te kopen. De krant opzeggen. Misschien een jaar niet op vakantie. Wat pijn zal doen (mij veel meer dan hem) en waar ik geen vrolijker mens van word. Maar waar een wil is… En ik zou het voor hem over hebben. Dus eigenlijk is dit helemaal niet mijn schuld 🙂

Oef.

En me nu schuldig voelen dat het net lijkt of ik de leuke jongen uit de trein overal de schuld van geef.