Keuzes, keuzes en de weg omhoog

Mijn problemen met beslissingen nemen en knopen doorhakken, ik schreef er al minstens 100 keer eerder over, zo voelt het in elk geval. Na lang wikken en wegen, praten en huilen, weet ik vaak nog niet wat ik moet doen. Zodat ik dingen soms in een opwelling doe. Zoals stoppen met Facebook (ik houd het nog steeds vol, maar man oh man wat kost het veel moeite). Dus heb ik net spontaan op ‘verzenden’ geduwd, waardoor ik nu bijna lid ben van de ZZP Fabriek in Maastricht. Een coöperatie met werkplekken voor zelfstandigen. Mijn loondienstbaan, waar ik in oktober vol goede moed aan begon, blijkt niet zo rooskleurig als gedacht. Er wordt paniekvoetbal gespeeld door de leidinggevenden en ik verwacht na mijn inwerkperiode van drie maanden geen jaarcontract. Solliciteren blijkt al jaren een frustrerende en pijnlijke zaak, dus MOET mijn eigen schrijfbedrijf/ikzelf weer een schop onder zijn/haar kont. Mijn eigen keukentafel verruilen voor een heus bureau en een koffieautomaat is daarbij een stap in de goede richting. Toch?

Een eerdere blog over keuzes. Ik was deze kwijt, maar de leuke jongen uit de trein had er ooit een foto van gemaakt :-)

Een eerdere blog over keuzes. Ik was deze kwijt, maar de leuke jongen uit de trein had er ooit een foto van gemaakt 🙂

Koude kalkoen

Net heb ik in een opwelling op ‘Facebook account verwijderen’ geklikt. Of ik het ga redden om in de slim ingebouwde ‘afkoelperiode’ van 14 dagen weg te blijven, weet ik nog niet. Ik weet wel dat ik veel te veel tijd doorbracht op dit niet zo sociale medium. De kijk-hoe-leuk-mijn-leven-is-berichten van anderen kwamen mijn neus uit. Hoe veel foto’s van te goed gelukte maaltijden en zonovergoten vakanties kan ik nog aan? Niet veel meer volgens mij.

Maar erger nog dan de ergernis aan de blije posts en plaatjes van anderen, is dat ik me zelfs erger aan mijn eigen berichten. Want stiekem weet ik ook wel dat het mijn “vrienden” niet zo veel kan schelen dat ik het retedruk heb, dat ik van opdracht naar opdracht ren, dat ik tussendoor ook nog ‘ja’ zeg op van alles en dat mijn leven een chaos is. Ik hoorde ze al denken ‘Daar komt ze weer’ op het moment dat ik op ‘plaatsen’ duwde. Waarom ik die berichten dan toch deel met mijn Facebookende medemens? Geen idee. Hang naar aandacht misschien?

Met een tiental freelance opdrachten op mijn bord en feestdagendrukte met bijbehorende extra lange openingstijden bij mijn loondienstbaan heb ik wel wat anders te doen dan elk uur op Facebook kijken om te zien of ik nog iets heb gemist. Bloggen bijvoorbeeld 😉

Van een moment waarop ik zelf totaal niet met Facebook bezig was, verscheen een foto op Facebook.

Van een moment waarop ik zelf totaal niet met Facebook bezig was, verscheen een foto op Facebook.

Brief aan mijn nichtje #10

2014-11-10 14.45.19
Maandag was een prachtige, zonnige herfstdag. De dierentuin in Nuenen stond op het programma. Stiekem wisten je mama en ik wel dat je vooral geïnteresseerd zou zijn in de speeltuin. En ja hoor, nog voordat wij gezien hadden dat er een springkussen lag, stond jij er al bovenop. Je was teleurgesteld dat je niet meteen alle glijbanen en klimrekken mocht uitproberen, omdat ze nog nat waren.

De dieren vond je ook wel leuk, vooral de wasberen, de maki’s en de zwemmende ijsbeer, maar je snapte niet dat je mama en ik overal zo lang wilden blijven staan. “Klaar met kijken”, zei je dan.

Dapper stapte je naar voren bij één van de shows. De dierenverzorgster legde voer in je handen. Dat je verschrikt uit je handen liet vallen zodra je de eerste witte duif in het oog kreeg. Bij de zeehondenshow stapte je te laat naar voren om mee te kunnen doen. Je zou van zijn leven niet in de buurt van de zeehonden zijn gekomen, maar wat was je teleurgesteld dat je niet met de andere kinderen in het bootje mocht zitten aan de rand van de zeehondenvijver.

Na de zeehondenshow sprintte je ervandoor. Om het vervolgens op een huilen te zetten, omdat je ons kwijt was. Wij maakten ons geen zorgen, want we hoorden je luid en duidelijk. De omstanders schoten wel een beetje in de stress, tilden je op en riepen “Er is een kindje verloren gelopen!” (Er waren enkel Vlamingen in de dierentuin).

De dierentuin gaf ons een mooi inkijkje in je brein. Je bent bang voor alles waar je geen controle over denkt te hebben, zoals duiven en zeehonden, elektrische apparaten en pretparkattracties. Voor een 30-meter hoge glijbaan, een supersnelle kabelbaan, of een gammele wiebelbrug draai je je hand niet om. Die hoge glijbaan… je ging er twee keer hard op onderuit, omdat je mama en ik aan weerskanten van jou je hand vasthielden, maar niet in dezelfde snelheid naar beneden gingen. Toch wilde je nog een keer. Held!

Het is rennen, springen en stuiteren tot je moe wordt. Dan valt er tijdelijk niets meer met je aan te vangen. Je huilde zo hard dat het hele restaurant kon meegenieten, omdat je geen koekje kreeg bij je flesje appelsap. Het enige dat hielp, was dreigen dat we meteen naar huis zouden gaan als je niet ophield, terwijl je de binnenspeeltuin nog niet had gezien.

Eenmaal in die binnenspeeltuin was je je verdriet weer zo vergeten. Jouw mama wurmde zich met jou door de smalste doorgangen en wrong zich letterlijk in allerlei bochten om élk hoekje van het enorme speeltoestel met jou te verkennen. Zoals even daarvoor jouw gehuil, schalde nu jouw vrolijke lach door de hele ruimte.

In de auto op weg naar huis zei je heel stoer dat je niet zou gaan slapen. Je had die zin nog niet uitgesproken of je ogen vielen dicht.

Maandag was een dag met een gouden randje.

Te bloot?

Een persoon die me lief is, vindt dat ik veel te veel online slinger. Dat ik te intieme dingen met het web deel en ook de privacy van anderen op het spel zet. Deze persoon is bang dat ik potentiële werkgevers afschrik en dat vrienden niet meer zichzelf durven zijn in mijn buurt. Vannacht lag ik daar serieus van wakker. Berokken ik mezelf en anderen schade met deze blog?

Mensen die mij kennen, weten wie de leuke jongen uit de trein is en hoe goed onze relatie in elkaar steekt. Mensen die mij kennen, weten hoe dol ik ben op mijn nichtje waar ik al veel te lang geen brief meer aan geschreven heb. Vrienden en vriendinnen, die ik nooit bij naam noem, zullen zichzelf ongetwijfeld herkennen als ze voorbij komen in mijn wondere schrijfwereld. Maar bezorg ik ze daar last mee?

Potentiële werkgevers die de link leggen tussen deze blog en mijzelf, schrik ik die af? Of zijn dat dan sowieso opdrachtgevers waar ik niet voor zou willen werken?

Dat ik mezelf te kwetsbaar opstel, daar maak ik me niet zo druk over. Ik ben over het algemeen een open boek, maar houd mijn lippen stijf op elkaar als het om vertrouwelijke informatie gaat of om afspraken met opdrachtgevers. Deze blog ik vrij toegankelijk voor wie ‘m weet te vinden, maar mijn Facebook- en LinkedIncontacten zijn in groepen verdeeld, waardoor lang niet iedereen alles kan lezen wat ik deel. Toch knaagt er iets. Moet ik stoppen met bloggen? Of moet het hier alleen nog over huis- tuin- en keukenonderwerpen gaan?

Dat laatste kan eenvoudig geregeld worden. Dan schrijf ik elke dag een verhaaltje als dit en weet ik zeker dat na verloop van tijd niemand meer leest:
“Ik heb vanmorgen 50 baantjes gezwommen, een eierkoek gegeten en de tuin geveegd. Wat een start van de dag.”

UPDATE: Reacties op deze blog kreeg ik vooral mondeling en via Facebook. ‘Men’ is van mening dat deze blog potentiële werkgevers zou kunnen afschrikken. Al is het maar doordat het lezen van deze blog werkgevers kan doen ontdekken dat ik karaktertrekken heb die ze niet aanstaan. Maar ‘men’ is het er gelukkig ook over eens dat mensen zich in mijn buurt echt niet anders gaan gedragen vanwege deze blog.

De verwende zzp’er

Officieel heeft het kabinet nog geen besluit genomen over het lot van de ongeveer 800.000 zzp’ers in Nederland. Maar als ik de kleine storm aan berichten op LinkedIn moet geloven naar aanleiding van een artikel in Het Financieele Dagblad gisteren, dan lijkt de overheid van plan de fiscale voordelen voor zzp’ers af te schaffen en dan lijkt het erop dat de gemiddelde zzp’er het daar niet mee eens is. Goh.

Zelfstandigen zouden te veel in de watten worden gelegd, wordt in het artikel gezegd. In de watten gelegd? Hoe dan? Door die zelfstandigenaftrek? Ik bouw geen pensioen op, heb geen arbeidsongeschiktheidsverzekering, moet zwaar onderhandelen om een redelijke vergoeding voor een tekst te krijgen, steek veel tijd en geld in het bezoeken van netwerkbijeenkomsten waarvan je vooraf nooit weet of het iets gaat opleveren en als ik zin heb in iets wat op collegialiteit en gezelligheid rond de koffieautomaat lijkt, moet ik tig euro per maand betalen voor een gedeelde werkruimte. Als ik ziek ben (wat gelukkig zelden het geval is) of op vakantie ga (wat naar mijn mening nooit vaak genoeg is), verdien ik niets. Als ik bij wil blijven op mijn vakgebied, heb ik geen werkgever die me op cursus stuurt. En voor een hypotheek hoef ik al helemaal niet aan te kloppen.

Het leven van een zzp’er kent vele voordelen, dat zal ik niet ontkennen. Ik werk deze hersenkronkels uit terwijl ik onopgemaakt in mijn kloffie aan de keukentafel zit met een grote pot thee binnen handbereik en de muziek op een geluidsniveau waar ik op kantoor nooit mee weg zou komen. Ik kan naar de supermarkt buiten de  spits, ik kan midden op de dag besluiten om te gaan sporten. Als de zon schijnt, maak ik een wandeling. Als het regent, hoef ik nergens heen. De ‘teamvergadering’ en het ‘competentiegesprek’, dingen waar ik in loondienst een kleine hekel aan had, komen in mijn agenda niet meer voor.Het grootste deel van mijn tijd doe ik wat ik leuk vind, namelijk mensen interviewen en teksten schrijven. Heerlijk.

Maar als iemand mij in de watten legt, dan ben ik het zelf. Of de leuke jongen uit de trein natuurlijk.

Meevaller

DSCN1286
Het is mijn beurt bij de Vodafone-winkel aan de reparatiebalie.

“Als ik mijn telefoon gebruik, waar je een telefoon tegenwoordig voor gebruikt, zoals bellen en mailen, dan valt ie na een half uur uit.”
De jongen aan de andere kant van de balie kijkt me nauwelijks aan, zegt niets en gebaart dat ik hem mijn toestel moet geven. Hij haalt ‘m uit elkaar.
“Je batterij staat bol, dat zien we wel vaker.”
De jongen grabbelt in een laatje onder de balie, haalt er een batterij uit, steekt die batterij in mijn telefoon en geeft het toestel weer terug. Zonder me aan te kijken.
“Nu zou ie ’t weer moeten doen.”
“Bedankt.”

Ik blijf nog even staan en probeer de blik van de jongen te vangen. Ik wacht op de financiële afhandeling van zijn ‘reparatie’. Maar de jongen heeft zich inmiddels in een andere telefoon verdiept en lijkt me alweer vergeten. “Dankjewel hè!” roep ik en loop met een grote glimlach de winkel uit.

Op communicatiegebied scoort de reparatiejongen geen hoog cijfer, maar voor verdienstelijkheid (om er maar eens een ouderwets Nederlands woord tegenaan te gooien) krijgt hij een dikke tien.

Het gaat goed. Maar toch, soms…

DSCN1853
Met mij gaat het goed. De vakantie heeft me een energieboost gekregen waar ik blij van word. Voordat we vertrokken was ik ontzettend moe. Nu voel ik me topfit en koester ik mijn bruine velletje. Afgelopen week sportte ik maar liefst drie keer en het koste me nauwelijks moeite.

Op werkgebied gaat het goed. Vanmorgen had ik een gesprek met een bevlogen en gepassioneerde vrouw. Ze had een wervingsmail die ik twee jaar geleden verstuurde al die tijd bewaard, omdat ze mijn tekst zo mooi vond. Tot nu toe had ze geen budget voor een communicatiemedewerker. Nu heeft ze ergens een potje gevonden en kan ik structureel voor haar aan de slag. Een andere vereniging waar ik één avond in de maand voor werkte als notulist, kan me sinds kort een dag per week bieden. Over een week start ik bovendien in deeltijd bij de klantendienst van een warenhuis. Deze drie ‘baantjes’ bij elkaar opgeteld, gaan me eindelijk voldoende basisinkomen opleveren om elke maand mijn vaste lasten te betalen. Alle opdrachten die ik extra binnenhaal, zijn vanaf nu voor “extra” dingen. Wat een luxe.

Op relatiegebied gaat het goed. De leuke jongen uit de trein is na de vakantie ook een stuk energieker dan ervoor (al moet ik even afwachten hoe lang dat nog duurt, vandaag was zijn eerste werkdag). Mijn lief heeft me de afgelopen week enorm verwend met culinaire hoogstandjes waar sommige deelnemers aan Master Chef nog een puntje aan kunnen zuigen. Voortreffelijke goulash. Smeuïge risotto. Crème brûlée en lemon curd meringue taart. Omdat ik bijna elke avond moest werken, hadden we nauwelijks tijd om samen te eten, maar dat mocht de pret niet drukken. We zitten sinds de vakantie allebei in de knuffelmodus en gedragen ons af en toe als verliefde pubers. Heerlijk.

Niets te klagen dus.

Maar toch.

Maar toch was er vorige week een ochtend waarop ik verdrietig wakker werd. En toen ging ik malen:
Ik ben 34 en wat heb ik nou helemaal bereikt? Ik ben een vrouw met overgewicht, onhandelbaar haar en een studieschuld; een vrouw zonder vaste baan en zonder eigen huis. Ik heb nauwelijks een carrière en barst van de in de ijskast gezette dromen en vervagende ambities. Ik vind nooit genoeg werk en nooit genoeg zekerheid omdat ik niet goed genoeg ben in wat ik doe. Het is mijn schuld dat de leuke jongen uit de trein geen ambities meer heeft. Hij zou gaan studeren en hij zou zangles nemen. Maar hij vindt dat daar geen geld en tijd voor is. Omdat ik niet genoeg binnen breng waardoor hij niet minder kan gaan werken. Grote beslissingen gaan we uit de weg. Over het kopen van huizen, het wel of niet willen van kinderen, het afsluiten van een samenlevingscontract. Als er met één van ons iets gebeurt, heeft de ander niets en verdomme ik weet hoe snel er iets kan gebeuren. We hebben werkelijk niets geregeld, we hebben niet eens een gezamenlijke bankrekening.”

Als ik zo lig te malen, word ik jaloers op vriendinnen bij wie allerlei dingen aan zijn komen waaien (zo lijkt het dan in elk geval). Vriendinnen die hooguit drie sollicitatiebrieven schreven in hun leven en de ene na de andere promotie krijgen aangeboden. Vriendinnen die zonder met hun ogen te knipperen een hypotheek konden afsluiten en ook nog geld over hebben om vier keer per jaar op vakantie te gaan. En dan word ik boos op mezelf. Want als ik iets haat is het jaloezie. Ik gun mijn vriendinnen het allerbeste en ben super blij voor voor ze als het goed met ze gaat.

Na een halve dag somberen, is zo’n bui meestal weer voorbij. Mijn problemen zijn slechts luxeproblemen. Peanuts.

Maar toch, soms… Ik zou wel wat vaker willen lezen dat iemand met dezelfde dingen worstelt als ik. Dat achter al die prachtige foto’s en blije berichten op Facebook ook mensen schuilgaan die soms twijfelen aan zichzelf en soms stiekem jaloers zijn op de mensen die het beter voor elkaar lijken te hebben.

Topvakantie!

We zagen alleen het zuidoosten van het eiland, maar ik durf stellig te beweren dat Corsica een prachtig eiland is.

De bergen en dalen, de ruige rotspartijen, het vakantiefolderblauwe zeewater waarin je tot aan je tenen en verder kunt kijken, de baaien, de havens, de bossen, de historische stadjes. Wauw/wow! De leuke jongen en ik hadden er een heerlijke week. Dat de creditcard dienst weigerde was een geluk bij een ongeluk, want daardoor werden we vriendjes met een Frans stel dat de omgeving kende, waardoor we op plekken kwamen die we zelf nooit gevonden zouden hebben. La plage de Santa Giulia staat in de top-3 van mooiste plaatsen waar ik ooit een pilsje dronk. Corsicaans bier, uiteraard.

DSCN2160
We waren allebei héél hard toe aan vakantie, de leuke jongen uit de trein en ik. We hadden ons allebei een beetje ondersteboven gewerkt. Mijn lief maakte hele lange dagen op kantoor (hoezo ambtenaar?). Ikzelf maakte lange dagen overal en nergens, want ik wil altijd zo veel en vergeet wel eens nee te zeggen. Ik wil telkens blijven leren en pieker over welke cursus de volgende gaat zijn, ik wil van alles ondernemen met de leuke jongen uit de trein, ik wil minstens twee keer per week sporten, ik wil (nou ja, wil…) het huishouden niet laten versloffen en af en toe nieuwe recepten uitproberen en uitgebreid koken, ik wil elke week afspreken met vriendjes en vriendinnetjes, ik wil regelmatig aan tafel met (schoon)ouders, zus en broer, ik mis mijn lievelingsnichtje al na een week en ben de favoriete oppas van kinderen van vrienden, ik wil elke dag de krant lezen en het journaal kijken en ik heb lijsten met boeken die ik wil lezen en films die ik wil zien. Naast dat alles wil ik vooral mijn schrijfopdrachten zo goed mogelijk uitvoeren. Ik wil mezelf blijven uitdagen en met elke letter die ik schrijf beter worden in wat ik zo graag doe. Ik haal mijn deadlines koste wat kost. En ook als ik meer dan genoeg werk heb, blijf ik naar netwerkbijeenkomsten gaan, want perioden zonder werk kan ik me niet veroorloven. Dan wil het dus wel eens voorkomen dat een vakantie in het buitenland voor mij een absolute noodzaak is.

Corsica kwam als geroepen.
Ik heb genoten!

DSCN2102

Hardnekkige mannen. Ieks.

“I’m a lucky man. I see you. A beautiful woman. A beautiful angry woman. I’m so lucky.”

Station Sint Niklaas, 17.00 uur. Ik heb net een sollicitatiegesprek achter de rug om groepsbegeleider te worden voor een uitwisselingsproject met een land in West-Afrika. Inmiddels twijfel ik eraan of dat verstandig was. Ik wacht op de trein naar Luik. Naast mij op het bankje zit een man, uit Ghana of Nigeria of een ander Engelstalig land in die buurt. Hij achtervolgt me al twintig minuten en blijft tegen me praten ook al zeg ik al vijftien minuten niets meer terug.

Zonder een hele groep mannen over één kam te willen scheren, kan ik na 34 jaar wel concluderen dat ik bijzonder in de smaak val bij mannen van West-Afrikaanse afkomst. Dat heeft niets met mijn inhoud te maken (het zal ze worst wezen of ik intelligent ben of gevoel voor humor heb), maar alles met mijn verpakking. Meer specifiek: de omvang van mijn achterwerk.

Hij komt naast me lopen in de winkelstraat. Niet op gepaste afstand, maar in mijn ‘comfort zone’. Hij begint te orakelen over hoe mooi ik ben. Ik vraag hem vriendelijk om weg te gaan. Dat helpt niet. “If you want, I follow you everywhere.” Nee, dat wil ik dus niet. Ik loop het station binnen en koop een treinkaartje. Hij staat zo dicht achter me dat ik bang ben dat hij mijn pincode kan lezen. Ik schreeuw tegen hem dat hij op moet rotten. Hij is niet onder de indruk. De man achter het loket lijkt het wel grappig te vinden.

Ik neem de trap naar het perron, in de hoop dat mijn belager geen trek heeft in de trap en zijn achtervolging staakt. Helaas. Terwijl ik de treden tel, voel ik zijn ogen branden. Ik kijk niet achterom, maar ik wed dat hij verwoede pogingen doet om onder mijn jurkje te kijken. Met een kleine ‘hijg’ in zijn stem hoor ik hem zeggen “You’re a strong woman.”

Het is niet de eerste West-Afrikaan die ik probeer af te schudden, wel de hardnekkigste. Ik besluit om niets meer tegen hem te zeggen. Ik ga op het perron zitten en pak de krant. Ik lees, maar versta jammer genoeg perfect wat hij allemaal zegt. “You have something all African men want. They want to touch. I want to touch.” De haren in mijn nek gaan rechtop staan en ik heb zin hem een klap in zijn gezicht te geven. Maar het perron is nagenoeg leeg en misschien slaat hij wel terug. Ik sla de bladzijde om. Hij loopt weg. Opgelucht haal ik adem. Al durf ik nog niet te bewegen. Kwam die trein nu maar!

Zo veel geluk heb ik natuurlijk niet. De trein laat op zich wachten en even later zit hij weer naast me. Ik kijk niet opzij en doe alsof ik verder lees. Hij legt een papiertje op mijn schoot. “Call me. Please call me. You can allways call me. At night, in the morning. Please.”

De trein komt. Zonder om te kijken stap ik in. Omdat ik goed ben opgevoed, neem ik het papiertje mee om het in de trein in de prullenbak te gooien. Verwacht hij echt dat ik na deze onplezierige ontmoeting nog een woord (of andere dingen) met hem wil wisselen? Dan heeft hij geen plank voor zijn kop, maar een complete betonnen bunker.

Zin in een man waar je nooit meer vanaf kom? Bel Amin op +32 466105381.

Zoals dat gaat

“Je ziet er leuk uit, je bent goed gebekt, je bent intelligent en je kunt goed schrijven. Dat moet toch goed komen.”

Ik was even terug bij de gemeente waar ik in augustus de telefoon opnam. Ik had een afspraak voor mezelf versierd op de communicatieafdeling. Mijn ‘telefooncollega’s’ hadden er alvast alle vertrouwen in.

Maar ik fietste naar huis met slechts de belofte “Als we veel te schrijven hebben, dan denken we aan jou.” 

Die heb ik vaker gehoord.